[ad_1]

Op een van de grootste daken van de Universiteit Leiden, het Snelliusdak, liggen sinds kort 590 zonnepanelen en 57.000 plantjes, wat het Snelliusdak het grootste gecombineerde dak van de Benelux maakt. Het dak werd op maandag 10 oktober feestelijk geopend door Annetje Ottow en Martijn Ridderbos, voorzitter en vice-voorzitter van het College van Bestuur, en Fleur Spijker, wethouder bij de gemeente Leiden.

Het dak is niet het eerste dak van de Universiteit Leiden met zonnepanelen. ‘Inmiddels hebben wij negen gebouwen voorzien van zonnepanelen, waarmee we de grens van 5.000 snel zullen passeren en flinke stappen maken in de richting van de energietransitie’, licht vicevoorzitter Martijn Ridderbos tijdens de opening op 10 oktober toe. De 590 zonnepanelen wekken elk jaar een hoeveelheid energie op die vergelijkbaar is met het verbruik van 80 huishoudens.

Ook aan biodiversiteit is gedacht op het Snelliusdak. 57.000 plantjes met veertien verschillende soorten sedum trekken veel verschillende soorten insecten aan, en daarmee weer vogels en andere planten. Over twee jaar zijn ze volgroeid en zal het dak fungeren als ‘living lab’, waarbij de universiteit onderzoekt hoeveel de biodiversiteit van flora en fauna toeneemt. Ottow: ‘Ik vind het fantastisch dat dit dak met zijn 2.800 vierkante meter zo’n oase vormt voor alles wat leeft in deze omgeving en daarmee bijdraagt aan een prettiger leefklimaat voor dier en mens.’

Wethouder Fleur Spijker is blij met het dak en benadrukt de urgentie van duurzaamheid: ‘Het dak is een prachtig voorbeeld van een duurzaam initiatief. Hopelijk krijgt het veel aandacht in de stad.’

[ad_2]

Source link

[ad_1]

FairClimateFund heeft de B Corp-certificering behaald van de non-profit B Lab. Hiermee is FairClimateFund 1 van de 1000 Europese B Corps.

B Lab is een non-profit netwerk met als missie: Het veranderen van de wereldeconomie ten behoeve van alle mensen en de planeet. Het netwerk van 5845 bedrijven is verspreid over 85 landen.

Om de B Corp certificering te halen heeft B Lab een B Impact Assessment ontwikkeld met vragen over de praktijken en outputs van bedrijven in vijf categorieën: governance, werknemers, gemeenschap, het milieu en klanten. De antwoorden vormen de basis voor een B Corp Impact Score. Bij een score van 80 punten is een bedrijf gekwalificeerd als B Corp. FairClimateFund heeft hier 120 punten op behaald. En scoort hiermee ruim boven het gevraagde aantal. B Lab stelt als doel voor alle B Corps om deze score te blijven verbeteren.

Voor FairClimateFund is dan ook het hoogste doel om impact met onze bedrijfsactiviteiten te maken. Ze doen dit door bedrijven te inspireren om te werken aan een beter klimaat. Door hen te helpen met hun klimaatstrategie van A tot Z. Het meten van hun CO2-voetafdruk, het vaststellen van reductiedoelen, en hun investeringen in Gold Standard en/of Fairtrade gecertificeerde klimaatprojecten die ten goede komen aan mensen in kwetsbare regio’s.

Daarnaast hebben de projecten van FairClimateFund een geïntegreerde aanpak. De projecten komen ten goede aan de gemeenschappen met wie we samenwerken; gemeenschappen ervaren levensverbeteringen zoals een gezonder leven, tijdbesparing en meer inkomen. De projecten zorgen ook voor een verbetering van het klimaat met de CO2 die ze verminderen door schoon koken en het planten van bomen. Door deze tweedelige aanpak certificeert FairClimateFund zich als B Corp.

Voor meer informatie over de certificering:
https://www.bcorporation.net/en-us/find-a-b-corp/company/fair-climate-fund

[ad_2]

Source link

[ad_1]

CBRE Investment Management heeft namens het Nederlandse winkelplatform het dak van Alexandrium Megastores in Rotterdam, met een oppervlakte van ongeveer 14.000 vierkante meter, langjarig verhuurd aan Eneco. Het energiebedrijf heeft hier onlangs circa 2.690 zonnepanelen geplaatst wat in oppervlakte gelijk is aan bijna twee voetbalvelden. Deze PV-installatie heeft een opgesteld vermogen van 1,22 MWp en is goed voor een jaarlijkse productie van zo’n 1.100 MWh. Dit is vergelijkbaar met het jaarlijkse verbruik van circa 366 huishoudens.

Joey Korteland, Senior Asset Manager bij CBRE Investment Management, zegt: “Het project is onderdeel van de bredere duurzaamheidstrategie waarmee we inzetten op CO2-verlaging door isolatie, verduurzaming van gebouwgebonden installaties en het verhogen van het aandeel hernieuwbare energie op eigen locaties. Om onze hoge duurzaamheidsambities waar te maken werken we waar mogelijk samen met strategische partners. We zijn blij dat we dit voor Alexandrium Megastores samen met Eneco konden doen doen in Rotterdam.”

Amber Prata, Ontwikkelaar Solar bij Eneco, zegt: “Dit project kende de nodige uitdagingen, want de locatie ligt midden in een winkelgebied, kent logistieke uitdagingen en er waren constructieve aanpassingen nodig. Dankzij de goede samenwerking tussen CBRE Investment Management en Eneco was het mogelijk om dit dak toch te voorzien van zonnepalen, zodat we ook hier voortaan duurzame energie kunnen opwekken.”

Betrokken partijen

CBRE Investment Management en Eneco hebben dit project uitgevoerd in samenwerking met CBRE Nederland, Zonneveld Ingenieurs, Batenburg Techniek, SKN Bouw en Oranjedak Energy.

Alexandrium Megastores Rotterdam is onderdeel van CBRE’s Nederlandse winkelplatform, een niet-beursgenoteerde investeringsstrategie gemanaged door CBRE Investment Management. Het project is gerealiseerd door CBRE Property Management in samenwerking met Eneco. De komende maanden zal CBRE Investment Management op steeds meer daken van winkels zonnepanelen plaatsen.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Inspelend op de groeiende vraag naar duurzame grondstoffen en energie worden momenteel bij Vopak Terminal Vlissingen voorbereidingen getroffen voor de opslag van groene ammonia. Een tweetal bestaande gekoelde LPG opslagtanks, met een capaciteit van elk 55.000 cbm, kan hiervoor gereed gemaakt worden. Ligplaatsen, leidingen en overige infrastructuur zijn aanwezig. Tevens is er ruimte beschikbaar voor uitbreidingen en andere industriële activiteiten zoals een installatie om de ammonia weer om te zetten naar groene waterstof. De locatie zal worden aangesloten op het Noordwest Europese waterstofnetwerk waarmee Nederland, België en Duitsland kunnen worden beleverd.

Bijdragen aan klimaatdoelstellingen

Vopak Terminal Vlissingen is strategisch gelegen in North Sea Port in de Schelde-Delta regio. De industrie in de regio, verenigd in Smart Delta Resources, vormt op dit moment het grootste waterstofcluster van de Benelux. Tevens vindt in het Nederlandse deel ruim een vijfde van de Nederlandse industriële CO2-emissie plaats. Verduurzaming kan hier een flinke bijdrage leveren aan het realiseren van de Nederlandse klimaatdoelstellingen.

Vopak Terminal Vlissingen maakt deel uit van Royal Vopak, het grootste onafhankelijke tankopslagbedrijf te wereld.

Alexander Fokker, Managing Director Vopak Terminal Vlissingen: “Door onze bestaande infrastructuur kunnen we klanten een snelle en economische oplossing bieden. Tevens hebben we de ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. Binnen Vopak hebben we inmiddels ruime ervaring met het veilig opslaan van ammonia, een product waarbij aanvullende veiligheidsmaatregelen in acht moeten worden genomen.”

Ammonia als waterstofdrager

Naast de productie van groene waterstof in Nederland, zal er in Noordwest-Europa ook behoefte zijn aan grootschalige import van groene waterstof om aan alle toekomstige vraag te kunnen voldoen. Groene ammonia als waterstofdrager zal hierin een belangrijke rol spelen. Waterstof kan na verbinding met stikstof in de vorm van ammonia in grotere hoeveelheden worden getransporteerd, opgeslagen en weer worden omgezet naar groene waterstof. Daarnaast is groene ammonia ook direct toepasbaar als CO2-vrije brandstof voor bijvoorbeeld de scheepvaart of als grondstof voor onder andere de productie van kunstmest.

De definitieve investeringsbeslissing zal onder andere worden genomen op basis van marktinteresse, aldus Vopak Terminal Vlissingen.

Beeld: Vopak Terminal Vlissingen

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Veel supermarkten zijn nog niet transparant over hun uitstoot en nemen de verkoop van minder vlees en zuivel niet mee in hun al dan niet bestaande klimaatplannen. Jumbo stelt als een na grootste supermarkt volgens klimaatorganisatie Feedback EU vooral teleur op basis van hun ranking van de zes grootste Nederlandse supermarkten.

Als onderdeel van een Europese campagne, waarin wordt gevraagd om de helft minder vlees en zuivel te verkopen, heeft organisatie Feedback EU een ranking gemaakt op basis van de klimaatvoetafdruk. De Klimaat en Vlees Scorecard, zoals de ranking wordt genoemd, is gebaseerd op een onderzoek in het afgelopen halfjaar, gericht op 34 indicatoren over transparantie, ambitie en actie in relatie tot klimaat en de vlees- en zuivelverkoop. Het onderzoek richtte zich op Albert Heijn, Jumbo, Lidl, Aldi, Plus en Dirk, die samen bijna 90% marktaandeel hebben. Minder vlees consumeren en produceren is een van de meest effectieve manieren om de klimaatvoetafdruk te verminderen en te voldoen aan de Nederlandse en Europese doelen om 55% minder broeikasgas uit te stoten in 2030.

Frank Mechielsen, directeur van Feedback EU zegt: “Supermarkten profiteren van de verkoop van producten die ontbossing stimuleren en de klimaatcrisis verergeren. Een kwart van hun omzet komt uit de verkoop van vlees- en zuivelproducten, terwijl die producten ruim een derde van hun totale uitstoot veroorzaken. Het is hoog tijd dat supermarkten hun klimaatverantwoordelijkheid oppakken en minder vlees en zuivel gaan verkopen.”

De Klimaat en Vlees Supermarkt Scorecard zet telkens twee supermarkten tegenover elkaar. Zo worden de twee grootste supermarkten, Albert Heijn en Jumbo, met elkaar vergelijken, Plus en Dirk vanwege hun gezamenlijke leverancier Superunie, en de twee internationale discounters Lidl en Aldi.  De meeste supermarkten scoren nog geen voldoende. Slechts één supermarkt, Albert Heijn, scoort net voldoende met een 5,9. Zij zijn transparant over de klimaatuitstoot veroorzaakt door vlees en zuivel, maar doen dit alleen voor moederbedrijf Ahold Delhaize en niet specifiek voor Nederland. Lidl staat op de tweede plek met een 3,8. Lidl rapporteert als enige de totale broeikasgasuitstoot voor Nederland, maar heeft nog geen specifieke doelstellingen opgenomen om de uitstoot in de productie te verminderen. De andere vier supermarkten scoren zeer laag, tussen de 1,8 en 2,1. Met name  Jumbo als een na grootste supermarkt van Nederland, stelt teleur met een 2,1. Jumbo’s jaarlijkse omzet is tenslotte 6 keer zo groot als Dirk, 4 keer zo hoog als Aldi en 2 keer zo hoog als Plus. Alle supermarkten scoren laag op actie en doen te weinig om te klanten te ondersteunen om minder en beter vlees- en zuivel te kopen.

Opvallende bevindingen uit het rapport zijn:

  • drie van de zes supermarkten rapporteren hun totale uitstoot, terwijl de andere helft niet of alleen op bedrijfsvoering rapporteert. Alle supermarkten geven in verhouding te veel aandacht aan klimaat neutrale bedrijfsvoering, wat maar aan een klein deel van hun uitstoot bijdraagt, minder dan 5%.
  • alle zes supermarkten stimuleren de verkoop van vlees met vleesreclame en aanbiedingen, waardoor het principe van vraag en aanbod niet langer geldt: supermarkten wakkeren het kopen van vlees juist aan.
  • binnen het gehele vleesassortiment is minder dan 10% biologisch geproduceerd. Geen enkele supermarkt heeft de ambitie om het aanbod substantieel uit te breiden en boeren grootschalig te ondersteunen in de transitie naar biologische productie. Het kleine aanbod en de schaarse promotie maakt het voor klanten moeilijk om een duurzamere keuze te maken.
  • ondanks de toezegging van de voormalige minister van Landbouw Staghouwer om te streven naar minder vleesconsumptie in 2030, heeft Albert Heijn als enige supermarkt een ambitieuze doelstelling om de verhouding van dierlijke/plantaardige eiwitten van de huidige 70/30 naar 40/60 te veranderen in 2030, maar meer actie in de winkels en in de reclame is nodig om dit waar te maken.

Aankomende zondag is het Wereld Voedsel Dag, een dag waarop FAO en andere organisaties aandacht geven aan voedsel(on)zekerheid in de wereld. Dit jaar staan wereldwijde problemen zoals hoge prijzen en klimaatverandering centraal. Vlees is in de afgelopen maanden duurder geworden in vergelijking met plantaardig eten, omdat er voor de productie van vlees meer grondstoffen zoals soja, mais en tarwe nodig zijn, die in prijs zijn gestegen. Het heeft duidelijk gemaakt dat kostbare voedselbronnen worden gebruikt als veevoer, terwijl met hetzelfde volume meer mensen gevoed kunnen voeden dan het lapje vlees wat eruit voortkomt. Supermarkten kunnen daarom niet alleen klimaatverandering tegengaan door het verkopen van minder vlees en zuivel, maar ook bijdragen aan meer voedselzekerheid wereldwijd.

Voor de meeste mensen zijn supermarkten het belangrijkste verkooppunt voor de dagelijkse boodschappen, waarbij hun keuze vooral bepaald wordt door hun portemonnee, zeker in deze tijden van hoge inflatie en stijgende voedselprijzen. Supermarkten bepalen echter wat er in de schappen ligt, waar reclame voor wordt gemaakt, en waar ze de meeste winst op willen maken. Supermarkten moeten hun macht in de voedselketen inzetten om hun klimaatuitstoot te verminderen.

Jaap Seidell, hoogleraar voeding en gezondheid: “Een transitie naar een gezonder en duurzamer voedselsysteem is noodzakelijk en urgent. Dat is onder meer een transitie naar een grotendeels op plantaardig voedsel gebaseerd voedingspatroon. Dat houdt in dat productie, transport en consumptie sterk moeten veranderen. Een voedselomgeving waarin de gezonde en duurzame keuze voor de consument de makkelijkste keuze is hoort daarbij. Feedback draagt daaraan bij.”

Natasha Kooiman, kwartiermaker van de Transitie Coalitie Voedsel, organiseert deze week het Plant de Future diner om de transitie naar minder vlees en meer plantaardig aan verschillende tafels met belangrijke stakeholders te bespreken: “Supermarkten spelen een belangrijke rol in deze transitie en bepalen een groot deel van de voedselomgeving. Om plantaardig het nieuwe normaal te laten worden is het noodzakelijk dat dit al zichtbaar is in de schappen met minimaal de 50/50 dierlijk/plantaardige eiwitverhouding zoals de overheid nastreeft en passend bij de nationale en Europese klimaatplannen.”

Begin 2023 zal de Klimaat en Vlees Supermarkt Scorecard in Frankrijk en Denemarken worden gepubliceerd door respectievelijk Climate Action Network en Dansk Vegetarisk Forening, en na de zomer zal in het Verenigd Koninkrijk de derde scorecard worden gelanceerd door Feedback Global.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Jan Terlouw heeft tijdens een bijeenkomst bekend gemaakt dat Callic uit Staphorst met de aquathermie skid de Jan Terlouw Innovatieprijs heeft gewonnen. In de categorie Ambitieprijs is NoPalm Ingredients met microbiële olie uit reststromen als vervanging voor palmolie de winnaar!

De prijsuitreiking vond donderdagavond plaats op de vierde editie van het informatieve festival The Future of Us in Arnhem. Dit is een belangrijk evenement in Oost-Nederland als het gaat om de energietransitie, circulaire economie en innovatie. Het wordt georganiseerd door Kiemt en Industriepark Kleefse Waard. Kiemt is hét netwerk van Oost-Nederland op het gebied van energietransitie en circulaire economie. Deze innovatieprijs die sinds 2011 wordt uitgereikt, is voor de meest innovatieve en duurzaamste ondernemer van Oost-Nederland. Jan Terlouw (90) verbond zijn naam aan de prijs en hij reikte deze dan ook persoonlijk uit.

De jury onder leiding van Harry Webers is geraakt door het enorme verhaal en de impact dat achter NoPalm Ingredients zit. En hoe met een simpele techniek reststromen kunnen worden omgezet in een alternatief voor palmolie.

In de aquathermie skid van Callic ziet de jury een lokale oplossing met veel potentie. Deze uitvinding om energie uit oppervlakte- en afvalwater te halen is modulair, prefab en daardoor snel te bouwen.

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De energieleveranciers Vattenfall en Greenchoice zeggen toe bepaalde duurzaamheidsclaims op hun websites aan te passen of niet meer te gebruiken. Ze beloven consumenten duidelijker te informeren om zo risico op misleiding over duurzaamheid te voorkomen. Daarnaast doneren zij respectievelijk 950.000 euro en 450.000 euro aan verschillende duurzame doelen ter compensatie van hun onduidelijke en onvoldoende onderbouwde duurzaamheidsclaims. Dat hebben ze toegezegd na onderzoek van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Daarom legt de ACM geen sancties op.

Cateautje Hijmans van den Bergh, bestuurslid ACM: ‘Consumenten die duurzame keuzes willen maken, moeten erop kunnen vertrouwen dat de claims die bedrijven op hun websites zetten ook kloppen. We zijn tevreden dat de bedrijven erkennen dat zij duidelijker hadden moeten informeren over duurzaamheid. En dat zij verschillende duurzaamheidsclaims en de onderbouwing daarvan aanpassen. Bovendien nemen zij maatregelen om hun klanten in de toekomst beter te informeren. Wij waarderen het dat de bedrijven een flink bedrag schenken aan duurzame doelen als compensatie voor de vage claims.’

Wat is er aan de hand?

De ACM zag in de energiesector veel mogelijk misleidende duurzaamheidsclaims. Daarom heeft de ACM in het voorjaar van 2021 energieleveranciers aangesproken om hun claims kritisch te bekijken. Daarna heeft de ACM haar onderzoek voortgezet bij Greenchoice en Vattenfall. Bij Vattenfall en Greenchoice bleek bijvoorbeeld dat ze zichzelf duurzaam neerzetten door vergelijkingen te gebruiken. Het was echter niet duidelijk op basis waarvan de vergelijking werd gemaakt en met wie of wat vergeleken werd.

Tijdens het onderzoek hebben de bedrijven aanboden hun werkwijze te willen aanpassen en hiervoor een toezegging te doen. De ACM gaat de toezeggingen gedurende 2 jaar controleren.

Leidraad duurzaamheidsclaims

Bedrijven die hun producten aanprijzen met duurzaamheidsclaims, moeten ervoor zorgen dat die juist, duidelijk en controleerbaar zijn. Anders worden consumenten misleid. De ACM controleert verschillende sectoren op het gebruik van duurzaamheidsclaims. Zo hebben we ook duurzaamheidsclaims in de kledingsector onderzocht.

De ACM heeft de regels uitgelegd in de Leidraad duurzaamheidsclaims. Daarin staan de vijf vuistregels voor duurzaamheidsclaims. Hiermee biedt de ACM houvast aan bedrijven. Dit zijn de vijf vuistregels:
1. Maak duidelijk welk duurzaamheidsvoordeel het product heeft
2. Onderbouw duurzaamheidsclaims met feiten en houd ze actueel
3. Vergelijkingen met andere producten, diensten of bedrijven moeten eerlijk zijn
4. Wees eerlijk en concreet over de duurzaamheidinspanningen van uw bedrijf
5. Zorg dat visuele claims en keurmerken behulpzaam zijn voor consumenten en niet verwarrend.

De ACM zal de energiesector nauwgezet in de gaten blijven houden. De ACM sluit niet uit dat wanneer zij in de toekomst een overtreding vaststelt dit tot een boete zal leiden.

ACM en duurzaamheid

De ACM laat markten werken voor mensen en bedrijven, nu en in de toekomst. Duurzame producten en consumptie zijn essentieel voor een duurzame samenleving. De ACM draagt hieraan bij door het toezicht op duurzaamheidsclaims van bedrijven. Consumenten moeten met vertrouwen een duurzame keuze kunnen maken. Bedrijven die zich inspannen voor duurzaamheid moeten worden beschermd tegen bedrijven die oneerlijk concurreren door gebruik te maken van misleidende claims. Ook wil de ACM de juiste voorwaarden scheppen om de transitie naar een meer duurzame economie te bevorderen. De ACM neemt belemmeringen weg en geeft ruimte waar het kan.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Op donderdag 6 oktober is de grootste batterij van Nederland door Minister Rob Jetten op stroom gezet. Deze batterij, met een vermogen van 25 MW en een capaciteit van 48 MWh, maakt een verdere integratie van duurzame productiemiddelen in de elektriciteitsmarkt mogelijk. GIGA Storage heeft de batterij ontwikkeld, die Eneco langdurig gaat huren om haar duurzame portfolio te ondersteunen.

Gigi Buffalo: de grootste batterij van Nederland

Minister voor Klimaat en Energie, Rob Jetten heeft vandaag de grootste batterij van Nederland op stroom gezet. GIGA Storage is de ontwikkelaar van de batterij, die GIGA Buffalo is genoemd. Minister Rob Jetten onderstreepte nogmaals het belang van energieopslag voor de versnelling van de energietransitie. Door batterijen op strategische plekken aan het Nederlandse elektriciteitsnet te koppelen, kan er meer duurzame capaciteit beschikbaar komen voor zowel partijen die energie willen opwekken als ook voor energieverbruikers (industrie en woonwijken).

Congestie op het elektriciteitsnet verkleinen

Om vraag en aanbod van elektriciteit op elkaar af te stemmen en bij te weinig zon- en windproductie elektriciteit te leveren, worden momenteel voornamelijk gas- en kolencentrales ingezet. Voldoende GIGA batterijen kunnen de inzet van gas- en kolencentrales gedurende een groot deel van het jaar reduceren en zorgen daarmee, naast een verlaging van het gasverbruik, voor een substantiële CO2-reductie. Vergeleken met een gascentrale bespaart het GIGA Buffalo project alleen al 8.532 ton CO₂ uitstoot per jaar. De GIGA batterijen stabiliseren hiermee op duurzame wijze het elektriciteitsnet en zorgen zij met hun efficiëntie dat de energietransitie betaalbaar blijft.

Oplossingen voor de toekomst

Liander is de netbeheerder in Noord-Holland, Flevoland, Gelderland, Friesland en een deel van Zuid-Holland. Wij zorgen ervoor dat 3,2 miljoen huishoudens en bedrijven stroom en gas kunnen gebruiken. Het is onze taak om de energievoorziening betrouwbaar, betaalbaar en bereikbaar te houden. Daarom onderhouden en vernieuwen we het bestaande energienet, en staan we dag en nacht klaar om storingen op te lossen. Daarnaast verzwaren we het elektriciteitsnet op plekken waar meer capaciteit nodig is met nieuwe kabels, verdeelstations en transformatorhuisjes. Zodat onze klanten altijd energie kunnen gebruiken. Nu en in de toekomst.

Samenwerking met partners is noodzakelijk

Bij GIGA Storage heeft een gedreven team van experts, op het gebied van zowel de bouw als de ontwikkeling van het IT platform, maanden hard gewerkt aan het GIGA Buffalo project.

Dit project is mede mogelijk gemaakt doordat vele partijen goed met elkaar samenwerken. Aan de realisatie werkten onder andere mee Eneco (huurder van de batterijcapaciteit), Wärtsilä (batterijleverancier), Equans (technische dienstverlener), K. Dekker (bouwkundig aannemer), Smartgrid Flevoland (het lokale netwerk), Triodos Energy Transition Europe Fund en Rabobank (de investeerders en financiers).

Ruud Nijs, CEO van GIGA Storage: “Ons doel is om bij te dragen aan het sneller af kunnen schakelen van gas- en kolencentrales. Batterijen kunnen de balanceringsrol overnemen en tegelijkertijd lokaal partijen helpen om wèl aangesloten te worden op het elektriciteitsnet. Door op strategische locaties energieopslagprojecten te gaan realiseren, willen we het verschil maken in de energietransitie.”

Over GIGA Storage

GIGA Storage realiseert grootschalige energieopslag. Er wordt geïnvesteerd in projecten voor zowel optimalisatie van de energievoorziening als netstabiliteit. GIGA Storage heeft als doel om key player van energieopslag in Europa te worden, om zo duurzaam opgewekte energie volledig te kunnen benutten.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

In de chipsfabriek van PepsiCo in Broek op Langedijk, waar onder andere Lay’s en Cheetos worden gemaakt, gaat Eneco van start met het elektrificeren van fabrieksprocessen. Er wordt een thermische opslag gebouwd die zijn warmte uit duurzame elektriciteit haalt en door de opslag kan de duurzame warmte nog efficiënter worden ingezet om de chips te bakken. Het vervangen van aardgas door duurzame elektriciteit gaat leiden tot een verlaging van de CO2-uitstoot met 51% ten opzichte van wat PepsiCo verwacht aan emissies zonder deze duurzame oplossing in de eerste fase. Het doel is om hiermee uiteindelijk een CO2-reductie van 98% te realiseren.

Eneco en PepsiCo hebben zeer ambitieuze klimaatdoelstellingen. Dit project is voor beide bedrijven het eerste industriële elektrificatieproject met een hoge temperatuuropslag in Nederland. Het is ook het eerste elektrificatieproject in de Nederlandse levensmiddelenindustrie op deze wijze. Voor PepsiCo is dit ook de eerste grootschalige duurzame elektrificatie van een chipsfabriek.

Klimaatneutraal

PepsiCo kijkt wereldwijd naar manieren om zijn processen duurzamer te maken. Met het oog daarop heeft het in het kader van zijn duurzaamheidsstrategie ‘PepsiCo Positive’ (pep+) doelen gesteld voor de verduurzaming in de hele waardeketen, van de aardappel op het veld tot het eindproduct – de zak chips. Een van de pijlers onder de pep+ strategie betreft het aanpakken van CO2-emissie. Concreet zal het tegen 2030 de uitstoot van broeikasgassen met meer dan 40% reduceren, en voor de fabrieken staat er een doelstelling van maar liefst 75% minder uitstoot. Tegen 2040 wil PepsiCo wereldwijd klimaatneutraal kunnen werken.

Eneco wil samen met zijn klanten klimaatneutraal zijn in 2035 en helpt zijn partners te verduurzamen door het aanbieden van verschillende oplossingen. Elektrificatie met duurzame energie is een belangrijke oplossing om het gasgebruik in de industrie verder terug te brengen en zo CO2-uitstoot verder te reduceren. In de chipsfabriek kan de duurzame warmte direct worden gebruikt of kan het worden opgeslagen om later te gebruiken. Dit laatste wordt gedaan met behulp van een innovatieve technologie van het Duitse Kraftblock.

Container met ijzerslakken

Een elektrische weerstandverwarming (E-heater) verwarmt lucht tot 800C. Deze hete lucht wordt door een grote container met ijzerslakken gevoerd en de warmte wordt afgegeven aan de ijzerslakken. Deze zijn zeer geschikt voor het vasthouden van warmte op hoge temperatuur voor langere tijd. IJzerslakken zijn een restproduct van de metaalindustrie dat anders wordt weggegooid. Nu wordt het samen met een fosfaatbinder verwerkt tot een product voor energieopslag. Wanneer de warmte dan weer nodig is, wordt de luchtstroom omgedraaid en geven de ijzerslakken hun warmte weer af aan de lucht. Deze hete lucht wordt dan gebruikt voor het verwarmen van thermische olie die gebruikt wordt om de chips te bakken.

Dankzij het elektrificeren van de warmteproductie met een toevoeging van thermische opslag kan PepsiCo in Broek op Langedijk meer dan 8.500 ton CO2 per jaar reduceren, wat goed is voor een reductie van 51%. Dit is de eerste stap en het doel is om uiteindelijk de CO2-uitstoot van de fabriek met circa 98% te reduceren door elektrificatie. De bouw van de thermische opslag start naar verwachting medio 2023 en zal, als alles volgens planning verloopt, eind 2023 gereed zijn. Het project wordt ondersteund door een DEI+ subsidie van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Steenfabriek Rodruza, energiebedrijf Essent, branchevereniging KNB-keramiek en waterstofspecialist HyMove maken gezamenlijk een grote stap, die grootschalige toepassing van waterstof door industrie dichterbij brengt en ontwikkelen hiertoe een compleet nieuwe Supply Chain. Dit alternatief is mogelijk met LOHC. De partijen starten op 6 oktober een operationeel proefproject met een bewezen technologie van Hynertech (China) met het ondertekenen van een samenwerkingsovereenkomst.

Waterstof nodig voor verduurzamen energieintensieve industrie

De industrie moet overschakelen van aardgas naar duurzame energiebronnen. Een enorme uitdaging, zeker voor de baksteenindustrie, die geldt als energie-intensief. Aardgas is nodig voor de hoge temperatuur die nodig is en omdat dit een rol vervult in het proces van klei naar product. In opdracht van provincie Gelderland zocht HyMove, samen met Essent, steenfabriek Rodruza in Rossum en de branchevereniging Koninklijke Nederlandse Bouwkeramiek (KNB), naar een alternatief.

Een gemiddelde steenfabriek verbruikt, als grootverbruiker, circa 6 miljoen m3 aardgas per jaar. Wat neerkomt op ongeveer 32.000 kilo waterstof per week. Dat geeft een enorme uitdaging voor leveringszekerheid, transport en opslag. Rodruza en Essent willen met het geplande proefproject de haalbaarheid en betrouwbaarheid van deze leverketen bewijzen.

Nieuwe elektrolyser voor groene waterstof

Voor de productie van groene waterstof laat Essent een elektrolyser bouwen op een locatie nabij Ochten aan de Waal. Op termijn zullen ook andere, verder weg gelegen productielocaties voor waterstof, bijvoorbeeld Marokko en Zuid-Spanje, in de Supply Chain kunnen worden opgenomen.

Gelders gedeputeerde Jan van der Meer: “De industrie is een cruciale factor in het omschakelen naar duurzame energie. Verduurzamen is een grote uitdaging. LOHC lijkt een veelbelovende oplossing voor het transport van waterstof. Daarom steunen wij deze samenwerking van harte, mooi dat deze innovatie in Gelderland wordt toegepast. “

Wat is LOHC

Bij het gebruik van LOHC als waterstofdrager, wordt waterstof gebonden aan een organische olie, getransporteerd en op de plaats van bestemming weer aan de olie onttrokken. Nadat de waterstof uit de LOHC is gehaald, gaat de olie terug naar de waterstofleverancier om daar weer opnieuw de keten te starten.

De voordelen van LOHC

Het opslaan van waterstof in LOHC heeft structureel betere mogelijkheden voor transport en opslag dan in gasvorm. Ook de veiligheid, kosten, gebruiksgemak en Technology Readiness Level (TRL-niveau) van de toe te passen technieken zijn van belang bij deze ontwikkelingen en markt toepassingen.

Operationeel proefproject

Kern van het proefproject is de toepassing van de hele keten op grotere schaal en de rol in de waardeketen zichtbaar te maken. Er worden bestaande technieken gebruikt en de logistiek wordt door bestaande transportmiddelen uitgevoerd. Zo wordt echt inzichtelijk wat nodig is om groene waterstof met voldoende leveringszekerheid en voor economisch haalbare kostprijs te leveren. Zodat de overschakeling op duurzame energie echt gerealiseerd kan worden. Voor een toekomstig vervolg op het demo project, waarbij grootschalig waterstof in deze drager wordt geïmporteerd, worden met mogelijke partners verkennende gesprekken gevoerd.  Het proefproject start eind 2022 en duurt 3 jaar.

Foto: ondertekenaars samenwerkingsovereenkomst: Ewald van Hal, Ivo Würzner, Maarten Moolhuysen, Theo Hendriks. Via videoverbinding professor H. Cheng, oprichter van Hynertech.

[ad_2]

Source link

Berichten paginering