[ad_1]

Waterschappen hebben op 14 oktober bekend gemaakt te streven naar klimaatneutraliteit in 2035. Zij leggen daarmee de lat voor duurzaamheid hoger dan de landelijke ambities en hopen andere partijen te inspireren. Dirk-Siert Schoonman, bestuurder van de Unie van Waterschappen: “Het is geen wonder dat de klimaatverandering ons zo aan het hart gaat, want wij merken in het waterbeheer als eersten de gevolgen in ons dagelijks werk. Wij zijn eigenlijk de ‘kanarie in de kolenmijn’. Het weer hebben wij als mens niet in de hand, maar de klimaatverandering kunnen we beïnvloeden. Dus gaan we als waterschappen aan de slag.”

In de op 14 oktober vastgestelde strategische visie ‘Op weg naar klimaatneutraliteit’ geven alle 21 Nederlandse waterschappen aan hun klimaatvoetafdruk nog beter in beeld te zullen brengen en te streven naar klimaatneutraliteit in 2035. Daarbij kijken ze naar de broeikasgassen die het waterschap zelf veroorzaakt, waaronder lachgas en methaan op de rioolwaterzuiveringen. En naar de uitstoot van derden die in opdracht van het waterschap werken. Ook streven zij naar beperking van de emissies van broeikasgassen in hun omgeving, zoals uit veenweiden, oppervlaktewater en waterbodems.

Belangrijke schakel

Minister Rob Jetten voor Klimaat en Energie heeft zijn steun uitgesproken voor de visie van de waterschappen: “Ik ben onder de indruk van de ambities. Klimaatverandering tegengaan vereist een gezamenlijke inspanning van alle overheden. Waterschappen zijn niet alleen een belangrijke schakel om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Ze geven het goede voorbeeld aan de rest van Nederland door ook te helpen bij het tegengaan van klimaatverandering.”

Ruimtelijke ontwikkeling

Dirk-Siert Schoonman van de Unie van Waterschappen: “De zeespiegelstijging gaat sneller dan gedacht en dit is zorgwekkend. Meer dan de helft van Nederland ligt beneden de zeespiegel of in overstromingsgevoelig gebied, waar bovendien twee derde van ons nationaal inkomen wordt verdiend. Hoe houden we Nederland ook op de lange termijn veilig? Het is essentieel dat water en bodem sturend worden bij besluiten over de ruimtelijke ontwikkeling. Waterschappen werken niet alleen hard aan het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. We stellen ook alles in het werk om die verandering te voorkomen en bij te dragen aan de verduurzaming van de energievoorziening in Nederland. ”

Duurzame energie

Een tussenstap is de energieneutraliteit die de waterschappen voor 2025 als sector al hebben afgesproken in het klimaatakkoord van 2019. Door zo min mogelijk energie te verbruiken en zoveel mogelijk duurzame energie zelf op te wekken, bijvoorbeeld uit rioolwater. En terreinen ter beschikking te stellen voor zonnepanelen en windmolens. Goede voorbeelden zijn de versnelde productie van groen gas en innovaties zoals groene waterstof op de rioolwaterzuivering.

Lokaal energiesysteem

De waterschappen beschikken over meer dan 300 rioolwaterzuiveringen en beschouwen die steeds meer als een slim lokaal energiesysteem. Ook aquathermie – het duurzaam verwarmen en koelen van woningen met water- heeft een grote potentie. Het potentieel aan duurzame bronnen waarover de waterschappen beschikken overstijgt de eigen energiebehoefte. Vanuit hun maatschappelijke verantwoordelijkheid willen waterschappen deze bronnen inzetten en zo actief bijdragen aan klimaatneutraliteit in de regio.

Circulair materialengebruik

Grondstoffenverbruik houdt een rechtstreeks verband met energieverbruik en dus met klimaatbeleid. Door in te zetten op het gebruik van duurzamere materialen, gebruiken waterschappen minder energie en fossiele brandstoffen, waardoor minder CO2-uitstoot plaatsvindt. En dit remt de uitputting van grondstoffen. Bijvoorbeeld door bij het versterken van dijken grond uit de regio opnieuw te gebruiken of onderdelen van zuiveringsinstallaties te hergebruiken. Dat is circulair en levert ook CO2-besparing op omdat er minder transport nodig is.

Financiering

Lidwin van Velden, directievoorzitter van de Nederlandse Waterschapsbank, is verheugd met de ambitie van de waterschappen: “Als dé duurzame waterbank steunen wij de ambitie van de waterschappen om in 2035 al klimaatneutraal te willen zijn volop! Wij staan klaar om de waterschappen van passende en zo goedkoop mogelijke financiering te voorzien en samen te investeren in een waterbewuste en duurzame samenleving.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Het merendeel (79 procent) van de bedrijven heeft dit jaar maatregelen genomen om de bedrijfsvoering duurzamer te maken. Dit meldt het CBS op basis van de maandelijkse conjunctuurenquête die begin september 2022 werd gehouden. Het onderzoek is gedaan onder bedrijven in de industrie, auto- en detailhandel en de dienstverlening. Bijna 39 procent van de bedrijven zegt een combinatie van maatregelen te hebben genomen rond energie, uitstoot of de circulaire economie. Bijna 20 procent heeft vooral verduurzaamd op het gebied van energie. Maatregelen omtrent circulaire economie (14 procent) en uitstoot (6 procent) worden minder vaak genoemd. 21 procent van de bedrijven heeft dit jaar hun bedrijfsvoering niet verder verduurzaamd.

Bedrijven actief in vervoer en opslag en in verhuur en overige zakelijke diensten geven vaker dan de andere bedrijfstakken aan dit jaar te werken aan hun uitstoot. Voor de bedrijfstakken verhuur en handel van onroerend goed en cultuur, sport en recreatie geldt dit voor energiemaatregelen. Voor de horeca zijn circulaire maatregelen van groter belang geweest.

Afhankelijkheid van derden kan verduurzaming belemmeren

Voor bijna een kwart van de ondernemers is de afhankelijkheid van derden de belangrijkste belemmering bij het verduurzamen van het bedrijf. Bijna 13 procent noemt een tekort aan financiële middelen als belangrijkste belemmering. Een bijna even grote groep (12 procent) ziet te weinig voordelen van verduurzaming. Daar staat tegenover dat ruim 3 op de 10 bedrijven geen belemmeringen ervaren bij het verduurzamen.

Bedrijven in de horeca en de cultuur, sport en recreatie geven een tekort aan financiële middelen vaker als belangrijkste belemmering aan dan bedrijven in andere bedrijfstakken. Bedrijven in vervoer en opslag en de verhuur en handel van onroerend goed noemen de afhankelijkheid van derden vaker als belangrijkste belemmering.

Een derde vindt bedrijfsvoering grotendeels of geheel duurzaam

Een derde van de bedrijven beoordeelt hun bedrijfsvoering als grotendeels of helemaal duurzaam. Bijna de helft zegt dat hun bedrijf deels duurzaam werkt, en volgens 15 procent is het bedrijf in kleine mate duurzaam. De uitkomsten betekenen niet dat alle economische activiteiten even duurzaam zijn. Bedrijven vergelijken hun prestaties bijvoorbeeld eerder met normen, collegabedrijven of verduurzamingsmogelijkheden binnen hun bedrijfstak dan dat zij zich vergelijken met (duurzamere) andere bedrijfstakken.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Tijdens CES Unveiled in Amsterdam is bekend gemaakt dat Supersola met haar innovatieve Plug & Play zonnepaneel de CES (Consumer Electronics Show) 2023 Innovation Award heeft gewonnen in de categorie “Home Appliances”. Supersola maakt van een zonnepaneel een apparaat dat iedereen thuis gewoon kan inpluggen en gebruiken. Samen met 70 andere Nederlandse startups en scaleups reizen ze af naar de CES 2023 in Las Vegas. 

CES Innovation Awards

De CES Innovation Awards is een jaarlijks terugkerende wedstrijd georganiseerd op initiatief van de Consumer Technology Association (CTA). De jury bestaat uit deskundigen uit de industrie welke beoordelen op basis van innovatie, engineering, functionaliteit. Bovendien moeten de inzendingen passen binnen het thema ‘tech solutions for a responsable future’. De Innovation Award is één van de meest prestigieuze awards die een bedrijf in de technologiewereld kan ontvangen. Supersola heeft gewonnen omdat het zonnepanelen op een heel nieuwe manier in de markt zet; gemakkelijk en toegankelijk voor iedereen.

Julius Smith, oprichter Supersola: “Het feit dat wij gewonnen hebben in de categorie ‘Home Appliance’ onderstreept precies wat ons bijzonder maakt. Wij maken een zonnepaneel die je – net als de wasmachine – gewoon in het stopcontact steekt en zijn werk doet zonder gedoe. Gezien de stijgende kosten voor vele huishoudens zien wij het als onze taak om de Supersola nog sneller te ontwikkelen. Daarmee bieden we mensen de mogelijkheid zelf energie op te wekken en hun energierekening te verlagen.”

Plug & Play zonnepaneel van Supersola; start met 1 paneel, plug in elk geaard stopcontact en verhuis hem mee

De Supersola is een gepatenteerde Plug & Play zonnepaneel. Aansluiten kan in drie eenvoudige stappen: uitklappen, vullen met water en de stekker in een geaard stopcontact steken. Het vullen met water is – net als bij een parasolvoet – om hem zwaar te maken zodat hij niet wegwaait. Zonder water is hij ook verhuisbaar en neem je hem makkelijk mee naar je nieuwe (huur)huis. Via de normale stekker levert de Supersola stroom aan je huis. Die stroom wordt eerst gebruikt door je apparaten thuis, maar laat de meter zelfs terugdraaien als je niet thuis bent. Je kunt met één paneel beginnen en uitbreiden wanneer je wilt. Omdat ze modulair zijn kun je meerdere doorlussen met maar één stekker.

Crowdfunding campagne; sneller groeien door te investeren in logistiek

Supersola heeft zijn verkopen enorm zien groeien in de afgelopen maanden, zowel via de website als via de bouwmarkten. De aanhoudende energiecrisis zorgt dat mensen naar alternatieven gaan zoeken om de energierekening te verlagen. Vanwege hoge voorfinanciering lukt het Supersola momenteel niet om aan deze grote vraag te voldoen. Daarom start het samen met ambassadeurs, klanten en geïnteresseerde een crowdfunding. Door nu een crowdfunding campagne te starten en te investeren in een verbeterde logistiek proces verwacht Supersola grotere batches te kunnen produceren en daardoor meer mensen te kunnen helpen hun energierekening te verlagen. Meer informatie over de crowdfunding is te vinden op www.joinsupersola.nl.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Bomen planten of bos beschermen is geen manier voor Shell om zijn uitstoot te compenseren. Het bedrijf wil de uitspraak in de Klimaatzaak Shell uitvoeren door 120 megaton CO2 te compenseren met bomen in 2030. Dat is evenveel als 85% van de gehele Nederlandse uitstoot. Een schijnoplossing, zo blijkt uit onderzoek van Milieudefensie. De enige manier om aan het vonnis te voldoen, klimaatverandering te stoppen en geen mensenlevens meer te bedreigen is door minder broeikasgassen uit te stoten, zegt Milieudefensie.

“Shell plant een sprookjesbos met compensatie als ‘oplossing’. Dat leidt af van wat het bedrijf echt moet doen om gevaarlijke klimaatverandering tegen te gaan: minder uitstoten”, zegt Nine de Pater, campagneleider van Milieudefensie. “Met compenseren komt Shell er niet. De theoretische onderbouwing is slecht: het is een tijdelijke oplossing voor een permanent probleem. Bovendien zien we in Kenia en Indonesië dat dit soort projecten een bedreiging voor de mensenrechten vormen. Shell moet gewoon minder uitstoten.”

Compenseren met bos kan niet

Het planten van bomen of beschermen van bos heet in vaktermen Nature-Based Solutions (NBS). Deze aanpak werkt niet, blijkt uit het rapport. De belangrijkste reden is dat CO2 permanent in de lucht blijft, terwijl een boom CO2 maar tijdelijk opslaat. Eén bosbrand en alle CO2 komt weer vrij en de aarde warmt verder op. Een ander groot probleem met NBS is de grote hoeveelheid land die nodig is om Shell’s uitstoot te compenseren. Vaak wordt land gebruikt in het mondiale Zuiden, omdat dat goedkoper is en bomen er sneller groeien.

Projecten in Kenia, Peru, Indonesië

Het rapport kijkt naar 3 NBS projecten die samen goed zijn voor 80% van Shell’s huidige CO2 -compensatie met bomen. Het project in Kenia is een sterk voorbeeld van hoe de lokale bevolking schade ondervindt. Nine de Pater: “We zien dat maar 5% van de aandeelhouders van het project lokale bewoners zijn, terwijl zij zelfs geen tak meer uit het bos mogen halen om thuis op te stoken voor warmte en koken.” De verwachte ontbossingscijfers zijn door het bedrijf dat compensatierechten verkoopt in Peru flink overdreven, waardoor het meer geld kan vragen voor het beschermen van het bos. Met het project in Indonesië rekent Shell zich rijk, het is daar sterk de vraag of er überhaupt wel ontbost zou worden.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Volgens het Living Planet Report (LPR) 2022 van het Wereld Natuur Fonds (WWF) is de populatiegrootte van in het wild levende dieren – zoogdieren, vogels, amfibieën, reptielen en vissen – sinds 1970 gemiddeld met 69% gedaald. Het rapport dat tot stand komt met medewerking van bijna 100 internationale wetenschappers en onderzoekers toont de ‘dubbele noodsituatie’ van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies. De twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en hierin schuilt volgens de natuurorganisatie ook de oplossing. Meer natuur is beter voor het klimaat. En een stabiel klimaat is beter voor de natuur. Met het rapport toont WWF de toestand van de natuur en alarmeert overheden, bedrijven en het publiek om nu ingrijpende maatregelen te nemen om de afname van biodiversiteit nog te kunnen keren.

De daling van 69% is gebaseerd op onderzoek onder bijna 32.000 populaties van 5.230 in het wild levende diersoorten, zoals zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën en vissen, meer dan de voorgaande edities. Er zijn 838 nieuwe soorten en meer dan 11.000 nieuwe populaties toegevoegd aan de laatste Living Planet Index, die in 2020 werd uitgebracht.

Kirsten Schuijt, CEO WWF-NL: “Het is zorgwekkend dat we er met z’n allen nog steeds niet in geslaagd zijn deze neerwaartse trend om te buigen en dat het nog steeds slecht gaat met de natuur. Natuur is van levensbelang. We moeten actie ondernemen en van wereldwijd natuurverlies naar wereldwijde natuurwinst. Zo snel mogelijk.”

Groot verlies voor tropische gebieden

Tropische gebieden en zoetwaterpopulaties hebben het meest te lijden onder bedreigingen zoals grootschalige ontbossing voor met name landbouw, klimaatverandering, overbevissing, stroperij en ook vervuiling. Uit de gegevens blijkt met name dat de populatiegrootte in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied met tussen 1970 en 2018 gemiddeld 94% zijn afgenomen. “Dat is verontrustend” zegt WWF. “De Amazone is een sprekend voorbeeld. Wetenschappers zeggen dat als de vernietiging van het Amazonegebied in dit tempo doorgaat er spoedig een kantelpunt bereikt wordt. Dan zal het bos niet meer dezelfde functies kunnen vervullen De hele planeet zal dan de voordelen van het Amazonegebied, zoals de regulering van het klimaat, verliezen.”

Mangrove tropisch gebied

“De natuur in al zijn diversiteit en klimaat zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Klimaatverandering heeft een grote impact op natuur en biodiversiteit. Hitte, droogte, natuurbranden maar ook overstromingen, het zijn de vingerafdrukken van de opwarmende aarde. Andersom kan herstel van natuur klimaatverandering significant vertragen. Zo kan bijvoorbeeld bescherming van bos niet alleen zorgen voor veel CO2 opslag, maar ook voor verminderen van droogte en tempering van hitte.” vertelt WWF-ambassadeur Reinier van den Berg.

De grootste afname is waargenomen in zoetwaterpopulaties, met gemiddeld 83%. Verlies van leefgebied maar ook obstakels zoals stuwen en dammen in rivieren zijn verantwoordelijk voor deze afname. Ook in Nederlandse rivieren hebben vissen en andere zoetwaterdieren te maken met deze onnatuurlijke barrières.

Nu of nooit

De komende jaren zijn cruciaal. De natuurorganisatie geeft aan dat we niet meer kunnen wachten en nu actie moeten ondernemen om de negatieve trends van natuurverlies en klimaatverandering om te buigen. Dit kan door inspanningen op het gebied van natuurbehoud en -herstel te vergroten, voedsel duurzamer te produceren en te consumeren én alle sectoren snel CO2 neutraal te maken. De auteurs roepen beleidsmakers wereldwijd op om de economieën zo te veranderen dat de waarde van natuurlijke hulpbronnen integraal wordt meegewogen.

Dit jaar biedt een unieke kans voor de natuur. Wereldleiders komen bij in het najaar bijeen tijdens de klimaattop- COP27 en Convention on Biological Diversity (CBD) van de Verenigde Naties. Dat zijn dé momenten om een koerswijziging door te voeren in het belang van mensen en de planeet. WWF pleit voor een ‘Parijs-achtige’ overeenkomst waar de wereldleiders zich aan committeren waarmee het verlies aan biodiversiteit wordt geremd en tegen 2030 een natuur positieve wereld mogelijk wordt gemaakt. “Het is nu of nooit voor natuur en het klimaat en dus voor onze toekomst” aldus Schuijt.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

VDL Bus & Coach en RWE werken samen in het innovatieve project Anubis, waarbij 43 ion-lithium batterijen een ‘tweede leven’ krijgen: na intensief gebruik in elektrische bussen van fabrikant VDL worden gebruikte batterijendoor RWE gekoppeld op het terrein van de elektriciteitscentrale in Moerdijk, om zo een energieopslagsysteem te vormen. Op deze manier leveren de ‘second life’ batterijen een belangrijke bijdrage aan de stabiliteit van het elektriciteitsnet en helpen ze het net te ontlasten door vraag en aanbod in balans te houden.

Roger Miesen, CEO RWE Generation SE: “RWE loopt voorop bij de ontwikkeling van innovatieve oplossingen voor energieopslag. Batterijen zijn zeer geschikt om vraag en aanbod van elektriciteit in evenwicht te houden en zo het net te helpen stabiliseren. Met Anubis zullen we second-life batterijen verder gebruiken als duurzaam alternatief voor nieuwe batterijen. Dit is een kans om snel, efficiënt en duurzaam hoogwaardige opslagoplossingen te bieden. Met dit project doen we ervaring op die ons zal helpen bij het ontwikkelen van toekomstige batterijprojecten.”

Paul van Vuuren, CEO VDL Bus & Coach, vult aan: “In dit project gebruiken we in eerste instantie de batterijen van 43 elektrische VDL-bussen die sinds 2016 in Eindhoven rijden. Deze voertuigen krijgen momenteel een nieuw en groter batterijpakket, maar de gebruikte batterijen hebben nog voldoende capaciteit om in een opslagfaciliteit te worden gebruikt. In Europa zijn we een voorloper op het gebied van elektrisch openbaar vervoer. Het aanbieden van een duurzame circulaire oplossing voor onze batterijen past in onze strategie. De toepassing ervan vergt echter nog veel nieuwe kennis en ontwikkeling. Samen met RWE gaan we daarom in dit project veel testen en data verzamelen, zodat we nog meer kunnen bijdragen aan de verduurzaming van onze samenleving.”

VDL en RWE willen de komende jaren nog meer batterijen uit bussen op deze manier inzetten. De vraag naar elektrische bussen neemt in Nederland en omringende landen snel toe, terwijl ook de behoefte aan opslagcapaciteit groeit. Ervan uitgaande dat na 2030 alle bussen en een toenemend aantal auto’s en vrachtwagens in Nederland op elektriciteit rijden, zal elk jaar meer dan 150.000 ton batterijen het einde van hun eerste levenscyclus bereiken. Deze batterijen worden momenteel als afval beschouwd en als zodanig meestal naar recyclingbedrijven in het buitenland gebracht. Door deze batterijen in plaats daarvan in opslagfaciliteiten te gebruiken, wordt hun productieve levensduur verlengd. Dit vermindert ook het gebruik van grondstoffen zoals zeldzame aardmetalen. Bovendien draagt Anubis bij tot de vermindering van de CO2-uitstoot, aangezien de CO2 voetafdruk van de productie van batterijen over veel meer jaren en laadcycli wordt gespreid. Aan het einde van hun levenscyclus worden de batterijen op een verantwoorde wijze ontmanteld en worden de materialen zoveel mogelijk hergebruikt.

Wind- en zonne-energie zijn weersafhankelijk en daarom fluctueert de aan het netwerk geleverde energie. Batterijopslag kan op drie manieren de overgang naar een duurzamere energievoorziening ondersteunen. Om te beginnen kunnen batterijen in tijden van veel of weinig productie uit hernieuwbare bronnen energie opslaan of leveren om vraag en aanbod in evenwicht te brengen. Ten tweede wordt de bestaande netwerkcapaciteit efficiënter gebruikt door vraag en aanbod op piekmomenten te verminderen en kunnen meer leveranciers en afnemers op het netwerk worden aangesloten. Ten slotte kunnen de batterijen op verzoek van netbeheerder TenneT snel energie opslaan of leveren en zo de frequentie van het hoogspanningsnet helpen stabiliseren.

De geplande opslagfaciliteit in Moerdijk zal naar verwachting in 2023 operationeel worden. RWE werkt al aan batterijprojecten in Duitsland, België, het Verenigd Koninkrijk en de VS. In haar aanbod voor de tender voor het offshore windpark Hollandse Kust West heeft RWE ook een voorstel opgenomen voor de bouw van de grootste batterij in Noord-Nederland. Hierdoor wordt het de komende jaren gemakkelijker om duurzame productiecapaciteit op het net aan te sluiten.

Het eerste project van RWE van deze aard werd in 2021 in gebruik genomen, met een energieopslagsysteem bestaande uit gebruikte ion-lithium batterijen van Audi op het terrein van de waterkrachtcentrale in Herdecke, Noordrijn-Westfalen. Het is de ambitie van RWE om zijn batterijopslagcapaciteit te laten groeien tot 3 gigawatt in 2030.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Veel consumenten begrijpen de informatie die bedrijven geven over CO2-compensatie slecht. De helft van hen ziet geen of weinig verschil tussen CO2-reductie en CO2-compensatie. De term ‘CO2-neutraal’ begrijpen de meeste consumenten niet. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft laten onderzoeken in hoeverre consumenten de claims over CO2-compensatie bij aankoop van een vliegticket begrijpen. De ACM concludeert dat misleiding rond het gebruik van deze duurzaamheidsclaims op de loer ligt en pakt misleidende claims aan.

Edwin van Houten, directeur Consumenten van de ACM: “Steeds meer bedrijven compenseren de CO2-uitstoot van de producten en diensten die zij verkopen. Het is belangrijk dat de informatie die zij hierover geven duidelijk is voor consumenten. Uit ons onderzoek blijkt dat consumenten de term ‘CO2-neutraal’ slecht begrijpen, evenals het verschil tussen CO2-reductie en CO2-compensatie. Misleiding ligt bij het gebruik van vage en onduidelijke termen op de loer. Daar treden wij dan ook tegen op.”

Consumentenonderzoek CO2-claims

De belangrijkste uitkomsten van het onderzoek naar de waardering van CO2-claims bij de aankoop van vliegtickets zijn:

  • Termen zoals ‘CO2-neutraal’ worden slecht begrepen.
  • Minder dan de helft van de consumenten ziet verschil tussen CO2-reductie en CO2-compensatie.
  • Consumenten hebben weinig vertrouwen in CO2-compensatieclaims en denken dat onafhankelijke certificaten het vertrouwen zouden vergroten.
  • Consumenten vinden duidelijke uitleg van CO2-compensatieclaims belangrijk. Meer, betere en duidelijkere informatie zal hen helpen in beter begrip van CO2-compensatieclaims. Tegelijkertijd blijkt uit het onderzoek dat extra informatie niet altijd leidt tot een andere aankoopbeslissing.
  • Vier op de tien consumenten vindt het belangrijk dat een vorm van CO2-compensatie wordt geboden, maar in de praktijk is de prijs het belangrijkste aspect bij de aankoop van een vliegticket.

Deze uitkomsten laten zien dat er een serieus risico op misleiding is bij het gebruik van algemene en vage termen, zoals ‘CO2-neutraal’ en ‘klimaatneutraal’. Bedrijven moeten deze termen dan ook vermijden en een duidelijke en concrete uitleg geven bij hun claims. De ACM ziet dat bedrijven in verschillende sectoren gebruik maken van deze algemene en vage termen. De ACM zal de komende tijd extra letten op het gebruik van misleidende CO2-claims. Zij roept consumenten en bedrijven op om signalen te melden over algemene of vage CO2-compensatie claims. De signalen kunnen leiden tot handhaving.

Waar moet je als consument op letten?

Als consument moet je claims over CO2-compensatie kritisch bekijken. Er zijn veel aanbieders van projecten voor CO2-compensatie, de een betrouwbaarder dan de ander. Bovendien betekent het feit dat de CO2-uitstoot wordt gecompenseerd niet dat alle klimaatschade teniet is gedaan. CO2-compensatie is dus iets anders dan het verminderen van CO2-uitstoot, oftewel CO2-reductie.

Let bij het kopen van een product waarvoor de CO2-uitstoot wordt gecompenseerd op de volgende punten:

  • Is het project onafhankelijk gecertificeerd?
  • Is duidelijk hoeveel CO2 wordt gecompenseerd en hoe dit is berekend?
  • Kun je zien hoe de CO2 wordt gecompenseerd, in welke projecten?

Strengere regels

Hoewel het doen van misleidende duurzaamheidsclaims, of ‘greenwashing’, onder het huidige consumentenrecht al verboden is, wordt wetgeving hierop verscherpt. In het recente Europese wetsvoorstel “Versterken van de positie van de consument voor de groene transitie” worden duidelijke grenzen gesteld aan het gebruik van termen zoals ‘klimaatneutraal’ en ‘CO2-neutraal’. Dit om misleiding te voorkomen en  consumenten in staat te stellen bewust duurzame keuzes te maken. De ACM onderstreept het belang hiervan.

ACM en duurzaamheid

De ACM laat markten werken voor mensen en bedrijven, nu en in de toekomst. Duurzame producten en duurzame consumptie zijn essentieel voor een toekomstbestendige samenleving. De ACM draagt hieraan bij door het toezicht op duurzaamheidsclaims van bedrijven. Consumenten moeten met vertrouwen een duurzame keuze kunnen maken. Bedrijven die zich inspannen voor duurzaamheid moeten worden beschermd tegen bedrijven die oneerlijk concurreren door gebruik te maken van misleidende claims. Ook wil de ACM de juiste voorwaarden scheppen om de transitie naar een meer duurzame economie te bevorderen. De ACM neemt belemmeringen weg en geeft ruimte waar het kan.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Bugatti is de winnaar in een recent onderzoek naar CO2. Niet als het gaat om de CO2-uitstoot per gereden kilometer, wél als het gaat om CO2-uitstoot van de website. Het automerk stootte met hun site namelijk het minste uit, zo blijkt uit onderzoek van het Groningse B2Design. De Gemeente Haarlem komt in dat onderzoek als tweede uit de bus, de Gemeente Maastricht eindigt op de derde plaats.

Minder plastic gebruiken, iets korter douchen, de verwarming een graadje kouder zetten: er zijn veel manieren om te zorgen voor minder CO2-uitstoot. Ook websites kunnen daarin verschil maken.

Ieder websitebezoek kost namelijk energie. Energie voor de server waar pagina’s worden opgevraagd. Energie om teksten, afbeeldingen en video’s naar de bezoeker te krijgen (dataverkeer). Energie om deze elementen te renderen (computer rekenkracht) én energie om de website uiteindelijk op een scherm te projecteren.

Onderzoek naar 258 websites

B2Design onderzocht 258 websites in 8 verschillende categorieën, om te kijken welke websites een lage uitstoot hebben – en welke niet. Zoals hieronder te zien is, doet Bugatti het in de top 50 het beste qua CO2-uitstoot. De CO2-uitstoot per unieke bezoeker is bij het automerk Bugatti het laagst van alle onderzochte websites, terwijl de uitstoot bij voetbalclub Dinamo Kiev het hoogst is.

Dit zijn alle ‘winnaars’ per categorie, de sites met de laagste uitstoot:

Uit het onderzoek volgen een aantal interessante uitkomsten:

  • Slechts 73 van de 258 websites scoren een voldoende;
  • De gemiddelde uitstoot per website is: 3,598593625 gram CO2-uitstoot per bezoeker;
  • De website van voetbalclub Dynamo Kiev is een grootverbruiker met 55,963 gram CO2-uitstoot per websitebezoeker;
  • Alle bezoekers (bijna 1,5 miljoen) van ajax.nl zorgden in juni 2022 voor een totale website-uitstoot van 4873 kilogram. Daar kunnen de lampen in De Kuip 680 minuten van branden;
  • Alle bezoekers van Tesla.com zorgden in juni 2022 voor een totale CO2-website uitstoot van 5851 kilo. Daar kun je 188.745 kilometer mee rijden in een Tesla.

Reactie van voetbalclub PSV (3e plaats): “We zijn ons altijd bewust van onze maatschappelijke verantwoordelijkheid, ook als het gaat om CO2-uitstoot, en zijn daardoor ook continu op zoek naar verbetering. Want ondanks dat we het niet ‘slecht’ doen, zijn we blij met de verbeterpunten uit het rapport, welke we serieus gaan bekijken en waar mogelijk door gaan voeren.”

Reactie van Erwin Hofman, pagespeed-expert bij erwinhofman.com: “Via Microsoft & Google’s serverparken in Nederland, streaming en blockchain krijgt online duurzaamheid meer aandacht. Maar binnen websites en shops spreekt het nog niet altijd tot de verbeelding, terwijl het cumulatief een groot verschil kan maken. En het mooie: er is een sterk verband tussen een CO2-vriendelijke website en een snelle en dus beter converterende website.”

Meer informatie

Bekijk alle onderzoeksdata hier

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Woensdag 12 oktober lanceerde de gemeente Utrechtse Heuvelrug en 27 lokale Klimaatpartners het Lokaal Klimaatakkoord Utrechtse Heuvelrug. Een doe-akkoord waarmee inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties afspreken samen te gaan werken om hun CO2-uitstoot terug te dringen én de energierekening omlaag te brengen. Dit doen zij door van elkaar te leren, elkaar te inspireren, te motiveren en te helpen. Het digitale platform heuvelrugdoetmeer.nl en de Klimaattafels gaan hierin een belangrijke rol spelen.

Wethouder Duurzaamheid Karin Oyevaar: “Een platform met verhalen en tips om te verduurzamen en energie te besparen is meer dan welkom! Niet alleen omdat we willen helpen om de opwarming van de aarde tegen te gaan, maar ook omdat energieprijzen de pan uit rijzen en veel inwoners momenteel grote moeite hebben met het betalen van hun energierekening. Mensen liggen er wakker van, weten niet waar te beginnen. Ook van lokale bedrijven en organisatie krijgen we deze signalen. We denken dat het helpt krachten en kennis te bundelen.”

Op heuvelrugdoetmeer.nl staan verhalen en tips van inwoners voor andere inwoners. Via dit platform delen zij met welke maatregelen zij hun energieverbruik – en ook de energierekening – omlaag hebben weten te brengen. De bedoeling is dat inwoners elkaar hier weten te vinden en dat steeds meer inwoners ook zelf hun tips en adviezen op dit platform gaan delen. Ook het starten van een gezamenlijk initiatief hoort hier thuis. Het zou mooi zijn als inwoners elkaar op die manier kunnen inspireren en vooral ook helpen.

Het samenbrengen van bedrijven en maatschappelijke organisaties gebeurt aan de Klimaattafels. Karin Oyevaar: “Maar liefst 27 partijen uit het onderwijs, bedrijfsleven, natuurbeheer, sport en recreatie ondersteunen het lokaal klimaatakkoord en kunnen zich Klimaatpartner noemen. We hebben deze Klimaatpartners uitgenodigd om de komende periode deel te nemen aan zogenaamde Klimaattafels. Aan die tafels gaan ze, vanuit hun gemeenschappelijke achtergrond, bedenken hoe de CO2-uitstoot kan worden verminderd. Goed om te zien dat er zoveel betrokken organisaties in onze gemeente zijn die samen met dit onderwerp aan de slag willen! Ik hoop dat www.heuvelrugdoetmeer.nl dé centrale plek wordt voor iedereen die aan de slag wilt met verduurzaming en energiebesparing. Ik roep al onze inwoners op om hun duurzame initiatieven te delen. Er gebeurt veel in onze gemeente; nu wordt dit nog beter zichtbaar.”

Op de goed bezochte lancering waren klimaatpartners, inwoners, (oud)raadsleden en anderen aanwezig.  Het platform heuvelrugdoetmeer.nl is ‘live’ gegaan door middel van het plaatsen van het 1e duurzame initiatief. Een groot bord met de logo’s van de 27 partners is onthuld door de wethouder en afgesloten met een feestelijke foto.

Bureau 2030 heeft het traject begeleid.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Climate Action 100+, the world’s largest investor engagement initiative on climate change, has released an interim set of Net Zero Company Benchmark assessments of its focus companies. This is the second round of Benchmark assessment to be published in 2022. The timing of this release marks a change of the analysis and reporting cycle for the Net Zero Company Benchmark assessments from March to October, to improve alignment with corporate reporting and better support investor engagement with focus companies. 159 companies on the initiative’s focus list were measured on their progress against the initiative’s three engagement goals and a set of key indicators related to business alignment with the goals of the Paris Agreement.

Progress on commitments not matched by credible plans

Though this interim update comes only six months after the previous release, the results are still revealing. While focus companies continue to make progress on net zero commitments, this is not matched by the development and implementation of credible decarbonisation strategies. While mindful of current external factors, including the short-term energy security crisis, investors consider the development of corporate decarbonisation strategies a key priority.

The Benchmark’s Alignment Assessments complement the Disclosure Framework by measuring implementation of Paris-aligned corporate actions. Whilst focus companies are incrementally improving their disclosures under the Disclosure Framework, the latest Alignment Assessments suggest their real-world activities do not yet demonstrate any meaningful shifts in business models at some companies to align with the Paris Agreement.

For example, less than one third of electric utility focus companies have a coal phaseout plan consistent with limiting global warming to below 2°C, whilst only 10% of focus companies have broad alignment between their direct climate policy engagement activities and the Paris Agreement.

However, for the first time, a small number of focus companies provided sensitivities to achieving net zero emissions by 2050 (or sooner), as assessed by CTI’s climate accounting and audit indicator. Although a minority, this is a significant step in the right direction of assessing climate change as a material risk.

The multi-layered analysis via the Disclosure Framework and Alignment Assessments highlights the value of the Benchmark’s dual approach in comparing what companies say and what they do.

Key results

The updated assessments released today show that focus companies have continued to improve their disclosures, as shown by the Disclosure Framework, since the March 2022 release of Benchmark assessments. Driven by engagement from Climate Action 100+ investor signatories, the results show that:

  • 75% of focus companies have now committed to achieve net zero emissions by 2050 or sooner across all or some of their emissions footprint (up from 69% in March 2022). In addition, over a third of focus companies have set long-term targets that align with a 1.5°C pathway (an increase of 9% from March 2022).
  • 92% of focus companies have some level of board oversight of climate change (slight increase from 90% in March 2022).
  • 91% of focus companies have aligned with TCFD recommendations either by supporting the TCFD principles or by employing climate-scenario planning (small increase from 89% in March 2022).

When Climate Action 100+ launched at the end of 2017, only five focus companies had set net zero commitments[4]. Investor engagement through the initiative has played a significant role in accelerating the net zero journey of focus companies, particularly around its three engagement goals of cutting greenhouse gas emissions, improving climate governance, and strengthening climate-related financial disclosures. This reinforces the value of Climate Action 100+ in facilitating targeted engagement that has resulted in a tangible impact at some of the world’s largest corporate emitters.

However, the encouraging uptake of net zero commitments is not matched by the development and implementation of credible decarbonisation strategies. As a priority, investors need to see corporates outlining the practical actions on how they will begin to meet their net zero commitments.

Specifically, the assessments reveal:

  • An absence of short and medium-term emissions reductions targets aligned with limiting warming to 1.5°C. Whilst 82% of focus companies have set medium-term targets, only 20% have established ambitious medium-term targets that cover all material scopes and are aligned with a 1.5°C pathway. Only 10% of focus companies have set short-term targets (up to 2025) that are aligned with a 1.5°C scenario and cover all material emissions.
  • Net zero targets are often not supported by strategies to deliver them. Although 53% of companies have a decarbonisation strategy in place to reduce their GHG emissions, only 19% of focus companies quantify key elements of their decarbonisation strategies with respect to the major sources of their emissions, including Scope 3 emissions where applicable.
  • Scope 3 emissions remain absent. Only half (51%) of focus companies have comprehensive commitments for net zero by 2050 or sooner that cover all material GHG emissions, including material Scope 3 emissions.
  • Alignment of capex strategies with net zero transition goals largely remain missing. Only 10% of companies have committed to fully align their capex plans with their GHG targets or the Paris Agreement. However, this is still a positive improvement since the previous Benchmark round and considering that very few focus companies score on Indicator 6 (Capital Alignment) at all.

Disclosure Framework results from the October 2022 Benchmark public summary of results – full presentation here.

The Alignment Assessments, which complement the Benchmark’s Disclosure Framework by measuring implementation of Paris-aligned corporate actions, indicate that despite continued progress on some disclosure indicators, the majority of focus company’s actions are still inadequate in aligning with the Paris Agreement.

Additionally, the Alignment Assessments indicators show:

  • Less than one third (8 out of 32) of electric utility focus companies have a coal phase-out plan consistent with limiting global warming to below 2°C (not 1.5°C), according to Carbon Tracker Initiative (CTI) data. This is unchanged from the March 2022 Benchmark.
  • No change for oil and gas focus companies. Almost two thirds (61%) sanctioned projects that are inconsistent with limiting global warming to below 2°C (not 1.5°C) in 2021, finds CTI.
  • A step change is still needed in the build out of low carbon technologies by electric utility as well as automotive focus companies. Analysis by the Rocky Mountain Institute using the PACTA methodology shows that 94% of electric utility focus companies do not plan to build out sufficient renewable energy capacity and are on a >2.7°C global warming pathway for the next 5 years. Only 17% of automotive focus companies are planning to produce enough electric cars in the next 5 years to be aligned with the IEA Net Zero Emissions by 2050 scenario, whilst no steel, cement, or aviation focus companies’ emissions intensities are aligned with limiting global warming to either 1.5°C or below 2°C.These conclusions are unchanged from the March 2022 Benchmark.
  • The climate policy engagement activities of focus companies and their industry associations remain a barrier to ambitious climate policy. According to InfluenceMap data, only 10% of focus companies have broad alignment between their direct climate policy engagement activities and the Paris Agreement (this is virtually unchanged since the March 2022 Benchmark)and only 4% align their indirect climate policy engagement via industry associations with the Paris Agreement (this is up from a mere 2% in the March 2022 Benchmark).
  • The widespread failure to integrate climate risks into accounting and audit practices persists. No focus company met all criteria of the initiative’s provisional assessment on climate accounting and audit evaluated by CTI and the Climate Accounting and Audit Project (CAAP). However, three focus companies have become the first to demonstrate the impact on their financial statements using assumptions consistent with achieving net zero emissions by 2050.

[ad_2]

Source link

Berichten paginering