[ad_1]

Met een bijdrage tot opwarming van de aarde van 2,2°C behoren Nederlandse ondernemingen tot de kopgroep om emissies te reduceren. Maar ze lopen achter op het behalen van de 1,5 graden doelstelling.

  • Uit een analyse van klimaatdoelstellingen bij bedrijven blijkt dat het akkoord van Parijs momenteel onhaalbaar is.
  • Bedrijven in G7-landen zorgen voor een opwarming van 2,7°C.
  • Europese bedrijven boeken vooruitgang, sinds het stellen van klimaatdoelen in 2020 ‘koelt’ de Europese economie af met 0,3°C, om tot 2,4°C te komen.
  • Nederlandse bedrijven nemen het voortouw in Europa voor emissiereductie waardoor opwarming van de aarde uitkomt op 2,2°C.

Wereldleiders komen in november in Sharm el-Sheikh bijeen om de 1,5°C-doelstelling van het Parijs-akkoord overeind te houden. Door de klimaatambities van de G7 lijkt de COP27-doelstelling onhaalbaar, zo blijkt uit een nieuwe analyse van non-profitorganisatie CDP en managementconsultant Oliver Wyman.

Op basis van de huidige emissiereductiedoelstellingen van bedrijven heeft geen enkel Europees land een bedrijfssector die snel genoeg koolstofarm wordt om de 1,5°C-doelstelling te halen.

Een berekening van de emissiedoelstellingen van de G7-landen wijst uit dat de aarde 2,7°C opwarmt. Het rapport toont aan dat bedrijven in Nederland, Duitsland en Italië de meest ambitieuze emissiereductiedoelstellingen hebben binnen Europa. De gezamenlijke uitstoot zal naar verwachting de opwarming van de aarde tot 2,2°C te beperken. De leidende landen worden gevolgd door Frankrijk (2,3°C), het Verenigd Koninkrijk (2,6°C) en de Verenigde Staten (2,8°C). Canadese bedrijven doen het slecht in de G7, met doelstellingen die leiden tot een opwarming van gemiddeld 3,1°C.

De temperatuurprognoses uit dit onderzoek weerspiegelen de ambitie van bedrijven, niet zozeer het nationale klimaatbeleid of de Nationally Determined Contributions (NDC’s). Nu COP27 nadert, is de kloof tussen wat beleidsmakers beloven en de reële economie levert echter aanzienlijk.

De analyse is gebaseerd op de CDP-temperatuurbeoordeling, die de emissiereductiedoelstellingen van bedrijven vertaalt naar een eindresultaat over de opwarming van de aarde aan de hand van wetenschappelijke methode. De beoordeling, die alle emissies in de waardeketen van bedrijven omvatten (Scope 1-3), geven de waarschijnlijke temperatuurstijging weer als wereldwijde emissies even snel zouden dalen als de doelstellingen van de bedrijven. Om de temperatuur van ieder land te meten, werden de beoordelingen van individuele bedrijven samengevoegd en gewogen naar totale emissies. De analyse laat zien dat Europese bedrijven, in alle sectoren, duidelijk en consistent beter presteren dan Noord-Amerikaanse en Aziatische concurrenten.

De Europese elektriciteitsproductiesector, bijvoorbeeld, loopt voor op alle sectoren ter wereld met een opwarming van 1,9°C. Ter vergelijking, er is een opwarming geraamd van 2,1°C door bedrijven in Noord-Amerika en 3°C door ondernemingen in Azië. De industrie in Europa is veel verder gevorderd met de vaststelling van doelen: voor ongeveer 80% van alle emissies geldt een haalbare doelstelling van 2°C of minder.

De temperatuur in de Europese bedrijfssector wordt in het algemeen omlaag gebracht van 2,7°C in 2020 tot 2,4°C in 2022, wat deels te verklaren is door een snelle toename van 85% van bedrijven met wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen in 2021.

Wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen (SBT’s), die worden beschouwd als de gouden standaard voor streefcijfers omdat zij onafhankelijk worden getoetst aan wetenschappelijke inzichten, zijn een drijvende kracht achter lagere temperatuurstreefcijfers.

Gezamenlijk hebben bedrijven met SBTI’s de uitstoot sinds 2015 met 25% verminderd, in vergelijking met een toename van 3,4% van de wereldwijde uitstoot door energie en industrie.

De hoge temperatuurbeoordeling in landen als Canada en de Verenigde Staten zijn eerder het gevolg van ondernemingen die helemaal geen doelstellingen hebben, dan van doelstellingen die niet ambitieus genoeg zijn.

In Canada valt minder dan de helft (43%) van alle gerapporteerde emissies onder een doelstelling, terwijl bijvoorbeeld in Frankrijk en Duitsland, meer dan 90% van de gerapporteerde bedrijfsemissies afkomstig zijn van bedrijven met gepubliceerde doelstellingen.

Het beperken van de opwarming van de aarde tot 1,5°C is noodzakelijk om verdere gevolgen van klimaatverandering te voorkomen. Het verschil tussen 1,5°C en 2°C omvat bijvoorbeeld een 10x grotere kans op ijsvrije zomers op Noord- en Zuidpool, een 2,6 keer zoveel mensen dat aan extreme hitte wordt blootgesteld, en een dubbel zo groot effect op de zeevisserij en de oogstopbrengsten, aldus het IPCC.

Laurent Babikian, wereldwijd directeur kapitaalmarkten van CDP, verklaarde: “Een stuwende kracht achter snelle emissiereducties, die in overeenstemming liggen het akkoord van Parijs, is het stellen van ambitieuze doelen. Het is voor geen enkel land aanvaardbaar, laat staan voor ’s werelds meest geavanceerde economieën, dat industrieën zo weinig collectieve ambitie tonen. Met alle beschikbare informatie moeten regeringen, beleidsmakers, investeerders en het publiek meer eisen van bedrijven met een grote impact die geen klimaatdoelstellingen hebben. Het momentum neemt toe, nu COP27 nadert, moeten we onze 1,5°C-doelstelling realiseren. Bedrijven met een grote impact op het klimaat, en hun investeerders en kredietverstrekkers, dienen onmiddellijk doelstellingen vast te stellen en deze daadwerkelijk na te komen met geloofwaardige overgangsplannen. Alleen op die manier zijn we in staat om  dit gezamenlijke doel te bereiken.”

James Davis, Partner, Financiële Diensten bij Oliver Wyman, zei: “De analyse wijst op grote verschillen in ambitie en bereidheid tussen bedrijven om het voortouw te nemen met hun doelstellingen. Het rapport wijst ook op de dringende noodzaak om best-practices verder en sneller te verspreiden als we een kans willen maken om de emissies terug te dringen tot 1,5°C – een doelstelling waarvan het belang door het recente extreme weer alleen maar is benadrukt. Ondersteunend overheidsbeleid is van cruciaal belang, net als het oplossen van de structurele problemen in sommige sectoren en regio’s. Nu het financiële systeem zich committeert aan nul emissies en probeert kapitaal te sturen naar voorlopers van de koolstofarme economie, zal er steeds kritischer worden gekeken naar bedrijfsemissies, doelstellingen en overgangsplannen. De overgang naar verplichte informatieverschaffing in belangrijke sectoren over emissie-uitstoot kan daarbij helpen.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Als Europa de missie van Wubbo Ockels wil voortzetten, af wil van fossiele brandstoffen, de klimaatdoelstellingen van Parijs wil halen en zich wil losmaken van onbetrouwbare energiepartners is structurele verandering nodig. De Delftse startup Kitepower heeft met hun eerste mobiele airborne windsystem (AWES) de toekomst van groene windenergie in handen: goedkoper, praktischer, makkelijk te verplaatsen en ook bij weinig wind kan energie opgewekt worden. Inmiddels zijn ruim 470 investeerder ingestapt en is middels crowdfunding zo’n 70% van het investeringsgeld opgehaald. Met het geld wil Kitepower op de korte termijn oplossingen bieden voor vluchtelingenkampen, bouwplaatsen en festivals.

Kitepower; beter dan windturbines

Ten opzichte van klassieke windturbines heeft het ophalen van energie met grote kites veel voordelen. Het systeem van Kitepower bevat 90% minder materiaal dan vergelijkbare windturbines, terwijl versie 9 stroom kan opwekken om 150 huishoudens van energie te kunnen voorzien. Door de kites op een slimme manier achtjes door de lucht te laten draaien, kunnen ze zelfs bij weinig wind goed functioneren. Het systeem kan overal geplaatst worden, zonder de noodzaak van een betonnen fundering. Dit zou in de toekomst bijvoorbeeld het aanleggen van grote parken op zee een stuk minder arbeids- en kapitaalintensief maken dan de aanleg van windmolenparken.

Bouwplaatsen, vluchtelingenkampen en festivals

Omdat de mobiele containers van Kitepower in een paar uur geïnstalleerd kunnen worden, leent het systeem zich perfect voor het gebruik in crisissituaties. Na uitgebreide pilots met defensie heeft Kitepower inmiddels drie nieuwe implicaties gevonden om hun systeem op korte termijn te laten werken: bouwplaatsen, vluchtelingenkampen en festivals. Co-founder en CTO van Kitepower Joep Breuer legt uit:

“De afgelopen jaren zijn wij volop bezig geweest met de ontwikkeling van onze kites. De 9de versie is inmiddels ver voorbij een prototype en het wordt tijd dat die wordt ingezet. Door de verplaatsbaarheid leent het systeem zich op dit moment het best voor kortdurende projecten waar veel energie nodig is. Veel festivals en bouwplaatsen draaien nu volledig op milieuvervuilende generatoren en ook vluchtelingenkampen beschikken vaak niet over een goede stroomvoorziening. In beide gevallen kunnen wij maatschappelijk bijdragen, respectievelijk in het creëren van bewustzijn voor en leveren van groene energie en het draaiende houden van de kampen.”

Kitepower is partner van Greener; de grootste mobiele batterij verhuurder van Europa. Greener haalde recentelijk €45 miljoen aan groeigeld op. Dankzij het partnership tussen Kitepower en Greener ziet het ernaar uit dat in 2023 verschillende festivals en andere klanten van Greener volledig van groene windenergie zullen worden voorzien. Dit is een grote stap in de festivalsector, omdat groene energie voor kortdurende projecten nog niet eerder gerealiseerd konden worden. Hiernaast heeft Kitepower ook nog €2,1 miljoen aan andere projecten in de pijplijn om voor langere termijn locaties van vliegerenergie te voorzien.

Kitepowerparken op zee?

Kitepower wil uiteindelijk Europa helpen onafhankelijk te worden van fossiele brandstof en de dubieuze leveranciers daarvan. Naast de projecten die zij op korte termijn ondernemen, wordt er gedacht aan een een grootschalig kitepark op zee. Met het onderzoek naar kites die tot meerdere MW kunnen opleveren, zou een dergelijk park een deel van Nederland kunnen voorzien van groene stroom, zonder dat daarbij de kustlijn wordt vervuild door gigantische windturbines. Kitepower is in gesprek met grote energiebedrijven voor de eerste stappen naar een 500 kW systeem. Johannes Peschel, founder en CEO van Kitepower, kijkt met energie uit naar de toekomst:

“Onze lange termijnvisie is op het moment utopisch, maar daardoor des te belangrijker want innovatie begint met een visie. Op het moment zijn we bezig met een crowdfundcampagne via Crowdcube. De inmiddels ruim €4.1 miljoen die we over de afgelopen jaren hebben opgehaald, hebben ons gebracht waar we nu zijn. Op korte termijn staan er veel inspirerende projecten op de agenda(voorbeelden) Op de lange termijn hopen we een onderdeel te zijn van de verduurzaming van Europa zodat we niet meer afhankelijk zijn van fossiele energie en onbetrouwbare leveranciers.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Met het oog op een duurzame toekomst is het beursgenoteerde Nederlands bedrijfsleven vanaf 2024 verplicht om een strategisch plan van aanpak vorm te geven om tot een klimaat neutrale bedrijfsvoering te komen. Op initiatief van The Farm Kitchen, vond op 13 september 2022, in samenwerking met founding partners Rabobank en Schneider Electric, de eerste Climate Positive Inspiration Day plaats. Dit was het startschot voor de Growing Climate Positive beweging om door verbinding, kennisdeling en concrete voorbeelden het Nederlandse bedrijfsleven te inspireren en te stimuleren om proactief naar een klimaatherstellende aanpak te werken.

Alhoewel er groeiende aandacht is voor duurzame bedrijfsvoering en het overgrote deel van de Nederlandse bedrijven duurzaamheidsdoelstellingen meeneemt in de strategie, wordt er te weinig actie ondernomen voor een daadwerkelijke impactvolle transformatie. Uit onderzoek blijkt dat het percentage ondernemingen dat actief werkt aan de verwezenlijking van haar duurzaamheidsdoelstellingen al drie jaar op hetzelfde niveau blijkt steken*. “Ons land beschikt over enorm veel duurzame innovatie kracht, maar de klimaatherstellende oplossingen die worden ontwikkeld zijn veelal niet concreet genoeg. Dit weerhoudt bedrijven van implementatie”, vertelt Xander Meijer, oprichter van The Farm Kitchen. De eerste Climate Positive Inspiration Day gold als startschot voor de Growing Climate Positive beweging om, gezamenlijk met experts, overheden en alle bedrijven met duurzaamheidsambities in Nederland, dit gat te dichten. Dit door een lijst van 100 klimaatopwekkers – concrete acties die organisaties kunnen toepassen voor klimaatherstel – op te stellen en kennis en adviezen te delen. Zo wordt verandering voor het bedrijfsleven grijpbaar.

Verbinding voor concrete actie

Op 13 september 2022 kwamen de fouding partners van de Growing Climate Positive beweging in The Farm Kitchen’s Kookfabriek in Amsterdam samen met diverse bedrijven die duurzame oplossingen bieden aan het Nederlandse bedrijfsleven, of zelf actief werken aan klimaatherstel. Daarnaast waren onder meer afgevaardigden van de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en Binnenlandse Zaken aanwezig, evenals diverse experts zoals Maurits Groen (duurzaamheidsadviseur en ondernemer), Maurice Oostendorp (voormalig CEO van de Volksbank), Aniek Moonen (voorzitter Jonge Klimaatbeweging), Anne-Marie van den Bos (Managing Partner The Valuescript Company), Yvette Watson (mede-eigenaar PHI Factory & The 2B Collective), Natascha Kooiman (kwartiermaker TransitieCoalitie Voedsel) en Ruud Koornstra (Energiecommissaris en duurzaam ondernemer).

De Climate Positive Inspiration Day werd afgetrapt met een seminar dat werd gegeven door Rabobank en Deloitte over de route naar een klimaatneutraal bedrijfsleven. Vervolgens werd het doel van de bijeenkomst toegelicht en werd het begrip klimaatopwekker onder de aanwezigen geïntroduceerd. De daaropvolgende kookworkshop, onder leiding van ondernemer en groente-chef Jonathan Karpathios, bood de deelnemers niet alleen een manier om te netwerken en te sparren over duurzaamheid, ook toonde het direct de klimaatopwekker die The Farm Kitchen het bedrijfsleven biedt: een food programma voor een CO2 positief bedrijfsrestaurant. Vervolgens kregen de deelnemende bedrijven de kans om hun eigen klimaatopwekkers te pitchen. Zo presenteerden diverse bedrijven zoals Wallbox, Milgro en Schneider Electric hun duurzame business-to-business oplossingen en toonden anderen, zoals de Hogeschool van Amsterdam en Rabobank, de concrete wijzen hoe zij werken aan klimaatherstel in logistiek, energie, bedrijfsprocessen, voeding of management.

Growing Climate Positive

De ambitie van de beweging is om tot een lijst met 100 klimaatopwekkers te komen om het bedrijfsleven te inspireren en directe handvatten te bieden op weg naar hun eigen klimaat bewust, klimaat neutraal en op termijn klimaat positief beleid. Zodoende streeft de organisatie ernaar een zelflerende beweging te laten ontstaan. Ieder Nederlands bedrijf, groot en klein, dat proactief werkt – of wilt werken – aan klimaatherstel kan eigen klimaatopwekkers aandragen en/of zich ter inspiratie aansluiten bij de beweging via de volgende website: https://thefarmkitchen.nl/climatepositive/

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Een 4-koppige jury beoordeelt de inschrijvingen en nomineert 3 bedrijven waarvan er één uiteindelijk de award krijgt. Naast de award ontvangt de winnaar een geldbedrag van € 25.000. Ook kan de winnaar rekenen op veel media-aandacht.

Alle ondernemers zijn welkom

Juryvoorzitter Michel Heijdra: “Als jury kijken we naar hoeveel energie de ondernemer dit en vorig jaar heeft bespaard. En hoeveel duurzame energie er wordt opgewekt of hergebruikt. Ook letten we op hoe dit is gedaan. We nodigen elke ondernemer – klein of groot – uit zich in te schrijven.”

Inschrijven

Schrijf uw bedrijf in voor de EZK Energy Award 2022 via onderstaande knop. Dit kan tot maandag 31 oktober, 17.00 uur.

EZK Energy Award

De award rijken we uit op initiatief van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). De EZK Energy Award laat zien wat er voor bedrijven mogelijk is op het gebied van techniek en innovatie om energie te besparen.

Tijdens het EZK evenement op 26 januari 2023 maken we de winnaar bekend. Dan vindt ook de feestelijke uitreiking plaats.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Onderzoekers van het PBL en het Researchcentrum voor Opleiding en de Arbeidsmarkt (ROA) hebben een model ontwikkeld dat voor vijf jaar vooruit laat zien waar knelpunten op de arbeidsmarkt kunnen ontstaan bij de uitvoering van het klimaatbeleid. Uit de analyses blijkt dat er vooral een tekort is aan technici op bachelor- en masterniveau, naast aan technici en ambachtslieden op MBO-niveau. In Zeeland, Drenthe en Limburg kunnen de knelpunten groter uitvallen dan nationaal, omdat daar relatief veel klimaatinvesteringen plaatsvinden. De inzichten uit het model helpen werkgevers, opleiders en de overheid te zien waar bijsturing nodig is om de klimaatdoelen in 2030 en 2050 te kunnen behalen.

Een belangrijke randvoorwaarde voor het behalen van het klimaatdoel van het kabinet-Rutte IV is dat er voldoende geschikte arbeidskrachten beschikbaar zijn. De uitstoot van broeikasgassen kan alleen afdoende omlaag als er genoeg zonnepanelen, windparken, laadpalen, energiezuinige apparaten en installaties worden neergezet. Daarvoor zijn vakmensen onontbeerlijk.

“Er is veel behoefte aan machinemonteurs, metaalbewerkers, constructiewerkers en ingenieurs. Vooral voor de ingenieurs is er een probleem. De verwachte behoefte aan deze arbeidskrachten is nu al veel groter dan het aanbod, blijkt uit onze analyse. Er is dus actie nodig om te zorgen dat het tekort aan kundig personeel geen belemmering vormt voor het behalen van het klimaatdoel van 2030”, legt PBL-onderzoeker Anet Weterings uit.

Het PBL-ROA model biedt tot vijf jaar vooruit een gedetailleerd beeld in welke beroepen, opleidingen en regio’s knelpunten zullen ontstaan als alle voor het klimaatdoel benodigde investeringen plaatsvinden. Zo wordt duidelijk hoeveel en wat voor type arbeid dit vraagt, en hoe die behoefte verschilt van het verwachte aanbod. Dit wordt bekeken over de volle breedte van de arbeidsmarkt, dus voor alle sectoren in de economie.

“Er is niet alleen vraag naar technisch personeel vanuit de technische sectoren, maar ook vanuit andere sectoren. Bovendien kan er door verschuivingen in investeringen als gevolg van het klimaatbeleid minder vraag komen naar personeel in andere sectoren. Zo zullen huishoudens die zonnepanelen aanschaffen dat jaar misschien minder besteden aan uit eten gaan, wat gevolgen kan hebben voor de horeca”, zegt Jessie Bakens, onderzoeker bij het ROA. Het meewegen van de economische samenhangen tussen sectoren en regio’s maakt dit model uniek. Dit helpt om te voorkomen dat de gevolgen van het klimaatbeleid voor de arbeidsmarkt onderschat worden – een belangrijke functie van het model.

Tijdig zicht op knelpunten in de arbeidsmarkt biedt partijen zoals overheden, bedrijven, onderwijsinstellingen en vakbonden de mogelijkheid gericht actie te ondernemen om te voorkomen dat personeelsgebrek een belemmering voor het klimaatbeleid gaat vormen. Het nu ontwikkelde PBL-ROA-model is onderdeel van de in het Klimaatakkoord van 2019 afgesproken informatiebasis, waarmee de gevolgen van het klimaatbeleid in Nederland voor de arbeidsmarkt kunnen worden gemonitord.

Op dit moment is er alleen een inschatting beschikbaar van de op basis van het ontwerpklimaatakkoord benodigde investeringen. Het kabinet-Rutte IV heeft het klimaatdoel aangescherpt, wat betekent dat de knelpunten forser uitvallen dan in de huidige analyse. Zodra duidelijk is welke investeringen volgen uit het aangescherpte klimaatbeleid, kan met het PBL-ROA-model een nieuwe inschatting van de knelpunten op de arbeidsmarkt worden gemaakt.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Better Places stopt met CO2-compensatie. In plaats daarvan zet de duurzame reisorganisatie vol in op reduceren. Volgens Better Places is vliegen veel te goedkoop. Zolang dat niet verandert, legt de organisatie zichzelf een CO2-belasting op, die elk jaar iets hoger wordt. De opbrengst wordt geïnvesteerd in de energietransitie.

Eerste reisorganisatie die CO2-uitstoot compenseert

Bomen planten en kooktoestellen uitdelen als goedmakertje voor je vervuilende vlucht. Inmiddels biedt vrijwel elke reisorganisatie klanten de mogelijkheid om de CO2-uitstoot van hun vakantie te compenseren. Extra opvallend dus dat duurzame reisorganisatie Better Places ervoor kiest om juist nu te stoppen met CO2-compensatie. Oprichter Saskia Griep legt uit: “In 2016 was Better Places de eerste Nederlandse reisorganisatie die de CO2-uitstoot van al haar reizen compenseerde, inclusief de vlucht die nodig is om de bestemming te bereiken. Destijds dachten wij dat CO2-compensatie echt iets bijdroeg aan het tegengaan van klimaatverandering.”

Compenseren is een schijnoplossing

De afgelopen jaren is gebleken dat compensatieprojecten weinig effectief zijn en afleiden van de werkelijke oplossing. Voor de reisondernemer een reden om ermee te stoppen: “Als we de klimaatdoelen van Parijs willen halen, is er maar één oplossing:
reduceren. We moeten minder vliegen. Door te compenseren maak je de CO2-uitstoot niet ongedaan. Die zit al in de lucht. We laten bomen planten en maken onszelf wijs dat we kunnen blijven vliegen zoals we gewend zijn. Dat is niet zo. Compenseren is een schijnoplossing”

Ambitieus actieplan voor het klimaat

Saskia Griep heeft Better Places opgericht met het doel om met het toerisme de wereld een beetje mooier te maken. Zo probeert de reisorganisatie een zo groot mogelijke positieve bijdrage te leveren aan de natuur, de dieren en de mensen op bestemming en tegelijkertijd de milieuschade zoveel mogelijk te beperken. Griep: “Ons plan is om elk jaar de CO2-uitstoot van al onze reizen met 5% te verminderen. In 2030 willen we 55% onder het niveau van 2019 zitten. In ons openbare klimaatactieplan lees je hoe we dat doen.” Het is een ambitieus doel, maar de reisondernemer heeft er alle vertrouwen in. “We werken met een gemotiveerd team van lokale reisexperts, die allemaal zien dat er iets moet veranderen. Maar ook onze reizigers zijn steeds vaker op zoek naar duurzame alternatieven. We moeten dit echt samen doen.”

Reduceren in plaats van compenseren

Minder vliegen móet. Het is geen populaire boodschap, maar wel een noodzakelijke. Griep: “Tot wel negentig procent van de totale CO2-uitstoot van een vakantie buiten Europa wordt veroorzaakt door de vlucht van en naar een bestemming. De grootste
winst valt te halen bij de vliegreis. Daarom hebben we bij Better Places de afgelopen jaren hard gewerkt aan het uitbreiden van ons aanbod binnen Europa.” Sinds 2019 biedt Better Places vakanties aan die net zo bijzonder en avontuurlijk zijn als wat je
verwacht van een verre bestemming, maar dan dichter bij huis. En altijd bereikbaar met de trein. “Wil je naar de zon? Dan leggen we klanten uit dat ze beter naar Kroatië kunnen, in plaats van Thailand. Zelfs als je vliegt scheelt dat enorm veel CO2-uitstoot. Dat is veel effectiever dan kooktoestellen uitdelen. ”

Investeren in duurzame energie

Wat Saskia Griep betreft is vliegen veel te goedkoop. “De vervuiler betaalt geldt niet voor de vliegindustrie. Als maatschappijen opdraaien voor de schade die ze veroorzaken, worden ze gedwongen om te investeren in innovaties, zoals hernieuwbare
vliegtuigbrandstoffen. Er moet een echte prijs voor vliegen komen. Zolang die er niet is, leggen we onszelf een CO2-belasting op. Op dit moment is dat 15 euro per reiziger buiten Europa en 6 euro per reiziger binnen Europa. Dat bedrag gaat elk jaar omhoog. De klant betaalt daar niets extra’s voor. De opbrengst investeren we in duurzame energieprojecten via crowdfundingplatform Lendahand.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Electriq Global, de organisatie die zich specialiseert in innovatieve waterstofopslag, introduceert vandaag ’s werelds eerste generator die volledig wordt aangedreven door waterstofpoeder. Waterstof in poedervorm is een nieuwe, duurzame en schaalbare energiebron die de wereldwijde energietransitie zal ondersteunen en de barrières voor het gebruik van waterstof als brandstof sterk doet afnemen. Waterstofpoeder biedt een circulaire oplossing die veilige langetermijnopslag mogelijk maakt en de distributie en het gebruik van waterstof sterk vereenvoudigt. Daarmee is het een direct inzetbare energiedrager die de potentie heeft fossiele brandstoffen te vervangen.

Waterstof: potentieel groeit, infrastructurele uitdagingen

Ongeveer 11,2% van alle energie die Nederland gebruikte in 2021 werd op een duurzame manier opgewekt (bron: CBS). Nationale regelgeving schrijft voor dat dit in 2030 ten minste 27% moet zijn. Duurzame energie, zoals uit zon of wind, wordt voor het grootste gedeelte onafhankelijk opgewekt van waar en wanneer het uiteindelijk gebruikt wordt. Om zulke groene energie te transporteren en op te slaan, wordt deze vaak omgezet in waterstof: een vluchtig en licht ontvlambaar gas. De Nederlandse industrie maakt op grote schaal gebruik van waterstof, bijvoorbeeld als brandstof voor processen waar warmte voor nodig is, zoals bij de productie van staal of papier. Waterstof wordt daarnaast ook steeds meer gebruikt als emissievrije brandstof voor auto’s of transportwagens.

Ondanks het enorme potentieel dat waterstof heeft in de transitie naar duurzaam energiegebruik, zijn er ook uitdagingen bij het gebruik ervan. Om waterstofgas op grote schaal te kunnen gebruiken gelden strenge veiligheidsmaatregelen en is een complexe infrastructuur vereist. Waterstofgas wordt meestal onder hoge druk vervoerd, waarbij gebruik wordt gemaakt van gasflessen, brandstoftanks en leidingsystemen. Voor sectoren als de bouw betekenen deze infrastructurele consequenties en het risico op ongevallen dat waterstof slechts in beperkte mate gebruikt kan worden. Terwijl juist deze sector wanhopig op zoek is naar alternatieven om haar impact om de omgeving te minimaliseren. De sector moet voldoen aan steeds strengere PAS-regelgeving in Nederland, en wordt steeds vaker gedwongen om dieselgeneratoren uit te faseren, zoals op bouwplaatsen in de omgeving van Amsterdam.

Het waterstofpoeder van Electriq Global vormt de oplossing voor deze uitdagingen. Het poeder kan in kartonnen dozen worden vervoerd en jarenlang worden opgeslagen zonder energieverlies. Na gebruik kan het poeder bovendien opnieuw worden ‘opgeladen’ waardoor het eindeloos kan worden hergebruikt. Om de waterstof uit het poeder te krijgen en om te zetten in stroom is geen externe energie, warmte of druk nodig.

8kW/80kWh generator en mobiele hijskraan

De eerste toepassing die gebruik maakt van de voordelen van het waterstofpoeder van Electriq Global is de Joshua – ’s werelds eerste generator die het gepatenteerde poeder om kan zetten in stroom. De generator werkt op een vergelijkbare manier als reguliere dieselgeneratoren, maar wordt aangedreven door water en capsules met het waterstofpoeder in plaats van diesel. De Joshua heeft een vermogen van 8kW/80kWh, wat betekent dat hij op 5 kilo waterstof tot 10 uur op volle capaciteit kan werken.

Afgelopen vrijdag werd gedemonstreerd hoe het Joshua aggregaat gebruikt wordt in de bouw. Toen werd een mobiele hijskraan onthuld die in samenwerking met RKB en ECS in Ridderkerk is ontwikkeld en door deze generator wordt aangedreven. De Joshua kan ook worden ingezet om boten, festivals of andere locaties die niet aangesloten zijn op het reguliere stroomnet van elektriciteit te voorzien.

Erwin Bruintjes, CEO bij ECS: “We zijn er trots op dat we samen met Electriq Global als eerste bedrijf ter wereld deze waterstof aangedreven mobiele hijskraan hebben gedemonstreerd. ECS zet zich in voor uitstootvrije bouwplaatsen en helpt de bouwsector te voldoen aan de steeds strengere regelgeving op het gebied van emissies en milieu-impact. Deze emissievrije kraan op waterstofpoeder toont het potentieel en markeert een enorme stap in deze richting.”

Toekomstige toepassingen

Baruch Halpert, executive Chairman en CEO bij Electriq Global: “De Joshua genset kan in elke omgeving worden gebruikt, waardoor dit een ideale, groen aangedreven vervanger is voor dieselgeneratoren die dagelijks worden gebruikt op bouwplaatsen en andere locaties die niet zijn aangesloten op het stroomnet. Met de introductie van deze eerste gebruiksklare toepassing, zetten we een enorme stap in de ondersteuning van de wereldwijde energietransitie en het creëren van schone energie uit waterstofpoeder.”

Waterstofpoeder: hoe werkt het?

Waterstofpoeder wordt met een chemisch proces gemaakt waarin de waterstofmoleculen worden gebonden aan elementen die breed beschikbaar zijn. Wanneer dit hoogenergetische poeder met water wordt gemengd, komen niet alleen de waterstofmoleculen uit het poeder vrij, maar wordt ook het toegevoegde water gesplitst. Uiteindelijk komt er hierdoor twee keer zoveel waterstof vrij als origineel in het poeder aanwezig was. De Joshua generator bevat ook een brandstofcel die het vrijgekomen waterstofgas uit het poeder- en watermengsel omzet in elektriciteit. Na het vrijkomen van de waterstof kan het residu opnieuw worden opgeladen en omgezet in het oorspronkelijke waterstofpoeder, waardoor dit een volledig recyclebare oplossing wordt.

Foto: Baruch Halpert, Executive Chairman & CEO van Electriq Global (links) en Erez Karasenti, Chief Mechanical Engineer van Electriq Global (rechts)

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Hoe groener de energie, hoe duurzamer elektrisch rijden wordt. Want groene stroom draagt aanzienlijk bij tot verlaging van de CO2-uitstoot. Met zijn ‘Green Charging’-initiatief garandeert Mercedes-Benz al dat elke bestuurder van een volledig batterij-elektrische auto de eerste 200.000 km op groene stroom rijdt. Nu gaat het merk nog een stap verder en investeert het via ZonnepanelenDelen in Nederlandse zonnedaken en -parken.

Mercedes-Benz is volop bezig met de omschakeling naar elektrisch rijden waarbij het merk ernaar streeft om tegen 2030 volledig elektrisch te gaan, daar waar de marktomstandigheden het toelaten. Het is een belangrijke stap in de realisatie van de zogeheten Ambition 2039-strategie waarmee Mercedes-Benz tegen het einde van het volgende decennium een volledig CO2-neutraal modellengamma wil aanbieden. Dit betekent dat CO2-neutraliteit de leidraad is in de gehele waardeketen – in het productieproces van de auto, in de gebruiksfase en tijdens de recycling. Juist tijdens de gebruiksfase kunnen extra stappen in duurzame mobiliteit worden gezet. ZonnepanelenDelen speelt daar voortaan een belangrijke, lokale rol in.

Mercedes-Benz Green Charging: gegarandeerd 200.000 km groen rijden

Met zijn Green Charging-initiatief zorgt Mercedes-Benz er in de Benelux nu al voor dat bestuurders van een elektrische Mercedes-Benz personenwagen in Nederland, België en Luxemburg de eerste 200.000 km groen rijden. Dit wordt gerealiseerd met de aankoop van Certificaten van Oorsprong waardoor groene stroom aan het net wordt toegevoegd – het equivalent van de door de Mercedes-Benz bestuurders geladen energie. De hoeveelheid energie die daarvoor nodig is, wordt lokaal opgewekt door middel van wind of zon.

Groene stroom is een belangrijke schakel op weg naar emissievrije mobiliteit. Daarom besluiten Mercedes-Benz Nederland en Mercedes-Benz Belgium Luxembourg het lokale Green Charging-initiatief uit te breiden met de productie van groene stroom door middel van een investering in zonnepanelen op het platform van ZonnepanelenDelen.

Investering in zonnedaken en -parken

De samenwerking houdt het volgende in: per MWh opgewekte groene energie via het Green Charging-initiatief investeert Mercedes-Benz in de Benelux via ZonnepanelenDelen in de ontwikkeling van zonnedaken en -parken. ZonnepanelenDelen gebruikt deze opbrengst om gebouw- en grondeigenaren aan financiering te helpen wanneer zij zonnepanelen willen installeren. Zo kan er nog meer zonne-energie worden toegevoegd aan het Nederlandse stroomnet.

Ervaren partner

Met ZonnepanelenDelen werkt Mercedes-Benz in de Benelux samen met een ervaren partij op het gebied van financiering van zonne-energie. ZonnepanelenDelen financierde sinds 2014 al succesvol 180 projecten, zoals stadion Euroborg van FC Groningen en tientallen zonnedaken en -parken bij boerderijen, sportverenigingen en MKB’ers.

Behalve grote bedrijven kunnen ook particulieren investeren in groene zonne-energie via ZonnepanelenDelen. In totaal zijn er al meer dan 10.000 ZonnepanelenDelers die op deze manier bijdragen aan de energietransitie.

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Incentro, internationaal digitaal IT-dienstverlener, heeft als eerste IT-bedrijf in Nederland een windmolen aangeschaft en opereert hierdoor volledig CO2-neutraal. Incentro heeft als doel om in 2025 volledig klimaatneutraal te ondernemen en de voetafdruk van alle activiteiten terug te brengen naar nul. Dankzij de aanschaf van de windmolen is dit doel al in 2022 bereikt. Samen met Climate Neutral Group is een inschatting gemaakt van de primaire CO2-uitstoot van de activiteiten van Incentro. Denk hierbij aan de kantoren, de servercapaciteit en de mobiliteit van medewerkers.

Ruimschootse CO2-compensatie dankzij windmolen

Climate Neutral Group berekende dat de totale energiebehoefte van alle bedrijfsactiviteiten van Incentro in 2021 1,3 GWh bedroeg. De windmolen, geplaatst in Hindeloopen, produceert jaarlijks ongeveer 2,2 GWh aan energie en compenseert daarmee ruimschoots het verbruik van Incentro. Daarmee is de gewenste doelstelling om in 2025 volledig CO2-neutraal te zijn, al in 2022 behaald.

Stef Lagomatis, CEO van Incentro: “Onze missie is om duurzame groei mogelijk te maken, in de breedste zin van het woord. Dit geldt voor ons als organisatie, maar ook voor onze medewerkers en onze klanten. Duurzame groei met behoud van de aarde. De windmolen is een mooie stap. We nemen hiermee verantwoordelijkheid voor groene stroom, maar de uitdaging is nu om ook bij verdere groei van het bedrijf en groei van onze klanten energieneutraal te blijven. In samenwerking met Climate Neutral Group maken we ieder jaar een inschatting van onze primaire CO2-uitstoot en zorgen we dat we op de juiste koers blijven. Binnen Incentro doen we dingen anders, maar voor ons is dat vaak heel vanzelfsprekend. Toen het idee werd geopperd om een windmolen te kopen, besloten we dus ook om dit ‘gewoon’ te doen. Bovendien zetten we met de windmolen een megastap naar onze doelstelling en compenseren we in één klap voor al onze kantoren en auto’s.”

Nu nog ter compensatie

Incentro schafte de windmolen ter compensatie aan. Op deze manier draagt de IT-organisatie bij aan het leveren van groene energie aan het net en wordt de gehele CO2-voetafdruk ruimschoots gecompenseerd. Daarnaast verplicht Incentro zichzelf zich ook in te zetten voor de verduurzaming van alle activiteiten. Door bijvoorbeeld in gesprek te gaan met verhuurders wil Incentro voortaan opereren vanuit klimaatneutrale kantoren, gaan ze samenwerken met ‘groene’ partners en rijdt iedereen straks honderd procent elektrisch.

Bas Ooteman, consultant bij Climate Neutral Group vertelt: “Climate Neutral Group helpt Incentro bij het verminderen van hun klimaatimpact. Onze klimaatexperts werken met innovatieve tools en maken de resultaten op weg naar ‘Zero CO2’ transparant. Wij assisteren organisaties in het doorvoeren van daadwerkelijke verandering en voorkomen daarmee greenwashing. De windmolen is een geweldige eerste stap naar volledig CO2-neutraal worden en wij kijken er naar uit om dit de komende jaren samen met Incentro uit te bouwen.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Nederland kan op korte termijn veel minder aardolie verbruiken. In één jaar kan het aardolieverbruik voor verkeer en vervoer met tien procent omlaag. In 2030 kan de besparing oplopen naar bijna dertig procent. “Terecht is er veel aandacht voor het besparen van aardgas, maar vergeet de mogelijkheden om minder olie te gebruiken niet,” zegt Olof van der Gaag, voorzitter van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE). “De impact op klimaatverandering en uitstoot van stikstof is groot en Rusland verdient doorgaans meer met olie dan met aardgas.” De NVDE stelde een actieplan op met 21 mogelijke maatregelen om op de korte en lange termijn aardolie te besparen in verkeer en vervoer. Door deze voorstellen kan de CO2-uitstoot door mobiliteit met 28 procent worden teruggedrongen, en de stikstofoxide-uitstoot door mobiliteit met 27 procent.

Het actieplan bevat tien maatregelen om het verbruik van aardolie in de mobiliteit op korte termijn terug te dringen. Deze maatregelen kunnen binnen een jaar 7 miljoen olievaten besparen: tien procent van de 70 miljoen olievaten die Nederland jaarlijks gebruik in verkeer en vervoer. Ook de stikstofoxide-uitstoot van mobiliteit zou hiermee ruim tien procent afnemen, wat bijdraagt aan het oplossen van de stikstofcrisis. Enkele maatregelen:

  • Het (fiscaal) stimuleren van thuiswerken;
  • Gebruik van OV en fiets stimuleren;
  • Verdubbel aantal carpoolers;
  • Verhogen subsidie voor aanschaf elektrische auto’s voor particulieren en zero-emissie trucks.

Het actieplan noemt elf maatregelen voor de middellange termijn. Met de maatregelen voor korte en middellange termijn samen kan tot 18 miljoen olievaten per jaar worden bespaard in 2030. Daarmee daalt de CO2– en stikstofuitstoot van de mobiliteitssector met zo’n 28 procent ten opzichte van de huidige verwachting. Enkele maatregelen:

  • Nieuwe zakelijke personenauto’s verplicht zonder CO2-uitstoot vanaf 2025
  • Versnellen transitie zero-emissie binnenvaart
  • Voortzetten stimulering elektrisch rijden na 2025 om doel van 100% elektrische nieuwverkoop in 2030 te halen

 

Besparingskansen Actieplan Aardoliebesparing:

Indicatief totaaleffect Energiebesparing Besparing olievaten CO2-reductie 2030 NOx-reductie 2030
Korte termijn 50 PJ (12%) 8 mln vaten (12%) 4 Mton (12%) 14 Kton (12%)
Lange termijn 76 PJ   13 mln vaten   6 Mton   16 Kton  
Korte + lange termijn* 105 PJ (28%) 17 mln vaten (28%) 8 Mton (28%) 23 Kton (27%)

*n.b. sommige maatregelen overlappen of hebben onderling effect op elkaar. Vandaar dat de korte en lange termijn maatregelen niet direct opgeteld kunnen worden. Dit is waarschijnlijk een lichte overschatting.

In een eerdere notitie heeft de NVDE ook de mogelijkheden op een rij gezet om het verbruik van aardgas terug te dringen. Beide inspanningen zijn nodig omdat Nederland zich in een overgangsfase bevindt van grijze energie naar ‘oranje-groene’ energie: zelf opgewekte duurzame energie. Juist in deze fase is onze afhankelijkheid van energie-import groot. Er zijn belangrijke redenen om juist nu deze afhankelijkheid af te bouwen, zoals het terugdringen van broeikasgasemissies, het verminderen van de import uit Rusland en het verlagen van de energiekosten.

[ad_2]

Source link

Berichten paginering