[ad_1]

Bunzl Retail & Industry, waar ook Janssen Packaging onderdeel van is, is als organisatie per 19 juli 2022 klimaatneutraal gecertificeerd. Bunzl Retail & Industry is leverancier van alle essentiële niet-handelsgoederen en voldoet als organisatie succesvol aan de criteria onderdelen die zijn opgesteld door Climate Neutral Group. Deze klimaatneutrale certificering is, met goed gevolg, uitgevoerd door een onafhankelijke externe partij en maakt onderdeel uit van het duurzaamheidsbeleid van Bunzl Retail & Industry, waarbij de reductie van haar CO2-uitstoot van essentieel belang is.

De gehele keten naar Zero CO2

In het VN-Klimaatakkoord van Parijs staat dat Nederland in 2050 haar CO2-uitstoot met 100% dient te reduceren en wordt ook wel het Zero CO2 akkoord genoemd. “Als organisatie hebben wij al goede stappen gezet door 3.567 zonnepanelen op ons pand te plaatsen, waardoor wij genieten van enkel zelfopgewekte stroom. Dankzij de klimaatneutrale certificering tillen wij duurzaam ondernemen naar een nóg hoger niveau en dragen hiermee bij aan de Zero CO2 doelstelling. Zo doen we het voor onze
maatschappij elke dag een beetje beter en daar zijn we trots op,” vertelt Wilbert van Wachtendonk, Managing Director bij Bunzl Retail & Industry.

Aan de hand van de drie scopes monitort Bunzl Retail & Industry haar jaarlijkse uitstoot. Deze scopes betreffen het eigen verbruik binnen de organisatie, emissies die ontstaan door opwekking van elektriciteit en emissies waarop de organisatie geen directe invloed kan uitoefenen. Een belangrijke factor, die nog niet is opgenomen in de derde scope, zijn externe vervoerders. “De CO2-uitstoot van de vrachtwagens hoort indirect ook bij onze uitstoot. In de volgende stap van het Zero CO2 akkoord,
willen wij acties ondernemen om verbeterslagen te realiseren in de rest van de keten. Zo zijn wij in gesprek met onze externe vervoerders om tot een oplossing te komen hoe we onder andere de beladingsraad en ritplanning kunnen verbeteren en hoe op de langere termijn het wagenpark verduurzaamd kan worden,” licht Chris Dikken, QESH Manager bij Bunzl Retail & Industry, toe.

Samenwerking met Climate Neutral Group

Voor Bunzl Retail & Industry zijn de stappen om de klimaatneutrale certificeringen te mogen ontvangen niet nieuw. Climate Neutral Group en Bunzl Retail & Industry kennen elkaar al van eerdere samenwerkingen. “In het verleden heeft Climate Neutral Group ons ondersteund met de certificering van klimaatneutrale draagtassen en klimaatneutrale verzendverpakkingen. Om in ons duurzaamheidsbeleid de volgende stap te zetten, wilden wij graag als gehele organisatie klimaatneutraal zijn. Ook voor dit ambitieuze verzoek kon c ons ondersteunen om doelgericht te reduceren en te compenseren,” aldus Chris.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Global leaders will meet in Sharm el-Sheikh in November to keep the Paris agreement’s 1.5°C target alive, but climate ambition in G7 economies and beyond is putting the COP27 vision out of reach, according to new analysis by non-profit CDP and global management consultancy Oliver Wyman.

Based on current emissions reduction targets set by companies, no G7 country has a corporate sector likely to decarbonize fast enough to meet the 1.5°C goal.1

On aggregate across the G7, corporate emissions targets are calculated as aligned with 2.7°C of
global warming.

The report shows companies in Germany and Italy have the most ambitious targets to reduce emissions in the G7, where collective emissions are expected to match the pace of decarbonization required to limit global warming to 2.2°C.

The two leading countries are followed by France (2.3°C), the United Kingdom (2.6°C) and the United States (2.8°C).

Canadian companies fare worst in the G7, with targets aligned with 3.1°C of warming on average.

Temperature ratings in the study reflect corporate ambition, rather than national climate policies or Nationally Determined Contributions (NDCs). However, with COP27 approaching, the gap between what is promised by policymakers and the real economy is considerable.

The analysis is based on CDP temperature ratings, which translate companies’ emissions reduction targets into a global warming outcome using scientific pathways. The ratings, which include all emissions in company value chains (Scope 1-3), reflect the likely temperature rise if global emissions would fall at the same speed as the companies’ targets.

For each country’s temperature, ratings for individual companies were aggregated and weighted by total emissions.

The analysis shows a clear and consistent outperformance by European companies over North American and Asian peers across all industries.

The European power generation sector, for example, is ahead of all sectors globally on 1.9°C of warming. That compares to 2.1°C for North American companies and 3°C for Asian companies.

Target-setting in the industry in Europe is much more advanced, with around 80% of all emissions covered by a valid 2°C target or better.

On the whole, the European corporate sector improved from 2.7°C in 2020 to 2.4°C in 2022, explained in part by a rapid 85% rise in companies with science-based targets during 2021.

Science-based targets (SBTs), seen as the gold standard for targets as they are independently assessed against scientific pathways, are a key driver of lower temperature targets. Collectively, companies with science-based targets have reduced emissions 25% since 2015, compared to an increase of 3.4% in global emissions from energy and industry.

The high temperature ratings seen in countries like Canada and the United States are largely the result of companies completely lacking targets, rather than targets that lack ambition. In Canada, under half (43%) of all reported Scope 1 and 2 emissions are covered by a target, compared to France and Germany, for example, where over 90% of reported Scope 1 and 2
corporate emissions are from companies with disclosed targets.

The Paris climate agreement targets a 1.5°C limit to global warming – a goal that the United Nations Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) says must be met to avoid even more catastrophic impacts of climate change. The difference between 1.5°C and 2°C, for example, includes a 10x increased likelihood of ice-free arctic summers, a 2.6x increase in the number of people exposed to extreme heat events, and twice the impact on marine fisheries and crop yields, according to the IPCC.

Laurent Babikian, Global Director Capital Markets, CDP, said: “The most important driver of rapid emissions reductions in line with the Paris agreement is ambitious target setting. It is not acceptable for any country, let alone the world’s most advanced economies, to have industries displaying so little collective ambition. Armed with this information, governments, regulators, investors and the public must demand more from high-impact companies without climate targets. Momentum is growing, but as we approach COP27, we must get our 1.5°C goal off of life support. High-impact companies, and their investors and lenders, must immediately set and honour targets with credible transition plans to allow us to meet this goal.”

James Davis, Partner, Financial Services at Oliver Wyman, said: “The analysis highlights big differences in ambition and willingness across companies to take a lead with their targets, and the urgent need to spread best practices further and faster if we are to have a chance of reducing emissions to achieve 1.5°C – a goal whose importance has only been underscored by recent extreme weather. Supportive government policy is crucial, as well as resolving the structural challenges in some sectors and regions. As the financial system commits to net zero  and seeks to steer capital towards those pioneering the low carbon economy, there will be growing scrutiny on corporate emissions, targets and transition plans, underpinned by the move towards mandatory disclosures in many key jurisdictions.”

Download the report (pdf)

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Een circulaire economie kan aanzienlijk bijdragen aan een wereldwijde daling van de uitstoot van broeikasgassen. Doordat de broeikasgasemissie van de producten die in Nederland geconsumeerd worden voor meer dan helft in het buitenland ontstaat, zal de klimaatimpact van veel Nederlands circulair beleid waarschijnlijk ook daar het grootste zijn. Circulair beleid draagt door zijn ketenafhankelijkheid bij aan broeikasgasemissiereductie, niet alleen in Nederland maar ook buiten de Nederlandse grenzen. Dit concluderen onderzoekers van het PBL in hun studie “Hoe kan circulaire economie-beleid bijdragen aan de klimaatdoelstelling?”, die vandaag publiek wordt.

Het kabinet is van plan een ambitieus nationaal klimaatdoel te formuleren voor het circulariteitsbeleid. De PBL-studie laat zien dat circulair beleid en klimaatbeleid elkaar daadwerkelijk kunnen aanvullen. Omdat is afgesproken dat ieder land zijn eigen uitstoot moet beperken richt ons klimaatbeleid zich primair op de vermindering van uitstoot van broeikasgassen binnen de Nederlandse grenzen. ‘Beleid voor een circulaire economie richt zich op grondstoffen- en materiaalgebruik in de volledige vaak wereldwijde keten en over de gehele levensduur. Door dat ketenperspectief kan circulair beleid klimaatbeleid versterken,’ stelt Corjan Brink (PBL). ‘Als bedrijven moeten zorgen voor minder emissies in de gehele keten, dan richt dat hun aandacht op andere handelingsperspectieven. Die oplossingen worden niet zichtbaar als het doel is om alleen de emissie uit de eigen schoorsteen te beperken,’ vult Anne Gerdien Prins (PBL) aan. Emissiereductie in het buitenland telt niet mee voor het Nederlandse reductiedoel, maar draagt bij aan de nationale klimaatdoelen van de landen waar de emissiereductie plaatsvindt.

Ketens nog onvoldoende in beeld

Uit de PBL-studie blijkt dat meer kennis van de individuele ketens nodig is om te kunnen bepalen in welke mate beleid gericht op een circulaire economie daadwerkelijk bijdraagt aan klimaatdoelen. Onderzoek naar specifieke productieketens is nodig om te weten wat reëel is. Het is daarbij belangrijk om eerst te focussen op producten en materialen met de hoogste totale emissies in de productieketen, zoals kunststoffen, dierlijke voedselproducten en bouwmaterialen.

Klimaatbeleid bevordert circulariteit

Klimaatbeleid, zoals het Europese emissiehandelssysteem ETS, ondersteunt de circulaire economie door een efficiënter gebruik van materialen te stimuleren. Ook de voorgestelde Europese koolstofheffing aan de buitengrens maakt gebruik van materialen als staal en cement duurder, waardoor hergebruik en recycling aantrekkelijker worden. Heffingen kunnen ook specifiek voor circulaire doelen worden ingezet.

Circulariteit ondersteunt leveringszekerheid grondstoffen

Voor de energietransitie zijn veel grondstoffen nodig, waarvan sommige maar in enkele landen ter wereld worden gewonnen. Het is urgent om nu na te denken over de beschikbaarheid van kritieke materialen op de langere termijn. Levensduurverlenging, recycling en hergebruik beperken de afhankelijkheid van nieuw gewonnen grondstoffen en materialen. Zo kunnen circulariteitsstrategieën helpen om mogelijke leveringsrisico’s te beperken.

Circulaire economie draagt bij aan biodiversiteit en milieubescherming

Nederland heeft als doel om in 2050 een volledig circulaire economie te hebben, door in te zetten op efficiënter materiaalgebruik, hergebruik en recycling. Dat beperkt niet alleen de broeikasgasemissies van de productie van basismaterialen, zoals  kunststof en cement, maar draagt ook in belangrijke mate bij aan milieubescherming en biodiversiteit en leveringszekerheid.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Het Eindhovense hightechbedrijf taylor ontwikkelde een nieuwe technologie waarmee zonnepanelen tot 20% meer energie leveren en die de kans op hotspots elimineert. Panelen met deze technologie zijn sinds begin 2022 commercieel verkrijgbaar en zullen vanaf 5 september bij taylors distributiepartners in de vrije verkoop gaan.

Optimalisatie per cellstring

Het huidige aanbod van high-performance panelen voorziet voornamelijk in fysieke add-on elektronica die tijdens de installatie per paneel worden aangebracht. ‘Dat leidt inherent tot rendementsverlies ten opzichte van onze oplossing, waarbij de elektronica slimmer in het paneel is geïntegreerd,’ zegt Michiel Roelofs, een van de oprichters van taylor.

Roelofs: ‘Ons systeem optimaliseert de opbrengst per cellstring (3 maal per paneel), wat niet alleen een rendementswinst tot 20% kan betekenen maar ook het gebruik van bypass diodes overbodig maakt en de kans op hotspots elimineert. Om de kans op brand verder te reduceren, schakelen onze panelen bij oververhitting automatisch uit.’

Meer inzicht

Naast het rendement en de veiligheid biedt de optimalisatie per cellstring nog een voordeel: inzicht per cellstring. Dat betekent voor de eindgebruiker niet alleen een leuke extra feature in de app maar op termijn ook efficiënter onderhoud, legt Roelofs uit. ‘Door op dit niveau data te verzamelen kunnen we onze algoritmes voortdurend verfijnen. Daarmee kunnen we onderhoud gerichter voorspellen, plannen en verder automatiseren.’

20.000 stuks

taylor is een spin-off van de TU Eindhoven en gespecialiseerd in elektronica en software voor zonnepanelen en systemen. Roelofs: ‘We komen echt uit het hart van de Brainport, de innovatieregio van Eindhoven. Maar met vijf jaar zijn we een relatief jong bedrijf dat ongetwijfeld zijn sporen nog zal moeten verdienen. Daarom werken we al enkele jaren nauw samen met gerenommeerde productie partners.’ Daarmee doelt hij onder andere op DMEGC Solar, aan wie taylor de elektronica levert en die het vervolgens in haar panelen integreert. Dat verloopt voorspoedig, volgens Roelofs. ‘Begin 2022 zijn de eerste commerciële systemen geïnstalleerd en inmiddels hebben we met DMEGC Solar aan een selecte groep klanten 22.000 producten geleverd. We zijn klaar voor de volgende stap.’ Die stap volgt dus 5 september, wanneer de panelen met taylor-technologie in de webshops van Navetto, VDH Solar en Libra Energy verkrijgbaar zijn.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Vandaag lanceren Gideon – building transition tribes en Dutch Green Building Council (DGBC) gezamenlijk een nieuw Manifest: Bouwen binnen de grenzen van onze planeet. Doel van dit Manifest is om het milieuprestatiestelsel structureel te verbeteren en te komen tot een carbonbudget, een CO2-budget op basis waarvan de bouwsector haar klimaatimpact kan terugdringen. Het Manifest is bij de lancering op 5 september door 40 partijen ondertekend: van architecten en adviseurs tot bouwers en projectontwikkelaars. We nodigen alle partijen in de bouw uit om dit mede te ondertekenen!

Het resultaat van het eerdere Manifest Een eerlijk speelveld voor een duurzaam Nederland is een verdiepend onderzoek over het meerekenen van CO2-opslag in bouwmaterialen. “Er is beweging. Maar we moeten sneller als we wereldwijde klimaatverandering willen beperken tot anderhalve graad. Hoe en wanneer gaat de overheid sturen op de milieuimpact die we nu veroorzaken? En hoe brengen we ons milieuprestatiestelsel dan op het gewenste level?” zegt Laetitia Nossek, Projectmanager Circulariteit, DGBC, “Wij roepen met dit nieuwe manifest de overheid op op om die stap ook te zetten.”

Manifest: Bouwen binnen de grenzen van onze planeet

In het nieuwe Manifest roepen we op tot drie zaken:

  1. Het introduceren van een ‘MPG-2’, die zich richt op de milieu-impact in de productie- en bouwfase.
  2. Het verbeteren van het Milieuprestatiestelsel, waarbij we de zestien aandachtspunten uit de Gideon-publicatie van mei dit jaar nogmaals onder de aandacht brengen.
  3. Het bepalen van een carbonbudget voor de bouwsector, om een grens te stellen aan de totale CO2-uitstoot van de sector en zo effectiever te sturen op verduurzaming.

De gehele tekst van het Manifest Bouwen binnen de grenzen van onze planeet is hier te vinden. Ook kan je daar het Manifest namens jouw organisatie medeondertekenen.

Teken ook mee

40 partijen die het Manifest ondertekenden bij de lancering:

  • AM
  • Alba Concepts BV
  • Ballast Nedam Development
  • Being
  • Blueroom
  • Bnext.nl
  • Bouwgroep
  • Dijkstra Draisma
  • Breman Installatiegroep
  • Building Revolution BV
  • Cirkelstad
  • Copper8
  • de Architekten Cie.
  • DGMR BOUW BV
  • Dutch Green Building Council (DGBC)
  • EDGE
  • Finch Buildings
  • GROUP A
  • Holland Houtland
  • Inbo
  • Kernwaarde Groen
  • Lister Buildings B.V.
  • NL Greenlabel
  • ORGA architect
  • Pakhuis de Zwijger
  • Paul de Ruiter Architects b.v.
  • Plegt-Vos
  • Rc Panels
  • Renor
  • Respace
  • Signify
  • Stichting W/E adviseurs
  • Superuse Studios
  • SustainerTempas Bouwmanagement bv
  • ToornendPartners
  • Triodos Bank
  • Urban Climate Architects
  • Venhoeven
  • CS architecture+urbanism
  • VORM Holding

Op persoonlijke titel ondertekenden ook

  • Andy van den Dobbelsteen Prof.Dr.Ir. – Professor Climate design & Sustainability – TU Delft
  • Lisanne Havinga MSc.PhD. – Assistent Professor Building Performance – TU Eindhoven

Wil je dit manifest ook ondertekenen? Dat kan via deze link

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Verschillende Noord-Hollandse gemeenten willen duurzame energie afnemen én het opwekken van schone energie in de regio stimuleren. Daarom gaan de gemeenten Haarlem, Zandvoort, Haarlemmermeer, Amstelveen, Aalsmeer, Uithoorn en Ouder-Amstel vanaf 2023 hun stroombehoefte op een vernieuwende manier inkopen. Regionale ondernemers die groene stroom opwekken, kunnen deze stroom rechtstreeks aan de gemeenten verkopen via een alternatief handelsplatform. De gemeenten streven naar zo lokaal mogelijke bronnen.

Transparant, duurzaam en lokaal inkopen

Gemeenten zijn voor de inkoop van hun energie aanbestedingsplichtig. Wat voorheen niet kon, kan nu wel: dynamisch energie inkopen van ondernemers uit eigen regio. De gemeenten werken hiervoor met een zogenaamd ‘Dynamisch Aankoopsysteem (DAS)’. Het platform dat gebruikt wordt, is de Groendus Energiemarktplaats. Op dit alternatieve handelsplatform komen vraag en aanbod van lokale, duurzame energie samen.

Lokale opwek en afname stimuleren

Zoals in elke aanbesteding voor energie weegt de prijs erg zwaar. Om lokale opwek en afname extra te stimuleren, wordt in deze specifieke aanbesteding een fictieve toeslag berekend op basis van afstand. Dat vergroot de kans voor producenten uit de buurt om aan de gemeente te mogen leveren.

Op 2 september starten de samenwerkende Noord-Hollandse gemeenten via TenderNed deze aanbesteding voor schone energie. Producenten die voldoen aan de selectiecriteria krijgen toegang tot de Energiemarktplaats. Groot voordeel voor de deelnemende producenten is dat zij profiteren van betere prijzen, omdat zij geen afdracht meer aan een traditionele energieleverancier hoeven te betalen. Daarbij kunnen zij gunstige prijsafspraken maken voor de langere termijn. Bovendien dragen zij bij aan de verduurzaming van de eigen regio.

Aanjagers van de energietransitie

Nog niet eerder kochten gemeenten energie op deze vernieuwende manier in. Naast de betrokken gemeenten sluiten onderhoudspartner Spaarnelanden, het Noord-Hollands Archief en het Frans Hals Museum zich aan. Ook zij kopen vanaf volgend jaar op deze manier hun energie in. Veel andere gemeenten volgen de ontwikkelingen op de voet en kijken over de schouders van het Noord-Hollandse Samenwerkingsverband mee.

De gemeenten hopen dat lokale producenten enthousiast zijn om zich aan te melden.

Eva de Raadt, wethouder Bedrijfsvoering gemeente Haarlem: “We zijn trots dat we meedoen aan deze nieuwe vorm van energie-inkoop. We roepen lokale energieproducenten dan ook op om zich aan te melden voor onze aanbesteding. Zo dragen we samen bij aan de verduurzaming van onze regio en het behalen van de landelijke klimaatdoelstellingen.”

René Raaijmakers, CEO Groendus: “De huidige energiemarkt en ontwikkelingen in de wereld maken nog eens duidelijk hoezeer het nodig is om zo snel mogelijk over te gaan op een duurzaam energiesysteem. We zijn daarom enorm blij dat deze groep gemeenten en instellingen onze Energiemarktplaats betreden. Zij pakken daarmee het voortouw en geven heel mooi gestalte aan hun verantwoordelijke rol als regionale verbinder en inspirator. Bovendien bouwen zij mee aan een écht duurzaam en toekomstgericht energiesysteem. Wij kijken ernaar uit nog vele andere gemeenten, instellingen en bedrijven op de Energiemarktplaats te mogen verwelkomen!”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Siemens Smart Infrastructure and South Pole are partnering to offer a full range of solutions and financing models for companies with the aim of reducing energy-related emissions. Corporate leaders can now tap into an end-to-end service offering that covers all essential steps in developing and implementing a credible decarbonisation roadmap, which is a key pillar of a broader corporate net zero emissions strategy.

“We are excited to be joining forces with South Pole to offer clients joint, unrivalled know-how in developing and rolling out ambitious energy efficiency and decarbonisation solutions and services, at a facility level. Together with South Pole, we are enhancing our capabilities to help clients across the world accelerate their journey towards net-zero emissions, bringing a complete solution to the market by combining advanced decarbonisation strategies with proven energy solutions and services,” says Constantin Ginet, Global Head of Energy & Performance Services at Siemens Smart Infrastructure.

“South Pole has been championing corporate renewable energy procurement and decarbonisation strategies for well over a decade – we know how valuable renewable energy solutions are in saving costs, hedging against rising energy prices, and improving brand leadership. Today we are delighted to be partnering with Siemens, an industry leader whose expertise will further broaden the range of innovative climate solutions we can propose to our clients, particularly at a site level,” says Renat Heuberger, CEO of South Pole“Clients will benefit from working with two trusted, experienced partners who can help them move from strategy to implementation faster, with solutions that perfectly fit their needs.”

Drawing on their respective areas of expertise, Siemens Smart Infrastructure and South Pole will provide companies with best-in-class advisory services – from setting emission reduction targets, and developing strategies to get there, to monitoring and reporting on compliance, renewable energy procurement, as well as support with implementing company or site-level plans, including the financing and delivery of decarbonisation projects. Companies are particularly interested in understanding the business case of implementing various solutions that will reduce their carbon footprint the most at the least cost, and where the biggest return on investment will be, starting at a higher global operations level and then drilling down towards specific markets and sites.

The MoU between South Pole and Siemens comes against the backdrop of soaring energy prices across the globe and a push for radical decarbonisation among private sector companies, who are asked by investors and customers to show – not just tell – how they are improving their sustainability performance and contributing to global net zero targets.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

ClimatePartner is een leider in het ondersteunen van organisaties om hun klimaatactie te versnellen, en nu is het tijd om zelf daad bij woord te voegen met een verbintenis tot continue emissiereducties op basis van Science Based Targets.

Tot voor kort werden in het kader van het Science Based Targets Initiative (SBTi) alleen toezeggingen goedgekeurd van bedrijven met meer dan 500 werknemers. De methodes voor kleine en middelgrote bedrijven zijn pas onlangs in april 2022 ingevoerd. Nu ClimatePartner in 2022 meer dan 500 werknemers heeft bereikt, is het een consequente stap om toezeggingen voor emissiereductie op te stellen op basis van de door SBTi verstrekte richtlijnen.

Klimaatvriendelijke en emissiearme bedrijfsvoering is al vanaf het begin een speerpunt bij ClimatePartner. Op het gebied van zakenreizen, kantoorbenodigdheden, catering, technologie en energie zijn er al gerichte processen en regelingen. Resterende uitstoot wordt gecompenseerd via gecertificeerde projecten. Met de inzet op SBT’s zal emissiereductie een nog belangrijker verbeterproces worden.

De wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen van ClimatePartner zijn in lijn met de meest recente klimaatwetenschap voor het behalen van de doelstelling van het Akkoord van Parijs – het beperken van de opwarming van de aarde tot 1,5°C boven het pre-industriële niveau. Om dit doel te ondersteunen en te bereiken, zal ClimatePartner specifieke reductiedoelstellingen vaststellen en een reductieplan opstellen.

Moritz Lehmkuhl, Founder, en CEO van ClimatePartner legt uit: “Het terugdringen van emissies op korte, middellange en lange termijn is de belangrijkste stap in klimaatactie. Afstemming op SBT’s zorgt ervoor dat we emissies op de meest effectieve manier terugdringen om de klimaatdoelen te halen die in het Akkoord van Parijs zijn vastgelegd. Aangezien de oproep aan elk bedrijf en elke organisatie is om verantwoordelijkheid te nemen, is het niet meer dan een logische stap dat we er ook voor zorgen dat klimaatactie volledig geïntegreerd is in onze bedrijfsvoering.”

De verbintenis van ClimatePartner tot science-based targets te stellen is in augustus 2022 officieel goedgekeurd door de SBTi en staat nu op de SBTi’s target dashboard.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Om alle huidige wegvoertuigen in Nederland CO2-neutraal op elektriciteit te laten rijden, is een windmolenpark ter grootte van de provincie Utrecht nodig. Energiedragers zoals waterstof, synfuels en biobrandstoffen kosten veel meer ruimte, maar hebben specifieke voordelen die vooral voor scheepvaart en luchtvaart over lange afstand belangrijk zijn. Dit blijkt uit het onderzoek ‘Energieketens voor CO2-neutrale mobiliteit’ van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) en TNO.

In hun onderzoek ‘Energieketens voor CO2-neutrale mobiliteit’ beschrijven KiM en TNO wat CO2-neutrale mobiliteit aan energie, geld en ruimte vergt. Daarbij namen ze 4 vormen van energie voor auto’s, vrachtauto’s, schepen en vliegtuigen onder de loep: elektriciteit, waterstof, synfuels en biobrandstoffen. Voorwaarde was dat niet alleen het voertuig zonder CO2-uitstoot rijdt, maar ook dat de energie CO2-neutraal is geproduceerd, zoals met zonnepanelen of windmolens. Voor wegverkeer is elektrisch rijden een goede manier om mobiliteit CO2-neutraal te krijgen, vanwege relatief lage kosten en ruimtegebruik.

Waterstof, synfuels en biobrandstoffen

Alternatieven voor elektrisch vervoer zijn vervoer op waterstof, synthetische brandstoffen (synfuels) en biobrandstoffen. Voor het produceren van waterstof en synfuels is elektriciteit nodig. Door energieverliezen bij de productie, en bij waterstof ook bij transport en distributie, is de behoefte aan die elektriciteit 2 tot 5 keer zo hoog als bij puur elektrische voertuigen. Hierdoor zijn ook de kosten en de benodigde ruimte voor het opwekken van energie – bijvoorbeeld in windparken – veel hoger. Om voldoende synfuels te produceren voor de vliegtuigen en schepen die momenteel in Nederland tanken, is een windmolenpark met een oppervlak van 9 keer de provincie Utrecht nodig. Dit komt overeen met een kwart van het Nederlandse gedeelte van de Noordzee.

Voordelen van waterstof, synfuels en biofuels zijn dat ze makkelijker dan elektriciteit opgeslagen en vervoerd kunnen worden, bijvoorbeeld per buisleiding of schip. Dit betekent dat je minder afhankelijk bent van de plek waar de energie wordt opgewekt. Die plek kan dus ook in het buitenland liggen, al vergt dat dan wel meer transportkosten. Biobrandstoffen zijn een alternatief. Het kost weinig ruimte als ze worden geproduceerd uit afvalstromen of landbouwresiduen. Bij productie op basis van energiegewassen neemt die productie veel ruimte in.

Hogere kosten

Synfuels en biobrandstoffen kunnen chemisch identiek zijn aan de huidige brandstoffen gebaseerd op aardolie: benzine, diesel en kerosine. Het voordeel is dan dat voor de distributie naar de afnemers de huidige infrastructuur kan worden gebruikt en voertuigen niet hoeven te worden aangepast. Ondanks dat zijn de kosten van synfuels over de hele keten inclusief de aanschafkosten van het voertuig (veel) hoger dan die van elektrisch vervoer. Dit komt vooral door de hoge kosten van de grondstoffen, waterstof en CO2 (die uit de lucht moet worden afgevangen), en van de productie. Wat ook kostenverhogend werkt ten opzichte van elektrisch rijden is dat bij de verbranding van synfuels in de motor meer dan de helft van de energie niet wordt gebruikt voor voortstuwing, maar als warmte verloren gaat.

Bijdrage aan discussie

Voor CO2-neutrale mobiliteit zijn CO2-neutrale energiedragers cruciaal. Maar waar halen we die vandaan? Is de Noordzee groot genoeg om energie te produceren voor CO2-neutrale mobiliteit? Welke criteria zijn belangrijk bij het maken van keuzes voor energiedragers voor voer-, vaar- en vliegtuigen? Moeten we energie voor mobiliteit gaan importeren? Met dit onderzoek wil het KiM een bijdrage leveren aan het bij elkaar brengen van feiten over CO2-neutraal verkeer en vervoer om zo beleidsmakers te ondersteunen in het maken van keuzes voor CO2-neutrale mobiliteit.

Foto: KIM

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De energie opwekkende vliegers van Kitepower zijn na een jarenlange doorontwikkeling een toepasbaar energieopwekkend systeem geworden. Bekende Nederlandse duurzaamheidsexperts wijlen Wubbo Ockels en wijlen Henk Hutting zagen al vroeg de potentie van vliegers die energie kunnen opwekken. Uiteindelijk zette de gerenommeerde kitedesigner Bryan van Ostheim in samenwerking met TU Delft Alumni het idee om in de praktijk. Bryan bouwde een betrouwbaar systeem dat ook bij weinig wind energie kon opwekken. Drie succesvolle pilots – in samenwerking met onder andere Defensie – en 9 ontwikkelde versies later is de Delftse startup klaar voor de volgende fase: het op de markt brengen van het eerste mobile airborne windsysteem (AWES). Om de droom van Wubbo en Henk te realiseren is Johannes Peschel, CEO en co-founder van Kitepower een pan-Europese crowdfunding gestart. Inmiddels zijn er 337 investeerders ingestapt en is ruim €400.000 opgehaald van de benodigde €700.00.

Founding fathers

De tocht naar de toekomst van windenergie begon in 1993 toen de Nederlandse astronaut Wubbo Ockels startte met zijn onderzoek naar energie opwekken met vliegers. Aan de TU Delft heeft hij samen met studenten jarenlang aan deze innovatie gewerkt. De potentie was al snel duidelijk, maar het verwezenlijken bleek lastiger dan gedacht. In 2007 was de eerste werkende kite (20kw) een feit en werd de potentie van het idee duidelijk. Twee jaar na het overlijden van Ockels in 2014 werd Kitepower opgericht door co-founders Johannes Peschel, CEO Kitepower en Roland Schmehl, Associate Professor Delft Universiteit van technologie. Het bedrijf zette Ockels prototype om in een kite die 100 kW produceert, genoeg om 150 huishoudens te voorzien van energie. In de komende jaren willen ze uitbreiden naar kites van 200, 300 en 500 kW.

Goeroe van de windenergie: Henk Hutting

Mede dankzij Wubbo Ockels kreeg de Nederlandse Willy Wortel van de windenergie, Henk Hutting, te horen over Kitepower. Henk was een bekende naam in de wereld van duurzame energie en zag meteen potentie in deze duurzame vorm van energie opwekking. Zodoende werd Hutting werkzaam als adviseur bij Kitepower. Mede door de adviezen van Hutting is Kitepower gegroeid tot de positie waar ze nu staan. Johannes Peschel, CEO Kitepower geeft aan:

“Huttings vertrouwen en advies waren een enorme motivatie boost voor het team. Er is een gemeenschappelijke moraal gecreëerd om de wereld duurzamer te maken met het gebruik van vliegers. Henk werd onze meester in volharding en doorzettingsvermogen. Henk was een van onze grootste supporters – onze eigen persoonlijke Churchill. Wij zetten met het team de erfenis van Henk en Wubbo voort en brengen hun droom om energie op te wekken door middel van vliegers in praktijk. Hiermee streven we naar een energieneutrale wereld.” Aldus Peschel

Van kitesurfer tot wereldverbeteraar

Toch moest Kitepower nog een aantal uitdagingen overwinnen. Een grote stap daarin was het aannemen van kitedesigner Bryan van Ostheim, zegt CEO Johannes Peschel: “Zonder Bryan waren we nooit zover gekomen. De succesratio was een combinatie van inspanningen, simulatie FSI, CFD, samen met de nieuwste kennis en de praktijkervaringen van kitedesigners Pepijn Smit, Roland Verheul en Bryan van Ostheim. Bryan was al acht jaar bezig met het ontwikkelen van kites die te gebruiken waren bij weinig wind; een probleem waar wij bij Kitepower ook vaak tegenaan liepen.” Door de expertise van Bryan zijn de kites een stuk efficiënter geworden. Ook voor Bryan was de overstap naar Kitepower een droom die uitkwam.

“Het combineren van mijn passie voor kitesurfen en tegelijkertijd meehelpen aan het verduurzamen van de wereld is een droom die uitkomt. Er wordt geluisterd naar de kennis die ik vanuit mijn hobby heb kunnen vergaren. Dat maakt mij ontzettend trots. Mijn input wordt gewaardeerd en daardoor heb ik het gevoel echt bij te kunnen dragen.” Aldus Bryan van Ostheim

[ad_2]

Source link

Berichten paginering