[ad_1]

Alhoewel het aantal bedrijven in Nederland dat rapporteert over hun klimaatinspanningen toeneemt, heeft de meerderheid nog een lange weg te gaan om te voldoen aan de eisen die hiervoor gaan gelden. Met name bij het inzichtelijk maken van hun inspanningen om klimaatmaatregelen te treffen en de kwaliteit van de rapportages is nog ruimte voor verbetering. Dit blijkt uit de Klimaatbarometer 2022, het derde jaarlijkse onderzoek van accountants- en adviesorganisatie EY naar de mate waarin bedrijven in Nederland rapporteren over hun inspanningen om bij te dragen aan de gestelde klimaatdoelen. Voor deze barometer zijn de geïntegreerde jaarverslagen, duurzaamheidsverslagen en websites van 78 Nederlandse organisaties geanalyseerd. De onderzochte organisaties zijn voor de barometer onderverdeeld naar negen verschillende sectoren binnen de categorieën financiële dienstverleners en fysieke en niet-fysieke goederen en diensten.

Als vertrekpunt voor de toetsing is het raamwerk van de Taskforce on Climate Related Financial Disclosures (TCFD) van de Financial Stability Board (FSB) genomen. De elf TCFD-aanbevelingen  hebben betrekking op vier thema’s: Governance, Strategie, Risicomanagement en Doelstellingen. Naast de TCFD hebben bedrijven in toenemende mate te voldoen aan de vereisten zoals gesteld in het Klimaatakkoord, de EU Taxonomy Regulation, de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) en specifiek voor de financiële sector de EU Sustainable Finance Strategy en de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR).

Uitkomsten

De onderzochte bedrijven in Nederland blijken in hun rapportages gemiddeld voor 80 procent aandacht te besteden aan de elf TCFD aanbevelingen. Dat is een verheugend getal en wijst er volgens de onderzoekers op dat bedrijven de uitdagingen op het gebied van klimaat serieus nemen. Echter, de kwaliteit van de gegeven informatie houdt (nog) niet over. Gemiddeld is er sprake van een score van 39 procent als het aankomt op het voldoen aan de uitgangspunten voor rapporteren over de vier TFCD-thema’s: Governance, Strategie, Risicomanagement en Doelstellingen.

Als we nader kijken naar een van de onderzochte sectoren, de financiële instellingen, dan valt op dat er een groot gat is tussen enerzijds een groep voorlopers (banken/verzekeraars)  en anderzijds een groep achterblijvers (vermogensbeheerders). De voorlopers scoren vooral goed op het geven van informatie over Strategie, Risk Management en Doelstellingen. Zij rapporteren in voldoende mate over de mogelijke impact van klimaatrisico’s op hun bedrijfsvoering, geven details over hun lange termijnkaders voor het beheren van klimaatrisico’s en geven inzicht in hun klimaatdoelen, historische data en meetmethodes.

Volgens Taco Bosman, partner bij EY en één van de initiatiefnemers van de Klimaatbarometer, ligt de lat hoog voor financiële instellingen: ’Een belangrijk uitgangspunt van de TCFD is begrijpen wat de impact is van klimaatscenario’s. Als we voldoen aan het Parijse Klimaatakkoord om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden dan hebben we de energietransitie omarmd. Dit betekent dat de druk toeneemt op organisaties om op korte termijn maatregelen te nemen. We zien dit terug in de verwachting die de minister van Financiën heeft van de financiële sector om als vliegwiel te fungeren door plannen te presenteren om hun klimaat voetafdruk terug te brengen. Bedrijven zouden zich moeten afvragen welke risico’s en kansen een 1,5 graden scenario op de korte termijn zal hebben op hun bedrijfsvoering en welke doelen ze moeten stellen om hun klimaatbestendigheid te vergroten, bijvoorbeeld in de vorm van Science-Based Net Zero Targets.’

Versnelling is nodig

Uit deze barometer blijkt ook dat het de ondernemingen zijn in de categorie ‘Fysieke goederen en diensten’ die achterlopen. Met name als het aankomt op het publiceren van informatie over de TFCD thema’s Governance en Strategie. ‘De achterstand bij bedrijven die actief zijn in sectoren als vastgoed, retail, materialen en gebouwen, gezondheidszorg en consumentengoederen is kritiek. De CSRD gaat vanaf 2024 wettelijk gelden voor 50.000 bedrijven in de Europese Unie met tenminste twee van de volgende criteria: meer dan 250 werknemers, een balans van 20 miljoen euro en een netto omzet van 40 miljoen euro. Het baart ons zorgen dat een groot aantal bedrijven nog onvoldoende voortgang heeft geboekt om tijdig aan die verplichtingen te kunnen voldoen’, aldus Bosman.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Om de opwarming van de aarde tot 2 of 1,5 graden te beperken moet de emissie van broeikasgassen in 2030 een derde tot de helft lager liggen dan wat de wereld met bestaand beleid realiseert. De hoop ontstond de afgelopen jaren dat extra inspanningen van steden, regio’s en bedrijven deze kloof voor een belangrijk deel kunnen dichten. Maar in zijn promotieonderzoek ‘Capturing climate actions in long-term scenarios’ concludeert Mark Roelfsema van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), dat concrete acties en doelen van deze actoren slechts optellen tot 1,5 à 2,5 % extra broeikasgasreductie in 2030.

Er bestaat een gat tussen wat landen beloven en wat nodig is om de doelstellingen van het Parijsakkoord te halen (een ambitie-gat) en er is een gat tussen wat landen beloven en wat ze echt doen (een implementatie-gat). Roelfsema constateert dat hetzelfde fenomeen ook van toepassing is op steden, regio’s en bedrijven: “Gezamenlijk beloven ze veel, maar als je kijkt naar wat ze echt doen, valt dat tegen.”

Best practices bieden hoop

Roelfsema onderzocht met het geïntegreerde klimaatmodel IMAGE ook een theoretisch beleidspakket. Wat als de hele wereld een set van 9 best practices uit het klimaatbeleid zou toepassen? Denk hierbij aan de Europese energiestandaarden voor nieuwbouw (EPBD), efficiëntie van elektrische apparaten (Ecodesign) en normen voor de CO2-uitstoot van auto’s, maar ook aan een Braziliaans programma om de Amazone te beschermen en een Japans programma voor energiebesparing in de industrie. Door dit soort aantoonbaar succesvol beleid wereldwijd uit te rollen, zou in 2030 het klimaatgat met het twee-gradenpad met de helft gedicht kunnen worden. “Landen zouden veel meer van elkaar kunnen leren. Dat lijkt me één van de belangrijkste lessen van mijn proefschrift,” zegt Roelfsema.

Nieuwe rollen voor integrated assessment modellen

In het afgelopen decennium hebben complexe integrated assessment modellen, waarmee wereldwijde emissiepaden worden berekend op basis van verschillende scenario’s, een grote vlucht genomen. Rond 2010 bevatten de meeste van dit soort modellen vooral gestileerde beleidsscenario’s met een regionale of wereldwijde koolstofprijs. Sinds de goedkeuring van het  Parijsakkoord en steviger nationaal  klimaatbeleid verandert de opgave deels van beleidsformulering en besluitvorming (‘waar gaan we naartoe’) naar de beleids-uitvoeringsfase (‘hoe komen we daar’). Volgens Roelfsema zijn frequentere modelruns en uitbreiding met modules waarin kennis uit gedrags- en politieke wetenschap wordt toegepast belangrijk om beleidsmakers de ondersteuning te bieden, die ze nodig hebben.

De promotie van Mark Roelfsema aan de Universiteit Utrecht vond plaats op vrijdag 16 september.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

FlexiWec uit Engeland is de winnaar van de prestigieuze Europese regionale finale van de ClimateLaunchpad competitie – ’s werelds grootste competitie voor groene bedrijven, aangedreven door Europa’s toonaangevende klimaatinnovatie initiatief EIT Climate-KIC. Met hun oplossing kan het team golfslagenergie omzetten in een betaalbare bron van groene elektriciteit en bovendien erosie van de kust bestrijden.

In theorie zou golfenergie kunnen voorzien in 10% van de wereldwijde energiebehoefte. Maar het is te duur. Tot nu. FlexiWec bouwt hun Flexibele Ocean Energy Converters onder de zeebodem, beschermd tegen golven, met behulp van flexibele membraantechnologie in plaats van mentale bewegende delen. Ze zijn twee keer goedkoper dan de huidige goedkoopste oplossing. Door onder de zeebodem te werken, beschermen ze ook de kustlijn en zorgen ze voor strandbehoud.

Op de tweede plaats kwam Fibe uit Engeland, een team dat duurzaam textiel maakt van afval van de aardappeloogst. S. Lab uit Oekraïne werd derde met hun idee voor een echt groene verpakking die 100% biologisch afbreekbaar is.

24 Europese groene bedrijfsconcepten voor klimaatverandering

Deze finalisten vertegenwoordigen de drie beste Europese ideeën uit 1.990 wereldwijd ingediende inzendingen. Op 27 oktober en 3 november strijden deze initiatieven tijdens de Global Grand Final met de regionale finalisten uit Azië, Afrika en Amerika om geldprijzen en een van de 16 plaatsen in een speciaal acceleratorprogramma voor het opschalen van klimaatpositieve oplossingen. De ClimateLaunchpadClimAccelerator biedt follow-up ondersteuning op maat om deze winnende teams te helpen hun idee om te zetten in een succesvol bedrijf met een positieve impact op het klimaat.

De regionale finale Europa 2022 werd in Nederland georganiseerd door het ClimateLaunchpad-team vanuit het Innovation & Impact Centre van de TU Delft en met steun van Bank of America. Dit samenwerkingsverband biedt de deelnemende start-ups het extra voordeel van Bank of America’s wereldwijde en professionele expertise en leiderschap op het gebied van vermogensbeheer, corporate en investment banking.

Emilie Bronsing, programmaleider, ClimateLaunchpad: “Het is een eer om deze Europese regionale finale mogelijk te maken in nauwe samenwerking met alle 18 deelnemende Europese landen, Bank of America en EIT Climate-KIC. Het is enorm inspirerend om meer dan 50 start-ups hun ideeën te zien pitchen om de klimaatverandering aan te pakken! We hebben teams gezien met zoveel potentieel en verspreid over verschillende probleemgebieden binnen al onze klimaatproblemen. We kijken ernaar uit om deze teams te verwelkomen tijdens de Global Final. We wensen deze Europese teams veel succes op mondiaal niveau.”

Sjoerd van Hooijdonk, Director bij Bank of America, die als jurylid deelnam aan de regionale finale: “Innovatie is essentieel als de wereld CO2-vrij moet worden in het tempo en op de schaal die in de Overeenkomst van Parijs zijn vastgesteld. Ik was verrast en onder de indruk van de innovatie en de omvang van de ideeën die in deze wedstrijd naar voren kwamen. Ik zie een echte verschuiving in denken en nieuwe ideeën die de wereld voorgoed zullen beïnvloeden.”

Meer gedetailleerde informatie over alle 2022 finalisten op de website.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

DS Smith zet een grote stap in de verduurzaming van het productieproces op locatie in Eerbeek: op drie loodsen en op het productiedak van de fabriek in Eerbeek zijn zonnepanelen geïnstalleerd, goed voor ca. 11.850 vierkante meter aan dakoppervlak. Hierdoor kan de productie van de fabriek nu deels op zonne-energie gaan draaien. Naar verwachting zijn deze zonnepanelen goed voor het opwekken van zo’n 2 miljoen kWh per jaar: gelijk aan de energie die nodig is om jaarlijks meer dan 750 huishouders van stroom te voorzien.1

Alle stroom die de zonnepanelen leveren wordt ingezet in de fabriek: hierdoor reduceert DS Smith haar CO2-uitstoot met maar liefst 947 ton per jaar. Naast dat deze stap deel is van de eigen duurzaamheidsstrategie van DS Smith, sluit deze ook aan bij de doelstellingen van het programma Eerbeek-Loenen 2030. Binnen dit programma werken gemeente Brummen, industriekring Eerbeek Loenen (IKEL) en provincie Gelderland onder andere samen aan een energietransitie naar volledig duurzame energie.

Het installeren van de zonnepanelen vergde een flinke operatie: de dakconstructie van de fabriek is verstevigd en alle lichtkoepels zijn voorzien van extra brandwerend materiaal om de brandveiligheid te kunnen garanderen. In de Benelux blijft het voor DS Smith niet bij de fabriek in Eerbeek: Zo zijn er ook al panelen geïnstalleerd op de productielocaties in Almelo, Barneveld, Gent en Buggenhout.

Bjorn Reudink, Site Manager DS Smith Nederland is verheugd met de voltooiing van de installatie“Als productielocatie zijn we erin geslaagd om nu deels te kunnen overschakelen op zelf-opgewekte duurzame stroom. De overgang naar groene energie is cruciaal voor DS Smith om onze klimaatambities te behalen en in 2050 een uitstoot van net-zero te kunnen realiseren. We zijn trots dat we op lokaal niveau een substantiële bijdrage kunnen leveren aan het verduurzamen van het productieproces en daarmee het verminderen van de uitstoot.”

Naar net-zero in 2050

De installatie van de zonnepanelen is in lijn met de ambitieuze klimaatdoelstellingen van het bedrijf die zijn uiteengezet in de Now and Next duurzaamheidsstrategie. Deze ambities omvatten een Science Based Target waarin een vermindering van 40% van de CO2-uitstoot per ton product is vastgelegd tegen 2030 (in vergelijking met de niveaus van 2019) en een uitstoot van ten minste netto-nul voor 2050. Om deze ambities te verwezenlijken investeert DS Smith de komende 28 jaar consistent in het verduurzamen van haar eigen operaties. De inzet op zelf-genererende duurzame energiebronnen zoals wind- en zonenergie maken eveneens onderdeel uit van deze investeringen.

1 https://www.milieucentraal.nl/energie-besparen/inzicht-in-je-energierekening/gemiddeld-energieverbruik

[ad_2]

Source link

[ad_1]

In een bijeenkomst op 20 september jl. presenteerden Schuttelaar & Partners (S&P) en ClimatePartner hun propositie om de samenwerking in te leiden. Binnen deze samenwerking bundelen beide partijen hun expertise om bedrijven binnen de voedselsector volledig te begeleiden op de weg naar klimaatneutraal. 

Klimaatneutraal produceren

‘Klimaatneutraal’ produceren betekent dat producten een netto-nul-emissiebalans hebben. Die balans kan bereikt worden door allereerst de uitstoot te berekenen via een wetenschappelijk erkende methode. De vervolgstap is om de emissies te reduceren. Wat er overblijft kan worden gecompenseerd in klimaatprojecten. Als dat alles gecontroleerd is en gecertificeerd wordt door een onafhankelijke partij, zoals ClimatePartner, dan mag er een klimaatneutrale claim gedragen worden. Met een klimaatneutraal label op de productverpakking.

Daarnaast begeleidt en adviseert ClimatePartner bedrijven over hun Net-Zero strategie. Schuttelaar & Partners is bedreven in klimaat een plek geven binnen de MVO strategie en daarover te rapporteren en te communiceren. Uiteindelijk dienen al deze inspanningen te leiden tot een toegevoegde waarde voor een bedrijf of product en tot het behalen van de doelstellingen zoals afgesproken in het klimaatakkoord van Parijs. ClimatePartner en Schuttelaar & Partners zijn missie gedreven organisaties die graag samenwerken aan een duurzame en gezonde wereld.

Foto: Suzanne van der Pijll (Schuttelaar & Partners) en Robert Viertelhauzen (ClimatePartner) tekenen een overeenkomst om samen te werken.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Interface, wereldwijde vloerenfabrikant en koploper op het gebied van duurzaamheid, is onafhankelijk gecertificeerd als CO2-neutrale onderneming op basis van de PAS 2060-norm. Dit is de internationaal erkende norm voor CO2-neutraliteit die door het British Standards Institution (BSI) is opgesteld. Interface is van plan een jaarlijkse toetsing en hercertificering uit te voeren om zijn status te behouden.

Om de CO2-neutraliteit te realiseren, heeft Interface de fabrieken, producten en toeleveringsketen getransformeerd. Onder meer door gebruik te maken van nieuwe innovatieve grondstoffen die CO2 vasthouden, om de CO2-uitstoot drastisch te verminderen. CO2-emissies die Interface nog niet kan elimineren, worden geneutraliseerd met geverifieerde emissie-compensatie-credits. Uiteindelijk is het bedrijf van plan om niet meer dergelijke CO2-compensaties nodig te hebben om haar impact te balanceren.

Laurel Hurd, CEO van Interface: “Nu is alles wat we doen, elk aspect van onze bedrijfsvoering CO2-neutraal. We hebben ontzettend hard gewerkt om onze CO2-uitstoot radicaal te verminderen, waarbij we putten uit onze cultuur van innovatie en design. Het resultaat is dat Interface, voor zover we weten, de laagste CO2-voetafdruk tapijttegels cradle-to-gate op de markt heeft. Dit is voorafgaand aan het neutraliseren van de resterende CO2-impact waardoor al onze producten over hun volledige levenscyclus CO2-neutraal zijn. We blijven gecommitteerd om onze CO2-uitstoot verder te reduceren, en wat overblijft aan emissies te neutraliseren, totdat dit niet meer nodig is.”

De volgende stap

Om tegen 2040 een CO2-negatieve onderneming te zijn, zoals Interface beoogt, moet het bedrijf meer CO2-opslag realiseren dan er wordt uitgestoten, zonder het gebruik van compensaties. Op weg daarnaartoe gaat Interface verder met het transformeren van de eigen activiteiten en materialen en werkt ze samen met leveranciers om de CO2-voetafdruk van de grondstoffen (Scope 3 emissies) verder terug te dringen. Hurd: “Als Interface het kan, kan elk bedrijf het. We nodigen anderen uit om zich bij ons aan te sluiten terwijl we werken aan het leveren van een bijdrage aan het omkeren van de opwarming van de aarde en om het bedrijf zodanig te runnen waardoor een klimaat behouden blijft dat geschikt is om in te leven.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Milieudefensie heeft vandaag de accountantskantoren van de 29 grote vervuilers, waaronder ING, Ahold, Schiphol, BAM Groep en Unilever, een brief gestuurd waarin de milieuorganisatie de boekhouders wijst op hun verantwoordelijkheid in het tegengaan van klimaatverandering. “Accountants moeten gevaarlijke klimaatverandering aanmerken als kernpunt in de controle van de jaarrekening. Daarbij zijn zij verplicht om te handelen wanneer grote bedrijven onvoldoende actie ondernemen hiertegen”, aldus Donald Pols, directeur van Milieudefensie.

Dat de grote bedrijven tekortschieten in het nemen van klimaatmaatregelen bleek eerder dit jaar uit de Klimaatcrisis-Index, een onderzoek van NewClimate Institute naar de klimaatplannen van de 29 grote vervuilers. Milieudefensie had om de klimaatplannen gevraagd, in navolging van de rechtszaak tegen Shell, die onderstreept dat vervuilende bedrijven een grote verantwoordelijkheid dragen in het tegengaan van gevaarlijke klimaatverandering.

Klimaatbeleid kernpunt van de controle

Vanaf vandaag richt Milieudefensie, als eerste in de wereld, haar peilen dus ook op de accountantskantoren van de grote vervuilers: KPMG, Deloitte, PwC en EY. Het was EY dat in april vorig jaar als controlerend accountant van Shell voor het eerst de financiële impact van klimaatverandering en de energietransitie als kernpunt van de controle (key audit matter) benoemde. In dat jaarverslag werd ook vastgesteld dat Shell geen, voor de accountant controleerbaar, beleid voert dat in lijn is met de eigen doelstelling van Shell om per 2050 een netto-nul-uitstoot te realiseren, in overeenstemming met het Klimaatakkoord van Parijs. Pols: “Deze accountant heeft een belangrijk signaal afgegeven; het is nu tijd dat vakgenoten gaan volgen. De accountants van de grote vervuilers moeten de effecten en risico’s van klimaatverandering op de financiële positie van deze bedrijven als een vast controlepunt gebruiken bij het opstellen van het jaarverslag; dit geldt ook voor de adequaatheid en controleerbaarheid van hun klimaatbeleid.”

Risico’s zien en waarschuwen

Volgens de milieuorganisatie moeten de accountantskantoren inzicht krijgen in de manier waarop gevaarlijke klimaatverandering een risico vormt voor de bedrijven. Ook moeten de boekhouders greenwashing doorzien die bedrijven ook in hun jaarverslagen doorvoeren als het gaat om hun eigen bijdrage aan het klimaatprobleem en aan de oplossing ervan. De klimaatregelgeving is aan snelle verandering onderhevig en van de accountant wordt verwacht dat deze de ondernemingen controleert en daarop voorbereidt. Hij hoort dit te doen door onder andere de bedrijven daarover te informeren, en zo nodig te waarschuwen, indien zij niet aan de regelgeving (zullen gaan) voldoen. Pols: “Een goedkeurende controleverklaring zonder expliciete klimaatbeoordeling is in de huidige klimaatcrisis niet compleet, niet transparant en kan zelfs investeerders, aandeelhouders en het algemeen publiek benadelen. De onafhankelijke accountantscontrole moet juist deze belangen dienen.”

Milieudefensie haalt in de brief de wereldwijde trend van klimaatzaken aan tegen hen die directe of indirecte controle hebben over een grote hoeveelheid CO2-uitstoot, zoals staten en publieke en private systeemspelers. Ook tegen partijen die een verantwoordelijkheid hebben om die controlemacht aan te wenden om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. Daarmee worden niet alleen de grootvervuilers en financiële instellingen bedoeld, maar ook de accountantskantoren.

Pols: “De controlerend accountants van deze bedrijven zijn verplicht om te garanderen dat informatie die door de jaarrekening naar buiten komt naar hun onafhankelijk en objectief inzicht een getrouw beeld geeft van de financiële positie van deze bedrijven. Dit betekent dat alle verplichtingen en risico’s van deze ondernemingen die van materieel belang zijn, openbaar moeten worden gemaakt en dat, waar nodig, maatregelen of voorzieningen moeten worden getroffen. Het voldoen aan klimaatverplichtingen maakt dit een onderwerp dat in de kern van de financiële verslaglegging en risicobeoordeling van systeemspelers in klimaatverandering thuishoort. Het moet daarmee onderdeel zijn van elke accountantscontrole bij deze grote vervuilers en systeemspelers om tot een getrouw beeld van de financiële positie te kunnen komen waar derden op kunnen vertrouwen.”

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Action-CEO Hajir Hajji heeft vrijdag 23 september een zonnedak van bijna 13.000 panelen in gebruik genomen op het distributiecentrum in Zwaagdijk-Oost. Zij deed dit samen met Edward Stigter, gedeputeerde voor Milieu en Klimaat van de provincie Noord-Holland. Na de officiële opening volgde een aansluitende duurzaamheidsbijeenkomst voor lokale en regionale ondernemers.

De verduurzaming van bedrijventerreinen is momenteel een actueel onderwerp, waarbij samenwerking en kennisdeling van belang zijn. De ingebruikname van het zonnedak vormde dan ook de aftrap van een duurzaamheidsbijeenkomst voor ondernemers op bedrijventerrein WFO in Zwaagdijk. Zo’n 50 ondernemers van omliggende bedrijven namen deel aan deze middag, waarbij Action samen met het Duurzaam Ondernemersloket een sessie organiseerde om ondernemers te inspireren en hen op laagdrempelige wijze te ondersteunen bij hun plannen voor energietransitie. Tijdens de sessie deelde Action verschillende ervaringen en inzichten met mede-ondernemers op het bedrijventerrein. 

Hajir Hajji, CEO van Action: “Binnen bedrijventerrein WFO kunnen bedrijven gezamenlijk optrekken, of het nu gaat om de opwekking van energie of de opslag ervan. Daar zie ik een kartrekkersrol voor grote bedrijven zoals Action, want niet iedere ondernemer heeft zo’n groot geschikt dak of dezelfde slagkracht om te verduurzamen. De vraag hierbij is: hoe zorgen we ervoor dat kleinere ondernemingen baat kunnen hebben bij de verduurzamingskeuzes van grote bedrijven? De oplossing zit hem in samenwerken. Action staat positief tegenover solide oplossingen die onze verduurzaming én die van andere bedrijven kunnen versnellen, dus daarover willen we graag met ondernemers in gesprek.”

Verduurzaming distributiecentra

Non-food retailer Action investeert in verduurzaming van alle huidige en toekomstige distributiecentra in Europa. Nieuwe distributiecentra voldoen daarmee standaard aan de BREAAM Excellent-duurzaamheidsnorm. Het eerste distributiecentrum van Action in Zwaagdijk-Oost is gedurende de afgelopen jaren al aangepast op het gebied van efficiënte verwarming en ledverlichting van de 104.000 vierkante meter die het centrum beslaat. Daar werd eerder al groene stroom voor gebruikt, en vanaf nu wekken de zonnepanelen deze grotendeels op. Een volgende stap die hierbij onderzocht wordt, is de lokale opslag van opgewekte energie.

Volgens CEO Hajir Hajji is de verduurzaming van distributiecentra een belangrijk onderdeel van de algehele duurzaamheidsstrategie van de retailer, die verder onder meer gericht is op het verder reduceren van CO2 uitstoot, het realiseren van energiebesparing en circulariteit. 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Climate Neutral Group (CNG) bestaat dit jaar 20 jaar – een bijzondere mijlpaal voor een bedrijf dat zich volledig richt op het aanpakken van klimaatverandering. Om dat te vieren organiseert het consultancybedrijf op 6 oktober een jubileumcongres in Tivoli Vredenburg, Utrecht. Centraal staat het thema ‘Crisis as the Catalyst of Change’, oftewel hoe je als bedrijf kunt omgaan met alle huidige crises.

Climate Neutral Group nu

CNG, met vestigingen in Nederland, België en Zuid-Afrika en nu onderdeel van Anthesis Group, heeft zich in 20 jaar tijd internationaal ontwikkeld tot een sterke consultancy-partij. Motoren achter deze groei zijn het door ISEAL en Milieu Centraal erkende klimaat topkeurmerk, Climate Neutral Certified, en de focus op de realisatie van ambitieuze CO2-reductie. Reductie start met inzicht, waarvoor verschillende footprint calculatoren ontwikkeld hebben voor organisaties en producten, voornamelijk voor de agrifood en verpakkingssector.

Daarnaast is CNG nog steeds de betrouwbare partner voor compensatie, sinds een paar jaar ook met eigen projectontwikkeling. Dat doen we vooral op het gebied van Agricarbon en mangrove projecten, vanwege de noodzaak aan meer carbon removal projecten om onder het Parijsakkoord de internationale klimaatdoelen te behalen.  Ook hebben we de eerste stappen gezet in samenwerking met organisaties voor insetting projecten, die leiden tot reductie en ‘compensatie in de eigen keten’. In Europa liggen inmiddels in 14 landen gecertifieerde producten in de schappen.

Congres dat klimaatactie stimuleert

Het live-congres geeft inspiratie over hoe klimaatactie bedrijven een duurzame toekomst biedt. Keynote-sprekers zijn onder andere Thomas Rau (architect en inspirator) die de zaal meeneemt met het thema ‘Guide yourself by the future you want’, Volkert Engelsman (oprichter en directeur Eosta) over ‘Create sustainable value for people and planet’ en Rens van Tilburg (directeur Sustainable Finance Lab) met ‘How the financial sector can accelerate the sustainable transition’.

Naast inspirerende plenaire presentaties kunnen bezoekers deelnemen aan verschillende subsessies. Elke sessie wordt door iemand van CNG en/of van Anthesis Group gehost, gezamenlijk met diverse klanten en cases om te laten hoe de aanpak naar Net Zero CO2 in de praktijk werkt. Thema’s van de sessie zijn strategie, supplychain algemeen en specifiek in agrifood, verpakking, certificering en rol van retailers en merken als versnellers in de keten. Het gehele programma is hier te vinden.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Salesforce, the global leader in CRM, introduced Net Zero Marketplace, a trusted platform that makes carbon credit purchases simple and transparent, allowing organizations to accelerate climate positive impact at scale. South Pole is launching partner.

The global voluntary carbon market is estimated to grow to $50B by 2030 as many organizations race to achieve their net zero commitments. Yet, organizations may not always know how to build a carbon credit portfolio — or even where to start. What’s more, the path to purchasing carbon credits is complex, and buyers want to trust that the carbon credit projects have a positive impact.

Net Zero Marketplace, built on Salesforce’s Commerce Cloud, connects buyers and ecopreneurs — environmentally-focused entrepreneurs who lead and drive climate action worldwide — offering a catalog of third-party rated carbon credits and a seamless ecommerce experience for purchasing them. Net Zero Marketplace also features a climate action hub where anyone — businesses or individuals — can learn about climate issues.

“The uptick in extreme weather events shows that no one is spared from climate change — we need smart climate solutions now,” said Suzanne DiBianca, EVP and Chief Impact Officer, Salesforce. “Businesses aiming to achieve long-term emission reductions can complement their efforts with high-quality carbon credits. Net Zero Marketplace brings together Salesforce’s values, technology, and commitment to ecopreneurs to accelerate climate action.”

Quality carbon credits through Net Zero Marketplace can complement long-term emissions reductions

We are at an “all-of-the-above” moment in the climate crisis. Carbon credits are one important tool that – when made and used well – can play a critical role in an organization’s comprehensive climate strategy.

“The first step of anyone’s net zero journey is clearly reducing emissions. But we now know that reducing self-generated emissions is not going to be enough,” said Christiana Figueres, former Executive Secretary, UN Convention on Climate Change and Co-Host, Outrage and Optimism.

Carbon credit projects go through a series of independent verifications against global standards. If they pass the verification process, the projects can issue carbon credits that can then be sold. Projects can include forest conservation, tree planting, wind farms, solar cookstoves, or better farming methods.

Partners bring innovation, scale, and ratings to trusted platform

Finding and verifying a carbon credit’s quality can be difficult and time-consuming. Net Zero Marketplace eliminates the uncertainty by aggregating and publishing third-party ratings for projects not locked behind paywalls or account registrations. This level of transparency helps empower organizations to determine which carbon credits are best for them.

New partners announced today include ecopreneurs who bring innovative, diverse projects to support decarbonization and trusted ratings companies with expertise in identifying projects that deliver real climate benefits.

“Sylvera and Salesforce share the same mission of bringing transparency and trust to carbon markets to drive real climate impact. Quality carbon projects are a powerful and necessary tool to fight climate change, but reliable data and investment is needed to unlock their full potential,” said Sam Gill, co-founder and COO, Sylvera. “With Sylvera’s ratings, Net Zero Marketplace users can discover projects that deliver real climate benefits.”

“Partnering with Salesforce to create this marketplace will turbocharge climate action and empower every company — large and small — to take responsibility for its emissions. We are proud to provide high quality offsets to clients who understand the value of compensating for their impact on the environment,” said Renat Heuberger, CEO, South Pole. “There is no time to waste, let’s take action today.”

At launch, Net Zero Marketplace will offer nearly 90 projects across 11 countries throughout Africa, Australia, Europe, Latin America, and the United States. Buyers will be able to see project descriptions, alignment with the UN Sustainable Development Goals, and, for many, official third-party ratings.

Net Zero Marketplace offers carbon credit purchase to any organization

Any organization can access Net Zero Marketplace and buy carbon credits. For organizations currently using Net Zero Cloud, Salesforce’s carbon accounting solution, the credits are also easily integrated into the platform and will be tracked against their current emissions. Buyers will also get updates on project progress, which will encourage reinvestment.

[ad_2]

Source link

Berichten paginering