[ad_1]

De Efteling wil klimaatneutraal zijn in 2030 en streeft ernaar om klimaatpositief te zijn in 2032. Onlangs plaatste het attractiepark een carportsysteem met 12.000 zonnepanelen op het parkeerterrein. Het is één van de initiatieven die een positieve impact heeft op het klimaat en voortkomt uit deze ambitieuze duurzaamheidsgedachte. Dit draagt bij aan het doel om de Efteling voor altijd te behouden en nóg mooier door te geven aan toekomstige generaties.

Duurzaam verwonderen

“Duurzaamheid is onderdeel van ons DNA sinds de oprichting van Stichting Natuurpark de Efteling. Vanuit die gedachte hebben we verschillende stappen gezet om onze natuur en omgeving te behouden en uiteindelijk mooier te maken”, vertelt Algemeen Directeur Fons Jurgens. “We hebben niet-duurzame verlichting bij de Hoofdentree en attracties vervangen door ledlampen. Ook hebben we elektrische bladblazers aangeschaft. De realisatie van het carportsysteem met zonnepanelen is onze grootste stap in de juiste richting op het gebied van duurzaamheid tot nu toe. Hiermee wordt straks in het totaal meer dan 20 procent van het jaarlijks energiegebruik zelf opgewekt. Het gaat om circa 4.755.000 kWh, wat vergelijkbaar is met een gemiddeld elektriciteitsverbruik van circa 1750 huishoudens. En daar blijft het niet bij: voor 2023 staat op de planning dat de gebouwen in het attractiegebied Anderrijk compleet gasloos worden door middel van een nieuw warmte-koudeopslag-systeem.”

Stichting Natuurpark de Efteling

Aan de wieg van de Efteling staat Stichting Natuurpark de Efteling, die in 1952 het Sprookjesbos opende. Nog altijd is deze stichting de enige aandeelhouder van de Efteling. Zij had een duurzame, maar ook maatschappelijke visie: ontspanning bieden in een natuurlijke omgeving aan de inwoners van de gemeente. Dit doel is door de jaren heen onveranderd gebleven en past bij de huidige visie van de Efteling waarin gasten een 9+ beleving ervaren in een natuurrijke en sprookjesachtige omgeving en kunnen ontsnappen aan de dagelijkse realiteit. Jurgens: “Dit jaar bestaat de Efteling zeventig jaar en we willen nog minstens zeventig jaar betovering bieden. Het is dus belangrijk dat we onze duurzame verantwoordelijkheid nemen om het attractiepark nog mooier door te geven aan toekomstige generaties.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

13 Nederlandse financiële instellingen zijn verantwoordelijk voor de uitstoot van 244 miljoen ton CO2, bijna anderhalf keer de jaarlijkse binnenlandse uitstoot van Nederland. Dit blijkt uit onderzoek van Profundo, in opdracht van Milieudefensie. “Met hun wereldwijde leningen aan en beleggingen in bedrijven die verantwoordelijk zijn voor het oppompen van olie en gas, wakkeren Nederlandse financiële instellingen gevaarlijke klimaatverandering verder aan”, aldus Donald Pols, directeur van Milieudefensie. “Wij roepen minister Kaag van Financiën op om banken, verzekeraars en pensioenfondsen wettelijk te verplichten om hun CO2-uitstoot terug te dringen in lijn met het Klimaatakkoord van Parijs.”

Het onderzoek van Profundo toont aan dat de Nederlandse financiële sector een verborgen grote vervuiler is vanwege de gefinancierde uitstoot. ING, ABN AMRO en Rabobank spelen hierin de hoofdrol en zijn verantwoordelijk voor 60% van die uitstoot. ING steekt er met kop en schouders bovenuit en is verantwoordelijk voor 102 miljoen ton CO2. Op plaats twee staat verzekeraar Aegon met 35 miljoen ton CO2. Verder zijn verzekeraars ASR en Achmea onderzocht en zeven pensioenfondsen.*

Tijd van vrijblijvendheid voorbij

Pols: “Juist banken, verzekeraars en pensioenfondsen kunnen vrij snel hun uitstoot naar beneden brengen door te kiezen voor het financieren van de schone economie in plaats van de vervuilende economie.” Eerder dit jaar bleek uit de Klimaatcrisis-Index, een onderzoek van NewClimate Institute, dat de klimaatplannen van acht financiële instellingen zwaar tekort schieten om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. Pols: “De tijd van vrijblijvendheid is voorbij. Het kabinet moet nu doorpakken en ingrijpen om investeringen in de fossiele industrie te stoppen. Alleen dan kan de financiële sector een vliegwiel voor verduurzaming worden. Een overheid die blijft vertrouwen op de vrijwillige inspanningen van financiële instellingen die steek na steek laten vallen, verzuimt.”

Onderschatting

Profundo benadrukt dat de 244 miljoen ton CO2 zeer waarschijnlijk een onderschatting is van de gefinancierde uitstoot van de Nederlandse financiële sector, vanwege de selectie van instellingen, activaklassen en de beschikbare uitstootgegevens van bedrijven. Bovendien houdt dit cijfer enkel rekening met de scope 1 (eigen installaties) en scope 2 (ingekochte energie) uitstoot van de bedrijven waarin financiële instellingen investeren. Alle andere uitstoot in de waardeketen van de bedrijven (scope 3) is nog niet meegeteld. Voor veel bedrijven is dit het allergrootste deel van hun uitstoot. Profundo schat de gefinancierde scope 3 uitstoot op 869 miljoen ton CO2, meer dan drie keer zoveel als de gefinancierde scope 1 en scope 2 uitstoot.

De Nederlandsche Bank waarschuwt

Milieudefensie benadrukt dat klimaatverandering grote risico’s met zich meebrengt voor financiële instellingen. Zo kunnen bijvoorbeeld beleggingen in olie- en gasbedrijven aan waarde verliezen door wijzigend beleid. Volgens De Nederlandsche Bank beheersen de meeste financiële instellingen deze klimaatrisico’s op dit moment niet goed.

*pensioenfonds ABP, BpfBouw, PMT, PH&C, PFZW, PME en Pensioenfonds Detailhandel, die samen goed zijn voor 61% van het pensioenvermogen (eind 2021).

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Zonnepanelen die direct waterstof maken? Het kan en je hebt er circa 20 nodig om een gezinswoning van het gas- en elektriciteitsnet af te halen. Een klassiek zonnepaneel zet 18 tot 20 procent van de zonne-energie om in stroom. Als je met die stroom water splitst in waterstof en zuurstof, dan gaat er heel wat energie verloren. Onderzoekers van de Katholieke Universiteit uit Leuven hebben dat opgelost door een zonnepaneel te ontwerpen dat waterdamp uit de lucht efficiënter direct omzet in groene waterstof. De zonnestroom gaat daarbij direct naar een in het paneel geïntegreerde elektrolyser.

Prototypes van waterstofpanelen

De eerste prototypes van een waterstofpaneel zijn al in 2019 in Leuven getest. Vele testexemplaren verder is nu de tijd rijp voor een volgende stap. Dat is productie op grote schaal. Het in Leuven gevestigde bedrijf Comate ziet kansen. Dit bedrijf heeft meegeholpen met de prototypes en verwacht dat de waterstofpanelen rond 2030 te koop kunnen zijn, zo is te lezen in een bericht op de site van de Belgische omroep VRT.

250 liter waterstof per dag

In 2019 vertelde Johan Martens van de KU Leuven dat een waterstofpaneel gemiddeld 250 liter waterstof uit de buitenlucht kan halen. Die kun je met een compressor onder hoge druk tanks opslaan. Met 20 waterstofpanelen op het dak kan een gezin een jaar zonder gas en elektriciteit leven.

15 jaar ontwikkeling

Martens van de KU Leuven werkte bijna 15 jaar aan de ontwikkeling van het waterstofpaneel. De onderzoekers slaagden erin per paneel 0,25 m3 waterstof gemiddeld per dag te produceren, een rendement van 15 procent. Hoewel het zonnepaneel bruikbaar is voor de productie van zonne-energie en waterstof, kan dat niet allebei tegelijkertijd.

Productie waterstofpanelen

“We zijn heel tevreden dat we van een onderzoeksresultaat als dit een verkoopbaar product kunnen maken” zegt Sander van den dries, directeur van Comate. “Maar je kan pas echt spreken van een innovatie als het geproduceerd, verkocht en gebruikt wordt.” Om dat mogelijk te maken, zal het onderzoeksproject Solhyd transformeren tot een spin-offbedrijf van de KU Leuven.

Op daken woningen

“Op die manier kunnen we de panelen uiteindelijk in grote volumes maken en verspreiden over de wereld”, zegt Jan Rongé, onderzoeker van de KU Leuven. Hij kijkt alvast hoopvol uit naar de toekomst: “We verwachten dat het vanaf 2030 mogelijk wordt om waterstofpanelen te installeren op daken van woningen.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

318 financiële instellingen en multinationals met 37 biljoen dollar aan activa en koopkracht roepen meer dan 1.000 van ’s werelds bedrijven met de grootste impact op het klimaat om emissiedoelstellingen vast te stellen die in overeenstemming zijn met de 1,5°C-doelstelling van het Akkoord van Parijs. Het specifieke verzoek is dat bedrijven een emissiereductiedoelstelling laten goedkeuren via het Science Based Targets-initiatief, de industrienorm voor geloofwaardige klimaatdoelstellingen die alle emissies van de waardeketen van een bedrijf omvatten. De 2022 CDP Science-Based Targets campagne wordt gecoördineerd door de wereldwijde non-profit CDP, die ’s werelds milieu-openbaarmakingssysteem beheert. In Nederland zijn onder meer OCI N.V., Koninklijke Boskalis Westminster en VEON het doelwit.

CDP stuurde brieven naar meer dan 1000 bedrijven wereldwijd, waaronder ’s werelds grootste chemiebedrijf BASF, China’s grootste detailhandelaar JD.com, de Australische luchtvaartmaatschappij Qantas, evenals Caterpillar, FedEx, General Electric en Wal-Mart de Mexico.

In Nederland zijn onder meer OCI N.V., Koninklijke Boskalis Westminster en VEON het doelwit.

De lijst van beoogde ondernemingen is sterk gericht op Azië en de Verenigde Staten. 48% van alle beoogde ondernemingen is gevestigd in de regio Azië en de Stille Oceaan, gevolgd door 23% in de Verenigde Staten. Slechts ongeveer 1 op de 10 beoogde ondernemingen is Europees, wat aantoont dat het stellen van sterke doelen in de regio geavanceerd is.

Het campagneverzoek wordt gesteund door veel van ’s werelds grootste financiële instellingen, waaronder Allianz Global Investors, AXA Group, Crédit Agricole, Insight Investment Management, La Banque Postale, Nomura Asset Management, PIMCO, UBS en de Europese Investeringsbank.

Tien financiële instellingen namen deel aan de campagne, waaronder Achmea, AEGON Asset Management en Robeco. Tot de groep behoren ook 45 multinationals met meer dan 710 miljard dollar aan jaarlijkse inkoopuitgaven, zoals PepsiCo, Inc., Astra Zeneca, Yamaha en Schneider Electric, die de campagne gebruiken om de emissiedoelstellingen van hun leveranciers te verbeteren en hun eigen doelstellingen te halen.

De CDP-campagne is sinds vorig jaar met meer dan 30% gegroeid, zowel wat betreft het aantal ondersteunende organisaties als hun gezamenlijke activa en koopkracht. De 1000 bedrijven die het doel zijn van de campagne, zijn van cruciaal belang voor de wereldwijde inspanningen om de opwarming van de aarde tot 1,5°C te beperken. Zij zijn de bron van 7 gigaton aan Scope 1- en 2-emissies – gelijk aan India en de Verenigde Staten samen – en hebben een gezamenlijke marktwaarde van meer dan 25 biljoen dollar (44% van de gehele MSCI All Country World index).[2]

Laurent Babikian, Joint Global Director Capital Markets bij CDP, zei:  “De afgelopen maanden met het extreem weer hebben ons opnieuw laten zien wat een opwarmende wereld doet bij 1,2 graden. Het zal catastrofaal erger worden tenzij we een ongekende vermindering van de uitstoot van broeikasgassen zien – 50% in de komende acht jaar – zodat we de stijging kunnen beperken tot 1,5 graden. Maar dit is eenvoudigweg onhaalbaar tenzij de bedrijven met de grootste impact op het klimaat ambitieuze doelstellingen hebben om al hun emissies in de waardeketen te verminderen. Ik ben blij dat financiële instellingen en grote wereldwijde inkopers SBT’s nu beseffen als essentieel beschouwen voor alle bedrijven, en als noodzakelijk om hun eigen netto nul-ambities te verwezenlijken. SBT’s zijn de meest nauwkeurige beoordeling van de totale emissie-impact van een bedrijf in de markt – zonder SBT’s kunnen bedrijven investeerders en klanten gewoonweg niet overtuigend laten zien dat ze bezig zijn met een transitie.” 

Ambroise Fayolle, Vice-president van de Europese Investeringsbank, zei: “Bij de Europese Investeringsbank Groep (EIBG) zorgen wij ervoor dat alle projecten en activiteiten die wij financieren in overeenstemming zijn met de doelstellingen van het Akkoord van Parijs. Daarnaast houdt de EIBG rekening met de bredere activiteiten van haar tegenpartijen, buiten het project dat tot stand komt met steun van EIBG-financiering. Of een tegenpartij al dan niet een SBTi-doelstelling heeft, is een nuttige indicator voor hun klimaatambities. Dit helpt ons hen te ondersteunen bij het verder koolstofvrij maken van hun activiteiten en het versterken van hun weerbaarheid tegen klimaatverandering.”

Wereldwijd maken al meer dan 3.500 bedrijven, die meer dan een derde van de wereldwijde marktkapitalisatie vertegenwoordigen, deel uit van de SBTi. Daarvan hebben er meer dan 1.200 doelstellingen van 1,5°C goedgekeurd. Uit CDP blijkt dat het typische bedrijf met een doelstelling de uitstoot met 8,8% per jaar vermindert – meer dan de 4,2% die nodig is om zich aan te passen aan een 1,5°C-pad.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Marktplaats maakt het voor gebruikers inzichtelijk hoeveel CO2-uitstoot zij potentieel besparen met de aankoop van een tweedehands artikel op het platform. Per categorie, bijvoorbeeld Huis en Inrichting, staat vermeld hoeveel iemand gemiddeld aan CO2-uitstoot bespaart door in die rubriek een gebruikt product te kopen in plaats van nieuw. Op deze manier maakt Marktplaats consumenten nog meer bewust van de voordelen van het hergebruik van spullen.

In 2021 heeft Marktplaats door Ethos International en IVL Swedish Environmental Research Institute onderzoek laten doen naar de CO2-besparing die de tweedehands handel via het handelsplatform oplevert. Met de studie wil Marktplaats laten zien welke positieve impact de miljoenen gebruikers maken op het gebied van duurzaamheid en circulaire economie.

Vanaf vandaag toont Marktplaats de potentiële CO2-besparing per aangeboden product, op basis van de resultaten uit dit onderzoek. Dit gebeurt in een deel van de advertentie categorieën op het platform, onder andere in Kinderen en Baby’s, Kleding en Audio TV en Foto. In eerste instantie is dit zichtbaar voor alle bezoekers van de desktopversie om het initiatief te testen en optimaliseren. Bij succes wordt dit verder uitgebreid in andere categorieën en in de Marktplaats app.

Nieuw leven voor miljoenen gebruikte producten

De impact is groot. In 2021 kregen ruim 20,8 miljoen gebruikte producten een tweede, derde of vierde leven via Marktplaats. Het gaat hierbij om producten waarvan gebruikers achteraf hebben aangegeven dat ze die hebben verkocht via Marktplaats. Het daadwerkelijke aantal ligt zelfs nog hoger. Deze tweedehands handel staat gelijk aan de jaarlijkse emissie uit elektriciteitsverbruik van meer dan 230.000 Nederlandse huishoudens. Bovendien besparen gebruikers van Marktplaats met hun tweedehands aankoop meer dan 165 miljoen kilo grondstoffen voor de productie van nieuwe artikelen per jaar.

Potentie hergebruik onderbelicht

In 2021 concludeerde Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) dat 50% van de Nederlandse consumenten open staat voor tweedehands handel, maar ‘dat er ook nog een behoorlijke weg te gaan is voor circulair in de volle breedte het nieuwe normaal wordt’. “Het promoten van duurzaamheid maakt onderdeel uit van onze missie”, zegt Annemarie Buitelaar, CEO van Marktplaats: “Tweedehands handel draagt bij aan het bereiken van Nederlandse klimaatdoelen, waaronder het verminderen van CO2-uitstoot. We willen consumenten bewust maken van de positieve bijdrage die zij kunnen leveren door hergebruik van producten. Steeds meer Nederlanders zoeken naar een manier om duurzame en verantwoorde keuzes te maken. Via het inzichtelijk maken van CO2-besparing, gecombineerd met begrijpelijke, laagdrempelige vergelijkingen, laten we zien hoe je verschil kunt maken voor jezelf, anderen en de wereld om je heen. Zo spelen we via ons platform in op de aandacht voor verduurzaming in de maatschappij.”

Over het onderzoek

Het is haast onmogelijk om voor de jaarlijks meer dan 100 miljoen items op Marktplaats precies de individuele potentiële CO2-besparing te bepalen. Daarom heeft het Zweedse onderzoeksbureau IVL binnen 950 Marktplaats categorieën minimaal 50 advertenties onderzocht. In totaal zijn er dus meer dan 45.000 advertenties bestudeerd om tot de gemiddelde potentiële CO2-besparing binnen de betreffende categorie te komen. IVL heeft hier bij de betreffende artikelen doorgelicht op basis van materiaal samenstelling en de impact van de gehele levenscyclus van grondstof, productie, distributie, gebruik tot het eind van de levenscyclus.

De CO2 cijfers die Marktplaats deelt, laten dus de gemiddelde besparing per artikel zien binnen de betreffende categorie. Daarbij is ook rekening gehouden met de uitstoot van Marktplaats als bedrijf. Net als de uitstoot van eventueel transport van het gebruikte artikel.

Marktplaats continueert dit onderzoek in de komende jaren.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Wintershall Dea en HES Wilhelmshaven Tank Terminal hebben een MoU ondertekend om samen CO₂nnectNow te ontwikkelen, een CO₂-hub op het Duitse HES Wilhelmshaven Tank Terminal. Het plan is om CO₂ die onvermijdbaar is in Duitse industriële processen, op te vangen en te transporten naar het geplande CO₂nnectNow. Vanuit deze enige diepzee haven van Duitsland zal de CO₂ worden verscheept, en later via pijpleidingen worden getransporteerd, naar pijpleidingen in de Noorse en Deense Noordzee die verbonden zijn met geologische formaties. Daar wordt de CO₂ permanent en veilig opgeslagen. Dit proces wordt Carbon Capture en Storage genoemd, CCS, en zal een sleutelrol spelen in het koolstof vrij maken van industrieën die lastig te verduurzamen zijn in Duitsland.

HES Wilhelmshaven Tank Terminal werd geselecteerd als de thuisbasis voor CO₂nnectNow vanwege de strategische ligging, de diepzee kade en uitgebreide industriële- en railinfrastructuur.

Er is een studie gestart om de haalbaarheid van het project te bepalen, waarvan de resultaten naar verwachting in 2023 zullen worden ontvangen.

In mei 2022 presenteerde Wintershall Dea – Europa’s grootste onafhankelijke Gas- en oliebedrijf – BlueHyNow, een gepland project om grote hoeveelheden waterstof uit aardgas te produceren in Wilhelmshaven. De verwachting is dat de door BlueHyNow gegenereerde CO₂ ook zal worden opgevangen en verzameld bij CO₂nnectNow.

Wintershall Dea heeft onlangs een samenwerking aangekondigd met Equinor om Duitsland en Noorwegen te verbinden via een 900 kilometer lange CO₂-pijpleiding. De pijpleiding zal naar verwachting een jaarlijkse capaciteit van maximaal 40 miljoen ton hebben in 2032 en zal veilig transport van CO₂ vanaf de Duitse kust naar de Noorse Noordzee mogelijk maken.

“Alleen met CCS kan Duitsland zijn klimaatdoelstellingen halen. De Noordzee, met name Noorwegen en Denemarken, biedt een enorm potentieel en Wilhelmshaven ligt perfect in Noord-Europa. We zijn verheugd dat we in HES een ervaren en lokaal gewortelde partner hebben gevonden om ons CO₂nnectNow-project te laten rijpen,’ zegt Klaus Langemann, Senior Vice President Carbon Management & Hydrogen bij Wintershall Dea.

“Bij HES International streven we naar duurzame groei, met een sterke focus op kansen in de energietransitie zoals waterstof, CO₂ en schone brandstoffen. Onze HES Wilhelmshaven Tank Terminal heeft de ambitie om een centrale rol te spelen in de Duitse energietransitie. De terminal is zeer goed gepositioneerd om dit te doen, met voldoende land beschikbaar voor verdere ontwikkeling en uitgebreide kade- en spoorcapaciteit. Samenwerking is essentieel om succesvol te zijn in het leveren van een zinvolle bijdrage aan de decarbonisatie van de regio, in lijn met de Europese Green Deal,” voegt Martijn Fock, Business Development en Commercial Director bij HES International, toe.

Studies (bijvoorbeeld door het Öko-Institut en Agora Energiewende) bevestigen dat CCS een sleuteltechnologie zal zijn om Duitsland in staat te stellen de emissies van industrie en landbouw te verminderen. Daarom heeft Wintershall Dea plannen om de emissies te verlagen door CCS en koolstofarme waterstof technologieën toe te passen, die mogelijk kan oplopen tot 20 tot 30 miljoen ton CO₂ per jaar tegen 2040.

CO₂nnectNow moet een cruciale bouwsteen worden om deze doelen te bereiken als vanaf 2028 jaarlijks geleidelijk meer dan 10 miljoen ton CO₂ vanuit HES Wilhelmshaven wordt geëxporteerd naar veilige offshore-opslaglocaties.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Uit nieuw onderzoek van South Pole, ’s werelds grootste leverancier van klimaatoplossingen en ontwikkelaar van klimaatbeschermingsprojecten, blijkt dat een op de vijf ondervraagde bedrijven in Nederland die wetenschappelijk onderbouwde reductiedoelstellingen hebben vastgelegd, deze niet openbaar maken.

Het jaarlijkse rapport Net Zero and Beyond: A Deep-dive on Climate Leaders and What’s Driving Them, dat vandaag uitkomt, ondervroeg toegewijde duurzaamheidsleiders bij meer dan 1.200 grote bedrijven, waarvan 100 in Nederland, in verschillende sectoren. Bijna alle ondervraagde bedrijven hebben een netto nul-doelstelling en wetenschappelijk onderbouwde emissiereductiedoelstellingen vastgesteld, of zijn van plan dat het komende jaar te doen. Deze organisaties kunnen als voorbeeld dienen om te laten zien hoe een deel van de klimaatbewuste bedrijven momenteel vooruitgang boeken, of juist niet, op hun reis naar netto nul.

De belangrijkste redenen van de meeste bedrijven voor hun inzet voor klimaatbescherming was de toegenomen vraag van klanten naar duurzame producten en het tonen van merkleiderschap. Uit het verslag van dit jaar blijkt echter dat sommige bedrijven om deze redenen weliswaar wetenschappelijk onderbouwde netto nul-doelstellingen vaststellen, maar dat een aanzienlijk deel daarvan deze niet openbaar maakt.

In de aanloop naar COP 26 vorig jaar hebben honderden bedrijven over de hele wereld netto nul-doelstellingen vastgesteld en deze via opvallende campagnes bekendgemaakt. De ambitie van bedrijven is sindsdien niet afgenomen: uit het onderzoek van South Pole blijkt dat bedrijven netto nul-doelstellingen blijven stellen en budgetten om deze te ondersteunen blijven verhogen. Maar amper een jaar later doet de groeiende terughoudendheid om wetenschappelijk onderbouwde klimaatdoelstellingen te publiceren de vraag rijzen waarom sommige bedrijven hun doelstellingen niet publiekelijk bekend willen maken.

“Wij zien dat klimaatbewuste ondernemingen hun langetermijndoelstellingen steeds vaker onderbouwen met wetenschappelijk onderbouwde emissiereductie-mijlpalen voor de middellange termijn. Dit is de juiste aanpak, maar wij maken ons zorgen over de afnemende bereidheid om details van deze doelstellingen kenbaar te maken. De snelheid waarmee we onze planetaire grenzen overschrijden is duizelingwekkend. Meer dan ooit hebben we bedrijven nodig die vooruitgang boeken op het gebied van duurzaamheid en hun industrie inspireren om zelf actie te ondernemen. Dit is onmogelijk als vooruitgang in stilte gebeurt,” zegt Renat Heuberger, CEO van South Pole.

Eerlijke gesprekken over de uitdagingen op weg naar netto nul zijn essentieel, aangezien greenwashing blijft aanhouden en rechtszaken toenemen. Onderzoeksjournalistiek die valse beweringen aan het licht brengt, helpt de ambities van bedrijven op het gebied van klimaat hoog en oprecht te houden. Tegelijkertijd kan mediakritiek bedrijven die vrijwillig doelen stellen, ontmoedigen om meer openheid te betrachten – zoals bleek uit South Pole’s 2022 Net Zero Report.

“In het Net Zero Report van dit jaar komt een tegenstelling naar voren tussen de ambitieuze doelstellingen van bedrijven en hun bereidheid om deze publiekelijk bekend te maken. Dit is verontrustend omdat we behoefte hebben aan bedrijven die doortastend optreden en daarbij openlijk praten over wat er achter hun netto nul-doelstellingen schuilgaat. Daarnaast zijn er nog veel bedrijven die hun doelstellingen, die idealiter afgestemd zijn op de wetenschap, nog moeten vaststellen,” zegt René Groot Bruinderink, Head of Climate Solutions Nederland en UK bij South Pole.

Toch laat het rapport van South Pole ook positieve trends zien. Hoewel sommige ondervraagde bedrijven hun doelstellingen niet publiekelijk bekendmaken, zijn zij op de achtergrond bezig met de uitvoering ervan. Driekwart van de ondervraagde bedrijven in Nederland hebben sinds december 2021 hun budgetten voor netto nul verhoogd. Veel bedrijven vergroten ook hun interne capaciteiten door het aannemen van nieuw personeel en het trainen van hun duurzaamheidsteams.

In vergelijking met een derde van de wereldwijd ondervraagde bedrijven, zei bijna de helft van de Nederlandse bedrijven dat het bereiken van hun doelstellingen “moeilijker” is dan verwacht. Een derde van de Nederlandse bedrijven die verklaarden achter te lopen met de uitvoering, is van plan hun inspanningen volgend jaar “aanzienlijk” op te voeren.

Zelfs onder de zelf geïdentificeerde grote vervuilers – waarvan 76% wetenschappelijk onderbouwde netto nul-doelstellingen had – heeft bijna een kwart besloten hun mijlpalen buiten de verplichtingen om niet verder bekend te maken. Als rapportage over klimaatprestaties zelfs bij de meest proactieve grote vervuilers, degenen die in de schijnwerpers van de media en regelgeving staan, wordt verzwegen, hoe kan een “race naar de top” dan ooit worden gestimuleerd bij niet-beursgenoteerde grote vervuilers?

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Op maandag 17 oktober is de eerste monopile voor het offshore windpark Hollandse Kust Noord geplaatst. De bouw van het windpark is hiermee van start gegaan. De komende maanden plaatst Van Oord in totaal 70 monopiles in het windpark dat zo’n 18 kilometer uit de kust ligt, ter hoogte van Egmond aan Zee. De monopiles vormen de fundering van de windturbines. Bij de bouw van het windpark past windparkeigenaar CrossWind diverse innovaties toe, zoals waterstofproductie op zee en drijvende zonnepanelen. Met deze innovaties draagt het windpark als eerste slimme windpark van ons land in belangrijke mate bij aan de versnelling van de energietransitie. 

Tjalling de Bruin, CEO van Crosswind en projectdirecteur van Hollandse Kust Noord: “Hiermee zetten we de eerste stap naar het realiseren van een ​​geïnstalleerd vermogen van in totaal 759 MW, als het windpark eind 2023 operationeel is. Dit komt neer op een groene energieproductie van minstens 3,3 TWh per jaar, waarmee we in ongeveer 2,8% van de Nederlandse elektriciteitsbehoefte kunnen voorzien. Ik ben ontzettend trots samen met het CrossWind team hiermee een bijdrage te leveren aan het versnellen van de energietransitie en het vergroten van de energiezekerheid.”

Slim windpark

De windturbines die op de monopiles komen te staan, zijn onderdeel van het eerste slimme windpark van Nederland. Tjalling de Bruin legt uit: “Het waait niet altijd overal even hard. Hoe zorg je zelfs bij weinig wind dat er toch groene stroom geleverd kan worden? Samen met onze partners onderzoeken we vijf verschillende innovaties die zijn ontworpen om deze uitdagingen aan te gaan. Zo proberen we ervoor te zorgen dat toekomstige windparken op zee een constante stroomleverancier zijn, ongeacht hoe de wind waait, en helpen we het elektriciteitsnet stabiel te houden.”

24/7

De bouwwerkzaamheden vinden 7 dagen per week, 24 uur per dag plaats. Bij ongunstige weersomstandigheden, zoals hoge golven en harde wind, kunnen de werkzaamheden worden stilgelegd om de veiligheid van de medewerkers op zee niet in gevaar te brengen. Het plaatsen van de monopiles is naar verwachting medio 2023 gereed.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Windenergie zit in een stroomversnelling. Alleen al in Europa komt op zee in 2030 circa 135 gigawatt aan windturbines te staan. De keerzijde is dat bladen op de schroothoop gaan belanden aan het einde van hun levensduur van 25 jaar. In Europa gaat het jaarlijks om zo’n vier miljoen ton afval. TNO is vergevorderd met een veelbelovende oplossing.

‘Die is ook hard nodig’, zegt Harald van der Mijle Meijer, senior consultant Wind Energy Technology van TNO. ‘We moeten niet alleen van die enorme berg turbinebladen af die nu begraven of verbrand wordt, maar ook stellen overheden steeds strengere eisen aan de bouwers en eigenaren van windparken. Bedrijven die inschrijven op een tender voor de aanleg van een windpark op zee moeten in veel landen kunnen aantonen dat de windturbines grotendeels te recyclen zijn. De meeste onderdelen zoals fundering en toren zijn dat al, maar voor de bladen is nog geen commercieel aantrekkelijke oplossing. Daar werken wij aan bij TNO binnen het Brightlands Materials Center. Dit initiatief van TNO en de provincie Limburg is gespecialiseerd in de ontwikkeling van duurzame materialen.

Unieke methode

Het gaat om een unieke methode om de vezels uit het turbineblad te winnen en te hergebruiken in nieuwe producten. De huidige bladen bestaan voor meer dan de helft uit glas- en koolstofvezel, die in beginsel geschikt zijn voor hergebruik. Aan het einde van de levensduur zijn er verschillende duurzame opties voor de bladen. Mechanisch of chemisch recyclen heeft nadelen voor kwaliteit en opschaling. De experts van TNO en Brightlands Materials Center hebben zich daarom gericht op een thermochemisch proces met pyrolyse, waarbij het materiaal op bijna vijfhonderd graden wordt verhit zonder zuurstof, waardoor de vezels vrijkomen. Vervolgens zijn ze te verwerken in thermoplastisch composiet om dat te gebruiken in recyclebare producten. Die methode levert de beste uitkomsten om het gerecyclede materiaal steeds weer te hergebruiken.

Mes snijdt aan twee kanten

TNO Business Development Manager Richard Janssen, werkzaam bij Brightlands Materials Center: ‘We werken hier met een groep onderzoekers aan de ontwikkeling en innovatie van polymere materialen, in dit geval thermoplastische composieten. Die bestaan uit plastic en vezels, wat ze extra sterk maakt. Je ziet ze daarom in steeds meer producten, van auto-onderdelen tot sportartikelen. Bladen van windturbines bestaan ook uit composieten, maar een ander type: thermohardende composieten. Deze bevatten ook vezels maar een ander type plastic dat uithardt tijdens de productie en heel lastig te recyclen is. Pyrolyse is een oplossing voor dit probleem, waardoor de vezels teruggewonnen kunnen worden. Deze vezels gebruiken we vervolgens in de makkelijker te recyclen thermoplastische composieten, zodat ze na het gebruik eenvoudiger uit elkaar te halen zijn.

Composiet is net zo sterk als metaal maar veel lichter in gewicht. We ontwikkelen hier niet alleen technologieën om thermoplastische composieten te maken, maar ook om ze te kunnen recyclen. Je wilt dat ze circulair zijn en zo lang mogelijk in uiteenlopende producten worden toegepast. Het mes snijdt aan twee kanten, want je lost een afvalprobleem op en je biedt fabrikanten in uiteenlopende sectoren gerecycled materiaal aan. Ze hoeven voor hun producten dan geen grondstoffen te gebruiken.’

Opschalen

Mariusz Cieplik, Innovatiemanager Bio-energie bij TNO en gespecialiseerd in hoge temperatuur conversieprocessen: ‘Het gaat hier om een verbreding van een technologie die samen eerder is ontwikkeld voor productie van biochar, een bodemverbeteraar die we via pyrolyse maken uit biomassa. Dat proces maken we nu geschikt voor het recyclen van de bladen van windturbines. Er zijn namelijk sterke overeenkomsten tussen die twee. In beide gevallen gaat het om het goed kunnen scheiden van wat vrijkomt bij pyrolyse en de vaste stoffen die overblijven. De technologie is het lab inmiddels ontgroeid. We hebben nu een pilotinstallatie die op een schaal van enkele honderden kilogrammen biochar kan maken. Voor recycling van turbinebladen hebben we dat proces met succes nagebootst met enkele aanpassingen.

Bij TNO beschikken we nu over een perfect platform om verder uit te bouwen. Als we dit de komende jaren kunnen opschalen tot industrieel niveau hebben we een uniek recycleproces dat heel veel afval gaat schelen en het gebruik van grondstoffen beperkt omdat het materiaal dat we terugwinnen een nieuw leven krijgt in een ander, hoogwaardig product.’

Twee werelden samenbrengen

Harald: ‘We maken dit voor alle partijen in de keten aantrekkelijk. Fabrikanten in verschillende sectoren, bijvoorbeeld de auto-industrie, krijgen steeds meer wettelijke verplichtingen om gerecyclede materialen in hun producten te gebruiken. En de windindustrie heeft een afvalprobleem. Wij brengen die twee werelden bij elkaar. Door ons innovatieve proces kunnen we aan twee kanten waarde toevoegen. Het materiaal dat we uit de bladen winnen is toepasbaar in veel hoogwaardige producten, zoals auto-onderdelen, meubels, verpakkingen, smartphones: te veel om op te noemen.’

Richard: ‘Het zou een oplossing kunnen zijn voor zowel de materiaal- als de energietransitie. Bij het maken van windturbinebladen is nooit goed nagedacht over het einde van de levensduur. Ze, moesten geld opleveren, sterk en veilig zijn, bestand tegen extreme weersinvloeden. Recycling was nooit echt aan de orde. Nu onderzoeken we hoe we de vezels uit bladen zo lang mogelijk in leven houden. Is het in een toepassing niet meer bruikbaar, zoals turbinebladen, dan verwerk je het weer in de volgende toepassing. Zo stel je verbranding zo lang mogelijk uit.’

Ketens organiseren

De recycling van de bladen zou over een paar jaar op een aantal plekken in het land moeten gebeuren, het liefst in de buurt van grote havens waar ze vanaf zee of land worden aangevoerd. Daar komen dan hubs om van de afgedankte bladen hoogwaardige halffabricaten of eindproducten te maken. TNO voert hierover in Europees verband overleg met bedrijfsleven, overheden en kennispartners om dit op grote schaal te organiseren.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Duurzaam energiebedrijf Groendus neemt het IoT-platform EnergyNXT over van ICT Group B.V. EnergyNXT is een bewezen oplossing voor energiemonitoring en de aansturing van energie-specifieke apparatuur. Het optimaliseert opwek en verbruik van energie met bijbehorende energiestromen. Met de overname van het platform en het EnergyNXT ontwikkelteam brengt Groendus haar klanten weer een stap dichter bij 100% schone energie.

Energie-installaties slim aansturen

De software van EnergyNXT is gebouwd op de nieuwste generatie Internet of Things (IoT) technologie van ICT Group. Het verbindt verschillende energie-installaties en stuurt deze slim aan op basis van real-time voorspellings- en marktdata. Zo koppelt het platform zonnepanelen, laadpalen, batterijen en verwarmingsinstallaties. Maar ook meer energie-intensieve verbruiksinstallaties, zoals koel- en vriescellen, kunnen optimaal aangestuurd worden vanuit het platform van EnergyNXT.

Met het EnergyNXT platform maakt Groendus het voor haar klanten mogelijk om zoveel mogelijk van de duurzame energie die zij opwekken zelf efficiënt te gebruiken en aan de markt te leveren. Het brengt de duurzame missie van Groendus weer een flinke stap dichterbij: 100% schone energie voor iedereen.

Onafhankelijk van fossiele energie

Het platform van EnergyNXT wordt op termijn volledig geïntegreerd in het bestaande Groendus-platform. Hierdoor gaat het naadloos samenwerken met de vernieuwende handelsplaats voor duurzame energie: de Groendus Energiemarktplaats. De totaalaanpak van het slim aansturen van opwek en verbruik en de aanvullende inkoop van écht duurzame stroom, maakt bedrijven steeds onafhankelijker van dure grijze energie.

“We zorgen ervoor dat onze klanten loskomen van de grillen van de traditionele fossiele energiemarkt en de regie over hun duurzame energiebehoeften in eigen handen krijgen” licht Groendus CEO René Raaijmakers toe. “We helpen ze daarom in de breedte met energie besparen, opwekken, slim verbruiken en duurzaam in- en verkopen. Dat kan alleen in een perfect samenspel tussen al deze facetten. Het state-of-the-art platform van EnergyNXT is daar een vitale schakel in. We zijn dan ook heel trots dat wij deze expertise aan onze dienstverlening kunnen toevoegen en heten de nieuwe collega’s van harte welkom!”

Over EnergyNXT

EnergyNXT is ontwikkeld door OrangeNXT, onderdeel van ICT Group B.V. OrangeNXT ontwikkelt Software as a Service oplossingen. Door de overname ontstaat er binnen OrangeNXT meer focus voor de overige activiteiten, terwijl de energie-managementsoftware verder uitgebouwd kan worden vanuit het ontwikkelteam van Groendus. De medewerkers die EnergyNXT hebben opgebouwd, komen in dienst bij Groendus.

“Met EnergyNXT hebben we de solide basis gelegd voor een geavanceerd energie-managementsysteem.” vertelt Huub van der Linden, Managing Director OrangeNXT. “Groendus is in staat om het platform verder te ontwikkelen, zodat het op grote schaal kan bijdragen aan de verduurzaming van zakelijke Nederland. Zij kunnen ondernemers helpen bij het besparen van energiekosten en het terugdringen van hun CO2 uitstoot. Een win-win situatie!”

[ad_2]

Source link

Berichten paginering