[ad_1]

Waterschap Amstel, Gooi en Vecht gaat samen met duurzaam afval- en energiebedrijf HVC investeren in vier windturbines op de eigen rioolwaterzuiveringsinstallatie in het havengebied in Amsterdam-West. Samen met de andere duurzame energiebronnen wekt het waterschap daarmee straks evenveel energie op als het verbruikt.

Dit maakte Sander Mager, bestuurder van het waterschap, vandaag bekend: “Waterschap Amstel, Gooi en Vecht is straks energieneutraal. Wij kijken continu naar hoe wij kunnen bijdragen aan de energietransitie. De windturbines zijn hierin een volgende stap. Samen met onze meer dan 24.000 zonnepanelen en onze groengasinstallatie, wekken de vier windturbines evenveel duurzame energie op als we gebruiken. Daarmee realiseren we een belangrijke ambitie van dit waterschapsbestuur.”

Duurzaam en energieneutraal

De windturbines produceren naar schatting circa 21.000 megawattuur (MWh) per jaar. Dat staat gelijk aan het elektriciteitsverbruik van ongeveer 10.000 Amsterdamse huishoudens. Dit voorkomt circa 14 kiloton per jaar aan CO2-uitstoot. Nu al produceert het waterschap ongeveer 70% aan eigen duurzame energie. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht was de laatste jaren al zeer actief in duurzame energie projecten. Onder andere door het plaatsen van 24.000 zonnepanelen op verschillende rioolwateringzuiveringsinstallaties (rwzi’s) en met het bouwen van een van de grootste groengasinstallaties van Nederland, die per jaar 13 miljoen kubieke meter groengas produceert uit rioolslib.

Expertise in energie

Waterschap Amstel, Gooi en Vecht ontwikkelde de afgelopen jaren het windpark. Voor de afrondende ontwikkeling, de aanbesteding,  bouw en exploitatie van de windturbines slaan het waterschap en HVC de handen ineen. HVC zorgt voor de technische expertise en het assetmanagement. Arjan ten Elshof, directeur Duurzame Energie van HVC: ‘HVC is trots op deze mooie vorm van samenwerking met het waterschap, één van onze aandeelhouders die wij ondersteunen bij verduurzaming, waarbij lokale kennis rondom de rwzi en kennis van duurzame energie optimaal samen komen. Zo kunnen we samen de energietransitie versnellen.’

Met het nu genomen investeringsbesluit kan waarschijnlijk begin 2023 worden gestart met de voorbereiding voor de bouw van de vier turbines. Hiervoor dient eerst het aanbestedingstraject voor dit project nog succesvol te worden afgerond. Vanaf eind 2024 gaan zij naar verwachting groene stroom leveren.

Rioolwaterzuiveringsinstallatie Amsterdam-West

In RWZI Amsterdam-West maakt het waterschap voor 900.000 inwoners van Amsterdam 160 miljoen liter rioolwater per dag schoon.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

KPMG gaat haar accountantscontrole en accountantsverklaring van beursgenoteerde ondernemingen en een aantal ondernemingen in industrieën met veel uitstoot in Nederland uitbreiden. Omdat het klimaat in rap tempo verandert en de behoefte aan transparantie over klimaatrisico’s groot is, is het noodzakelijk om nog vóór invoering van nieuwe regelgeving verdere stappen te zetten op het gebied van klimaatverantwoording. KPMG publiceert daarover vandaag een brief, gericht aan haar maatschappelijke stakeholders. 

Maatschappelijke impact

In de EU moeten bedrijven met de meeste maatschappelijke impact vanaf boekjaar 2024 rapporteren volgens de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). Andere bedrijven volgen later. Marc Hogeboom, lid van de Raad van Bestuur van KPMG: “Waar de accountant van oudsher toezag op de controle van financiële cijfers, wordt dat versneld uitgebreid. Omzet, winst en marktaandeel zijn niet langer de toonaangevende indicatoren. Niet-financiële informatie van bedrijven is steeds belangrijker en plaatst duurzaamheid hoger op de agenda. Om organisaties te stimuleren om daar transparanter in jaarrekeningen over te rapporteren zullen we daar expliciet aandacht aan besteden.”

Milieuverantwoording

De roep uit de samenleving om bedrijven verantwoordelijkheid te laten nemen klinkt steeds luider. Belanghebbenden, zoals burgers, klanten, investeerders en werknemers eisen dat productieketens verduurzamen. Niet in de toekomst, maar vandaag. Hogeboom: “We hebben geen tijd te verliezen. Het klimaat kan niet meer op de implementatie van wet- en regelgeving wachten. Belanghebbenden hebben behoefte aan objectief inzicht in de duurzaamheidsagenda en -prestaties van bedrijven. Onze accountants hebben een belangrijke rol bij het verstrekken van zekerheid of gerapporteerde informatie klopt. Door inzichten op het gebied van milieu, maatschappij en bestuur (ESG) meetbaar te maken, worden duurzaamheidsindicatoren gecreëerd waarop ‘gestuurd’ en ‘afgerekend’ kan worden.”

Duurzaamheidsvraagstukken

Ook voor de langere termijn investeert KPMG in klimaatimpact en bredere ESG-kennis en kunde. Zo is onlangs de eerste lichting professionals gestart met een ESG-track, een interne opleiding voor toekomstige accountants met de nadruk op duurzaamheidsvraagstukken. Daarmee bevindt KPMG zich opnieuw in de voorhoede: dertig jaar geleden was KPMG Nederland de eerste accountants- en adviesorganisatie met een professioneel duurzaamheidsteam.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

D66 Tweede Kamerlid Romke de Jong ziet dat ondernemers hiermee twee vliegen in één klap kunnen slaan: “Klanten verwachten steeds meer van ondernemers dat zij duurzaam produceren. En ondernemers willen dat ook, maar weten soms niet waar ze moeten beginnen. Investeer ik als eerste in een nieuwe oven, of in een elektrische bus? Ondertussen gaan de energieprijzen door het dak. Een gratis rapport van je CO2-voetafdruk is dan een uitstekend begin van je strategie om schoon te worden.”

Klanten vinden schoon steeds belangrijker

Er zijn organisaties die een CO2-voetafdrukmeting aanbieden. Het gaat daarbij om de directe uitstoot van een bedrijf en de indirecte uitstoot door het energieverbruik. Zo’n berekening kost al snel 200 euro. Voor kleine ondernemers is dit een drempel. Door het gratis aan te bieden neem je die drempel weg. Bedrijven kunnen vervolgens ervoor kiezen het rapport van hun CO2-uitstoot online te zetten. Dan kunnen klanten zien hoe schoon een bedrijf is. En dat vindt de consument steeds belangrijker.

Maak schoon zo makkelijk mogelijk

In de toekomst produceren alle bedrijven schoon. En Romke de Jong wil die overstap voor ondernemers zo makkelijk mogelijk maken: “Ondernemers zijn al elke dag van de week bezig met hun bedrijf. En soms zie je door het woud aan regelingen en mogelijkheden het schone bos niet meer. Met een gratis CO2-berekening zien ondernemers in één oogopslag hoe ze schoner worden en hun energierekening omlaag brengen. En vervolgens ook meer geld verdienen.”

Gericht gebruik maken van klimaatsubsidies

De CO2-voetafdruk is een goede eerste stap voor de verduurzamingsstrategie van een ondernemer. Met deze voetafdruk ziet een ondernemer namelijk heel overzichtelijk waardoor de CO2- uitstoot wordt veroorzaakt en wat de grootste veroorzakers zijn van de uitstoot. Door die uitstoot te verlagen, verlaag je ook de energierekening of bijvoorbeeld de vervoerskosten. Ook kunnen ondernemers gericht zoeken naar regelingen en subsidies die gebruikt kunnen worden om de uitstoot terug te dringen.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Tata Steel staat dit jaar op de 3e plaats in de CO2-intensiteitsbenchmark van de World Steel Association, de internationale handelsorganisatie voor de ijzer- en staalindustrie. De staalfabriek in IJmuiden behoort sinds 2013 tot de beste 10% en dit is het derde opeenvolgende jaar dat het een top-5 scoort. De hoge positie is een duidelijke erkenning van het belang dat Tata Steel hecht aan procesoptimalisatie.

Tata Steel werkt al jaren aan het verminderen van de CO2-uitstoot. De CO2-intensiteit van het in IJmuiden geproduceerde staal ligt ongeveer 7% onder het Europese gemiddelde en bijna 19% onder het wereldwijde gemiddelde.

“Ik ben er trots op dat we opnieuw worden erkend als een van de meest CO2-efficiënte staalfabrieken ter wereld en ik wil deze erkenning graag delen met al onze mensen, aannemers, leveranciers en klanten”, aldus Hans van den Berg, CEO van Tata Steel Nederland. “Staal is een essentieel onderdeel van ons dagelijks leven, maar tegelijkertijd zijn we niet blind voor het effect van onze activiteiten op onze buren en directe omgeving. We investeren aanzienlijk om de impact verder te verminderen. Onze recent gepresenteerde klimaatstrategie vertegenwoordigt een nieuw ambitieniveau, die draait om groen, schoon en circulair staal produceren.”

Tata Steel wil in 2045 volledig CO2-neutraal zijn. Door heel Europa worden maatregelen genomen om de CO2-uitstoot te verminderen. Zo is de vestiging in het Finse Naantali de eerste binnen het bedrijf die CO2-neutraal opereert (voor scope 1 en 2), terwijl de nieuwe fabriek in Geldermalsen al volledig op elektriciteit draait.

Het bedrijf is ook van plan om in zijn staalfabriek in IJmuiden over te stappen op staalproductie op basis van groene waterstof. Het streeft ernaar om tegen 2030 de eerste DRI-installaties en elektrische ovens (REF) in gebruik te nemen, waardoor het een producent wordt van grote hoeveelheden hoogwaardig groen staal en de CO2-uitstoot met 35-40% vermindert.

Sinds de aankondiging is veel vooruitgang geboekt in de ontwerpfase. In augustus kregen McDermott, Danieli en Hatch het contract voor de basic engineering en het technisch projectmanagement toegewezen. Ook heeft Tata Steel onlangs een principeakoord getekend met Ford in Europe om de autofabrikant Zeremis® groen staal te leveren zodra de staalfabriek overschakelt op de productie van staal op basis van groene waterstof.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Exact een jaar na de start van het bedrijf in 2021 opent vandaag het eerste gebouw van de Climate Campus van Platform Zero zijn deuren in de Merwe4Haven (M4H). De opening wordt gevierd met verschillende startups en bedrijven uit het Rotterdamse energie & maritieme ecosysteem.

Het programma is gevuld met presentaties van Saskia Mureau, director digital & logistics bij Port of Rotterdam en Tim Houter, oprichter van de mobiliteits scale-up Hardt Hyperloop.

Vanaf vandaag kunnen startups vanuit de maritieme en energie sector met klimaattechnologieen bij Platform Zero terecht voor een werkplek. Door de verbinding te leggen tussen startups en multinationals in deze sectoren wil het initiatief een katalysator zijn voor groeibedrijven in de climate tech uit de regio en internationaal. Platform Zero wil ondernemers ondersteunen in hun internationale positionering en het aantrekken van investeringskapitaal. De initiatiefnemers noemen de opening slechts een eerste stap. Het bedrijf heeft grote internationale ambities, zo werd er tijdens de opening een video vanuit Portugal getoond waar Platform Zero bezig is met een tweede campus nabij Lissabon.

Top van de wereld

Rotterdam staat wereldwijd bekend om de haven, al staat de uitstoot van de industrie steeds meer ter discussie. Platform Zero ziet de nabijheid van grote industriële spelers in het maritieme en energiecluster echter juist als een kans omdat zij op industriële schaal kunnen bijdragen aan de oplossing van klimaatproblemen. Startups en scale-ups zijn er enorm bij gebaat om bijvoorbeeld een technologie te testen op grotere volumes terwijl de industrie behoefte heeft om sneller te innoveren met nieuwe, duurzame technologieën. ‘Rotterdamse groeibedrijven verdienen een internationaal platform, en behoren tot de top van de wereld. Door samen te werken met leidende bedrijven en fondsen, kunnen we de Nederlandse economie helpen te verduurzamen, samen werken aan oplossingen voor het klimaatprobleem en nieuwe werkgelegenheid creëren’, aldus initiatiefnemer Auke Ferwerda.

M4H transformeert

De transformatie in het M4H gebied is in volle gang. Het gebied heeft zich ontwikkeld tot een plek voor ambitieuze ondernemers in de energietransitie. Zo opende niet alleen Platform Zero deze week haar deuren, ook de duurzame mobiliteits scale-up Hardt Hyperloop is sinds kort neergestreken in het gebied. Mare Straetmans, mede-oprichter van Platform Zero: ‘Dit is een prachtig stukje Rotterdam waar je het oude rauwe karakter van de stad voelt en de containers van de haven voor je neus versleept ziet worden. Maar aan de andere kant zie je ook de nieuwste technologieën voorbij komen bij bijvoorbeeld Hardt Hyperloop.’

Foto: Vlnr: Peter Goedvolk (First Dutch), Mare Straetmans (Platform Zero), Petra de Groene (Gemeente Rotterdam), Saskia Mureau (Havenbedrijf Rotterdam), Auke Ferwerda (Platform Zero) & Tim Houter (Hardt Hyperloop) (Foto: Mickpunt)

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Albert Heijn heeft langdurige samenwerkingen met meer dan 1.100 boeren en telers in de versketen binnen de Beter voor Natuur & Boer-programma’s. In deze programma’s zijn transparante, langlopende afspraken over klimaat, duurzaamheid, dierenwelzijn en een gezond verdienvermogen gemaakt. CO2-reductie is hierin expliciet meegenomen. Samen met zuivelverwerker Royal A-ware en Deltamilk werken alle 450 melkveehouders uit het Beter voor Koe, Natuur & Boer programma mee aan het verminderen van uitstoot van broeikasgassen. Albert Heijn heeft de ambitie om 45% minder CO2 uit te stoten in 2030 in de keten ten opzichte van 2018. Een manier voor het verlagen van de CO2-footprint is door koolstof in de bodem vast te leggen. Door het gras sinds 2020 niet te ploegen en ook kruiden in het land te zaaien, is nu bewezen door onafhankelijk onderzoek dat de bodem van de melkveehouders uit het Beter voor Koe, Natuur & Boer-programma – ruim 20.000 hectare grasland – tot twee keer meer koolstof bevat.

CO2 vastleggen in de vorm van bodemorganische koolstof draagt niet alleen bij aan een betere natuur, maar deze koolstof zorgt ook voor een goede werking en vruchtbaarheid van de bodem. Binnen het Beter voor Koe, Natuur & Boer programma blijft Albert Heijn, samen met partners, innoveren naar een klimaatneutrale zuivelketen. Zo is er nu samen met zuivelverwerker Royal A-ware en Deltamilk gewerkt aan CO2-reductie en compensatie door koolstofopslag. Op deze manier ontstaat er een gesloten koolstof kringloop waarbij uitstoot en koolstof vastlegging met elkaar in balans zijn.

Uniek bodemonderzoek

Bij ruim 230 melkveehouders zijn meer dan 1.650 bodemmonsters op zand- en kleigronden genomen om het bodemkoolstof gehalte inzichtelijk te maken. Een uniek project in Nederland. Gezien het gaat over een grootschalig praktijkonderzoek, uitgevoerd door een extern bureau, over meerdere jaren. Waarbij niet alleen de grond van 0-30 centimeter, maar ook van 30 tot 60 cm diepte is geanalyseerd. De resultaten van het onderzoek laten zien dat er ruim twee keer meer koolstof-opslag is in de kleigronden dan de gemiddelde landelijke waarden die hierover beschikbaar zijn [Tol-Leenders et al., 2019). Een belangrijke uitkomst: door het niet ploegen van grasland en kruiden in het land te zaaien wordt er meer koolstof in de bodem opgeslagen. Dit draagt bij aan een gesloten CO2 kringloop. Over drie jaar worden er weer metingen uitgevoerd op dezelfde percelen om exact in kaart te brengen hoeveel extra koolstof er dan is vastgelegd.

Klimaatneutrale zuivelketen

“We hebben de ambitie om in 2030, 45% minder CO2-uitstoot te realiseren in vergelijking met 2018. Het is dan ook van belang dat we samen met onze producenten en leveranciers verantwoordelijkheid blijven nemen en in actie komen. Dat doen we met dit unieke programma, door koolstof op te slaan in het eigen grasland van de melkveehouders. Zo’n 20.000 hectare groot. We hebben al klimaatneutrale eigen merk-bananen en Perla-koffie in ons assortiment. De resultaten van dit bodemonderzoek gaan we gebruiken in de vervolgstappen om te komen tot klimaatneutrale gecertificeerde zuivel- en kaasproducten. Zo zetten we weer een stap om de wereld beter achter te laten”, aldus Constantijn Ninck Blok, directeur logistiek en keten bij Albert Heijn.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

IBC SOLAR, leverancier van complete systemen voor zonnepanelen en energieopslag, ondersteunt een Tiny House project van de faculteit Design van de Coburg University of Applied Sciences and Arts in Duitsland. Het experimentele project is gedurende het academische jaar, dat loopt van maart tot december, beschikbaar voor gastdocenten en studenten en laat zien dat energie zelfvoorzienend en CO2-neutraal wonen in de praktijk mogelijk is. Voor de energievoorziening heeft IBC SOLAR een compleet fotovoltaïsch systeem inclusief opslag geïnstalleerd en geleverd. Experts op het gebied van zonne-energie gaven het universitaire projectteam bij de planning en implementatie van het systeem advies en praktische ondersteuning.

Het Tiny House concept wordt voor steeds meer toepassingen gebruikt, vooral als het gaat om het gebruik van kleine beschikbare ruimtes in de stad. Niet alleen minimalisten, maar ook studenten, senioren en vele anderen, die niet het grootste deel van hun inkomen aan huur willen uitgeven, zijn enthousiast over deze vorm van compact wonen. Deze vorm van wonen is geschikt voor mensen die duurzaamheid hoog in het vaandel hebben staan. Het verlangen om zelfvoorzienend te zijn, kunnen bewoners van een tiny house bijzonder goed realiseren. Dat geldt ook voor energieonafhankelijkheid. Met behulp van zonne-energie en een hanteerbaar opslagvolume voor het compacte woonconcept is dit bijzonder eenvoudig te realiseren.

Duurzaamheid in de praktijk

Onder leiding van architectuurprofessor Rainer Hirth en docent Anders Macht werkten architectuurstudenten van de designfaculteit in de zomer van 2021 aan dit uitdagende praktijkproject. Het idee was om een CO2-vrij experimentele woning te bouwen waarin het mogelijk is om gedurende meerdere jaren energiemonitoring uit te voeren (in bewoonde staat). Opmerkelijk is dat het woonconcept niet alleen energie zelfvoorzienend moest zijn, maar ook worden gebouwd zonder CO2-uitstotende bouwmaterialen.

Het universiteitsteam zocht een ervaren partner voor de uitvoering en nam contact op met IBC SOLAR. “We hadden veel interesse om dit project te ondersteunen, omdat de combinatie van energieonafhankelijkheid en duurzame bouwmaterialen ook voor ons spannend is”, legt Dr. Stratis Tapanlis, Director Commercial Energy Systems bij IBC SOLAR, uit. “Als voorbeeld noem ik onze laatste beursstand op de vakbeurs Intersolar in München die was gebouwd volgens de cradle-to-cradle principes.”

Succesvolle implementatie

Het plan van de universiteit was om de verwarming en stroomvoorziening van het Tiny House te faciliteren met uitsluitend het PV-systeem zonder netaansluiting. Hierbij gebruiken ze het overschot aan zonne-energie in de zomer ook om e-bikes op te laden.

IBC SOLAR zorgde voor de PV-modules, de montage en de oplossing voor energieopslag. Twaalf IBC SOLAR modules worden gebruikt voor het leveren van in totaal van 4,4 kWp, gecombineerd met de IBC SOLAR TopFix 200 Eco montagebeugels voor trapeziumplaat. Het BYD Battery-Box Premium LVS energieopslagsysteem biedt een opslagcapaciteit van 8 kWh. Dankzij het modulaire ontwerp van de opslagunit kan deze in de toekomst ook worden uitgebreid bij het opschalen van het systeem.

De studenten kregen ondersteuning van IBC SOLAR bij het plannen en ontwerpen van de systemen en de implementatie en installatie ter plaatse. Tevens werd een verwarmingssysteem voor de winter aangesloten en de eerste gasten hebben al in het Tiny House gelogeerd. Het project heeft bovendien onlangs de CREAPOLIS Award ontvangen.

“We zijn erg blij met de ondersteuning van IBC SOLAR. Zonder hun sponsoring van de systeemcomponenten en hun advies- en montagediensten zouden wij als universiteit niet in staat zijn geweest een dergelijk project te realiseren”, benadrukt prof. Rainer Hirth uit. “Op deze manier hebben de studenten niet alleen de mogelijkheid om de projectplanning te oefenen, maar ook om een echte professionele installatie uit te voeren.”

“IBC SOLAR steunt graag ambitieuze studentenprojecten, want voor een duurzame toekomst hebben we zowel innovatieve oplossingen als toegewijde ingenieurs, architecten en zonne-installateurs nodig”, benadrukt Dr. Stratis Tapanlis, Director Commercial Energy Systems bij IBC SOLAR. “We zijn erg onder de indruk van het ontwerp van het Tiny House volgens cradle-to-cradle principes met hernieuwbare grondstoffen zoals stro, hout en klei. Een duurzame energievoorziening is een belangrijk onderdeel voor toekomstige woonconcepten en we zijn erg blij dat we hieraan een bijdrage hebben mogen leveren.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De Wageningse start-up CryoCOP heeft in Helsinki de 4TU Impact Challenge gewonnen. Met hun revolutionaire cryogene technologie willen de oprichters van de start-up op een rendabele manier CO2 uit de lucht verwijderen. Daarmee hopen ze een bijdrage te leveren aan de strijd tegen klimaatverandering.

CryoCOP werd in 2021 opgericht door Coen van den Brand, Kiran Abraham Jacob, James Tonny Manalal en Max Kersten, studenten aan WUR, de TU Delft en de TU Eindhoven. In dat jaar wonnen zij de 4TU Carbon Removal Student Challenge. De jonge ondernemers willen de wereld veranderen door CO2 op te slaan met een technologie die gebruikmaakt van zeer lage temperaturen. Deze cryogene technologie is bovendien beschikbaar tegen een ‘disruptief lage prijs’. De kosten voor de manier waarop CO2 wordt opgeslagen, kunnen worden terugverdiend door het verkopen van bijproducten zoals energie, zuurstof en stikstof.

De jury, bestaande uit experts uit de wereld van start-ups, was onder de indruk van de innovatieve technologie van CryoCOP: ‘Dit idee heeft de potentie om een doorbraak teweeg te brengen, door CO2 om te zetten in circulaire producten.’ Ook prins Constantijn van Oranje, Special Envoy van start-upvertegenwoordiger Techleap, was aanwezig bij de finale en de prijsuitreiking.

De 4TU Impact Challenge is een initiatief van de vier Nederlandse technische universiteiten om ondernemerschap onder studenten te stimuleren. In de finale maakten acht teams (twee van elke TU) kans op de overwinning. Het andere Wageningse team was SenseWURk, dat een sneltest ontwikkelde om bloedvergiftiging op te sporen. Voor het tweede jaar op rij werd de finale in Helsinki georganiseerd, aan de vooravond van Slush 2022, het grootste startup-evenement ter wereld.

Bekijk de video van CryoCOP:

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Het klimaat staat bij supermarkten en foodservicebedrijven, aangesloten bij het CBL, hoog op de agenda’s. Daarom schaart het CBL zich achter de wereldwijde campagne ‘Race to Zero’: een logische keuze, er gebeurt namelijk al heel veel. Het initiatief, ondersteund door de Verenigde Naties, heeft als doel het versnellen van actie om klimaatverandering tegen te gaan. Naast ondersteuning van steden, onderwijsinstellingen, ziekenhuizen en banken kent de campagne ook een retail component, de Race to Zero Retail Campaign.

De Race to Zero Retail Campaign heeft als doel het aantal retailers wereldwijd te vergroten dat zich inzet voor de anderhalve graden-doelstelling uit het Akkoord van Parijs en klimaatneutraliteit per 2050. Individuele bedrijven en brancheorganisaties kunnen zich hierbij aansluiten.

Ambitie CBL: aantoonbaar blijven inzetten tegen klimaatverandering

Supermarkten werken al jaren aan het tegengaan van klimaatverandering, onder meer door verduurzaming van het assortiment. Bijvoorbeeld via het stimuleren van plantaardige producten, inzet op een toename van voedsel met duurzame keurmerken, het soja commitment, vergroening van het wagenpark en het energieneutraal maken van de winkels. Veel supermarkten hebben zich daarbij ook al aangesloten bij het Science Based Target Initiative (SBTI), waarbij concrete doelstellingen zijn gesteld op het terugdringen van de emissies in de voedselketen.

“Aansluiting bij de Race to Zero ligt dan ook perfect in lijn met de klimaat-ambitie vanuit onze branche”, aldus Jennifer Muller, manager Duurzaamheid bij het CBL. “Wat dit initiatief extra waardevol maakt is dat het ons de kans geeft om nog meer kennis en best practices uit te wisselen met andere retailers, overheden en ketenpartijen. Naar schatting komt slechts vijf procent van de emissies voort uit de directe activiteiten van retailers en foodservicebedrijven[1],  waardoor samenwerking met andere partijen essentieel is om klimaatverandering terug te dringen”.

[1] https://www.mckinsey.com/industries/retail/our-insights/transforming-the-eu-retail-and-wholesale-sector

Foto: CBL

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Duurzaam energiebedrijf Groendus en fabrikant van bouw- en isolatiemateriaal Xella zijn er, ondanks netcongestie, samen in geslaagd om bijna 1000 zonnepanelen te installeren op de kalkzandsteenfabiek in Koningsbosch (Limburg). Een prettige samenwerking, duidelijke afspraken en slimme energiesturing spelen hierin een cruciale rol. En die samenwerking smaakt naar meer.

Xella heeft de ambitieuze doelstelling om 30% CO2 reductie te bereiken in 2030. Daarom onderzochten zij in 2019 een aantal opties, zoals panelen op daken, op de grond of op open meren. Het dak van kalksteenfabriek de Hazelaar bleek met 3.000M2 de meest gunstige start van de samenwerking. Na strenge selectie is Groendus gevraagd om de zonnestroominstallatie van 984 panelen te plaatsen.

Netcongestie slim omzeilen

Voor dit project moest een behoorlijk obstakel overwonnen worden. De kalksteenfabriek ligt in een gebied dat te kampen heeft met netcongestie. Het net is vol; er mag tot zeker eind 2024, en mogelijk zelfs tot 2028, niet teruggeleverd worden. Veel zonprojectontwikkelaars haken dan snel af. Want zonder teruglevering worden er inkomsten misgelopen die nodig zijn om een positief rendement te realiseren.

De grote drive en flexibiliteit van Xella en Groendus hebben dit project toch mogelijk gemaakt; de oplossing is gevonden in een goede financieringsstructuur en slimme energiesturing. Xella kan door een hoog eigen energieverbruik en de inzet van Groendus Energiesturing het overgrote deel van de opgewekte stroom zelf gebruiken. Door sturingstechniek wordt de capaciteit van de netaansluiting nooit overschreden. Een afgesproken minimale afname verspreidt de risico’s onder de bedrijven en maakt het project haalbaar.

Karthikeyan Devendran is Energy Manager bij Xella en trots op dit project: “Een efficiënte, duurzame en economische bouwsector is direct in het belang van onze klanten. Het nut en de noodzaak van verduurzamen was voor ons nog nooit zo zichtbaar. Door zelf te verduurzamen zetten we onze missie om de bouwwereld gezonder en duurzamer te maken kracht bij en houden we grip op onze eigen bedrijfsprocessen.”

En nu doorpakken

Maar met de afronding van de zonnestroominstallatie is de samenwerking nog niet klaar. Groendus beheert de installatie, en breidt deze in de komende maanden verder uit met laadpalen. Mark Bouwman – Project Developer van Groendus: “De laadpalen gaan we aansturen met ons energiemanagementsysteem, voor optimaal gebruik van de zonnestroom. Ook installeren we zonnepanelen op de daken van het hoofdkantoor en de fabrieken in Vuren en Meppel. Daarnaast is de intentie om op alle Xella locaties in Nederland laadpalen te plaatsen. Met deze stappen kan Xella zelf de stroom opwekken die nodig is om steeds dichterbij hun duurzame doelstelling te komen.”

[ad_2]

Source link

Berichten paginering