[ad_1]

Eevery breidt haar duurzaamheid – en verbeterplatform uit met een CO2 Calculator. Naast het meten, verbeteren en communiceren van duurzaamheid maakt het bedrijf nu ook de CO2-uitstoot inzichtelijk. Net als de rest van het platform is de tool gericht op het MKB. De totaaloplossing is efficiënt en toegankelijk. Een jaarabonnement van € 720,- biedt onbeperkt toegang tot alle functionaliteit. Zo zet uw bedrijf de eerste stap naar verduurzaming.

Eevery’s CO2 Calculator berekent de CO2-uitstoot van een MKB-bedrijf en maakt een bijbehorende CO2-footprint (voetafdruk). De klant doorloopt een toegankelijke vragenlijst gericht op de sector en de MKB doelgroep. De uitkomsten zijn gebaseerd op actuele emissiefactoren, wetenschappelijke publicaties, internationale statistieken en wetenschappelijke schattingen. Ook wordt er rekening gehouden met het energieverbruik, het woon-werkverkeer, de inkoop, consumpties en het afval. Hierdoor wordt de CO2-uitstoot volledig in kaart gebracht.

One-stop shop voor MKB

Met deze uitbreiding wordt Eevery nog meer een ‘one-stop shop’ duurzaamheidsoplossing voor het MKB in Nederland.  Michiel Slinkert, Co-founder Eevery: “We hebben eerder uitgesproken dat we ons platform continu verbeteren op basis van feedback van onze klanten en de markt. Hieruit bleek een behoefte om makkelijk inzicht te krijgen in de CO2 productie van bedrijfsactiviteiten. Dit hebben we dan ook gedaan en we verwachten in de nabije toekomst nog meer opties aan te bieden.”

MKB heeft een grote impact

In Nederland bestaat het MKB uit meer dan 1,5 miljoen bedrijven. Meer dan een derde van het bruto nationaal product en 40% van de werkgelegenheid zit bij het MKB, maar ook meer dan de helft van de CO2 uitstoot. Michiel Slinkert: “Het midden- en kleinbedrijf is geen groep die vergeten of genegeerd mag worden als het gaat om verduurzaming. Kleine stapjes hebben samen een grote impact. Met ons platform hopen we dan ook voor ieder bedrijf, maar ook voor het geheel, een verschil te maken”.

Alle voordelen op een rij

Het berekenen en vervolgens verminderen van de CO2-uitstoot heeft veel voordelen. Het helpt bij klimaatverandering en werkt vaak meteen kostenverlagend. De communicatie hierover ondersteunt het imago naar klanten, personeel en andere betrokkenen. Vooral nu belangrijke voordelen en een motivatie om te starten met een nulmeting via Eevery. Slinkert: “Net zoals bij de rest van het platform bieden wij ondersteuning en support. Bij meer ingewikkelde trajecten steunen wij op ons uitgebreide netwerk van strategische partners, bijvoorbeeld bij het opstellen van een reductieplan of -doelstelling. Er zijn zelfs verschillende subsidies voor CO2-reductie die via onze partners aangevraagd kunnen worden”. 

Bedrijven kunnen een vrijblijvende demo aanvragen via www.eevery.co/nl  Bovendien geldt nog steeds het unieke voordeel voor alle bezoekers van deze portal!  Met de partnercode: OKDO2022 krijgt een bedrijf maar liefst 50% korting (€ 360,-) op haar jaarabonnement. Daarnaast biedt Eevery consultative support tijdens dit hele traject.

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De heer drs. C.C.M. (Kees) Vendrik is door het kabinet geselecteerd als beoogd voorzitter van het platform voor maatschappelijk dialoog en reflectie over het klimaatbeleid. Het platform zal per 3 november 2022, aan het eind van de dag van het Klimaatakkoord, officieel van start gaan en het Voortgangsoverleg van het Klimaatakkoord vervangen. Vanaf dat moment legt de voorzitter van het Voortgangsoverleg, na 10 jaar betrokkenheid bij het Energieakkoord en Klimaatakkoord, de heer drs. E.H.T.M. (Ed) Nijpels, zijn taken neer.

Platform voor maatschappelijke dialoog en reflectie klimaatbeleid

De klimaattransitie is een grote en impactvolle uitdaging, die inspanningen vraagt van overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en burgers. Het kabinet vindt het om die reden van groot belang om de maatschappij actief te betrekken bij het klimaatbeleid. Het platform voor maatschappelijk dialoog en reflectie moet het gesprek met maatschappelijke partijen over het klimaatbeleid in samenspraak met de minister voor Klimaat en Energie vormgeven.

Opdracht

Het platform voor maatschappelijke dialoog en reflectie gaat een belangrijke rol spelen in het aanjagen van de dialoog over het klimaatbeleid in de samenleving, met bijzondere aandacht voor groepen die minder betrokkenheid voelen bij de klimaattransitie. Ook dient het platform de minister voor Klimaat en Energie gevraagd en ongevraagd te adviseren over ontwikkelingen die van belang zijn voor het klimaatbeleid, waaronder kansen en knelpunten voor versnelling van de transitie.

Beoogd voorzitter

Het kabinet heeft de heer Kees Vendrik geselecteerd als beoogd voorzitter van het platform vanwege zijn verbindende kwaliteiten en ruime ervaring in het Klimaatdomein. Hij zal bij werkzaamheden worden ondersteund door een secretariaat bij het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving (OFL). De beoogd voorzitter zal allereerst een werkprogramma opleveren, waarin onder andere de onafhankelijke rol van de voorzitter en zijn team is uitgewerkt. De benoeming van de beoogd voorzitter zal mede op voordracht van de minister van Infrastructuur en Waterstaat plaatsvinden, vanwege zijn verantwoordelijkheid voor het OFL.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

This week Form International’s forest carbon accelerator Treevive was officially launched at The Corporate Investments into Forestry & Biodiversity Summit in Amsterdam.

Despite the enormous potential of forests to mitigate climate change and halt biodiversity loss, forest landscapes are still underfunded while at the same time an increasing number of companies and investors have ambitious climate and biodiversity commitments.

Close the gap

In an effort to close this gap between forest landscape projects in need of financial solutions and companies and investors in search of bankable forestry projects Form International teamed up with Liesbeth Gort, former CEO of FSC Netherlands, to set up Treevive. Gort: ‘Treevive has set itself a clear mission: develop 30+ investable tropical forest carbon landscape projects and connect them to climate finance in order to conserve, restore, and sustainably manage 2 million hectares of tropical forest landscapes that sequester 30 MT CO2 by 2030’.

Tropical forest landscape projects

Treevive supports tropical forest project owners with funding and technical assistance to accelerate the development of the carbon asset of their project. Treevive also guides to market the results of these projects – including its biodiversity and local community’s benefits – by offering companies that want to offset their unavoidable CO2 emissions high-quality carbon credits, and investors bankable forest landscape projects.

Powered by Form International

Treevive is powered by Form International and thus builds on 30 years of expertise in investments and development of (agri)forest landscape projects in tropical regions in Africa, Latin America and Asia. Form International is experienced in the development and certification of forest carbon projects and deliver a wide range of forestry related services worldwide. Paul Hol, CEO of Form International: ‘In this way we want to channel climate finance to where it is most needed. This is a call for action to investors and companies to join us to accelerate long-term climate finance for the conservation, restoration and sustainable management of tropical forests’.

Immediate take-off

In the run up to the launch Treevive has engaged with the first investors and projects. This means that the forest carbon accelerator has already taken off and will deliver its first high-quality carbon credit results soon.

The launch of Treevive at the Corporate Investments into Forestry & Biodiversity Summit has been recorded and will be available to watch at the event organizers website early next week.

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De grenzen van wat de aarde kan dragen, worden stelselmatig overschreden. De manier waarop we omgaan met energie, grondstoffen en materialen leidt tot klimaatverandering, verlies van biodiversiteit en milieuproblemen. Om deze grote duurzaamheidsopgaven op te lossen moeten de energietransitie en de grondstoffentransitie in gezamenlijkheid worden aangepakt. Dat gebeurt nu nog onvoldoende. De SER schrijft dat in de verkenning Evenwichtig sturen op de grondstoffentransitie en de energietransitie voor brede welvaart die vandaag is gepubliceerd.

Klimaat, biodiversiteit én een schone leefomgeving zijn essentieel

De energie- en de grondstoffentransitie hangen nauw met elkaar samen. Het doel van de energietransitie is minder opwarming van de aarde. De grondstoffentransitie richt zich op een 100% circulaire economie in 2050 ten gunste van klimaat, biodiversiteit en de leefomgeving. We moeten daarvoor radicaal efficiënter omgaan met grondstoffen, materialen en producten.  Bovendien vermindert circulair grondstoffen- en materialengebruik leveringsrisico’s uit geopolitiek instabiele landen, zoals China of Rusland.

Zonder grondstoffentransitie komen ook de klimaatdoelen in de knel. We zullen radicaal efficiënter moeten omgaan met grondstoffen, materialen en producten, om klimaatverandering, verlies van biodiversiteit en milieuproblemen echt tegen te gaan. En daarvoor is een stringent overheidsbeleid nodig” – Ed Nijpels, voorzitter van de SER-commissie Duurzame ontwikkeling.

De grondstoffentransitie gaat net zo ingrijpend zijn als de energietransitie

Er is nu meer aandacht voor de energietransitie, terwijl de grondstoffentransitie volgens de raad minstens zo ingrijpend zal zijn. Om de doelstellingen van beide transities in 2050 te halen, moet een evenwichtige aanpak van beide transities worden gehanteerd.

“Hoogwaardig hergebruik van grondstoffen en materialen, hoogwaardige inzet van biogrondstoffen en verduurzaming van internationale ketens zijn noodzakelijke voorwaarden voor beide transities. Samenhangend beleid is dus cruciaal.” – Ed Nijpels, voorzitter SER-commissie Duurzame ontwikkeling

Kabinet, maak grondstoffentransitie tot prioriteit

Het is noodzakelijk en terecht dat het kabinet de energietransitie verder versnelt. Maar de raad wijst op de urgentie om dit in samenhang te doen met een forse versnelling van de grondstoffentransitie. De grondstoffentransitie dient meer gewicht te krijgen om evenwichtig te kunnen sturen. De SER komt met vier punten om dit te verwezenlijken:

1. Stuur ook op (internationale) ketens.

De energietransitie is gericht op CO2-reductie in Nederland, terwijl Nederlandse bedrijven die opereren in internationale ketens juist ook enorme duurzaamheidswinst kunnen realiseren in het buitenland. Op dit moment zijn er echter nauwelijks prikkels voor bedrijven om in de toeleveringsketen te komen tot minder primair grondstoffengebruik. We moeten dit meetbaar en waardeerbaar maken en bedrijven hiertoe stimuleren.

2. Kom met een kabinetsbrede inzet op de grondstoffentransitie en een adequate uitvoeringsstructuur.

Voor een effectieve uitvoering van de grondstoffentransitie is het nodig dat alle ministeries intensief betrokken zijn bij het uitvoeringsprogramma van de coördinerend bewindspersoon met diens bijbehorende bevoegdheden, en dat de circulaire economie tot in de haarvaten van andere beleidsterreinen wordt geintegreerd. Ook is het van belang dat er voldoende middelen en faciliteiten beschikbaar worden gesteld zodat alle actoren hun taken serieus kunnen uitvoeren.

3. Stel een eigenstandig, concreet en afrekenbaar doel voor de grondstoffentransitie vast.

De SER stelt voor de grondstoffentransitie aan te jagen door een nationale duurzame grondstoffen- en materialendoelstelling in te stellen, passend bij de Europese kaders. Dat gaat verder dan het voorstel van het kabinet voor een nationaal klimaatdoel voor een circulaire economie. De grondstoffentransitie kijkt namelijk niet alleen naar CO2-reductie in eigen land, maar naar het realiseren van duurzaamheidswinst (voor klimaat, biodiversiteit én leefomgeving) in de gehele productie- en consumptieketen. Dit vraagt duidelijke transitiepaden, met een uitwerking en vertaalslag naar productgroepen.

4. Presenteer ook voor de grondstoffentransitie een samenhangend beleidspakket.

Er zijn op dit moment nog nauwelijks beleidsinstrumenten gericht op vermindering van grondstoffengebruik, versnelde toepassing van hernieuwbare grondstoffen en materialen, substitutie naar milieuvriendelijkere varianten en hoogwaardig hergebruik van materialen. Naast subsidies en normering kan beprijzen in de vorm van een Europese grondstoffenheffing effectief onderdeel zijn van een samenhangend beleidspakket. Ook moet worden gewerkt aan snellere en consistente vergunningverlening om afval weer als grondstof in te zetten. Het is van belang dat het Nationaal Programma Circulaire Economie dat later dit najaar wordt gepresenteerd komt met zo’n samenhangend pakket aan maatregelen.

Echte duurzaamheid is alleen haalbaar met aandacht voor de maatschappelijke context. De energietransitie en de grondstoffentransitie zijn alleen haalbaar en houdbaar wanneer er ook aandacht is voor rechtvaardigheid (just transition), met onder andere aandacht voor de inkomens en vermogens van huishoudens, de arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden van werknemers en een eerlijke verdeling van de lusten en de lasten van de transities.

De verkenning is voorbereid door de commissie Duurzame Ontwikkeling van de SER, onder voorzitterschap van drs. Ed Nijpels. De verkenning is op 16 september vastgesteld in de raadvergadering van de SER.

 

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

In de afgelopen maanden is hard gewerkt aan Zonneveld de Punt in Barendrecht. De bouwfase is afgerond en het zonneveld is klaar voor gebruik. Op 15 september was wethouder Lennart van der Linden bij de oplevering van het project. In totaal wekt het zonnepark met 5538 zonnepanelen jaarlijks 2.900 MWh groene stroom op. Dat staat gelijk aan stroom voor ongeveer 1100 huishoudens per jaar.  Groendus ontwikkelde het zonneveld, en besteedde veel aandacht aan het in stand houden van de biodiversiteit. Vandaag sluiten Groendus en lokale energie coöperatie De Groene Stroom een overeenkomst, waardoor omwonenden kunnen participeren in dit project. Zo is het zonneveld een mooie aanwinst voor de omgeving.

Omwonenden profiteren mee

Inwoners en kleine bedrijven uit Barendrecht en Lombardijen kunnen participeren in dit duurzame energieproject via lokale energiecoöperatie De Groene Stroom. Zij bieden 520 panelen te koop aan waarmee 800 kleine bedrijven en inwoners uit de omgeving meeprofiteren van het jaarlijkse zonnerendement.

Henk Houcke – De Groene Stroom: “Zonnepanelen op het veld zijn een goed alternatief als je geen zonnepanelen op je eigen dak wilt of kunt plaatsen. De panelen worden voordeliger geïnstalleerd, beter onderhouden en hebben een gunstige zonligging wat zorgt voor een optimaal rendement. Het is bovendien financieel extra aantrekkelijk door de verworven (SCE) subsidie. De animo vanuit omwonenden om te participeren is dan ook groot.”

Niet alleen huishoudens profiteren van de zonnestroom. Regionale grootverbruikers kunnen terecht op de Groendus Energiemarktplaats om rechtstreeks gebruik te maken van groene stroom van de Punt.

Het zonneveld

Het terrein aan de 1e Barendrechtseweg waarop Zonneveld de Punt is gevestigd, is eigendom van de gemeente Barendrecht. De grond werd voorheen gebruikt als gronddepot van ProRail en is daardoor niet meer geschikt als bouwgrond voor woningen of  industrie. Een zonneveld bleek een ideale oplossing om het terrein goed te benutten en de regio te verduurzamen. Via een aanbesteding kreeg Groendus met de beste prijs-kwaliteitverhouding de gunning. Daarmee mogen zij de grond de komende 25 jaar van de gemeente huren voor de exploitatie van het zonnepark.

Lennart van der Linden – Wethouder Gemeente Barendrecht: “Vrije ruimte in Barendrecht is schaars. Het is een prestatie van formaat dat dit tot voor kort onbruikbaar geacht gebied straks benut wordt om veel energie op te wekken. Mooi ook dat een lokale energie coöperatie zich inspant om Barendrechtse bedrijven en bewoners te bedienen!”

Aandacht voor biodiversiteit

Bij de ontwikkeling van het zonnepark zaaide Groendus het terrein in met een mix van inheemse bloemen en kruiden die speciaal is afgestemd op de grond en de hoeveelheid zon. De mix vormt een ideale leefomgeving voor vlinders, bijen en andere insecten. Daarnaast zijn er bijen- en insectenhotels geplaatst en worden er schapen ingezet voor het onderhoud van het terrein. Aan de rand van het veld zijn struiken en bomen behouden zodat onder andere een buizerd zich hier kan blijven nestelen.

Marc van Putte – Groendus: “Er is altijd zorg over de impact die zonneparken hebben op de onderliggende natuur. Die zorg begrijpen we. Bij de aanleg van zonneparken houden we de biodiversiteit dan ook zoveel mogelijk in stand, zodat het ene duurzame doel het andere niet in de weg staat. In Barendrecht is dit op een prachtige manier gelukt; er is aandacht voor duurzaamheid én voor biodiversiteit.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Op 5 september 2022 ondertekenden IRON+ en Royal Swinkels Family Brewers een intentieverklaring om de komende 20 jaar de eerste volledig operationele commerciële MegaWatt installatie ooit op Iron Power te bouwen voor het leveren van duurzame proceswarmte voor het brouwproces van Royal Swinkels Family Brewers. 

Iron Power is een relatief nieuwe technologie om enorme hoeveelheden duurzame energie op te slaan en in te voeren. IJzerpoeder wordt in een ketel verbrand tot ijzeroxidepoeder om stoom te produceren. Na de verbranding wordt het ijzeroxidepoeder weer tot ijzerpoeder geregenereerd met behulp van waterstof, dat uiteindelijk wordt gewonnen uit zonne- en windenergie op plaatsen met een enorm overschot aan duurzame energie. IJzerpoeder kan energie opslaan op een zeer compacte, goedkope, veilige, milieuvriendelijke en CO2-vrije manier. Deze unieke combinatie maakt het tot een zeer belangrijke oplossing in de energietransitie van de warmte-intensieve industrie.

Twee jaar geleden heeft het Metal Power Consortium bestaande uit partijen als TU Eindhoven, Metalot, Studententeam SOLID, EMGroup, HeatPower en Romico Hold, al een succesvolle eerste demonstratie van de technologie gedurende enkele weken uitgevoerd bij de Bavaria brouwerij in Lieshout, een van de brouwerijen van Royal Swinkels Family Brewers om voor het eerst CO2-vrij bier te produceren. Guy Willems van EMGroup: “Tijdens een twee jaar durende verbeter- en testfase is de technologie gerijpt en is het systeemrendement verbeterd. De verbranding is niet alleen CO2-vrij, maar belooft ook een zeer lage NOx- en deeltjesuitstoot te hebben, wat ook van groot belang is. Voor zover wij weten is dit het eerste commerciële iron power systeem ter wereld zijn.”

IRON+ zet nu de volgende stap. IRON+ is een joint venture tussen EMGroup, Pometon en Metalot. Prof. Philip de Goey van Metalot: “De drie partijen van IRON+ bundelen samen alle kennis en ervaring die nodig is om volledig operationele verbrandingsapparatuur, regeneratieapparatuur en ijzerpoedertechnologie te leveren om van Iron Power een succes te maken”. IRON+ is nu dus klaar om zijn eerste commerciële installatie te bouwen en te verkopen. Rudi Clayton, CEO van Pometon: “De productie van ijzerpoeder en de industriële reductie zit al tientallen jaren in onze genen. Deze off-the-shelf technologie wordt momenteel binnen het IRON+ bedrijf verbeterd voor groene energietoepassingen.”

In de komende 12-18 maanden wordt de huidige testfase van de ketel afgerond en de regeneratietechnologie wordt voltooid in het Metalot Future Energy Lab. Daarnaast zullen de contracten tussen de bedrijven worden geformaliseerd en zal een laatste korte demo worden georganiseerd op een van de locaties van Royal Swinkels Family Brewers voordat de bouwfase van de commerciële installatie van start zal gaan. Peer Swinkels, CEO van Royal Swinkels Family Brewers: “We hadden al veel vertrouwen in de potentie van de Iron Power technologie en het Iron Power consortium, maar het is voor ons erg belangrijk dat het complete proces volledig circulair is, dus was er meer onderzoek nodig. Nu we weten dat regeneratie op een groene manier mogelijk is, kunnen we verder gaan. Nu het nieuwe bedrijf IRON+ is opgericht, zijn we ontzettend trots en blij dat we de eerste ter wereld zijn die deze technologie kan aanpassen voor ons toekomstige brouwproces. Dit is een van de hoekstenen van het masterplan dat we momenteel uitvoeren om in de komende jaren volledig circulair te zijn. We hebben meer dan één oplossing nodig voor onze energietransitie en dit zou een belangrijke oplossing kunnen zijn.”

De Metalot inzet wordt mede mogelijk gemaakt door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en de Provincie Noord-Brabant in het kader van OPZuid project Living Lab Metal Power.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De zonnepanelen van Exasun zijn hoogwaardige en esthetische in-dak oplossingen met een lange levensduur, in Nederland geproduceerd. De Haagse scale-up ontvangt nu 9 miljoen euro voor een nieuwe PV-assemblagelijn. Exasun werd eind vorig jaar al ontdekt door wereldspeler Wienerberger, die de Exasun systemen X-Tile en X-roof heeft geïntegreerd in het Wienerberger Wevolt Energiedak en de exclusieve verkoop in Europa verzorgt.

Het toenemende gebruik van warmtepompen en elektrische auto’s vraagt om steeds meer elektriciteit. De in-dak zonnesystemen van Exasun wekken door optimaler gebruik van het dakoppervlak meer energie op dan de traditionele op-dak systemen.
Marktonderzoek toont aan dat gebouw-geïntegreerde PV-oplossingen (BIPV – Building Integrated PhotoVoltaic) de komende tien jaar jaarlijks wereldwijd met bijna 25% groeien tot een markt van circa 100 miljard euro. In 2021 leidde Europa de BIPV-markt met een aandeel van 43%. De kapitaalinjectie van 9 miljoen euro voor Exasuns nieuwe assemblagelijn komt van ABN AMRO Sustainable Impact Fund, Invest-NL, Wienerberger en bestaande aandeelhouders ENERGIIQ, Dockpoint en No Such Ventures.

Extra productiecapaciteit voor expansie BIPV

Exasun produceert robuuste BIPV-oplossingen met een hoge esthetische waarde, die daken waterdicht maken, energie opwekken en snel en eenvoudig te installeren zijn. “De expansie van BIPV in Europa en daarbuiten vraagt om extra productiecapaciteit en met deze kapitaalinjectie bouwen we een compleet nieuwe PV-assemblagelijn op onze huidige productielocatie in Den Haag,” zegt Remon Veraart, CEO van Exasun.

Samenwerking Exasun en Wienerberger

Exasun heeft sinds 2015 een leidende rol in de Nederlandse markt voor gebouw-geïntegreerde PV-oplossingen. Met in Den Haag geproduceerde producten slaat het bedrijf nu ook Europees de vleugels uit in strategische samenwerking met Wienerberger, dat sinds 2022 de exclusieve Europese verkoop verzorgt en distributiepartner is.

Deelname in de investering is een strategische keuze, aldus algemeen directeur Wienerberger Nederland Bert Jan Koekoek: “Onze groeistrategie is gericht op het aanbieden van een breed portfolio materialen en oplossingen om de gebouwde omgeving te verduurzamen en de energietransitie te versnellen. Met deze samenwerking zijn de producten X-Roof en X-Tile onderdeel geworden van het Wienerberger Wevolt Energiedak dat in alle landen van Europa wordt uitgerold. De systemen zijn inmiddels succesvol geïnstalleerd op meer dan duizend woningen.”

Naar een volledig circulaire PV-oplossing

Naast nieuwe innovatieve BIPV-oplossingen richt Exasun zich op het verder verbeteren van de positieve milieu-impact van de producten naar een volledig circulaire PV-oplossing, waarbij onderdelen van het product na hun levensduur opnieuw hergebruikt worden voor een vergelijkbare toepassing.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Bedrijven moeten duurzaamheid integreren in hun productontwerpprocessen als ze naar netto nul uitstoot willen gaan. Dit geldt met name voor scope 3-emissies. Meer dan twee derde van de bedrijven met duurzame productontwerpstrategieën konden hun CO2-uitstoot verminderen en bijna driekwart boekte een omzetstijging. Dit blijkt uit het laatste rapport van het Capgemini Research Institute, Rethink: Why sustainable product design is the need of the hour. Het onderzoek wijst op de noodzaak om meer actie te ondernemen: organisaties kunnen hiermee starten door prioriteit te geven aan duurzaamheid voor productontwerpteams.

Ontwerpbeslissingen hebben een grote invloed op de ecologische en sociale impact van producten. Ongeveer 80% van het milieueffect van producten kan worden toegeschreven aan beslissingen in de ontwerpfase. Cruciaal is dat duurzaam productontwerp een belangrijke hefboom is die organisaties kan helpen bij de overgang naar netto nul uitstoot. Productemissies kunnen een groot deel van de totale emissies van organisaties uitmaken. Duurzame ontwerpstrategieën zijn van vitaal belang om deze te beperken. Toch heeft maar 22 procent van de bedrijven duurzaamheid tot prioriteit gemaakt in hun productontwerp. Slechts een kwart van de bedrijven wereldwijd voert regelmatig milieu-effectrapportages uit (26%), dan wel sociale impact-metingen (25%) bij de ontwikkeling van nieuwe producten.

“Om hun CO2-reductiedoelstellingen te behalen, moeten organisaties het systeem als geheel beschouwen en verder denken dan geïsoleerde ontwerpproblemen: van de eerste fase van het productontwerp tot de selectie van materialen en het beheer aan het einde van de levensduur van het product. Dit vraagt een verschillende benadering voor de gehele productlevenscyclus, waaronder systeemdenken, circulair ontwerpdenken en regeneratieve benaderingen”, zegt Roshan Gya, Global Head of Intelligent Industry bij Capgemini. “Organisaties moeten ook in gedachten houden dat veel duurzaamheidsinitiatieven worden gekenmerkt door pijn op korte termijn, gevolgd door winst op de lange termijn, zoals investeringen vooraf om grotere kosten in de toekomst te vermijden.”

Druk toezichthouders is een belangrijke motivator

Druk van toezichthouders is de belangrijkste drijfveer voor 61% van de organisaties die momenteel duurzame productontwerpen toepassen of van plan zijn dit in de toekomst te doen. Nu de regelgeving in de toekomst zal worden aangescherpt, moeten bedrijven die nog geen duurzaam ontwerp toepassen, hun koers wijzigen. Bijvoorbeeld met betrekking tot de verlenging van de levensduur van producten en het gebruik van gerecycleerde materialen in producten of verpakkingen.

Duurzaam ontwerp leidt niet altijd tot hogere kosten

Er wordt vaak gedacht dat duurzaam ontwerpen te duur is. Deze perceptie vormt een belangrijk obstakel voor implementatie. Capgemini ontdekte echter dat in alle sectoren 23% van de bedrijven die ten minste één duurzame ontwerpstrategie hebben geïmplementeerd, een daling van de kosten hebben ervaren, terwijl 37% van de organisaties zegt dat de kosten gelijk zijn gebleven.

Voordelen op lange termijn

Volgens het rapport moeten organisaties investeringen in duurzaam productontwerp door een langetermijnbril bekijken. Voor veel bedrijven werpen deze investeringen al vruchten af; van de organisaties die een kostenstijging hebben gemeld, zegt 51% dat deze is gecompenseerd door een toename van de voordelen. Organisaties hebben een grotere omzetgroei (73%), een grotere klanttevredenheid (70%) en een grotere betrokkenheid van werknemers (79%) ervaren, naast een vermindering van de CO2-uitstoot (67%).

Duurzaam ontwerpen biedt ook mogelijkheden voor kostenvermindering in de hele waardeketen door middel van strategieën zoals “dematerialisatie” en “lichtgewicht”, die erop gericht zijn de hoeveelheid materialen die in een product worden gebruikt te verminderen. Andere voordelen zijn een grotere productie-efficiëntie, bijvoorbeeld door een lager energie- en waterverbruik en een kortere assemblagetijd. Tot slot zijn er lagere transportkosten door een geoptimaliseerd product- en verpakkingsontwerp.

Het rapport concludeert ten slotte dat bedrijven van duurzaamheid een prioriteit in hun ontwerp moeten maken en de noodzaak van systeemverandering moeten benadrukken, om de vruchten ervan te plukken. Een data-gestuurde aanpak is van cruciaal belang: organisaties moeten de gevolgen van producten holistisch beoordelen door de ecologische en sociale gevolgen gedurende de hele levenscyclus van het product te meten. Ze moeten ook samenwerken met stakeholders in de hele waardeketen om gezamenlijk duurzame ontwerpbeslissingen te nemen op basis van impact en haalbaarheid en investeren in partnerships om nieuwe competenties op te bouwen. Daarnaast moet er ook worden geïnvesteerd in diensten om de verlenging van de levensduur van producten en het beheer aan het einde van de levensduur te vergemakkelijken, de kringloop van product- en materiaalstromen te sluiten en ervoor te zorgen dat producten gedurende hun hele levenscyclus werkelijk duurzaam zijn. Bovendien opent de technologische vooruitgang talrijke mogelijkheden voor duurzaam productontwerp. Organisaties moeten ervoor zorgen dat zij technologie efficiënter en uitgebreider gebruiken om hun initiatieven op het gebied van duurzaam productontwerp te ondersteunen.

Methodologie

Het Capgemini Research Institute ondervroeg in april en mei 2022 zo’n 900 senior leidinggevenden op het gebied van productontwerp en engineering van grote organisaties in sectoren als consumer products, automotive, industriële productie, lucht- en ruimtevaart en defensie, hightech en medische apparatuur. Ook werden 15 senior executives uit de industrie en academici geïnterviewd. In dit rapport richtte het Capgemini Research Institute zich op organisaties die voornamelijk fysieke producten vervaardigen. Sommige van deze producten kunnen software-elementen bevatten of begeleidende apps hebben. Daarom komen ook duurzame productontwerpstrategieën voor digitale producten aan bod.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Schuttelaar & Partners gaat samenwerken met Climate Neutral Group om de voedselsector te verduurzamen. Gezamenlijk kunnen we bedrijven nog beter adviseren, ondersteunen, en stimuleren om klimaatneutraal te produceren.

Klimaatneutraal produceren

‘Klimaatneutraal’ produceren betekent dat producten een netto-nul-emissiebalans hebben. Die balans kan bereikt worden door allereerst de uitstoot te berekenen via een wetenschappelijk erkende methode. De vervolgstap is het belangrijkst, namelijk om emissies te reduceren. Wat er overblijft kan gecompenseerd worden. Als dat alles gecontroleerd en gecertificeerd wordt door een onafhankelijke partij, dan mag een product het ‘Climate Neutral Certified’-label dragen.

Climate Neutral Group begeleidt dit proces en adviseert bedrijven over hun Net Zero-strategie. Schuttelaar & Partners is bedreven in klimaat een plek geven binnen de MVO-strategie en daarover te rapporteren en te communiceren. Beide partijen willen met deze inspanningen toegevoegde waarde creëren voor een bedrijf of product en ervoor zorgen dat de doelstellingen zoals afgesproken in het klimaatakkoord van Parijs gehaald worden. Climate Neutral Group en Schuttelaar & Partners zijn twee missiegedreven organisaties die beide als B Corp graag samenwerken aan een duurzame en gezonde wereld.

Foto: Suzanne van der Pijll (S&P) en Markt Huis in ’t Veld (CNG) tekenen een overeenkomst om samen te werken. 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Met een bijdrage tot opwarming van de aarde van 2,2°C behoren Nederlandse ondernemingen tot de kopgroep om emissies te reduceren. Maar ze lopen achter op het behalen van de 1,5 graden doelstelling.

  • Uit een analyse van klimaatdoelstellingen bij bedrijven blijkt dat het akkoord van Parijs momenteel onhaalbaar is.
  • Bedrijven in G7-landen zorgen voor een opwarming van 2,7°C.
  • Europese bedrijven boeken vooruitgang, sinds het stellen van klimaatdoelen in 2020 ‘koelt’ de Europese economie af met 0,3°C, om tot 2,4°C te komen.
  • Nederlandse bedrijven nemen het voortouw in Europa voor emissiereductie waardoor opwarming van de aarde uitkomt op 2,2°C.

Wereldleiders komen in november in Sharm el-Sheikh bijeen om de 1,5°C-doelstelling van het Parijs-akkoord overeind te houden. Door de klimaatambities van de G7 lijkt de COP27-doelstelling onhaalbaar, zo blijkt uit een nieuwe analyse van non-profitorganisatie CDP en managementconsultant Oliver Wyman.

Op basis van de huidige emissiereductiedoelstellingen van bedrijven heeft geen enkel Europees land een bedrijfssector die snel genoeg koolstofarm wordt om de 1,5°C-doelstelling te halen.

Een berekening van de emissiedoelstellingen van de G7-landen wijst uit dat de aarde 2,7°C opwarmt. Het rapport toont aan dat bedrijven in Nederland, Duitsland en Italië de meest ambitieuze emissiereductiedoelstellingen hebben binnen Europa. De gezamenlijke uitstoot zal naar verwachting de opwarming van de aarde tot 2,2°C te beperken. De leidende landen worden gevolgd door Frankrijk (2,3°C), het Verenigd Koninkrijk (2,6°C) en de Verenigde Staten (2,8°C). Canadese bedrijven doen het slecht in de G7, met doelstellingen die leiden tot een opwarming van gemiddeld 3,1°C.

De temperatuurprognoses uit dit onderzoek weerspiegelen de ambitie van bedrijven, niet zozeer het nationale klimaatbeleid of de Nationally Determined Contributions (NDC’s). Nu COP27 nadert, is de kloof tussen wat beleidsmakers beloven en de reële economie levert echter aanzienlijk.

De analyse is gebaseerd op de CDP-temperatuurbeoordeling, die de emissiereductiedoelstellingen van bedrijven vertaalt naar een eindresultaat over de opwarming van de aarde aan de hand van wetenschappelijke methode. De beoordeling, die alle emissies in de waardeketen van bedrijven omvatten (Scope 1-3), geven de waarschijnlijke temperatuurstijging weer als wereldwijde emissies even snel zouden dalen als de doelstellingen van de bedrijven. Om de temperatuur van ieder land te meten, werden de beoordelingen van individuele bedrijven samengevoegd en gewogen naar totale emissies. De analyse laat zien dat Europese bedrijven, in alle sectoren, duidelijk en consistent beter presteren dan Noord-Amerikaanse en Aziatische concurrenten.

De Europese elektriciteitsproductiesector, bijvoorbeeld, loopt voor op alle sectoren ter wereld met een opwarming van 1,9°C. Ter vergelijking, er is een opwarming geraamd van 2,1°C door bedrijven in Noord-Amerika en 3°C door ondernemingen in Azië. De industrie in Europa is veel verder gevorderd met de vaststelling van doelen: voor ongeveer 80% van alle emissies geldt een haalbare doelstelling van 2°C of minder.

De temperatuur in de Europese bedrijfssector wordt in het algemeen omlaag gebracht van 2,7°C in 2020 tot 2,4°C in 2022, wat deels te verklaren is door een snelle toename van 85% van bedrijven met wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen in 2021.

Wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen (SBT’s), die worden beschouwd als de gouden standaard voor streefcijfers omdat zij onafhankelijk worden getoetst aan wetenschappelijke inzichten, zijn een drijvende kracht achter lagere temperatuurstreefcijfers.

Gezamenlijk hebben bedrijven met SBTI’s de uitstoot sinds 2015 met 25% verminderd, in vergelijking met een toename van 3,4% van de wereldwijde uitstoot door energie en industrie.

De hoge temperatuurbeoordeling in landen als Canada en de Verenigde Staten zijn eerder het gevolg van ondernemingen die helemaal geen doelstellingen hebben, dan van doelstellingen die niet ambitieus genoeg zijn.

In Canada valt minder dan de helft (43%) van alle gerapporteerde emissies onder een doelstelling, terwijl bijvoorbeeld in Frankrijk en Duitsland, meer dan 90% van de gerapporteerde bedrijfsemissies afkomstig zijn van bedrijven met gepubliceerde doelstellingen.

Het beperken van de opwarming van de aarde tot 1,5°C is noodzakelijk om verdere gevolgen van klimaatverandering te voorkomen. Het verschil tussen 1,5°C en 2°C omvat bijvoorbeeld een 10x grotere kans op ijsvrije zomers op Noord- en Zuidpool, een 2,6 keer zoveel mensen dat aan extreme hitte wordt blootgesteld, en een dubbel zo groot effect op de zeevisserij en de oogstopbrengsten, aldus het IPCC.

Laurent Babikian, wereldwijd directeur kapitaalmarkten van CDP, verklaarde: “Een stuwende kracht achter snelle emissiereducties, die in overeenstemming liggen het akkoord van Parijs, is het stellen van ambitieuze doelen. Het is voor geen enkel land aanvaardbaar, laat staan voor ’s werelds meest geavanceerde economieën, dat industrieën zo weinig collectieve ambitie tonen. Met alle beschikbare informatie moeten regeringen, beleidsmakers, investeerders en het publiek meer eisen van bedrijven met een grote impact die geen klimaatdoelstellingen hebben. Het momentum neemt toe, nu COP27 nadert, moeten we onze 1,5°C-doelstelling realiseren. Bedrijven met een grote impact op het klimaat, en hun investeerders en kredietverstrekkers, dienen onmiddellijk doelstellingen vast te stellen en deze daadwerkelijk na te komen met geloofwaardige overgangsplannen. Alleen op die manier zijn we in staat om  dit gezamenlijke doel te bereiken.”

James Davis, Partner, Financiële Diensten bij Oliver Wyman, zei: “De analyse wijst op grote verschillen in ambitie en bereidheid tussen bedrijven om het voortouw te nemen met hun doelstellingen. Het rapport wijst ook op de dringende noodzaak om best-practices verder en sneller te verspreiden als we een kans willen maken om de emissies terug te dringen tot 1,5°C – een doelstelling waarvan het belang door het recente extreme weer alleen maar is benadrukt. Ondersteunend overheidsbeleid is van cruciaal belang, net als het oplossen van de structurele problemen in sommige sectoren en regio’s. Nu het financiële systeem zich committeert aan nul emissies en probeert kapitaal te sturen naar voorlopers van de koolstofarme economie, zal er steeds kritischer worden gekeken naar bedrijfsemissies, doelstellingen en overgangsplannen. De overgang naar verplichte informatieverschaffing in belangrijke sectoren over emissie-uitstoot kan daarbij helpen.”

[ad_2]

Source link

Berichten paginering