[ad_1]

Vanaf 2023 zijn alle (middel)grote Europese bedrijven wettelijk verplicht om zichtbaar werk te maken van duurzaamheid. Ruim 60% van de bedrijven is niet ingericht om aan de toenemende eisen van het klimaatbeleid te voldoen. Het goede nieuws is dat de mogelijkheden er volop zijn om een inhaalslag te maken. Niet alleen de technische oplossingen zijn voorhanden, ook de manier waarop je klimaatbeleid succesvol in je organisatie implementeert en draagvlak creëert. Voor alle organisaties die zich willen voorbereiden op 2023, schreef Charlotte Extercatte daarom samen met Joep Boerboom het boek Klimaatwerkers dat bestuurders, CEO’s en directeuren, maar ook de professionals in deze bedrijven, overheden en kennisinstellingen inspireert om de klimaatdoelen wel te halen. Nu al het belangrijkste managementboek van 2022.

​​​​​​​Van medewerker naar klimaatwerker

2023 komt in rap tempo dichterbij en voor (middel)grote bedrijven is het dan ook de hoogste tijd dat ze aan de slag gaan met de nieuwe klimaatopgave. Het gaat niet alleen om beslissingen aan de top, aldus Extercatte, maar juist ook om de betrokkenheid en expertise van medewerkers, leveranciers en klanten. Hieraan ontbreekt het nu vaak nog. Klimaatpioniers laten zien dat het betrekken van deze mensen een effectieve manier is om snel klimaatdoelen te realiseren en tegelijk een aantrekkelijk bedrijf te zijn. Klimaatwerkers maakt die kennis en expertise toegankelijk. Het laat zien hoe iedereen binnen de organisatie kan bijdragen aan het behalen van de klimaatdoelstellingen. Maak van je medewerkers ‘klimaatwerkers’, zo luidt de boodschap. Want een beter klimaat begint op je werk.

Veel inspiratie en een helder stappenplan

Klimaatwerkers zijn mensen die echt iets willen bijdragen aan de maatschappij én de toekomst van bedrijven en organisaties. Mensen die niet enkel uit zijn op snel financieel gewin, maar die oog hebben voor de lange termijn en die het voortouw durven nemen en anderen stimuleren om klimaatbestendig te organiseren.

Het goede nieuws: ze zijn er al, die klimaatwerkers, maar we hebben er nog veel meer nodig om de klimaatdoelen te realiseren. Daarom staat dit boek boordevol inspirerende verhalen van klimaatwerkers die vertellen over hun successen en de hobbelige weg ernaartoe. Deze verhalen helpen CEO’s, bestuurders en leidinggevenden om het gesprek met professionals in en om de organisatie te starten over de klimaatimpact die zij zelf kunnen hebben. Daarnaast introduceren de auteurs een 10-stappenplan met praktische handvatten waarmee iedereen zelf aan de slag kan. Het is een toegankelijke aanpak die is gebaseerd op diverse transitietheorieën en 25 jaar ervaring met klimaatwerk. Zo stoomt Klimaatwerkers organisaties en hun mensen klaar voor 2023. Mis de boot niet!

Bestel het boek online

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) is positief over twee initiatieven waarbij concurrerende bedrijven samenwerken. De ACM geeft aan dat deze initiatieven bijdragen aan de verduurzaming van de energiesector en niet in strijd zijn met de concurrentieregels. Het eerste initiatief gaat over het gezamenlijk inkopen door bedrijven en instellingen van elektriciteit uit een windmolenpark. Het andere initiatief gaat over het afspreken van dezelfde prijs voor CO2 in de rekenmodellen voor investeringen in de elektriciteitsnetten door netbeheerders. De ACM past bij deze beoordelingen de ‘concept leidraad duurzaamheidsafspraken’ toe en geeft duidelijkheid aan de initiatiefnemers.

Martijn Snoep, bestuursvoorzitter van de ACM: “Bedrijven mogen samenwerken om duurzame doelen te halen. De Mededingingswet biedt die ruimte ook. Wij kijken graag mee als bedrijven met vragen zitten over dit soort samenwerkingen. Inmiddels zijn al verschillende partijen naar ons toegekomen met initiatieven die bijdragen aan de transitie naar duurzame energie en andere duurzaamheidsdoelen. Dat juichen we toe.”

Bedrijven mogen gezamenlijk windenergie kopen

VEMW is een vereniging voor bedrijven en instellingen die belangen behartigt van zakelijke energie- en watergebruikers. VEMW wil dat haar leden samen een contract kunnen sluiten met de toekomstige bouwers van het windpark Hollandse Kust West. Op die manier is hun elektriciteitsprijs voor groene energie voor een aantal jaren vastgelegd en stimuleren de aangesloten bedrijven de productie van duurzame energie. Voor een ontwikkelaar van windparken is het gunstig als er langjarige leveringscontracten zijn. VEMW heeft aan de ACM gevraagd of dit binnen de Mededingingswet valt.

Wat vindt de ACM?

De VEMW-leden, niet alleen grote maar juist ook kleine(re) bedrijven, kunnen door deze samenwerking rechtstreeks groene energie inkopen bij de producent. Daarmee leveren ze een extra bijdrage aan de vastgestelde klimaatdoelstellingen en stimuleren ze de bouw van windmolenparken. Dit initiatief geldt voor één windmolenpark dat nog moet worden aanbesteed. Daarnaast blijven er voor bedrijven en ontwikkelaars van windparken voldoende mogelijkheden over om ook elders duurzame energie te kopen en te verkopen. Daarom is geen sprake van strijd met de mededingingsregels.

Netbeheerders kunnen samenwerken om CO2-uitstoot te verminderen

Netbeheerders wilden in 2021 met elkaar afspreken dat ze – om te beginnen – een prijs van 50 euro per ton CO2 gebruiken bij inkoop- en investeringsbeslissingen. Op die manier wordt het aantrekkelijker om investeringen te doen die leiden tot minder CO2-uitstoot. Immers, hoe minder CO2 ze uitstoten, hoe lager de kosten. De ACM heeft dit voornemen in het najaar van 2021 beoordeeld. Inmiddels hebben partijen de rekenprijs verhoogd naar 100 euro.

Wat vindt de ACM?

De prijs van 50 euro per ton CO2 leidt niet tot een merkbaar effect op de kosten en daarmee de tarieven van netbeheerders. Dat kan anders worden bij hogere prijzen voor CO2. Maar de ACM concludeert dat ook bij een hogere prijs voor CO2, de duurzaamheidsbaten opwegen tegen de mogelijke kosten voor gebruikers. Alle gebruikers van energie hebben voordeel van de afspraak als de CO2 uitstoot minder wordt. De ACM ziet verder dat samenwerking noodzakelijk is om dit voordeel te behalen en er blijft voldoende ruimte voor concurrentie. Daarom valt deze samenwerking onder de uitzondering van het kartelverbod en mogen de netbeheerders op dit punt samenwerken.

ACM en duurzaamheid

De ACM vindt het belangrijk dat bedrijven in de energiesector een bijdrage leveren aan een duurzame economie die voldoet aan de klimaatdoelstellingen. Ook andere sectoren van de Nederlandse economie kunnen hieraan meewerken. De ACM nodigt bedrijven uit om met hun plannen bij de ACM langs te komen zodat de ACM met hen mee kan denken of de plannen passen binnen de Mededingingswet. Op die manier laat de ACM markten goed werken voor mensen en bedrijven, nu en in de toekomst.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

ZAP Concepts, het bedrijf dat marktleider is op het gebied van slimme stroomplannen voor de evenementenbranche, heeft de afgelopen twee jaar niet stilgezeten. Het bedrijf werd geraakt door de pandemie, maar greep dit moment aan om te innoveren. ZAP Concepts ontwikkelde MyZAP; de eerste online tool waarmee bedrijven wereldwijd nu zelf, in maximaal 72 uur, een eigen stroomplan op maat kunnen maken. Zo kunnen festivals, een concerttour of andere evenementen het stroomverbruik zo efficiënt mogelijk maken en op grote schaal besparen op kosten en én CO2-uitstoot.

MyZAP is de eerste tool die het verzamelen van stroomgegevens van leveranciers makkelijk en toegankelijk maakt. De software is extreem gebruiksvriendelijk en excelleert in eenvoud. Ook zonder technische kennis is het makkelijk om een stroomplan te maken. Dit zorgt ervoor dat stroomkosten worden geminimaliseerd en CO2-uitstoot tot wel 80% wordt gereduceerd. Zo wordt bijvoorbeeld aangegeven waar generatoren kunnen worden vervangen door groene batterijen.

ZAP Concepts is bekend van onder andere ADE Green, het ‘Smart Power Plan’ en is het brein achter de verduurzaming van het stroomverbruik van onder andere DGTL, Milkshake, Defqon, Solar Weekend en Amsterdam Open Air. Daarnaast werkt het team nauw samen met het team van Coldplay voor het ontwikkelen en implementeren van het energieplan voor de klimaatneutrale worldtour van de band.

Ook Glastonbury, The Ocean Race en BBC behoren tot de internationale klantenkring van het bedrijf. Paul Schurink, oprichter van ZAP Concepts en MyZAP: “De door COVID gedwongen rustperiode hebben we nuttig gebruikt door onze kennis en ervaring op het gebied van tijdelijke stroomvoorziening, innovatie en efficiëntie in een simpel te gebruiken online tool te kunnen omzetten. Hiermee is de meer dan jarenlange ervaring van ons internationale team van ZAP Concepts direct beschikbaar voor iedere gebruiker van MyZAP.”

Hoe werkt het?

Stap 1: Stroom Inventarisatie
Alle leveranciers die gebruik maken van het stroomnetwerk van een evenement vullen via een link gemakkelijk hun stroom wensen in, via MyZAP.

Stap 2: Onderzoek huidige situatie en verbeterpunten
Onderzoek naar het huidige gebruik van de bestaande elektriciteitsinfrastructuur en het bepalen van efficiëntere ‘energiezones’.

Stap 3: Calculator Analyse van energiebehoefte

Stap 4: MyZAP Smart Power Plan
Binnen 72 uur is het custom Smart Power Plan klaar. Hierin staan aanbevelingen over het gebruik van de meest duurzame energiemix welke een onderdeel kan vormen van de duurzaamheidsstrategie van een evenement.

ZAP staat voor Zero Air Pollution en heeft als missie om de evenementenwereld zo duurzaam mogelijk te maken. ZAP Concepts biedt, naast MyZAP, ook aanvullende adviesdiensten, waaronder energiemonitoring-diensten en on-site ondersteuning tijdens evenementen.

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Sinds de lancering in november 2021 maken al 120 partners in de sport en 22 gemeenten met in totaal 2,9 miljoen inwoners gebruik van Sport NL Groen. Met de aanvragen tot nu toe, kan er jaarlijks al zo’n 600 ton CO2 en 1.400.000 euro aan energiekosten bespaard worden. En met behulp van gratis energiecoaches kan dit aantal de komende maanden nog veel verder toenemen.

Sportsector staat voor een grote uitdaging

De sportsector staat voor een grote uitdaging. Niet alleen de coronacrisis hakt er momenteel hard in bij sportclubs, ook de energierekening doet een aardige duit in de zak. De gas- en energieprijzen zijn de afgelopen maanden enorm gestegen en veel sportclubs hebben de eerste energierekening van het jaar inmiddels ontvangen. Bij een deel van de clubs zijn de kosten ongeveer verdubbeld ten opzichte van vorige maand. Hoog tijd dus om de energielasten structureel omlaag te brengen. Want zo houden we de sport toekomstbestendig.

Verduurzamen met behulp van Sport NL Groen en gratis energiecoach

Om sportclubs en ondernemers een duwtje in de rug te geven, werd Sport NL Groen gelanceerd. Gerben van Hardeveld, programmamanager Sportinfrastructuur bij NOC*NSF: ‘We zien de vraag naar verduurzaming toenemen bij sportclubs, want hiermee kunnen de energiekosten structureel worden verlaagd. Maar we zien ook dat het soms lastig is om door de beschikbare maatregelen, subsidies en financieringsmogelijkheden heen te navigeren. Daarom is Sport NL Groen in het leven geroepen: een online tool waar je gratis advies krijgt voor de verduurzaming van je sportclub, met inzicht in alle subsidies en de goedkoopste leningen. Maar dat is nog niet alles, want tot 1 juli 2022 kunnen sportverenigingen en sportondernemers via de tool ook een gratis energiecoach aanvragen ter waarde van 750 euro.’

Paul Steinpatz van de Hilversumse Sportvereniging Wasmeer maakte recent met zijn club al gebruik van zo’n gratis energiecoach. Paul legt uit waarom: ‘Ons nieuwe duurzame clubhuis heeft in 2017 de deuren geopend. Daarna wilden wij nog een stap verder gaan en zijn we samen met een energiecoach van De Groene Club de mogelijkheden gaan bekijken. Naast ledverlichting is toen geadviseerd om via een BOSA subsidie ook te investeren in zonnepanelen. Die zijn in juli 2021 geplaatst en daarmee hebben we al ruim 1500 euro op de energierekening bespaard. Daarnaast kunnen wij sinds afgelopen Kerst ook stroom teruggeven aan het net. Dat is lekker voor de clubkas.’

Al 600 ton CO2 en 1.400.000 euro besparing gevonden

Vanaf het moment dat de tool gelanceerd werd afgelopen november, weten sportbonden, clubs en sportondernemers de tool te vinden. Inmiddels stromen de aanvragen binnen en zijn er al diverse energiecoaches en concrete offertes aangevraagd. ‘Met de aanvragen die tot nu toe via de tool zijn aangevraagd, kan er jaarlijks al 600 ton CO2 en 1.400.000 euro bespaard worden bij sportaccommodaties. En dat is pas het begin, want steeds meer sportaccommodaties vinden hun weg naar Sport NL Groen’, vertelt Bram Adema, die Sport NL Groen ontwikkelde met zijn bedrijf CFP Green Buildings.

Ook sportondernemer Bart Wesseling wist zijn weg naar Sport NL Groen te vinden. ‘Ik was aangenaam verrast toen ik zag dat mijn dansschool in Sport NL Groen stond. Binnen een paar minuten kreeg ik meteen interessante inzichten. Zo zag ik dat ik nog een enorme besparing kan realiseren met dakisolatie, zo’n 24.000 euro per jaar. Ik zou dus alle sportondernemers aanraden om te onderzoeken of er maatregelen zijn die besparing opleveren. Als ondernemer kijk je toch naar de kosten en ik denk dat velen verbaasd zullen zijn over hoe snel maatregelen zijn terugverdiend.’

Ook gemeenten vinden hun weg naar Sport NL Groen

Naast sportclubs en sportondernemers, maken ook 20 gemeenten inmiddels al gebruik van Sport NL Groen. Via de tool krijgen zij inzicht in alle sportaccommodaties binnen hun gemeente. Op die manier kunnen ze zelf een routekaart opstellen voor het verduurzamen van het sportvastgoed dat in eigendom is van de gemeente. Zo maakt lanceergemeente Den Haag al veelvuldig gebruik van Sport NL Groen. Hilbert Bredemeijer, wethouder Sport bij Gemeente Den Haag, licht toe: ‘Den Haag is de lanceergemeente en daar ben ik ontzettend trots op. We staan nu op een punt waarop we de sport klaar kunnen maken voor de toekomst en daarin spelen duurzaamheid en financiële gezondheid een belangrijke rol. Sport NL Groen sluit daar heel goed bij aan. Je kunt als gemeente dankzij de tool heel goed zien wat ervoor nodig is om je goed voor te bereiden op de toekomst, zowel op korte en lange termijn. Dus ik zou, als lanceergemeente, iedere andere gemeente op willen roepen om ook gebruik te maken van Sport NL Groen.’

Aan de slag met verduurzamen met Sport NL Groen

Via aangesloten sportclubs en gemeenten hebben tot nu toe al meer dan 2,5 miljoen mensen direct of indirect te maken met Sport NL Groen. Rob Berbee van ALTV Daisy vertelt waarom hij met zijn tennisclub gebruik maakt van Sport NL Groen: ‘Met Sport NL Groen kan een club een duurzaamheidswens concreet maken en kan het bestuur deze informatie gebruiken in het beslissingsproces, bijvoorbeeld bij een ALV. Ik zie bovendien mogelijkheden waar we als club nog niet bij hadden stilgestaan. Sommige processen zijn best complex en met behulp van Sport NL Groen wordt alles gestructureerd en daardoor veel inzichtelijker.’

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Het allereerste onderzoek van de door de VN gesteunde SME Climate Hub wijst erop dat het midden- en kleinbedrijf (mkb) extra middelen en begeleiding nodig heeft om de koolstofuitstoot te verminderen. Uit nieuw onderzoek blijkt dat de helft van de kleine bedrijven de uitstoot meet en dat 60% plannen heeft om deze te verminderen. Twee derde van de kleine ondernemers vreest echter dat zij niet over de juiste vaardigheden en kennis beschikken om de klimaatcrisis het hoofd te bieden. De belangrijkste redenen die kleine bedrijven aanvoeren om klimaatmaatregelen uit te stellen zijn het gebrek aan vaardigheden en kennis (63%), financiering (48%) en tijd (40%). Ongeveer 70% van het mkb heeft externe financiering nodig om de uitstoot sneller of zelfs überhaupt te verminderen. Toch heeft slechts een derde van de mkb’ers een financiële tegemoetkoming aangeboden gekregen om de uitstoot te verminderen.

Het mkb vertegenwoordigt 90% van het bedrijfsleven wereldwijd en heeft invloed op de levensomstandigheden van meer dan 2 miljard mensen. Door middel van dit onderzoek en de tools die beschikbaar zijn op de SME Climate Hub, wil het initiatief het mkb in staat stellen om klimaatmaatregelen te nemen.

De SME Climate Hub – een door de VN gesteund initiatief dat kleine en middelgrote bedrijven helpt gedegen klimaatmaatregelen te nemen en mee te doen aan de ‘Race to Zero’ van de Verenigde Naties – heeft via een enquête onderzocht wat mkb-bedrijven ervan weerhoudt hun koolstofuitstoot te verminderen. De SME Climate Hub voerde de enquête uit onder 194 van zijn leden, goed voor een representatieve steekproef van bedrijven over de hele wereld, in allerlei sectoren, van alle groottes en in alle inkomensgroepen.

Uit de enquête blijkt dat kleine bedrijven de strijd tegen de klimaatverandering aangaan, maar vaak niet over de nodige middelen beschikken om doeltreffende maatregelen te nemen. Acht van de tien deelnemers beschouwen emissiereductie als een “hoge prioriteit”, maar slechts 60% van hen heeft een plan voor emissiereductie. Op de korte termijn zetten deze bedrijven zich in om hun uitstoot van broeikasgassen te verminderen door het energieverbruik en afval te verminderen (82%), werknemers voor te lichten (64%) en faciliteiten en apparatuur te verbeteren (52%).

Klimaatactie verbetert de veerkracht van bedrijven – en steeds meer mkb-bedrijven zien er de voordelen van in. Kleine bedrijven nemen klimaatmaatregelen om hun reputatie te verbeteren (73%), zich van concurrenten te onderscheiden (61%) en aan de verwachtingen van klanten te voldoen (42%). Een grote meerderheid van 96% noemt echter als belangrijkste motivatie om klimaatactie te ondernemen dat het ”het juiste is om te doen”.

Zelfs kleine bedrijven die zich bewust zijn van hun milieu-impact en de voordelen van koolstofreductie, beschikken vaak niet over de middelen om actie te ondernemen. Dit is een extra barrière voor bedrijven die nog niet actief deelnemen aan het debat. De meest genoemde belemmering voor actie is een gebrek aan vaardigheden en kennis, genoemd door 63% van de ondervraagde bedrijven. Het kan daarbij gaan om voorlichting over waar en hoe te beginnen, basiskennis over de rol van het mkb of de beschikbare tools om hen op weg te helpen. De tweede meest voorkomende belemmering is financiering, genoemd door bijna 50% van de bedrijven. Tegelijkertijd geeft 69% van de mkb-bedrijven aan dat toegang tot externe financiering noodzakelijk is om hun emissies sneller of überhaupt te verlagen. Slechts een derde van de mkb’ers heeft een financiële prikkel gekregen om de emissies te verlagen, en slechts 8% van de mkb-eigenaars kreeg steun van hun bank.

Image

Om de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs te halen en de meest schadelijke gevolgen van de klimaatverandering te voorkomen, is het essentieel dat kleine en middelgrote bedrijven in staat worden gesteld hun koolstofuitstoot te verminderen. Kleine en middelgrote ondernemingen worden doorgaans geclassificeerd als bedrijven met minder dan 250 werknemers. Hoewel de impact van één mkb-bedrijf op het klimaat misschien klein lijkt, is het cumulatieve effect flink. Het mkb vertegenwoordigt 90% van het bedrijfsleven wereldwijd. Ze maken ook integraal deel uit van de supply chains van grotere bedrijven, en vallen onder de Scope 3-emissiecategorie.

“Op individuele schaal heeft elk klein bedrijf een relatief bescheiden koolstofvoetafdruk”, zegt María Mendiluce, CEO van de We Mean Business Coalition, een van de oprichters van de SME Climate Hub. “Maar samen hebben deze kleine bedrijven een enorme impact – zowel op de planeet als op hun gemeenschappen. Om de gevolgen van klimaatverandering te beperken en een rechtvaardige toekomst te realiseren waarin niemand wordt achtergesteld, is het absoluut noodzakelijk dat elk bedrijf, van elke grootte, de instrumenten heeft die nodig zijn om klimaatactie te ondernemen.”

Drie tools waarmee mkb-bedrijven hun koolstofuitstoot kunnen verminderen

Via de SME Climate Hub kunnen bedrijven die ‘netto nul’ nastreven, toegang krijgen tot tools en ondersteuning om hun uitstoot te meten, te rapporteren en te verminderen.

“Het belangrijkste is om de eerste stap te zetten. Elke organisatie is onderdeel van de reis en elke stap vooruit is belangrijk”, zegt Kristian Rönn, CEO en mede-oprichter van Normative, de officiële softwareleverancier voor de SME Climate Hub. “We moeten nu starten met het meten van onze impact, want meten is weten”, concludeert Kristian Rönn.

Met de Industry CO2 Insights tool, ontwikkeld door Normative, kunnen bedrijven hun emissieprofiel begrijpen door inzicht te krijgen in de CO2-voetafdruk van bedrijven in dezelfde sectoren en regio’s. De SME Climate Hub biedt ook een rapportagekader dat is ontwikkeld in samenwerking met NormativeCDP, en de Exponential Roadmap Initiative, waarmee bedrijven hun voortgang kunnen rapporteren en bijhouden. Via Climate Fit, een stapsgewijs educatief hulpmiddel dat is ontwikkeld door het University of Cambridge Institute for Sustainability Leadership (CISL) en Business for Social Responsibility, leren kleine bedrijven praktische vaardigheden en doen ze kennis op om hun koolstofuitstoot te verminderen.

“We hebben de SME Climate Hub opgezet als een hulpmiddel dat toegankelijk is voor kleine bedrijven over de hele wereld om hen te helpen in hun reis om in 2050 of eerder netto nul te bereiken”, legt María Mendiluce uit.

“Ons doel met de SME Climate Hub is om miljoenen mkb-bedrijven te helpen bij het ontwikkelen van klimaatactieplannen – en om hen een commerciële stimulans te geven om dit te doen. Wij geloven dat de SME Climate Hub een belangrijke rol kan spelen in de race naar een netto nul-toekomst”, zegt Johan Falk, medeoprichter van de SME Climate Hub en hoofd van het Exponential Roadmap Initiative.

Over de onderzoeksmethode

De SME Climate Hub heeft de enquête in juli en augustus van 2021 gehouden. De enquête werd via e-mail verspreid onder kleine en middelgrote bedrijven die zijn aangesloten bij de SME Climate Hub. Er waren in totaal 194 respondenten.

Over de SME Climate Hub

De SME Climate Hub is een initiatief van de We Mean Business Coalition, het Exponential Roadmap Initiative, de United Nations Race to Zero-campagne en de International Chamber of Commerce. In samenwerking met Normative en het Net Zero-team van de Universiteit van Oxford, biedt de SME Climate Hub tools en middelen om het mkb te helpen zich in te zetten voor het klimaat, actie te ondernemen en hun vooruitgang op het gebied van emissiereductie te meten. Dankzij dit partnerschap kan het mkb zich aansluiten bij de Race to Zero-campagne van de Verenigde Naties – een internationale campagne die een ongekende coalitie van partijen uit de reële economie en 120 regeringen samenbrengt, die zich ertoe hebben verbonden om uiterlijk in 2050 een netto-nulemissie te bereiken.

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Een Europese of Nederlandse CO2-belasting treft de Nederlandse economie in vrijwel gelijke mate. Maar onze economie profiteert juist van een internationale belasting. Zo blijkt uit het onderzoek van ABN AMRO Bank, MN, PGGM, de Volksbank en initiatiefnemer Rabobank van een werkgroep van het Platform voor Duurzame Financiering, Zij hebben daarbij gekeken naar verschillende scenario’s, waaronder de invoer van een nationale, Europese of internationale CO2-belasting.

Conclusies onderzoek

Conclusie van het onderzoek ‘The impact of carbon pricing’ is dat een Europese of Nederlandse CO2-belasting de Nederlandse economie vrijwel hetzelfde treft, maar dat onze economie juist profiteert van een internationale belasting. Daarnaast geeft het onderzoek aan dat goede data nodig zijn voor de introductie van een CO2-belasting en dat emissies op granulair niveau beschikbaar moeten zijn. Om de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs te kunnen halen, is bovendien een bredere benadering nodig. Zo moet er naast de prijs van emissie en emissiereductie ook meer gekeken worden naar behoud van biodiversiteit.

Economische impact

Het maakt geen groot verschil of een CO2-belasting alleen in Nederland wordt ingevoerd of in de ‘EU+’ (de Europese Unie plus het VK, IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland). De impact op het Nederlandse bbp van een Nederlandse of Europese CO2-belasting van ongeveer 90 euro is bijna hetzelfde: respectievelijk een 2,5% en 2,6% lager bbp in 2030 ten opzichte van het basispad. Dat blijkt uit een macro-economisch onderzoek door de werkgroep. Indien dezelfde CO2-belasting in de EU+ en de grote economieën zoals de VS, China, Canada, Japan en Australië wordt ingevoerd, dan profiteert een aantal sectoren in Nederland hier juist van. Het gaat dan bijvoorbeeld om dienstensectoren, de bouw, machines en elektronica. Daarnaast laat het onderzoek zien dat sectoren met een hoge uitstoot zoals elektriciteit, luchtvaart en chemiebedrijven, het hardst worden geraakt als ze belasting moeten betalen over hun uitstoot.

Uitstoot berekenen voor landbouw- en levensmiddelensector blijkt complex

Het onderzoek gaat ook in op de potentiële impact van een CO2-belasting voor landbouw- en levensmiddelensectoren. De onderzoekers concluderen daarbij dat het op dit moment nog complex is om de uitstoot van broeikasgassen op het niveau van individuele landbouwbedrijven accuraat te meten. Er bestaat nog geen breed geaccepteerde norm voor een CO2-berekening, omdat er rekening moet worden gehouden met veel variabelen zoals grasland, stal, mest, dieren en machines. Het is belangrijk dat daar verder onderzoek naar wordt gedaan, aldus de auteurs.

Toegang tot data en stimuleren van nieuwe technologieën

Het rapport laat ook zien dat goede toegang tot informatie over CO2-uitstoot door bedrijven en het stimuleren van nieuwe technieken met overheidsbeleid, zoals met het Fit for 55-plan van de Europese Commissie, belangrijke voorwaarden zijn voor de transitie naar een groene economie.

Voor het bereiken van de Parijs doelen is meer nodig

Ten slotte stellen de auteurs van het rapport dat maatregelen voor de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen niet volstaan om de klimaatdoelen te halen. Emissiereductie leidt bijvoorbeeld niet tot minder biodiversiteitsverlies. De werkgroep pleit daarom voor een brede blik bij het opstellen van klimaatplannen.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Een Europese of Nederlandse CO2-belasting treft de Nederlandse economie in vrijwel gelijke mate. Maar onze economie profiteert juist van een internationale belasting. Zo blijkt uit het onderzoek van ABN AMRO Bank, MN, PGGM, de Volksbank en initiatiefnemer Rabobank van een werkgroep van het Platform voor Duurzame Financiering, Zij hebben daarbij gekeken naar verschillende scenario’s, waaronder de invoer van een nationale, Europese of internationale CO2-belasting.

Conclusies onderzoek

Conclusie van het onderzoek ‘The impact of carbon pricing’ is dat een Europese of Nederlandse CO2-belasting de Nederlandse economie vrijwel hetzelfde treft, maar dat onze economie juist profiteert van een internationale belasting. Daarnaast geeft het onderzoek aan dat goede data nodig zijn voor de introductie van een CO2-belasting en dat emissies op granulair niveau beschikbaar moeten zijn. Om de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs te kunnen halen, is bovendien een bredere benadering nodig. Zo moet er naast de prijs van emissie en emissiereductie ook meer gekeken worden naar behoud van biodiversiteit.

Economische impact

Het maakt geen groot verschil of een CO2-belasting alleen in Nederland wordt ingevoerd of in de ‘EU+’ (de Europese Unie plus het VK, IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland). De impact op het Nederlandse bbp van een Nederlandse of Europese CO2-belasting van ongeveer 90 euro is bijna hetzelfde: respectievelijk een 2,5% en 2,6% lager bbp in 2030 ten opzichte van het basispad. Dat blijkt uit een macro-economisch onderzoek door de werkgroep. Indien dezelfde CO2-belasting in de EU+ en de grote economieën zoals de VS, China, Canada, Japan en Australië wordt ingevoerd, dan profiteert een aantal sectoren in Nederland hier juist van. Het gaat dan bijvoorbeeld om dienstensectoren, de bouw, machines en elektronica. Daarnaast laat het onderzoek zien dat sectoren met een hoge uitstoot zoals elektriciteit, luchtvaart en chemiebedrijven, het hardst worden geraakt als ze belasting moeten betalen over hun uitstoot.

Uitstoot berekenen voor landbouw- en levensmiddelensector blijkt complex

Het onderzoek gaat ook in op de potentiële impact van een CO2-belasting voor landbouw- en levensmiddelensectoren. De onderzoekers concluderen daarbij dat het op dit moment nog complex is om de uitstoot van broeikasgassen op het niveau van individuele landbouwbedrijven accuraat te meten. Er bestaat nog geen breed geaccepteerde norm voor een CO2-berekening, omdat er rekening moet worden gehouden met veel variabelen zoals grasland, stal, mest, dieren en machines. Het is belangrijk dat daar verder onderzoek naar wordt gedaan, aldus de auteurs.

Toegang tot data en stimuleren van nieuwe technologieën

Het rapport laat ook zien dat goede toegang tot informatie over CO2-uitstoot door bedrijven en het stimuleren van nieuwe technieken met overheidsbeleid, zoals met het Fit for 55-plan van de Europese Commissie, belangrijke voorwaarden zijn voor de transitie naar een groene economie.

Voor het bereiken van de Parijs doelen is meer nodig

Ten slotte stellen de auteurs van het rapport dat maatregelen voor de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen niet volstaan om de klimaatdoelen te halen. Emissiereductie leidt bijvoorbeeld niet tot minder biodiversiteitsverlies. De werkgroep pleit daarom voor een brede blik bij het opstellen van klimaatplannen.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Vandaag, op ‘Green Energy Day 2022’, kondigt Beter Bed aan dat hij op al zijn locaties in Nederland volledig is overgestapt op groene stroom. Zowel het hoofdkantoor, de distributiecentra als de ruim honderd winkels van de slaapexpert gebruiken vanaf nu alleen nog stroom die wordt opgewekt met behulp van windenergie, afkomstig van windparken in Europa. Deze overstap naar groene energie sluit aan bij de ambitie van het moederbedrijf Beter Bed Holding (BBH) om tegen 2030 volledig klimaatneutraal te zijn. Door in te zetten op groene stroom wordt elk jaar een aanzienlijke CO₂-reductie van maar liefst 2.700 ton gerealiseerd.

Elektrificatie wagenpark

Op weg naar een klimaatneutrale operatie zet Beter Bed óók stappen met de verduurzaming van zijn wagenpark. De serviceafdeling die vanuit Uden en Nieuw-Vennep opereert neemt de eerste twee elektrische Peugeot e-Experts in gebruik. Met de inzet van één elektrisch voertuig wordt al 22 ton CO₂ per jaar bespaard. De bedrijfsauto heeft een actieradius tot 330 kilometer en wordt bij de laadpalen in de omgeving van Beter Bed’s distributiecentra voorzien van groene stroom. De komende jaren zal Beter Bed elektrificatie van haar wagenpark uitbreiden en in 2025 zal naar verwachting 50% van het gehele wagenpark elektrisch zijn.

“Volgend op de elektrificatie van de personenauto’s komen er ook elektrische bedrijfswagens op de markt die qua rijbereik passen bij de inrichting van onze logistiek. Daarmee kunnen we volgende stappen nemen met het reduceren van onze CO₂-uitstoot,” zegt Jaap Westland, verantwoordelijk voor Duurzaamheid en Innovatie bij Beter Bed Holding.

Compensatie CO₂-emissies

Beter Bed Holding zal de komende jaren fors investeren in het volledig klimaatneutraal maken van haar operatie. Totdat dit bereikt is zal de organisatie met verschillende projecten het restant CO₂-emissies compenseren. Dit krijgt onder meer invulling door te participeren in de aanplant van het herbebossingsproject ‘Serra do Sudeste’ in het zuiden van Brazilië. In samenwerking met de lokale samenleving en landeigenaren wordt het gedegradeerde land in de regio hersteld en aangeplant tot natuurlijk bio divers bos. Het project wordt geleid door The Green Branch en is gecertificeerd volgens het Verified Carbon Standard om de kwaliteit van het project te waarborgen.

Volledig klimaatneutraal tegen 2030

Een van de belangrijkste speerpunten van BBH’s duurzame strategie is het terugdringen van CO₂-emissies om bij te dragen aan de strijd tegen klimaatverandering. In het komend jaar wil BBH de CO₂-uitstoot van haar activiteiten al met de helft verminderen ten opzichte van 2020; in 2025 moet een CO₂-reductie van 75% worden gerealiseerd en het uiteindelijke doel is tegen 2030 volledig klimaatneutraal te opereren.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Ontwikkelend bouwer Plegt-Vos start dit voorjaar als eerste in Nederland met de productie van kant-en-klare, duurzame woningen in een volledig gerobotiseerde Huizenfabriek in Almelo. Door de innovatieve en volledig gerobotiseerde manier van bouwen, realiseert Plegt-Vos vanaf de productiestart 35% CO2-reductie. Door overschakeling op houten in plaats van betonnen casco’s in 2023, loopt de CO2-reductie naar verwachting op tot 80%. Aanvullend zorgt deze industriële manier van bouwen – waarin bouwen assembleren wordt – ervoor dat er nauwelijks nog sprake is van bouwafval. Dit daalt door bouwen in de Huizenfabriek met maar liefst 70%.

De reductiecijfers bij aanvang van de productie, gebaseerd op vergelijkingen tussen traditioneel gebouwde woningen en gerobotiseerd gebouwde woningen uit de Huizenfabriek, zijn gevalideerd door onafhankelijk onderzoeksinstituut TNO.

Theo Opdam, directeur-eigenaar Plegt-Vos, zegt hierover: “We zijn heel blij met de uitkomsten van het onafhankelijke onderzoek door TNO. Dit bevestigt dat de Huizenfabriek niet alleen sneller en goedkoper is dan traditionele bouw maar ook heel veel duurzamer. De besparing van 35% CO2-emissie per woning staat gelijk aan ruim 1 keer de aarde rondrijden met een benzineauto”.

Traditioneel versus Industrieel

Plegt-Vos vergeleek de CO2-uitstoot in de productie- en bouwfase, inclusief gebruikte materialen en transport, van een traditioneel gebouwde woning met die van een woning gebouwd in de eigen Huizenfabriek. Ook is het verschil in impact onderzocht van betonnen casco’s versus houten casco’s. Dit onderzoek is onlangs gevalideerd door TNO. De CO2-besparing wordt gerealiseerd door:

  • toepassing van bio-based materialen (voornamelijk hout);
  • efficiënter transport door prefabricage;
  • slimmer ontwerp en hierdoor minder materiaalgebruik;
  • CO2-opslag in het hout van de woningen.

Gerobotiseerde fabriek

Met de slimme oplossing van de moderne gerobotiseerde fabriek geeft Plegt-Vos antwoord op de groeiende behoefte aan meer en betaalbare woningen in Nederland. Theo Opdam: “We geven de keten op een nieuwe manier vorm en beperken verspilling tot het minimum. Onze robots zorgen voor snelheid en kwaliteit waarmee we het bouwproces sneller, betaalbaarder én duurzamer maken.”

De fabriek produceert naast kant-en-klare woningen en woningcomponenten voor grondgebonden woningen en appartementsgebouwen, ook standaard renovatie- en verduurzamingsoplossingen voor bestaande bouw. Dit zijn volledige woningen tot woningdelen zoals gevels, daken, binnenwanden en complete badkamers. Alles wordt compleet en kant-en-klaar vanuit de fabriek geleverd. Doordat het gehele bouwproces in de fabriek wordt geïntegreerd, kan op de bouwlocatie de woning in slechts enkele dagen tijd afgemonteerd worden.

De eerste fabriekshal die dit voorjaar in productie gaat, start met een capaciteit van 30 woningen per week. De komende vijf jaar breidt Plegt-Vos de Huizenfabriek uit naar vijf fabriekshallen waarmee vanaf medio 2026 tot circa 10.000 woningen per jaar worden gebouwd. De betaalbaarheid wordt gegarandeerd doordat er vooraf meer zekerheden zijn over kosten en kwaliteit vanwege de geconditioneerde en gecontroleerde omstandigheden.

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Vandaag, 21 februari 2022, is het Green Energy Day. Vanaf vandaag is alle duurzame energie die we in Nederland produceren ‘op’ voor dit jaar, als we alles wat we dit jaar produceren achter elkaar zouden gebruiken. Zes Tweede Kamerleden hebben vandaag Green Energy Day gevierd door filmpjes op te nemen over hun plannen om het aandeel duurzame energie te vergroten. De filmpjes zijn te zien op www.GreenEnergyDay.nl. De Kamerleden namen deze op naast een XL-bureaukalender van twee bij drie meter bij de Tweede Kamer. Op de kalender is te zien dat er dit jaar voldoende groene energie is voor de eerste 52 dagen. De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) heeft Green Energy Day drie jaar geleden geïntroduceerd. “Als we Green Energy Day elk jaar twaalf dagen opschuiven, komen we in 2050 uit op 31 december,” zegt Olof van der Gaag, voorzitter van de NVDE. “Dan is al onze energie hernieuwbaar. Dat is nodig voor het klimaat, maar biedt ook volop kansen voor economie en werkgelegenheid.”

Bedrijven, overheden, energiecoöperaties en consumenten werken al hard om het aandeel duurzame energie te vergroten. Nederland is bijvoorbeeld kampioen zonne-energie. Het coalitieakkoord stelt ambitieuze klimaatdoelen en trekt ook fors geld uit om die te bereiken.  Het aandeel duurzame energie is naar verwachting 14,2 procent in 2022*. In tijd uitgedrukt is dat 52 van de 365 dagen, zodat Green Energy Day 2022 valt op 21 februari. In 2021 viel Green Energy Day op 16 februari*. Vorig jaar is het dus nog niet gelukt om Green Energy Day twaalf dagen op te schuiven. “Het glas is halfvol,” zegt Olof van der Gaag. “Er moet een forse schep bovenop om op schema te blijven lopen en in 2050 op 31 december Green Energy Day te kunnen vieren. Gelukkig laten tal van bedrijven en burgers zien dat het kan, en dat de energietransitie naast duurzaamheid ook nog eens banen en economische kansen oplevert.” Een concreet voorbeeld hoe de klimaatdoelen gehaald kunnen worden, biedt het onderzoek dat Aurora net deed naar het benodigd budget in de SDE++subsidie dit jaar.

 De NVDE introduceerde het begrip Green Energy Day in 2019 om beter voorstelbaar te maken waar we nu staan en hoe we met jaarlijkse stappen uit kunnen komen op honderd procent hernieuwbare energie in 2050. We geven mensen die zich hiervoor inzetten een pluim en enthousiasmeren anderen. “Het gaat in de klimaatdiscussie vaak over verre jaartallen als 2030 en 2050, en over abstract klinkende percentages en doelen. Met Green Energy Day halen we de doelen dichterbij en laten we zien dat het te doen is om ze te halen, als we nu in actie komen,” zegt Olof van der Gaag.

Op de website www.greenenergyday.nl zullen in de loop van 21 februari de filmpjes van zes Tweede Kamerleden te zien zijn over hun plannen om Green Energy Day verder op te schuiven. Daarnaast staan er interviews met wethouders die hieraan bijdragen op de site. Gemeentes staan dit jaar extra in de spotlight, vanwege de gemeenteraadsverkiezingen in maart. Bovendien portretteert de NVDE doeners (burgers en bedrijven) die meehelpen om Green Energy Day verder op te schuiven.

*Gebaseerd op de Klimaat- en Energieverkenning van het Planbureau voor de Leefomgeving, 28 oktober 2021.

Foto: Suzanne Kröger (GroenLinks)

[ad_2]

Source link

Berichten paginering