[ad_1]

De Amsterdam Business School van de UvA en analytics en technologiebedrijf ORTEC hebben in samenwerking met Professor Bertsimas van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) het Analytics for a Better World Institute (ABW) opgericht. Het instituut gaat samen met NGO’s, overheden en non-profitorganisaties wereldwijde problemen als klimaatverandering, honger, armoede, ontbossing en het uitsterven van flora en fauna helpen aanpakken met behulp van data en analytics.

Data-analyse via algoritmes en kunstmatige intelligentie wordt met succes toegepast door allerlei commerciële bedrijven, bijvoorbeeld in de logistiek en de reclamewereld. In die sectoren heeft het de prestaties met 10% tot 15 % verbeterd. ABW werkt op non-profit basis en wil diezelfde technieken gaan inzetten voor de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) van de Verenigde Naties. Als die effecten vertaald kunnen worden naar de non-profitsector, dan kan dat grote impact hebben. Zo geeft Nederland jaarlijks 5 miljard euro uit aan ontwikkelingshulp. Als er een prestatieverbetering van 10% tot 15% gehaald zou kunnen worden, zou er voor 600 miljoen meer hulp geboden kunnen worden.

Voorbeelden zijn er te over. Data-modellen kunnen ook ingezet worden om satellietbeelden van illegale ontbossing beter te analyseren, zodat er snel op gereageerd kan worden. Door het analyseren van weersvoorspellingen en historische impactgegevens kunnen de gevolgen van orkanen beter in beeld worden gebracht en kunnen hulporganisaties sneller de benodigde hulp leveren op de juiste plek.

Met voorspellende algoritmes konden onderzoekers helpen met het versnellen van klinische proeven tijdens het ontwikkelen van het COVID-19 vaccin, waardoor het vaccin veel sneller op de markt kwam en zo duizenden extra levens gered werden. Door efficiënter om te gaan met voedselhulp kunnen miljoenen monden extra gevoed worden. Betere bodemanalyse via machine learning verbetert de opbrengsten van landbouw in Afrikaanse landen.

Mede-initiatiefnemer Dick den Hertog, hoogleraar Operations Research aan de Universiteit van Amsterdam, is al jaren bezig met de toepassing van analytics voor duurzame VN-doelen. Met zijn datamodellen hielp hij de Wereldbank om in Oost-Timor en Vietnam de beste plekken voor medische centra te lokaliseren, zodat mensen dichtbij toegang kregen tot medische zorg tegen zo laag mogelijke investeringen. Hij werkte mee aan een onderzoek voor UNHRD om de locaties van hun depots te optimaliseren, zodat bij een ramp de hulpgoederen zo snel mogelijk geleverd kunnen worden. In het kader van klimaatadaptie berekende hij voor de Nederlandse overheid de benodigde hoogte van dijken om mensen te beschermen tegen overstromingen van rivieren. Daarmee werd een bedrag van 8 miljard euro bespaard.

Den Hertog werd getriggerd na het lezen van twee boeken: ‘Excellence without a Soul’ en ‘Weapons of Math Destruction’. Het eerste houdt een pleidooi om het universitair onderwijs meer inspirerend en betekenisvol te maken, het tweede toont hoe data-science ook een zwarte kant heeft en juist nadelige gevolgen kan hebben voor de maatschappij. ,,Hierdoor kwam ik tot de slotsom dat het misschien beter is om al die knappe koppen en data-science in te zetten voor een betere wereld”, vertelt hij. Dimitris Bertsimas, hoogleraar Business Analytics aan het MIT, dacht daar hetzelfde over en samen startten ze een onderzoeksthema, cursussen en seminars op MIT en de UvA. Om het meer schaalbaar en nog impactvoller aan te pakken betrokken ze marktpartijen als internationaal analytics en technologiebedrijf ORTEC erbij en werd ABW-instituut opgericht.

De bedoeling is dat NGO’s, overheden, non-profitorganisaties, bedrijven en charitatieve instellingen over de hele wereld zich aansluiten en gebruik gaan maken van de kennis en ervaring van ABW. Het instituut heeft geen winstoogmerk: inkomsten worden meteen verder geïnvesteerd ter ondersteuning van de missie van ABW. Zo komt er een gratis en openbaar beschikbare, digitale marktplaats met oplossingen en tools, waar NGO’s kunnen rondkijken en oplossingen die elders goed hebben gewerkt kosteloos kunnen hergebruiken. Dat helpt ze kosten te besparen en sneller resultaat te boeken. De ABW-academy gaat zomer- en winterscholen organiseren voor NGO-medewerkers om ze te leren omgaan met data en analytics. Daarnaast gaat ABW onderzoek doen, een wetenschappelijke tijdschrift starten en seminars organiseren.

,,Ik geloof dat dit instituut kan bijdragen aan het oplossen van de grote uitdagingen waar de mensheid voor staat”, zegt directeur Robert Monné van ABW. ,,We hebben al de enorme waarde gezien die analytics kan hebben voor commerciële organisaties. De tijd is nu rijp om deze kracht te gebruiken om deze problemen op te lossen.”

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Bij bbn adviseurs leeft er onder de circa 130 collega’s een intrinsieke motivatie om duurzame stappen te zetten. De lat voor de eigen bedrijfsvoering ligt dan ook hoog: een CO2-neutrale, circulaire en klimaatadaptieve bedrijfsvoering. ‘Een CO2-neutrale bedrijfsvoering in 2030 was al langer een van onze doelen,’ zegt Arne Balvers, directeur van bbn adviseurs bij de presentatie van het jaarverslag duurzaamheid 2021, ‘maar het blijkt dat we dit doel vijf jaar eerder bereiken. Door flink te investeren in een volledig elektrisch wagenpark, door duurzame kantoorhuisvesting en door compensatie via Ecotree is onze bedrijfsvoering al in 2025 volledig CO2-neutraal.’

Duurzaam advies

Om eraan bij te dragen de wereld een betere plek te maken, heeft bbn zich geïdentificeerd met zes van de zeventien Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties. Voor deze SDG’s verwacht bbn de meeste impact te kunnen maken via de circa 400 projecten die het adviesbureau jaarlijks start in opdracht van gemeenten, beleggers, ontwikkelaars en onderwijs- en zorgorganisaties. In het kort komt het erop neer dat bbn al deze opdrachtgevers wil overtuigen om 100 % duurzame energie te gebruiken, om projecten circulair te maken en om bij bouwplannen mens, natuur en dier een duidelijke plek te geven.

Meetbaar maken

Dit overtuigen lukt door de kennis en ervaring van bbn met het doorrekenen van de kosten en opbrengsten van duurzame ambities. Zo heeft bbn bij de sloop van het raadhuis van Haarlemmermeer de gemeente geholpen bij het organiseren en meetbaar maken van een circulaire aanbesteding van de ontmanteling van het gebouw. En bij de plannen van woningcorporatie Rijswijk Wonen en ontwikkelaar Synchroon heeft bbn met rekenmodellen inzicht kunnen geven in de financiële gevolgen van verduurzamingsopties als groene daken, circulariteit, houtbouw en energieverbruik.

Klimaatakkoord

Balvers: ‘Dit is voor de tweede keer dat we een Jaarverslag Duurzaamheid publiceren. Het is een belangrijk hulpmiddel gebleken om onze duurzame ambities scherp te stellen en zo onze doelen te realiseren. Uiteindelijk willen we op deze manier vanuit de bouwsector een belangrijke positieve bijdrage leveren aan het Klimaatakkoord en aan een volledig circulaire economie in 2050.’

Lees meer over de duurzame ambities van bbn in het Jaarverslag Duurzaamheid 2021

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Simon Lévelt neemt zijn verantwoordelijkheid voor de negatieve klimaatimpact van de koffieketen serieus. Terecht zou je kunnen zeggen, nu Nederlanders met een gemiddelde van 8,3 kilo koffie per jaar ’s werelds grootste koffiedrinkers zijn.* De impact van koffie schuilt in de CO2-uitstoot die gepaard gaat bij het transport en de productie. Daarnaast heeft er de afgelopen twintig jaar veel boskap plaatsgevonden ten behoeve van koffieplantages. Door deze uitstoot over de gehele keten in kaart te brengen, stevig te reduceren en alle rest te compenseren mag Simon Lévelt vanaf deze maand al zijn koffie klimaatneutraal bestempelen. De koffie van het Nederlandse koffie- en theelabel is officieel gecertificeerd door een onafhankelijke instantie voor de Climate Neutral Standard en draagt voortaan het ‘Climate Neutral Certified’-keurmerk. Dit is een belangrijke stap voor het bedrijf, dat elke en alle volgende generaties premium kwaliteit biologische koffie wil bieden.

De ingrediënten van het keurmerk

De certificering ging niet over één nacht ijs. Om het klimaatneutrale keurmerk te bemachtigen moet een organisatie inzicht hebben in de CO2-uitstoot over de gehele keten en doelgericht reduceren en compenseren. Voor koffie betekent dat inzicht in alle stappen van koffieplant, -boon en boer tot transport en verpakking. Bert Jongsma, directeur van Simon Lévelt: “We zijn intensief bezig geweest om het keurmerk, deze bekroning, in ontvangst te mogen nemen.” Het bedrijf begon bij het in kaart brengen van de volledige CO2-footprint van hun koffieketen. Op basis hiervan is een reductieplan met een lokale aanpak opgesteld: van verduurzamingsprojecten van landbouw in het land van oorsprong tot een energiezuinig koffierooster in de branderij in Haarlem. Als derde stap zijn CO2-certificaten aangekocht tot en met 2023 om de rest van de verwachte footprint te compenseren.

Stappenplan Simon Lévelt Climate Neutral Certified-keurmerk

1. CO2-voetafdruk 

Met behulp van een geverifieerde rekenmodule is de volledige cradle-to-shelf CO2-voetafdruk van Simon Lévelt koffieketen in kaart gebracht. Dit betekent dat de totale milieubelasting voor de koffie is berekend vanaf de plantage tot en met een verpakt product in de winkel.

2. Reductie 

Op basis van de in kaart gebrachte CO2-voetafdruk is een reductieplan opgesteld. Dit komt neer op 25% vermindering van greenhouse gas-uitstoot in 2030. Het plan heeft een lokale focus en omhelst bijvoorbeeld projecten zoals schaduwbeplanting op plantages in het land van oorsprong en het gebruik van een energiezuinige koffierooster in de Nederlandse branderij.

3. Compensatie

Als laatste stap heeft Simon Lévelt voor de komende drie jaar afspraken gemaakt met compensatiepartners. Dat zijn door Climate Neutral Group geselecteerde partners zoals Foresty herbebossings- initiatieven van REDD en Cookstove-projecten volgens de Gold Standard.  Deze partners voeren CO2-verlagende projecten uit in de landen waar Simon Lévelt koffie inkoopt.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft onderzoek gedaan naar misleidende duurzaamheidsclaims in de energiesector, waarbij zij de claims van 10 grote energieleveranciers heeft gecontroleerd. Op basis van haar bevindingen start de ACM nu vervolgonderzoek naar twee energieleveranciers waar de ACM de meeste misleidende duurzaamheidsclaims zag.

Edwin van Houten, directeur Consumenten van de ACM: “Wij zien dat sommige energieleveranciers zich duurzamer voordoen dan ze daadwerkelijk zijn. Hierdoor kunnen consumenten geen onderscheid maken tussen bedrijven die veel investeren in duurzaamheid en bedrijven die dat niet doen. Dit zorgt voor concurrentievervalsing en tast het vertrouwen van consumenten in duurzaamheidsclaims aan. Hiertegen treden wij nu op, waarbij we ook sancties kunnen opleggen.”

Onderzoek energiesector

In de energiesector heeft de ACM eind mei 2021 de ruim 60 energieleveranciers die aan consumenten leveren aangeschreven met het verzoek hun claims kritisch te bekijken. Ze kregen daarvoor tot half juni de tijd. Daarna heeft de ACM zelf de uitingen op het gebied van duurzaamheid van tien grote energieleveranciers gecontroleerd op de juistheid, duidelijkheid en controleerbaarheid van de informatie. Bij twee energieleveranciers heeft de ACM informatie opgevraagd om te kunnen beoordelen of de claims die misleidend lijken dat ook zijn.

De ACM keek vooral naar de informatie van de bedrijven over:

  • hoe duurzaam de energieleverancier claimt te zijn. Dit mag niet in vage, absolute of algemeen geformuleerde termen zonder toelichting. De energieleverancier moet duidelijk aangeven met wie of wat vergeleken wordt en de vergelijking onderbouwen.
  • de hoeveelheid geleverde groene stroom en de herkomst daarvan. Dit moet in overeenstemming zijn met het stroometiket;
  • het onderscheid tussen groen gas en CO2-gecompenseerd gas.

Foute voorbeelden die de ACM tegen kwam:

  • Een energieleverancier geeft aan groen gas te leveren, maar geeft bij de claim niet aan dat het gas dat hij levert maar voor een bepaald percentage uit groen gas bestaat.
  • Een energieleverancier geeft aan groen gas te leveren, maar in feite gaat het om CO2-gecompenseerd gas.
  • Een energieleverancier zet zich neer als ‘leider op het gebied van duurzaamheid’, maar maakt bij de claim niet duidelijk wat daarmee wordt bedoeld.
  • Een energieleverancier gebruikt een behaalde notering in een vergelijkend duurzaamheidsonderzoek om zichzelf als duurzaam neer te zetten, maar geeft te weinig uitleg over de waarde en betekenis van die ranking.

Leidraad duurzaamheidsclaims

Vorig jaar heeft de ACM de Leidraad duurzaamheidsclaims gepubliceerd met vijf vuistregels voor betrouwbare duurzaamheidsclaims. Hiermee biedt de ACM houvast aan bedrijven. Daarna is de ACM onderzoeken gestart naar misleidende duurzaamheidsclaims in sectoren waar de ACM de meeste duurzaamheidsclaims zag. Over de onderzoeken naar de sector kleding heeft de ACM eerder een nieuwsbericht uitgebracht.

ACM en duurzaamheid

De ACM laat markten werken voor mensen en bedrijven, nu en in de toekomst. Duurzame producten en consumptie zijn belangrijk in de overgang naar een meer duurzame samenleving. De ACM speelt hierop in met haar toezicht op duurzaamheidsclaims. Consumenten moeten met vertrouwen een duurzame keuze kunnen maken en bedrijven die zich inspannen voor duurzaamheid moeten worden beschermd tegen bedrijven die oneerlijk concurreren door gebruik te maken van misleidende claims.

 

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Om de koffiemarkt transparanter en duurzamer te maken, ontwikkelt koffiebedrijf FarmersDirect Coffee in samenwerking met Wageningen University & Research (WUR) de eerste CO2-calculator ter wereld die de klimaatafdruk van de koffieketen specificeert. De calculator combineert de CO2-impact voor elk onderdeel van de keten, waardoor inzichtelijk wordt hoe duurzaam de koffie is geproduceerd. Hierdoor kunnen inkopers en consumenten bewust voor een duurzame variant koffie kiezen. De calculator is in mei van dit jaar af en de komende drie jaar worden gebruikt om deze volledig te vullen met informatie over het productieproces van koffieboeren. Het doel is om voor 2025 de CO2-impact volledig inzichtelijk te hebben gemaakt.

“Wat deze calculator uniek maakt is dat het heel specifiek de CO2-impact meet van individuele boeren of coöperaties, waar eerder alleen met indicaties van de hele sector werd gerekend,’ vertelt Roland de Koning, CFO van FarmersDirect Coffee. “De calculator maakt alles in de koffieketen inzichtelijk, zoals of er sprake is geweest van ontbossing bij het verkrijgen van het land, welke pesticide en andere middelen er worden gebruikt in het productieproces, en welke reis de koffiebonen hebben afgelegd. Ook andere schakels in de keten worden inzichtelijk gemaakt, zoals de vervoerders, branders, en exporteurs.”

Wageningen University & Research ontwikkelt de calculator onder leiding van Jan Broeze, onderzoeker Food & Biobased Research. FarmersDirect Coffee levert data aan over de koffieboeren en het productieproces om de calculator mee te vullen. De calculator telt per onderdeel van de keten de CO2-uitstoot op. Via een QR-code op de verpakking van de koffie is straks onder meer te zien welke route de koffie heeft afgelegd en wat de CO2-voetafdruk van de koffieketen is.

Koffieboeren helpen verduurzamen via de FarmersDirect-app

Gekoppeld via de FarmersDirect Coffee-app vormen de aangesloten koffieboeren een netwerk over drie continenten waarin zij toegang krijgen tot relevante data over elkaars oogst, fertilisatiemogelijkheden en plantagemanagement. Dit maakt grootschalige benchmarking en optimalisatie van de oogst mogelijk. De productie van de app doet FarmersDirect Coffee samen met Cordaid, een organisatie voor ontwikkelingssamenwerking. Op basis van de app kan worden gezien waar knelpunten zitten voor de boeren, waardoor Cordaid gerichte trainingen kan geven voor verbetering. Daarnaast levert de app FarmersDirect Coffee data en informatie op over het productieproces van deelnemende boeren, die verwerkt kan worden in de calculator om de CO2-impact te meten. De CO2-impact is vervolgens in te zien in de app.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

The throwaway global economy is fuelling the climate crisis with more than half a trillion tonnes of virgin materials consumed since the 2015 Paris Agreement, reveals a report from impact organisation Circle Economy launched today. It warns that world leaders are missing the opportunity to achieve deep cuts in emissions by adopting circular economy strategies that reduce demand for resources, and it identifies a roadmap that could help them meet the target of limiting global warming to 1.5°C. Circular economy solutions can have a huge impact on climate change because 70% of greenhouse gas emissions are related to production and use of products – from the buildings we live in and the transport we use, to the food we eat and the clothes we wear. However, national climate pledges focus overwhelmingly on cutting emissions by reducing fossil fuel use. They barely mention resource extraction and consumption rates, and only one-third mention the circular economy,

The report warns that the global economy is consuming 70% more virgin materials than the world can safely replenish: annual resource use was 89.8 billion tonnes in 2016 but passed 100 billion in 2019 and is estimated at 101.4 billion last year. More than 90% of what we take from the Earth to fulfil our needs and wants goes to waste, with just 8.6% of materials cycled.

Martijn Lopes Cardozo, Circle Economy CEO, said: “Our insatiable demand for resources and throwaway economy is threatening the planet’s future and driving us down the road to climate breakdown. Leaders from government, business and civil society must put circular solutions on the global agenda and ensure they feature strongly when countries update their national climate pledges ahead of COP27 in Egypt.”

World leaders committed to limit climate change to 1.5°C at the COP26 summit in Glasgow. However, new pledges still leave the world on course for 2.4°C, and to meet 1.5°C a further 19-23 billion tonnes of annual emissions must be cut by 2030, Climate Action Tracker calculates.

Circle Economy has identified 21 solutions that could close this gap if adopted worldwide, cutting 22.8 billion tonnes (22.8Gt) of emissions on top of current pledges. They provide a roadmap to guide nations, cities and businesses on how to reduce emissions by cutting the use of virgin materials – minerals, ores, fossil fuels, metals and biomass – which each can adapt to suit their own context.

The solutions aim to transform our linear “take-make-waste” economy by applying a series of strategies that would cut annual material use to 79 billion tonnes (79Gt), nearly double the circularity of the economy to 17%, and keep the world on track for 1.5 degrees:

  • Use less – for example, resource efficient building construction using lightweight design and local materials could save 3.45 Gt of emissions and 4.05 Gt of materials.
  • Use longer – for example, refurbishing and renovating buildings to prolong their life could save 2.15 Gt of emissions and 5.28 Gt of materials.
  • Regenerate – for example, using seasonal and local food and other methods of sustainable food production can save 2.07 Gt of emissions and 3.4 Gt of materials.
  • Use again – for example, using recycled metal and plastics to make vehicles and recycling vehicles at the end of their life could save 1.5Gt of emissions and 3.33Gt of materials.

Frans van Houten, CEO of Royal Philips and Co-Chair of the Platform for Accelerating the Circular Economy, said: “It’s clear—we must act now! There’s no time to lose. By applying the circular solutions outlined in this report, we can reduce the use of scarce materials and dramatically cut emissions—thereby fighting climate change and biodiversity loss. But we can only do it by joining forces. That’s why I’m calling on all CEOs and business leaders, governments and NGOs to step up and accelerate our combined efforts, so we can reach the goal of doubling circularity within 10 years. Let’s take bold actions and deliver impact.”

Global use of materials has more than tripled in the 50 years since the Club of Rome predicted that rapid economic growth and natural resource exploitation would lead to the ‘collapse of civilisation’ by 2040. In 1972, when it published its landmark report, Limits to Growth, the world extracted 28.6 Gt of materials. By 2000 it was 54.9 Gt and in 2019 it reached 101.6 Gt.

With global population set to pass 10 billion in the second half of the century, resource use and emissions will grow further without radical action. If business as usual continues, material use is predicted to reach 170-184 Gt a year by 2050. For example, it is estimated that the area covered by buildings will nearly double in the next 40 years, the equivalent of building a city the size of Paris every week.

The circular economy now features in many governmental and multilateral policies and goals, from the EU Circular Economy Action Plan to the UN Sustainable Development Goals, but the focus often falls narrowly on recycling and there is limited recognition of its role in reducing emissions. An emphasis on material efficiency over reducing consumption is also limiting: the Netherlands, for example, is a global frontrunner in material efficiency gains but its use of natural resources is barely declining.

The report says: “Transitioning to a fully circular economy within a generation will require urgent and large-scale actions from all parts of society. National and local governments will need to provide direction and enabling conditions, consumers will need to make choices that encourage circularity, and businesses will need to redesign their processes from the ground up.” 

Stientje van Veldhoven, Vice President and Regional Director Europe at the World Resources Institute, said: “Preventing and reducing resource use and increasing the use of materials are key to protecting both the Earth’s environment, and its capacity to provide for current and future generations. We need to measure and analyse, to be able to steer. The Circularity Gap Report has provided valuable insights on these topics over the past five years, and it continues to inform progress and the action required to accelerate the circular transition.”

Kate Raworth, Author of Doughnut Economics and Senior Teaching Associate at the Environmental Change Institute, University of Oxford, said: “Circularity is not becoming a reality at anything like the speed or scale that these times demand, and over the past five years the Circularity Gap Report has provided essential and authoritative analysis to make that painfully clear. I hope that future editions, over the coming five years, will be able to reflect a profoundly different story, using innovative metrics and powerful case studies to document the industrial circular transformation that is so urgently needed.” 

Download the full report (pdf)

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Partner

Het groene Grolsch biertje wordt nog groener nu Koninklijke Grolsch – naast het gebruik van duurzame warmte van Twence – ook voor groen gasproductie kiest. Het Enschedese bio-energiebedrijf HoSt neemt het biogas van de Grolsch afvalwaterzuivering af en plaatst een biogasopwerker die jaarlijks ruim 1 miljoen Nm3 groen gas gaat produceren uit dit biogas. Een groene regionale samenwerking die zorgt voor vergroening van het bierbrouwproces én het regionale gasnet. Dit duurzame alternatief voor fossiel aardgas levert gas overeenkomstig met circa 700 Twentse huishoudens.

Groen gas uit biogas

Aan het eind van dit jaar wordt meer dan twee derde van de warmtevraag van Grolsch ingevuld door duurzame warmte van Twence, dat via een nieuwe ondergrondse leiding wordt geleverd. Door deze warmtelevering kan niet al het biogas van Grolsch meer direct worden ingezet voor de eigen warmtevraag. Daarom wordt het geproduceerde biogas opgewerkt naar groen gas in het nieuw te bouwen systeem op het terrein van de brouwerij. “Met de komst van de warmteleiding is het noodzakelijk het biogas een andere bestemming te geven, waarin het nog steeds optimaal wordt benut: groen gas is een duurzame, bewezen efficiënte toepassing. We zijn zeer trots op deze stap als onderdeel van onze energietransitie, in combinatie met de projecten van onze duurzame warmte-afname en 100% groene elektriciteitskeuze. Al deze initiatieven brengen ons een grote stap dichter bij ons doel om een CO2 neutrale brouwerij te zijn in 2025!”, zegt Susan Ladrak, Sustainability Manager bij Grolsch. “Door het nemen van deze stappen reduceren we onze CO2-emissie scope 1 en 2 samen namelijk met meer dan 85%”. De voorbereidingen van de nieuwe installatie zijn in volle gang. Naar verwachting kan het groen gas vanaf het derde kwartaal 2022 geleverd worden aan het net.

Regionale samenwerking

Het ontwikkelen en bouwen van groen gasinstallaties draagt bij aan de energietransitie waar HoSt een aanjager van is. In deze regionale samenwerking levert Grolsch het biogas aan HoSt en HoSt levert het systeem dat in eigendom en beheer blijft van HoSt. “Meer dan de helft van de groen gassystemen in Nederland zijn gebouwd door HoSt en energy-as a-service samenwerkingen zoals deze zien we steeds meer. Deze duurzame gasvariant speelt een sleutelrol in de energietransitie en met onze technologieën beantwoorden we zowel het energie- als het afvalvraagstuk. Groen gas is zeer geschikt voor het bestaande gasnet en voor het zetten van verduurzamingsstappen in bestaande bouw en de industrie. De overheid stimuleert de productie van groen gas sterk en er is volop behoefte aan alternatieven voor fossiele brandstoffen”, zegt directeur Jelle Klein Teeselink van de HoSt Groep. “Onderdeel van de kabinetsplannen is een bijmengverplichting voor gasleveranciers van van groen gas, maar ook internationaal over alle continenten zien we de vraag sterk toenemen. We zijn heel trots op deze samenwerking dicht bij huis. Nederland is nog geen koploper op het gebied van duurzame energie, maar heeft hoge ambities. Elk initiatief is een stap dichterbij”.

Biogasopwerking

Groen gas produceren uit biogas wordt gedaan door middel van membraantechnologie. In een aantal efficiënte stappen wordt in membranen het methaan van het CO2 en andere aanwezige componenten gescheiden. Het methaangehalte van het biogas wordt naar het gewenste methaangehalte gebracht, waarna groen gas ofwel biomethaan ontstaat. Een duurzaam gas met dezelfde eigenschappen als aardgas. Ter plekke wordt het groen gas, inclusief de bekende gasgeur (THT), aan het bestaande (aard)gasnet geleverd. Het gasnet dat wordt geproduceerd heeft een methaangehalte van 89%.

Foto: V.l.n.r. Jelle Klein Teeselink (Managing Director HoSt), Susan Ladrak (Sustainability Manager Grolsch), Ben Olde Keizer (Area Sales Manager HoSt), Daniël Platvoet (Utility Manager Grolsch).

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Met het tekenen van het klimaatakkoord van Parijs heeft de Nederlandse overheid zich gecommitteerd om in 2050 CO2-neutraal te zijn. De zorgsector kan hier potentieel een belangrijke bijdrage aan leveren. Desondanks heeft slechts een derde van de zorginstellingen uit het onderzoek een duurzaamheidsbeleid geformuleerd en/of de Green Deal Duurzame Zorg 2.0 ondertekend. De goede weg is ingeslagen, maar er is nog ruimte voor verbetering. Dit blijkt uit de resultaten van de Financiële Zorgthermometer 4e kwartaal 2021 die in december is uitgestuurd naar 900 financials in de zorg door Fizi netwerkorganisatie zorgfinancials.

Drie jaar na het introduceren van de Green Deal Duurzame Zorg: hoe doen zorginstellingen het?

In 2018 tekenden 132 partijen de Green Deal Duurzame Zorg. Volgens Milieu Platform Zorgsector (MPZ) hebben inmiddels meer dan 300 organisaties hun ambities om de zorg te vergroenen vastgelegd in de Green Deal Duurzame Zorg 2.0. De beweging van organisaties met de ambitie om de zorg te verduurzamen is gegroeid. De resultaten van de Financiële Zorgthermometer onderschrijven deze conclusie. Driekwart van de financials in de zorg geeft aan dat hun organisatie een duurzaamheidsbeleid heeft geformuleerd, of deze momenteel aan het opstellen is. In 2018 was dit nog de helft van de zorginstellingen. Ondanks de groeiende bewustwording zien zorginstellingen zelf nog ruimte voor verbetering. De financials in de zorg geven hun organisatie gemiddeld een 6,2 op het gebied van duurzaamheid. In de GGZ geven respondenten zichzelf het hoogste cijfer, met een gemiddelde van 7,1.

Grafiek: Duurzaamheidsbeleid

Grafiek: Duurzaamheidsbeleid

Zorginstellingen verwachten de komende 5 jaar meer te investeren in duurzaamheid

Van de financials in de zorg verwacht 85% de komende vijf jaar meer te investeren in duurzaamheid dan de afgelopen vijf jaar. Toch geeft slechts een kleine minderheid van de respondenten aan voldoende investeringsruimte te hebben om de duurzaamheidsdoelstellingen te realiseren. Daarnaast verwacht 24% van de respondenten ruimte te creëren door te besparen op andere lasten en 10% verwacht ruimte te creëren vanuit de contractonderhandelingen. ‘Financiering’ wordt door bijna 60% van de financials in de zorg gezien als grootste belemmering voor het realiseren van duurzaamheidsinvesteringen. Andere grote belemmeringen zijn ‘te weinig interne capaciteit’ (44% van de respondenten) en ‘te weinig capaciteit bij bouwers/installateurs’ (39% van de respondenten).

Monitoren en verantwoorden van duurzaamheidsprestaties blijft achter

Het Milieu Platform Zorgsector, waar in 2021 ruim 200 intramurale zorginstellingen bij zijn aangesloten, verwacht voor 2022 een ‘Dashboard monitoring zorgvastgoed’ te introduceren, waar de voortgang van de nieuwe routekaarten verwerkt kunnen worden. Ruim de helft van de respondenten geeft echter aan dat duurzaamheid niet wordt gemonitord in hun organisatie. De organisatie die wel duurzaamheid monitoren, doen dit door middel van een certificering op duurzaamheid (24%) of door middel van het meten en communiceren van duurzaamheid-gerelateerde KPI’s.

Reactie Fizi (Jorrit Wigchert, voorzitter): “Het is positief dat duurzaamheid steeds hoger op de (investerings)agenda komt te staan bij zorginstellingen. Maar duurzaamheid gaat verder dan ‘Paris-Proof’ vastgoed. Duurzaamheid gaat ook over gezondheid en welzijn van medewerkers, zeker in de zorg. Het is zorgelijk dat meer zorgfinancials ‘financiering’ als grootste struikelblok voor de duurzaamheidsdoelstellingen moeten ervaren.”

Reactie Finance Ideas (Pim Diepstraten, partner): “De huidige Green Deal Duurzame Zorg 2.0 loopt in oktober 2022 af. Dit biedt momentum om aan te sluiten bij de nieuwe Green Deal die momenteel door MPZ wordt voorbereid. Een belangrijke vervolgstap voor instellingen ligt in het meetbaar en inzichtelijk maken van de voortgang op duurzaamheid. Een succesvolle transitie vergt wel dat de financiële randvoorwaarden voor zorginstellingen op orde zijn.”

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Released earlier this week, Deloitte’s 2022 CxO Sustainability Report: The Disconnect Between Ambition and Impact, reveals that global C-level business leaders (or CxOs) are increasingly concerned about climate change and see the world at a tipping point to act. Eighty-nine percent of CxOs agree there’s a climate crisis and 63% say their organizations are very concerned. Yet, they are struggling to fully embed sustainability into their core business strategies, operations, and cultures.

Understanding the rising importance of sustainability and the immense threat of climate change, Deloitte built upon past research by engaging more than 2,000 CxOs across 21 countries to examine business leaders’ and companies’ concerns and actions related to climate change and sustainability. The report also explores the disconnect between company ambition and impact, as well as steps CxOs can take to start to bridge the gap.

“The battle against climate change isn’t a choice, it’s billions of choices,” says Deloitte Global CEO Punit Renjen. “No action is insignificant, but certain activities and decisions ‘move the needle’ more than others, and those bolder actions from business leaders are needed now—while there’s still time to limit the damage. It’s time to prove we’re up to the challenge.”

Concern and optimism: Motivators for change

The impacts of climate change are weighing heavily on executives’ minds. The majority (79%) of CxOs believe the world is at a tipping point when it comes to responding to climate change. That’s up 20 percentage points from a Deloitte survey conducted eight months prior, underscoring the growing importance of acting swiftly. What’s more, 88% of CxOs are optimistic that with immediate action, the world can limit the worst impacts to the planet. That is similarly higher than 63% eight months prior. The surge in concern, but also optimism, demonstrates that leaders are increasingly cognizant of the need to act now.

The data shows CxOs are feeling tangible pressure on a number of levels:

  • Almost all respondents (97%) indicated their companies have already been negatively impacted by climate change, and about half said their operations have been impacted (e.g., disruption to business models and supply networks worldwide).
  • Eighty-one percent of CxOs have been personally impacted by a climate event (e.g., extreme heat, worsening storms, wildfires) over the last 12 months.
  • Additionally, stakeholder groups—including regulators, shareholders, consumers, and employees—are all adding to the pressure to act.

“Climate change is no longer in the distant or even near future. It’s here now and the choices we make today will determine the quality of life for generations to come,” says Jennifer Steinmann, Deloitte Global Climate and Sustainability Marketplace Leader. “A better future depends on a profound and lasting change in attitude and behavior from governments, businesses, and individuals. The business community can help model new forms of cooperation that identify the best ideas, regardless of source—and create new and lasting solutions that will have the greatest impact for them, their stakeholders, and their communities.”

Disconnects exist between ambitions, actions, and impacts

Companies are acting: Two-thirds of CxOs said their organizations are using more sustainable materials and increasing the efficiency of energy use; more than half have adopted energy-efficient or climate-friendly machinery, technologies, and equipment; and a majority are intentionally reducing air travel and training employees on their climate actions and impact.

However, companies are less likely to implement actions that demonstrate they have embedded climate considerations into their cultures and have the senior leader buy-in and influence to effect meaningful transformation. While all sustainability actions are important, Deloitte’s analysis of the report has identified five “needle-moving” actions that, especially when taken together, demonstrate a deeper understanding of the business benefits of sustainability. They are:

  • Developing new, climate-friendly products or services;
  • Requiring suppliers and business partners to meet specific sustainability criteria;
  • Updating or relocating facilities to make them more resistant to climate impacts;
  • Incorporating climate considerations into lobbying and political donations; and
  • Tying senior leader compensation to sustainability performance.

Compared to other climate actions, companies are much less likely to have already undertaken these five, and more than one-third of organizations haven’t implemented more than one of them. While concern for the environment and optimism for change both remain strong, organizations will increasingly need to consider taking more decisive action to limit the worst impacts of climate change.

CxOs also chose brand recognition and reputation, customer satisfaction, and employee morale and well-being as three of the four top benefits of their companies’ sustainability efforts, suggesting many CxOs see climate actions as beneficial to their relationships with their stakeholders. The lowest-ranked benefits (revenue from both longstanding and new business, asset values, cost of investment, and operating margins) suggest CxOs continue to struggle with the short-term costs of transitioning to a low carbon future.

Lessons from sustainability leaders

Deloitte’s survey revealed a group of leaders—19% of the sample—whose organizations serve as a model for tackling sustainability with efficiency and effectiveness, while reaping the benefits in return. These leading organizations have implemented at least four of the five “needle-moving” sustainability actions. Compared to those organizations who haven’t implemented more than one—35% of the total (nearly double the leader group)—these leaders are:

  • More concerned about climate change (74% versus 52%);
  • Expecting climate change to have a high impact on their business strategies in the coming years (73% versus 50%);
  • Planning to achieve net-zero emissions by 2030 (82% versus 50%);
  • Less likely to see cost as an obstacle for sustainability efforts, indicating they may have a better understanding of the costs associated with inaction and have greater senior leader buy-in; and
  • More likely to understand the business opportunity of sustainability to their bottom lines, stakeholder satisfaction, and general broader performance.

”Not all businesses are at the same stage in their climate journeys, but all companies will soon need to move from ‘why’ to ‘how’ with their own customized approach,” says Renjen. “However, these actions are important markers of leadership as they require having a mindset that sees both the risks of inaction and the opportunity of sustainability, a culture that embeds climate directly into business strategy, buy-in from senior leaders, and the ability to influence third parties, including business partners, government, and regulators.”

Methodology

The report is based on a survey of 2,083 C-level executives. The survey, conducted by KS&R Inc. and Deloitte, during September and October 2021, polled respondents from 21 countries: 44% from Europe/South Africa; 31% from the Americas; and 24% from Asia Pacific. All major industry sectors were represented in our sample. Additionally, KS&R and Deloitte conducted select, one on one interviews with global industry leaders.

Download the report (pdf)

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

In ruim een week tijd na de lancering van haar nieuwe beloningsprogramma verwelkomt Ekoplaza haar 10.000e Ekovriend: ecologisch (dans)pedagoog Sanne Tuijl en dochter Aurelia. Met dit programma wil Ekoplaza het deel van de consumenten dat zich steeds bewuster wordt van de impact van hun consumptiepatroon op hun eigen gezondheid, dierenwelzijn, biodiversiteit en klimaat belonen voor gezondere en groenere keuzes. Erik Does, CEO Ekoplaza: “Uit steeds meer onderzoeken blijkt dat mensen veel waarde hechten aan een gezond milieu, natuur en duurzaamheid. Met dit beloningsprogramma spelen we in op die positieve houding die veel mensen hebben en op wat ze zelf al willen doen. Dit beloningsprogramma gaan we dan ook het komend jaar verder uitbouwen tot een echte klimaatpositieve beweging van Ekovrienden – boeren, winkels en consumenten – waarmee we hen laten zien dat zij niet alleen staan in hun ambitie.”

Zorgen om de effecten van de gezondheids- en klimaatcrisis maken consumenten de laatste jaren steeds bewuster van de impact van hun aankoopgedrag. Met als resultaat dat ze steeds hogere eisen stellen aan de wijze waarop voedsel geproduceerd, hoe het verpakt wordt, hoe boeren betaald worden voor de zorg voor hun stukje van de aarde en hoe dieren behandeld worden. Erik Does: “Onderzoek wijst uit dat retailers en merken die duurzaamheid omarmen en de consumenten positieve keuzes bieden, relevanter zijn dan ooit. In antwoord op de zorgen van al deze mensen in Nederland lanceren we de beweging Ekovrienden, die wij hebben gekoppeld aan een beloningsprogramma, waarmee wij consumenten praktische handvatten bieden om te investeren in een gezondere wereld voor de generaties na ons. Zo worden ze niet alleen beloond voor de groenere en gezondere keuzes die ze maken, maar kunnen zij de punten die zij verdienen ook doneren aan boerin Pipie Smits van Oyen van biologisch landbouwbedrijf De Koekoek. Elk gedoneerd punt levert 1m3 biodiversiteit op.”

Investeren in m3 biodiversiteit

De ontvangen donaties in de vorm van Eko-punten investeren de boeren van de Koekkoek in agroforestry-projecten die hun land en dieren weerbaarder moeten maken. In biologische landbouw draait immers alles om de preventie van ziektes. Pipie Smits van Oyen: “Op ons landgoed de Koekoek in de Biesbosch, hebben wij een gemengd biologisch bedrijf met varkens en zoogkoeien. Dat betekent dat de kalfjes zes tot acht maanden bij hun moeder blijven. Daarnaast verbouwen we onder meer koolraap, twee kleuren pompoen en vier kleuren wortelen, rammenas en drie kleuren bieten. Met de donaties van Ekovrienden, willen we dit jaar het aantal vogelakkers uitbreiden en een notenbos aanleggen. De walnotenbomen, die bestemd zijn voor de productie wisselen we af met beuken, kastanjes en eiken, waar onze scharrelende varkens naast lekkere hapjes ook bescherming vinden tegen zon en regen.”

‘Ik ga het op school vertellen’

10.000e Ekovriend Sanne Tuijl: “Wat een eer dat Aurelia en ik vandaag 10.000e Ekovriend zijn geworden. En wat een fijne gedachte dat we al met zoveel mensen zijn. Als ecologisch pedagoog en voormalig danseres maak ik heel bewuste keuzes in alles wat ik doe en eet. Zeker nu mijn kinderen groter worden, hebben we aan tafel steeds meer gesprekken over de opwarming van de aarde en het vreselijke leven van de dieren in de bio-industrie.” Dochter Aurelia: “Denk je dat ik een keer langs mag komen op de boerderij van Pipie? Kalfjes zijn mijn lievelingsdieren en ik wil graag op school vertellen dat wij helpen om de koeien en varkens een nog leuker leven te geven.”

Radicale transparantie en positieve waardering als missie

Erik Does: “Met de uitrol van ons ecologische omnichannel-systeem afgelopen week, hebben we een stevig fundament gelegd voor radicale transparantie voor consumenten. Of ze nou kiezen om vitaler te worden, gifvrij, vegetarisch of vegan te leven, hun CO2- of plastic-voetafdruk drastisch te verlagen of voortaan kiezen voor meer seizoensgebonden en lokale producten. En dat fundament gaan we stapje voor stapje verder uitbouwen dit jaar. De samenwerking tussen de Ekovrienden, de Ekoplazawinkels en de Koekkoek is een proeftuin, waar wij veel van verwachten te leren. Onze ambitie is echter om dit jaar in samenwerking met meer bioboeren agroforestry-projecten in heel Nederland te starten, zodat Ekovrienden in de toekomst kunnen investeren in lokale projecten in hun buurt. Tegelijkertijd  onderzoeken we ook samenwerking met andere klimaatpositieve initiatieven. Positieve waardering en transparantie vormen daarin onze leidraad.”

Share Button

[ad_2]

Source link

Berichten paginering