[ad_1]

Vandaag werden de handtekeningen gezet onder een projectplan dat richting geeft aan de duurzame ambities van Rijkswaterstaat. Onder de noemer ‘Laden op Zon’ start SPIE met de realisatie van 400 laadpalen, 77 energiemanagementsystemen en meer dan 3000 zonnepanelen op de locaties van Rijkswaterstaat. Dit is een belangrijke stap in de ambitie van Rijkswaterstaat om in 2030 volledig energieneutraal te zijn.

De Flexicharge laadpalen, de zonnepanelen van Dutch Solar Projects en het EV Charging (CPO) en Energy Management (EMS) platform van Maxem vormen samen één systeem. Het online platform, Maxem Energy Cloud, bevat intelligentie; het kijkt bijvoorbeeld naar de productie van zonnestroom en stuurt, op basis daarvan, de timing van het laden van elektrische auto’s aan.

″Door de energievraag van de elektrische voertuigen en het opwekken van zonne-energie op de gebouwen van Rijkswaterstaat te combineren, wordt de opgewekte stroom direct benut. Zo is er minder noodzaak om de netaansluitingen van locaties te verzwaren, daarnaast adviseren we Rijkswaterstaat over duurzame alternatieven zoals lokale (zonne-)energie opslag″, licht Erwin den Haak, operationeel manager van SPIE, toe. Dit project is een belangrijke stap naar zero-emissie mobiliteit: in 2022 moet 50% van het wagenpark elektrisch rijden, waarbij in 2028 alle voertuigen van Rijkswaterstaat zero-emissie moeten rijden.

SPIE en Rijkswaterstaat werken al lang samen. ″SPIE begrijpt de wereld van Rijkswaterstaat, met haar regionale organisatieonderdelen met een eigen identiteit. Daarnaast zien wij meerwaarde in het gebruik van een centraal projectteam dat zorgt voor één overkoepelende integrale projectsturing die schakelt met de landelijke RWS-organisatie”, zegt Bas Nagtegaal van Rijkswaterstaat. ″Het initiatief om een samenwerkingsdag te organiseren om te komen tot een gedragen gezamenlijke ambitie, doelstellingen, verwachtingen en belangen, laat zien dat SPIE ook oog heeft voor de zachte kant van samenwerken.″

Ook Henk Pronk, divisiedirecteur TechFM van SPIE, kijkt uit naar dit unieke project: ″We hebben passende antwoorden gevonden op de vragen over projectmanagement, circulariteit, optimale opbrengst en toekomstgerichtheid van de systemen. Dat, in combinatie met onze kennis van en ervaringen met Rijkswaterstaat, maakt dat ik alle vertrouwen heb in een succesvolle samenwerking.″

 

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Zonnepanelen, windturbines, batterijen en stroomkabels, ze bevatten allemaal metalen. Hetzelfde geldt voor laptops, smartphones en servers. De energietransitie en digitalisering leiden tot een forse stijging van de vraag naar metalen. Dat confronteert ons met ethische vragen en geopolitieke risico’s. Want mijnbouw gaat nogal eens ten koste van mens en milieu. De afhankelijkheid van geïmporteerde metalen – uit of via China – maakt Europa kwetsbaar. In de publicatie Metalen voor een Groen en Digitaal Europa zetten Wetenschappelijk Bureau GroenLinks en de Green European Foundation uiteen hoe we kunnen komen tot een spaarzaam, circulair gebruik van metalen en een verantwoorde winning van de metaalertsen waar we echt niet buiten kunnen. Het boekje eindigt met concrete actiepunten voor beleidsmakers op alle niveaus, van de Europese Unie tot de gemeente.

De coronacrisis heeft ons geconfronteerd met onze afhankelijkheid van wereldwijde toeleveringsketens. Door vraagschokken, productieonderbrekingen en vervoersknelpunten zijn tekorten ontstaan aan allerlei producten, van mondkapjes tot computerchips. Europa heeft de vervaardiging van deze essentiële producten grotendeels uitbesteed en is nu overgeleverd aan de genade van leveranciers in verre landen. Dat schept risico’s voor de volksgezondheid en de economie. Bovendien kunnen de waarden waar de Europese Unie voor staat, zoals democratie en mensenrechten, in het gedrang komen. Dat is het geval wanneer we vatbaar worden voor
politieke chantage of uit eigenbelang de ogen sluiten voor misstanden in toevoerketens. Het is geen toeval dat, sinds de coronacrisis, de term ‘strategische autonomie’ centraal is komen te staan in debatten over de toekomst van de EU.

Ook bij de omschakeling naar hernieuwbare energie is de EU sterk afhankelijk van buitenlandse leveranciers. Zonnepanelen en batterijen voor elektrische voertuigen komen grotendeels uit Azië. In de productie van windturbines en electrolysers (die stroom omzetten in waterstof) heeft Europa een stevig aandeel, maar veel van de schaarse metalen die hiervoor nodig zijn worden ingevoerd uit Azië en Afrika. Die importafhankelijkheid kan de energietransitie verstoren en vertragen, terwijl we, gezien de noodtoestand waarin het klimaat verkeert, geen tijd te verliezen hebben bij het vervangen van fossiele door hernieuwbare energiebronnen.

De grootschalige import van ‘energiemetalen’ roept ook vragen op over ethiek en geopolitiek. De energietransitie zorgt nu al voor een sterke stijging van de vraag naar kobalt en lithium, met name voor de batterijen van elektrische auto’s. De winning van deze metalen gaat nogal eens gepaard met mensenrechtenschendingen en milieuvernietiging. Kinderen die zwaar en gevaarlijk werk verrichten in Congolese kobaltmijnen, boeren in Zuid-Amerika die hun land zien verdrogen door de lithiumwinning, ze dwingen ons het vraagstuk van klimaatrechtvaardigheid onder ogen te zien: betalen mensen in het mondiale Zuiden de prijs voor de oplossing van een probleem dat niet door hen maar door het rijke Noorden is veroorzaakt?

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

IKEA Eindhoven heeft – als een van de eerste vestigingen in Europa – zonnepanelen op carports op de bovenste verdieping van het parkeerterrein geplaatst. Het Zweedse woonwarenhuis heeft op alle gebouwen in Nederland zonnepanelen liggen: er zijn inmiddels bijna 45.000 panelen geïnstalleerd op IKEA winkels en het distributiecentrum. Samen wekken die circa een derde van het elektriciteitsverbruik op van IKEA Nederland. Nu de daken bijna vol liggen, kiest IKEA ervoor de zonnepanelen ook op andere manieren te plaatsen. Het doel is om in 2025 alle gebouwen wereldwijd te laten draaien op 100% hernieuwbare elektriciteit (momenteel 66%).

Nieuw soort panelen

IKEA plaatst 1.584 panelen op het parkeerdek van de winkel in Eindhoven – die in totaal een vermogen hebben van 840kWp. De nieuwe panelen op het parkeerterrein zijn qua afmeting ongeveer de helft groter dan de panelen op het dak van de vestiging. Daar liggen 1.850 panelen met een totaalvermogen van 500kWp. In totaal wordt straks ongeveer de helft van alle energie in de vestiging met zonnepanelen opgewekt. De panelen op het parkeerterrein zijn een nieuw soort panelen – ook wel ‘bifacial-panelen’ genoemd – waarbij een deel van de opbrengst vanuit de onderzijde komt: het licht dat op het parkeerdek weerkaatst, draagt ook bij aan de energieopwekking.

Paul van Liempd, duurzaamheidswethouder van Son en Breugel: “Het doet me goed om te zien dat IKEA in Son en Breugel zo vooruitstrevend is op duurzaamheidsgebied. Dit is niet alleen een prachtig voorbeeld voor andere bedrijven op Ekkersrijt en de rest van Son en Breugel, IKEA inspireert zo hopelijk ook andere grote bedrijven in Nederland en Europa. De komende jaren gaan we onze bedrijventerreinen verder vergroenen en verduurzamen. IKEA is daarbij koploper en ik hoop dat velen dit voorbeeld zullen volgen. IKEA laat zien dat het kan.”

Uitbreiding

IKEA onderzoekt de mogelijkheden voor uitbreiding van het aantal zonnepanelen bij de verschillende winkels in Nederland. Afgelopen zomer plaatste IKEA Amersfoort al zonnepanelen op de gevel – als eerste IKEA winkel wereldwijd – en nu dus ook op het parkeerdek in Eindhoven. Volgend jaar worden ook in Hengelo zonnepanelen op het parkeerterrein geplaatst.

Kim Korsten, Deputy market manager IKEA Eindhoven: “We zijn trots dat IKEA Eindhoven een van de eerste vestigingen in Europa is waar zonnepanelen op deze manier zijn geplaatst. We laten zien dat je niet beperkt bent tot het plaatsen van zonnepanelen op het dak. Investeren in hernieuwbare energie is een belangrijk onderdeel van onze strategie om in 2030 circulair en klimaatpositief te zijn.”

Verbetering bedrijfsprocessen

Naast het aanbieden van betaalbare en duurzame keuzes aan klanten zoals zonnepanelen, verwachten consumenten ook dat bedrijven en overheden hun verantwoordelijkheid nemen (Global Climate Action Report Ingka Group). IKEA verbetert elke dag de eigen bedrijfsprocessen door minder afval te produceren, minder energie te verbruiken en meer te recyclen. Sinds 2015 zijn er alleen nog maar ledlampen verkrijgbaar bij IKEA, en verving het woonwarenhuis alle TL- en halogeenverlichting in de eigen winkels. Ook wordt energie bespaard door onder andere het plaatsen van waterpompen en installaties waarmee de kwaliteit van de elektriciteit wordt verbeterd. Door deze initiatieven is het energieverbruik per vestiging gemiddeld 40% gedaald. In 2020 behaalde Ingka Group – de grootste franchisenemer van het merk IKEA – ruimschoots het doel om wereldwijd meer hernieuwbare energie op te wekken dan het bedrijf verbruikt (132%).

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De energiebedrijven Engie en Equinor wensen met hun H2BE-project in België de productie van koolstofarme waterstof uit aardgas te ontwikkelen. Ze starten nu een haalbaarheidsstudie naar de technische en economische geschiktheid van een locatie in Gent in North Sea Port. Het H2BE-project is gericht op de productie van waterstof uit aardgas met behulp van autothermische reforming-technologie (ATR) in combinatie met de afvang en opslag van koolstof (CCS). De ATR-technologie maakt een vermindering van de CO2-uitstoot van meer dan 95% mogelijk en daarmee ook de productie van waterstof op grote schaal. Het is de bedoeling dat het afgevangen CO2 in vloeibare vorm wordt getransporteerd en permanent en veilig wordt opgeslagen op een locatie onder de Noordzee bij Noorwegen.

Aansluiten op waterstofinfrastructuur

Naast de commerciële gesprekken met potentiële afnemers van waterstof starten ENGIE en Equinor nu ook een haalbaarheidsstudie naar de technische en economische geschiktheid van een locatie in Gent in North Sea Port. Dit past bij de grote schaal waarop waterstof nu en in de toekomst wordt gebruikt door de industrie in North Sea Port. Ook de samenhang met diverse infrastructuurprojecten kan groot zijn.

Met het havenbedrijf lopen er besprekingen over de integratie met de haveninfrastructuur. “Het H2BE-project past in ons strategisch plan ‘Connect 2025’ omdat het de overgang naar klimaatneutraliteit en de ontwikkeling van de vereiste waterstof- en CO2-infrastructuur versnelt”, aldus Daan Schalck, CEO van North Sea Port. North Sea Port heeft de ambitie om een draaischijf in het Europese waterstofnetwerk te zijn. Deze productie kan deel uitmaken van de waterstofinfrastructuur en het pijpleidingennetwerk (‘backbone’) in het Gentse deel van het havengebied en bij uitbreiding van het waterstofnetwerk over de Nederlandse grens heen. De bestaande industrie en werkgelegenheid worden hierdoor verder verankerd.

“De omschakeling naar CO2-arme waterstof is noodzakelijk om de meest energie-intensieve clusters klimaatneutraal te kunnen maken. De afvang en opslag van CO2 is een noodzakelijke tussenstap in de richting van een CO2-neutrale economie. Het streefdoel is om in North Sea Port tegen 2025 minstens 3 miljoen ton CO2 af te vangen voor opslag en hergebruik”, dixit CEO van North Sea Port Daan Schalck.

Fluxys voor infrastructuur

De aanwezigheid van de vereiste waterstof- en CO2-infrastructuur is van cruciaal belang voor het welslagen van het project. Daarom hebben ENGIE en Equinor hun krachten gebundeld met Fluxys Belgium, de onafhankelijke beheerder van het aardgastransportnet in België. Door grote volumes op de markt te brengen, kan het H2BE-project belangrijk zijn voor de ontwikkeling van de waterstof- en CO2-infrastructuur met open toegang van Fluxys. Om zo vraag en aanbod in de industriële clusters in België en de buurlanden met elkaar te verbinden.

Het H2BE-project past in het Belgische en Vlaamse waterstofbeleid. Dit is toegespitst op hernieuwbare waterstof, maar benadrukt ook de sleutelrol van koolstofarme waterstof om de doelstellingen inzake het koolstofarm maken van de economie te bereiken. En om in de komende jaren snel een schone waterstofmarkt en -infrastructuur op te starten.

Alle partners willen ruim vóór 2030 van start gaan om zo bij te dragen aan de tussentijdse doelstellingen van België voor het klimaatneutraal maken van de economie in 2030.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Het is weer bijna het einde van het jaar. Tijd om de balans op te maken wat het meest gelezen nieuws is op het Online Kenniscentrum Duurzaam Ondernemen (www.duurzaam-ondernemen.nl) in 2021. Het jaar, dat er meer dan ooit tevoren met het zoekwoord ‘duurzaamheid’ gezocht is op Google. Het meest gelezen bericht in 2021 gaat over de lancering van de campagne van Milieudefensie met een filmpje waarin een boardroombijeenkomst nagespeeld wordt. Met deze campagne pleit de NGO voor een klimaatplicht voor vervuilende Nederlandse bedrijven. Dit nieuwsbericht werd meer dan 10.000 keer gelezen. Ook het bericht op nummer 2 betreft een film: ‘Het Paradijs op aarde begint in Nederland’ van Ruud Koornstra. De shortlist voor de ‘MVO Manager van het Jaar 2020/21’ verkiezing eindigde op plaats drie. BN-ers doen het altijd goed met Barbara Baarsma op 6, Ali B op 7 en de bijna BN-er Michel Scholte als ‘Minister van de Nieuwe economie’ op 8.

De Top 10 van 2021

Milieudefensie lanceerde een korte film met daarin een hoofdrol voor de CEO’s van de meest vervuilende bedrijven van Nederland in een fictieve boardroombijeenkomst

 

 

Met een 1,5 uur durende documentaire met de hoopgevende titel ˋHet paradijs op aarde begint in Nederland (met de energietransitie), wil Ruud Koornstra Nederland overtuigen van de haalbaarheid van deze aangename samenleving.

 

 

In juni werden 10 MVO-/duurzaamheidsmanagers gekozen op de shortlist voor de titel  ‘MVO Manager van het Jaar 2020/21’.

 

 

 

MVO Nederland heeft de verkiezingsprogramma’s van alle dertien zittende partijen beoordeeld op de zeven thema’s van de nieuwe economie: nieuwe rijkdom, echte prijzen, transparante ketens, inclusief ondernemen, groene energie, biodiversiteit en circulaire economie.

 

 

Op de internationale Dag van de Aarde, lanceert een groep toonaangevende ondernemers ‘EarthToday‘; een grootschalig initiatief om de Aarde meter voor meter te beschermen.

 

 

Per 1 maart startte Barbara Baarsma als CEO van Rabo Carbon Bank. Dit is een nieuw bedrijfsonderdeel dat werkt aan proposities waardoor klanten op termijn niet alleen voor financiële transacties maar ook voor het kopen en verkopen van CO2-credits bij de bank terecht kunnen.

 

 

In mei lanceerden Ali B en Brace opnieuw ‘Die Leipe Mocro Flavour’, in – jawel – een vega jasje om de plant-based movement in Nederland een boost te geven. En ‘Die Leipe Mocro Flavour’? Die brengt Ali ook naar de mensen thuis met zijn eigen plantaardige Marokkaans gekruide kipstukjes.

 

 

Michel Scholte (34) is de Minister van de nieuwe economie. Hij kreeg de voorkeur van de jury en het publiek en versloeg daarmee Celina Kroon (38) en Girma Segaar (27), de andere twee finalisten van de door MVO Nederland georganiseerde verkiezingscampagne.

 

 

In mei kondigden Marjolijn Meijer en Jordy Kool, directie en eigenaren van Urban Gym Group, de start van nog twee sportbedrijven aan. My Local Gym Group, die zich richt op de kleinere steden en gemeentes, en Gymwarehouse, leverancier van tweedehands fitnessapparatuur.

 

 

Het team van Silderhuis heeft samen met EY Nederland een innovatief concept ontwikkeld om dure aanschaffen betaalbaar te maken. De ondernemer die destijds het succesvolle PC-privé-project heeft verzonnen, rolt ditzelfde idee nu uit naar de duurzaamheidsmarkt.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

‘Het nieuwe coalitieakkoord legt een goede basis voor de noodzakelijke verduurzaming en modernisering van ons land.’ Dat zeggen VNO-NCW en MKB-Nederland in een eerste reactie op het Coalitieakkoord. Hiermee wordt Nederland klaar gemaakt voor de toekomst met onder meer ambitieus klimaat- en stikstofbeleid, vernieuwd arbeidsmarktbeleid en een stevige bouw- en woonagenda. Ook wordt stevig geïnvesteerd in innovatie en kennis en is er veel aandacht voor ondernemerschap en het mkb. ‘Op al die fronten combineert het nieuwe akkoord goede ambities met een grote investeringsimpuls. De plannen sluiten daarbij goed aan op onze nieuwe koers en de voorstellen van onder meer de SER. ‘Alles moet nu in het teken staan van een succesvolle uitvoering en de belofte van stabiel beleid.’

Extra geïnvesteerd

De ondernemersorganisaties zijn verheugd dat flink extra geïnvesteerd gaat worden in onder meer wonen, klimaat, stikstof, innovatie, infrastructuur en wonen. In totaal wordt zo voor tientallen miljarden extra uitgetrokken. ‘De goede plannen op deze terreinen betekenen dat Nederland in hoog tempo op grote schaal op de schop moet. Dat voor elkaar krijgen binnen de context van zeer langdurige vergunningsprocedures, een schreeuwend tekort aan technici en een gedecentraliseerde overheid vraagt om zeer stevige regie en doorzettingsmacht vanuit het nieuwe kabinet en operationele kracht bij de departementen’, aldus de ondernemingsorganisaties.

Ambitieuze richting is goed

Ingrid Thijssen, voorzitter VNO-NCW: ‘Van stikstof tot klimaat tot de arbeidsmarkt. De ambitieuze richting van het coalitieakkoord is goed. Dit helpt ons land voorbereiden op de grote transities waar we voor staan. De coalitie kon daarbij gelukkig bouwen op tal van plannen met veel maatschappelijk draagvlak. Nu komt het aan op versnelde uitvoering van al die mooie voornemens. Juist dat is de afgelopen jaren de achilleshiel gebleken. Noch de natuur en het klimaat, noch de arbeidsmarkt, noch het vestigingsklimaat is gebaat bij verder uitstel. Nu moeten we met zijn allen de schouders eronder zetten. Wij pakken de handschoen voor verdere uitwerking van de plannen graag samen met maatschappelijke partners en het nieuwe kabinet op, zodat die in de praktijk kunnen werken.’

‘Nu aan de slag voor de toekomst’

Jacco Vonhof, voorzitter MKB-Nederland: ‘Het is goed te zien dat deze coalitie het mkb letterlijk belangrijk noemt want dat ís het ook. Het mkb is nodig om al die grote maatschappelijke opgaven mogelijk te maken. Dat vraagt om helder beleid waarbij uitvoerbaarheid voor het mkb de norm is en dat stimuleert in plaats van ontmoedigt. We zien in dit akkoord veel van onze inzet terug, zoals in de hulp voor het mkb bij verduurzaming en het vereenvoudigen van de regelingen op dat terrein. Blij zijn we onder meer met de aangekondigde aanpak van de regeldruk en het wegnemen van barrières bij financiering, want ondernemers moeten alle nodige investeringen wel kunnen doen. We zijn echter nog niet gerust op de lastenontwikkeling voor zelfstandig ondernemers. Verder moeten we nu vooral aan de slag met de toekomst.’

Stabiel beleid en extra investeringen

VNO-NCW en MKB-Nederland noemen het belangrijk dat het kabinet gaat voor een stabiel en voorspelbaar vestigingsklimaat voor ondernemers en innovatie in Nederland, al moet dit in de praktijk nog wel blijken. ‘Stabiel beleid draagt bij aan investeringszekerheid. Ook zijn we blij dat het kabinet daarbij expliciet het belang van de continuïteit van familiebedrijven in Nederland benoemt.’

Reactie op hoofdlijnen

Hieronder een korte eerste reactie op de belangrijkste plannen op het gebied van Klimaat en duurzaamheid:

  • Ambities; VNO-NCW en MKB-Nederland steunen de verhoogde klimaatambities.
  • Klimaatafspraken industrie; VNO-NCW is positief over de plannen om met de grote industriële ondernemingen tot maatwerkafspraken te komen. ‘Niemand kan de energietransitie alleen voor elkaar krijgen. Infrastructuur en vergunningen zijn bijvoorbeeld een verantwoordelijkheid van de overheid. Alleen door dit soort afspraken met elkaar te maken kan Nederland haar klimaatdoelen halen. Tegelijkertijd wordt Nederland dan dé plek waar de industrie een voorsprong neemt. Wij vinden het verstandig wanneer bedrijven, overheid en maatschappelijke partners hierin samen optrekken. Het regeerakkoord biedt hiervoor goede aanknopingspunten.’
  • Stikstof; ‘De plannen van het kabinet kunnen de uitstoot stevig verminderen, de natuur versterken en boeren toekomst bieden. Wat nog niet duidelijk is maar wel heel belangrijk is, is dat er op korte termijn ook ruimte voor economische ontwikkeling komt. ‘Hier zegt het Regeerakkoord niks over en het land moet uit de stikstofklem.’
  • Betalen naar gebruik; Ondernemers zijn positief over de plannen om bij autobezit te betalen voor gebruik in plaats van bezit. ‘Dit helpt de verduurzaming en is eerlijker.’
  • Kernenergie; Goed is dat voorbereidingen worden getroffen voor een grotere rol voor kernenergie in de energiemix. ‘De leveringszekerheid van onder meer gas staat onder druk en we kunnen geen enkele optie meer uitsluiten in het licht van de Klimaatafspraken en in combinatie met meer wind en zon,’ aldus VNO-NCW en MKB-Nederland.
  • Energie overig; De ondernemersorganisaties zijn verheugd dat de ODE wordt aangepast, omdat deze een perverse prikkel gaf voor de elektrificatie en daarmee verduurzaming van (mkb) ondernemers. De aangekondigde verhoging van de energiebelasting wordt aangepast aan de Europese Plannen (Fit for 55) en dit dient dan ook echt in Europees kader plaats te vinden. Goed is dat er hulp komt voor het mkb en dat een toets op de effecten voor het mkb plaatsvindt.
  • Mobiliteit, infrastructuur en logistiek; Positief is dat jaarlijks 1,25 miljard euro wordt vrijgemaakt voor achterstallig onderhoud aan infrastructuur, 7,5 mld om nieuwe woningen te ontsluiten en 3 mld voor de Lelylijn. Dit laatste is een belangrijke impuls voor duurzame mobiliteit, het Noorden en een betere benutting van het hele land.
Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Rotterdam maakt werk van de lokale klimaataanpak. Niet zonder succes. In de afgelopen vier jaar heeft de stad ruim één miljoen ton CO2 gereduceerd. De tot voor kort jaarlijkse stijging van CO2-uitstoot is voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog omgebogen in een dalende trend. Een daling die zich volgens de prognoses van milieudienst DCMR doorzet naar een reductie van ruim 9 miljoen ton in 2030.

In het coalitieakkoord “nieuwe energie voor Rotterdam” stelde het college in 2018 het doel om de CO2-uitsoot in de huidige collegeperiode om te buigen naar een dalende trend. “Dat is gelukt”, zegt Arno Bonte, wethouder duurzaamheid. “In de stad en de haven stoten we nu ruim een miljoen ton minder CO2 uit dan vier jaar geleden. Dat is een historische daling. Met de maatregelen uit het Rotterdams Klimaatakkoord zal die daling de komende jaren nog verder doorzetten, naar minimaal 9 miljoen ton in 2030. En daar komt de klimaatwinst door de aangekondigde sluiting van de Riverstone-kolencentrale nog bovenop”.

De Rotterdamse aanpak

Rotterdam sloot in 2019 met meer dan honderd bedrijven en maatschappelijke organisaties het Rotterdams Klimaatakkoord, met als onderdeel daarvan 55 klimaatdeals voor de overgang naar een klimaatneutrale stad. Dankzij deze klimaataanpak is de opwek van schone energie in Rotterdam in de afgelopen jaren fors toegenomen. Het aantal zonnepanelen op de Rotterdamse daken is deze collegeperiode verdrievoudigd naar ruim 300.000 stuks, het verkeer is schoner geworden door onder andere verduurzaming van de bouwlogistiek en voor steeds meer schepen is walstroom beschikbaar.

10 miljoen ton extra

Ik ben trots op de resultaten die tot nu toe zijn geboekt, maar daarmee zijn we er nog niet. Het doel van het stadsbestuur is om nog minimaal 10 miljoen ton extra CO2 te besparen”, zegt Bonte. De mogelijkheden daartoe liggen volgens hem voor het oprapen, door bijvoorbeeld te investeren in een infrastructuur voor groene waterstof en een versnelling te maken met het realiseren van windparken op zee. “Om die plannen te kunnen realiseren is wel de medewerking van de landelijke overheid nodig, ook financieel. Onze hoop is daarom gericht op forse groene investeringen van het nieuwe kabinet”.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Heijmans gaat per direct houtskeletbouw-woningen realiseren en versneld opschalen naar grootschalige productie. Dit gebeurt door de overname van de energieneutrale fabriek van IIBO en een samenwerking met een ervaren partner. Vanaf 2022 gaat Heijmans als makers van de gezonde leefomgeving de techniek van houtskeletbouw op grote schaal toepassen. Dat onderstreept de ambitie om CO2-neutraal te bouwen.

“Door de inzet van digitale technieken, duurzame grondstoffen en schone energie, maken we een versnelling in onze strategie”, zegt CEO Ton Hillen. “De eigen fabrieksmatige houtskeletbouw is voor Heijmans een logische en belangrijke keuze. We willen vanaf morgen al forse stappen maken op dit front, niet pas over een paar jaar. Daarom kiezen wij voor deze overname. Het sluit ook aan op de landelijke opgave om de woningvoorraad in Nederland te vergroten en te verduurzamen, waarin Heijmans als makers van de gezonde leefomgeving een belangrijke rol wil spelen.”

“Met deze fabriek zetten we in op gestandaardiseerde woningen in hout met behoud van een ruime variatie in uitstraling. Daarnaast blijven wij met onze bestaande co-makers huizen produceren in beton. Heijmans kiest daarmee bewust voor twee sporen. Enerzijds is dat de versnelling in het prefabriceren van houtskeletbouw-woningen vanaf 2022. Anderzijds gaan we door met het conceptueel bouwen van steeds duurzamere woningen in beton. Dit samen speelt in op veranderende eisen en wensen op de markt.”

Versnelling eigen productie

Heijmans start komende maand al met industriële houtskeletbouw als duurzame en gezonde woonoplossing. Dat gaat in meerdere fases. Met de overname van de fabriek en het personeel van IIBO – waarmee de eigen productie met bestaande expertise en ervaring kan worden vormgegeven – gaat Heijmans in 2022 opstarten in de eigen fabriek. Daarbij wordt Heijmans met kennis en kunde bijgestaan door partner VDM Woningen. Hierdoor is de verwachte leercurve steiler en wordt de tijd tot feitelijke productie verkort. Vanaf de tweede helft van 2022 is de fabriek dan ook operationeel.

800-1000 houtskeletbouw-woningen per jaar

Vanaf januari 2022 worden er – gebruikmakend van de locatie van partner VDM – houtskeletbouw-woningen gerealiseerd, onder meer voor projecten in Zeewolde, Norg en Amersfoort, die door Heijmans zijn ontwikkeld. In totaal zullen er in heel 2022 ongeveer 100 woningen geproduceerd worden. In 2023 wordt dat aantal in de eigen Heijmans-fabriek verdubbeld naar 200 woningen. Daarna neemt de groei toe naar zo’n 800-1000 houtskeletbouw-woningen per jaar.

Op weg naar CO2-neutrale woningen

Met houtskeletbouw zet Heijmans de volgende stap op weg naar circulair en energieneutraal bouwen. Dat correspondeert met de ambitie om in het jaar 2030 emissieloos te zijn. De milieuwinst is direct meetbaar, omdat de fabriek van IIBO voor 100% CO2-neutraal is. Hout zorgt bovendien voor een besparing in gewicht van grofweg 50%. In de gebruiksfase wekt deze nieuwe generatie woningen evenveel duurzame energie op als er wordt gebruikt. Ook is hout circulair, waardoor het bijdraagt aan een kleinere CO2-voetafdruk van deze woningen over de gehele levensfase. Tot slot dragen houtskeletbouw-woningen bij aan een gezond woonklimaat.

Snellere productie, minder faalkosten en veel keuze voor klanten

Om het proces gedegen tot stand te brengen is samenwerking gezocht met ervaren partijen, zowel qua productie als digitale aansturing. Ketenintegratie zorgt voor optimale efficiëntie in het gehele proces, van koperskeuze tot oplevering van de woning. Een seriematig en gedigitaliseerd bouwproces zorgt voor minder belasting op plekken waar gebouwd moet worden en dus minder overlast in de wijk. Ook heeft industrieel bouwen minder faalkosten en is sneller in productie. Door te werken vanuit een zogeheten variatiebibliotheek kan Heijmans specifieke klantwensen eenvoudig en flexibel inpassen, en zijn we in staat om een gevarieerd eindproduct te leveren.

IIBO

Het Friese IIBO (Intelligente Innovatie Bouw Oplossingen) realiseert woningen in korte bouwtijd door een gestandaardiseerd, industrieel bouwsysteem. Heijmans neemt de bestaande fabriek, het personeel en de grond over, waar al vele houten woningen met succes geproduceerd zijn. Met een optie op aanpalende grond wordt voorgesorteerd op mogelijke uitbreiding. Het college van B&W van de gemeente Heerenveen heeft gezegd blij te zijn met de komst van Heijmans en kijkt uit naar een goede en langdurige samenwerking.

VDM Woningen

Het eveneens Friese VDM Woningen bouwt sinds 1880 duurzame, hoogwaardige en energiezuinige woningen. Heijmans kan de kennis en de productielocatie in Drogeham gebruiken als springplank om in januari 2022 houten woningen te produceren. Zo wordt er in alle fasen van het bouwproces – van ontwerp tot oplevering – veel ervaring opgedaan met houtbouw op slimme, industriële wijze.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

The third International Olympic Committee (IOC) Sustainability Report notes that the IOC has achieved 15 of its 18 sustainability objectives for the period 2017-2020, raising its ambition to address climate change and helping to make sustainability mainstream across the Olympic Movement. The report also reveals the organisation’s 17 new objectives for 2021-2024, focusing on climate, biodiversity and the circular economy, and further advancing sustainability across the Olympic Movement.

Highlights of the 2017-2020 objectives achieved include:

IOC as an organisation

  • Completion of the IOC’s new headquarters, Olympic House, as one of the most sustainable buildings in the world
  • Achievement of carbon neutrality for the period 2017-2020, thanks to the IOC-Dow global carbon mitigation programme

IOC as owner of the Olympic Games

  • Ensuring that sustainability is addressed as a strategic topic with cities from the earliest stages of the Future Host process.
  • Reinforcing sustainability commitments in the Host Contract, including for all upcoming Games editions to be carbon neutral, and climate positive from 2030 onwards

IOC as leader of the Olympic Movement

  • Co-launching and leading on the implementation of the UN Sports for Climate Action Framework
  • Ensuring the exchange of information and best practices between Olympic Movement stakeholders

“We can confidently state that sustainability is now firmly embedded as an executive priority within the IOC, and this ethos flows into our corporate ways of working, our focus on ensuring sustainable Olympic Games, and how we engage with the wider Olympic Movement,” writes HSH Prince Albert II of Monaco, Chair of the IOC’s Sustainability and Legacy Commission, in the foreword to the report.

Addressing the climate crisis

While COVID-19 has been the most disruptive factor affecting the IOC, most notably through the postponement of Tokyo 2020, the fast-accelerating climate crisis is likely to represent one of the future’s greatest challenges, the report says.

Having achieved carbon neutrality for the period 2017-2020, the IOC has committed to reducing its carbon emissions by 50 per cent by 2030, and to becoming climate positive by the end of 2024. This means that it will be removing more carbon from the air than it emits.

From 2030, all Olympic Games are required to be climate positive, too.

The creation of an Olympic Forest as part of Africa’s Great Green Wall is an integral part of the IOC’s climate positive commitment, while the 2019 opening of the IOC’s new headquarters in Lausanne, Switzerland – which has been certified as one of the most sustainable buildings in the world – has been another highlight.

The UN Sports for Climate Action Framework, co-launched in 2018 by the IOC and UN Climate Change, has so far garnered almost 300 signatories. They are now required by UN Climate Change to reduce their carbon emissions by 50 per cent by 2030, and aim to achieve net zero by 2040. The IOC continues to lead on the implementation of the Framework.

Mainstreaming sustainability

To facilitate its sustainability work, the IOC has recently integrated the themes of sustainability, legacy, gender equality and inclusivity, and human rights into one Corporate and Sustainable Development Department.

Sustainability has also become further integrated into the process for selecting future hosts of the Olympic Games and Paralympic Games. Both the Olympic Games Paris 2024 and Los Angeles 2028 have sustainability at the centre of their Games concepts.

To advance the sharing of information across the sports world, the IOC has produced a series of guidance documents on topics such as carbon footprintingsustainable sourcing and biodiversity. Aimed at Organising Committees for the Olympic Games (OCOGs), National Olympic Committees (NOCs) and International Federations (IFs), these resources represent a valuable open-source information tool for the broader sports sector. The IOC has also supported the Global Association of International Sports Federations (GAISF) in the launch of the Sustainability.Sport platform, which is intended to be used as a library by sports organisations.

An increasing number of IFs now have a publicised strategic commitment to sustainability, and more are working with the IOC to develop a strategy. Going forward, the IOC will continue its work guiding and supporting the IFs in the development of their sustainability strategies.

Looking ahead: IOC’s Sustainability Objectives 2021-2024

IOC: carbon reduction and Olympic Forest

Of the 17 new objectives, four relate to the IOC as an organisation, and cover carbon emissions, the Olympic Forest, sustainable sourcing and training for IOC staff. They include work on reducing the IOC’s CO2 emissions in line with the Paris Agreement, with a 30 per cent reduction by 2024; and creating an Olympic Forest to support the IOC’s climate positive commitment, while delivering long-term social and biodiversity benefits to communities in Mali and Senegal.

Olympic Games: climate-positive Games and “no-go” in protected areas

There are five objectives for the Olympic Games, which focus on climate, biodiversity, human rights and sustainable tourism. These include assisting and accelerating the transition to climate-positive Olympic Games, and a requirement that no permanent Olympic construction occurs in statutory nature and cultural protected areas or UNESCO World Heritage Sites.

Olympic Movement: sustainability strategies and empowering athletes

The eight objectives in the IOC’s role as leader of the Olympic Movement include working with the IFs to have a sustainability strategy in place by 2024; assisting the IFs and NOCs in joining the UN Sports for Climate Action Framework; and working with athletes and other role models within the sports world to raise awareness about sustainability.

Download the IOC Sustainability Report 2021

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De politiek moet leveranciers gaan verplichten om transparant te zijn over hun stroominkoop, want ook met de nieuwe transparantieregels is het voor energieleveranciers nog steeds te makkelijk om grijze stroom als groen te verkopen.  Dat stellen de Consumentenbond, Natuur & Milieu en WISE bij de publicatie van de jaarlijkse stroomranking.  ‘Dit probleem woekert al jaren voort, en ondermijnt het vertrouwen van gebruikers in groene stroom’, aldus de organisaties.

De organisaties beoordeelden 41 stroomleveranciers op de duurzaamheid van investeringen, inkoop en de levering van de stroom. De resultaten leiden tot een rapportcijfer voor duurzaamheid. Gemiddeld scoren consumentenleveranciers een 6,6 en zakelijke leveranciers een 4,9.

Inkoop hoofdzakelijk grijs

Tussen de geleverde stroom en de ingekochte stroom zit een groot verschil ten aanzien van de duurzaamheid. Leveranciers op de consumentenmarkt scoren een 8,1 voor levering, maar slechts een 5,8 voor inkoop. Zakelijke leveranciers scoren een 5,9 voor de levering, en een 4,3 voor de inkoop. Dit komt doordat het merendeel van de leveranciers nog steeds vervuilende grijze stroom inkoopt, en het voor levering administratief ‘vergroent’ met certificaten. Deze certificaten, Garanties van Oorsprong, zijn tegen een lage prijs te koop op de Europese stroommarkt, maar dragen nauwelijks bij aan het verduurzamen van de Nederlandse stroommarkt. ‘Groene stroom inkopen bij een windmolenpark of zonneveld heeft veel meer invloed op verduurzaming’, schrijven de onderzoekers.

Transparantie over inkoop

Sinds januari 2020 moeten energieleveranciers een stroometiket publiceren met informatie over zowel de groene als grijze geleverde stroom (full disclosure). Maar daar staat níet op wat voor stroom zij inkopen. Veel consumenten krijgen dus op papier groene stroom geleverd, terwijl de ingekochte stroom niet duurzaam is opgewekt. De organisaties roepen de minister van Economische Zaken daarom op om leveranciers te verplichten transparant te zijn over de inkoop. ‘Consumenten willen een duurzame keuze maken in deze tijd van klimaatcrisis, maar door een tekortkoming in wetgeving is dat nu heel lastig. Dat moet dus anders. Bovendien kunnen de écht groene leveranciers zich nu onvoldoende onderscheiden van de groenwassende massa’, stellen de organisaties.

Consumenten

De meest duurzame energieleveranciers op de consumentenmarkt zijn: Energie VanOns, om | nieuwe energie, Powerpeers, Pure Energie en Vrijopnaam.  Zij krijgen een 10. Deze leveranciers kopen namelijk ook duurzaam in. Van de grote drie, is Eneco het duurzaamst, en krijgt een 9,0. Vattenfall wordt beloond wegens zijn duurzame investeringen met een 7,4, Essent behoort tot de grijze achterblijvers met een 4,0.

Bedrijven

Ruim twee derde van de leveranciers scoort een onvoldoende. Ook energiereuzen Eneco (5,5), Vattenfall (6,5), Essent (2,6) scoren op de zakelijke markt aanzienlijk slechter dan op de consumentmarkt. De onderzoekers vinden dit ‘in schril contrast met de groene veren waarmee zij pronken bij consumenten’. De meest duurzame zakelijke energieleveranciers zijn Energie vanOns, om | nieuwe energie en Pure Energie.

Over het onderzoek

Het jaarlijkse Onderzoek Duurzaamheid Nederlandse stroomleveranciers is opgesteld door de Consumentenbond, Natuur & Milieu en WISE. De organisaties willen met het onderzoek de transparantie van de energiemarkt vergroten, consumenten goed informeren en Nederlandse stroomleveranciers aanzetten om duurzame keuzes te maken.

Share Button

[ad_2]

Source link

Berichten paginering