[ad_1]

De energietransitie wordt het meest tastbaar in woonwijken, waar de uitdagingen groot zijn. Bewoners moeten “van het gas af” en de toename van warmtepompen en duurzame, decentrale energieproductie zorgt voor problemen op het elektriciteitsnet. Op The Green Village – het fieldlab voor duurzame innovatie op TU Delft Campus – start vandaag, vrijdag 14 januari, een uniek project dat de energietransitie in de gebouwde omgeving moet gaan versnellen: het 24/7 Energy Lab.

Het idee erachter is simpel, vertelt Marjan Kreijns, directeur van The Green Village. ‘Het 24/7 Energy Lab is een lokaal, CO2-vrij energiesysteem. En dat is hoognodig. De gebouwde omgeving is op dit moment immers goed voor 35 procent van de Nederlandse energievraag. Wanneer we erin slagen om die gedeeltelijk CO2-vrij te maken, zetten we een reuzenstap in het versnellen van de energietransitie.’

Bouwen aan de toekomst

Een buurt met een lokaal energiesysteem, zonder uitstoot van CO2 en zonder belasting van het landelijke energienetwerk. Het klinkt als verre toekomstmuziek, maar de voorbereidingen zijn al in volle gang op het terrein van de TU Delft. Projectleider John Schmitz vertelt: ‘Aan de TU Delft werken ongelooflijk veel wetenschappers aan de energietransitie. In het 24/7 Energy Lab komen eigenlijk al die verschillende lijnen samen. Een prachtige stap die we zetten, is dat we vrijdag 14 januari het 24/7-systeem lanceren. Niet veel later verwachten we de elektriciteitsvoorziening voor één huishouden CO2-vrij te hebben gemaakt op basis van zonne-energie. Goed om te weten: het gaat hier om een eenpersoonshuishouden zonder aardgasaansluiting en dat ongeveer 2200 kWh per jaar verbruikt. In een latere fase gaan we de restwarmte die vrijkomt gebruiken om de andere huizen op het terrein te verwarmen. Over drie jaar willen we heel The Green Village voorzien hebben van lokaal opgewekte energie uit hernieuwbare bronnen. Als dat lukt, willen we het graag opschalen naar buurt-/wijkniveau.’

Behoefte aan speelruimte en personeel

Voor een grootschalige overgang naar energie-autonome wijken is het noodzaak dat ook de politiek in beweging komt. Er zijn nog veel juridische beperkingen, vooral rond het gebruik van waterstof. ‘Zowel de warmte-, elektriciteits-, als gaswet lopen achter op de technologie,’ zegt Kreijns. ‘Er is een sterke behoefte aan meer speelruimte van politiek Den Haag om de innovaties te kunnen doorontwikkelen.’

Daarnaast dreigt een groot gebrek aan geschoold personeel. Ook is het belangrijk dat het nieuwe energiesysteem economisch haalbaar is én geaccepteerd wordt door bewoners. Kreijns: ‘Hier neemt The Green Village een unieke positie in als living lab. Er wonen momenteel twaalf mensen, en hun gebruikservaring is erg waardevol bij de ontwikkeling van een gebruiksvriendelijk systeem.’

Een centrale rol in het project is weggelegd voor het Electronic Management System (EMS). Het EMS gaat de verschillende technische onderdelen aansturen. Zo’n geïntegreerd systeem bestaat nu nog niet.

Technische uitdaging

De grote technische uitdaging ligt in het aan elkaar knopen van allerlei componenten, en de aansturing daarvan. Elektriciteit, gas en warmte stromen nu nog apart van elkaar door de straat, maar dat gaat veranderen. Een stabiel, duurzaam energiesysteem vraagt om conversies tussen elektriciteit, waterstof en warmte, met elk zijn eigen buffermogelijkheden. Ook heb je bijvoorbeeld omvormers nodig om zonnepanelen, die gelijkstroom leveren, te kunnen aansluiten op een netwerk van wisselstroom.

Een centrale rol in het project is weggelegd voor het Electronic Management System (EMS). Het EMS gaat de verschillende technische onderdelen aansturen. Daarbij rekening houdend met zoveel mogelijk variabelen, zoals het weer op dat moment, de weersvoorspelling en de te verwachten vraag en aanbod. Schmitz: ‘Het EMS moet met intelligente algoritmes vragen als Ga ik de nu opgewekte energie omzetten in waterstof of moet ik eerst de elektrische auto opladen? beantwoorden. Zo’n geïntegreerd systeem bestaat nu nog niet, maar is cruciaal om er zeker van te zijn dat de leverbetrouwbaarheid van dit nieuwe, lokale, CO2-vrije systeem straks net zo groot is als de leverbetrouwbaarheid van het conventionele systeem. Nederland is gewend aan meer dan 99,9 procent leverbetrouwbaarheid, dat moeten we wel evenaren.’

Tech for Energy

We staan in Nederland aan het begin van een enorme energietransitie. Om onze CO2-uitstoot te verminderen, de opwarming van de aarde te beperken en hiermee een leefbare planeet achter te laten voor toekomstige generaties. Dag in dag uit werken wetenschappers aan de TU Delft aan projecten die dit proces versnellen. Met de campagne ‘Tech for Energy’ draagt het Universiteitsfonds Delft bij aan deze onderzoeken en aan de ambitie van de universiteit om hierin in Nederland een voortrekkersrol te nemen. Het eerste project dat het Universiteitsfonds ondersteunt is het 24/7 Energy Lab. Lees via de link hieronder meer over de Tech for Energy-campagne van het Universiteitsfonds.

Verjaardag

Vanaf vandaag, 14 januari 2022 viert de TU Delft haar 180-jarig bestaan. Ter gelegenheid daarvan staat de universiteit stil bij haar actieve rol in de energietransitie, en vooral bij de versnelling daarvan.

Het 24/7 Energy Lab is het tweede laboratorium dat de TU Delft in korte tijd opent. Om het elektriciteitsnet klaar te stomen voor de toekomst werd op 1 oktober 2021 het Electrical Sustainable Power Lab (ESP Lab) in gebruik genomen. De grote ambities en uitdagingen op het gebied van de energietransitie in de stedelijke omgeving komen allemaal samen in het 24/7 Energy Lab. Mocht het slagen, dan profiteert iedere wijk in Nederland er straks van.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De installatie, die staat op het terrein van de waterkrachtcentrale van RWE aan een stuwmeer bij Herdecke in Duitsland, kan in totaal zo’n 4,5 megawattuur aan elektriciteit opslaan. De ‘second life’ accu’s van de installatie zijn afkomstig van e-tron ontwikkelingsauto’s. Na hun eerste leven tijdens de testfases in de auto hebben ze nog een restcapaciteit van meer dan 80 procent. Dit maakt deze gebruikte accu’s perfect voor toepassing in stationaire energieopslagsystemen. Afhankelijk van het gebruik hebben ze nog een levensduur van maximaal tien jaar. Bovendien zijn ze beduidend goedkoper dan compleet nieuwe accu’s.

Introductie van meer dan 20 volledig elektrische modellen

CO2-neutrale mobiliteit is het ultieme doel van Audi. Het plan om in de periode van nu tot en met 2025 meer dan 20 volledig elektrische modellen te lanceren, is een belangrijke stap in deze richting. De ambities van Audi gaan echter verder dan alleen het aanbieden van emissievrij rijdende auto’s. Zo wil Audi met RWE de mogelijkheden demonstreren die er zijn voor het milieuvriendelijke gebruik van second life hoogspanningsaccu’s en hun intelligente integratie in het elektriciteitsnet van de toekomst. Audi werkt ook aan plannen om accu’s na dit tweede leven zo efficiënt mogelijk te recyclen.

Batterijopslagsystemen

Accu-opslag speelt een essentiële rol in de energierevolutie. Hierbij zijn flexibele opslagtechnologieën nodig om schommelingen in het opwekken van hernieuwbare energie op te vangen en het net te stabiliseren. Batterijopslagsystemen zijn hiervoor bij uitstek geschikt. Een second life accu is hierbij een duurzaam alternatief voor een gloednieuwe accu.

RWE gaat de learnings van het pilot project in Herdecke toepassen bij het bouwen en exploiteren van grotere opslagfaciliteiten op basis van gebruikte EV-accu’s. Hier zal men een innovatieve technologie implementeren waarbij twee modules in serie worden geschakeld.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Partner

Deloitte en Groendus gaan samenwerken op het gebied van energie-inkoop en -verbruik. Deloitte koopt voortaan voor drie van haar Nederlandse vestigingen rechtstreeks stroom in bij verschillende duurzame energieproducenten. Groendus koppelt deze producenten aan Deloitte op basis van het verbruik van de vestigingen om zoveel mogelijk uurlijkse gelijktijdigheid te realiseren.

Gelijktijdigheid is de toekomst

Zowel Deloitte als Groendus hebben een sterke visie op de transitie van fossiele naar hernieuwbare energie. Hierin staan ideeën over peer-to-peer energielevering en het bevorderen van gelijktijdigheid van opwek en verbruik centraal. Met de samenwerking brengen zij deze ideeën in praktijk.

Groendus ontwikkelde de innovatieve Energiemarktplaats: hier worden vraag en aanbod van groene stroom op basis van uurlijkse gelijktijdigheid gekoppeld, zonder tussenkomst van traditionele energieleveranciers. Deloitte treedt nu toe tot de Energiemarktplaats met de vestigingen in Eindhoven en Utrecht en met hun datacentrum in Amsterdam.

Via de marktplaats bereikt Deloitte naar verwachting 70% gelijktijdigheid door een mix in aanbod van zonne- en windenergie. Dit betekent dat dit aandeel van de stroom wordt verbruikt op de momenten dat deze ook daadwerkelijk wordt opgewekt. De Energiemarktplaats biedt Deloitte een duidelijk beeld van deze verhouding tussen verbruik en opwek. Met dit inzicht kijken de partijen samen welke aanpassingen in energieverbruik de uurlijkse matching verder verhogen.

Transformatie van het energiesysteem

Met een integrale aanpak bouwt Groendus aan een toekomstbestendig energiesysteem. De overgang naar het gebruik van hernieuwbare energiebronnen is hierin cruciaal. Omdat het aanbod van groene stroom veranderlijk is, is het belangrijk dat we de energiemarkt transformeren van vraaggestuurd naar aanbodgestuurd.

René Raaijmakers, CEO Groendus: “We zijn trots dat we Deloitte mogen verwelkomen als deelnemer op onze Energiemarktplaats. Een mooie stap waarmee Deloitte zich onderscheidt als koploper in het versnellen van de energietransitie. Dit gaat veel verder dan het inkopen op basis van garanties van oorsprong om tot een CO2 neutrale bedrijfsvoering te komen. Met de focus op gelijktijdigheid bouwt Deloitte mee aan een écht duurzaam energiesysteem.”

Faciliteren van de energietransitie

Deloitte adviseert veel bedrijven over verduurzaming en het verkleinen van de CO2 voetafdruk. Door toetreding tot de Energiemarktplaats brengen zij hun eigen adviezen over peer-to-peer energielevering in de praktijk. Bovendien verkennen Deloitte en Groendus hoe ze bedrijven samen kunnen inspireren en faciliteren in de energietransitie. Eric Vennix, Partner Deloitte: Wij zijn erg blij met de samenwerking met Groendus. In toenemende mate adviseren we onze klanten over hun verduurzamingsstrategie en het verkleinen van hun CO2 footprint. Graag nemen we hierin dan ook zélf het voortouw. Daarom treden we nu toe tot de Energiemarktplaats waar we peer-to-peer stroom afnemen bij duurzame producenten in Nederland.”

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Milieudefensie eist van 30 bedrijven* een klimaatplan, waarin bedrijven laten zien hoe ze voor 2030 toekomstbestendig worden. Donald Pols, de directeur van Milieudefensie: “Nu dat de rechter Shell dwingt om eigen verantwoordelijkheid te nemen in het oplossen van de klimaatcrisis, is duidelijk dat ook andere grote vervuilers in Nederland snel moeten vergroenen.” Milieudefensie heeft de zaak tegen Shell al gewonnen. De andere grote vervuilers ontvangen vandaag een brief, waarin de vereniging oproept om binnen drie maanden met een concreet en haalbaar klimaatplan te komen. In het plan moeten de vervuilers aangeven hoe ze hun CO2-uitstoot voor 2030 met minimaal 45% verminderen.

Vakkenvullers

De brief is ondertekend door Donald Pols en Neele Boelens, voorzitter van Jongeren Milieu Actief (JMA). Zij gaan vandaag samen naar Ahold om de brief te overhandigen. “Veel mensen van mijn leeftijd hebben een bijbaan als vakkenvuller of bezorger bij Albert Heijn, maar hebben geen invloed op het beleid van hun werkgever. Maar het bedrijf vergroent niet snel genoeg, alsof het de huidige klimaatcrisis wereldwijd niet ziet. Wij jongeren voeren samen met omwonenden actie tot alle CEO´s ons horen, want wij willen dat de klimaatcrisis stopt.” Leden van JMA gaan vandaag bij verschillende bedrijven langs om de brief af te leveren.

Klimaatzaak schept nieuwe realiteit

Pols: “30 meetbare vergroeningsplannen zijn nodig om gevaarlijke klimaatverandering te stoppen. Het vonnis in de rechtszaak tegen Shell onderstreept de verantwoordelijkheid van bedrijven in het oplossen van de klimaatcrisis, nationaal en internationaal. Wij vragen CEO´s ook te denken aan hun morele verantwoordelijkheid. Zorg ervoor dat werknemers én omwonenden weer trots kunnen zijn op deze bedrijven.” Ook het klimaatakkoord van Parijs dat in 2015 is ondertekend, benadrukt de verantwoordelijkheid van vervuilende bedrijven.

Juridische stappen

Als de bedrijven niet binnen de gestelde termijn met een concreet en rechtvaardig klimaatplan komen, beraadt Milieudefensie zich op verdere stappen. Pols: “Wij blijven strijden tegen gevaarlijke klimaatverandering en blijven de druk bij deze 30 grootvervuilers opvoeren, tot zij bijdragen aan de oplossing.”

* Dit zijn de 30 grootvervuilers: ABN AMRO, ABP, Aegon, AholdDelhaize, AkzoNobel, Atradius, BAM Groep, Boskalis Westminster, BP, Dow, DSM, Exxon Mobil, FrieslandCampina, ING Groep, KLM, LyondellBasell, NN Group, PfZW, Rabobank, RWE, Schiphol, Shell, Stellantis, Tata Steel, Unilever, Uniper, Vion, Vitol, Vopak, Yara.

Download de brief inclusief criteria waaraan een klimaatplan moet voldoen (pdf)

 

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Climate risks dominate global concerns as the world enters the third year of the pandemic. According to the Global Risks Report 2022, while the top long-term risks relate to climate, the top shorter-term global concerns include societal divides, livelihood crises and mental health deterioration. Additionally, most experts believe a global economic recovery will be volatile and uneven over the next three years.

Now in its 17th edition, the report encourages leaders to think outside the quarterly reporting cycle and create policies that manage risks and shape the agenda for the coming years. It explores four areas of emerging risk: cybersecurity; competition in space; a disorderly climate transition; and migration pressures, each requiring global coordination for successful management.

“Health and economic disruptions are compounding social cleavages. This is creating tensions at a time when collaboration within societies and among the international community will be fundamental to ensure a more even and rapid global recovery. Global leaders must come together and adopt a coordinated multistakeholder approach to tackle unrelenting global challenges and build resilience ahead of the next crisis,” said Saadia Zahidi, Managing Director, World Economic Forum.

Carolina Klint, Risk Management Leader, Continental Europe, Marsh, said: “As companies recover from the pandemic, they are rightly sharpening their focus on organizational resilience and ESG credentials. With cyber threats now growing faster than our ability to eradicate them permanently, it is clear that neither resilience nor governance are possible without credible and sophisticated cyber risk management plans. Similarly, organizations need to start understanding their space risks, particularly the risk to satellites on which we have become increasingly reliant, given the rise in geopolitical ambitions and tensions.”

Peter Giger, Group Chief Risk Officer, Zurich Insurance Group, said: “The climate crisis remains the biggest long-term threat facing humanity. Failure to act on climate change could shrink global GDP by one-sixth and the commitments taken at COP26 are still not enough to achieve the 1.5 C goal. It is not too late for governments and businesses to act on the risks they face and to drive an innovative, determined and inclusive transition that protects economies and people.”

The report closes with reflections on year two of the COVID-19 pandemic, yielding fresh insights on national-level resilience. The chapter also draws on the World Economic Forum’s communities of risk experts – the Chief Risk Officers Community and Global Future Council on Frontier Risks – to offer practical advice for implementing resilience for organizations.

TheGlobal Risks Report 2022 has been developed with the invaluable support of the World Economic Forum’s Global Risks Advisory Board. It also benefits from ongoing collaboration with its Strategic Partners, Marsh McLennan, SK Group and Zurich Insurance Group, and its academic advisers at the Oxford Martin School (University of Oxford), the National University of Singapore and the Wharton Risk Management and Decision Processes Center (University of Pennsylvania).

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Marjolein Dieperink, partner en advocaat bij AKD Benelux Lawyers, is per 1 januari benoemd tot bijzonder hoogleraar op de leerstoel ‘Klimaatverandering en Energietransitie’ aan de rechtenfaculteit van de Vrije Universiteit Amsterdam.

De leerstoel richt zich op het juridisch kader voor projecten die nodig zijn voor een CO2-neutrale samenleving. Deze projecten vragen om private investeringen binnen publieke kaders. Rode draad in het onderzoek en onderwijs binnen de leerstoel vormt daarom het te borgen evenwicht tussen publieke belangen als duurzaamheid en leveringszekerheid enerzijds en private belangen als investeringszekerheid en redelijke doorlooptijden anderzijds. Dit evenwicht dient zich te manifesteren in rechtszekere, efficiënte en toekomstbestendige wet- en regelgeving.

Onderzoekslijnen

De leerstoel van Dieperink omvat meerdere onderzoekslijnen. Eén daarvan betreft het identificeren van de overkoepelende thema’s en uitgangspunten van klimaat- en energiewetgeving. Bijvoorbeeld wat betreft publiek-private samenwerking, een gelijk speelveld voor marktpartijen en financiële participatie. Een tweede onderzoekslijn ziet op het stroomlijnen en versnellen van de overheidsbesluitvorming over klimaat- en energieprojecten. Bijvoorbeeld door de verdelingsprocedures voor schaarse vergunningen, subsidies en netcapaciteit beter op elkaar af te stemmen.

Maatschappelijke urgentie

De leerstoel is ingesteld door AKD. Met het instellen van deze leerstoel adresseren AKD en de VU de maatschappelijke urgentie van de klimaatverandering en de energietransitie en beogen zij door onderwijs en onderzoek een bijdrage te leveren aan het CO2-neutraal maken van de samenleving. De leerstoel zal worden gevestigd aan het Centre for Public Contract Law & Governance van de VU.

Marjolein Dieperink studeerde rechten aan de Universiteit Utrecht. Sinds 2001 is zij advocaat. In de periode 2006 – 2010 deed Dieperink daarnaast onderzoek naar verhandelbare ontwikkelingsrechten, waarop zij in 2010 cum laude promoveerde aan de VU. Voor haar dissertatie deed zij onderzoek naar de werking van verhandelbare ontwikkelingsrechten in de Verenigde Staten.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Met plannen voor fossielvrije vrachtwagens, groene stroom en energiezuinige oplossingen verhoogt zuivelcoöperatie Arla Foods de CO2e-reductiedoelstelling voor haar bedrijfsactiviteiten van 30% naar 63%. Het Science Based Targets-initiatief oordeelt dat dit consistent is met de benodigde reducties om binnen de opwarming van de aarde van 1,5°C te blijven.

Na Klimaatchecks te hebben geïmplementeerd op bijna 8.000 Arla-melkveehouderijen, met als doel om de vermindering van broeikasgassen op melkveehouderijniveau te versnellen, doet Arla Foods nu een schepje bovenop haar maatregelen op het gebied van productie en logistiek om klimaatverandering verder tegen te gaan.

Van 30% naar 63% reductie in Scope 1 en 2

Met een nieuwe doelstelling om tegen 2030 de uitstoot van productie, logistiek en energieverbruik met 63% te verminderen ten opzichte van het basisjaar 2015, verdubbelt Arla Foods haar eerdere doelstelling van 30% reductie voor de interne waardeketen. Tussen 2015 en 2020 heeft Arla Foods de uitstoot van haar activiteiten met 24% verminderd. De vervolgplannen bestaan uit een overgang naar fossielvrije brandstoffen voor de volledige vloot melktankwagens en distributievrachtwagens, een verschuiving naar hernieuwbare stroom en energiezuinige oplossingen voor de productievestigingen en kantoren van het bedrijf. De in 2019 gestelde C02e-reductiedoelstelling op boerderijniveau (scope 3) blijft ongewijzigd op 30% per kilogram rauwe melk. De doelstelling voor de melkveehouderijen is een cruciale factor in de totale verbintenis van Arla Foods aan het 1,5°C-doel.

Goedkeuring van Science Based Targets-initiatief

De nieuwe doelstelling voor 2030 is goedgekeurd door het Science Based Targets-initiatief (SBTi). Dat oordeelt dat deze consistent is met de reducties die vereist zijn voor scope 1 en 2 om de mondiale opwarming tot 1,5°C te beperken, het meest ambitieuze doel van het Klimaatakkoord van Parijs. Arla Foods is één van de slechts 61 voedsel- en drankverwerkers wereldwijd en één van de eerste zuivelcoöperaties ter wereld met een doelstelling van 1,5°C die is goedgekeurd door het SBTi.

Aanzienlijke investeringen in duurzaamheidsactiviteiten

Arla Foods blijft investeren in duurzaamheidsactiviteiten in haar gehele waardeketen als onderdeel van haar nieuwe bedrijfsstrategie Future26. Zoals eerder gecommuniceerd, is de zuivelcoöperatie bereid om haar totale investeringen met 40% te verhogen tot 4 miljard euro. Duurzaamheid is een belangrijk investeringsgebied. Arla Foods Nederland zet al een aantal jaren in op verlaging van de voetafdruk in de hele keten, o.a. met de introductie van duurzamere verpakkingen met een lagere voetafdruk en zal ook in de nabije toekomst nieuwe investeringen doen om extra maatregelen te treffen.

De drie emissiescopes van Arla Foods op basis van de definitie van het GHG-protocol:

  • Scope 1-emissies hebben betrekking op de activiteiten onder Arla Foods’ directe controle. Ze omvatten transport met voertuigen van Arla Foods en uitstoot van Arla Foods’ productiefaciliteiten.
  • Scope 2-emissies zijn de indirecte emissies die worden veroorzaakt door de energie die Arla Foods inkoopt, bijvoorbeeld elektriciteit, stoom, verwarming of koeling.
  • Scope 3-emissies zijn afkomstig van aangekochte goederen en diensten (bijv. rauwe melk van melkveehouders en verpakkingsmaterialen), winning en productie van brandstoffen, extern transport en de verwerking van afval van de fabrieken van Arla Foods.
Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Nobian, een leider in essentiële chemicaliën, en Vulcan, een Australisch mijnbouwbedrijf dat zijn eerste Zero Carbon Lithium™ en hernieuwbare energieproject ontwikkelt in Duitsland, starten een pilotproject om de haalbaarheid van de productie van lithiumhydroxide uit lithiumchloride te onderzoeken. Lithium is een belangrijke grondstof voor de snelgroeiende Europese markt voor batterijen en elektrische voertuigen (EV).

Strategisch partnerschap voor de productie van lithiumhydroxide voor batterijen

In het pilotproject zal Nobian, in samenwerking met Vulcan, zijn jarenlange expertise in chloor-elektrolyse inzetten voor de productie van lithiumhydroxide uit lithiumchloride. Hiertoe zal een testinstallatie worden geplaatst op de locatie van Nobian in Frankfurt, dicht bij de geothermische lithiumvoorraden van Vulcan. De testinstallatie zal door Vulcan worden geëxploiteerd met ondersteuning van Nobian en naar verwachting in het derde kwartaal van 2022 operationaal zijn. Met behulp van de testinstallatie zal de haalbaarheid van een commerciële lithiumfabriek worden beoordeeld. Ook wordt gekeken naar afnamemogelijkheden voor chloor en waterstof, bijproducten van het elektrolyseproces.

Nobian en Vulcan

Dr. Jürgen Baune, Vice-President Chlor-Alkali en Managing Director Nobian Germany: “We zijn zeer enthousiast over onze samenwerking met Vulcan. Het stelt Nobian in staat om een belangrijke leverancier te worden van grondstoffen aan de batterij-industrie en om onze portfolio verder te versterken. Naast lithium betreft dit bijvoorbeeld ook loog, zoutzuur en hypochloriet, waarbij Nobian sterke marktposities heeft om ook de bijproducten chloor en waterstof af te zetten. ”

Vulcan’s Managing Director Dr. Francis Wedin: “Deze overeenkomst met een van de grootste chlooralkaliproducenten in Europa versterkt de operationele ervaring en kennis over elektrolyse binnen het Zero Carbon Lithium™ Project. Onze samenwerking met Nobian is onderdeel van onze strategie om synergieën te creeren met bestaande chemieproducenten. De kennis en ervaring van Nobian zal bijdragen aan het bereiken van onze doelstelling om in 2024 te starten met de productie van ons Zero Carbon Lithium™ Project.”

Kansen in de snelgroeiende Europese markt voor lithium en elektrische auto’s

Met de samenwerking versterken Nobian en Vulcan hun positie voor de levering van lithium aan de snelgroeiende batterijmarkt in Europa. Zo’n tweederde van al het lithium wordt gebruikt in batterijen. Door de combinatie van Nobian’s jarenlange expertise in natrium chloride-elektrolyse en Vulcan’s toegang tot de grootste lithiumbron in Europa, gelegen in het hart van de Europese batterij-industrie, ontstaat meerwaarde. Vulcan heeft kennis over duurzame lithiumproductie en reeds afnameovereenkomsten gesloten met toonaangevende autofabrikanten, waaronder Stellantis, Volkswagen, Renault en anderen.

Door de sterke vraag naar elektrische voertuigen is Europa de snelstgroeiende lithiummarkt ter wereld, echter zonder een lokale productie van lithium. Het pilotproject ondersteunt daarom de ambitie van de EU om minder afhankelijk te worden van de import van grondstoffen en technologie, bijvoorbeeld door de bouw van Europese batterijfabrieken en lokale productie en inkoop ­­­van lithium.

Lithiumvoorraden in Europa

Lithium transporteert de elektrische energie in een batterij en is een essentiële component in oplaadbare batterijen. Voor gebruik in batterijen voor elektrische voertuigen wordt lithiumchloride gewonnen uit de geothermische pekel van Vulcan met behulp van het Direct Lithium Extraction (DLE)-proces. Hierna wordt dit met elektrolyse en zonder gebruik van fossiele brandstoffen omgezet in lithiumhydroxide. Voor dit doel ontwikkelt Vulcan verschillende geothermie-installaties, aangrenzende DLE-installaties en een centrale lithiumhydroxidefabriek bij de geothermische lithiumreservoirs in het Boven-Rijndal gebied in Duitsland.

Duurzame batterij- en EV-productie

De samenwerking met Vulcan ondersteunt de duurzaamheidsambitie van Nobian om in 2040 CO2-neutraal te zijn en om samen met partners groener te groeien (growgreenertogether.com) . De lithiumproductie van Vulcan is gebaseerd op een CO2-neutraal productieproces. De samenwerking draagt ook bij aan Europese en Duitse klimaatdoelen voor 2050, o.a. door de elektrische en groene mobiliteit te vergroten.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

We kunnen bijna 100 miljard ton CO₂ uit de atmosfeer halen nog voor de eeuw om is. Dat wil zeggen, als hoge-inkomenslanden overschakelen op een plantaardig dieet. Landbouwgrond voor veeteelt terugbrengen in zijn oorspronkelijk staat levert dubbele koolstofwinst op: gelijk aan ongeveer 14 jaar agrarische uitstoot. Dat schrijven onderzoekers van de Universiteit Leiden in Nature Food.

De oppervlakte die nodig is om dieren te laten grazen en veevoer te verbouwen is enorm: ongeveer 80% van alle landbouwgrond, of 35% van de totale bewoonbare grond in de wereld. Een internationaal onderzoeksteam onder Leidse leiding heeft berekend dat hoge-inkomenslanden dit percentage significant kunnen terugbrengen door af te stappen van dierlijke producten. Uitgestrekte gebieden kunnen dan weer terugkeren naar hun natuurlijke staat, met wilde planten en bomen die koolstof aan de atmosfeer onttrekken. ‘Dit is misschien wel een van onze grootste kansen voor het verbeteren van milieu én gezondheid’, zegt eerste auteur Zhongxiao Sun van de China Agricultural University. ‘Een snelle overstap naar plantaardige diëten zou de samenleving echt kunnen helpen om binnen de milieulimieten te blijven.’

Geen excuus voor landen met hoge inkomens

Het internationale team onderzocht hoeveel oppervlakte we kunnen besparen als 54 hoge-inkomens landen overschakelen op het EAT-Lancet ‘planetair dieet’, een dieet met veel plantaardig voedsel dat ook goed is voor de gezondheid.

‘We keken naar regio’s met hogere inkomens omdat die genoeg plantaardige opties hebben voor eiwitten en andere voedingsbehoeften’, aldus Paul Behrens van de Universiteit Leiden, senior auteur van het onderzoek. ‘In regio’s met lagere inkomens consumeren mensen minder dierlijke eiwitten en rekenen ze er vaak wel op voor hun gezondheid.’

Als deze welvarende landen overstappen op plantaardige voeding, zou de jaarlijkse uitstoot van landbouw met 61% dalen, berekenden de onderzoekers. Als de landen daarnaast ook akker- en weidegrond naar hun natuurlijke staat terugbrengen, kunnen ze nog eens 98,3 miljard ton extra CO2 uit de atmosfeer halen. Een grote bijdrage aan het wereldwijde voornemen om de planeet niet meer dan 1,5°C te laten opwarmen.

Koolstof is slechts het begin

‘Het is een uitstekende kans om verdere opwarming van het klimaat te beperken’, zegt Behrens. ‘Maar het heeft ook grote voordelen voor water- en luchtkwaliteit, biodiversiteit en de toegankelijkheid van onze natuur, om een paar voorbeelden te noemen. Er zijn honderden onderzoeken die aantonen hoe belangrijk het is voor onze gezondheid om in de natuur te zijn. Met deze veranderingen komen er uitgestrekte stukken land vrij voor re-wilding dichtbij woonplaatsen.’

‘Het is van belang dat we landbouwsubsidies zo inrichten dat ze gaan naar boeren die biodiversiteit beschermen en CO2 vastleggen’, aldus Behrens. ‘Een rechtvaardige voedseltransitie is alleen mogelijk door goed te zorgen voor boerengemeenschappen. We hoeven niet puristisch te zijn, alleen al het vermínderen van de dierlijke voedselinname zou helpen. Stel je eens voor dat de helft van de populatie in rijkere regio’s de helft van de dierlijke producten uit hun dieet zou schrappen. Ook dan is dit nog steeds een niet te missen kans op het gebied van milieu en volksgezondheid.’

Het gepubliceerde artikel is te vinden in Nature Food DOI Nummer: 10.1038/s43016-021-00431-5

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Damen Shipyards Group heeft de Skoonbox overgenomen van Skoon Energy. ’s Werelds eerste maritiem gecertificeerde, multifunctionele batterijcontainer zal worden gebruikt om hernieuwbare energie te leveren op de eigen werven voor toepassingen waar momenteel voornamelijk dieselgeneratoren of scheepsmotoren worden gebruikt. Deze 20-voets container is de eerste stap naar Damen’s duurzame batterijnetwerk voor mobiele en tijdelijke toepassingen. Op termijn kan het mogelijk ook worden ingezet voor klanten wereldwijd.

Tijdens de Wereldhavendagen 2018 is de Skoonbox onthuld en sindsdien zijn er grote ontwikkelingen geweest. De batterijcontainer bevat 314 lithiumbatterijen, goed voor 638 kWh duurzame energie. De Skoonbox wordt de afgelopen jaren voor tal van toepassingen in het Amsterdamse Havengebied ingezet. Door de Skoonbox bijvoorbeeld in een binnenschip te plaatsen, kregen we een drijvende batterij die groene stroom heeft geleverd aan een reeks schepen.

“De Skoonbox, en de schone energiesystemen die in het kielzog daarvan komen, bieden ons enorme kansen om onze ecologische voetafdruk en die van onze klanten te verkleinen”, legt Vincent de Maat van Damen Shipyards Group uit. “Dit is een duurzame vervanging voor dieselgeneratoren, maar kan ook worden gebruikt als groene vorm van walstroom, waardoor schepen die op onze reparatiewerven liggen, hun boordmotoren kunnen uitschakelen. Dat scheelt een hoop uitstoot.”

Digitaal platform

“Onze focus ligt op de ontwikkeling van Skoon Sharing, het softwareplatform dat zowel lokale als internationale vraag en aanbod van mobiele, duurzame energieoplossingen bij elkaar brengt”, zegt Peter Paul van Voorst tot Voorst, de CEO en oprichter van Skoon Energy. “De Skoonbox-ervaring heeft ons een enorme hoeveelheid onmisbare data en inzichten opgeleverd. Als onderdeel van onze langetermijnvisie is het niet ons doel om hardware-eigenaren te zijn. Onze kracht is het ontwikkelen van klantvriendelijke en commercieel schaalbare software en AI. Zo realiseren we gemakkelijke toegang tot schone energie, waar dan ook.”

Share Button

[ad_2]

Source link

Berichten paginering