[ad_1]

Wat te doen met al die bladen van windmolens die de komende jaren worden afgeschreven? Recycling leek bijna onmogelijk. Tot nu. Op 17 februari partijen sluiten in de Eemshaven een convenant dat de start betekent van een gesloten keten van aanvoer, ontmanteling en hergebruik van windmolenbladen.

Ze worden gestort, ze worden begraven in mijnen, ze zorgen voor hoofdbrekens. De vooral uit composiet vervaardigde windmolenbladen die overal in de wereld energie opwekken, vormen na hun werkend leven een dilemma. Met de bladen lijkt niets meer te beginnen. De oplossing van dat probleem komt aanzienlijk naderbij nu verschillende bedrijven, onderwijsinstellingen en organisaties de handen ineenslaan en recycling tóch mogelijk maken. Daarmee heeft de Eemshaven de wereldprimeur.

Decom North heet het consortium dat uniek is in zijn veelomvattendheid. De aangesloten bedrijven vormen samen een complete waardeketen van ontmanteling tot nieuw product. Zij ontmantelen de afgeschreven windmolens en vervoeren de rotorbladen naar de recyclingfabriek in of bij de Eemshaven. Daar worden de bladen in stappen verkleind tot er uiteindelijk korrels overblijven. Die vormen de grondstof van nieuwe producten, zoals oeverbeschoeiingen, mallen, bruggen, kraanmatten en meer.

De handtekeningen die worden gezet, lanceren een revolutie die hard nodig is in het kader van natuur, milieu en klimaat. Binnen enkele jaren zijn de honderden windmolens op zee ten Noorden van de Eemshaven onderdeel van het integrale recyclingsysteem. Een proeffabriek nabij de terminal draait dan op volle toeren. De grondstoffen die zo tot stand komen, nemen de plek in van onder meer hardhout, met milieu- en klimaatwinst als gevolg.

Totdat het zover is, wendt het consortium zich tot Neocomp in Bremen. Dat bedrijf verwerkt de glasvezels en kunsthars uit geknipte rotorbladen in cement. Het systeem van een ‘one stop shop’ voor de verwijdering van afgeschreven rotorbladen wordt daarmee al in de praktijk gebracht. De stromen van land en van zee vinden elkaar straks in de Eemshaven, waar overigens ook rotorbladen gerepareerd kunnen worden. Over de stip op de horizon zijn de aangesloten partijen, waaronder Chemport Europe, het eens: oude windmolenbladen moeten worden gerecycled in nieuwe windmolenbladen. Om dat zo snel mogelijk voor elkaar te krijgen, is er in de proeffabriek volop ruimte voor onderzoekers en studenten in het kader van het Kennisproject Hoogwaardige Toepassingen. Zij bezien ook of meer soorten materiaal via hetzelfde proces verwerkt kunnen worden.

Tijdens een programma op donderdag 17 februari wordt de business case gepresenteerd en overhandigd aan de Groningse gedeputeerde IJzebrand Rijzebol, in Nijlicht in Eemshaven.

HorYzon en Hogeschool Windesheim stelden de businesscase op, waarin Chemport Europe, Groningen Seaports en het Offshore Wind Innovation Centre een belangrijke rol spelen, net als de bedrijven Buss Terminal, Mammoet, Lubbers Transport, DHSS Eemshaven, Bek & Verburg, Nehlsen metaalrecycling, CRC Industries, SCS Logistics/Shipco Transport en Nedcam Solutions.

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

RWE en Neptune Energy maken vandaag bekend dat zij gezamenlijk in een consortium stappen met de intentie om het offshore groene waterstof project “H2opZee” vóór 2030 te gaan ontwikkelen. Daartoe hebben beide partijen een Joint Development Agreement ondertekend.

H2opZee is een demonstratieproject gericht op de bouw van 300-500 megawatt (MW) elektrolyzer capaciteit ver op de Noordzee, voor de productie van groene waterstof met offshore wind. Deze waterstof zal vervolgens door een bestaande pijpleiding naar land worden getransporteerd. De pijpleiding kent een capaciteit van 10-12 gigawatt (GW) en is daarmee al geschikt voor de verdere uitrol van groene waterstofproductie naar gigawatt-schaal op de Noordzee. De intentie is om in het tweede kwartaal van dit jaar de haalbaarheidsstudie te starten. Dit project is een initiatief van TKI Wind op Zee.

H2opZee bestaat uit twee fases. In de eerste fase wordt een haalbaarheidsstudie uitgevoerd en wordt een toegankelijk kennisplatform opgezet. Het doel hiervan is om de uitrol van waterstof op zee in Nederland op te starten. In de tweede fase wordt het project na een nog nader te definiëren tendermethodologie daadwerkelijk gerealiseerd.

Roger Miesen, RWE Country Chair Nederland: “Waterstof is een gamechanger in het CO2-vrij maken van energie-intensieve sectoren en H2opZee is één van de eerste projecten ter wereld op deze schaal. Met Neptune Energy aan onze zijde willen we het H2opZee-project ontwikkelen om te laten zien dat offshore wind een ideale partner kan zijn voor de grootschalige productie van groene waterstof en om te onderzoeken wat de beste aanpak is met betrekking tot systeemintegratie. Als RWE hebben we een track record van 20 jaar in offshore wind en hebben we de waterstofexpertise in de hele waardeketen onder één dak. We zijn ervan overtuigd dat de lessen uit het H2opZee-demonstratieproject zullen bijdragen aan het verder ontwikkelen van de waterstofeconomie in Nederland, aangezien dit een belangrijke stap is op weg naar de grootschalige uitrol van groene waterstofproductie offshore.”

Lex de Groot, Managing Director van Neptune Energy Netherlands“Wij zien in de toekomstige energievoorziening een belangrijke rol voor groene waterstof. Die kan op onze eigen Noordzee geproduceerd worden. De energietransitie kan sneller, goedkoper en schoner als we bestaande gasinfrastructuur integreren in nieuwe systemen. Deze infrastructuur is technisch geschikt. Daardoor is er bijvoorbeeld geen nieuwe pijpleiding op zee nodig en hoeft er geen nieuwe aanlanding door het kustgebied gemaakt te worden. Met de PosHYdon pilot zijn we één van de koplopers op dit gebied van offshore energie systeemintegratie en hergebruik. De lessen die uit dit project geleerd worden zijn van toepassing op H2opZee. Hoe sneller we groene waterstof op zee kunnen opschalen, hoe sneller industrie zoals chemie en staalproductie kan verduurzamen. Met H2opZee wordt Nederland koploper in de wereld op dit gebied. Vandaar dat we samen met RWE enthousiast zijn over H2opZee en wat het Nederland te bieden heeft.”

Over H2opZee

H2opZee realiseert 300-500 MW additionele groene-waterstof-uit-zee-capaciteit gecombineerd met een bestaande pijpleiding die in de toekomst voor 10-12 GW kan worden benut. Dit offshore demonstratieproject is wereldwijd het eerste op deze schaal. De kennis en expertise die hiermee wordt opgedaan, versterkt de concurrentiepositie van de Nederlandse industrie, helpt de wind- en groene waterstof productiewaardeketen naar Nederland te trekken en levert technologie en kennis die wereldwijd kan worden geëxporteerd.

H2opZee is een van de 37 voorstellen die zijn ingediend voor de 2e ronde van het Nationaal Groeifonds. Daarvan zijn nu 35 door. Consortiumpartners RWE en Neptune Energy hebben dit initiatief vanaf de eerste minuut omarmd. Het kernconsortium van H2opZee is juist klein en daadkrachtig gehouden. Daarom heen komt een schil voor kennisdeling met de industrie. Bedrijven kunnen zich aansluiten; bijna 40 relevante organisaties tekenden reeds een support letter.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De Reclame Code Commissie (RCC) vindt het “niet te rechtvaardigen” dat Shell zich in reclames profileert als “aanjager – laat staan een van de grootste aanjagers van hernieuwbare energie”. Dat maakt de reclamewaakhond deze week bekend aan de klager. Afgelopen donderdag werd Shell al twee keer op de vingers getikt voor andere misleidende zinsneden in dezelfde reclamecampagne ‘Wij veranderen’. Dit leidde tot Kamervragen aan minister Jetten.

De klacht gaat over de campagne waarin Shell stelt ‘We veranderen, in één van de grootste aanjagers van de energietransitie.’ Uit het oordeel van de RCC: “De zinsnede “We veranderen in..” suggereert dat de nieuwe situatie (hernieuwbare energie) in de plaats komt van de oude situatie (fossiele brandstoffen). Daarvan kan niet worden gesproken zolang Shell haar investeringen in fossiele projecten vrijwel onverminderd voortzet.”

Aanjager van klimaatdestructie

De klacht was ingediend door musicus en wetenschapper Jos Koning. Bij het zien van de beslissing dacht hij: “Gerechtigheid! Een multinational die decennia lang willens en wetens de energietransitie heeft tegengewerkt kan zich geen aanjager noemen. Het enige dat Shell heeft aangejaagd is de destructie van het klimaat. Niet Shell is de aanjager van de transitie, maar de milieubeweging!”

1 reclamecampagne, 3x berispt

Femke Sleegers van Reclame Fossielvrij is blij met de uitspraak. “Dit is ongekend. Eén reclamecampagne van Shell – – ‘Wij Veranderen’ is op maar liefst drie punten misleidend bevonden in drie klachten. Vorige week oordeelde de commissie al dat Shells groene waterstof in werkelijkheid grijs is en dat Shell expres vaag is met cijfers. Nu stelt de commissie klip en klaar: Shell is geen aanjager van de transitie, Shell verandert helemaal niet.”

Kamervragen wettelijk verbod

Afgelopen vrijdag stelden GroenLinks, PvdA en Partij voor de Dieren Kamervragen naar aanleiding van de uitspraken van vorige week. Zij vroegen de minister om een verbod op fossiele reclame te onderzoeken. Reclame Fossielvrij strijdt voor zo’n wet, zowel in Nederland als in de EU, met onder andere Greenpeace, WWF en ActionAid. Sleegers: “Het spant erom voor het klimaat. We kunnen het ons niet veroorloven dat de fossiele industrie met reclames twijfel zaait over z’n rol in het verergeren van de klimaatcrisis. Daarom is een wet nodig die fossiele reclames verbiedt. Net als bij tabaksreclames is gebeurd.”

De tot driemaal toe berispte Shell-campagne was eind vorig jaar, in de laatste fase van de kabinetsformatie overal zichtbaar in bushokjes, reclamepanelen en social media. Ook stonden de advertenties paginagroot in alle kranten en werden ze uitgezonden op radio en tv.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De Nederlandse advocaat Roger Cox krijgt de Internationale Vredesprijs “Dresden Prize” 2022. De prijs is een erkenning van zijn baanbrekende bijdrage aan de strijd voor de naleving van wereldwijde klimaatdoelstellingen door middel van het recht. De prijs van 10.000 euro wordt gesponsord door de Klaus Tschira Stichting. Hij wordt uitgereikt door de Verein Friends of Dresden Deutschland e.V.  in samenwerking met de Semperoper Dresden. In mei 2021 won de advocaat Cox een historische zaak voor de Nederlandse rechtbank in Den Haag, waarin hij eiste dat oliemaatschappij Shell haar CO2-uitstoot in 2030 met 45 procent heeft verminderd ten opzichte van 2019. Klimaatbescherming is een mensenrecht, was Cox’ hoofdargument.

Het belangrijkste argument van Cox, die de Nederlandse milieuorganisatie Milieudefensie vertegenwoordigde in de zaak. De rechtbank was het daarmee eens: “Zelfs wanneer staten niets of weinig doen,” zei rechter Larisa Alwin bij het vellen van het vonnis, “hebben bedrijven een verantwoordelijkheid om de mensenrechten te respecteren.”

Voormalig vice-president van de VS en klimaatactivist Al Gore schreef in Time Magazine naar aanleiding van de verkiezing van Roger Cox tot een van de 100 meest invloedrijke personen ter wereld in 2021: “Deze overwinning, in combinatie met Cox’ eerdere baanbrekende zaak die de Nederlandse regering dwong haar emissies tegen 2020 met 25% te verminderen, laat zien dat we niet hoeven te wachten op langzame vooruitgang met betrekking tot ongrijpbare doelen. We hebben de mogelijkheid – en het precedent – om nu concrete klimaatmaatregelen te eisen.”

“Vrede is meer dan de afwezigheid van oorlog. Opkomen voor vrede in tijden van klimaatcrisis betekent verantwoordelijk handelen en strijden voor een humaan en dus vreedzaam leven voor toekomstige generaties. Dit is alleen mogelijk als de vernietiging van de planeet een halt kan worden toegeroepen”, luidt de motivering voor de toekenning van de Dresdenprijs van dit jaar. Roger Cox voegt zich in de rij van eerdere winnaars van de Dresden Vredesprijs. Het zijn allemaal persoonlijkheden die hun tijd zijn ontgroeid. Zoals Olympisch kampioen Tommie Smith (2018), die met opgeheven vuist opkwam voor burgerrechten in tijden van rassendiscriminatie tijdens de Olympische Spelen van 1968 in Mexico. Of zoals de Syrische onderwijsactiviste Muzoon Almellehan (2020) met haar onvermoeibare werk voor betere onderwijskansen voor kinderen in oorlogs- en crisisgebieden.

“Roger Cox is als het ware ook zijn tijd ontgroeid. Hoewel velen het gevaar van klimaatverandering onderkennen, wordt er nog te weinig gedaan. Roger Cox heeft de middelen die hem ter beschikking stonden – wetten en rechtszaken – overtuigend ingezet”, prijst Beate Spiegel, uitvoerend directeur van de Klaus Tschira Stichting, de prestatie van de 2022 laureaat.

Toen Cox in 2015 het klimaatproces tegen de Nederlandse regering won, was hij de eerste die zo’n prestatie leverde. Ook de uitspraak die hij tegen Shell behaalde, was de eerste in zijn soort. Sindsdien hebben zijn successen model gestaan voor veel mensen over de hele wereld die juridische stappen ondernemen tegen inadequaat klimaatbeleid. Zijn pleidooi kan worden gezien als een mijlpaal in de strijd om het klimaat te redden.

Prijsuitreiking

Met het oog op de nog steeds problematische situatie van de corona en de daarmee samenhangende maatregelen om de contacten te verminderen, is het helaas niet mogelijk om Roger Cox de Dresden-prijs uit te reiken tijdens een openbare ceremonie in het Semper Opera House op de oorspronkelijk geplande datum in februari 2022. De openbare huldiging van Roger Cox in de Semperoper zal echter worden ingehaald op 19 februari 2023 tijdens een dubbele prijsuitreiking voor de prijswinnaars van 2022 en 2023.

Dresden Prize

De “Dresden Prize”, gesponsord door de Klaus Tschira Stichting, wordt aangeboden door de Verein Friends of Dresden Deutschland e.V. en zal in 2022 voor de dertiende keer worden uitgereikt. Eerdere winnaars van de internationale vredesprijs zijn onder meer Michail Gorbatsjov, de hertog van Kent, Daniel Ellsberg, de voorvader van de klokkenluiders, en de vredesactiviste Kim Phuc Phan Thi, die als napalm-slachtoffer te zien is op de wereldberoemde foto uit de Vietnamoorlog. In juni 2021 werd de prijs uitgereikt aan de Spaanse arts Cristina Marín Campos, namens de artsen en verpleegkundigen die wereldwijd een opmerkelijke bijdrage hebben geleverd aan de pandemie van Corona.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Suppliers that successfully establish their environmental impacts through accurate measurement are proven to be equipped to set ambitious, timebound goals to reduce them. It is therefore concerning that in 2021 – two years into the Decade of Action – only 2.5% of reporting suppliers have approved science-based targets. CDP’s latest supply chain report finds that more than half of suppliers (56%) did not have any climate targets at all. Additionally, only 28% of companies reported having a low-carbon transition plan in place to meet their climate goals.

The number of suppliers setting any climate targets increased on average 5% per year [1]. By extrapolating this trend to the 56% of suppliers that do not have any climate targets, CDP found that at the current pace, at least another decade is required to ensure that all suppliers reporting in 2021 set any climate target, let alone a science-based target.

Corporate ambition is also lacking when it comes to cascading measurement and action down the supply chain. Companies are insufficiently tracking Scope 3 emissions, despite value chain emissions being more than 11 times greater than emissions resulting from their own operations. Only 38% of disclosing companies engage with their suppliers on climate change, and this drops even further to 16% for water security. Just 47% of downstream companies – traders, manufacturers and retailers – are working beyond their first-tier suppliers to manage and mitigate deforestation risks.

CDP’s new supply chain report, Engaging the chain: driving speed and scale, analyzes environmental data disclosed through CDP in 2021 from 11,400+ corporate suppliers. The report, written in collaboration with Boston Consulting Group (BCG), highlights the urgent need for companies to cascade measurement and action down the entire supply chain, to achieve the speed and scale required to avert environmental crisis.

Sonya Bhonsle, Global Head of Value Chains & Regional Director Corporations at CDP, said: “Our data shows that corporate environmental ambition is still far from being ambitious enough. Alongside that, companies have blinkers on when it comes to assessing their indirect impacts and engaging with suppliers to reduce them. Companies must act urgently to cascade action and manage environmental impacts throughout their supply chains to scale the level of action to secure a 1.5°C future. This is essential for the transition towards a sustainable net-zero, deforestation-free and water-secure economy.”

However, hope is not all lost. There is progress being made when it comes to reporting and taking action on direct environmental impacts. In 2021, 71% of suppliers reported their Scope 1 and 2 emissions in 2021. Suppliers also reported reducing their emissions by 1.8 billion tCO2e (equivalent to emissions from 454 coal power plants running for a year [2]), resulting in savings of US$29 billion. 60% of suppliers disclosed water consumption data and 68% disclosed production and consumption data for palm oil.

Nicolas Hieronimus, CEO of L’Oréal, said, Global warming and environmental changes have the potential to permanently degrade human and natural habitats and create a more unstable world. We cannot address these challenges alone. At L’Oréal, alongside our own sustainable commitments, we are committed to actively supporting our business partners to improve their social and environmental performance and have made participation to CDP mandatory for all our strategic suppliers. We want to inspire others to act, and be a catalyst of change in the beauty sector and beyond.”

In 2021, over 200 CDP Supply Chain members worldwide – major buyers representing US$5.5 trillion in procurement spend – requested 23,487 suppliers to disclose (a 50% increase compared to 2020), resulting in a record 11,400 responses. These suppliers reported that engagement from CDP Supply Chain members drove emissions reduction initiatives totaling 231 million tCO2e.

Helping companies to manage supply chain sustainability and product lifecycles

Recognizing that companies may need additional support getting started with measurement and reporting, CDP’s new report includes a ‘Sustainable Procurement Pathway’ tool, designed to help companies go beyond their first-tier suppliers to manage and mitigate environmental risks inherent within their supply chain. The tool offers a flexible and scalable approach to kickstart the process of leveraging influence from the top down to speed up the rate of change.

There is also a growing trend of buyers wanting to understand their Scope 3 impacts at a product level during the procurement process, but suppliers are currently struggling to provide that information; only 2% of suppliers reported any product-level lifecycle footprints to CDP in 2021. CDP is working with BCG to address this – the partnership will see the launch of the CO2 AI Product Ecosystem, a new product lifecycle platform that will enable companies to effectively collaborate and securely share their product-level sustainability data, driving transparency at scale [3].

Download the report (pdf)

[1] Suppliers that reported through CDP for the first time three years ago and reported for three consecutive years.

[2] EPA Greenhouse Gas Equivalencies Calculator

[3] https://www.bcg.com/press/10february2022-bcg-cdp-b… 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Roompot neemt dit jaar bewust niet meer deel aan de Warmetruiendag. De vakantieaanbieder steunt het duurzame initiatief. Een analyse van de vorige deelnames leerde Roompot dat het laten afkoelen en weer opwarmen van de duurzame kantoren meer energie vraagt dan het op peil houden van een constante temperatuur.

CO2-voetafdruk en restafval halveren

Roompot is een milieubewust bedrijf dat tal van duurzame initiatieven omarmt. Daarbij legt de vakantieaanbieder de focus op initiatieven waarmee het zijn CO2-voetafdruk en het restafval kan halveren tegen 2030. Enkele voorbeelden hiervan zijn een miljoeneninvestering in zonnepanelen, het scheiden van afval en zijn leidende rol tijdens de World Cleanup Day. Met het laatste steunt Roompot ook acties die een positieve impact hebben en het milieubewustzijn van iedereen versterken.

Vorige deelnames aan Warmetruiendag

Vanuit die laatste motivatie nam Roompot de voorbij jaren telkens deel aan de Warmetruiendag. Op het hoofdkantoor van Roompot in Goes werd die dag de verwarming twee graden lager gezet. Door minder te verwarmen verwachtte ook Roompot zijn steentje bij te dragen tot een lagere CO2-uitstoot en iedereen wat bewuster te maken.

Een analyse van de resultaten leerde Roompot dat het verlagen van de verwarming slechts een minimaal effect heeft op zijn al beperkte uitstoot en dat die inspanning daags erop volledig verloren gingen wanneer de verwarming extra moest werken om de temperatuur weer op peil te krijgen.

Aan de bron ligt dat het hoofdkantoor van Roompot uiterst energie-efficiënt en geïsoleerd is. Het A++ gecertificeerde gebouw maakt gebruik van groene energie en recupereert warmte om zo zijn CO2-voetafdruk zo laag mogelijk te houden.

Roompot zal daarom niet deelnemen aan de Warmetruiendag op 11 februari. Het bedrijf zal zich uiteraard blijven inzetten om zijn CO2-voetafdruk verder te verlagen en is ervan overtuigd dat de Warmetruiendag wel een positief effect heeft bij andere bedrijven.

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Gasunie, energie-infrastructuurbedrijf en beheerder van het Nederlandse gasleidingnetwerk, en Perpetual Next, wereldleider op het gebied van torrefactie-technologie, hebben een 50/50 joint venture overeenkomst gesloten om het project Torrgas Delfzijl verder te ontwikkelen en te realiseren. Het gezamenlijke voornemen is om een nieuwe fabriek te bouwen, die in de toekomst vanuit syngas op duurzame wijze groen gas kan produceren en distribueren. Hierdoor is er geen afhankelijkheid meer van fossiele grondstoffen. De verwachting is dat de bouw van de fabriek in het najaar van 2022 van start gaat. Met de eerste fase van dit project is een investering gemoeid van circa EUR 60 miljoen. Deze investeringsbeslissing volgt later dit jaar. De fabriek zorgt in eerste instantie voor een directe werkgelegenheid van vijftien banen.  

Beide bedrijven hebben voor dit project samen het voornemen om de fabriek in het chemiecluster Delfzijl – onderdeel van Chemport Europe – te bouwen. Perpetual Next neemt hierna de verantwoordelijkheid voor het beheren en bedrijven van de installatie. Gasunie zal de distributie van de gassen verzorgen die – ondergronds – via het landelijke netwerk aan de bebouwde omgeving en industrie worden geleverd. De fabriek – die naar verwachting in 2024 in gebruik genomen gaat worden – start met een groen gas productie van 12 miljoen m3 per jaar. Mogelijk wordt dit snel opgeschaald naar 40 dan wel 120 miljoen m3 groen gas per jaar.

Meervoudige chemische toepassingen zonder fossiele grondstof

De fabriek zal gebruik maken van een hernieuwbare grondstof. Perpetual Next bezit de technologie om organische reststromen, groenafval en sloophout via torrefactie om te zetten in hoogwaardig hernieuwbare grondstof. Deze wordt aangevoerd per binnenvaartschip naar de fabriek. Door deze grondstof vervolgens in twee verhittingsstappen te vergassen, een ontwikkeling van technologie-partner Torrgas, ontstaat syngas. Syngas vormt een basis voor vele chemische toepassingen dat fossiel als grondstof vervangt. Uit syngas kan onder meer groengas, methanol en waterstof worden gemaakt. De productie van syngas is mede kosteneffectief door het bijproduct bio-char; een zuivere vorm van koolstof met toepassingen als grondverbeteraar, in waterzuivering en voor de reiniging van schoorsteengassen van fabrieken. Fase 1 van dit project richt zich voornamelijk op het maken van groengas voor verdere distributie via het bestaande aardgasnet van Gasunie. De productie van syngas draagt bij aan de verwezenlijking van de ambities gesteld in het Klimaatakkoord.

Strategisch belang

Martijn van Rheenen, medeoprichter van Perpetual Next: ‘De samenwerking met Gasunie en de locatie van Chemport Europe is voor ons van strategisch belang. Het is mooi om te zien dat deze regio op deze manier opnieuw gas gaat leveren, maar dan wel een toekomstbestendige variant. De beschikbaarheid van grondstoffen, de ruimte om productiefaciliteiten te realiseren met nieuwe schone technologieën en de aanwezige kennis en expertise maken dit de perfecte omgeving.’

Ulco Vermeulen, lid van de Raad van Bestuur van Gasunie: ‘De ambitie van het Klimaatakkoord is om 2 miljard m3 groen gas te produceren in 2030. Samen met andere partijen zetten we ons in groen gas betaalbaar en op grote schaal op de markt te krijgen. Dit project past in deze ambitie, we hebben veel vertrouwen om gezamenlijk een duurzaam, succesvol, technologisch vooruitstrevend project te realiseren.’

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Bacardi, het grootste privé sterkedrankconcern, heeft aangekondigd dat zijn iconische premium rummerk de uitstoot van broeikasgassen in haar distilleerderij vanaf 2023 zal halveren. De broeikasgasemissie van BACARDÍ rum zal met 50% dalen wanneer volgend jaar in de distilleerderij van het merk in Puerto Rico een systeem voor warmtekrachtkoppeling (WKK) in gebruik wordt genomen. Het nieuwe WKK-systeem zal zware stookolie vervangen door propaangas, een veel schonere en efficiëntere energieoplossing.

“Als merk en als bedrijf zijn we toegewijd om het juiste te doen voor de planeet,” zegt Ned Duggan, Senior Vice President, BACARDÍ rum. “Onze rum wordt gemaakt in Puerto Rico, een prachtig eiland in het Caribisch gebied waar we voortdurend investeren in innovaties die ervoor zorgen dat we zo duurzaam mogelijk te werk kunnen gaan. Dit jaar vieren we ons 160-jarig bestaan waarbij we stilstaan bij onze ongelooflijke geschiedenis, maar ook vooruit kijken naar een duurzamere toekomst.”

De vermindering met 50% van de broeikasgasemissies van BACARDÍ rum betekent een vermindering met 14% van de totale wereldwijde emissie voor het familiebedrijf Bacardi, die ook achter premiummerken als BOMBAY SAPPHIRE® gin, PATRÓN® tequila en GREY GOOSE® wodka staan – een belangrijke stap in de richting van de vermindering met 50% die het bedrijf tegen 2025 wereldwijd wil bereiken.

“We zetten ons in om onze broeikasgasemissies te verminderen door ons energieverbruik te doen dalen en over te stappen op de meest duurzame vorm van energie in de landen waar we actief zijn,” voegt Rodolfo Nervi, VP Global Safety, Quality & Sustainability voor Bacardi, toe. “Hoewel aardgas op dit moment de meest verantwoorde energiebron in Puerto Rico is, blijven we manieren onderzoeken waarop we ons gebruik van op koolstof gebaseerde brandstoffen nog verder kunnen verminderen en nog meer stappen kunnen zetten op weg naar onze uiteindelijke Net Zero-doelstelling.”

De rumdistilleerderij BACARDÍ verricht ook al op andere manieren pionierswerk op het gebied van nieuwe milieupraktijken:

  • De opwekking van biogas via het afvalwaterzuiveringssysteem, dat de distillatie helpt aandrijven en elektriciteit opwekt – meer dan 60% van de energie van de distilleerderij wordt op deze manier opgewekt;
  • Het opvangen van 95% van het condensaat dat tijdens de distillatie ontstaat om de benodigde energie te verminderen;
  • Er wordt gewerkt aan een plan om CO2 van het gistingsproces op te vangen zodat het aan de mousserende drankenindustrie kan worden geleverd;
  • Aanplanting en verzorging van zes bestuivingstuinen ter ondersteuning van de plaatselijke fauna in Puerto Rico. Bacardi heeft van de Wildlife Habitat Council het natuurbehoudcertificaat ontvangen als erkenning voor zijn inzet voor milieubehoud.

Als onderdeel van haar Corporate Responsibility-programma, Good Spirited, en in lijn met de Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties, heeft Bacardi een aantal doelen gesteld die het tegen 2025 wil bereiken. Die doelen, die een aanvulling zijn op het streefdoel van het bedrijf om in 2030 100% plasticvrij te zijn, omvatten:

  • 50% minder uitstoot van broeikasgassen;
  • 25% minder waterverbruik;
  • 100% van de belangrijkste grondstoffen en verpakkingen zijn afkomstig uit duurzame landbouw;
  • 100% van de productverpakking moet recyclebaar zijn;
  • 40% gerecycleerde inhoud van productverpakkingsmaterialen;
  • Geen afval naar stortplaatsen op alle productielocaties.

Meer informatie over de inspanningen van Bacardi op het gebied van duurzaamheid en haar visie om wereldwijd het meest milieuverantwoorde drankenbedrijf te worden, vind je hier.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

In 2020 was de uitstoot van broeikasgassen in Nederland 25,5 procent lager dan in 1990. De Urgenda-doelstelling (minimaal 25 procent minder uitstoot) is daarmee gehaald. De laatste vijf jaar is de uitstoot door kolencentrales met 80 procent verminderd. In het coronajaar 2020 was de uitstoot door wegverkeer 15 procent lager dan in 2019. Daarnaast was 2020 een relatief warm jaar, waardoor minder aardgas nodig was voor verwarming dan in 2019. Dat meldt het CBS samen met het RIVM op basis van definitieve cijfers uit de emissieregistratie.

Kwart minder uitstoot dan in 1990

In Nederland geldt sinds 2015 de Urgenda-doelstelling om in 2020 de uitstoot van broeikasgassen met minimaal 25 procent te verminderen ten opzichte van het niveau van 1990. Met 25,5 procent reductie is het Urgenda-doel in 2020 gehaald. Vanaf 2015 is de uitstoot door de elektriciteitssector met 39 procent gedaald, mede dankzij het sluiten van enkele kolencentrales. De uitstoot door kolencentrales is de laatste vijf jaar met 80 procent gedaald.

Aanzienlijk minder broeikasgasuitstoot in 2020

In 2020 bedroeg de uitstoot van broeikasgassen 164 megaton CO2-equivalent. Dat is 56 megaton CO2-equivalent minder dan in 1990. Van deze daling werd 16 megaton CO2-equivalent in 2020 gerealiseerd. In 2020 stootte de elektriciteitssector bijna 9 megaton CO2-equivalent minder uit dan een jaar eerder door minder steenkool te gebruiken.

In de mobiliteitssector (verkeer en vervoer) werd 4,5 megaton CO2-equivalent minder uitgestoten dan in 2019. Dit hangt samen met een 15 procent lagere uitstoot door het wegverkeer als gevolg van het corona-advies om zoveel mogelijk thuis te blijven, en indien mogelijk thuis te werken. Door in het relatief warme jaar 2020 minder aardgas te verstoken stootten woonhuizen en kantoren ongeveer 1,5 megaton CO2-equivalent minder uit.

Uitstoot door Nederlandse economie 21 procent hoger dan IPCC

Naast de IPCC-cijfers, waar de Urgenda-doelstelling op is gebaseerd, berekent het CBS de uitstoot ook volgens andere richtlijnen: de broeikasgasemissies door de Nederlandse economie (conform de milieurekeningen) en de broeikasgasvoetafdruk).
De broeikasgasuitstoot door alle Nederlandse economische activiteiten was in 2020 gelijk aan 199 megaton CO2-equivalent. Dit is 21 procent hoger dan de IPCC-uitstoot (164 megaton). Dit komt onder andere doordat in deze emissieberekening het verbranden van biomassa (19 megaton CO2-equivalent) en de uitstoot door de Nederlandse lucht- en zeevaart (respectievelijk 8 en 5 megaton CO2-equivalent) volledig worden meegeteld, in tegenstelling tot de IPCC-berekening.

Voetafdruk Nederlanders bijna 40 procent hoger dan IPCC-uitstoot

De uitstoot is nog hoger als er gerekend wordt volgens de broeikasgasvoetafdruk, gebaseerd op de consumptie van goederen en diensten door Nederlandse ingezetenen. Dit komt doordat in het buitenland veel uitstoot van broeikasgassen plaatsvindt bij de productie van goederen en diensten die bestemd zijn voor Nederlandse consumptie. Nederland stoot volgens deze berekening 14 procent meer broeikasgassen uit dan de uitstoot door de Nederlandse economie, en 38 procent meer dan de IPCC-uitstoot.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

 ‘Samen planten we bomen’ van Shell en Staatsbosbeheer is uitverkozen tot de meest brutale fossiele reclame. Deze bijzondere samenwerking is daarmee de winnaar van Vieze Verkiezing van Greenpeace. In totaal hebben meer dan 22.000 mensen hun stem uitgebracht, de reclame van Shell en Staatsbosbeheer kreeg bijna 30% van alle stemmen. Actievoerders van Greenpeace zijn bij winnaar Staatsbosbeheer langsgegaan om een boom te planten, om die vervolgens met olie* te overgieten. Vanmiddag gaan de actievoerders ook nog naar het hoofdkantoor van het PR-bureau achter de campagne, Edelman Agency, en het hoofdkantoor van Shell. 

Diederick van den Ende, campagneleider en actievoerder bij Greenpeace Nederland: Deze reclame is een perfect voorbeeld van een fossiel bedrijf dat door sponsoring zichzelf een groen imago wil aanmeten. Shell hoort bij de top 10 van de grootste vervuilers ter wereld, maar claimt door deze samenwerking het beste met de aarde voor te hebben door bomen te planten. Deze samenwerking is een marketingtruc, absoluut geen oplossing voor het probleem. Het terugplanten staat niet in verhouding met de schade van Shell op klimaat en natuur. Staatsbosbeheer, een semi-overheidsinstelling, laat zich daarvoor lenen. Voor veel stemmers was vooral fnuikend dat de grootvervuiler hiermee nog jarenlang goede sier kan maken.”

De Vieze Verkiezing is onderdeel van een fossielvrije revolutie, die Greenpeace met een brede beweging aanjaagt. Al 6 grote steden, waaronder Amsterdam en Den Haag, weren fossiele reclames uit hun straatbeeld. Ook internationaal wordt gewerkt aan een verbod op fossiele reclames door middel van een Europees Burgerinitiatief. Van den Ende: “Veel mensen zijn klaar met fossiele reclames. Van alle mogelijke nominaties, van een slurpende SUV tot spotgoedkope vluchten, hebben stemmers gekozen voor deze ‘groene’ sponsordeal als dé winnaar van de Vieze Verkiezing. Nederland laat hiermee zien dat alleen reclames weren van fossiele producten niet voldoende is. Alle uitingen van de fossiele industrie zijn schadelijk en moeten stoppen. ‘Groene sier’ maken, mag pas als je ook echt groen bent.”

De Vieze Verkiezing

De Vieze Verkiezing, de verkiezing voor de meest ‘brutale’ fossiele reclame van het jaar, werd dit jaar voor het eerst georganiseerd. Met De Vieze Verkiezing wil Greenpeace laten zien dat reclame van grote vervuilers echt niet meer van deze tijd is. Uit ruim 1500 inzendingen koos de jury, bestaande uit Reclame Fossielvrij en Greenpeace, de 5 meest brutale fossiele reclames. Naast de samenwerking tussen Shell en Staatsbosbeheer waren de andere genomineerden KLM (Urban Trail), Land Rover (Defender), Ryanair (Inenten en gaan) en Vattenfall (Fossielvrije generatie). KLM en Land Rover zijn we zelfs persoonlijk gaan feliciteren met hun nominatie.

Foto: Marten van Dijl / Greenpeace

[ad_2]

Source link

Berichten paginering