[ad_1]

De meeste vormen van het industrieel hergebruiken van CO2 leiden tot onvoldoende vermindering van de uitstoot om aan het Parijs-akkoord te kunnen voldoen. Veel vormen die wel goed genoeg zijn voor een halvering van de totale uitstoot in 2030 zijn dan nog niet marktklaar, concluderen milieuwetenschappers van de Radboud Universiteit. De onderzoekers publiceren hun bevindingen in het wetenschappelijke tijdschrift One Earth op 18 februari.

Het wordt gezien als een veelbelovende methode voor het terugdringen van de CO2-uitstoot in de industrie: CO2 afvangen uit bijvoorbeeld verbrandingsgassen en hergebruiken voor andere doeleinden, oftewel ‘CO2 capture and utilisation’ (CCU). ‘Maar omdat er ook energie wordt gebruikt voor de chemische processen die hierbij nodig zijn, en de CO2 vaak alsnog vrijkomt nadat het is hergebruikt in een product, wilden we uitrekenen hoeveel deze methode daadwerkelijk oplevert aan CO2-reductie’, vertelt milieuwetenschapper en eerste auteur Kiane de Kleijne.

Samen met haar collega’s rekende De Kleijne uitvoerig uit welke CCU-methodes kunnen voldoen aan de doelen zoals die gesteld zijn in het Klimaatakkoord van Parijs, waarvoor in 2030 een halvering van de CO2-uitstoot nodig is en in 2050 de hele uitstoot nul moet zijn. Hiervoor maakten ze gebruik van informatie over hoeveel uitstoot er gepaard gaat bij het gebruik van verschillende CCU-technologieën en de huidige technologische volwassenheid van de technologieën.

Ze concludeerden dat het voor de meeste varianten van CCU onmogelijk is om op tijd bij te dragen aan een voldoende vermindering van de CO2-uitstoot in de industrie. ‘Sommige technologieën reduceren de CO2-uitstoot te weinig over de hele levenscyclus, andere zijn te laat volwassen. Er blijven er maar een paar over die in een nul-CO2 wereld mee kunnen komen’, aldus medeauteur Heleen de Coninck.

Verschillende vormen van hergebruik

Er zijn verschillende opties om CO2 af te vangen en te hergebruiken. Je kunt het bijvoorbeeld afvangen uit de gassen die vrijkomen bij de verbranding van een fossiele brandstof door een energiecentrale of fabriek, maar het kan ook direct uit de atmosfeer gehaald worden, of uit duurzame biomassa. Vervolgens kun je het broeikasgas opnieuw gebruiken, bijvoorbeeld in de glastuinbouw, of je kunt het omzetten in bijvoorbeeld brandstoffen. Maar je kunt het ook omzetten naar iets waardoor het voor lange tijd niet terug de atmosfeer in komt, zoals bouwmaterialen. ‘Het idee hierbij is dat je de producten met hergebruikte CO2 gebruikt in plaats van nieuwe producten, waarmee je de uitstoot netto kunt verminderen’, legt De Kleijne uit.

Geen langetermijnoplossing

‘Uit onze berekeningen blijkt dat je met sommige vormen van CCU wel de doelstelling van 2030 zou kunnen halen, maar dat de methode daarna dood loopt’, vertelt medeauteur Steef Hanssen(verwijst naar een andere website). ‘Na 2030 worden de eisen strenger – de totale uitstoot naar nul – en we zien dat de meeste technologieën niet de potentie hebben om echt richting nul te gaan. Voor de meeste vormen van CCU pluk je dus op de lange termijn geen vruchten meer. Voor die langere termijn moet je aan minstens twee van drie criteria voldoen: de CO2 zit permanent opgeslagen in een product, het proces van afvang en hergebruik is zelf CO2-neutraal, en de CO2 komt direct uit de atmosfeer of van duurzame vormen van biomassa.’

‘Voor de CCU-routes die wel nul CO2 opleveren, is nog veel innovatie nodig’, aldus De Kleijne. ‘Maar er wordt ook nog geld besteed aan CCU-opties die te laat klaar zijn of te weinig reduceren om aan de Parijse doelstellingen bij te dragen.’

Lees de engelstalige publicatie

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De CO2-uitstoot ‘stelen’ van de grote bedrijven. Dat doen Floris Ensink (28) en Cas Kaptein (25) met hun bedrijf Carbon Thieves. Het Oldenzaalse duo koopt CO2-certificaten op om die meteen te vernietigen. Om dat mogelijk te maken verkopen de twee hoody’s. Zo’n sweater met capuchon kost 89,50 euro. Van dat bedrag is 50 euro bedoeld om certificaten op te kopen en te vernietigen.

Meer dan 40% van de CO2-uitstoot in Europa wordt veroorzaakt door de 11.000 meest vervuilende bedrijven. Deze bedrijven worden door de Europese Unie gemonitord, ieder bedrijf heeft zijn eigen ‘uitstoot-plafond’. Ieder jaar wordt dit plafond iets aangescherpt, sinds 2021 met 2.2% per jaar. Hiermee probeert de EU haar grootste vervuilers minder uit te laten stoten. Ze noemen het zelf de ‘cornerstone’ van de aanpak tegen klimaatverandering, toch zijn er mogelijkheden voor deze bedrijven om alsnog meer uit te stoten. In een handelssysteem genaamd de EU ETS (Emissions Trading System) kunnen deze bedrijven onderling rechten verhandelen voor het uitstoten van 1000KG CO2-equivalent. Er ontstaat zo een prijs voor de uitstoot van broeikasgassen, een prachtig idee, maar dit gaat lang niet snel genoeg.

Carbon Thieves koopt deze certificaten op en vernietigt 1 certificaat per verkochte hoodie. Zo worden de rechten om CO2 uit te stoten schaarser en zal de prijs dus stijgen. Hiermee hopen de jongens dat er sneller gekozen zal worden voor innoveren in plaats van het ‘afkopen’ van een hogere CO2-uitstoot. De grootste winst in reductie van de uitstoot van broeikasgassen kan namelijk gerealiseerd worden daar waar het ook veroorzaakt wordt.

“Vaak merken wij op dat consumentenactivisme tot een discussie leidt. Ben je bijvoorbeeld vegetarisch om je steentje bij te dragen maar rijd je nog wel in een auto op benzine of diesel, dan word je alsnog als hypocriet gezien. In onze ogen kan je het nooit goed genoeg doen, en is er altijd wel iets waar je geen rekening mee hebt gehouden. Ben je veganistisch maar gebruik je wel zeep? Daar zit levertraan in! Hoe durf je? Hoewel we ernaar streven om uiteindelijk ‘een zo groen mogelijk’ bedrijf te worden, is dat vaak in de startfase niet helemaal realistisch, zeker omdat we als beginnende ondernemers een beperkt budget hebben. Toch willen we graag ons steentje bijdragen, vandaar dat we deze hoodies verkopen.”

De uitstoot van een gemiddelde Nederlander is 27 ton CO2-uitstoot per jaar. Leef je datzelfde jaar vegetarisch dan kan je dit met 1 ton verminderen. Diezelfde ton wordt binnen een seconde uitgestoten in bijvoorbeeld de inefficiënte energiesector. Alle beetjes helpen, en dat vinden Floris en Cas geweldig om te zien, maar toch voelt het als een druppel op een gloeiende plaat.

Op dit moment is Carbon Thieves druk bezig met het verduurzamen van het bedrijf, de textielindustrie heeft namelijk een flinke impact op het milieu. Iedere trui kost ongeveer 5 kg CO2 uitstoot. Ter compensatie hiervan vernietigen zij per 200 verkochte hoodies 1 certificaat.

 

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De eerste Europese campus voor innovatie van de stadslogistiek die bij Amsterdam verrijst, krijgt een innovatieve energiehuishouding. Ontwikkelaar Intospace, Essent Energy Infrastructure Solutions (EIS) en netbeheerder Liander zullen voor de campus een Hybrid Energy Community System (HECS) gaan inrichten. De drie partijen gaan met deze energie-community op lokaal niveau de energiehuishouding maximaal efficiënt inrichten zodat het publieke elektriciteitsnet minder belast wordt.

In een HECS worden op lokaal niveau vraag en aanbod maximaal gebalanceerd zodat er minimale piekbelasting op het regionale en nationale elektriciteitsnet plaatsheeft. Op deze manier leidt de synergie op lokaal niveau tot betere prijsvorming voor de afnemers en vormt het systeem als geheel deels een oplossing voor regionale netwerkcongestie. De bestaande infrastructuur wordt beter benut en nieuwe infrastructuur kan efficiënter en met lagere kosten opgezet worden. CLIC is gericht op zero-emissie stadslogistiek, die in belangrijke mate bepaald wordt door de vloot (kleinschalige) elektrische voertuigen die alle bestellingen tot aan de voordeur brengen, de zogenaamde ‘last mile logistics’. Dus de beschikbaarheid en het optimaal gebruik van elektriciteit zijn van groot belang voor CLIC.

Deeleconomie

“Vandaag geven we het startschot om te gaan onderzoeken hoe we het HECS kunnen vormgeven”, aldus Intospace-CEO Tim Beckmann bij de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst dinsdag. “Vanwege de overbelasting van het publieke elektriciteitsnet zoeken we samen met Essent en Liander naar innovatieve, toekomstgerichte oplossingen. In dit HECS sturen we middels een virtual powerplant op het afvlakken van de pieken in het regionale net van Liander. Door het combineren van beschikbare netwerkcapaciteit op CLIC kunnen het terrein en zijn gebruikers toe met minder zware aansluitingen op het elektriciteitsnet. Het is de deeleconomie in optima forma!”

Ook verzekert CLIC met het geavanceerde energiesysteem dat er altijd voldoende elektriciteit voorhanden is op de campus, dat een van de grootste laadplatformen voor elektrische voertuigen van Europa krijgt. Daarnaast moet het voor CLIC mogelijk worden om energie-overschotten terug te leveren aan het publieke elektriciteitsnet en om ongebruikte opslagcapaciteit voor elektriciteit aan het net beschikbaar te stellen. Hiermee wordt CLIC een deel van de oplossing in plaats van deel van de energieproblematiek.

Gebruik optimaliseren en balanceren

Ontwikkelaar Intospace richt in samenwerking met Essent EIS een Energy Service Company (ESCo) op, met Intospace als klant. Daarmee zorgt Essent EIS voor de ontwikkeling van een digitaal, geïntegreerd energiesysteem (‘virtual powerplant’) dat het energiegebruik op CLIC gaat optimaliseren en balanceren op gebiedsniveau. Liander verzorgt het elektriciteitsnet en de aansluitingen voor alle gebruikers van CLIC. Samen wordt gezorgd voor een maximale energie-efficiëntie en wordt voorkomen dat er te veel piekbelasting tegelijk plaatsvindt. Door de digitale aansturing van Essent op CLIC en de hiermee gepaarde uitwisseling van elektriciteit wordt ook de belasting op het elektriciteitsnet voor Liander verminderd.

“Dit is een unieke Nederlandse samenwerking waarmee we een volgende stap zetten in de energietransitie”, aldus Essent-COO Stephan Segbers. “Door energiestromen zoals opwek-, opslag- en laadinfrastructuur slim aan elkaar te verbinden, maakt Essent het mogelijk de stadslogistiek van Amsterdam te verduurzamen. Door onze digitale laag creëren we een uniek geïntegreerd energiesysteem dat naast de energietransitie ook netbeheerder Liander helpt bij het stabiliseren van het energienet.”

Soepel uitwisselen

Liander is betrokken bij CLIC om te faciliteren dat Essent elektriciteit de bedrijven op CLIC soepel kan uitwisselen. Dat gebeurt binnen de grenzen van het net zodat er niemand zonder elektriciteit komt te zitten. Liander en Essent wisselen de benodigde data uit om te kunnen bepalen wanneer er ruimte is om door de zon opgewekte elektriciteit op te slaan in de lokaal aanwezige batterijen of terug te kunnen leveren aan het landelijke net. Ook het laden van de vele laadpalen gebeurt afhankelijk daarvan.

Hierdoor worden grote pieken in het regionale net van Liander voorkomen en daar zit de grote winst van zo’n energiegemeenschap. Doel van CLIC is immers de piekbelasting op het regionale net te verlagen zodat er meer gebruikers het net op kunnen en daardoor de verduurzaming van de stadslogistiek kan versnellen. Liander voorziet dat het CLIC-model ook op andere bedrijfsterreinen in het land kan werken. “Wij garanderen de bedrijven op CLIC de betrouwbaarheid van en toegang tot ons publieke net”, aldus Liander-directeur Huibert Baud. “We innoveren met de CLIC-partners om als netbeheerder de lokale energie-uitwisseling slim te faciliteren. Daardoor kunnen ondernemers maximaal verduurzamen en de benodigde energie op het gewenste moment krijgen door een slimme combinatie van lokale opwekking, opslag en het publieke net.”

(v.l.n.r).: Essent-COO Stephan Segbers, Intospace-CEO Tim Beckmann en Liander-directeur Huibert Baud ondertekenen de samenwerkingsovereenkomst.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

a.s.r. real estate heeft namens het ASR Dutch Prime Retail Fund huurovereenkomsten met H&M en Costes gesloten voor de afname van lokaal opgewekte zonne-energie. Na zonnepanelen op daken van supermarkten plaatst a.s.r. real estate nu ook zonne-panelen op daken van winkels in de binnenstad. Daardoor ontstond voor H&M en Costes de mogelijkheid om deze energie af te nemen. Het is voor beide bedrijven de eerste keer dat zij een dergelijke overeenkomst sluiten. 

Op het dak van de H&M in Tilburg en het dak van de Costes-winkel in Breda worden in het voorjaar van 2022 respectievelijk 216 en 32 zonnepanelen geplaatst.

Zonnepanelen op binnenstedelijke retail-locaties

a.s.r. real estate plaatste namens het ASR Dutch Prime Retail Fund eerder al zonnepanelen op supermarkten van Albert Heijn, Aldi en Jumbo. Deze locaties beschikken over een groot dakoppervlak met veel ruimte voor zonnepanelen. Met het plaatsen van zonnepanelen op de binnenstedelijke retail-locaties laat a.s.r. real estate zien dat ze ook op deze locaties duurzaamheidsmaatregelen treft, ondanks dat het aantal zonnepanelen dat hier geplaatst kan worden vaak kleiner is en daardoor minder rendabel kan zijn.

a.s.r. real estate brengt de mogelijkheden voor het plaatsen van zonnepanelen op bestaande daken in de binnensteden, binnen de portfolio van het ASR Dutch Prime Retail Fund, verder in kaart en richt zich op samenwerking met meerdere retailers.

Huurovereenkomst voor afname lokaal opgewekte energie

a.s.r. real estate wordt eigenaar van de zonnepanelen, die worden aangesloten op de slimme meters van de winkels. De opgewekte energie wordt met een huurprijs afgenomen door H&M en Costes. Het eerste jaar gaan de circa 248 zonnepanelen ongeveer 83.000 kWh opwekken. Dit staat gelijk aan het jaarlijkse energieverbruik van 30 huishoudens.

Duurzaamheidsdoelstellingen

De huurovereenkomsten dragen bij aan de duurzaamheidsdoelstellingen van het ASR Dutch Prime Retail Fund. a.s.r. real estate heeft de ambitie om zo veel mogelijk gebruik te maken van energie die op locatie is opgewekt. Hiermee werkt a.s.r. real estate aan duurzame en toekomstbestendige portefeuilles. Op de woningen, kantoren en winkels die a.s.r. real estate beheert, zijn de afgelopen jaren in totaal 15.725 zonnepanelen gelegd.

Foto: Tilburg, Heuvelstraat 75, Fotografie Joni Israeli

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Tarkett, wereldwijde marktleider op het gebied van innovatieve vloeroplossingen, kondigt zijn nieuwe Klimaatroutekaart aan voor 2030. Deze routekaart is in lijn met de doelstelling van het Klimaatakkoord van Parijs, om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5°C. Het bedrijf wil in 2030 in de hele waardeketen de uitstoot van broeikasgassen verminderen met 30%, vergeleken met 2019.

Tarkett verminderde de uitstoot van broeikasgassen al met 38% tussen 2010 en 2020

De strategische Klimaatroutekaart 2030 toont de broeikasgasreductiedoelstellingen en duurzame stappen die Tarkett zet om de uitstoot te verkleinen. Daarbij biedt het de gehele waardeketen houvast waar het bedrijf zich nu bevindt en waar het in de toekomst wil zijn op basis van drie toepassingsgebieden. De broeikasgasuitstoot verminderen als gevolg van de eigen activiteiten (scope 1) en de aangekochte “groene” energie die wordt gebruikt in fabrieken (scope 2). Daarnaast is de verduurzaming ook van toepassing op de rest van de waardeketen, van leveranciers tot eindklanten (scope 3). Tarkett verminderde de uitstoot van broeikasgassen al met 38% tussen 2010 en 2020 (scope 1 en 2).

De SBTi evalueert en erkent de broeikasgasreductiedoelstellingen van Tarkett

De onafhankelijke organisatie Science Based Targets initiative (SBTi) evalueert en erkent de broeikasgasreductiedoelstellingen van Tarkett. De SBTi is een partnerschap tussen het CDP (Carbon Disclosure Project), het Global Compact van de Verenigde Naties, het World Resources Institute (WRI) en het World Wide Fund for Nature (WWF). Met als doel de planeet binnen haar mondiale koolstofbudget te houden, om zo de wereldwijde temperatuurstijgingen en de gevolgen van klimaatverandering te beperken.

We werken nauw samen met de SBTi om CO2-neutraal te zijn tegen 2050. De Klimaatroutekaart beschouwen we als een win-winsituatie voor de hele waardeketen, om zowel de eigen uitstoot van broeikasgassen als die van onze klanten te verminderen. We dragen verantwoordelijkheid om verandering teweeg te brengen in onze branche. Al onze stakeholders moeten hier samen met ons aan bijdragen, zodat we snel vooruitgang kunnen boeken“, aldus Arnaud Marquis, Chief Sustainability and Innovation Officer bij Tarkett.

De behoefte aan nieuwe ruwe grondstoffen wordt minder groot

Tarkett kreeg onlangs de score B van het CDP, een non-profitorganisatie die ‘s werelds toonaangevende platform voor milieuvermelding beheert. Dit is het op één na hoogste niveau dat een bedrijf kan bereiken voor klimaatprestaties. De reductie van broeikasgassen wordt gerealiseerd door een hogere energie-efficiëntie in productiefaciliteiten, de inkoop van hernieuwbare energie en eco-design producten, waarvoor Tarkett hoogwaardige materialen gebruikt met een lage CO2-voetafdruk. Deze aanpak op basis van Cradle to Cradle®-principes vermindert de behoefte aan nieuwe ruwe grondstoffen en verkleint tegelijkertijd de CO2-voetafdruk van het hele bedrijf.

 

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De Nederlandse overheid heeft in 2021 ruim 893 miljoen euro verdiend aan de verkoop van emissierechten. Nederland veilde bijna 17 miljoen emissierechten voor het Europese systeem van emissiehandel (EU ETS). Dat blijkt uit de veilingmonitor van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa), de veiler van de emissierechten voor Nederland. Binnen het EU ETS moeten bedrijven emissierechten inleveren om hun CO2-uitstoot te compenseren, 1 emissierecht staat daarbij gelijk aan de uitstoot van 1 ton CO2. Een van de manieren voor bedrijven om aan emissierechten te komen is door ze te kopen op de veiling. 

De opbrengst van deze veilingen is vergeleken met 2020 meer dan verdubbeld. In 2020 leverde de verkoop van emissierechten Nederland 441 miljoen euro op. De verdubbeling van de opbrengst komt door de sterk gestegen veilingprijs, van 31 euro in december 2020 naar 85 euro in december 2021.

Dalend aantal emissierechten

De industrie en de elektriciteitsproducenten in Europa moeten jaarlijks emissierechten inleveren om hun CO2-uitstoot te compenseren. Een deel van de rechten wordt gratis verstrekt aan de industrie en een deel wordt geveild door Europese overheden. Elektriciteitsproducenten moeten sinds 2013 al hun rechten kopen.

Het totaal aantal beschikbare rechten is gemaximeerd en neemt ook jaarlijks af. Bedrijven kunnen emissierechten kopen op veilingen of van elkaar. De opbrengsten van de veilingen gaan naar de Nederlandse schatkist. De prijs van emissierechten heeft in februari 2022 met meer dan 96 euro een nieuw record bereikt.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

As You Sow en Corporate Knights hebben vandaag hun negende update van de Carbon Clean200 gepubliceerd, een lijst van 200 beursgenoteerde bedrijven die onder hun branchegenoten de weg wijzen naar een toekomst met schone energie. Apple, Alphabet en Intel voeren de lijst aan. Er zijn 6 Nederlandse ondernemingen opgenomen: Philips (16), KPN (56), Signify (61). AkzoNobel (121), Arcadis (179) en Aalberts N.V. (181). Gemiddeld 58% van de inkomsten van Clean200-bedrijven zijn geclassificeerd als schoon, wat een stijging is ten opzichte van 39% in 2021 en aanzienlijk meer is dan de 20% gemiddelde schone inkomsten voor hun MSCI ACWI-collega’s.

DE CLEAN200™-Methodologie

De Clean200 zijn de grootste 200 publieke bedrijven gerangschikt op basis van ‘duurzame’ energie-inkomsten. De ranglijst werd voor het eerst berekend op 1 juli 2016, en publiekelijk vrijgegeven op 15 augustus 2016, door Corporate Knights en As You Sow. De huidige lijst is bijgewerkt met gegevens tot en met 31 januari 2022.

De Clean200-bedrijven zijn gerangschikt op basis van hun geschatte groene inkomsten in Amerikaanse dollars. De dataset is ontwikkeld door de meest recente eindejaarsinkomsten van een bedrijf te vermenigvuldigen met de geschatte schone inkomsten, voornamelijk afkomstig van Corporate Knights Research. Om in aanmerking te komen, moet een bedrijf meer dan 10% van zijn totale inkomsten uit schone bronnen halen.

De Clean200 maakt gebruik van negatieve screening. Het sluit alle olie- en gasbedrijven uit, alle nutsbedrijven die minder dan 50% van hun energie uit groene bronnen halen, de top 100 kolenbedrijven gemeten naar reserves, de top 100 olie- en gasbedrijven gemeten naar reserves, evenals alle fossiele brandstofbedrijven, de meerderheid fossiel gestookte nutsbedrijven, pijplijn- en olievelddienstenbedrijven, en andere fossiele brandstof-gerelateerde bedrijven die gescreend zijn op As You Sow’s Fossil Free Funds. Daarnaast sluit de Clean200 wapenbedrijven uit, inclusief grote militaire wapenproducenten die voorkomen op de SIPRI Top 100 lijst van wapenproducenten en militaire diensten, evenals clustermunitie, nucleaire wapens, en civiele wapenproducenten die gescreend zijn op As You Sow’s Weapon Free Funds. De Clean200 sluit ook palmolie-, papier/pulp-, rubber-, hout-, rundvlees- en sojaproducenten uit die gescreend zijn op As You Sow’s Deforestation Free Funds, bedrijven die gebruik maken van kinderarbeid of dwangarbeid, en bedrijven die zich bezighouden met negatieve klimaatlobbying.

Meer informatie

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De Topsector Logistiek is een programma gestart om de CO2-uitstoot voor transport per binnenvaartschip te meten. In de binnenvaart is dat een stuk moeilijker dan bijvoorbeeld het wegvervoer, omdat er een grote verscheidenheid aan scheepstypen bestaat. Daarom kijkt het programma naar uitstoot ten opzichte van de geleverde vervoersprestatie. Hoe meer vracht ten opzichte van de emissies, des te beter is de emissieprestatie.

De beste manier om de vervoersprestatie te bepalen is om te kijken naar de vervoerde goederen: die worden van herkomst naar bestemming verplaatst, dat is waar voor betaald wordt. Om die verplaatsing te realiseren verbruikt het vaartuig of voertuig energie en dat levert weer emissies op. Hoe beter de verhouding is tussen (nuttige) verplaatsing van goederen enerzijds en de emissies anderzijds, des te beter is de emissieprestatie.

Het monitoren van emissies in de praktijk geeft inzicht en vormt de basis voor effectief beleid om uitstoot te verminderen. De emissie-uitstoot wordt doorgaans uitgedrukt in relatie tot de geleverde vervoersprestatie. De vervoersprestatie kan worden gemeten door de hoeveelheid vracht te registreren, die wordt vervoerd tussen herkomst en bestemming.

Het programma ‘Meten op Schepen’, is geïnitieerd door de Topsector Logistiek in Nederland om deze belangrijke parameters en prestaties nu te gaan meten en vast te leggen in de realiteit van de binnenvaart, gericht op CO2-uitstoot en luchtverontreinigende stof(fen) (NOx). Tijdens de kick-off, die plaatsvond tijdens de online PLATINA3 Stage Event, presenteerden Khalid Tachi en Martin Quispel de onderzoeksmethodes van het programma. Daarnaast gaven zij aan welke vervolgstappen nodig zijn voor het implementeren van beleid op basis van de onderzoeksresultaten.

De analyse van de gegevens leidt naar verwachting tot nauwkeurigere en beter gevalideerde modellen van de emissieprestatie van de binnenvaart en een uitgebreidere dataset om beleidsbeslissingen op te baseren. In het eerste halfjaar van 2022 worden de meetschepen voorzien van de nodige instrumenten. Vervolgens start het eenjarige monitoringprogramma. De eerste resultaten komen naar verwachting eind 2022 beschikbaar.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Productie van bouwmaterialen veroorzaakt 11 procent van alle CO2. Dat moet anders, vinden 31 partijen in bouw- en vastgoedsector en zij werken vanaf nu actief aan reductie. Daarom zetten zij vandaag hun handtekening onder de intentieverklaring over ‘materiaalgebonden emissies’, zoals deze broeikasgassen ook wel genoemd worden. De ondertekening vond plaats in Amsterdam, tijdens het congres ‘Paris Proof Embodied Carbon’ van Dutch Green Building Council (DGBC).

“Iedereen weet dat je broeikasgas produceert met fossiele brandstoffen voor verwarming en stroomverbruik. Materiaalgebonden emissies vormen ook een enorme bron, maar worden nog vaak vergeten. Het beeld is dus niet compleet, daardoor verandert er te weinig”, zo verklaart Annemarie van Doorn (directeur DGBC) het gebrek aan aandacht tot nu toe. “We willen dat de gebouwde omgeving heel rap van 40 naar nul procent CO₂-uitstoot zakt. Nadrukkelijk kijken we daarom nu naar bouwmaterialen. Daar is heel veel klimaatwinst te boeken.”

Inkoop, productie, innovatie

Producenten, bouwers, architecten, ontwikkelaars, beleggers, investeerders, vastgoedeigenaren, adviseurs en kennispartijen zetten hun handtekening vandaag. Ze bundelen hun krachten om de materiaalgebonden emissies in de bouwkolom sneller te verminderen. Voor elke partij ziet dat proces er anders uit. Het gaat bijvoorbeeld over het anders inregelen van inkoop, of het anders inrichten van productielijnen of nieuwe bouw- en ontwerpconcepten.

Om de effecten in kaart te krijgen, introduceren NIBE en DGBC nu ook een rekenprotocol voor materiaalgebonden emissies, dat aansluit bij de MilieuPrestatie Gebouwen (MPG). Met de MPG worden de milieueffecten van de hele bouwketen gestuurd.

Lessen in roadmap voor onze sectoren

Deze vorm van CO₂-emissies is vaak nog onbekend. Tijdens het congres benadrukte Jacqueline Cramer als hoogleraar Duurzaam Innoveren daarom dat er beter zicht moet komen op deze emissies, zodat de hele bouw- en vastgoedketen ermee aan de slag kan gaan. Ze verkende de mogelijkheden om CO₂ te reduceren in de productielijnen van de twee grootste CO₂-bronnen in de bouwsector: beton en staal. Cramer deed dat aan de hand van vragen als ‘Hoe komen deze sectoren in beweging, hoe werken ze samen en wat hebben ze nodig?’ Haar conclusie is dat samenwerking en inkoopcriteria hier centraal staan. Deze lessen worden meegenomen in de aanpak van CO2-reductie.

Carbon Budget

Ook kwam het ‘carbon budget’ aan bod, oftewel hoeveel CO₂ een gebouw in z’n hele levensduur mag uitstoten; dus van bouwmaterialen via gebruik tot hergebruik/sloop. Daarom presenteerde DGBC de roadmap ‘Whole Life Carbon’. ‘Rekenmeester’ Mantijn van Leeuwen (NIBE) ziet via de berekeningen dat het nog niet te laat is: “Klimaatdoelen over 10 jaar leiden tot uitstelgedrag. Daarom zetten we een jaarlijks CO₂-budget. Dat rekenen we door tot een budget per vierkante meter gebouw. Verrassing: de bouwsector kan nog binnen CO₂-budget blijven, als we nú overschakelen naar grootschalig biobased bouwen plus urban mining én traditionele bouwmaterialen flink verduurzamen.”

Bekijk hier de roadmap.

Deze roadmap is bedoeld voor marktpartijen, waarmee DGBC nu de volgende stap zet via een intentieverklaring van bedrijven en andere organisaties. In die verklaring wordt het belang onderstreept van het terugdringen van materiaalgebonden emissies. DGBC verwerkt dit jaar de materiaalgebonden emissies in haar Paris Proof Commitment.

Deze partijen hebben nu al de intentieverklaring ondertekend:

  • abcnova
  • ABN AMRO
  • Agrodome
  • Alba Concepts
  • AM
  • Arcadis
  • Attiva
  • Ballast Nedam Development
  • BLOC
  • Blueroom Design
  • Cityförster
  • DWA
  • EDGE
  • HD Groep
  • Heembouw
  • HermanDeGroot Ingenieurs en Vastgoedstrategen
  • IGG
  • J.P. van Eesteren
  • Klictet
  • Laride
  • Lister Buildings
  • Merosch
  • NIBE
  • Nieman raadgevend ingenieurs
  • Peutz
  • Popma ter Steege architecten
  • Savills Nederland
  • SPIE
  • Superuse
  • Synchroon
  • Transitieteam Circulaire Bouweconomie

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Op 14 februari 2022 hebben Coöperatie Project de Mussels U.A. en Waterschap Drents Overijsselse Delta de aandelen van het drijvende zonnepark op de zandwinplas van Beugel Infrastructuur op de Mussels in Beilen overgenomen van GroenLeven en BayWa r.e.. Daarmee is de zonnebron in lokaal eigendom gekomen. Het zonnepark met 40.000 panelen, met een totale capaciteit van 16 megawatt levert voldoende groene stroom voor zo’n 5.000 Drentse huishoudens; dat komt neer op ongeveer een derde van het aantal huishoudens in de gemeente Midden-Drenthe. Zo profiteert de lokale omgeving optimaal van de komst van het zonnepark.

Lokaal eigenaarschap

Het drijvende zonnepark op de zandwinplas van Beugel Infrastructuur, de Mussels nabij Beilen, is door GroenLeven gerealiseerd in 2021 en in september van het afgelopen jaar in gebruik genomen.

GroenLeven CFO Ewoud Helmholt zegt hierover: ”De aandacht voor de lokale omgeving bij de komst van dit soort zonnebronnen is groot. Zo is dit ons volgende drijvende zonnepark in korte tijd dat we overdragen aan een lokale gemeenschap. We zijn dan ook erg trots op deze lokale samenwerking, evenals het innovatieve project waarbij we een extra functie toevoegen aan de plas, een dubbelfunctie waardoor de plas nu ook dient als energieopweklocatie. Daarbij maken we ons ook hard voor de ecologie in en rondom het park.”

Trots

Coöperatie Project de Mussels U.A. en Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD) geven aan eveneens trots op de overname van het drijvende zonnepark.

Kees Kuik, voorzitter Coöperatie Project de Mussels: “Wij vinden het een enorme uitdaging als vrijwilligers om mede-eigenaar te zijn van het zonnepark De Mussels. Het is een mooi park geworden, welke bijna niet opvalt in het landschap, en daar zijn wij trots op. Onze Coöperatie Project de Mussels is opgericht door lokale energiecoöperaties in de gemeente Midden-Drenthe. Allemaal vrijwilligers, die zich inzetten in hun eigen omgeving voor het gebruik van duurzame energie. We doen dit ook omdat we willen voorkomen dat buitenlandse investeerders aan de haal gaan met het zonnepark. De winsten en de subsidies van de overheid lekken dan weg naar het buitenland. De energie die hier opgewekt wordt kan door de inwoners worden gebruikt als ze Energie VanOns als leverancier hebben. Door duurzame energie door inwoners en bedrijven in Midden-Drenthe te laten gebruiken, creëer je een energiekringloop. Zo geven we de energietransitie vorm met elkaar en voor elkaar en blijven de geldstromen in Midden Drenthe.”

Marion Wichard, lid dagelijks bestuur Waterschap Drents Overijsselse Delta: “Als Waterschap Drents Overijsselse Delta willen we ons aandeel leveren in het beperken van de klimaatverandering. We vinden het belangrijk om proactief ons steentje bij te dragen. We doen dit het liefst op deze manier: het steunen van lokale initiatieven waar de lokale gemeenschap in ons verzorgingsgebied ook direct van profiteert. Het waterschap heeft als doelstelling om in 2025 energieneutraal te zijn. Door samen met de lokale coöperatie te participeren in het drijvende zonnepark zetten we een mooie stap richting ons doel. Tegelijkertijd dragen we bij aan de concrete ontwikkeling van de Regionale energietransitie in Drenthe.”

Ondersteunend voor ecologie, biodiversiteit én duurzaamheid in de gemeente De gemeente Midden-Drenthe vindt het belangrijk dat de inwoners mee kunnen profiteren van het zonnepark. Daarnaast moet er zorgvuldig omgegaan worden met de beschikbare ruimte. Het zonnepark in Beilen sluit naadloos aan bij de eisen van de gemeente. Met deze ontwikkeling wordt er concreet invulling gegeven aan het Klimaatakkoord. Het drijvende zonnepark fungeert met een bijdrage aan de gemeenschap, als vliegwiel voor andere vormen van verduurzaming.

Het drijvende zonnepark is door de slimme dubbelfunctie ook technisch en ecologisch gezien een voorbeeld voor de energietransitie: door zandwinplassen te combineren met zonnepanelen wordt de inzet van andere bruikbare oppervlakte voor duurzame energie vermeden. Door de lichtdoorlatende glas-glaspanelen en lichtstraten blijven licht en lucht het wateroppervlak raken, wat de ecologie in de plas in stand helpt te houden. GroenLeven heeft met dit systeem al goede ervaringen opgedaan, recente onderzoeksresultaten laten zien dat het effect op ecologie en waterkwaliteit er goed uitzien.

[ad_2]

Source link

Berichten paginering