[ad_1]

De beste temperatuur voor koffie is 20 graden, weet de Colombiaanse koffieboer Nancy Estela Nuños. Ze houdt niet van lauwe koffie, maar weet wel dat koffiestruiken goed gedijen bij die temperatuur. Nancy en 12,5 miljoen andere koffieboeren hebben door klimaatverandering grote problemen om goede koffie te oogsten. Inventieve oplossingen zoals boslandbouw maken boeren weerbaar, vangen CO2 af en zorgen voor meer inkomen. Daarom gaat het Droomfonds van de Nationale Postcode Loterij – 12,7 miljoen euro – dit jaar naar Solidaridad en partners voor een vijfjarig programma dat klimaatverandering én armoede bestrijdt. 

Heske Verburg, directeur van Solidaridad, vertelt over het programma: “Samen met kleinschalige boeren gaan we klimaatslimme koffieteelt breed toepassen en verder ontwikkelen. De boeren kunnen zich beschermen tegen klimaatverandering, broeikasgassen vastleggen en krijgen daarvoor betaald op de markt voor carbon credits. Voor het eerst krijgen kleine boeren op grote schaal toegang tot deze groeiende markt voor emissierechten. Nu zijn boeren vooral het slachtoffer van klimaatverandering, maar als onze plannen slagen, worden ze deel van de oplossing en onze klimaathelden.”

De beoogde resultaten van het vijfjarige programma zijn:

  • 100.000 boeren bedrijven klimaatslimme landbouw in Latijns-Amerika en Afrika

  • In 20 jaar wordt 19,5 miljoen ton CO2 vastgelegd (de uitstoot van 1,5 miljoen Nederlanders in 2020)

  • Boerengezinnen hebben extra inkomsten uit de verkoop van zogenaamde carbon-credits

  • Bedrijven gaan boeren betalen voor minder uitstoot en vastleggen van CO2

  • Klimaatslimme landbouw toegankelijk maken voor miljoenen boeren wereldwijd

Hoge bomen beschermen de bodem en koffie

Een methode die goed werkt, is boslandbouw – het aanplanten van hoge schaduwbomen tussen de koffiestruiken. Die beschermen de koffie en de bodem tegen hogere temperaturen, felle regens en zon. De schaduw komt de kwaliteit van de koffie ten goede en de bomen leveren bovendien fruit en noten. Ook nemen ze CO2 op uit de lucht, dat als koolstof wordt vastgelegd in bomen en de bodem. Daarmee kunnen de boeren nieuwe inkomsten verwerven.

Klimaatcompensatie nieuwe bron van inkomsten voor miljoenen boeren

Hoeveel CO2 wordt vastgelegd door bomen wordt onafhankelijk gemeten met behulp van satellieten (remote-sensing). Iedere ton CO2 is goed voor een carbon-credit. Die kunnen de boeren verkopen aan bedrijven die de uitstoot die ze niet kunnen vermijden willen compenseren. Die verkoop vindt plaats op Acorn, een platform voor emissiehandel van de Rabobank. Van de opbrengst gaat 80% naar de boeren. Zo krijgen de boeren een jaarlijkse vergoeding voor hun inspanningen om broeikasgassen vast te leggen. Er is een sterk groeiende vraag van bedrijven naar klimaatcompensatie met positieve sociale impact. In antwoord op die vraag wil Solidaridad een methode ontwikkelen die werkt voor miljoenen kleinschalige boeren wereldwijd.

Traceerbaarheid cruciaal voor samenwerking met boeren

Solidaridad ontwikkelt het programma in samenwerking met innovatiepartners. Met Cool Farm Alliance wordt gewerkt aan klimaatcompensatie voor boeren die hun bodem goed beheren en koolstof vastleggen in de bodem. Gamification-specialist &ranj ontwikkelt een methode om boeren te motiveren om klimaatslimme technieken door te voeren. Fairfood helpt koffiebedrijven om hun bonen tot aan de boer te traceren. Dat is nodig om samen met de boeren aan CO2-reductie te kunnen werken. “Het is mooi als een bedrijf onvermijdbare CO2-uitstoot compenseert, maar compensatie is pas een optie als boeren CO2 vastleggen”, aldus Sander de Jong, directeur van Fairfood. “Koffiebedrijven moeten de kleinschalige boeren waar ze hun koffie van betrekken, helpen om boslandbouw toe te passen”. Klimaatslimme landbouw is belangrijk. Diverse onderzoeken tonen aan dat 44 tot wel 70% van de uitstoot voor een kop koffie plaatsvindt tijdens de koffieteelt.

“Solidaridad gaat op een slimme manier vele kleinschalige boeren ondersteunen en klimaatverandering beperken“, zegt Dorine Manson, managing director van de Nationale Postcode Loterij. “Dat kleinschalige boeren nu toegang krijgen tot de groeiende markt voor carbon credits, is heel bijzonder. Het is beter voor het klimaat én de boer. Deze slimme en vernieuwende werkwijze spreekt ons enorm aan en we zijn heel blij dat we het project mogelijk kunnen maken, dankzij de deelnemers van de Postcode Loterij.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Maandag 28 maart werd door North Sea Port, Dow en Gutami in Terneuzen het nieuwe Zonnepark Mosselbanken officieel geopend. Het zonnepark zal 60MW aan groene stroom opwekken. Het 32 hectare grote zonnepark werd door Gutami Holding gerealiseerd op het bedrijventerrein Valuepark Terneuzen (de joint venture tussen Dow Benelux en het havenbedrijf North Sea Port).

De komende 15 jaar zal het zonnepark zonnestroom opwekken en verkopen aan het energiebedrijf Eneco. Voor (nieuwe) bedrijven op het industriecomplex is het mogelijk deze stroom af te nemen. De hoeveelheid jaarlijks opgewekte elektriciteit staat gelijk met een jaarverbruik van ruim 15.000 huishoudens.

Uitbreiding hernieuwbare energie

Met het zonnepark ondersteunen Dow, North Sea Port en Gutami de verduurzaming van de Zeeuwse energievoorziening. Dit gebeurt op een unieke locatie waar groene energieproductie op basis van zonne-energie, industriële energieconsumptie, logistieke bedrijvigheid en havenfaciliteiten samenkomen.

Deze investering in hernieuwbare energie zorgt voor nieuwe investeringen in het elektriciteitsnetwerk in North Sea Port en sluit aan bij de klimaatdoelstellingen van de regio. In totaal staat er in het hele grensoverschrijdende havengebied meer dan 290MWp aan opgesteld vermogen zonne-energie en 280MWp aan windenergie.

De industriële productielocatie van Dow

Dow is binnen het havengebied van North Sea Port een belangrijke industriële productielocatie en één van de grootste werkgevers in Zeeuws-Vlaanderen. Het hart van Dow in de Benelux ligt in Terneuzen. Dow Terneuzen is met 16 fabrieken en ongeveer 3.500 medewerkers de op één na grootste productielocatie van Dow wereldwijd.

North Sea Port en Dow werken actief samen met alle betrokken partners binnen het Smart Delta Resources platform (grote energie- en grondstof-intensieve bedrijven) om de ambitieuze doelstellingen van het Parijse Klimaatakkoord op het vlak van duurzaamheid te behalen.

Gutami Holding

Het Nederlandse Gutami Holding uit Zwolle is een duurzame energieleverancier. Gutami ontwikkelt, bouwt en exploiteert wereldwijd zonne-energieparken. Daarnaast verduurzaamt Gutami huizen in de Benelux.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Vandaag openen netwerkbedrijf Alliander en hernieuwbare energieontwikkelaar GroenLeven in Oosterwolde (Friesland) de allereerste binnenlandse waterstoffabriek naast een zonnepark in Nederland. Op deze locatie wordt met zonnepanelen opgewekte elektriciteit omgezet naar waterstof. Alliander en GroenLeven gaan hier onderzoeken op welke manier waterstof een rol kan spelen in gebieden waar de capaciteit van het elektriciteitsnet niet voldoende is om grootschalige opgewekte zonne-energie terug te leveren.

Nederland schakelt om naar een duurzame energievoorziening.

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat in 2030 minimaal 35 terawattuur aan duurzame elektriciteit wordt opgewekt uit grootschalige wind- en zonne-energie op land. Het aantal windmolen- en zonneparken groeit dan ook snel. Helaas kan niet alle duurzaam opgewekte elektriciteit altijd worden teruggeleverd aan het elektriciteitsnet. De grote toename zorgt ervoor dat op steeds meer plaatsen de maximale capaciteit van het net wordt bereikt. Om dit op te lossen moet het elektriciteitsnet minimaal worden verdubbeld. Dat vraagt om grote investeringen. Tegelijk zijn er mogelijkheden het net efficiënter te benutten. Bijvoorbeeld door de opgewekte elektriciteit te gebruiken voor het maken van waterstof.

Minder files op elektriciteitsnet

In Oosterwolde onderzoeken Alliander en GroenLeven de komende vijf jaar gezamenlijk op welke manier waterstof kan bijdragen aan het efficiënt gebruiken van het elektriciteitsnet. In het onderzoek kijkt Alliander of filevorming op het elektriciteitsnet kan worden verminderd of voorkomen en of waterstof een oplossing is om uitbreiding van het net te voorkomen. Voor de pilot heeft Alliander direct naast een zonnepark van GroenLeven een waterstofinstallatie gebouwd. Met deze installatie gaat GroenLeven met de elektriciteit uit haar zonnepark water omzetten naar waterstof. Deze 100% groene waterstof wordt vervolgens afgenomen door het lokale taxibedrijf Kort en brandstofleverancier OrangeGas uit Heerenveen. Naar verwachting kan jaarlijks 100.000 kilogram waterstof worden geproduceerd. Goed voor ongeveer 10 miljoen schone kilometer aan autoritten met een personenauto.

Daan Schut, CTO van Alliander: “Als netbeheerder zijn wij verantwoordelijk voor het transporteren van verschillende energiestromen door een energienet dat enorm aan verandering onderhevig is. Het is daarbij onze maatschappelijke taak om het energienet voor iedereen betrouwbaar, veilig en toegankelijk te houden. Om dat goed te kunnen doen, is het belangrijk dat we de ruimte op het net optimaal benutten. Dat we meer capaciteit uit ons bestaande net halen en slimmer met de beschikbare capaciteit omgaan. Daarbij willen we de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk houden. De pilot die we uitvoeren samen met GroenLeven geeft ons de gelegenheid om te kijken of waterstof kan bijdragen aan het efficiënt benutten van onze elektriciteitsnetten. Door met de opgewekte elektriciteit uit het zonnepark, waterstof te maken en die te gebruiken als brandstof om auto’s op te laten rijden, wordt ons net minder belast en gaat geen duurzaam opgewekte energie verloren.”

Waterstof als hernieuwbare energie

Naast dat wordt gekeken hoe de waterstofinstallatie kan meebewegen ten opzichte van de continue veranderende opwek vanuit het zonnepark, onderzoekt GroenLeven op welke wijze groene waterstof kan worden ingezet als hernieuwbare energie die opgeslagen kan worden.

“Samenwerken is essentieel om de energietransitie te laten slagen”, zegt Peter Paul Weeda, co-CEO van GroenLeven. “Congestie op het elektriciteitsnet zorgt nu voor vertragingen, terwijl we, zeker in het licht van het laatste IPCC-rapport, juist móeten versnellen. Samen met netbeheerders zetten we de schouders eronder om tot oplossingen te komen. Deze pilot met waterstof die we samen met Alliander uitvoeren, is daar een geweldig voorbeeld van, en sluit naadloos aan bij onze strategie. Als GroenLeven gaan we ons meer richten op brede hernieuwbare energieoplossingen en energielandschappen. Waar het accent in het verleden op zonne-energie lag, breiden we dit nu uit naar een mix van windenergie, energieopslag en dus ook waterstof. Zo leveren we een substantiële bijdrage aan de energietransitie in Nederland en aan een schonere, betere wereld voor toekomstige generaties.”

Symposium SinneWetterstof

De opening van de waterstofinstallatie in Oosterwolde wordt ingeleid met het symposium SinneWetterstof. Op dit symposium komt de regionale potentie van waterstof aan de orde. Onder leiding van Remco de Boer, onderzoeker en adviseur op het gebied van de energietransitie, gaan verschillende deelnemers die betrokken zijn bij de energietransitie in Friesland hierover met elkaar in gesprek. Tijdens het symposium wordt de waterstofinstallatie officieel geopend. Naar verwachting stroomt in juni voor het eerst waterstof door de leidingen van de installatie.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Vandaag hebben brancheverenigingen FNLI en VNP namens negen industriële sectoren de Cluster Energie Strategie (CES) van ‘Cluster 6’ aangeboden aan minister Rob Jetten voor Klimaat en Energie. Dit rapport beschrijft hoe deze sectoren de uitstoot van CO2 verder willen verminderen en wat daarvoor nodig is. Want bedrijven willen verder verduurzamen, maar de huidige randvoorwaarden daarvoor sluiten onvoldoende aan op de ambities van de bedrijven. Zo is een forse en tijdige uitbreiding van de benodigde infrastructuur essentieel om een betaalbare en haalbare energietransitie te realiseren. Met deze CES gaat Cluster 6 in gesprek met provincies en netbeheerders om de uitvoering gezamenlijk vorm te geven. Alleen zo kunnen bedrijven hun innovatiekracht ten volle benutten voor de energietransitie, kan de doelstelling van -55% CO2-uitstoot in 2030 worden behaald en blijven bedrijven competitief.

Cluster 6 telt negen zeer diverse sectoren met bedrijven met een CO2-reductieopgave, verspreid door heel Nederland. Deze sectoren onderschrijven de klimaatdoelstellingen en bedrijven nemen hun verantwoordelijkheid. Al een flink aantal jaren zetten zij zich succesvol in om CO2-uitstoot te reduceren, maar de huidige middelen voor verdere verduurzaming zijn niet toereikend. Zo lopen energiekosten op terwijl er tegelijkertijd onvoldoende handelingsperspectief wordt geboden om te investeren in innovatieve verduurzamingstechnieken. Met deze CES is in ieder geval een goede stap gezet in de zichtbaarheid van Cluster 6 en is er oog gekomen voor de benodigde randvoorwaarden om de klimaatambities te kunnen waarmaken.

Zonder infrastructuur geen energietransitie

De blik van netbeheerders en provincies moet ook op bedrijven uit Cluster 6 gericht zijn. Deze bedrijven, buiten de grote vijf industrieclusters, hebben toegang nodig tot nieuwe duurzame energie-infrastructuur die is berekend op grote opgaven zoals elektrificatie. Naast de infrastructuur zelf is ook coördinatie over de regio’s en provincies heen noodzakelijk. Veel van de mogelijke oplossingen van de knelpunten liggen op regionaal of provinciaal niveau. Dilemma’s rondom de infrastructuur zijn onder andere de vergunningsprocedures en de afweging en bepaling van welk verzoek van een bedrijf wanneer wordt uitgevoerd. Bijvoorbeeld voor een verzwaring van de aansluiting op het elektriciteitsnet.

Oplopende energiekosten enerzijds, weinig handelingsperspectief anderzijds

Bedrijven lopen met hun plannen voor verduurzaming vast op onder andere een zeer beperkte toegang tot infrastructuur en de hoge kosten die ze hiervoor maken. Bijvoorbeeld vanwege de grote afstand tot de hoofdinfrastructuur. Daarbij komt dat het systeem van heffingen (ODE) en subsidies onvoldoende is afgestemd op de karakteristieken en behoeften van deze bedrijven. Vooral het mkb betaalt onevenredig veel aan heffingen en heeft nauwelijks toegang tot subsidies. Dat gaat ten koste van de investeringen die zij kunnen doen. Daarnaast worden ze geconfronteerd met verhoogde CO2-reductiedoelstellingen.

Verder inventariseren van behoeften

Met het huidige rapport zijn de inzichten van de deelnemende bedrijven in kaart gebracht. Het geeft een goed, eerste beeld van de behoeften en zwakke plekken die er zijn met betrekking tot energie-infrastructuur. Met de inbreng van een groeiend aantal deelnemende bedrijven en samen met provincies en netbeheerders zal de dekkingsgraad van deze CES steeds verder worden verhoogd. Er wordt ingezet op het verder inventariseren en zichtbaar maken van de knelpunten en behoeften vanuit Cluster 6 en op het versterken van de Regionale Energie Strategie (RES).

Totstandkoming van de CES, samenstelling Cluster 6 en reacties

De Cluster Energie Strategie is opgesteld met inbreng van alle negen sectoren die deel uitmaken van Cluster 6. Water & Energy Solutions heeft de benodigde data verzameld bij circa 150 productielocaties en verwerkt. De sectoren worden vertegenwoordigd door de volgende brancheorganisaties:

FNLI: Voedingsmiddelenindustrie

FME en Metaal Nederland: Metaalindustrie

KNB: Keramische industrie

NLDigital: ICT-sector

NOGEPA: Olie- gas exploratie bedrijven

VA: Afval- en recyclingsector

VNCI: Chemische industrie

VNG: Glasindustrie

VNP: Karton- en papierindustrie

FNLI – Cees-Jan Adema, Directeur: “Voedingsmiddelenbedrijven zijn van groot belang voor de werkgelegenheid en leefbaarheid in de provincies waar zij gevestigd zijn. Mede daarom is een goede en tijdige energie-infrastructuur in iedere provincie noodzakelijk.”

FME – Theo Henrar, Voorzitter: “Ik roep minister Jetten voor Klimaat en Energie en minister Van der Wal-Zeggelink voor Natuur en Stikstof op de procedure voor CO2 en NOx-reductie onderling af te stemmen en te versimpelen. Anders lopen we een enorm risico dat stikstofregels zorgen voor grote vertraging bij de vergunningen om installaties en gebouwen te mogen aanpassen t.b.v. duurzame energie.”

KNB – Nienke Homan, Voorzitter: “Voor het reduceren van de CO2-uitstoot bij het maken van bouwkeramiek zoals dakpannen, bakstenen en tegels, is het essentieel dat fabrikanten concreet weten welke groene infrastructuur zij wanneer kunnen verwachten. Deze eerste CES zet aan tot verdere concretisering, zodat onze fabrikanten zich kunnen voorbereiden.” Metaal Nederland – Hans van den Berg, Voorzitter: “Een doel zonder plan is slechts een wens. Om van fossiele energie over te schakelen naar andere bronnen hebben onze bedrijven op tijd een stevige aansluiting op het elektriciteitsnet nodig. Deze Cluster Energie Strategie is dat plan.”

NLDigital – Jeroen van der Tang, Public Policy Manager Duurzaamheid: “Goed dat in de CES van Cluster 6 ook de groei van datacenter-clusters is meegenomen in de vraag naar elektriciteit voor verduurzaming. De digitale sector is immers al volledig elektrisch en gebruikt bijna volledig groene stroom.”

NOGEPA – Arendo Schreurs, Director: “De Nederlandse aardgassector is onmisbaar in de energietransitie. Niet alleen is de klimaatvoetafdruk van Nederlands aardgas klein, de industrie speelt een grote rol bij de ontwikkeling van nieuwe technologieën, zoals CO2-opslag en de productie van waterstof. Onze kennis, menskracht en infrastructuur kan worden ingezet voor de energietransitie en het versneld CO2-neutraal maken van andere cluster 6 industrieën en tegelijkertijd de eigen CO2-uitstoot fors te reduceren.”

Vereniging Afvalbedrijven – Robbert Loos, Directeur: “Uit deze CES blijkt dat de afvalsector op vele plaatsen een belangrijke rol vervult in de productie van warmte en elektriciteit. Hiermee wordt de afhankelijkheid van bijvoorbeeld gas als fossiele brandstof voor zowel de industrie als ook de bebouwde omgeving verminderd. Een deel van deze energiestromen is bovendien vrij van fossiele CO2-emissie. AVI’s hebben daarnaast nog meer mogelijkheden om een grotere rol te spelen in de Nederlandse CO2-emissiereductieopgave. Echter, op verschillende onderwerpen is het handelingsperspectief niet duidelijk en ontbreekt voldoende financiële incentive.”

VNCI – Martijn Broekhof, Hoofd Klimaat, Energie, Innovatie en Duurzaamheid: “Chemiebedrijven in de regio staan klaar om te investeren in CO2-reductie om zo de klimaatdoelen van 2030 halen. Dat betekent wel dat ze nu keuzes moeten maken voor de te volgen route: wordt het elektrificatie, waterstof of eerst grondstoffen verduurzamen? Het onderzoek dat Water Energy Solutions voor ‘Cluster 6’ heeft gedaan, laat zien waar de knelpunten in de infrastructuur zitten en welke stappen gezet moeten worden om die te verhelpen. Dat is nodig zodat ook de chemie in de regio kan werken aan klimaatneutraal én circulair in 2050.”

VNG – Peter van Rhede van der Kloot, Voorzitter: “De Nederlandse Glasindustrie staat voor optimale samenwerking tussen industrieën en samenleving om zo efficiënt mogelijk de energie en materialen te benutten en daarmee onze impact op het klimaat maximaliseren.”

VNP – Gerrit Jan Koopman, Directeur: “Als sector waarin circulariteit van nature een belangrijke rol speelt zijn papier- en kartonbedrijven klaar voor verdere verduurzaming van hun processen en keten. We kunnen het niet alleen: we trekken graag op met netbeheerders, collega-sectoren en de overheid. Alleen samen laten we onze klimaatambities slagen.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

FrieslandCampina start als eerste in Europa een grootschalige pilot om op het boerenerf praktijkervaring op te doen met Bovaer®, het innovatieve voeradditief van DSM dat de methaanuitstoot van koeien met gemiddeld 30 procent verlaagt. De EU keurde het middel in februari 2022 goed voor gebruik, waarop de partijen meteen besloten tot deze pilot. De Nederlandse voerleverancier Agrifirm zal het voeradditief aan de deelnemende boeren leveren. Met innovaties als deze bouwen melkveehouders voort op de duurzaamheidsverbeteringen door de jaren heen en dragen ze bij aan een duurzaam voedselsysteem.

De samenwerking tussen de Nederlandse bedrijven FrieslandCampina, DSM en Agrifirm op het gebied van Bovaer® is een belangrijke stap in de verdere verduurzaming van de zuivelsector. Het is de bedoeling dat ongeveer 200 Nederlandse, FrieslandCampina-melkveebedrijven in de tweede helft van 2022 aan de pilot deelnemen. Afhankelijk van de uitkomsten wordt het gebruik van Bovaer® vanaf 2023 verder opgeschaald.

Hein Schumacher, CEO Royal FrieslandCampina: “Uiteindelijk willen we dat al onze zuivel netto klimaatneutraal wordt. Dat gaat niet van de ene op de andere dag, maar we zetten er wel op in. Naast oplossingen zoals het gebruik van groene energie, bij voorkeur opgewekt door onze leden, is reductie van de broeikasgasuitstoot van koeien een van de routes naar ons klimaatdoel. Dat vraagt om veel innoveren en testen. Dat gaan we nu ook doen met Bovaer, echt een vernieuwend veevoeradditief van DSM dat de methaanuitstoot van koeien significant vermindert. We weten dat onze leden altijd open staan voor innovaties en verdere verduurzaming en met deze pilot kunnen we als eerste zuivelonderneming in Europa waardevolle praktijkervaring met Bovaer opdoen.”

Dimitri de Vreeze, Co-CEO Royal DSM: “Er is geen tijd te verliezen als het gaat om het terugdringen van broeikasgassen. Het verminderen van methaanemissies is de snelste manier om de opwarming van de aarde tegen te gaan, zoals onderstreept tijdens de laatste Klimaattop in Glasgow. Ik ben trots dat wij, FrieslandCampina en DSM, de melkveehouderij een oplossing kunnen bieden waarmee ze een grote bijdrage kan leveren aan één van de grootste uitdagingen van deze tijd. Samenwerking, nieuwe denkwijzen en baanbrekende innovaties zijn cruciaal voor een duurzame veehouderij. Daarbij is het belangrijk dat de melkveehouder beloond wordt voor duurzaamheidsinitiatieven.”

Innovatie

Bovaer® is een voeradditief voor koeien en andere herkauwers. DSM heeft het additief in tien jaar tijd bedacht en ontwikkeld. Slechts een kwart theelepel Bovaer® per koe, per dag in het voer vermindert de methaanuitstoot gemiddeld met 30 procent. Het voeradditief draagt direct bij aan een aanzienlijke vermindering van de ecologische voetafdruk van vlees-, melk- en zuivelproducten. DSM adresseert door middel van zijn ‘Food System Commitments’ een aantal urgente maatschappelijke en milieutechnische uitdagingen die zijn gelinkt aan hoe de wereld tegen 2030 voedsel produceert en consumeert. Een van die toezeggingen is om het mogelijk te maken de wereldwijde emissies van zuivelproductie met minimaal 20 procent te verlagen. Bovaer® is eind vorig jaar goedgekeurd voor gebruik in Brazilië en Chili, gevolgd door EU-goedkeuring begin 2022.

30 procent minder methaanuitstoot

In 2030 wil FrieslandCampina samen met zijn leden-melkveehouders 33 procent lagere broeikasgasuitstoot op het boerenerf realiseren. Hiertoe werkt de zuivelcoöperatie aan diverse oplossingen zoals het opwekken van duurzame energie op de boerderij, het gebruik van gegarandeerd ontbossingsvrije soja in het veevoer en nu dus ook het verminderen van methaanuitstoot van koeien door middel van Bovaer®. Eerdere proeven met Bovaer® op de Dairy Campus in Leeuwarden lieten een methaanreductie van gemiddeld 30 procent enterische emissies* per kilogram melk zien. Dit leidt tot een verkleining van de CO2-footprint met ongeveer 10 procent.

Tijdens de pilot zullen de deelnemende melkveebedrijven Bovaer®, dat door landbouwcoöperatie Agrifirm in het rantsoen wordt gepast, gedurende zes maanden aan hun dieren voeren. Daarnaast is er met andere voerleveranciers contact over het vervolg.

Dick Hordijk, CEO Royal Agrifirm Group: “Vanuit onze landbouwcoöperatie zijn wij iedere dag bezig met voeroplossingen die bijdragen aan het verbeteren van voedselproductie om zo toekomstige generaties op een verantwoorde wijze te kunnen blijven voeden. Dit additief is één van de oplossingen die helpt bij emissiereductie en ontvangen we daarom met veel enthousiasme.”

Tijdens de pilot worden door middel van workshops en enquêtes de bevindingen van de melkveehouders verzameld. Uiteraard zullen ook de economische aspecten en kosten en baten worden meegenomen. FrieslandCampina hecht er veel waarde aan dat iedere melkveehouder een eerlijke vergoeding ontvangt voor de geleverde melk en de duurzaamheidsinspanningen op het boerenerf.

Foto v.l.n.r. Hein Schumacher (CEO FrieslandCampina), Dimitri de Vreeze (co-CEO DSM) en Richard Korrel (Boerderij Polderzicht).

* Enterische emissies zijn de methaanemissies die voornamelijk ontstaan tijdens de fermentatie in de pens van herkauwers zoals runderen.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De combinatie van zonnepanelen op daken van (ook kleinere en oudere) distributiecentra en bedrijven én een eigen oplaadstation voor elektrisch vrachtvervoer heeft grote potentie, blijkt uit nieuw onderzoek van Natuur & Milieu. Met panelen op de daken van alle distributiecentra, kan al in de helft van de stroombehoefte voor alle elektrische vrachtwagenkilometers in Nederland worden voorzien. Als daar de daken van ‘utiliteitsgebouwen’ zoals fabriekshallen, kantoren en agrarische bedrijven bij komen, biedt dat  voldoende stroom voor de behoefte voor álle vrachtkilometers. Natuur & Milieu wil bedrijven bekend maken met de mogelijkheden en wijst lokale en landelijke overheden op de grote potentie op bedrijventerreinen om bij te dragen aan de opgave om meer duurzame energie in de regio’s op te wekken en tegelijkertijd het volle elektriciteitsnet te ontlasten.

De transitie naar schoon vrachttransport is een belangrijke stap in het omlaag brengen van de CO2- én stikstofuitstoot van het verkeer. In 2025 moeten in 30 tot 40 Nederlandse stadcentra ‘zero-emissie zones’ voor vrachtvervoer zijn. Dat betekent dat winkels en horeca bevoorraad móeten worden met vooral elektrisch aangedreven vervoer. Van leveranciers en distributeurs vraagt dit om een overstap naar elektrisch vrachtvervoer, maar hobbels zoals kosten, kennis en netcapaciteit staan dat nu nog te vaak in de weg. ‘Er is echter meer mogelijk en meer ondersteuning dan veel bedrijven weten. Met een slim energiesysteem kunnen bedrijven en distributiecentra veel geld op brandstof en elektriciteit besparen’, aldus directeur Programma’s Rob van Tilburg van Natuur & Milieu.

Financieel aantrekkelijk en geen overvol stroomnet

Juist de combinatie van het opwekken van stroom en eigen gebruik is technisch vrijwel altijd haalbaar en maakt de overstap naar zero-emissie transport aantrekkelijk. Zelf opgewekte stroom is relatief goedkoop en er kunnen extra inkomsten worden verkregen dankzij het verkopen van Hernieuwbare Brandstof Eenheden (HBE)-credits. De groene stroom kan ook deels verkocht worden én het vraagt minder vergaande aanpassingen aan de netaansluiting als je stroomopwek- en gebruik combineert. Door een vol stroomnetwerk is het moeilijk om voor voldoende laadpunten bij specifieke distributiecentra voor elektrische vrachtwagens te zorgen. Het lokaal gebruik helpt om dit probleem te omzeilen.

Rol voor lokale politiek

In de praktijk gebeurt het zelf opwekken en laden nog weinig. Ondernemers voelen nog niet altijd de urgentie, kennen de regelingen niet of lopen in de praktijk tegen belemmeringen aan. ‘We spreken met dit onderzoek dus de vervoerders zelf aan, maar zeker ook lokale overheden. Zij moeten hun regierol oppakken en de kansen voor de opwek én gebruik van hernieuwbare energie op bedrijventerreinen aanjagen en bedrijven actief op weg helpen. De landelijke politiek kan ook bijdragen door het beleid zo in te richten dat het gebruik van zelfopgewekte energie gestimuleerd wordt. Dit door bijvoorbeeld financiële prikkels voor iedereen die producten en diensten hiervoor wil aanbieden’, aldus van Tilburg.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De Europese Investeringsbank (EIB) heeft vandaag de resultaten van de EIB Klimaatenquête gepubliceerd. De EIB Klimaatenquête 2021-2022 werd gehouden in september 2021. De EIB is de kredietverlenende instelling van de Europese Unie en wereldwijd een van de grootste multilaterale kredietverleners voor klimaatactieprojecten. De belangrijkste conclusies zijn:

  • 58% verwacht dat klimaatbeleid zal leiden tot verbetering van hun levenskwaliteit
  • 62% denkt dat klimaatmaatregelen meer nieuwe banen zullen creëren dan bestaande banen doen verdwijnen
  • 56% gelooft dat klimaatbeleid een bron is van economische groei
  • 25% van de Nederlanders houdt er rekening mee dat ze door de klimaatverandering in de toekomst misschien moeten verhuizen naar een andere streek of een ander land – bij de 20 tot 29-jarigen is dit 44%

Toename levenskwaliteit, ondanks afname koopkracht

Zijn beleidsmaatregelen om de klimaatverandering tegen te gaan goed nieuws voor de economie? Een meerderheid van de Nederlanders (56%) is de mening toegedaan dat de groene transitie een bron van economische groei zal worden. Dit is in lijn met het gemiddelde voor heel Europa, dat eveneens 56% bedraagt.

Een meerderheid (58%) verwacht bovendien een toename van hun levenskwaliteit, met meer comfort in hun dagelijks leven en een positieve impact op de kwaliteit van hun voeding of gezondheid. Beleidsmaatregelen om de klimaatnoodtoestand aan te pakken, worden als goed nieuws gezien voor de arbeidsmarkt: 62% van de Nederlanders (6 procentpunt boven het Europees gemiddelde van 56%) denkt dat deze maatregelen netto een positieve impact zullen hebben op de werkgelegenheid in Nederland en dat ze meer nieuwe banen zullen creëren dan bestaande banen doen verdwijnen.

Meer dan de helft (59%) verwacht echter wel een daling van hun koopkracht naarmate de groene transitie zich doorzet.

Migratie naar andere regio’s en transitie naar nieuwe banen

Volgens de Nederlanders zullen de uitdagingen van de klimaatverandering van blijvende aard zijn. Ongeveer een kwart (23%) is van mening dat de klimaatnoodtoestand tegen 2050 onder controle zal zijn, terwijl 72% denkt dat er tegen die tijd nog steeds een ernstig probleem is.

De respondenten uit Nederland geven aan dat ze de klimaatverandering als bedreigend ervaren voor het gebied waar ze wonen. Wordt hen gevraagd naar de mogelijke impact van de klimaatcrisis op langere termijn, dan geeft een kwart van de Nederlanders (25%) aan er rekening mee te houden mogelijk naar een andere streek of naar een ander land te moeten verhuizen. Die bezorgdheid is veel groter bij twintigers: in de leeftijdscategorie van 20 tot en met 29 jaar geeft 44% aan zich zorgen te maken over een mogelijk gedwongen verhuizing door klimaatgerelateerde factoren. Veel Nederlanders, en met name jongeren, maken zich ook zorgen over het voortbestaan van hun eigen baan. 19% van de respondenten vreest zijn baan te kunnen verliezen doordat deze niet langer verenigbaar is met de strijd tegen de klimaatverandering. Bij de 20 tot 29-jarigen stijgt dit cijfer tot 36%.

Veranderende levensstijl op lange termijn

De Nederlanders zijn zich bewust van de gedragswijzigingen die noodzakelijk zijn om de klimaatverandering aan te pakken. Wijzigingen aan hun eigen levenswijze om de koolstofuitstoot te verlagen, zullen volgens hen in de komende 20 jaar aanzienlijk aan belang winnen. Een kwart van de respondenten (23%) denkt dat de meeste mensen over 20 jaar geen auto meer zullen bezitten en 58% denkt dat de meeste mensen tegen die tijd vanuit huis zullen werken om op die manier een bijdrage te leveren aan de klimaatactie. Tot slot denkt een derde van de respondenten (31%) dat de meeste mensen tegen die tijd een plantaardig dieet zullen aanhouden en 48% verwacht dat aan elke burger een energiequotum zal worden toegekend.

Wereldwijde vergelijking: verschillen tussen Europeanen, Britten, Amerikanen en Chinezen

Globaal bekeken zijn de Europeanen verdeeld over de vraag of de groene transitie een bron van economische groei zal worden. Ruim de helft van de respondenten (56%) meent dat dit wel degelijk zo zal zijn, wat vergelijkbaar is met de meningen van de Amerikanen en de Britten (57%). De Chinezen zijn hier optimistischer (67%). Een meerderheid van de Europeanen (61%) verwacht wel een toename van hun levenskwaliteit en een positieve impact op de kwaliteit van hun voeding of gezondheid. De Europeanen zijn op dit vlak pessimistischer dan de Chinezen (77%), Amerikanen (65%) of Britten (63%).

Kris Peeters, vicevoorzitter van de EIB: “De Nederlanders zien duidelijk kansen door de groene transitie als het gaat om hun levenskwaliteit en de arbeidsmarkt. Maar ze maken zich ook zorgen – en dan met name jonge mensen – over de gevolgen van de klimaatverandering op de lange termijn en de mogelijke noodzaak om te verhuizen naar andere regio’s. Als klimaatbank van de Europese Unie is het onze verantwoordelijkheid om naar die bezorgdheden te luisteren en ze samen met beleidsmakers en partners uit de bedrijfswereld concreet aan te pakken. Zo kunnen we bijdragen aan een groenere en meer welvarende toekomst waarbij niemand in de kou blijft staan.”

Meer informatie

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Leefbaar inkomen voor de koffieboer, de beste kwaliteit koffie en minimale milieu impact zijn wat Boot Koffie betreft de drie essentiële pijlers onder verantwoord ondernemen in de koffie wereld. In samenwerking met de Climate Neutral Group reduceert Boot Koffie nu de klimaatimpact van de koffie tot nul!

In de jaren 2020 en 2021 heeft Boot Koffie samen met de boeren in de Kachalu coöperatie deelgenomen aan een pilot van het Future Proof Coffee Collective met True Cost Accouting (TCA). Het berekenen van de werkelijke kosten van de koffie.

De meeste koffieteelt veroorzaakt een enorme milieubelasting. Boot Koffie weet al jaren dat verbouwen van de hoogste kwaliteit koffie grote positieve effecten heeft op het inkomen van de koffieboer en de milieubelasting vermindert. De resultaten van de TCA-pilot waren echter nog veel beter dan Boot Koffie verwachtte: de koffieboer verdient een fatsoenlijk inkomen waar hij goed van kan leven en de klimaat impact op de plantage is zeer gering.

Nu zet Boot koffie de volgende stap. In samenwerking met de Climate Neutral Group reduceert Boot Koffie de klimaatimpact van de koffie tot nul!

Volgens de koffie calculator is de carbon footprint van een kilo 100% Colombia koffie (inclusief 16% ‘roasting loss’), 100 m3 aardgas, en 180 kWh stroom gebruik gemiddeld – van boer tot en met winkel – 3,877 kg CO2. Het overgrote deel komt daarbij van de koffieplantage.

De Colombia Kachalu koffie heeft echter ruim 90% minder CO2 uitstoot op de plantage dan de gemiddelde Colombiaanse koffie. Dat komt omdat de boeren biologisch verbouwen en dus geen kunstmest gebruiken. En men heeft schaduwbomen geplant: dat is beter voor de koffieplant én slaat juist CO2 op.

Daarmee is de klimaatimpact van de Colombia Kachalu koffie minimaal. De laatste emissies, voor branden en transport, compenseert Boot Koffie, in een mooi CO2-reductie project elders, op basis van de gegevens voor de gemiddelde Colombiaanse Koffie. Daarmee is de Kachalu koffie klimaatneutraal, en draagt uw kopje koffie dus niet bij aan het klimaatprobleem. Waarschijnlijk vermindert het zelfs de totale CO2- emissie door de acties van de boer.

Boot Koffie heeft gekozen de laatste emissies te compenseren via een project met een officieel Voluntary Carbon Standard certificaat dat bos beschermt tegen boskap en nieuwe bomen aanplant is samenwerking met de lokale bevolking.

Jos Cozijnsen, Climate Neutral Group: “Goed dat Boot Koffie investeert in goede biologische koffie met een goede beloning en die beter is voor het klimaat. Dat Boot bovendien de laatste CO2-emissies die er nog overblijven via ons compenseert in een ander gecertificeerd project bewijst dat Boot het klimaatprobleem serieus neemt en dat de koffiefan daar ook bewuster van wordt“.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Shell heeft hoger beroep ingediend tegen de uitspraak van mei 2021 door de rechtbank in Den Haag. In die uitspraak verplicht de rechtbank Shell om haar wereldwijde CO2-uitstoot met netto 45% terug te brengen in 2030, vergeleken met de hoeveelheid in 2019.

Toelichting Shell:

Voor alle duidelijkheid: we willen een koploper zijn in de energietransitie. We versnellen onze Powering Progress strategie om tegen 2050 een energiebedrijf te zijn met netto nul uitstoot, in lijn met de stappen die onze klanten zetten en de samenleving als geheel. Bovendien hebben we ons tot doel gesteld om de absolute CO2-uitstoot van onze activiteiten tegen 2030 met de helft te verminderen ten opzichte van 2016.

Daarnaast helpen we klanten de zogeheten Scope 3-emissies te verminderen die voortkomen uit het gebruik van onze producten. Denk daarbij aan investeringen in hernieuwbare energie om meer huizen en bedrijven te voorzien van wind- en zonne-energie, zoals recent in Nederland, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en in Australië. Denk daarbij ook aan het bouwen van een uitgebreid netwerk van laadpunten voor elektrische voertuigen. Momenteel exploiteert Shell wereldwijd bijna 90.000 laadpunten en we streven ernaar dit te vergroten tot meer dan 500.000 in 2025.

Schonere brandstoffen

Ook investeren we in schonere brandstoffen voor sectoren die niet eenvoudig kunnen overstappen op elektriciteit, zoals de luchtvaart of zwaar wegtransport. We werken bijvoorbeeld samen met luchtvaartmaatschappijen als KLM en creëren de infrastructuur die nodig is om waterstof uit hernieuwbare energiebronnen als brandstof te gebruiken. De waterstoffabriek die we recent hebben opgestart in China leverde tijdens de Winterspelen meer dan de helft van de benodigde waterstof voor waterstofvoertuigen op de wedstrijdlocatie Zhangiakou. We werken bovendien samen met anderen om innovatieve oplossingen te vinden voor sectoren die moeilijk koolstofvrij te maken zijn.

Onze klimaatdoelstellingen en de acties die we ondernemen om onze strategie te realiseren, ondersteunen niet alleen het Akkoord van Parijs, maar ze positioneren ons ook goed om aan de verplichtingen van de rechtbank te voldoen, ongeacht het beroep. Er zijn echter aspecten van het oordeel van de rechtbank die gewoon niet haalbaar – of zelfs redelijk – zijn om te verwachten van Shell, of een ander enkel bedrijf.

Energiekeuzes van klanten

De rechtbank baseerde haar uitspraak op een ‘ongeschreven zorgvuldigheidsnorm’ naar Nederlands recht. Als ongeschreven zorgvuldigheidsnorm zou het zo voor de hand liggend, algemeen bekend en begrepen moeten zijn dat iedereen – niet alleen landen en bedrijven, maar ieder persoon – weet en accepteert dat ze hun koolstofemissies tegen 2030 met 45% moeten verlagen. Het is niet duidelijk hoe Shell kan worden opgedragen om koolstofemissies te verminderen van klanten die Shell niet controleert, terwijl deze klanten niet een vergelijkbare wettelijke verplichting hebben om hun emissies te verminderen.

Shell wordt ook gevraagd om sneller en verder te gaan dan sectoren zoals luchtvaart, scheepvaart en wegtransport.

Wij werken er continu aan om via de producten die wij verkopen onze klanten te helpen hun uitstoot omlaag te brengen. Maar ondanks het feit dat Shell een grote, wereldwijd opererende energieproducent is, hebben wij alleen geen directe invloed op de energiekeuzes van klanten. Het is aan overheden om met beleid het energieverbruik van de samenleving fundamenteel te veranderen.

Shell wordt ook gevraagd om verder en sneller te gaan dan sectoren zoals luchtvaart, scheepvaart en wegtransport die verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van onze gerapporteerde Scope 3-koolstofemissies. De uitspraak verplicht Shell in feite tot een doel dat verder gaat dan ’s werelds meest progressieve beleidstrajecten om elke bedrijfssector koolstofvrij te maken, inclusief het door de Europese Unie voorgestelde “Fit for 55”-pakket.

We zijn het er allemaal over eens dat we snel moeten handelen en samen moeten werken om als wereld over te stappen naar schonere energie. Maar Shell is tot op zekere hoogte beperkt door het tempo waarop klanten en bedrijfssectoren koolfstofvrij worden.

Piekende energieprijzen

Recente uitdagingen rond de energievoorziening en piekende energieprijzen tonen dat de energietransitie zich op meer moet focussen dan het verminderen van koolstofemissies, wil het eerlijk en geordend verlopen. Dit is een politieke balanceer-act, die effectief, door de overheid geleid beleid vereist. Deze uitdagingen kunnen niet worden opgelost via juridische geschillen tussen private partijen en vonnissen tegen individuele bedrijven. Het opdragen aan één bedrijf om zijn emissies én die van zijn klanten te verminderen is geen effectieve manier om klimaatverandering aan te pakken en tegelijk veilige, betrouwbare en betaalbare energie plus economische ontwikkeling voor eenieder te waarborgen.

Om deze redenen gaan wij in beroep tegen de uitspraak van de rechtbank. En laat duidelijk zijn; dit verandert niets aan onze stevige commitment om een leidende rol te spelen in de energietransitie, via onze investeringen, onze projecten, onze innovatie en onze partnerschappen.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Internationaal advocatenkantoor Allen & Overy en Regreener, een onderneming gericht op het tegengaan van klimaatverandering en vergroenen van de wereld, kondigen op International Day of Forests een samenwerking aan om groene impact te realiseren. Deze samenwerking past bij de ambitie van beide organisaties om verantwoordelijkheid te nemen in de strijd tegen klimaatverandering. A&O richt zich wereldwijd op een CO2-reductie van 50 procent in 2030 ten opzichte van 2019. Middels de samenwerking met Regreener zal A&O actief bijdragen aan het  realiseren van groene impact en steunt A&O Regreener bij duurzame projecten zoals herbebossing in Zambia en regenwoudbescherming in Ecuador. Verder koopt Regreener CO2-certificaten op en investeert in ontwikkeling van innovatieve en schaalbare oplossingen om  klimaatverandering tegen te gaan.

Paul Huisman, Head of Business Services bij Allen & Overy: “De samenwerking met Regreener is een mooie stap voor A&O om te laten zien welke acties we ondernemen om onze CO2-voetafdruk te verkleinen. Regreener laat onze kantoorgenoten op maandelijkse basis zien wat A&O  concreet bijdraagt. A&O draagt bij aan concrete projecten als (i) bomen planten, (ii) regenwoud beschermen en (iii) groene energieprojecten. Via onze interne mediakanalen kunnen we elke maand op een dashboard zien wat onze groene impact is.”

Job van Hooijdonk, mede-oprichter Regreener: “Wij zijn ontzettend blij dat Regreener deze mooie samenwerking aangaat met Allen & Overy, een van ’s werelds meest vooraanstaande advocatenkantoren. De focus van onze samenwerking zal liggen op de daadwerkelijke groene impact die wordt gerealiseerd. Zo zullen we op maandelijkse basis voor en namens de Allen & Overy bomen planten, regenwoud beschermen en projecten gericht op groene energie en renewables steunen. In de tijd dat ik zelf als advocaat werkzaam was (bij een concurrerend kantoor) heb ik A&O leren kennen als een kantoor dat staat voor kwaliteit en innovatie. Daarom ben ik blij datwij dit kantoor als partner mogen verwelkomen. Ik kijk uit naar een vruchtbare samenwerking en verheug mij op de groene impact die we samen zullen realiseren.”

 

[ad_2]

Source link

Berichten paginering