[ad_1]

RIFT zet samen met Connectr belangrijke stappen in de ontwikkeling van de nieuwe ijzerbrandstoftechnologie. Momenteel test RIFT ’s werelds eerste iron fuel productie-installatie op het Connectr Energy Demo Field in Arnhem. Een belangrijke stap, want inmiddels is er ook al een intentieverklaring getekend met Connectr partner Veolia. Samen willen zij een eerste 5 megawatt (MW) commerciële pilot plant realiseren. Door deze stappen te zetten komt de ijzerbrandstoftechnologie dichter bij commerciële toepassing, en daarmee het decarboniseren van energie-intensieve industrieën.

Mark Verhagen, Lex Scheepers en Vincent Seijger richtten in 2020 RIFT (Renawable Iron Fuel Technlogy) op met als missie; het wereldwijd decarboniseren van warmtenetten, industriële productieprocessen en elektriciteitscentrales middels Iron Fuel Technology. Inmiddels hebben zij een intentieovereenkomst met Veolia getekend, testen zij de iron fuel productie set-up op het Energy Demo Field van Connectr en wordt een 1 MW boiler installatie gebouwd bij Ennatuurlijk.

Energy Demo Field

Het Energy Demo Field van Connectr op Industriepark Kleefse Waard (IPKW) in Arnhem is ontwikkeld voor partijen om daar hun technologie rondom waterstof en/ of batterij technologie te testen en te demonstreren. Een ideale plek voor RIFT om in deze fase van de technologieontwikkeling de gewenste tests uit te kunnen voeren. En door de goede samenwerking tussen RIFT, Veolia, VGGM en Connectr was het organiseren en realiseren van de testopstelling op het Energy Demo Field binnen enkele weken gerealiseerd.

Op het Energy Demo Field gaat RIFT het verbrandingsproduct roest omzetten naar ijzerbrandstof middels waterstof in RIFT’s productie-installatie. Met de iron fuel boiler die tegelijkertijd wordt getest in Helmond bij Ennatuurlijk, maakt het de technologie geheel circulair. Een belangrijke testfase, want bij een succesvolle uitkomst kan er, zoals vastgelegd in de intentieovereenkomst, in samenwerking met Veolia worden opgeschaald.

Een belangrijk voordeel van het Energy Demo Field op IPKW is de aanwezigheid en betrokkenheid van Veolia. Veolia ziet IPKW als R&D hub, aldus Dennis Rietveld, technisch directeur van Veolia: “Het park fungeert als R&D hub voor Veolia met betrekking tot de energietransitie, of het nu gaat om load balancing, het ontwikkelen van een waterstof backbone, en nu de regeneratie pilot unit voor deze technologie”. “De combinatie van de benodigde faciliteiten en interessante netwerkpartners maakt dat we RIFT goed kunnen ondersteunen in de groeistappen die zij aan het zetten zijn”, aldus Lennard Nellestein van Connectr.

De ontwikkelstappen die RIFT op dit moment zet, gaan ontzettend snel. Ook in de volgende fases gaat Connectr RIFT ondersteunen bij het versneld naar de markt brengen van deze cruciale technologie voor de energietransitie.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De komende jaren zijn cruciaal om de klimaatopwarming te kunnen beperken, zo stellen de wetenschappers van klimaatpanel IPCC in hun rapport van begin april. Kansen liggen onder meer in het benutten van wind- en zonne-energie. Het historisch grote tekort aan personeel is echter een struikelblok; van de vacatures die te maken hebben met de energietransitie is maar liefst 36 procent onvervulbaar. Dit blijkt uit onderzoek van ABN AMRO.

De uitstoot van broeikasgassen moet onmiddellijk en stevig worden teruggedrongen. Alleen dan kan volgens de klimaatwetenschappers de opwarming van de aarde nog worden beperkt tot 1,5 graad in 2050 ten opzichte van de tweede helft van de 19e eeuw. Maatregelen in diverse sectoren zijn noodzakelijk om de schadelijke gevolgen van opwarming, zoals extreme hitte, overstromingen en langdurige periodes van droogte, zoveel mogelijk te voorkomen.

De energietransitie speelt hierbij een cruciale rol en het IPCC draagt daar dan ook beleidsopties voor aan. Positief daarbij is dat de kosten windenergie en zonne-energie in het vorige decennium met respectievelijk 55 en 85 procent zijn gedaald en ‘laaghangend fruit’ vormen in deze transitie; met relatief beperkte investeringen kan een deel van de uitstoot van broeikasgassen worden gereduceerd.

De urgentie van de klimaatcrisis zet de geplande Nederlandse investeringen in infrastructuur voor duurzame energiebronnen kracht bij. In het coalitieakkoord kondigde het kabinet de oprichting van een klimaat- en transitiefonds aan ter grootte van 35 miljard euro, dat onder meer wordt ingezet voor het aanleggen van infrastructuur voor schone energiebronnen.

Op korte termijn is er echter een groot struikelblok om de miljarden effectief in te zetten: de tekorten op de arbeidsmarkt. Eind vorig jaar waren deze al hoog en in het eerste kwartaal van 2022 is de situatie nog nijpender geworden. Eind maart 2022 is zelfs bijna 21 procent van alle vacatures onvervulbaar volgens de methode van ABN AMRO, die rekening houdt met beroepsvoorkeuren van werkzoekenden en hoe ver zij willen reizen van een vacature.

Dit is een recordniveau: niet eerder hebben wij in onze arbeidsmarktindicator, die teruggaat tot begin 2017, zo’n hoog percentage onvervulbare vacatures gezien. Het cijfer laat zien hoeveel van de uitstaande vacatures onvervulbaar zijn, komt voort cijfer per gemeente per beroep, en is op basis van de informatie over werkzoekenden die via het UWV solliciteren.

Krapte arbeidsmarkt op recordniveau

Bij vacatures die samenhangen met de energietransitie is het nog veel moeilijker om aan personeel te komen, zo blijkt uit de verzameling van beroepen die ABN AMRO met de transitie in verband brengen. Inmiddels is maar liefst 36 procent van deze vacatures onvervulbaar, waar dit eind 2021 nog 24 procent was. Het tekort aan gekwalificeerd personeel vormt dus een sterke beperkende factor in een verdere versnelling van de energietransitie.

36 procent van vacatures voor energietransitie onvervulbaar

Zo is het moeilijk om aan installateurs te komen, terwijl hun specifieke kennis en vaardigheden cruciaal zijn bij de aanleg van bijvoorbeeld warmtepompen of zonnepanelen. Monteurs van elektrotechnische panelen moeten met een lampje worden gezocht, evenals installatiemonteurs voor dakwerk, sanitair, verwarming en gas- en waterleidingen.

Voorbeelden van krappe beroepen in relatie tot energietransitie

Nu de vraag naar installateurs toeneemt, is het zaak om initiatieven te nemen die het aanbod van dergelijk personeel vergroten. Zo worden in Groningen uitkeringsgerechtigden via het UWV in drie maanden opgeleid tot installateur van zonnepanelen. Het uitkeringsinstituut heeft klimaatbanen en vaardigheden voor de gebouwde omgeving inzichtelijk gemaakt. Techniek Nederland heeft een overzicht gepubliceerd van allerlei lokale overheidsplannen en educatiemogelijkheden.

Dergelijke initiatieven hebben navolging en opschaling nodig. Om aan de waarschuwing van het IPCC gehoor te kunnen geven, moet zo snel mogelijk aan meer oplossingen worden gewerkt die het tekort aan personeel dempen.

 

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

In Nederland is in 2021 de CO2-uitstoot van de bedrijven onder het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) gestegen met 0,03% t.o.v. 2020. Daarmee stokt de daling van de CO2-uitstoot voor het eerst in 6 jaar. Dat blijkt uit cijfers van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). In 2020 ging het nog om een daling van 11,5% CO2-uitstoot ten opzichte van 2019. De CO2 emissies in 2021 zijn met 74,1 miljoen ton (Mton) nog wel lager dan de 83,7 Mton in 2019, voordat de coronacrisis begon. De 343 bedrijven die onder het ETS vallen, zijn samen verantwoordelijk voor ongeveer de helft van de totale CO2-uitstoot in Nederland.


Bron: Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)

Mark Bressers, directeur-bestuurder NEa: “Dat de daling van CO2 uitstoot die we de afgelopen jaren zagen in 2021 tot stilstand is gekomen, is teleurstellend. De Industrie en energiesector moeten nog stappen zetten om de doelen voor 2030 uit het Klimaatakkoord te halen. Daarvoor hoop je natuurlijk elk jaar een daling van de CO2-uitstoot te zien.”

CO2-uitstoot kolencentrales flink omhoog

De CO2-uitstoot van de 4 kolencentrales is in 2021 met 69% toegenomen in vergelijking met 2020. De uitstoot van de grootste kolencentrale van Nederland, de RWE centrale in Eemshaven, is zelfs meer dan verdubbeld: van 2,5 Mton CO2 in 2020 naar 5,3 Mton in 2021. In totaal stootten de kolencentrales 11,6 Mton CO2 uit in 2021 en waren daarmee verantwoordelijk voor 7% van de totale Nederlandse CO2-uitstoot.

De uitstoot van veel gascentrales daalde juist aanzienlijk waardoor de uitstoot van de energiesector nagenoeg gelijk bleef ten opzichte van 2020.

Gelijktijdig met de forse stijging van steenkool is het gebruik van biomassa in de kolencentrales met ruim 38%  toegenomen in 2021. De hoeveelheid energie die daarmee werd opgewekt is genoeg om bijna 6 miljoen huishoudens een jaar lang van elektriciteit te voorzien.

Biomassa uitstoot voor het eerst gerapporteerd

In 2021 werd er voor 7,6 Mton CO2 uitgestoten door het verbranden van biomassa in ETS-installaties. 2021 is het eerste jaar dat ETS-installaties deze uitstoot moeten monitoren en rapporteren.

De CO2 die vrijkomt bij het verbranden van biomassa wordt binnen het EU ETS gezien als klimaatneutraal en dus hoeven bedrijven niet te betalen voor deze uitstoot. Vanaf 2023 geldt dat bedrijven moeten kunnen aantonen dat de biomassa die ze verstoken voldoet aan Europese duurzaamheidscriteria. Als de biomassa die wordt verstookt niet voldoet aan de criteria moeten bedrijven wel gaan betalen voor de CO2-uitstoot. Voor de biomassa die wordt bijgestookt in Nederlandse kolencentrales gelden al wel strenge duurzaamheidseisen.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Jongeren Milieu Actief (JMA) laat vanmiddag 13 april van zich horen op de aandeelhoudersvergadering van Ahold Delhaize. De jongerenafdeling van Milieudefensie wil dat Albert Heijn sneller vergroent en met een concreet klimaatplan komt. De jongeren hebben aandelen gekocht en gaan tijdens de vergadering kritische vragen stellen. Ze doen een dringend appel voor een leefbare planeet.

Marktleider

Neele Boelens van JMA: “We hebben nog 8 jaar om gevaarlijke klimaatverandering te stoppen. Daarom vragen we van Ahold Delhaize om zich aan het akkoord van Parijs te houden en dat te doen met concrete, snelle stappen. Als marktleider heeft Ahold Delhaize een grote verantwoordelijkheid, daar gaan wij jongeren ze binnen en buiten de zaal op wijzen.

Groene loper

Om andere aandeelhouders in een klimaatvriendelijke stemming te krijgen, rollen 60 jongeren buiten een groene loper uit. Willen de andere aandeelhouders ook een groene koers van AH? Aandeelhouders krijgen voorafgaand aan de vergadering de vraag of ze de jongeren steunen en over de groene loper naar binnen willen, of dat ze ervoor kiezen om de klimaatcrisis te ontlopen.

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De Rijksoverheid verkleint zijn CO2-voetafdruk door de bedrijfsvoering te verduurzamen. BZK is inmiddels gecertificeerd op niveau 3 van de CO2-prestatieladder. Op donderdag 31 maart gaf dit ministerie het stokje symbolisch door aan OCW, VWS en SZW die samen óók dit certificaat willen bemachtigen. Mark de Boer, waarnemend clusterdirecteur Bestuursondersteuning, Mensen & Middelen en voorzitter van de stuurgroep verduurzaming bij BZK, en Jeroen Been, directeur bedrijfsvoering bij OCW, constateren dat je samen meer voor elkaar krijgt: “Als we elkaar helpen kan duurzaamheid onderdeel worden van alles wat we doen.”

Op de feestelijke bijeenkomst in het Petit Café aan het Haagse Parnassusplein heet Martijn Otte, duurzaamheidscoördinator BZK, iedereen van harte welkom. De stemming is opperbest. Natuurlijk, de aanwezigen mogen elkaar fysiek treffen en voor sommigen is het zelfs de eerste keer dat ze elkaar in levenden lijve ontmoeten. Maar bovenal symboliseert de dag de inspanningen van de Rijksoverheid om zijn bedrijfsvoering te verduurzamen. Hoe snel dat kan gaan, blijkt uit het verhaal van Martijn: “Ik vond dat we het goede voorbeeld moesten geven. Een jaar geleden sprak ik Mark de Boer daarop aan. En in overleg met hem is er een ambitieplan gekomen en hebben we iedereen die binnen BZK bezig was met duurzaamheid, bij elkaar gebracht. En nu hebben we ons certificaat niveau 3 van de CO2-prestatieladder behaald.” De grootste winst van dit alles? Martijn: “Dat we elkaar hebben gevonden en we nu met elkaar verbonden zijn rond het thema duurzaamheid. En we willen met elkaar de transformatie naar duurzame bedrijfsvoering vormgeven.”

Drang om samen te werken

Ook plaatsvervangend algemeen directeur a.i. van Logius Joop Groen merkt dat er veel animo is om werk te maken van duurzaamheid. We moeten wel, houdt hij de aanwezigen voor: “Over acht jaar is het 2030. Dan moeten we anders eten, anders bouwen en anders inkopen dan we gewend zijn te doen. De duurzame transformatie gaan we op elk vlak van ons leven merken. Ook het Rijk heeft de gemeenschappelijke opgave om duurzaamheid tot in de haarvaten door te voeren. Dat doen we met elkaar en elk vanuit ons eigen aandachtsgebied en expertise.”

Als voorbeeld noemt Joop zijn eigen werkterrein: “Onze digitale dienstverlening kan veel groener. Al die data vreten enorm veel energie. Als je bedenkt dat de ene programmeertaal tot wel een factor 80 minder energie kan verbruiken dan de andere, dan is het best mogelijk ook je ICT te verduurzamen. Je kunt ook een kilowattuur maar één keer uitgeven en dat moeten we zo slim mogelijk gaan doen. Dat kan door duurzaamheid te koppelen aan ons primaire proces.”

En juist op dat punt kunnen ministeries van elkaar leren. Joop: “En die drang is er ook. Kijk maar naar deze bijeenkomst. Er gebeurt al zoveel prachtigs en de departementen willen elkaar helpen om verder te komen.” Mark de Boer vult aan: “Laten we gebruik maken van de wil om samen te werken. Maak het daarbij niet te groot: met heel veel kleine stappen komen we er ook. De CO2-prestatieladder helpt ons om overzicht te krijgen en te zien welke stappen we kunnen zetten. Ook andere departementen kunnen die stappen zetten. Daarbij kunnen ze ook nog gebruik maken van de inzichten die wij het afgelopen jaar opgedaan hebben. Als we elkaar helpen kan duurzaamheid onderdeel worden van alles wat we doen.”

Om deze woorden kracht bij te zetten, geeft hij symbolisch het stokje door aan OCW, SZW en VWS en wenst hen veel succes. Zij zijn inmiddels hard aan het werk om ook gecertificeerd te worden volgens de CO2-prestatieladder. En de woorden van Mark die daarbij resoneren: maak het inzichtelijk en houd het simpel.

Van elkaar leren

Als de deelcertificaten uitgereikt zijn aan de mensen van BZK is het tijd om na te praten. Mark de Boer schuift aan bij Jeroen Been, die nu aan zet is namens OCW. Jeroen: “Het is ontzettend belangrijk dat wij als leden van de ICBR ambassadeur zijn voor verduurzaming. En dat we vorig jaar, toen programma Denk Doe Duurzaam dat aan ons vroeg, met elkaar besloten de CO2-prestatieladder te gaan invoeren. Je ziet nu wat daar voor moois van komt. Wij verzamelen de mensen om ons heen die begaan zijn met duurzaamheid en die in staat zijn om een heel departement mee te krijgen in het doel écht duurzamer te gaan handelen. Ik vind het mooi dat we daarbij kunnen leren van de ervaringen die BZK opgedaan heeft.”

Mark haakt daarop in: “We zijn met duurzaamheid in ons achterhoofd opnieuw gaan kijken naar de informatie en kennis die we hebben. Dan blijkt dat we meer weten dan we gedacht hadden. Daarmee werd het tastbaar. Nu we op niveau 3 gecertificeerd zijn, weten we wat we kunnen en moeten doen om de bedrijfsvoering te verduurzamen. We kunnen nu een plan van aanpak maken en daarmee zorgen voor verduurzaming.”

Dat is gelijk ook wat Mark mee wil geven aan Jeroen: “Houd de energie vast die je met elkaar krijgt als je inziet waar je kunt verduurzamen. Het is meer dan een taak uitvoeren, het gaat om de persoonlijke motivatie om duurzame doelen te bereiken. Er zijn veel enthousiaste mensen. Breng die bij elkaar en maak gebruik van hun energie.”

“Wij verzamelen de mensen om ons heen die begaan zijn met duurzaamheid en die in staat zijn om een heel departement mee te krijgen in het doel écht duurzamer te gaan handelen”

Onderling contact

Jeroen: “Er is al een groot aantal mensen enthousiast bezig met de certificering van OCW, SZW en VWS. Wij hebben ook een aantal grote uitvoeringsdiensten, waarmee we veel impact kunnen maken. Kijk naar het datacentrum dat wij hebben, waar duurzaamheid duidelijk op de agenda staat en al veel winst is behaald, maar waar ook nog meer winst valt te behalen. En ik ben heel blij dat we elkaar ook weten te vinden. De departementen hebben onderling veel contact op dit onderwerp en daarmee kunnen we van elkaar leren. We staan ook allemaal voor dezelfde opgave.” Mark vult aan: “En als er iets even niet soepel loopt, kun je makkelijk met elkaar in overleg, bijvoorbeeld in de ICBR, om een oplossing te vinden.”

Jeroen besluit: “Dat is de kracht die ontstaan is. Waar we tien jaar geleden nog als eilandjes werkten, werken we nu echt samen en we weten elkaar ook makkelijk te vinden. Iedereen moet eigen accenten leggen, omdat je inhoudelijk met verschillende onderwerpen bezig bent, maar verduurzamen moeten we allemaal.”

Foto: De medewerkers van BZK, OCW, SZW en VWS hebben hun deelcerfiticaten uitgereikt gekregen (Phil Nijhuis)

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Het Zweedse parlement wil op consumptie gebaseerde uitstootdoelstellingen opnemen in de nationale klimaatdoelen. Het is hiermee het eerste land ter wereld dat wetgeving opstelt rond de uitstoot van consumptiegoederen. De commissie die gaat over het vaststellen van de milieudoelstellingen van Zweden heeft afgelopen week een voorstel gepresenteerd voor het doel dat het land zou moeten stellen voor de uitstoot van broeikasgassen die verband houden met consumptie. 

Nationale klimaatdoelstellingen zijn afhankelijk van de rapportage van de uitstoot die op het grondgebied van een land zelf wordt gecreëerd. Zweden heeft op basis van die gegevens een netto-nuldoelstelling voor 2045 vastgelegd en is daarmee een van de meest ambitieuze, groene landen van Europa.

Vervuiling buiten Zweden gegenereerd

Nu is die ambitie dus verder verhoogd: de parlementaire milieucommissie heeft voorgesteld om op consumptie gebaseerde emissiedoelen op te nemen in de Zweedse klimaatdoelstellingen. Dat gaat dan om vervuiling die in het buitenland wordt gegenereerd bij productie voor de import. 

“Het opnemen van verbruiksemissies in de emissiedoelstellingen van Zweden is een historisch gebeurtenis, waar veel organisaties lang naartoe hebben gewerkt”, zegt Karin Lexén, secretaris-generaal van de Zweedse Vereniging voor Natuurbehoud.

Greta Thunberg, die vanuit Stockholm een wereldwijde klimaatbeweging voor jongeren begon, zegt al langer dat rijke landen verantwoordelijkheid moeten nemen voor op consumptie gebaseerde uitstoot – en die ook moeten verminderen.

De aanbeveling van de commissie moet nog worden aangenomen en ook andere details, zoals hoe de Zweedse export en de internationale lucht- en scheepvaart meegenomen moeten worden in de wetgeving, moeten nog worden uitgewerkt.

Zeker helft totale uitstoot komt uit buitenland

Op verbruik gebaseerde cijfers zijn lastig te krijgen, omdat door het ontbreken van internationale normen verschillende berekeningsmethoden worden gebruikt. Bovendien kan het gebrek aan betrouwbare rapportage over emissie-intensieve productieprocessen de resultaten vertekenen. 

Toch schat de European Geosciences Union dat ongeveer 22 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot afkomstig is van goederen die in het ene land worden geproduceerd en in een ander land worden gebruikt. 

Het Global Carbon Project berekent dat ongeveer 60 procent van de totale uitstoot van Zweden afkomstig is uit het buitenland en is ingebed in import. Voor een land dat zulke grote vooruitgang boekt op het gebied van schone energie, is dit een opvallend hiaat in de klimaatwetgeving.

Nieuwe standaard

“Met deze nieuwe doelstelling zou Zweden hopelijk een nieuwe standaard kunnen creëren voor het aanpakken van consumptie-emissies en andere Europese landen aansporen om dit voorbeeld te volgen”, zegt klimaatwetenschapper Zeke Hausfather. 

Elisabetta Cornago, klimaatexpert bij het Centre for European Reform, ziet dat ook: “Omdat het de ambitie op het gebied van klimaatactie vergroot, kan het andere landen die zichzelf willen profileren als klimaatleiders aansporen om dit ook te doen.”

Toch is Cornago er niet van overtuigd dat veel andere landen binnen de EU klaar zijn om hun benadering van de nationale doelen op dit moment te veranderen. “Hoewel de discussie daar uiteindelijk wel naartoe moet”, stelt ze.

Gedragsverandering

Het naleven van het Klimaatakkoord van Parijs hangt af van het veranderen van menselijk gedrag, zegt projectmanager en universitair hoofddocent Jörgen Larsson. “Als we echt lage uitstootniveaus willen bereiken, moeten we én fors investeren in nieuwe klimaat-slimme technologieën én aanzienlijke veranderingen doorvoeren in ons gedrag op het gebied van goederen en diensten.”

Dat kan betekenen dat je apparaten repareert in plaats van nieuwe te kopen, gehaktballen inruilt voor falafel en gaat wandelen, fietsen of treinen in plaats van de auto wekelijks vol te tanken met geïmporteerde benzine.

Volgens een enquête van de Europese Investeringsbank uit 2021 is 76 procent van de Zweden voorstander van strengere overheidsmaatregelen om gedragspatronen te veranderen. Dat zou het Scandinavische land een uitgelezen plek maken om consumptiedoelstellingen te testen.

Annika Hedberg, analist bij de Europese denktank European Policy Centre, zegt dat “doelen als deze helpen om het probleem beter te meten en vooruitgang te boeken bij het bereiken ervan”. Ze denkt dat deze doelstelling zal helpen “de transparantie te vergroten en mensen beter voor te lichten over de impact van consumptie”.

Grootvervuilers

Binnen de landsgrenzen maakt de Zweedse industriële sector al zo veel als mogelijk gebruik van schone energiebronnen om batterijfabrieken op te zetten en duurzaam staal, gemaakt met groene waterstof, te ontwikkelen.

Maar gedrags- en technische veranderingen in het land zijn niet genoeg als grote uitstoters elders op de wereld hun beloften binnen het Parijsakkoord niet nakomen. 

Dit is ook de reden waarvoor de EU een koolstofheffing op bepaalde soorten import wil instellen. Zweden steunt deze zogenoemde carbon border adjustment measure ofwel het koolstofgrensaanpassingsmechanisme (CBAM), dat in 2026 volledig van kracht zal worden en de invoer van cement, ijzer en staal, kunstmest, aluminium en elektriciteit betreft.

Annika Hedberg ziet het CBAM, samen met bijvoorbeeld lopende anti-ontbossingsregels, als een indicatie dat de EU haar overzeese emissies serieuzer neemt dan ooit.

Dit moet gepaard gaan met steun aan armere handelspartners om hun exportindustrie schoner te maken, zegt Tim Gore, hoofd klimaat bij het Instituut voor Europees Milieubeleid. ”Het opschalen van internationale klimaatfinanciering en technologische ondersteuning van handelspartners om de uitstoot te verminderen, zal cruciaal zijn.” 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Intel Corporation heeft plannen aangekondigd om zijn directe en indirecte broeikasgasemissies verder te verminderen en duurzamere technologieoplossingen te ontwikkelen. Het bedrijf heeft toegezegd om in 2040 bij zijn wereldwijde activiteiten een netto broeikasgasuitstoot van nul te bereiken, om de energie-efficiëntie te verhogen en de CO2-voetafdruk van Intel-producten en -platforms met specifieke doelen te verlagen. Bovendien heeft Intel toegezegd samen te werken met klanten en industriepartners om oplossingen te creëren die de broeikasgasvoetafdruk van het gehele technologie-ecosysteem verlagen.

“De gevolgen van de klimaatverandering vormen een dringende wereldwijde bedreiging. De bescherming van onze planeet vereist onmiddellijke actie en een frisse kijk op de manier waarop de wereld functioneert. Als een van ’s werelds toonaangevende halfgeleiderontwerp- en -productiebedrijven bevindt Intel zich in een unieke positie om een verschil te maken, niet alleen in onze eigen activiteiten, maar op een manier die het voor klanten, partners en onze hele waardeketen gemakkelijker maakt om ook waardevolle actie te ondernemen.” -Pat Gelsinger, CEO van Intel

Wat het betekent voor Intels wereldwijde activiteiten

Intel verbindt zich ertoe om tegen 2040 een Net Zero-uitstoot van broeikasgassen te bereiken voor al zijn activiteiten, ook wel bekend als de scope 1 en 2 emissies. Intels prioriteit is om zijn uitstoot actief te verminderen, in overeenstemming met internationale normen en klimaatwetenschap. Het zal alleen geloofwaardige CO2-compensaties gebruiken om zijn doel te bereiken als andere opties zijn uitgeput.

Om dit ambitieuze doel te realiseren, heeft Intel de volgende tussentijdse mijlpalen voor 2030 vastgesteld:

  • Realiseren van 100% hernieuwbare elektriciteit in al haar wereldwijde activiteiten.
  • Ongeveer $300 miljoen investeren in energiebesparing in haar faciliteiten om 4 miljard cumulatieve kilowattuur aan energiebesparing te realiseren.
  • Nieuwe fabrieken en faciliteiten bouwen die voldoen aan de normen van het U.S. Green Building Council® LEED®-programma, waaronder onlangs aangekondigde investeringen in de VS, Europa en Azië.
  • Start van een industriebreed R&D-initiatief om groenere chemicaliën te vinden met een lager aardopwarmingsvermogen en om nieuwe bestrijdingsapparatuur te ontwikkelen.

Deze doelstellingen versterken Intels toewijding aan duurzame bedrijfspraktijken, zoals de RISE-strategie. Intels cumulatieve uitstoot van broeikasgassen in het afgelopen decennium is bijna 75% lager dan zonder investeringen en maatregelen.

Keyvan Esfarjani, executive vice president en chief global operations officer bij Intel: “Intel is al decennialang toonaangevend op het gebied van duurzaamheidsresultaten. Leiderschap brengt verantwoordelijkheid met zich mee. We leggen de lat nu hoger en gaan een spannend tijdperk in om in 2040 een Net Zero-uitstoot van broeikasgassen te bereiken voor al onze activiteiten. Dit zal aanzienlijke innovatie en investeringen vergen, maar we zijn vastbesloten om te doen wat nodig is en zullen samenwerken met de industrie om deze kritieke missie te volbrengen.”

Wat het betekent voor Intels Scope 3-emissies

Intel zet zich ook in voor de aanpak van klimaateffecten in de gehele upstream- en downstreamwaardeketen, ook wel scope 3-emissies genoemd. Intels scope 3-strategie is gericht op het aangaan van partnerschappen met leveranciers en klanten om agressieve maatregelen te nemen om de totale uitstoot te verminderen.

Wat dit betekent voor Intels supply chain

Intel werkt actief samen met zijn leveranciers om verbeterpunten vast te stellen, waaronder het vergroten van de aandacht van leveranciers voor energiebesparing en hernieuwbare energiebronnen, het verhogen van de efficiëntie van chemicaliën en hulpbronnen, en het leiden van brancheoverkoepelende consortia ter ondersteuning van de overgang naar een halfgeleiderproductiewaardeketen die broeikasgasneutraal is. Om sneller vooruitgang te boeken, wil Intel samenwerken met leveranciers om de broeikasgasemissies van de toeleveringsketen tegen 2030 minstens 30% lager te laten zijn dan het geval zou zijn als er geen investeringen zouden worden gedaan en geen maatregelen zouden worden genomen.

Wat het betekent voor Intels producten

Om de duurzaamheidsdoelstellingen van klanten te ondersteunen en de broeikasgasemissies door productgebruik in scope 3 te verminderen, zal Intel de energie-efficiëntie van zijn producten verhogen en blijven streven naar prestatieverbeteringen waar de markt om vraagt. Intel stelt een nieuw doel om een vijfvoudige toename van de prestaties per watt te bereiken voor zijn volgende generatie CPU-GPU, Falcon Shores. Het bedrijf blijft zich inzetten voor zijn 2030-doelstelling om de energie-efficiëntie van producten voor client- en server-microprocessoren met een factor 10 te verhogen.

Om klanten te helpen de koolstofuitstoot van platforms te verminderen, breidt Intel de innovatie uit in:

  • De lay-out, selectie en modulariteit van alle interne componenten om de grootte van hoofdborden te verkleinen.
  • Voortdurende verhogingen van de energie-efficiëntie van het systeem en de beeldschermefficiëntie om het totale stroomverbruik aanzienlijk te verminderen.
  • Het gebruik van printplaten op biobasis om te helpen bij de scheiding van materialen en componenten bij recycling, en om het totale elektronische afval te verminderen.

Intel heeft zich ook een nieuw doel gesteld om de uitstoot gerelateerd aan referentieplatformontwerpen voor client-form factors tegen 2030 met 30% of meer te verlagen. Deze inspanningen krijgen vorm met het prototype Concept Luna van Dell, dat in samenwerking met Intel is ontwikkeld om de toekomstige mogelijkheden voor duurzaam pc-ontwerp te demonstreren.

Glen Robson, chief technology officer voor de Client Solutions Group, Dell Technologies: “Samenwerking is essentieel als we oplossingen willen vinden voor de aanzienlijke milieuproblemen waarmee de wereld worstelt. Intel is in dit opzicht een belangrijke partner geweest en heeft ons geholpen gezamenlijke innovatie te stimuleren door moederbordoptimalisatie te ondersteunen, de printplaat op biobasis te ontwikkelen en de energie-efficiëntie van het systeem te verhogen in ons Concept Luna-apparaat. De ambitie achter dit voortdurende werk is het testen, bewijzen en evalueren van mogelijkheden om innovatieve, duurzame ontwerpideeën op schaal uit te rollen over ons hele portfolio – het is de enige manier waarop we de circulaire economie voldoende kunnen versnellen en onze planeet kunnen beschermen voor de generaties na ons.”

Het creëren van duurzamere oplossingen

Intel werkt samen met honderden klanten en industriële partners om oplossingen te creëren die voorzien in de behoefte aan exponentieel meer rekenkracht, terwijl ze efficiënter werken en minder energie verbruiken. Intel werkt bijvoorbeeld samen met bedrijven als Submer om proefinstallaties voor vloeistofkoeling te lanceren voor datacenters van cloud- en communicatiedienstverleners. Dit omvat het omarmen van nieuwe principes, zoals warmteherwinning en hergebruik via dompelkoeling.

Daniel Pope, medeoprichter en CEO van Submer: “99% van de warmte die door IT-apparatuur wordt gegenereerd, kan worden opgevangen in de vorm van warm water, vrijwel zonder verliezen en bij veel hogere temperaturen. Door de samenwerking met Intel is Submer in staat om een gevalideerde immersiekoeloplossing op schaal te brengen die energie bespaart en tegelijkertijd de mogelijkheid biedt om de daaropvolgende thermische warmte op te vangen en te hergebruiken. Dit zal de manier waarop datacenters worden gebouwd en geëxploiteerd fundamenteel veranderen.”

Het vergroten van de toegang tot hernieuwbare energie is een cruciale stap in het terugdringen van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Intel heeft een oplossing ontwikkeld die kan worden geïntegreerd in de bestaande infrastructuur van het energienetwerk om een slimmer netwerk te creëren dat zich kan aanpassen aan veranderende behoeften en bronnen van energieverbruik. Intel en enkele van ’s werelds grootste nutsbedrijven hebben de Edge for Smart Secondary Substations Alliance gevormd om onderstations van energienetwerken te moderniseren en hernieuwbare energiebronnen beter te ondersteunen. Frankrijks grootste netwerkbeheerder, Enedis, heeft zich onlangs aangesloten om zijn meer dan 800.000 secundaire onderstations te upgraden met oplossingen die real-time controle over het hele netwerk bieden.

Intels programmeerbare hardware en open software leveren ook mogelijkheden die groenere oplossingen voor klanten mogelijk maken. Zo heeft de Japanse telecommunicatie-exploitant KDDI in zijn datacenter met 5G-communicatiefaciliteiten het totale stroomverbruik met 20% verlaagd tijdens een proef met behulp van Intel® Xeon® Scalable processors en Intels uitgebreide energiebeheer- en AI-mogelijkheden, waardoor het stroomverbruik kan worden afgestemd op de vraag.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Gisteren, 11 april, hebben leerlingen van de eigen bedrijfsschool: de Tata Steel Academy, samen met CEO Hans van den Berg, het Tata Steel-klimaatplan overhandigd aan Donald Pols van Milieudefensie.

Milieudefensie heeft in januari 29 bedrijven, waaronder Tata Steel, een brief gestuurd om te benadrukken dat het nodig is om snelheid te maken met de klimaatplannen. Tata Steel voelt ook de urgentie om te verduurzamen. Vandaar dat een radicale koerswijziging is ingezet om over te stappen op waterstof. Met als doel om groen staal in een schone omgeving te maken.

In 2030 ten minste 30% minder CO2-uitstoot en rond 2035 een reductie van 75% CO2

Hans van den Berg: “Met de overgang naar groen staal, kunnen wij voor 2030 een bijdrage leveren van meer dan 5% van de CO₂-reductiedoelstellingen in Nederland, en meer dan 20% van de CO₂-reductiedoelstellingen voor de Nederlandse industrie. We verlagen in 2030 onze CO2-emissies met ten minste 30%. Rond 2035 willen wij 75% minder CO2 uitstoten. Het uiteindelijke doel is om helemaal CO2-neutraal staal te produceren. De vermindering van hinder voor de omgeving is ook een belangrijke drijfveer in onze keuze voor de waterstofroute. Bestaande fabrieken worden vervangen door nieuwe en schonere technologieën. Daarmee kunnen we onze lokale uitstoot nog verder terug brengen.”

Groene teams werken aan duurzaamheidsprojecten

Hans van den Berg heeft het plan samen met Zuhal Hayat, programmamanager duurzaamheid, overhandigd. Zuhal zit in het duurzaamheidsteam en werkt mee aan de waterstofroute. Zij is daarnaast ook coördinator en trekker van interne groene teams. Daar doen nu al meer dan 300 Tata Steel-mensen aan mee. Dit zijn mensen die naast hun ‘gewone’ baan hebben aangegeven dat ze graag willen meedenken over de verduurzaming en mogelijkheden. Dat kan uiteenlopen van kleine projecten tot grotere zaken, allen gericht op CO2-besparing. Zo wordt ook gekeken om de hele vervoersketen, van grondstof tot eindproduct, te verduurzamen.

Toekomstig groen personeel worden opgeleid op de Tata Steel Acadamy

De eigen Academy van Tata Steel speelt een belangrijke rol in de toekomst van het bedrijf. Hier worden de nieuwe medewerkers opgeleid. De opleiding besteedt niet alleen aandacht aan de techniek maar ook aan duurzaamheid. De leerlingen van de Acadamy zijn de toekomstige groene werkers. Zij worden nu opgeleid en zullen degenen zijn die in de toekomst gaan werken in de nieuwe fabrieken.

Van den Berg: “Zij zijn de toekomst van ons bedrijf. Juist aan deze studenten willen we ook laten zien dat het niet alleen om de techniek gaat. Maar dat er meer speelt en dat we bijvoorbeeld ook te maken hebben met zaken als omgeving en milieu. We besteden daar aandacht aan binnen ons bedrijf en binnen de opleiding. Alleen dan kunnen we met z’n allen werken aan groen staal in een schone omgeving.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Hoppenbrouwers heeft bij de Efteling de eerste van 12.000 zonnepanelen van de zonnecarports gemonteerd waaronder op parkeerterrein M straks ruim 1.300 auto’s kunnen parkeren. Met de komst van deze nieuwe zonnepanelen zet de Efteling de grootste stap op het gebied van duurzaamheid tot nu toe. Hiermee kunnen ze straks namelijk tot wel 20% van haar energieverbruik zelf opwekken. Bovendien zorgen deze carports voor extra parkeercomfort voor de gasten: de auto staat er koeler in de zomer en sneeuwvrij in de winter.

De Efteling heeft de ambitie uitgesproken om duurzaam te verwonderen en klimaatneutraal te zijn in 2030. Duurzaamheid, of eigenlijk zorg voor de leefomgeving, is voor ons een vertrouwd begrip. Het is onderdeel van ons DNA, onze roots. De basis voor duurzaamheid is al gelegd bij de oprichting van Stichting Natuurpark de Efteling in 1951 en ligt verankerd in de visie van de stichting: de ontwikkeling en ontspanning voor de inwoners van de gemeente. Het gebruik van duurzame materialen en het zorgvuldig omgaan met de natuur en het groen in het park zijn nog altijd het vertrekpunt voor onze nieuwe plannen.

In de afgelopen jaren hebben we al verschillende stappen gezet. Grote én kleine. Van het vervangen van niet-duurzame verlichting naar ledlampen bij attracties en de Hoofdentree tot de aanschaf van elektrische bladblazers. En van verbeteringen in afvalstromen tot de komst van het grootste laadplein van de Benelux. We frituren nu zelfs elektrisch!

De realisatie van het carportsysteem met zonnepanelen op parkeerplaats M, schuin bij de hoofdentree, is echt de grootste stap op het gebied van duurzaamheid tot nu toe. We bedekken het carportsysteem van 23.000 m2 met ruim 12.000 zonnepanelen. Hiermee kunnen we wel een vijfde deel van het jaarlijkse elektriciteitsverbruik van de Efteling opwekken. Het gaat om circa 4.320.000 kWh, wat vergelijkbaar is met een gemiddeld elektriciteitsverbruik van circa 1750 huishoudens.

Wist je dat er al veel meer zonnepanelen aanwezig zijn in de Efteling? Vanuit de Pagode heb je prachtig uitzicht op de fraai aangelegde daktuin van Symbolica, waar circa 800 zonnepanelen in verwerkt zijn. Daarnaast liggen er zonnepanelen op de daken van de gebouwen van De Vliegende Hollander en horecacomplex Station de Oost. Met het nieuwe zonnepark op de parkeerplaats heeft de Efteling straks meer dan 13.500 zonnepanelen om energie op te wekken voor de Wereld van de Efteling.

Foto: Eerste zonnepaneel wordt geplaatst onder toeziend oog van Roodkapje.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Winclove Probiotics past concrete duurzaamheidsmaatregelen toe om zijn CO2-uitstoot tot 0 te reduceren en bij te dragen aan het terugdringen van klimaatverandering. Hiervoor wordt samengewerkt met Climate Neutral Group. De ambitie van het Amsterdamse familiebedrijf om vanaf 2030 geheel CO2-neutraal te werken, past bij zijn missie om het beste bedrijf voor de wereld te worden .

Samenwerking met Climate Neutral Group

Vanaf 2030 laat Winclove Probiotics geen CO2-voetafdrukken meer achter. Hiermee levert het bedrijf een belangrijke bijdrage aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs. Om geheel CO2-neutraal te worden, zijn de handen ineengeslagen met het – eveneens B Corp-gecertificeerde – Climate Neutral Group (CNG). CNG helpt ruim 3000 organisaties om in 2050 ‘Net zero CO2‘ te zijn. CNG heeft nu ook voor Winclove Probiotics in kaart gebracht wat de exacte CO2-uitstoot is.

Manon Bezemer, Executive Management Assistent en B Keeper: “Toen onze directie de wens uitsprak om in 2030 CO2-neutraal te zijn, hadden we nog geen idee van onze uitstoot. Samen met CNG hebben we dit uitgezocht voor onze gehele bedrijfsvoering; een uitdagende, belangrijke klus.”

Focus op duurzamer transport, verpakkingen en energie

Al in 2020 startte Winclove een samenwerking met non-profitorganisatie Justdiggit om met het vergroenen van Tanzaniaans landschap de eigen CO2-uitstoot te compenseren. Binnen de initiatieven die volgen uit de nieuwe samenwerking met CNG ligt de focus vooral op CO2-reductie binnen het bedrijf zelf. Zo is al overgestapt naar uitsluitend groene stroom, worden verpakkingen ‘verduurzaamd’, wordt het personeel extra gestimuleerd om per ov of te voet naar het werk te komen en investeert het bedrijf in een zo duurzaam mogelijke (nieuwe) huisvesting met onder andere zonnepanelen.

Bas Ooteman en Jorie van Rooijen, Climate Neutral Group: “Winclove ziet het belang in van een goede CO2-voetafdruk waardoor zij kunnen werken aan een effectieve reductiestrategie. In het proces waarin wij Winclove begeleid en geadviseerd hebben, waren wij verrast door de hoge betrokkenheid van verschillende afdelingen. De medewerkers denken actief mee aan de reductiestrategie en denken ‘outside-the-box’. Dat levert goede ideeën op en stimuleert innovatie. Ze zijn gedreven om hun klanten en hun leveranciers, ook in de supply chain van hun producten, te betrekken bij hun klimaatbeleid wat een versnelling op dit gebied teweegbrengt.”

B Corp denken en doen

Eind 2020 werd Winclove Probiotics officieel een B Corp. B Corp-organisaties streven vanuit de kern naar een gezonde samenleving, een gezonde economie en een gezonde planeet. De ambitie om het beste bedrijf voor de wereld te worden, vertaalt zich binnen Winclove bedrijfsbreed onder andere naar een veelheid aan werkgroepen en initiatieven waarmee collega’s niet alleen hun eigen werkplek, maar ook de omgeving Amsterdam-Noord zoveel mogelijk verduurzamen.

Sinds 1987 onderzoekt, ontwikkelt en produceert het familiebedrijf Winclove Probiotics samen met (inter)nationale businesspartners probiotische formuleringen. Vanuit Amsterdam-Noord wil Winclove Probiotics het beste bedrijf voor de wereld zijn.

[ad_2]

Source link

Berichten paginering