[ad_1]

O My Bag, het in Amsterdam gevestigde merk dat eco-vriendelijke en ethisch geproduceerde leren handtassen en accessoires produceert, slaat de handen ineen met het wereldwijd eerste duurzame cargo-initiatief GoodShipping om de toeleveringsketen van het bedrijf koolstofvrij te maken door fossiele brandstoffen te vervangen door duurzame alternatieven. De gecertificeerde B Corp, bekend om zijn sterke focus op fair trade en duurzaam geproduceerde tassen en accessoires, is het nieuwste bedrijf dat zich aansluit bij GoodShipping in een poging om een CO2-vrije toeleveringsketen te bereiken.

In het kader van de samenwerking zal GoodShipping een overstap naar biobrandstof vergemakkelijken voor de vrachtzendingen van het bedrijf, zowel inkomend als uitgaand. Deze overstap biedt O My Bag een eenvoudige, gemakkelijke en betaalbare oplossing om hun Scope 3-uitstoot te verminderen. Het gebruik van duurzame biobrandstof uit de zee stelt O My Bag in staat om een 100% CO₂-emissiereductie te bereiken binnen haar toeleveringsketen.

Dit partnerschap is de laatste in een reeks van op duurzaamheid gerichte initiatieven waarin O My Bag investeert als onderdeel van hun 2025 Visie, gericht op drie pijlers: ethische toeleveringsketen, milieuvriendelijke productie, en bewustmaking. Andere prioriteiten zijn het uitrollen van leefbare lonen in de volledige toeleveringsketen, het bevorderen van de carrière van vrouwen in de fabrieken door het opzetten van langlopende opleidingsprogramma’s en het voortdurend innoveren met duurzame materialen (zoals hun recente appelleercollectie). Het bedrijf is in 2011 opgericht als een sociale onderneming en heeft in 2021 de officiële B Corp-status bereikt.

Biobrandstoffen voor niet-scheepseigenaren

GoodShipping stelt bedrijven uit alle sectoren en van alle groottes in staat om hun zeevrachtvervoer koolstofvrij te maken door over te schakelen van fossiele brandstoffen op duurzame alternatieven – een innovatief concept dat carbon insetting wordt genoemd. Met behulp van de GoodShipping insetting service kunnen vrachteigenaren zoals O My Bag hun toeleveringsketen koolstofvrij maken ondanks het feit dat ze de schepen die hun vracht vervoeren niet bezitten of charteren.

De biobrandstoffen die voor dit partnerschap worden gebruikt, worden geleverd door de pionier op het gebied van mariene biobrandstoffen, GoodFuels. Alle biobrandstoffen van GoodFuels zijn van duurzame oorsprong en volledig afgeleid van reststoffen en afvalolieproducten. De biobrandstoffen worden ook gecontroleerd door een onafhankelijke duurzaamheidsraad van vooraanstaande academici en ngo’s in de vervoersector.

Femke Lotgerink, Sustainability Manager bij O My Bag, zegt over de samenwerking het volgende: “We zijn ons zeer bewust van de voetafdruk van onze internationale verzendingen. Daarom zijn we verheugd om samen te werken met GoodShipping om de milieu-impact van onze transportactiviteiten te verminderen. We streven er voortdurend naar om onze impact op het milieu te verlagen, en onze positieve sociale impact te vergroten. Deze nieuwe samenwerking stelt ons in staat om te handelen naar onze 2025 Vision doelstelling om onze ecologische voetafdruk te minimaliseren. Bovendien hopen we onze collega’s in de mode-industrie te inspireren door te laten zien dat we vandaag al een grote impact kunnen maken door te kiezen voor oplossingen van duurzaamheidspioniers zoals GoodShipping.”

Katarin van Orshaegen, Commercial Lead bij GoodShipping zegt: “De carbon insetting service die GoodShipping heeft gepionierd past perfect bij de mode-industrie. Het is des te meer de moeite waard om te zien dat een koploper als O My Bag voor onze oplossing kiest. We zijn er trots op samen te werken met een organisatie die bekend staat om haar hoge standaarden en die de grenzen van verantwoord ondernemen blijft verleggen. De toezegging van O My Bag om hun CO2-voetafdruk door transport te verminderen door fossiele brandstoffen te vervangen door duurzame, geavanceerde biobrandstoffen maakt hen een echte koploper op het gebied van CO2-vrij transport.”

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De circulaire economie en de energietransitie zijn twee verschillende vormen van systeemverandering. Op sommige terreinen kunnen ze elkaar versterken. Maar er zit ook spanning tussen beide transities, zo schrijven SER-beleidsmedewerkers Ton van der Wijst en Alexander van der Vooren in deze column.

We moeten naar een circulaire en klimaatneutrale economie toe om onze planeet leefbaar te houden. En de overheid moet regie nemen en richting geven. Dat is de kernboodschap van Lidewijde Ongering, de Secretaris-Generaal van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, in het jongste Nieuwjaarsartikel in economenblad ESB. Het Nieuwjaarsartikel van de SG past in een lange traditie waarin de hoogste EZ-ambtenaar aan het begin van het jaar een aantal hoofdrichtingen van het beleid schetst, los van de dagelijkse politieke hectiek. Dit jaar ging het over de rol van de overheid in een wereld die volop in beweging is en sturing nodig heeft.

Hoe vertalen we de klimaatopgave naar concreet beleid?

De vraagstukken die Ongering aansnijdt, houden natuurlijk ook de SER bezig. Lees het middellangetermijnadvies (mlt-advies) van afgelopen voorjaar er maar op na. Een circulaire en klimaatneutrale economie is onontbeerlijk en snelheid is geboden. Vanuit een breed welvaartsperspectief is bovendien van belang dat niet alleen wijzelf maar ook onze (klein)kinderen hiervan kunnen profiteren, en niet alleen hier maar ook elders in de wereld. De vraag is natuurlijk hoe je deze enorme opgave vertaalt in concreet en richtinggevend beleid. En vooral hoe je handelingsperspectieven ontwikkelt waar burgers, ondernemers, werknemers of bestuurders mee uit de voeten kunnen. Daarbij is het ook de kunst om geen mensen buiten te sluiten en een rechtvaardige transitie tot stand te brengen. Voor deze grote transitieopgaven moeten we ook als SER antwoorden aandragen.

Dat doen we onder meer in de commissie Duurzame Ontwikkeling. In deze commissie constateerden we in de voorbereiding van het mlt-advies dat de energietransitie terecht in een hogere versnelling komt om de aangescherpte klimaatambities mogelijk te maken. Tegelijkertijd vraagt de leefbaarheid van onze planeet ook om enorme investeringen in behoud en herstel van biodiversiteit en in een hogere natuurkwaliteit. Dit vereist onder meer ingrijpende veranderingen in de landbouwsector en voedselketen.

Spanning tussen circulaire economie en energietransitie

Kortom, om het tij te keren zijn op meerdere fronten grote systeemveranderingen nodig. De hoofdlijnen hiervan hebben we onlangs in een artikel in het eerder genoemde economenblad ESB beschreven. Daarin pleiten wij ervoor de grote duurzaamheidsopgaven meer integraal te benaderen. De noodzaak om de energietransitie te versnellen staat niet ter discussie. Maar de aanscherping van de klimaatdoelstelling heeft wel als risico dat deze ambitie, indien louter ingevuld als ‘tonnenjacht’ (kosteneffectieve reductie van CO₂-uitstoot), ten koste gaat van de omslag naar een circulaire economie en de kwaliteit van de leefomgeving. En dat terwijl volgens berekeningen van het Planbureau voor de Leefomgeving een duurzamer gebruik van grondstoffen en materialen in Nederland een directe CO₂-winst van ten minste negentien procent oplevert.

Door energiebesparing en een groeiende inzet van hernieuwbare in plaats van fossiele energiebronnen neemt de uitstoot van broeikasgassen en milieuvervuilende stoffen weliswaar af. Maar een versnelling van de energietransitie werkt niet automatisch positief uit voor de omschakeling van een lineaire naar een circulaire economie. Ook is het van de vormgeving van het klimaatbeleid afhankelijk of dit resulteert in een hogere kwaliteit van de natuurlijke omgeving. Omdat niet alles tegelijk kan, is er sprake van (beleids)concurrentie tussen de verschillende transities op diverse terreinen: het ruimtebeslag, het beschikbare budget, de politieke aandacht, voldoende arbeidskrachten en het maatschappelijke draagvlak.

Pak kansen van een groeiende circulaire economie

Zonder groeispurt van de circulaire economie worden kansen gemist om de energietransitie veel duurzamer tot stand te brengen. De snelle groei van het aantal windmolens, elektrische auto’s en elektronica (digitale transitie) gebeurt nu nog grotendeels met de inzet van primaire grondstoffen. De winning hiervan vereist veel energie en gaat gepaard met CO₂-uitstoot en milieuvervuiling. Ook zijn de arbeids- en leefomstandigheden in de winningsgebieden veelal ondermaats. Verder is maar een klein deel van de grondstoffen en materialen die voor deze apparaten nodig zijn aan het eind van de gebruiksfase weer – zonder groot waardeverlies – herbruikbaar.

In de winning-, productie- en consumptieketens is dus nog veel duurzaamheidswinst te behalen. Ook in de SER is hier aandacht voor. Ondersteund door de Programmadirectie Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen onderhandelen partijen in de hernieuwbare energiesector (wind en zon) met de overheid en maatschappelijke organisaties over een internationaal MVO-convenant hernieuwbare energie. Het proces bevindt zich in de afrondende fase (zie: https://www.imvoconvenanten.nl/nl/hernieuwbare-energie).

De sleutel naar een duurzame economie ligt bij het circulair en modulair ontwerpen van nieuwe producten en effectieve retoursystemen om de producenten-consumentenketens te sluiten. Zo kan veel intensiever gebruik worden gemaakt van secundaire en hernieuwbare grondstoffen en materialen en vindt minder verspilling en vervuiling plaats. Zeker in tijden van geopolitieke spanningen is een grotere strategische autonomie een ander belangrijk voordeel van circulaire energietechnologieën: de Nederlandse (en Europese) economie wordt minder afhankelijk van landen als China voor de aanvoer van essentiële grondstoffen, zoals kritieke aardmetalen.

Ook kunnen de effecten van klimaat- en stikstofmaatregelen samenvallen door de verduurzaming van de landbouw serieus ter hand te nemen, bijvoorbeeld door boeren te belonen als zij inspelen op de maatschappelijke vraag naar natuur- en landschapswaarden (‘groene diensten’) en naar een goed waterbeheer (‘blauwe diensten’). De SER-verkenning Naar duurzame toekomstperspectieven voor de landbouw van afgelopen voorjaar biedt hier handvatten voor.

Meer behoefte aan voorspelbaar, coherent duurzaamheidsbeleid

Met een betere coördinatie en regie is dus nog veel duurzaamheidswinst te behalen. Een eenzijdige en nauwe focus op de noodzakelijke energietransitie is daarom onverstandig. En waar duurzaamheidsopgaven botsen, is het zaak om de afwegingen en de keuze voor het een of het andere uit te leggen en daarbij duidelijkheid te schetsen over de fasering en prioritering.

Het beeld van de samenhang tussen de grote duurzaamheidsopgaven verdient een systematische verdiepingsslag. Beleidsmakers hebben behoefte aan een hanteerbaar afwegingskader dat een beter inzicht geeft in de synergie-effecten en afruilen tussen de beleidsterreinen met hun eigen doelstellingen en instrumenten.

Ook consumenten en ondernemers hebben behoefte aan meer eenduidige handelsperspectieven voor duurzaam gedrag. Moet ik als consument vanuit duurzaamheidsoogpunt kiezen voor de maximale levensduur van witgoed en elektrische apparaten of is energie-efficiëntie de kritieke factor? En hoe moet ik als ondernemer omgaan met de plicht om nu in energie-efficiëntie te investeren terwijl ik met dezelfde investering over enkel jaren veel meer milieuwinst en duurzaam grondstoffengebruik kan bereiken? Het uiteindelijke doel is dan ook dat we allemaal in onze vele rollen voor onze belangrijkste koop- en investeringsbeslissingen over handelingsperspectieven gaan beschikken, die aanzetten tot maatschappelijk verantwoord en duurzaam gedrag.

Ton van der Wijst (SER-secretaris Duurzame Ontwikkeling) en Alexander van der Vooren (SER-secretaris Duurzame Ontwikkeling)

Dit artikel is eerder gepubliceerd op de website van de SER

[ad_2]

Source link

[ad_1]

In opdracht van Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord (NHN) en PHB heeft Buck Consultants International de kansen voor energietransitie op alle bedrijventerreinen in Noord-Holland Noord en de Metropoolregio Amsterdam (MRA) in kaart gebracht. Conclusie is dat er op verschillende bedrijventerreinen in Noord-Holland al het nodige gebeurt, maar ook dat nog heel veel winst te behalen valt. Voor ieder terrein (in totaal 380 terreinen) zijn op basis van databronnen de kansen inzichtelijk gemaakt. Daarnaast zijn maatregelen en instrumenten uiteengezet waarmee ondernemers en gemeenten aan de slag kunnen om die kansen te benutten.

Ondernemers(verenigingen) en gemeenten willen over het algemeen graag aan de slag met de energietransitie op bedrijventerreinen, maar weten vaak niet hoe en waarmee het beste kan worden begonnen. Voor ieder bedrijventerrein in Noord-Holland is nu op basis van databronnen inzichtelijk gemaakt wat de kansen zijn voor energietransitie. Voorbeelden van deze databronnen bij ondernemers(verenigingen) zijn o.a.: het energieverbruik, de aanwezigheid en de potentie van zonnepanelen op daken, aanwezige restwarmtebronnen en energielabels van gebouwen. Op basis van deze informatie zijn voor iedere werklocatie de vijf meest kansrijke maatregelen opgesteld.

Ideeën over energietransitie concreet maken

De databronnen zijn toegevoegd aan de Atlas Plabeka, een dashboard met veel data over werklocaties. Het dashboard geeft inzicht en biedt een basis voor een goed onderbouwd plan van aanpak om met de energietransitie aan de slag te gaan. Ontwikkelingsbedrijf NHN en PHB zijn beschikbaar om bedrijven(terreinen) te ondersteunen vanuit een neutrale rol. In deze rol zullen ze kosteloos adviseren en ondersteunen. Ook zal worden geholpen met concrete voorbeelden, subsidies en het maken van business cases. De twee organisaties hebben veel ervaring op het gebied van energietransitie en kunnen hierdoor ideeën concreet maken gericht op uitvoering.

Nico Meester, projectleider bij Ontwikkelingsbedrijf NHN: “Voor bedrijven wordt het steeds belangrijker om aandacht aan hun energiehuishouding te besteden. De maatschappelijke druk om de CO2-uitstoot terug te dringen groeit. De energieprijzen stijgen enorm en de leveringszekerheid, ook wel bekend als netcongestie, is niet altijd meer zeker. Dit maakt dat bedrijven steeds meer op zoek zijn naar duurzame opwek en opslag van energie, individueel en collectief. De technieken zijn er en de business cases worden steeds aantrekkelijker.”

Elektriciteitsnet ontlasten door energietransitie bedrijventerreinen

Bedrijventerreinen spelen een grote rol in het energieverbruik van Noord-Holland. De vraag naar energie overtreft het aanbod dat het elektriciteitsnet aankan en energietransitie van bedrijventerreinen biedt hierbij kansen.

Frans van der Beek, programmamanager PHB: “Bedrijventerreinen zijn onmisbaar in de energietransitie. De energietransitie op bedrijventerreinen biedt grote kansen voor Rijk, provincies en gemeenten. Het gaat dan onder andere om forse stappen die gezet kunnen worden met betrekking tot energiebesparing en het opwekken van duurzame energie. Maar bedrijventerreinen zijn ook cruciaal om de problemen rond het elektriciteitsnet op te lossen. Door met slimme oplossingen energie op te slaan en onderling uit te wisselen kan het elektriciteitsnet ontlast worden en kunnen bedrijven hun duurzame ambities realiseren. Al deze maatregelen leveren daarnaast een grote bijdrage in het reduceren van CO2.”

Koplopers

Op verschillende bedrijventerreinen in Noord-Holland Noord en de MRA zijn al grote stappen gezet om energie te besparen, duurzame energie op te wekken, uit te wisselen en op te slaan. Deze koplopers dienen als voorbeeld in de regio. Bedrijventerrein Boekelermeer in Alkmaar is zo’n voorbeeld waar energietransitie op stoom is. Op dit terrein is een groot aantal zonnepanelen geplaatst, is een warmtenet aanwezig en er wordt groengas geproduceerd. Ook kan waterstof worden getankt en is een expertisecentrum aanwezig waar bedrijven energieopslag in accu’s realiseren en waterstof produceren en opslaan. Een ander voorbeeld is GreenBiz IJmond. Vanuit dit initiatief is een Lokale Energie Markt (LEM) opgezet en wordt op meerdere bedrijventerreinen in de IJmond grootschalig geïnvesteerd in energiebesparing en duurzame opwek door middel van zonnepanelen.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Met een druk op de knop is onlangs één van de grootste batterijen officieel in gebruik genomen. Essent en SemperPower plaatsten de 9,9 MWh batterij – bestaande uit drie opslageenheden ter grootte van een zeecontainer – bij windmolenpark Koegorspolder in Terneuzen. Voor Essent is dit de eerste opslagbatterij die zij in gebruik neemt. Dit soort slimme batterijen slaat duurzame energie op momenten van overvloed op, en laat deze weer vrij op momenten dat de markt daar om vraagt. Zo wordt optimaal gebruik gemaakt van de opgewekte duurzame stroom.

“De energieprijzen zijn ontzettend hoog en een daling is nog niet in het vooruitzicht. Eén van de oplossingen is het opslaan van energie op momenten van overschot,” zegt Stephan Segbers COO, van Essent. “Hoe zorgen we ervoor dat duurzaam opgewekte energie niet verloren gaat? De oplossing is het tijdelijke overschot aan energie op te vangen in een batterij. Op het moment dat het nodig is, laat de batterij de reeds opgewekte stroom vrij om huishoudens alsnog van de eerder opgewekte duurzame stroom te voorzien. Dit maakt de energierekening weer betaalbaarder,” vervolgt hij.

Tweede project samen

Ondanks dat SemperPower een nieuwe speler op de markt is, ontwikkelt zij al meerdere grootschalige batterijprojecten. De samenwerking met Essent is erg veelbelovend. De afspraak is om ook een tweede project nabij Vlissingen te realiseren. SemperPower heeft als missie de energietransitie te versnellen, een missie waar Essent volledig achter staat. “We zijn enorm trots op ons contract met een gerenommeerd bedrijf als Essent,” zegt Bart de Brouwer Trading director van SemperPower. “Bij SemperPower ontwikkelen, financieren en realiseren we nieuwe, innovatieve Energie Opslag Systemen (EOS). De samenwerking met Essent is voor ons belangrijk, omdat we daarmee de kans krijgen aan te tonen hoe onze oplossingen bijdragen aan het versnellen van de energietransitie. Door het teveel aan opgewekte energie tijdelijk op te slaan in slimme batterijen, Energie Opslag Systemen (EOS), zorgen we ervoor dat de windturbines kunnen blijven draaien en voorkomen we verspilling van duurzame energie. Een tijdelijk overschot aan windenergie kan in de batterijen worden opgeslagen en op een later tijdstip aan het energienetwerk worden geleverd.”

Slimme oplossingen klant

Essent streeft er naar om duurzame opgewekte stroom te matchen met de stroomvraag van haar klanten. Hiervoor zijn slimme oplossingen nodig. Grootschalige batterijopslag is er daar een van. De samenwerking met SemperPower zorgt ervoor dat de grootschalige batterijopslag in Terneuzen direct ingezet kan worden in het klantenportfolio van Essent. Dat levert op korte termijn al belangrijke inzichten op voor verdere ontwikkeling richting een 100% hernieuwbare energievoorziening.
Het in balans houden van het elektriciteitsnet is één van de grootste uitdagingen voor de overgang naar een 100% hernieuwbare energievoorziening in Nederland. Essent richt zich met EIS (Energy Infrastructure Solutions) op duurzame initiatieven in de markt voor duurzame energie.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Als de grootste uitstoters van koolstof in Europa hun achterstand op klimaatvoorlopers goedmaken, kunnen de bedrijfsemissies in Europa halveren, zo blijkt uit een nieuw rapport van CDP, een non-profitorganisatie die een wereldwijd milieu-informatiesysteem beheert, en het wereldwijde managementadviesbureau Oliver Wyman.  Uit het rapport blijkt dat Europese bedrijven wereldwijd weliswaar vooruitgang boeken op het gebied van science based targets (SBT’s), maar dat zij vaak nalaten iets te doen aan algemene milieueffecten.

Now For Nature: The Decade of Delivery – vandaag gepresenteerd op het toonaangevende jaarlijkse CDP-evenement met Euronews TV – komt tot de bevinding dat het aantal bedrijven met goedgekeurde science-based targets vorig jaar met 85% is toegenomen. Het rapport omvat nu bedrijven die verantwoordelijk zijn voor een derde van de gerapporteerde emissies.[1] Slechts 16% van de ondernemingen heeft targets afgestemd op de 1,5°C-doelstelling van het Parijsakkoord, en het bedrijfsleven boekt hiermee tot dusver trage vooruitgang. COVID-19 leidde tot een daling van 13% van gerapporteerde bedrijfsemissies, maar er is weinig bewijs van echte reducties. Na correctie voor COVID-19 liggen de reducties in de buurt van de pre-pandemische trend van 1,5% per jaar – ver onder de 4,2% die bedrijven nodig hebben om zich aan te passen aan het 1,5°C-traject van klimaatakkoord van Parijs.[2]

De analyse is wel reden tot optimisme, aangezien naar schatting 450 miljoen ton CO2 zal worden “opgeslagen” en afkomstig is van bedrijven met doelstellingen die via het SBTi worden vastgesteld.[3]

Ook financiële dienstverleners lijken beter te presteren. Met een jaarlijkse toename van 50% rapporteert nu bijna de helft (44%) van de Europese financiële instellingen “gefinancierde emissies” – emissies die verband houden met investeringen, leningen en verzekeringsactiviteiten. Bij een minderheid (27%) bestaan gefinancierde emissies uit minimaal de helft van hun portefeuille. Ondertussen rapporteert een derde (32%) van de financiële instellingen cijfers die erop wijzen dat zij ondernemingen in hun portefeuille specifiek aansporen om emissiedoelstellingen te formuleren in overeenstemming met 1,5°C.

Het rapport komt tot de bevinding dat in algemene natuurkwesties niet dezelfde vooruitgang wordt geboekt. Beleggers beoordelen in hun portefeuille klimaatrisico’s bijna 2x vaker dan op ontbossing (88% vs 46%). 

Minder dan een kwart van de bedrijven met toeleveringsketens in landen met een hoog ontbossingsrisico zet zich in om ontbossing volledig tegen te gaan. Minder dan de helft van de bedrijven die rundvlees, soja en palmolie gebruiken heeft een volledig traceerbaarheidssysteem. Wat waterzekerheid betreft, meldt 77% van de bedrijven dat zij de wateronttrekking beperken of op peil houden, maar slechts 14% heeft een doelstelling om de waterverontreiniging aan te pakken.

Slechts 1 op de 20 (5%) ondernemingen die aan het CDP informatie over klimaat, bossen en water verstrekt, heeft een robuuste emissiedoelstelling (een SBT), een doelstelling voor de vermindering van wateronttrekkingen, en een best-practice inzet voor bossen, inclusief zero-ontbossing.[4] Het wijst op een trend waarbij bedrijven hun algemene – maar significante – milieueffecten op natuur en biodiversiteit onderwaarderen.

Indirecte (scope 3) emissies van bedrijven vertegenwoordigen 86% van hun totale emissies – of 6x wat zij direct produceren, aldus het rapport. Toch maakt slechts 53% van de bedrijven gegevens bekend over de belangrijkste bronnen van deze indirecte emissies – die meestal ontstaan via toeleveringsketens en het gebruik van hun producten. Dit kan dit erop wijzen dat bedrijven duidelijke bedrijfsrisico’s negeren. Het gemiddelde risico in verband met klimaatverandering werd gewaardeerd op 355 miljoen euro, 10 keer meer dan de gemiddelde impact van waterrisico’s, en 5 keer meer dan risico’s in verband met ontbossing, zoals aankomende EU-regelgeving die invoer die verband houdt met ontbossing verbiedt.

Een terugkerende bevinding slechts enkele ondernemingen een voortrekkersrol spelen. Dit geldt voor maatregelen op het gebied van klimaat, bossen of waterzekerheid, en vooral betrokkenheid bij waardeketens. Als alle bedrijven zich zouden meten met de besten in hun sector, zou elk jaar de uitstoot van het VK en Ierland kunnen worden vermeden.

Maxfield Weiss, uitvoerend directeur van CDP Europa, zei: “Ik vind het bemoedigend dat de beleidsmakers in het financiële stelsel en de reële economie van Europa de handen ineenslaan. Maar de voortrekkersrol is echt beperkt – we moeten dit verbreden tot de hele markt. Het is hoog tijd dat alle bedrijven en financiële instellingen met een enorme, wereldwijde ecologische voetafdruk dringend actie ondernemen om hun waardeketens af te stemmen op de natuurlijke grenzen van onze planeet. We moeten een werkelijke transformatie zien te bewerkstelligen om zowel een netto-nuluitstoot als een volledig herstel van de natuur te realiseren.”

Cornelia Neumann, Partner bij Oliver Wyman, voegt hieraan toe: “Er is een enorme versnelling in klimaatambities gaande, nu meer bedrijven wetenschappelijk onderbouwde doelen stellen. Hoewel dit een wereldwijd fenomeen is, loopt Europa hierin voorop. De vooruitgang bij het terugdringen van de emissies is minder duidelijk. Er zal nu een focus komen op de resultaten. Het is belangrijk om rekening te houden met de wisselwerkingen tussen klimaat en milieu (water, bossen, biodiviersiteit). Financiële instellingen dienen daarom te inventariseren in hoeverre hun portefeuille is blootgesteld aan milieurisico’s en hoe ze hun klanten kunnen steunen om de impact op het milieu te verkleinen.”

Het rapport van CDP Europe analyseerde gegevens van meer dan 1220 Europese bedrijven die in 2021 hun impact op klimaatverandering, bossen en waterzekerheid bekendmaakten via het bekendmakingssysteem van CDP.

Het wordt vandaag gelanceerd door Oliver Wyman tijdens de CDP Europe Awards: Now For Nature, een evenement met de VN-secretarissen voor klimaat en biodiversiteit Patricia Espinosa en Elizabeth Mrema, EU-klimaatchef Frans Timmermans, eminent wetenschapper op het gebied van planetaire grenzen Dr. Johan Rockstöm, en de Litouwse premier Ingrida Šimonytė.

Noten

[1] Verwijst naar de 1228 bedrijven die aan het CDP informatie hebben verstrekt en die in dit verslag worden geanalyseerd. De analyse is gebaseerd op beursgenoteerde bedrijven die in 2021 via het CDP gegevens aan beleggers hebben verstrekt.

[2] De gemiddelde reducties hebben betrekking op Scope 1- en Scope 2-emissies, gerapporteerd op -1,5% per jaar voor 2017-2019. Het verslag

[3] Het Science Based Targets-initiatief (SBTi).

[4] 198 Europese bedrijven werd gevraagd om via CDP-gegevens bekend te maken over 2021; 83 (41%) hebben dat gedaan, wat doet vermoeden dat het werkelijke aantal bedrijven met robuuste doelstellingen voor hun volledige impact nog lager ligt.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Bud lanceert vandaag een nieuwe tv-commercial die benadrukt dat elk blikje, flesje en fust van Bud in Nederland wordt gebrouwen met honderd procent hernieuwbare elektriciteit. Het biermerk wil met de campagne de nieuwe duurzame keuze met haar consumenten vieren. De tv-commercial gaat op 8 maart live en zal tot en met september 2022 op alle bekende tv-zenders en digitale kanalen te zien zijn.

Caroline Klaassen, Marketing Manager Bud: “Consumenten kijken terecht naar bedrijven hoe zij zelf stappen kunnen zetten als het gaat om hun eigen CO2-uitstoot. Als wereldbekend biermerk kunnen wij een verschil maken en die verantwoordelijkheid voelen we. Door Bud met honderd procent hernieuwbare elektriciteit te brouwen, bieden we de consument een duurzamere optie. Zeven van de tien Nederlanders levert namelijk graag een bijdrage om klimaatverandering tegen te gaan. In februari 2019 verkondigde Budweiser – zoals het merk in Amerika heet – deze boodschap al op het grootste podium ter wereld, de Super Bowl-show. Met Bud als gevestigd merk in het Nederlandse bierschap, is het tijd om nu ook in Nederland te vieren dat Bud met 100% hernieuwbare elektriciteit wordt gebrouwen.”

De tv-commercial van het AB InBev-biermerk opent met een dalmatiër, en het iconische Bob Dylan-nummer ‘Blowin’ in the wind‘. We zien de oren en wangen van de gevlekte hond wapperen in de wind. Dan zoomen we uit en zien we dat hij op een kar zit die door Buds karakteristieke Clydesdales door een gerstveld wordt getrokken. De camera zwenkt uit en een landschap vol windturbines wordt onthuld. Dan verschijnt de boodschap: elke Bud wordt nu gebrouwen met honderd procent hernieuwbare elektriciteit.

 

Nieuwe initiatieven in 2022

Bud brouwt al sinds 2019 het bier voor de Nederlandse markt met hernieuwbare elektriciteit. Iets wat sinds begin vorig jaar terug te zien is op de verpakkingen door het 100% Renewable Electricity logo. Dit jaar worden nieuwe stappen gezet. Samen met ontwikkelaar van projecten met duurzame energie BayWa r.e. opent de brouwer twee nieuwe zonnestroomparken in Spanje. Hiermee brengt AB Inbev samen met BayWa r.e. extra hernieuwbare energie in het energielandschap, voldoende om alle veertien brouwerijen in West-Europa te voorzien. Één daarvan zal de Budweiser Solar Farm heten en 250 gigawattuur duurzame elektriciteit per jaar zal leveren. Dit is voldoende om het equivalent van 670.000 Europese woningen of 100.000 voetbalwedstrijden in een stadion per jaar van stroom te voorzien. De brouwer heeft de ambitie om haar vijf grootste brouwerijen in Europa al in 2028 naar ‘Net Zero’ te brengen.

Bud in Nederland

In 2019 kwam Bud naar Nederland. Het merk dat in Amerika bekend staat als Budweiser, The King of Beers, is het grootste biermerk ter wereld. De internationale premium pilsener zet de laatste jaren in op het inspireren van consumenten om de regie over hun eigen leven te pakken, dromen na te jagen en te staan voor waar je in gelooft.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Bij de renovatie van het kantoor van De Nederlandsche Bank (DNB) wordt gerecycled beton nu ook geïnjecteerd met CO2. Dit CO2-neutrale beton wordt gebruikt bij de bouw van het kantoor. En dat is een wereldprimeur.

Beton geïnjecteerd met CO2

DNB is trots op deze nieuwste innovatie waarbij het beton dat uit het pand is gehaald, eerst wordt geïnjecteerd met CO2. Met hergebruik van grind, zand en cement uit het oude beton kan een CO2-reductie gerealiseerd worden van circa 75%. Met deze innovatie wordt nog een stap verder gezet en een CO2-neutrale betonproductie gecreëerd door de CO2 af te vangen en deze blijvend op te slaan in het beton. Dit beton wordt gebruikt bij de bouw van het DNB-kantoor.

Circulaire economie

DNB denkt na over hoe ze de circulaire economie op de kaart kan zetten. Dat doen ze door de renovatie van ons kantoor als een micro-economische casus te presenteren voor de circulaire economie op macroniveau. Met een renovatie van deze omvang krijgen innovatieve bedrijven zoals New Horizon de mogelijkheid om alternatieve oplossingen op te schalen. Zo worden deze bedrijven gestimuleerd om door te ontwikkelen en zijn ze een voorbeeld voor overheden en andere bedrijven.

Negatieve CO2-emissie

Het injecteren van beton met CO2 is een betekenisvolle innovatie, die door steeds betere data en verfijning van technologische toepassingen zal gaan leiden tot beton met een negatieve CO2-emissie. Dankzij alle inspanningen op het gebied van duurzaamheid heeft DNB recent het BREEAM Outstanding ontwerpcertificaat behaald.

In dit filmpje zie je hoe CO2-neutraal beton in de vernieuwde kade naast het DNB-kantoor wordt gestort:

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Companies are off track on setting climate transition plans, undermining the deluge of net-zero pledges agreed around COP26. Transition plans are a fundamental part of what is needed from corporate governance to decarbonize the economy and allow investors and other stakeholders to assess a company’s progress in reaching ambitious climate goals. CDP’s latest analysis finds that out of the 13,000+ companies that disclosed in 2021 worth 64% of global market capital ($64tn) just one third are developing a low-carbon transition plan (4002/13,100+). Moreover, a paltry 1% (135) of companies reported through the total 24 key indicators associated with a credible climate transition plan.

These indicators were picked as they align with the eight key elements that CDP argue are core components of a climate transition plan, these elements are aligned to frameworks such as TCFD.

As AGM season gets underway, it is vital companies see commit to taking action on their pledges and develop clear and credible climate transition plans, underpinned by science-based targets.

Nicolette Bartlett, Chief Impact Officer, CDP, said: “Currently one third of organizations disclosing through CDP reported developing a low carbon transition plan. This does not match the appetite from investors, customers and employees and governments who are pushing for more scrutiny since COP26. Critically, these plans also need to be assessed to ensure they meet stakeholder expectations and are actually delivering against climate needs. Are they science-based? Are they effectively tracked in a manner that would allow stakeholders to assess progress? How do they compare to the progress of their peers? All of these enable a vital accountability mechanism”.

The report, ‘Are companies being transparent about their transition’, shines a spotlight on the best and worst-performing industries when it comes to creating climate transition plans. Transportation and apparel were the worst performing sectors, with less than 0.3% disclosing against the 24 key indicators which legitimize a climate transition plan.

Those industries arguably facing the most scrutiny – namely financial services, power and fossil fuels – have the highest rates of climate transition plan disclosure, even though only 5% of organizations in each of these sectors reported against the 24 key indicators.

The report also highlights investment trends, revealing that only 45% of companies disclose all details of their investment in low-carbon R&D. Power and infrastructure had strong disclosure against this average, with 66% and 59% of companies disclosing, respectively.

Notable sectors with weak disclosure were transportation services (41%) and manufacturing (37%), inferring that companies are not investing in enough innovation to tackle the climate crisis.

According to The Climate Transparency 2021 report the G20 is responsible for approximately 75% of GHG emissions, but more work is needed as only 4% of organizations in these countries are disclosing to all the key indicators.

Of the 117 countries whose companies disclosed in 2021, Spain, France and Japan had the highest proportion of organizations disclosing to all the key indicators, yet at only 4%, 3% and 2% respectively. Indonesia, Saudi Arabia, Argentina and China had the lowest numbers of disclosing companies.

Whilst the overall number of companies with credible transition plan has increased from 2020, this report shows that corporates have much further to go. To help, CDP has produced a discussion paper outlining six guiding principles for developing a climate transition plan.

CDP has also produced a technical note to help companies respond to the 2022 questionnaire in relation to climate transition plans.

Download the report (pdf)

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Het Nederlandse Big Ass Battery ontwikkelde de eerste grootschalige batterij die 100% brandveilig is, drie keer kleiner is dan de concurrentie en 15 tot 30 jaar meegaat. Het jonge bedrijf biedt hiermee een efficiënte oplossing voor actuele uitdagingen: een overvol stroomnet dat miljarden kost, capaciteitsproblemen door jarenlange wachtlijsten bij netbeheerders en de verduurzaming in het bedrijfsleven. Bedrijven kunnen ook een verdienmodel koppelen aan het gebruik van de Big Ass Battery.

Big Ass Battery opent aankomende maand de deuren van haar fabriek in Nuenen, waar zij batterijen maakt met een extreem hoge energiedichtheid, waardoor de afmetingen beperkt blijven. Met een 1,5 MWH batterij in een 10 foot container past de Big Ass Battery op een standaard parkeerplaats, terwijl verglijkbare batterijen er minimaal drie nodig hebben.

Continuïteit in stroom

Met een Big Ass Battery voorziet een bedrijf in een stabiele stroomvoorziening en is het verzekerd van voldoende capaciteit bij groei of in geval van stroomuitval. Door het overvolle elektriciteitsnetwerk is de continuïteit namelijk steeds meer onzeker. De grote batterij kan overtollige energie tijdens pieken opslaan en bij tekorten weer terug leveren zodat het een bijdrage levert aan het in balans brengen van het energienetwerk.

Verdienmodel

Naast continuïteit en balans biedt de batterij nog een ander financieel voordeel. Wanneer een bedrijf zelf groene energie opwekt, kan de batterij de energie desgewenst ook verhandelen op de energiemarkt.

Made in Holland

De Big Ass Battery wordt volledig in Nederland geproduceerd. Het bedrijf richt zich in eerste instantie op de Europese markt. Een van de eerste modellen zal vanaf volgende maand in gebruik zijn bij een wegenbouwproject langs de A16.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

DGB Group NV (“DGB”, “DutchGreen” of “the Group”) (Euronext: DGB), een toonaangevend bedrijf voor herbebossing en CO2-compensatie in Nederland, is verheugd de voltooiing aan te kondigen van haar eerste grote afnameovereenkomst voor geverifieerde emissiereducties (“VERs”) die in het eerste kwartaal van 2022 omzet voor de Groep genereert van ongeveer €1,1 miljoen.

Zoals aangekondigd op 30 december 2021, ondertekende DGB haar eerste grote afnameovereenkomst voor maximaal 128.000 ton VER’s met een contractprijs van US $10 per ton met een international energiebedrijf. De Groep bevestigt dat de verificatieprocedures voor de certificering van het project zijn voltooid en dat 126.297 ton VER’s, afkomstig van een herbebossingsinvesteringsproject in Sierra Leone, nu zijn uitgegeven en geleverd aan de koper.

Selwyn Duijvestijn, CEO van DGB: “We zien een significante toename van de vraag in alle marktsegmenten van onze projectportfolio. De voltooiing van onze eerste grote afnameovereenkomst voor VER’s met een groot internationaal energiebedrijf toont ons vermogen aan om grote transacties met succes af te sluiten. De overeenkomst genereerde in het eerste kwartaal een omzet van ongeveer € 1,1 miljoen met een brutomarge van 60,7%.”

VER’s zijn ook algemeen bekend als vrijwillige emissiereducties, CO2-compensaties of CO2-credits. VER’s zijn in wezen een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen (GHG) van een project dat onafhankelijk wordt gecontroleerd (dat wil zegge geverifieerd) volgens een certificeringsnorm van een derde partij. Elke VER staat voor één ton CO2-equivalente uitstoot. Dit project is geverifieerd volgens de Verified Carbon Standard (VCS).

Aangezien dertig procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen wordt veroorzaakt door bosvernietiging en slechte landbouwpraktijken, richt DGB zich op het stimuleren van CO2-vastlegging in de sector landbouw, bosbouw en ander landgebruik (AFOLU) door middel van natuurbescherming, natuurherstel en natuurontwikkeling.

[ad_2]

Source link

Berichten paginering