[ad_1]

De campus in Apeldoorn wordt de eerste locatie van Achmea die binnen 4 jaar energieneutraal is. Vandaag is hiervoor het startschot gegeven door bestuursvoorzitter Bianca Tetteroo van Achmea en burgemeester Ton Heerts van Apeldoorn.

Achmea wil duurzame waarde creëren voor klanten, medewerkers, het bedrijf én de samenleving. Bianca Tetteroo: “Achmea staat voor duurzaam samen leven. Daarom investeren we in duurzame oplossingen. Naast de stappen die we zetten om onze diensten, verzekeringen en beleggingen te verduurzamen, streven we naar een klimaatneutrale bedrijfsvoering in 2030. Daarmee laten we zien dat Achmea verantwoordelijkheid neemt voor de wereld van morgen. Wij investeren in een inclusieve samenleving waarin gezondheid, schone energie en natuur bereikbaar zijn voor iedereen. Vandaag markeren we met trots een grote concrete stap met de start van dit project. We willen onze locatie in Apeldoorn (ruim 60.000 m2) al in 2025 energieneutraal hebben.”

Ton Heerts, burgemeester van Apeldoorn is enthousiast over het verduurzamingsproject van het grootste bedrijf van Apeldoorn: “Dit sluit helemaal aan bij onze ambities voor de hele gemeente. Ons doel is dat Apeldoorn in 2050 energieneutraal is. We zijn dus erg blij met zo’n koploper in ons midden.”
Ton Heerts markeerde de start van het project door een dashboard te onthullen waarop de te realiseren reductie in energie- en gasverbruik en de benodigde hoeveelheid op te wekken duurzame energie te zien zijn.

Terugdringen energieverbruik en investeren in duurzame energie

Maatregelen om het kantoor in Apeldoorn energieneutraal te maken, zijn gericht op het terugdringen van het energieverbruik. Denk daarbij betere isolatie, het vervangen van gasketels en -boilers door elektrische ketels en zonneboilers, en nog meer LED-verlichting. Daarnaast investeren we in het opwekken en gebruiken van schone en duurzame energie, zoals het plaatsen van nog meer zonnepanelen.

Apeldoorn, waar onder andere Centraal Beheer gehuisvest is, is een van de zes kantoorlocaties van Achmea in Nederland. Ook voor de andere locaties zijn er plannen om de verduurzaming te versnellen. De afgelopen jaren heeft Achmea al diverse maatregelen genomen om de kantoren te verduurzamen. Zo werden er in Apeldoorn 3.200 zonnepanelen in gebruik genomen, is voor kantoor Leeuwarden gekozen voor aardwarmte (nog in onderzoeksfase) en op het kantoor in Tilburg is een groen dak aangelegd. Daarnaast bevordert Achmea ook de biodiversiteit op de locaties door bijvoorbeeld natuurlijke tuinen met natuurvijvers aan te leggen.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Met de titel ‘Honorary Fellow’ erkent de faculteit FNWI personen die in de praktijk uitblinken op een bepaald thema dat relevant is voor het facultaire onderzoek. De fellows bieden FNWI medewerkers de mogelijkheid hun banden met de maatschappij te versterken en gezamenlijk onderzoeksprojecten uit te voeren. Koornstra is aangesteld voor een dag in de week en een periode van drie jaar, waarin hij verbonden is aan het Van ’t Hoff Institute for Molecular Sciences. Daar werkt hij samen met dr. Chris Slootweg, pleitbezorger en ondernemer op het vlak van circulaire chemie, en prof.dr. Bob van der Zwaan, bijzonder hoogleraar Sustainable Energy Technology en coordinator van het recent ingestelde UvA onderzoekzwaartepunt ‘Energy transition through the lens of Sustainable Developments Goals’ (ENLENS).

Koornstra zal het instituut en de faculteit strategisch adviseren over onderzoek, onderwijs, en valorisatie in relatie tot de energietransitie. Zijn rol ligt tevens in het aanjagen van valorisatieactiviteiten bij de FNWI, in het bijzonder de nieuwe, disruptieve technologieën die ontwikkeld worden binnen de faculteit, het Demonstrator Lab Science Park, en ENLENS. Daarnaast gaat hij bijdragen aan het realiseren van publiek-private projecten in onderzoek en onderwijs op het gebied van de energietransitie. Een belangrijke focus ligt daarbij op innovatie en valorisatie bij de productie en opslag van waterstof. Dat is essentieel voor de transitie naar een duurzame energiehuishouding en het realiseren van de Europese ambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn.

Ruud Koornstra noemt zichzelf ‘ondernemend activist’ en huldigt de stelling dat in 2030 het paradijs op aarde voor iedereen haalbaar is. Hij maakte carrière in de TV wereld met een productiebedrijf van programma’s als Wie is de mol en Villa Felderhof. Na de verkoop van dat bedrijf werd hij een van de mede-oprichters van Tendris, dat successen boekte in duurzame ontwikkeling van producten en diensten zoals groene stroom, ledlampen, een groene creditcard en duurzame mobiliteit. Koornstra schreef boeken over duurzaam ondernemen, coacht ondernemers en is actief in de media, het onderwijs, en de overheid. Zo’n vier jaar geleden bracht hij een deel van zijn activiteiten onder in de Stichting Smart Climate Opportunities (SCO). Koornstra is onder andere de coordinator van Sustainable Development Goal SDG7 (Betaalbare en Duurzame Energie) bij SDG Nederland, en voorzitter van de Raad van Partners bij MVO Nederland. Hij is als spreker te boeken via het duurzame sprekersbureau SpeakOut.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

HyCC en bp zullen samen verder werken aan de ontwikkeling van H2-Fifty, een 250-megawatt installatie voor de productie van groene waterstof in het havengebied van Rotterdam. De twee bedrijven hebben hiertoe een joint development agreement gesloten nadat de haalbaarheidsstudie liet zien dat het project een forse bijdrage zal leveren aan vergroening van de industrie in de regio.

De groene waterstof van H2-Fifty zal worden ingezet om de raffinaderij van bp en andere industrieën in het havengebied verder te verduurzamen door de vervanging van fossiele grondstoffen. Hiermee kan jaarlijks tot 350.000 ton CO2 aan emissies worden bespaard – gelijk aan de gemiddelde uitstoot van circa 40.000 Nederlanders. H2-Fifty levert daarmee een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse en Europese doelstelling voor verduurzaming van de industrie en de ontwikkeling van groene waterstoftechnologie.

De afgelopen maanden werd de haalbaarheidsstudie afgerond waarin onder andere de techniek verder is uitgewerkt en de locatie van de nieuwe fabriek is bepaald, op de Maasvlakte. Dankzij de samenwerking van de twee ervaren industriële spelers kan het grootschalige project nu succesvol verder worden ontwikkeld.

James Patterson, Vice President Green Hydrogen Solutions van bp: “Het samenbrengen van HyCC en bp, in samenwerking met het Havenbedrijf Rotterdam, biedt het H2-Fifty project de mogelijkheid om zowel de significante emissiereductie bij onze raffinaderij en onze klanten te versnellen, als om ervaring op te bouwen met geïntegreerde grootschalige groene waterstofproductie en inzet. H2-Fifty is een van de pijlerprojecten die de waterstofambitie van bp ondersteunen.”

Marcel Galjee, Managing Director van HyCC: “Rotterdam beschikt over een industrie van wereldformaat. Met voldoende groene waterstof kunnen we die niet alleen verduurzamen, maar heeft Nederland ook een kans om koploper te worden in de waterstofeconomie. H2-Fifty is met 250 megawatt een serieuze stap in die richting en dankzij de samenwerking met bp kunnen we zo succesvol groeien én verduurzamen.”

De partijen zullen het komende jaar een technologieleverancier selecteren, het ontwerp van de installatie verder uitwerken en starten met de milieustudies voor het vergunningstraject. Hiermee kan in 2023 een finale investeringsbeslissing genomen worden.

Het project wordt vanwege de belangrijke bijdrage aan technologieontwikkeling en CO2-reductie ondersteund door de Topsector Energie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en is door Nederland aangedragen voor deelname in IPCEI Waterstof, een programma voor belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang.

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

DGB Group heeft verslag gedaan over 2021. Het jaar 2021 was cruciaal voor de wereldwijde emissiehandel en CO2-markten. Bestaande markten, zoals in de EU en Nieuw-Zeeland, zijn begonnen met het doorvoeren van veranderingen om nog ambitieuzer te zijn: nieuwe markten zijn gestart, zoals China’s nationale ETS, en andere worden ontwikkeld of uitgebreid, zoals in Colombia en Chili.

De sterke interesse in vrijwillige CO2-markten komt tot uiting doordat steeds meer bedrijven inzetten op netto nul emissies. Deze trend blaast de markten leven in.

Na een sterk 2021 vertonen de CO2-markten geen tekenen van vertraging en de Europese CO2-compensatiemarkt blijft leidend. Aan het begin van het jaar lag de CO2-prijs onder de 30 euro. om richting 2022 boven de 90 euro te komen, een stijging van 200%!

Sommige belanghebbenden zien de investeringsmogelijkheid na COP26, anderen hebben de CO2-markten nodig om te overleven, zoals de olie- en gasindustrie.

Meerdere hedgefondsen zijn ook begonnen met het opnemen van CO2-compensatie aan de portefeuille. Er is een eindige bron van CO2-compensatie en een sterke stijging van de vraag is zichtbaar nu landen wereldwijd van plan zijn hun netto nultoezeggingen te realiseren.

Momenteel bevinden de vrijwillige koolstofmarkten zich nog in de beginfase en hebben ze de transactiewaarde van $1 miljard in 2021 nog maar net overschreden, er is nog steeds enorm veel ruimte voor groei – evenals tal van katalysatoren.

De Taskforce on Scaling Voluntary Carbon Markets voorspelt dat om de klimaatveranderingsdoelstellingen zoals uiteengezet in de Overeenkomst van Parijs te halen, de vrijwillige CO2-markten tegen 2030 met een factor 15x – en tegen 2050 met een factor 100x – moeten groeien vanaf het niveau van 2020. Spannende tijden in het verschiet.

Wie aandacht heeft besteed aan de prijs van CO2-compensatie, weet dat ze snel zijn gestegen. In het kielzog van COP26 schoot de prijs van C2 verder omhoog, waarmee een einde kwam aan wat al een recordjaar was gebleken, met prijzen die sinds januari 2021 meer dan verdubbeld zijn. De CO2-markten vertonen geen tekenen van vertraging.

Er is al een fundamentele, bewezen vraag naar CO2-compensatie, aangedreven door wetgeving die door bijna elk land ter wereld wordt ondersteund. Er is een bijna universele consensus van regeringen en particuliere bedrijven die het erover eens zijn dat de markt moet uitbreiden om te voldoen aan de wereldwijde netto-nulbehoeften. DGB-beleggers waarderen deze marktdynamiek en de grote kans die het biedt.

DGB Group

Bij DGB zijn we enorm trots op wat we het afgelopen jaar hebben bereikt. Na het toegenomen bewustzijn van de COP26 van de netto nul-agenda, hebben we een ongekende vraag gezien naar CO2-compensatie die net zo snel door bedrijven worden gekocht als ze worden gegenereerd.

DGB Group verkocht in 2021 haar gehele portefeuille van meer dan 128.000 ton CO2-compensatie tegen een gemiddelde prijs van ongeveer EUR 10,00. De pijplijn van projecten betreft op dit moment 13 miljoen ton CO2. Hiermee lijkt DGB goed gepositioneerd om dit jaar aan vraag te voldoen. DGB blijft inzetten op vergroting van haar portefeuille natuurprojecten.

De vooruitgang die we hebben geboekt met onze projecten in Sierra Leone, Paraguay, Kenia en Kameroen draagt ​​bij aan herbebossing op grote schaal. DGB gaat door met het leveren van groene initiatieven en impactvolle projecten We kijken er naar uit om in 2022 voort te bouwen bouwen op de reeds geboekte vooruitgang. lijnen

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Yokogawa Electric Corporation onthult vandaag de resultaten van haar laatste onderzoek* om meer inzicht te krijgen in de huidige en toekomstige staat van industriële autonomie in procesproductie. Uit het onderzoek blijkt dat het aantal fabrikanten dat vooruitgang boekt op het gebied van industriële autonomie duidelijk toeneemt, en dat er een groot bewustzijn is van de verwachte voordelen op het gebied van ecologische duurzaamheid.

Het wereldwijde onderzoek werd uitgevoerd in zeven markten (China, Duitsland, India, Japan, Saoedi-Arabië, Zuidoost-Azië en de VS) onder 534 respondenten van 390 bedrijven in de chemie en petrochemie, biowetenschappen, olie en gas, energieopwekking en hernieuwbare energiebronnen. sectoren van de energiesector.

Belangrijkste inzichten

Wat betreft ecologische duurzaamheid, verwacht 45% van de respondenten dat industriële autonomie een aanzienlijke impact zal hebben en nog eens 36% verwacht een matige impact op het gebied van dynamische energieoptimalisatie, waterbeheer en emissiereductie. Daarentegen verwacht slechts 6% dat industriële autonomie helemaal geen impact zal hebben op ecologische duurzaamheid.

De implementatie van projecten voor industriële autonomie begint steeds sneller te gaan: 51% van de ondervraagde respondenten schaalt nu de implementatie op over meerdere faciliteiten en zakelijke functies en nog eens 19% meldt dat ze zijn geïmplementeerd in ten minste één faciliteit of zakelijke functie.

Hoewel productiviteitsverbeteringen in productie- en productieprocessen naar verwachting de komende drie jaar het hoogste rendement op investering (ROI) in digitale transformatie zullen opleveren – met 31% als eerste en nog eens 20% als tweede – gezondheid, veiligheid en milieu komt naar voren als een belangrijk ROI-gebied, waarbij 26% het als eerste (13%) of als tweede (13%).

Met de aanhoudende COVID-19-pandemie vormt het vergroten van de mogelijkheden voor externe operaties een sleutelfactor in industriële autonomie. Uit het onderzoek blijkt dat een derde (33%) van de fabrikanten externe operaties heeft geïmplementeerd op afzonderlijke locaties en 31% heeft geïmplementeerd op meerdere locaties in verband met industriële autonomie.

Leidinggevenden op C-niveau spelen een sleutelrol bij autonome planning op fabrieksniveau, waarbij de respondenten van de enquête zeggen dat de Chief Executive Officer (38%), Chief Technical Officer (34%) en Chief Information Officer (31%) de belangrijkste finalisten zijn. besluitvormers. Deze besluitvormers worden ondersteund door technische professionals op hoog niveau, waarbij 43% zegt dat de Chief Digital Officer significante invloed heeft op beslissingen over autonomie op fabrieksniveau.

“Het is verheugend om uit ons laatste onderzoek te zien dat ecologische duurzaamheid een gebied aan het worden is waarop de verschuiving van industriële automatisering naar industriële autonomie, die we IA2IA noemen, naar verwachting een aanzienlijk positief effect zal hebben”, legt Tsuyoshi Abe, senior vice-directeur uit. president en hoofd van het Marketing Headquarters bij Yokogawa Electric. “Over het algemeen geeft ons onderzoek echter ook aan dat een van de grootste uitdagingen bij het implementeren van industriële autonomie het ontbreken van een duidelijke routekaart is, waarvan bijna de helft dit als hun belangrijkste uitdaging beschouwt. Dit onderstreept het belang van een gedefinieerde routekaart naar industriële autonomie en het vinden van de juiste partner om deze te ontwikkelen.”

* De “Global End-user Survey on the Implementation of Industrial Autonomy” werd namens Yokogawa uitgevoerd door onderzoeksbureau Omdia in september 2021 onder 534 respondenten van 390 bedrijven in zeven wereldwijde markten: China, Duitsland, India, Japan, Saoedi-Arabië, Zuidoost-Azië en de VS. De respondenten waren fabrikanten/eindgebruikers, OEM’s en systeemintegrators in de sectoren chemie en petrochemie, life sciences, upstream en midstream olie en gas, raffinage, energieopwekking en energieopwekking met hernieuwbare energie. De respondenten van het onderzoek waren in IT-beheer, operations/project/plant management en corporate management.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

In Noord-Holland gaan 28 gemeenten zich hard maken voor energiebesparing bij bedrijven. Donderdag 27 januari hebben zij tijdens het eerste Energiebesparingsberaad hun handtekening gezet onder het Noord-Hollandse Energiebesparingsakkoord. De gemeenten maken daarin samen met de provincie en de 4 omgevingsdiensten in Noord-Holland afspraken om bedrijven te stimuleren energie te besparen. De verwachting is dat nog meer gemeenten het akkoord gaan ondertekenen.

In 2050 wil Noord-Holland klimaatneutraal zijn. Energiebesparing in de industrie- en dienstensector is daarbij cruciaal. Aan het eerste Energiebesparingsberaad namen zestig wethouders en ambtenaren deel. Zij komen vanaf nu elk half jaar samen om ervaringen te delen en van elkaar te leren.

Edward Stigter, gedeputeerde Klimaat en Energie en initiatiefnemer van het Energiebesparingsakkoord: “Ik ben er trots op dat wij ons samen met de gemeenten, de toezichthouders én het bedrijfsleven inzetten om zoveel mogelijk energie te besparen. Daar liggen nog enorm veel kansen. Daarmee kunnen we een enorme bijdrage leveren aan het terugdringen van het energieverbruik in de industrie en het bedrijfsleven.”

Terugverdienen besparing

Betere naleving van de energiebesparingsplicht in Noord-Holland levert een extra besparing op van 5% van het totale energieverbruik van de industrie- en dienstensector in Noord-Holland. De Wet Milieubeheer verplicht bedrijven die veel energie verbruiken besparingsmaatregelen te nemen die zich in 5 jaar terugverdienen. Op dit moment voldoet zo’n 11% van de bedrijven in Noord-Holland volledig aan deze plicht.

Doel van het Energiebesparingsakkoord is dat voor eind 2023 alle bedrijven met energiebesparingsplicht weten hoe ze het meest effectief energie kunnen besparen. Provincie, gemeenten en omgevingsdiensten zetten om dat te bereiken in op een combinatie van stimulerend toezicht en handhaving en ondersteuning van het bedrijfsleven. Zo worden energiescans aangeboden en gaan onafhankelijke experts het bedrijfsleven ondersteunen bij aanbestedingen en subsidieaanvragen. Met deze werkwijze streven we er naar bedrijven te ontzorgen door zaken te bundelen.

15.000 bedrijven

“Met ons programma GreenBizIJmond nemen we ondernemers op bedrijventerreinen al mee in het verhaal van energie besparen. We geven ze inzicht en laten zien wat je kunt doen en wat het vervolgens oplevert. Het Akkoord helpt om in ons hele werkgebied bedrijven goed voor te lichten en door de inzet van experts kunnen we hen ondersteunen en ontzorgen om daadwerkelijk maatregelen te nemen”, aldus Bert Pannekeet, directeur Omgevingsdienst IJmond. “In deze gecombineerde aanpak van handhaving en ontzorging nemen we ook nadrukkelijk zonnepanelen mee. Het is van groot belang dat we de enorme opwek potentie van al die bedrijfsdaken gaan benutten”, vult wethouder Bart Heller uit Hilversum aan.

In Noord Holland gaat het om 15.000 bedrijven met een wettelijke besparingsplicht. De provincie is het bevoegd gezag voor het toezicht op grotere bedrijven, ongeveer 150. Gemeenten zijn dat voor de overige bedrijven met een wettelijke besparingsplicht. Op de grootste bedrijven in Noord-Holland houdt het Rijk toezicht. Deze vallen niet onder het Energiebesparingsakkoord.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Een driejarige samenwerking tussen FrieslandCampina en Danone heeft geleid tot een reductie van ruim 17% in de uitstoot van broeikasgassen¹. Deze reductie is gerealiseerd door melkveehouders van FrieslandCampina die duurzame landbouwpraktijken en groene-energieprojecten implementeerden. Dit is toegepast voor zuivelingrediënten die specifiek aan Danone worden geleverd. FrieslandCampina gebruikte de KringloopWijzer om de voortgang van de duurzame landbouwpraktijken te volgen. Deze uitgebreide monitoringtool wordt door bijna 10.000 leden-melkveebedrijven van FrieslandCampina gebruikt en geeft boerderijspecifieke inzichten, zoals de omvang van hun ecologische voetafdruk.

FrieslandCampina en Danone werken beide aan een duurzamer voedselsysteem en hebben uitgebreide duurzaamheidsprogramma’s om hun milieu-impact te verminderen. Beide bedrijven hebben zich gecommitteerd aan het bereiken van ‘net zero’, als een van hun klimaatdoelen, en aan het verbeteren van de bodemgezondheid en biodiversiteit. Een van de manieren om deze doelen te bereiken is door regeneratieve landbouwpraktijken. FrieslandCampina en Danone willen boeren ondersteunen op de reis naar een duurzamere toekomst, wat heeft geleid tot deze samenwerking.

Klimaatneutraal en natuurpositief

Simone Boitelle, Director Global Corporate Affairs FrieslandCampina: “Al meer dan 150 jaar gelooft FrieslandCampina in samenwerking om resultaten te behalen. En deze samenwerking is daar weer een mooi voorbeeld van. Boeren ondersteunen om melk te produceren in balans met de natuur, is de sleutel tot een duurzamere, klimaatneutrale en natuurpositieve toekomst. Ik ben enorm trots op onze leden-melkveehouders die dit mogelijk maken, zij verdienen het podium voor deze sterke resultaten!”

Yann-Gaël Rio, Danone’s Global Vice-President voor Natuur & Landbouw, voegt hieraan toe: “Duurzame melkveehouderij is een topprioriteit in Danone’s reis naar het bereiken van ‘netto nul’ uitstoot. Dit partnerschap toont aan dat we door het combineren van onze expertise de toepassing van regeneratieve landbouwpraktijken kunnen versnellen om de klimaatimpact van de melkveehouderij te helpen verminderen. Hoewel dit een geweldige stap is, moet er nog meer worden gedaan en we kijken ernaar uit om meer boeren te ondersteunen bij deze transitie en verlengen deze samenwerking met nog eens drie jaar.”

Wat deden de FrieslandCampina-melkveehouders?

Afhankelijk van het type bedrijf kunnen melkveehouders verschillende maatregelen nemen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. De effecten van de geïmplementeerde maatregelen werden gevolgd via de KringloopWijzer. Enkele voorbeelden van de genomen maatregelen zijn:

  • Meer eiwit geoogst van hun eigen landbouwgrond, waardoor de impact van het inkopen van voer van ver weg nog verder wordt verminderd;
  • Optimaliseren van het rantsoen van de koe: het handhaven van een uitgebalanceerd voedzaam rantsoen dat de gezondheid en het welzijn van de dieren ondersteunt en tegelijkertijd de enterische methaanuitstoot vermindert;
  • Energiemaatregelen: opwekking van groene stroom door gebruik van zonnepanelen, windmolens en mestvergisters; het vermijden van fossiele brandstoffen door biobased diesel en/of het verminderen van het energieverbruik (bijvoorbeeld door het terugwinnen van warmte uit melkkoeling). Daarnaast wekken de mestvergisters niet alleen duurzame elektriciteit op, maar dragen ze ook bij aan de vermindering van de methaanemissie door mestopslag. De groene stroom van de leden wordt ingezet voor de productielocaties van FrieslandCampina.

Volgende stappen op weg naar regeneratieve landbouw

De positieve resultaten van deze samenwerking waren voor Danone en FrieslandCampina aanleiding om de samenwerking met nog eens drie jaar te verlengen. De twee bedrijven zullen zich samen blijven inspannen om de uitstoot van broeikasgassen als gevolg van de productie van ingrediënten afkomstig van FrieslandCampina met nog eens ruim 7% te verminderen. Dit zou in de loop van de meerjarige samenwerking resulteren in een totale reductie van de broeikasgasemissie van bijna 25%. De komende jaren zetten FrieslandCampina en Danone hun gezamenlijke inspanningen onverkort door voor innovatieve oplossingen om de transitie naar regeneratieve landbouw op te schalen en te versnellen.

¹ 17,6% broeikasgasreductie is gerealiseerd in de periode 2015-2020 en gemeten met de KringloopWijzer

Foto: Simone Boitelle, Director Global Corporate Affairs FrieslandCampina (l), Yann-Gaël Rio, Danone’s Global Vice-President voor Natuur & Landbouw (m) en lid-melkveehouder Edwin Daatselaar (r)

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

ABB en Coolbrook hebben een intentieverklaring ondertekend om een strategisch partnerschap aan te gaan voor de introductie van Roto Dynamic Reactor (RDR)-technologie. Doel van deze intentieverklaring is om de implementatie van de RDR-technologie te versnellen in de (petro)chemische industrie en commercieel aantrekkelijker te maken. Deze technologie zal de uitstoot van broeikasgassen in stoomkraakinstallaties drastisch beperken. De overeenkomst zal leiden tot een combinatie van de innovatieve elektrisch aangedreven RDR-technologie van Coolbrook en de geïntegreerde energieoplossingen die door ABB ontwikkeld zijn. Deze toepassingen zijn bedoeld voor de (petro)chemische industrie.

Olefinen, zoals ethyleen en propyleen, zijn de belangrijkste grondstoffen die in de chemische industrie worden gebruikt voor met name de productie van polymeren. De voornaamste technologie voor de productie van olefinen is momenteel het stoomkraken door pyrolyse (thermische ontleding) bij hoge temperatuur van hoofdzakelijk koolwaterstofgrondstoffen, verdund met stoom in een zogeheten kraakinstallatie.

De nieuwe RDR-technologie van Coolbrook kan de energie-intensieve, conventionele kraakinstallaties vervangen door de mechanische energie van de rotoras rechtstreeks over te brengen op de koolwaterstofvloeistof. Dit wordt bereikt door aërodynamische werking via roterende bladstroom. Wanneer dit proces wordt aangedreven met elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, is het mogelijk de broeikasgasemissies in het stoomkraakproces met 100 procent (dus volledig) te reduceren. De Coolbrook-technologie kan worden gebruikt met verschillende grondstoffen, waaronder gerecyclede en hernieuwbare grondstoffen. Recent werd op de Brightlands Chemelot Campus in Geleen de eerste steen gelegd voor de pilot plant waar de RDR-technologie nader zal worden ontwikkeld.

De operationele processen van de RDR-technologie worden dankzij de samenwerking geoptimaliseerd door de hoogwaardige expertise van ABB in automatisering, elektrificatie en digitalisering. ABB zal de energie-efficiëntie van de RDR-technologie verder verbeteren door de integratie van haar elektrische motoren en frequentieregelaars. Hierdoor wordt implementatie van de RDR-technologie laagdrempeliger en kan de petrochemische industrie hun ambitie om uitstoot drastisch terug te brengen, sneller waarmaken.

Het rapport “Tracking Energy 2021” van de International Energy Agencies (IEA) illustreert dat de wereldwijde CO2-uitstoot van chemische en petrochemische processen 1,2 miljard ton bedroeg in 2020. Het elektrificeren van procesindustrieën zal de CO2-uitstoot aanzienlijk verminderen: dit draagt bij aan de belofte die ABB gedaan heeft om haar klanten te ondersteunen bij het verminderen van hun jaarlijkse CO2-uitstoot met 100 miljoen ton in 2030.

Ilpo Kuokkanen, Executive Chairman van Coolbrook: “Coolbrook heeft zich tot doel gesteld een sterk en uitgebreid ecosysteem op te bouwen rond de RDR-technologie om deze voor de industrie zo snel mogelijk commercieel toepasbaar te maken. ABB wordt een belangrijke partner in dat ecosysteem en heeft het potentieel om het proces aanzienlijk te versnellen. Onze RDR-technologie en de technologie  van ABB vullen elkaar perfect aan. Samen bieden ze een unieke elektrische, koolstofvrije oplossing voor een van de grootste industriële processen ter wereld”.

Voor de industrie betekent het partnerschap dat zij vanaf de FEED-fase worden ondersteund in het totaalaanbod van Coolbrook/ABB. Dit omvat o.a. RDR-pakketten, elektromotoren en -aandrijvingen, automatisering, veiligheid, stroomdistributie, instrumentatie en analyzers, conditiebewaking en volledige digitalisering. Als gevolg daarvan zal de (petro)chemische industrie profiteren van hogere operationele opbrengsten, lagere bedrijfskosten, eenvoudiger onderhoud, lagere kapitaalkosten en daarmee ook hogere winstmarges.

Colin Ward, Senior Vice President voor ABB Energy Industries Chemicals & Refining, voegt hieraan toe: “Elektrificatie van stoomkrakers in de ethyleenproductie biedt de mogelijkheid om de emissies in deze processen wereldwijd met 300 miljoen ton per jaar te verminderen. ABB werkt samen met partners aan duurzame oplossingen om onze klanten in staat te stellen hun broeikasgasemissies, afval en energieverbruik te verminderen en tegelijkertijd de energietransitie in de wereld op verantwoorde wijze te ondersteunen.”

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Logistiek dienstverlener TSN Groen en de gemeente Leiderdorp winnen de EZK Energy Award 2021. TSN Groen is binnen haar branche koploper op het gebied van verduurzaming en maatschappelijke betrokkenheid. Leiderdorp kreeg de eervolle award voor gemeenten. 

TSN Groen onderscheidt zich het meest door hun duurzame energieopwekking en duurzame bedrijfsvoering. De gemeente Leiderdorp stuurt opvallend actief en succesvol op energiebesparing bij bedrijven. Het bedrijf en de gemeente namen de award op 27 januari 2022 in ontvangst uit handen van juryvoorzitter Esther Pijs, directeur Warmte en Ondergrond bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK).

Geldprijs van € 25.000

Op donderdag 27 januari nam Andries Vlot, directeur en eigenaar van TSN Groen, de award in ontvangst. Samen met de geldprijs van € 25.000. Namens de gemeente nam wethouder Rik van Woudenberg de award in ontvangst. Hij ontving als prijs een Flower Turbine. Dit is een kleine windmolen waaraan onder andere elektrische fietsen kunnen opladen. De uitreiking gebeurde tijdens het online EZK-evenement: Partners in energie-uitdagingen.

Jaarlijks wordt de EZK Energy Award uitgereikt aan organisaties die zich positief weten te onderscheiden in energiebesparing, duurzame opwekking van energie en/of hernieuwbare warmte. Dit jaar reikte Esther Pijs, directeur Warmte en Ondergrond bij het ministerie van EZK, de award voor de tweede keer uit aan een gemeente. EZK stelt de prijzen beschikbaar.

TSN Groen: gedreven koploper

Juryvoorzitter Esther Pijs: ”De combinatie van duurzame energieoplossingen, sociale betrokkenheid en gedrevenheid gaf dit jaar de doorslag. TSN Groen is een koploper op het gebied van verduurzaming én maatschappelijke betrokkenheid. Het bedrijf heeft een eigen zonnepark met 3.150 zonnepanelen, dat het eigen wagenpark van 60 elektrische voertuigen van stroom voorziet. Daarnaast bouwen ze dieselvoertuigen om naar elektrische auto’s. Maar ook stimuleren ze de groei van flora en fauna voor een betere leef- en werkomgeving. De medewerkers spelen hierbij een centrale rol. Het is een mooi voorbeeld van de 3P’s: People, Planet en Profit. Het enthousiasme werkt heel inspirerend.”

Leiderdorp: meest actieve en succesvolle gemeente in energiebesparing

Gemeente Leiderdorp kreeg de eervolle EZK Energy Award Gemeenten 2021. “Leiderdorp draagt opvallend actief en succesvol bij aan verduurzaming. Samen met de Omgevingsdienst West-Holland stimuleert de gemeente bedrijven om energie te besparen én hierover te rapporteren”, legt juryvoorzitter Esther Pijs uit. In de Zuid-Hollandse gemeente voldoet dan ook landelijk het hoogste percentage bedrijven (91%) aan de informatieplicht energiebesparing.

Wethouder Rik van Woudenberg nam de prijs in ontvangst. “Ik zie het als een beloning voor onze inspanningen van de afgelopen jaren op het gebied van duurzaamheid. Mede dankzij de belangrijke inbreng van onze samenwerkingspartners, bedrijven en inwoners”, aldus wethouder Rik van Woudenberg. “Samen werken wij aan een toekomst zonder aardgas. Dat doen wij onder andere met inwoners, ondernemers, EnergieAmbassadeurs, coöperatie Zon op Leiderdorp en Omgevingsdienst West-Holland”.

Mol Freesia en Mijnwater genomineerd

Naast de winnaars waren Mol Freesia en Mijnwater genomineerd. Bloemkwekerij Mol Freesia BV viel dit jaar op door de combinatie van technieken die ze gebruiken voor het duurzaam kweken van Freesia’s. Energiebedrijf Mijnwater trok de aandacht door de unieke toepassing van een warmtenet in de voormalige mijnen. De toepassing is een inspiratie voor toekomstige aquathermieprojecten.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Governments and companies worldwide are pledging to achieve net-zero emissions of greenhouse gases. What would it take to fulfill that ambition? In a new report, McKinsey looks at the economic transformation that a transition to net-zero emissions would entail—a transformation that would affect all countries and all sectors of the economy, either directly or indirectly. McKinsey estimates the changes in demand, capital spending, costs, and jobs, to 2050, for sectors that produce about 85 percent of overall emissions and assess economic shifts for 69 countries.

Achieving net zero would mean a fundamental transformation of the world economy, as it would require significant changes to  the seven energy and land-use systems that produce the world’s emissions: power, industry, mobility, buildings, agriculture, forestry and other land use, and waste. To bring about these changes, nine key requirements (encompassing physical building blocks, economic and societal adjustments, and governance, institutions, and commitment) would need to be fulfilled against the backdrop of many economic and political challenges.

This means addressing dozens of complex questions, including: what is the appropriate mix of technologies that need to be deployed to achieve emissions reductions while staying within a carbon budget, limiting costs, and delivering required standards of performance? Where are supply chain and infrastructure bottlenecks most likely to occur? Where might physical constraints, whether related to the availability of natural resources or the scale-up of production capacity, limit the pace of the transition? What levels of spending on physical assets would the transition require? Who would pay for the transition? How would the transition affect companies’ markets and operations? What would it spell for workers and consumers? What opportunities and risks would it create for companies and countries? And how could consumers be encouraged to make changes to consumption and spending habits that will be necessary to ensure the transition?

In this report, McKinsey attempts to answer some of these questions, namely, those pertaining to the economic and societal adjustments. McKinsey provides estimates of the economic changes that would take place in a net-zero transition consistent with 1.5°C of warming. McKinsey seeks to build and expand upon the vast external literature on the net-zero transition, in order to offer a more detailed and granular view of the nature and magnitude of the economic changes that it would entail. As a result, our estimates of the annual spending on physical assets for a net-zero transition exceed to a meaningful degree the $3 trillion–$4.5 trillion total spending estimates that previous analyses have produced.

The full report, The net-zero transition: What it would cost, what it could bring, as well as a PDF summary, can be downloaded for free here.

Share Button

[ad_2]

Source link

Berichten paginering