[ad_1]

De belangrijkste klimaatbeloften van 25 van ’s werelds grootste bedrijven komen in werkelijkheid slechts neer op een vermindering van de uitstoot met gemiddeld 40%, en niet 100% zoals wordt gesuggereerd door hun “netto nul”- en “koolstofneutrale” claims, zo blijkt uit een nieuwe analyse. Dit zijn de bevindingen van de Corporate Climate Responsibility Monitor die vandaag is gepubliceerd en is uitgevoerd door het NewClimate Institute in samenwerking met Carbon Market Watch. Het onderzoek evalueert 25 grote bedrijven – die in verschillende sectoren en regio’s actief zijn – om de transparantie en integriteit van hun belangrijkste klimaatbeloftes te bepalen.

De belangrijkste klimaatbeloften van bedrijven vereisen een gedetailleerde evaluatie en kunnen in de meeste gevallen niet zonder meer worden aangenomen, zo blijkt uit het rapport. Slechts de netto nul belofte van één bedrijf werd beoordeeld als zijnde “redelijk integer”; drie met “matig”, tien met “laag” en de resterende 12 werden beoordeeld als zijnde “zeer laag” integer.

“We wilden zoveel mogelijk navolgbare goede praktijken aan het licht brengen, maar we waren eerlijk gezegd verbaasd en teleurgesteld over de algehele integriteit van de beweringen van de bedrijven”, aldus Thomas Day van het NewClimate Institute, hoofdauteur van het onderzoek. “Naarmate de druk op bedrijven om actie te ondernemen tegen klimaatverandering toeneemt, ontbreekt het in hun ambitieuze beweringen maar al te vaak aan echte inhoud, waardoor zowel consumenten als de regelgevende instanties die hun strategische richting moeten bepalen, misleid kunnen worden. Zelfs bedrijven die het relatief goed doen, overdrijven hun acties.”

Voor de minderheid van de 25 beoordeelde bedrijven dienen hun beloften als een nuttige langetermijnvisie en worden ze onderbouwd met specifieke emissiereductiedoelstellingen op korte termijn. Hoewel geen van de beloftes over het algemeen een hoge mate van integriteit heeft, kwam Maersk als beste uit de bus, met een redelijke integriteit, gevolgd door Apple, Sony en Vodafone met een matige integriteit.

De meerderheid van de bedrijven met net-nul of koolstofneutraliteitsbeloften slaagt er echter niet in ambitieuze doelstellingen te formuleren. Veel beloftes van bedrijven worden ondermijnd door omstreden plannen om de uitstoot elders te verminderen, verborgen kritische informatie en boekhoudkundige trucs. Uit de analyse blijkt dat de belangrijkste beloftes van Amazon, Deutsche Telekom, Enel, GlaxoSmithKline, Google, Hitachi, IKEA, Vale, Volkswagen en Walmart weinig integer zijn en die van Accenture, BMW Group, Carrefour, CVS Health, Deutsche Post DHL, E.ON SE, JBS, Nestlé, Novartis, Saint-Gobain en Unilever zeer weinig integer.

De 13 bedrijven die hun “net zero” beloften hebben ondersteund met expliciete emissiereductieverbintenissen, verbinden zich er gemiddeld toe hun volledige waardeketenemissies vanaf 2019 met slechts 40% te verminderen. De andere 12 hebben geen specifieke emissiereductieverplichtingen voor hun net-nul streefjaar.

Slechts drie van de 25 bedrijven – Maersk, Vodafone en Deutsche Telekom – verbinden zich er duidelijk toe meer dan 90% van hun volledige waardeketenemissies koolstofvrij te maken. Ten minste vijf van de bedrijven zouden hun emissies effectief slechts met minder dan 15% verminderen, vaak door downstream- of upstream-emissies in hun waardeketen uit te sluiten.

Het uitsluiten van emissiebronnen of marktsegmenten is een veel voorkomend probleem dat de betekenis van de doelstellingen vermindert. Acht bedrijven sluiten upstream- of downstreamemissies in hun waardeketen uit, die gewoonlijk goed zijn voor meer dan 90% van de emissies die zij onder controle hebben. E.ON kan marktsegmenten uitsluiten die goed zijn voor meer dan 40% van zijn energieverkoop; Carrefour lijkt locaties uit te sluiten die goed zijn voor meer dan 80% van de winkels onder het Carrefour-merk.

Compenserende benaderingen ondermijnen ook de integriteit. 24 van de 25 bedrijven zullen waarschijnlijk een beroep doen op compensatiecredits, van wisselende kwaliteit. Ten minste tweederde van de bedrijven vertrouwt op verwijderingen uit bossen en andere biologische activiteiten, die gemakkelijk ongedaan kunnen worden gemaakt door bijvoorbeeld een bosbrand. Nestlé en Unilever distantiëren zich van de praktijk van compensatie op het niveau van de moedermaatschappij, maar staan hun individuele merken toe en moedigen hen aan compensatie na te streven om producten met een koolstofneutraal label te verkopen.

Sommige schijnbaar ambitieuze doelstellingen kunnen leiden tot zeer weinig actie op korte termijn. CVS Health kan zijn emissiereductiedoelstelling voor 2030 misschien halen met beperkte aanvullende maatregelen, aangezien de doelstelling wordt vergeleken met een basisjaar met buitengewoon hoge emissies. GlaxoSmithKline kan de uitvoering van belangrijke emissiereductiemaatregelen uitstellen tot 2028/2029, vooruitlopend op zijn doelstelling voor 2030.

“Misleidende advertenties van bedrijven hebben reële gevolgen voor consumenten en beleidsmakers. We worden voor de gek gehouden door te geloven dat deze bedrijven voldoende actie ondernemen, terwijl de realiteit verre van dat is”, aldus Gilles Dufrasne van Carbon Market Watch. “Zonder meer regelgeving zal dit zo doorgaan. We hebben regeringen en regelgevende instanties nodig om op te treden en een einde te maken aan deze trend van greenwashing.”

Er werden ook veelbelovende voorbeelden van klimaatleiderschap geïdentificeerd. Google ontwikkelt innovatieve instrumenten om in realtime hernieuwbare energie van hoge kwaliteit in te kopen; dit wordt door andere bedrijven opgepikt. Maersk en Deutsche Post doen grote investeringen in koolstofarme technologieën voor vervoer en logistiek. Er is nog heel wat potentieel voor bedrijven om deze nieuwe beste praktijken te kopiëren en op te schalen.

“Bedrijven moeten de realiteit van een veranderende planeet onder ogen zien. Wat een decennium geleden aanvaardbaar leek, is niet langer voldoende,” zei Dufrasne. “Met vage doelstellingen komen we nergens zonder echte actie, en het kan erger zijn dan niets doen als het publiek erdoor wordt misleid. Landen hebben laten zien dat we een nieuwe start nodig hebben bij het aannemen van de Overeenkomst van Parijs, en bedrijven moeten dit weerspiegelen in hun eigen acties.”

De Monitor Klimaatverantwoord Ondernemen wordt een jaarlijkse publicatie. Volgens dagblad Trouw geeft deze internationale studie een voorproefje van een Nederlandse studie. In opdracht van Milieudefensie gaat het NewClimate Institute dit jaar de klimaatbeloften van 29 grote vervuilers toetsen.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Sunbeam, toonaangevend leverancier van montagesystemen voor de zonnesector, heeft een bewuste keuze gemaakt voor aluminium dat is geproduceerd met een substantieel lagere CO2-uitstoot. Daarmee gaat Sunbeam een stap verder dan een keuze voor gerecycled aluminium. Met aluminium dat met hernieuwbare energie wordt geproduceerd, is nóg meer milieuwinst te boeken.

Aluminium is naast staal een van de belangrijkste materialen voor Sunbeams montagesysteem Nova. Om de milieu-impact van haar producten zo klein mogelijk te houden, heeft Sunbeam ook voor aluminium onderzocht wat de gevolgen van verschillende productiemethodes zijn voor de wereldwijde CO2-uitstoot. Ze kwam daarbij tot een verrassende conclusie.

“Elke aluminiumproducent maakt al zo veel mogelijk gebruik van gerecycled aluminium”, aldus Peter Deege, CEO bij Sunbeam. “Het is veel goedkoper dan volledig nieuw aluminium maken”. Volgens een rapport van European Aluminium bespaart recycling maar liefst 95 procent van de energie die nodig is voor de productie van primair aluminium. Dat is voor producenten een enorme prikkel om aluminium in te zamelen en te hergebruiken. Ook past het gebruik van gerecycled materiaal in de duurzaamheidsdoelstellingen van aluminiumproducenten. De enige reden om niet meer gerecyclede content aan “standaard” aluminium toe te voegen is dat het er gewoon niet is. Met andere woorden: “Als we aluminium met bijvoorbeeld 90% gerecyclede content afnemen kunnen wij wel de vlag uithangen voor een ‘duurzaam’ product, in werkelijkheid wordt er geen frisdrankblikje méér door gerecycled.”

Sunbeam heeft zichzelf het doel gesteld om de CO2-uitstoot jaarlijks met 6% te verminderen en kwam tot de conclusie dat de manier van productie van primair aluminium een grote impact heeft op de uitstoot. In China komt bij de productie gemiddeld 20 ton CO2-equivalent per ton aluminium vrij. Door bewuste keuzes in het productieproces kunnen producenten deze uitstoot aanzienlijk naar beneden brengen. Sunbeam kwam bij hun leverancier Hydro uit bij het materiaal “Hydro REDUXA”: primair aluminium dat is geproduceerd met een uitstoot van maximaal 4 ton CO2-equivalent per ton. Dat is maar liefst 4,5 keer lager dan het wereldgemiddelde.

Recycling is een goed ingeburgerd concept dat consumenten begrijpen en zoeken. “In ons ideaalbeeld wordt er wereldwijd evenveel aluminium gerecycled als dat er gebruikt wordt. Zo kan een gesloten cirkel ontstaan” verduidelijkt Deege. Dus recyclen? Ja! En ook aandacht besteden aan het schoner produceren van primair aluminium, zodat uiteindelijk de carbon footprint van aluminium over de gehele linie minder wordt.

Bij Sunbeam maken we duurzame keuzes die bijdragen aan minder CO2-uitstoot in de wereld. De keuze voor Hydro REDUXA met een significant lagere uitstoot is hiermee geheel in lijn.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Makro heeft een grote zonnecentrale in gebruik genomen. Een feestelijk moment dat werd gevierd op het dak van Makro Duiven. Op nog 4 andere daken wordt druk gebouwd. In totaal worden er 8.720 zonnepanelen geïnstalleerd met een vermogen van bijna 5.000 kilowattpiek, vergelijkbaar met het verbruik van ongeveer 1.500 huishoudens per jaar.

Mogelijkheden in kaart

Eén van de kernwaarden van Makro is duurzaamheid. Het terugdringen van haar uitstoot neemt Makro evenzeer serieus. Het vervangen van alle koel- vriesinstallaties naar CO2 koel-vriesinstallaties is daar een voorbeeld van. Ook het realiseren van de zonnedaken is weer een grote aanvullende stap in de verduurzaming. Onafhankelijk platform Zoncoalitie trof de voorbereidingen en zette een tender uit, waarbij Groendus als winnaar uit de bus kwam.

Remko Wilson, directie Zoncoalitie: “Wij zijn in 2018 al gestart met alle voorbereidingen voor dit project. Ik ben blij en trots dat we het project nu met Makro en Groendus hebben gerealiseerd. Vandaag starten we met het opwekken van groene energie, zodat Makro een groene toekomst tegemoet gaat.” Marc van Putte, commercieel directeur van Groendus vult aan: “Niet alleen deze vestiging heeft een geschikt dak voor zonnepanelen. We bouwen momenteel ook vier andere zonnecentrales voor Makro in Delft, Nuth, Vianen en Groningen.”

Met eigen opwek bijdragen aan klimaatdoelen

Benjamin Weiss, CFO Makro Nederland: “Ik ben ontzettend blij met de zonnecentrales die we op onze daken realiseren. Met 5 zonnecentrales wekken we straks maar liefst 10 procent van ons energieverbruik, van al onze 17 winkels in Nederland, zelf op.”

Naast de directie van Makro was Olaf Schulze, director Energy Management, van Duitse moederonderneming METRO AG aanwezig: Schulze: “De zonnecentrales van Makro Nederland produceren meer dan 4 miljoen kWh per jaar. Een grote bijdrage aan de klimaatdoelen van METRO AG. En het maakt Makro Nederland één van de duurzame koplopers binnen ons concern.”

Vooroplopen in de energietransitie

Makro is een mooi voorbeeld van een grote organisatie die haar verduurzamingsplannen, ondanks een dynamische periode als (horeca)groothandel, heeft doorgezet. Marc van Putte: “Makro laat met hun zonnecentrales zien aan hun klanten en medewerkers dat ze duurzaamheid hoog in het vaandel heeft staan. En dat ze bereid zijn hierin te investeren. Tegelijkertijd heeft de realisatie een goede businesscase en dat maakt het een prachtig project.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

In 2030 wil TU Delft volledig duurzaam opereren. Alle activiteiten op en vanaf de campus zijn dan CO2-neutraal, circulair, klimaatadaptief en dragen bij aan de kwaliteit van leven voor haar gebruikers en voor de natuur. Samen met alle medewerkers, studenten en partners van de universiteit maakt duurzaamheidscoördinator Andy van den Dobbelsteen zich sterk om deze ambitie te realiseren. Op een nieuwe website kan iedereen de vorderingen volgen.  

Uitgangspunt is dat de campus in 2030 circulair, gezond en biodivers is. Concrete acties zijn onder andere het vergroenen van de campus en het ontwikkelen van proeftuinen – living labs – die benut kunnen worden om duurzaamheidsonderzoek en –onderwijs in de praktijk te brengen. Van den Dobbelsteen: “De universiteit gaat meer groen en water op de campus implementeren. Niet alleen om de klimaatverandering tegen te gaan, maar ook om de gemeenschap bewust te maken. Daarnaast toont onderzoek aan dat een groene omgeving stress vermindert en de mentale gezondheid van werknemers en studenten verbetert.”

Gezamenlijke inspanning

Het bereiken van CO2-neutraliteit in 2030 vraagt een grote betrokkenheid en deelname van alle faculteiten en diensten, van inkoop tot gebouwbeheer tot communicatie. Denk bijvoorbeeld aan de overgang naar het vegetarische restaurant bij de Faculteit Bouwkunde. Ook zal TU Delft nauw samenwerken met partners buiten de eigen organisatie. Van den Dobbelsteen: “Een belangrijk aspect van onze verduurzaming is het sluiten van kringlopen en die houden nu eenmaal niet op de deur van een universiteitsgebouw of aan de rand van de campus. We zoeken dus nadrukkelijk de samenwerking met partners op, ook buiten de campus.”

Op de vernieuwde duurzaamheidswebsite kan iedereen alle klimaatactie van dichtbij volgen. “We laten hier actief zien welke pilots er lopen en wat de resultaten daarvan zijn.”

Climate Action

Het verduurzamen van de Delftse campus is een belangrijk onderdeel van het Climate Action Programma, dat ook voorziet in extra investeringen in Climate Action onderzoek en onderwijs. De TU trekt de komende tien jaar in totaal 22 miljoen euro uit om dit programma op zetten en vorm te geven.

Meer informatie

Volg hier de aanpak van duurzaamheid en klimaatactie door TU Delft op de campus.
Bekijk hier de visie van de TU Delft op Climate Action.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Dopper zet vanaf januari 2022 fietskoeriers in om online bestellingen te bezorgen. Het merk maakt het mogelijk om Dopper-flessen en -accessoires vanuit de webshop per fietskoerier te laten bezorgen om naast plasticvervuiling ook CO2-uitstoot terug te dringen. Voor de bezorging werkt Dopper samen met Fietskoeriers.nl, een platform van Cycloon Post & Fietskoeriers, dat in meer dan zestig steden in Nederland bezorgt.

Samenwerking

Virginia Yanquilevich: “Dankzij onze nieuwe partner Fietskoeriers.nl wordt de meest duurzame herbruikbare waterfles nu bezorgd op de meest duurzame manier. Hoewel bezorging per fiets in Nederland heel logisch klinkt, was het niet makkelijk om een partner te vinden die landelijke dekking kon bieden. Fietskoeriers.nl doet dat wel en samen verwachten we dit jaar al ruim een ton CO2 te besparen. Het is een keuze die perfect aansluit bij onze focus op duurzaamheid, die sinds dag 1 voorop staat bij alles wat we doen. Als bedrijf zijn we sinds kort volledig CO2-neutraal, maar we blijven ons inzetten om de uitstoot die we nog produceren steeds verder terug te brengen, zodat we nog minder hoeven te compenseren. Deze stap brengt ons daar weer een stukje dichterbij.”

Ook Carlijn Teeuwen van Fietskoeriers.nl is erg te spreken over de samenwerking: “Dopper is een Nederlands merk gedreven door de ambitie de wereld schoner te maken. Ik ben heel trots dat wij de handen ineen slaan en gezamenlijk nog meer impact gaan realiseren.”

CO2-besparing

Door pakketjes met de fiets te bezorgen, rekent Dopper af met een gemiddelde uitstoot van 0,2 kg CO2 per pakketje. Naar verwachting zullen ruim 5.000 webshopbestellingen per vrachtfiets worden bezorgd, waarmee Dopper en Fietskoeriers.nl een totale CO2-uitstoot van meer dan een ton (1.000 kg) realiseren. Dat is vergelijkbaar met de uitstoot van 5.800 km autorijden.

Werkwijze

Een fietskoerier haalt het pakket op bij het distributiecentrum van Dopper. De koerier brengt het naar de ‘hub’, een fietskoeriersvestiging, aan de rand van de stad. Daar wordt het gesorteerd en vervolgens bezorgt een fietskoerier het de volgende werkdag bij de klant. Moet het pakket naar een andere stad, dan gaat het van de fietskoeriersvestiging naar het sorteercentrum in Nieuwegein in wagens die rijden op bio-LPG. Eenmaal gesorteerd gaat het naar de hub in de stad van bezorging. Het laatste stuk is weer voor de fietskoerier, die de bestelling tussen 17.00 en 22.00 uur bij de klant bezorgt. De pakketbezorging wordt verzorgd door Fietskoeriers.nl. Binnen dit platform werken professionele fietskoeriersbedrijven met elkaar samen zodat er landelijke dekking geboden kan worden.

 

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Albert Heijn en Eneco gaan samenwerken in de aanleg van snelladers bij Albert Heijn-winkels in Nederland en België. Nog dit jaar worden er 120 snelladers geplaatst die 240 laadpunten opleveren waar klanten van de supermarktketen hun auto kunnen opladen. Daar stopt het natuurlijk niet. In 2025 beschikt Albert Heijn over minimaal 2.000 laadpunten. Zo geven zowel Albert Heijn en Eneco invulling aan hun duurzaamheidsambities.

Tijdens het boodschappen doen de batterij volladen

Met de aanleg van de laadpunten maakt Albert Heijn het voor klanten makkelijker een bewuste keuze te maken om met duurzaam vervoer naar de winkel te komen, naast uiteraard fietsen of lopen. De supermarktketen speelt hiermee in op het groeiende aantal elektrische auto’s dat zij op de parkeerterreinen ziet. Door gebruik te maken van de snelladers tijdens het boodschappen doen bij Albert Heijn, laadt je efficiënt de batterij van je auto op; een gewenste oplossing voor klanten. Daarbij laden klanten op 100% groene stroom met Eneco HollandseWind.

Groenere toekomst

Joris Laponder, CCO Eneco eMobility: “We zijn ontzettend trots op deze samenwerking en kijken ernaar uit om samen met Albert Heijn bij te dragen aan een groenere toekomst voor Nederland en België. Deze samenwerking is een belangrijke stap om de transitie naar schonere mobiliteit verder vorm te geven.”

“Ook wij zijn ontzettend trots op deze samenwerking waarbij we snelladen bereikbaar maken voor onze klanten. Zo helpen we onze klanten verder te verduurzamen,” aldus Rob Heesen, directeur Foodservice&Concepten van Albert Heijn.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Ruim vier jaar na Shells aankondiging om mee te doen aan de energietransitie rapporteert Shell nog steeds niet hoeveel het bedrijf investeert in duurzame energie, blijkt uit de vandaag gepubliceerde kwartaalcijfers. “Blijkbaar vindt ook Shell zijn investeringen in de energietransitie niet vermeldenswaardig. Beleggers kunnen zo nog steeds niet beoordelen hoe serieus Shell de energietransitie neemt. Duidelijk is wel dat ongeveer 90% van de investeringen nog steeds naar fossiel gaat en blijft gaan in 2022,” reageert Mark van Baal, oprichter van Follow This. 

In de begeleidende presentatie (pagina 18, afbeelding hieronder) zijn de investeringen in 2021 in ‘renewables and energy solutions’ samengevoegd met ‘marketing’. “Hoogstwaarschijnlijk zijn de investeringen in marketing hoger dan in duurzame energie, anders had Shell ze wel apart gerapporteerd.”

De geplande investeringen in 2022 in hernieuwbare energie en energie oplossingen worden $3 miljard (12% van het totaal van ongeveer $25 miljard). De investeringen in het zoeken en oppompen van olie (upstream) zullen omhoog gaan van $6 in 2021 naar $8 miljard in 2022.

”Je kunt niet beweren in transitie te zijn als slechts 12% van je investeringen naar nieuwe, duurzame energie gaat en de investeringen in fossiele brandstoffen omhoog gaan,” zegt Mark van Baal.

Shells doelen zijn dan ook nog steeds niet in lijn met Parijs, in tegenstelling tot wat Shell schrijft op pagina 21 (“Strategy aligns with goal to limit the increase in the global average temperature to 1.5 degrees Celsius above pre-industrial levels”). Het Parijsakkoord vraagt om een wereldwijde emissiereductie van ongeveer 40% in 2030; Shell wil alleen zijn gemiddelde emissies (CO2 per energie-eenheid) met 20% verlagen terwijl zijn totale emissies omhoog gaan (bleek uit een analyse van Global Climate Insights).

”Beleggers verliezen hun geduld. Dat bleek in mei 2021 toen 30% van de beleggers voor de Follow This klimaatresolutie stemde”. Een week later legde de rechter Shell een emissiereductie van 45% in 2030 op. In mei kunnen investeerders opnieuw stemmen voor deze klimaatresolutie om Shell te steunen om doelen te stellen die daadwerkelijk in lijn zijn met het Parijsakkoord.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De haven van Rotterdam is verantwoordelijk voor bijna 14 miljoen ton CO2 per jaar en staat daarmee op gelijke voet met de vijfde grootste industriële vervuiler van Europa – de kolencentrale van Weisweiler in Duitsland – zo blijkt uit een nieuwe studie waarin de koolstofemissies van havens worden gerangschikt. Antwerpen en Hamburg komen op de tweede en derde plaats, terwijl drie van de top 10 vervuilende havens in Spanje liggen. In een jaar waarin de sector recordwinsten boekt, roept Transport & Environment (T&E) de havens op om zich achter de EU-inspanningen te scharen om de impact van de scheepvaart op het klimaat te beperken.

In de studie, die is uitgevoerd door T&E, wordt gekeken naar de koolstofemissies van schepen die vertrekken uit en binnenkomen in havens in de hele toeleveringsketen, en naar de emissies van activiteiten in de haven zoals laden, lossen en tanken. De scheepvaartsector is een snelgroeiende uitstoter en de Europese havens hebben zich terughoudend opgesteld ten aanzien van mandaten voor schone brandstoffen.

Door de opleving van de handel na de vogelgriep zijn de prijzen van de containervaart de hoogte in geschoten, maar zelfs vóór de pandemie, voor zover er gegevens beschikbaar zijn, verwerkten de havens steeds meer goederen. Tussen 2012 en 2019 zijn de vrachtvolumes in Rotterdam bijvoorbeeld met 13% gestegen. Nu de containerwinsten vorig jaar een recordhoogte bereikten en de winsten van de rederijen zelfs die van Apple en Facebook evenaren, wordt verwacht dat de havens ook in 2021 een lucratief jaar zullen hebben gehad.

Jacob Armstrong, sustainable shipping officer bij T&E, zegt: “De scheepvaartsector doet momenteel een gooi naar winst. Havens vormen daarvan de kern en hun impact op het klimaat is enorm. Maar in plaats van zich achter voorstellen te scharen om de scheepvaart schoner te maken, zoals uitgebreide elektrificatie van havens en mandaten voor groene brandstoffen, doen havens gewoon niet genoeg om de sector schoon te maken.”

Ook de gegevens over scheepsemissies in havens zijn vernietigend. Rotterdam scoort opnieuw het slechtst, terwijl belangrijke havenmetropolen zoals Antwerpen, Piraeus (Athene), Barcelona en Hamburg ook slecht scoren op het gebied van emissies door havenactiviteiten zoals laden, lossen en tanken.

Desondanks hebben havenlobbyisten gepleit tegen strengere doelstellingen voor elektrificatie aan de wal, waardoor de vervuiling in havens zou verdwijnen, en hebben zij gelobbyd tegen dergelijke doelstellingen voor scheepvaartsegmenten zoals olietankers en bulkcarriers. Dit punt is bijzonder wrang voor de havengemeenschappen van Amsterdam en Rotterdam, wijst T&E erop, waar olietankers verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van de emissies in de haven.

Naast CO2 pompen traditionele schepen aanzienlijke hoeveelheden schadelijke gassen zoals stikstofoxide (NOx) en zwaveldioxide (SOx).

Jacob Armstrong concludeerde: “Havens kunnen een rechtstreekse impact hebben op het groener maken van onze planeet door te zorgen voor schone scheepvaartinfrastructuur. Dit betekent de installatie van infrastructuur voor het bijtanken van waterstof en elektrificatie aan wal, waardoor schepen hun motoren kunnen uitschakelen en in de haven kunnen inpluggen. Dit zou ook het leven aanzienlijk verbeteren van de mensen die in de buurt wonen van wat momenteel enkele van de meest vervuilde plaatsen op aarde zijn.

De Europese Commissie kan havens helpen door de inkomsten uit de komende koolstofmarkt te bestemmen voor schone brandstofinfrastructuur in havens, adviseert T&E.

De EU-wet op de groene infrastructuur (AFIR) wordt momenteel besproken in het Europees Parlement en de Raad; een definitieve tekst wordt in de tweede helft van 2022 verwacht. T&E roept havens op om het voorstel te steunen.

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Groenvoorziener Vermeulen Groep, ontwikkelaar NettEnergy en adviesbureau Delphy hebben deze maand groen licht gekregen om waterstof (H2) te gaan maken van bermgras uit de regio. Het project draagt de naam Groene Hart Waterstof. De Vermeulen Groep in Hazerswoude voert in opdracht van overheden het onderhoud uit van bermkanten en groenbeheer. Het verzamelde restmateriaal wordt momenteel tegen kosten afgevoerd naar een composteerder; een laagwaardige bestemming voor een waardevolle grondstof.

De pilot is erop gericht de energie die is opgeslagen in dit materiaal om te zetten naar waterstof en biochar middels een innovatieve vergassing technologie (techniek van NettEnergy). Verder wordt onderzocht hoe we de biochar kunnen verwaarden. Een goede toepassing van de biochar voor de boomkwekerij is in de substraatteelt om het geïmporteerde veen te vervangen. Op de onderzoekslocatie van Delphy in Hazerswoude zullen testen worden uitgevoerd met dit veelbelovende materiaal.

Niet alleen in de industrie is de belangstelling voor waterstof erg groot, maar ook in het landelijkgebied zouden kleinschalige H2-installaties, naast zonneparken en windturbines, een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan een fossiel-vrije energievoorziening. Zo wil de Vermeulen Groep in de toekomst materieel op zelfopgewekte waterstof laten draaien. Het initiatief is tot stand gekomen i.s.m. de gemeente Alphen aan den Rijn, waar veel energie zit om te komen tot minder CO2 uitstoot van bedrijven in de regio. Regio Rijnland ondersteunt het project financieel.

Vanaf medio mei-juni 2022 is de verwachting dat belangstellenden de pilot-installatie in een rondleiding kunnen bezoeken op het terrein van de Vermeulen Groep te Hazerswoude.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

In de aanloop naar COP26 – de klimaatconferentie van de Verenigde Naties in november – deden business school INSEAD en executive search en consultancy firma Heidrick & Struggles wereldwijd onderzoek onder zo’n 300 leden van Raden van Commissarissen (RvC’s). Het doel was inzicht te krijgen in de kennis van commissarissen over de impact van klimaatverandering op hun onderneming en de mate waarin het thema onderdeel is van hun rolinvulling. Er blijkt een duidelijke discrepantie te zijn tussen wat commissarissen zeggen over de impact van klimaatverandering en wat ze daar feitelijk aan doen. Een gebrek aan kennis en inzicht is een belangrijke oorzaak.

De voornaamste conclusies van het ‘Changing the Climate in the Boardroom’ onderzoek:

  • 75% van de commissarissen vindt klimaatverandering erg belangrijk tot cruciaal voor het strategisch succes van de onderneming;
  • 63% van de commissarissen stelt dat hun RvC duidelijk de risico’s en kansen identificeert die klimaatverandering voor de onderneming meebrengt;
  • 85% van de commissarissen vindt dat de RvC zijn kennis over de implicaties van de klimaatcrisis moet vergroten;
  • 72% van de commissarissen heeft vertrouwen in het vermogen van hun onderneming om klimaatdoelstellingen te halen, maar 60% benadrukt dat er binnen de RvC niemand is die specifiek verantwoordelijk is voor het onderwerp;
  • 69% van de commissarissen geeft aan dat kennis van het klimaatvraagstuk tot nu toe geen randvoorwaarde is om toe te treden tot de RvC;
  • 41% van de commissarissen stelt dat de onderneming geen duidelijke doelstellingen heeft waar het gaat om op het terugdringen van CO2-uitstoot;
  • 46% van de commissarissen geeft aan dat de RvC geen of onvoldoende kennis heeft over de implicaties van klimaatverandering op de financiële prestaties van de onderneming;
  • 49% van de commissarissen meldt dat klimaatverandering geen of slechts een beperkt onderdeel is van investeringsbeslissingen binnen de onderneming.

Raden van Commissarissen staan ​​onder toenemende druk van stakeholders en worden afgerekend op de impact die hun onderneming heeft op de planeet. Toch hebben veel commissarissen niet de kennis, vaardigheden en het inzicht om risico’s en kansen met betrekking tot klimaatverandering te beoordelen. Ondanks initiatieven zoals de jaarlijkse klimaatconferentie van de UN COP26, en toenemende druk van overheden (zoals het Sustainable Corporate Governance Initiative) laat het onderzoek van INSEAD en Heidrick & Struggles zien dat veel commissarissen onvoldoende actie ondernemen op het onderwerp klimaatverandering, al zien zij daar wel het belang van in.

Top niet afgerekend op klimaatprestaties

Maar liefst 43% van de commissarissen meldt dat hun onderneming geen duidelijke doelstellingen heeft voor het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. In het verlengde daarvan geeft 74% aan dat klimaatverandering helemaal niet of slechts in geringe mate onderdeel is van de prestatie-indicatoren van de top van hun onderneming. Bijna de helft van de commissarissen zegt dat klimaatverandering helemaal geen of slechts een zeer beperkte rol speelt bij investeringsbeslissingen.

Gebrek aan kennis en visie

Het onderzoek van INSEAD en Heidrick & Struggles legt één van de grote problemen van het omgaan met klimaatvraagstukken door RvC’s bloot: een algemeen gebrek aan kennis over het klimaat. 85% van de respondenten vindt dat de RvC zijn algemene kennis over en inzicht in het thema klimaat moet vergroten. Bijna de helft geeft toe geen visie te hebben op de wereldwijde implicaties van klimaatverandering. In dit kader stellen veel commissarissen dat zij zich met name laten informeren door bestuurders van de onderneming, de media en investeerders en niet door wetenschappers. Minder dan de helft van de toezichthouders vindt het overigens belangrijk een ​​expert op het gebied van klimaatverandering in de RvC te hebben.

Sonia Tatar, Executive Director van het INSEAD Corporate Governance Centre, dat het onderzoek van de business school leidde: “Opvattingen over effectief toezicht op klimaatverandering evolueren naarmate de mondiale dynamiek verandert en druk van belanghebbenden en activisten toeneemt. Het thema is steeds meer een topprioriteit. Voor investeerders voor wie klimaat een prioriteit is in de financiële ondersteuning van organisaties, maat ook voor Raden van Bestuur die onder de loep worden genomen om klimaattransitie te integreren in hun strategie. Ook is er steeds meer maatschappelijk onderzoek naar greenwashing en zijn er duidelijkere statistieken over impact en resultaten.”

Fundamentele paradox

Raden van Commissarissen lijken structureel te weinig tijd aan klimaatverandering te besteden. Zo bevestigt 10% van de respondenten dat de RvC geen enkele discussie wijdt aan het beoordelen van risico’s die verband houden met de opwarming van de aarde. Een kwart stelt dat er geen scenario’s worden ontworpen met betrekking tot klimaatverandering en 24% heeft het binnen de RvC nooit over de educatie van teams op het gebied van klimaat-gerelateerde onderwerpen.

Imke Lampe, Partner in Charge van Heidrick & Struggles Nederland: “Het zijn alarmerende inzichten, zeker gezien de enorme complexiteit en implicaties van het proces van klimaatverandering. Er lijkt sprake van een fundamentele paradox. Professionals met de vaardigheden en ervaring om de klimaatcrisis aan te pakken hebben zelden de ervaring die nodig is om een goede commissaris te zijn en vice versa. Daardoor zijn experts op het gebied van klimaatverandering fundamenteel ondervertegenwoordigd in Raden van Commissarissen. Die realiteit heeft uiteraard gevolgen voor de samenstelling van de top van ondernemingen. Maar liefst 65% van de respondenten bevestigt dat aandacht voor het klimaat geen criterium is bij de keuze voor een CEO. Dat moet veranderen.”

Over het rapport

De enquête werd in september en oktober 2021 uitgevoerd via de wereldwijde INSEAD en Heidrick & Struggles corporate governance netwerken. 301 respondenten uit 43 landen vulden enquêtes in, en 74% van de respondenten was werkzaam bij bedrijven met een hoofdkantoor in Noord-Amerika en West-Europa. De leden van de raden van bestuur waren afkomstig uit zeer uiteenlopende bedrijfstakken en van zeer uiteenlopende omvang. 227 respondenten waren niet bij het dagelijks bestuur betrokken bestuurders uit verschillende comités van de raad van bestuur, waarbij audit, benoeming en beloning de meest voorkomende functies waren. Opmerkelijk was dat 77 leden lid waren van een duurzaamheidscomité.

 

[ad_2]

Source link

Berichten paginering