[ad_1]

A boundary-pushing approach to hacking carbon reduction challenges has been established by AkzoNobel and partners from across the extended value chain following the company’s first ever global Collaborative Sustainability Challenge.

During an inspirational 24 hours of intense discussion at the pioneering event – which concluded yesterday in Amsterdam – a series of high impact exploration teams was set up. Those involved will now continue to work together in a determined effort to collectively accelerate the reduction of carbon emissions in the paints and coatings industry.

The participants – represented by senior and next generation leaders – hacked four key areas: energy transition, process efficiency, solvent emissions and circular solutions. It resulted in 27 partners signing up, including suppliers, customers and end-users, as well as representatives from finance, government, service providers and consultancies.

For example, one of the six teams will attempt to lower the existing barriers that are preventing disruptive new process technologies. The aim is to hack current business models so that suppliers, manufacturers and applicators work together as a collaborative solutions provider.

Commenting on the highly successful event, AkzoNobel CEO Thierry Vanlancker says: “We all have ambitious targets when it comes to addressing climate change, but we won’t achieve them in isolation. So it’s fantastic to see everyone come together, exchange ideas and make a real commitment to jointly explore what’s possible as we strive to collectively accelerate our sustainability journey.”

Adds Jan-Peter Balkenende, Chair of the Dutch Sustainable Growth Coalition and former Prime Minister of the Netherlands, who attended the event: “It’s been an intense but extremely productive 24 hours. We’ve witnessed the passion and creativity of a determined group of industry partners who are committed to making the necessary step changes across the value chain. By having one clear goal – working together to reduce carbon emissions – there’s a clear opportunity to take collective action and accelerate effective solutions for tackling climate change.”

AkzoNobel has set science-based sustainability targets to halve its carbon emissions across the full value chain by 2030. Achieving that ambition will rely heavily on collaborating with partners and challenging each other to find innovative ways to overcome the unprecedented challenges everyone faces. That’s exactly what the exploration teams will endeavor to accomplish.

“We’re off to a really encouraging start,” continues Vanlancker. “What we need to do now is keep the momentum of the last 24 hours, harness all the energy and creativity and develop a networked ecosystem which will help to shape the sustainable future of our industry.”

About Paint the Future

Launched in 2019, Paint the Future is AkzoNobel’s global collaborative innovation ecosystem. It’s a bold initiative to accelerate, test, launch and scale ideas and solutions for the paints and coatings industry. Paint the Future runs a variety of programs to accelerate innovation. Initially open to startups, it was quickly expanded to embrace academia, research institutes and two large groups of suppliers. As the ecosystem continues to grow and build on the success of each program, it’s become the largest in the industry.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

imec (een wereldwijd toonaangevend onderzoeks- en innovatiecentrum in nano-elektronica en digitale technologieën) kondigde deze week op Future Summits 2022 aan dat zijn Sustainable Semiconductor Technologies and Systems (SSTS) onderzoeksprogramma erin geslaagd is om partners uit de halfgeleiderwaardeketen samen te brengen, van grote systeembedrijven zoals Apple, en Microsoft, tot leveranciers, waaronder ASM, ASML, KURITA, SCREEN en Tokyo Electron. Het programma werd vorig jaar opgezet als onderdeel van imecs duurzaamheidsinspanningen om de halfgeleiderindustrie te helpen haar koolstofvoetafdruk te verkleinen.  De komst van de nieuwe partners maakt een holistische aanpak mogelijk, steunend op imecs expertise en kennis, om de milieu-impact van de industrie te verminderen.

De halfgeleiderindustrie groeit snel door een nooit-geziene vraag. Chips zijn ingebed in ons dagelijks leven: ze maken integraal deel uit van onze slimme draagbare toestellen, IoT-systemen en computerinfrastructuur. De productie van halfgeleiders heeft echter een prijs. Er zijn enorme hoeveelheden energie en water voor nodig en er ontstaat gevaarlijk afval. Om dit probleem aan te pakken, moet de hele toeleveringsketen zich engageren en is een ecosysteembenadering essentieel. Hoewel systeem- en fablessbedrijven al investeren in het koolstofvrij maken van hun toeleveringsketen en producten en zich ertoe verbinden om tegen 2030 of 2040 koolstofneutraal te zijn, hebben ze doorgaans geen accuraat inzicht in de bijdrage van chipfabricage van toekomstige technologieën omdat er weinig gegevens beschikbaar zijn voor levenscyclusanalyses.

Met zijn SSTS-programma roept imec de hele waardeketen van de halfgeleiderindustrie op om de krachten te bundelen en zo de ecologische voetafdruk van de chipindustrie te verkleinen. Het combineert imecs sterke partnerecosysteem, inzichten in verwerkingstechnologie, infrastructuur en machines om partners uit de hele halfgeleiderwaardeketen inzicht te geven in de milieu-impact van bepaalde keuzes die gemaakt worden tijdens de definitie- en productiefase van de chiptechnologie.  Apple was vorig jaar de eerste publieke partner die de handen in elkaar sloeg met imec voor het SSTS-programma. Nu hebben ook andere grote systeembedrijven zoals Microsoft zich bij het programma aangesloten.

Het programma beoordeelt de milieu-impact van nieuwe technologieën, identificeert problemen met een hoge impact en definieert groenere oplossingen voor de productie van halfgeleiders. “Vandaag is er een gebrek aan gegevens over de milieuvoetafdruk van de fabricage van geïntegreerde halfgeleiderschakelingen (IC) voor meer geavanceerde technologieën. Daarom beoordelen we in een eerste stap de milieueffecten en gebruiken we deze resultaten om problemen met een hoge impact in deze toekomstige technologieën te identificeren, zodat we weloverwogen keuzes kunnen maken wanneer we naar de volgende technologiegeneraties overstappen. Leveranciers van apparatuur, materialen en gereedschappen spelen een sleutelrol in de plannen voor de eerste fase; zij kunnen bijvoorbeeld milieuvriendelijkere processen en gereedschappen creëren om de problemen met een hoge impact in deze toekomstige technologieën op te lossen. We zijn ook in gesprek met chipfabrikanten om de resultaten te helpen verifiëren en te ijken. Door op deze manier met de hele waardeketen van de halfgeleiderindustrie samen te werken, kan ons SSTS-programma zijn impact maximaliseren”, aldus Lars-Åke Ragnarsson, programmadirecteur SSTS.

Foto: imec

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Pensioenuitvoerder APG en het Canadese OMERS Infrastructure kondigden vandaag aan dat zij Groendus, een nieuwe leider in de Nederlandse energietransitie, gezamenlijk overnemen van investeringsmaatschappij NPM Capital. Groendus is in maart 2021 ontstaan vanuit een fusie van zes gespecialiseerde bedrijven actief in onder andere zonprojecten, slimme meetdiensten en duurzame energieoplossingen. Pensioenuitvoerder APG doet de investering uit naam van pensioenfondsklant ABP. OMERS Infrastructure belegt namens OMERS, een van de grootste pensioenfondsen in Canada.

Groendus is de duurzame energiepartner voor zakelijk Nederland en helpt klanten op weg naar 100% écht schone energie en bevordert daarmee de transitie naar een duurzaam energiesysteem. Met een team van 130 mensen werkt de organisatie vanuit Utrecht. Groendus heeft een klantenbestand van ruim 4.000 bedrijven, gemeenten en instellingen en heeft tot nu toe 170 MWp aan zonnevermogen en 12.000 meters geïnstalleerd. Groendus heeft al meer dan 300 zonnecentrales in Nederland gebouwd en heeft de ambities om dit aantal stevig uit te breiden. Daarnaast wil Groendus klanten steeds meer verduurzamingsoplossingen bieden, zoals slim laden en batterijopslag

René Raaijmakers, CEO Groendus: “Het is van groot belang om zo snel mogelijk onze huidige energievoorziening te transformeren naar een duurzaam energiesysteem. Samen met onze klanten leveren we al een grote bijdrage aan de energietransitie via onze duurzame energiebronnen, via inzicht in ons slimme energieplatform en met onze unieke Energiemarktplaats. Daarbij bouwen we mede op de kracht van onze aandeelhouders. Wij zijn NPM Capital dankbaar voor alle steun en het vertrouwen in de afgelopen jaren. We zijn heel blij en trots op APG & OMERS Infrastructure als nieuwe aandeelhouders. Deze overname luidt een nieuwe fase voor Groendus in. Met de investeringskracht en langetermijnvisie van deze pensioenfondsen kunnen we onze inspanningen vergroten en versnellen om daarmee onze diensten voor onze klanten nog verder uit te bouwen.”

Energietransitie

APG is wereldwijd een actieve belegger in infrastructuur en altijd op zoek naar mogelijkheden om bedrijven te ondersteunen die zich bezighouden met hernieuwbare energiebronnen en innovatieve oplossingen voor het energievraagstuk. Jan-Willem Ruisbroek, hoofd investeringsstrategie infrastructuur bij APG: “Wij zien de investering in Groendus als een zeldzame kans om bij te dragen aan het versnellen van de Nederlandse energietransitie. De investering in Groendus leidt niet alleen tot solide rendementen, maar draagt ​​eveneens bij aan de bespoediging en opschaling van de energietransitie en aan de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties (SDG’s). We zijn NPM dankbaar voor de basis die met het Groendus-platform is gelegd voor toekomstige groei. Samen met OMERS willen we het concern verder uitbouwen en stabiele en duurzame rendementen over de lange termijn realiseren voor onze pensioenfondsklant ABP en zijn deelnemers.”

Eerste investering in Nederland

Alastair Hall, Senior Managing Director en Head of Europe van OMERS Infrastructure: “OMERS is verheugd om voor het eerst te investeren in Nederland. In Groendus zagen we een uitstekende kans om te investeren in een partij met een grote groeipotentie, die een significante bijdrage levert aan de energietransitie en de verduurzaming van commerciële, industriële en publieke partijen. We kijken ernaar uit om, samen met APG, een actieve rol te spelen in de toekomst van het bedrijf en het leiderschapsteam van Groendus te adviseren over versnelde groei en het behalen van het ultieme doel; 100% schone energie voor iedere organisatie. ”

Na afronding van de transactie, is Groendus de vijfde wereldwijde investering van OMERS Infrastructure in hernieuwbare energiebronnen, naast Azure Power (India), FRV Australia, Leeward Renewable Energy (VS) en Navisun (VS). Voor APG bouwt de investering voort op een omvangrijk wereldwijd energietransitieportfolio, met investeringen in offshore windparken voor hernieuwbare energie, zoals Merkur (Duitsland) en Walney 1Vasa Vind (VK, Zweden).

APG en OMERS werden geadviseerd door Voltiq, Latham & Watkins, en Loyens & Loeff, Strategy&, Arcadis en EY. De afronding van de transactie wordt verwacht in het derde kwartaal van 2022, onder voorbehoud van de gebruikelijke goedkeuringen van de regelgevende instanties. De voorwaarden van de overeenkomst worden niet bekend gemaakt.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De ‘normerende regeling werkgebonden personenmobiliteit’, onderdeel van het Klimaatakkoord, geldt voor alle bedrijven die meer dan 100 medewerkers in dienst hebben. Het kabinet wil met een Algemene maatregel van Bestuur, waarover nog wel met de Tweede Kamer wordt overlegd, snel een aantal zaken regelen. Eén van die onderdelen uit dat zogenaamde ‘Omgevingsbesluit’ is,  dat de werkgevers de CO2-uitstoot die ontstaat door zakelijk en woon- werkverkeer van hun medewerkers, inclusief het OV, gaan monitoren en rapporteren. Hajo Jansen, Regional Vice President West-Europa van Diligent, de aanbieder van digitale ESG-tools meldt: “Misschien omdat er in de berichtgeving hierover wordt gemeld dat de ‘vermoedelijke ingangsdatum’ 1 januari 2023 is, hebben veel bedrijven nog geen enkele actie ondernomen, of zijn begonnen dit handmatig bij te houden. Dat laatste is tijdrovend en bovendien onnodig.”

8.000 bedrijven

Nederland telt ongeveer 8.000 organisaties met 100 of meer werknemers. In de regeling wordt niet gesproken over FTE’s, dus die 100 is inclusief parttimers. Bij deze werkgevers wordt ca. 60 procent van alle werkgerelateerde reiskilometers door werknemers afgelegd. Zij dienen dus vanaf 1 januari 2024 jaarlijks over het afgelopen jaar de werkgebonden personenmobiliteit te rapporteren. Dat betreft het totaal van de door werknemers gereisde zakelijke en woon-werkkilometers, ongeacht of er met de auto van de zaak, de privé-auto (gesplitst naar brandstofsoort), brommer, fiets of OV is gereisd. Jansen: “Voor werkgevers kàn dat een enorme verzwaring van de administratie betekenen, tenzij dit tijdig én digitaal wordt opgepakt. We zien echter nog te veel bedrijven die de kat uit de boom kijken. Door je dit jaar goed voor te bereiden, wordt het monitoren en rapporteren over het jaar 2023 en verder, alleen maar eenvoudiger.”

Nog geen individuele norm

In het Klimaatakkoord hebben de werkgevers bedongen dat er een collectief plafond wordt ingesteld, zonder individuele norm. Staatssecretaris Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat heeft daarmee ingestemd, op voorwaarde dat voor 2030 een besparing is gerealiseerd van 1 Megaton CO2. Als op basis van de jaarlijks aan te leveren gegevens in 2026 blijkt, dat de CO2-uitstoot over de afgelopen 4 jaar voldoende is gedaald, is een individuele norm per bedrijf niet nodig. Is er geen sprake van daling en dreigt het emissieplafond overtreden te worden, dan treedt voor werkgevers met 100 of meer werknemers een individuele norm voor zakelijke mobiliteit in werking. De CO2- uitstoot per reizigers­kilometer wordt dan gemaximeerd. Deze wettelijke norm is al opgenomen in de ontwerpregelgeving, en kan in 2026 dus al in werking treden.

Automatisch CO2 berekenen

De werkgevers hebben in het Klimaatakkoord ook bedongen dat deze CO2-registratie verplichting zo min mogelijk extra administratie vergt. Jansen zegt daarover: “In de gesprekken die wij met bedrijven voeren over deze verplichting zien we eerst ongeloof. Men ziet een enorme berg werk op zich afko­men. Als we dan uitleggen dat ze gebruik kunnen maken van een digitale tool, Diligent ESG, waarin parameters automatisch kunnen worden gekoppeld aan bijvoorbeeld kilometeradministraties en reiskostendeclaraties, dan is men gerustgesteld. Ze hoeven dus niet de CO2-uitstoot zelf bij te houden of te berekenen.” Die tool moet in een bedrijf natuurlijk wel worden geïmplementeerd en ingeregeld, door bijvoorbeeld API’s te koppelen aan alle reisgerelateerde onkosten. “We zien sommige alerte administraties nu hele excel-systemen opzetten om deze rapportage op te zetten, maar dat is eigenlijk onbegonnen werk, en dus ook niet nodig.”

De vereiste jaarlijkse rapportages worden door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat beoordeeld. Werkgevers krijgen een basisrapportage terug met een terugkoppeling van de eigen CO2-reductie en eventuele suggesties voor te ondernemen acties.

“Ondanks deze verhoogde aandacht blijven bedrijven op allerlei gebieden handmatig rapporteren, wat hiaten en fouten in de gegevens kan veroorzaken. Bedrijven hebben soms moeite om gelijke tred te houden met de veranderende wetgeving, met alle risico’s op hoge boetes voor niet-naleving van dien. Organisaties met grote hoeveelheden gegevens die een digitale ESG-oplossing gebruiken, zullen effi­ciën­ter werken, toekomstige trends kunnen voorspellen en tevens beschikken over een consistent en betrouwbaar rapportagesysteem”, voegt Jansen toe.

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

In de Publieke Tribune gaan topvrouwen Marjan van Loon (Shell), Hanneke Faber (Unilever) en Edith Schippers (DSM) in openhartig gesprek met Diederik Samsom, de architect van de Europese Green Deal. Durft Samsom eisen te stellen die eigenlijk nog niet kunnen? Is Shell moedig genoeg om uit fossiele brandstoffen te stappen terwijl ze nog niet weten of er genoeg klanten zijn voor de alternatieven? Zou DSM duurzame kennis willen delen met concurrenten als het de wereld kan redden? En het allerbelangrijkst: hoe gaan zij de toekomst redden? Presentatie is in handen van Coen Verbraak, kritisch geweten van deze aflevering is schrijver Jeroen Smit.

Stel je voor: we zijn dertig jaar verder en je zit aan het bed van je kleinkind. De aarde is ondanks alle mooie woorden en beloftes verder opgewarmd. De zeespiegel is zo ver gestegen dat het westen van het land is overstroomd. Er zijn tienduizenden slachtoffers gevallen als gevolg van droogte. En je kleinkind zegt: “Oma, je was toen toch de baas van een groot bedrijf. Wat heb jij toen gedaan? En: wie van jullie weet zeker dat zijn geweten schoon is?”

Zo begint Coen Verbraak de uitzending van De Publieke Tribune van aanstaande zondag. De antwoorden zijn verrassend eerlijk. Zo twijfelt Hanneke Faber (Unilever) hardop: “Ben ik dapper genoeg? Nemen we ook de moeilijke keuzes als dat betekent dat we minder geld verdienen?”

zondag 22 mei, 22.40 uur, HUMAN, NPO 2

Over De Publieke Tribune Radio

De Publieke Tribune Radio voert diepgravende gesprekken over een actueel onderwerp, gepresenteerd door Coen Verbraak. Een panel van (ervarings)deskundigen houdt maatschappelijke onderwerpen tegen het licht en geeft een blik in de binnenkamers van Nederland. Luisteren staat voorop, daarna komt de opinievorming.

Meer informatie

Foto: De Publieke Tribune: Meer dan Groene Woorden (c) Anna van Kooij

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Bedrijven kunnen jaarlijks maar liefst 1 miljard kuub aardgas en 5 miljard kWh elektriciteit besparen. Deze maatregelen verdienen zich binnen vijf jaar terug dus ze zijn ook economisch verstandig. Bovendien bespaart het circa vier Mton CO2-uitstoot. De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) doet negen aanbevelingen voor verbetering van de bestaande energiebesparingsplicht om dit voor elkaar te krijgen, op basis van een analyse van adviesbureau Common Futures. Olof van der Gaag, voorzitter NVDE: “Deze energiebesparing is hard nodig vanwege klimaat, onafhankelijkheid van het buitenland en de hoge energieprijzen.”

 De Wet Milieubeheer is een bestaande verplichting voor bedrijven om energiebesparende maatregelen te nemen wanneer die zich binnen vijf jaar terug verdienen. Die wet wordt maar beperkt nageleefd en is nu actueler dan ooit. De wet wordt per 1 januari 2023 vernieuwd en dat is een gouden kans om hem zo effectief mogelijk te maken. Met actieve handhaving, uitbreiding naar grote bedrijven en actuele energieprijzen wordt de wet veel effectiever. Door de uitbreiding naar grote bedrijven valt drie keer zoveel energie onder de maatregelen. Door te rekenen met actuele energieprijzen, worden veel meer maatregelen rendabel. Dat scheelt een slok op een borrel maar dat vraagt wel een actieve inzet van de bedrijven zelf en van de handhavers van Omgevingsdiensten.

Kees van der Leun, Common Futures: “De vergroting van de reikwijdte van de energiebesparingsplicht, verbeteringen in de uitvoering, en de veel hogere energieprijzen zullen naar verwachting leiden tot een groot besparingspotentieel.” Als de besparingen bij de grootste (ETS-)bedrijven tien procent bedragen en bij de overige milieuvergunning-plichtige bedrijven twintig procent, dan leidt dat tot een jaarlijkse besparing van ruim 1 miljard m³ (36 PJ) aardgas en 5 miljard kWh (18 PJ) elektriciteit.

Per 1 januari 2023 worden de regels voor de energiebesparingsplicht vernieuwd en zal deze maatregel gaan over drie keer zoveel energiegebruik. Dat komt doordat de plicht ook voor grotere bedrijven gaat gelden. Álle bedrijven vanaf een jaarverbruik van 50.000 kWh of 25.000 m3 aardgasequivalent worden verplicht om maatregelen door te voeren die binnen vijf jaar terugverdiend worden. Met de inmiddels veel hogere energieprijzen komt een heel arsenaal aan nieuwe maatregelen onder de besparingsplicht te vallen. Dit zijn de belangrijkste aanbevelingen van de NVDE om de energiebesparingsplicht maximaal effectief te maken:

  • Reken met de energieprijzen van de toekomst (gebaseerd op futures, prijsvoorspellingen), niet die van het verleden. Dat scheelt zo een factor twee of drie, waardoor meer verduurzamingsmaatregelen rendabel worden.
  • Kijk niet alleen naar bedrijfsgebouwen, maar ook naar processen, juist nu de energiebesparingsplicht ook gaat gelden voor grote industriële bedrijven. Met een verplicht energiebesparingsonderzoek (inclusief proces-efficiency, duurzame energie en onderhoudsmaatregelen) kan hierop gehandhaafd worden.
  • Verbeter én vereenvoudig de monitoring van energieverbruik. Uit ervaring van technici blijkt dat ze bij ieder bedrijf waar ze langs komen minstens vijftien procent extra energiebesparing kunnen realiseren door het goed inregelen van installaties. Voor milieuvergunning plichtige bedrijven kan dit gecombineerd worden met het energiebesparingsonderzoek, wat voor grote bedrijven al verplicht is in het kader van de Europese Energie-Efficiency Richtlijn EED. Zo hoeven bedrijven geen dubbele rapportages te leveren.
  • Zorg voor uniforme handhaving door de omgevingsdiensten, dankzij certificering en een landelijk orgaan om de kwaliteit van de controles te checken.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Het Europees Parlement stemde vandaag voor een belasting op CO2-uitstoot voor industrie die naar Europa importeert in een stemming over het wetsvoorstel CBAM. Met een krappe meerderheid nam de Milieucommissie in het Europees Parlement de voorstellen van Mohammed Chahim (PvdA) in het rapport over dit wetsvoorstel aan. Chahim: “De vervuiler betaalt, binnen en buiten Europa. Deze stemmingsuitslag is een grote steun in de rug om de industrie te laten vergroenen. Het signaal is duidelijk: we willen een ambitieus en toekomstbestendig klimaatbeleid.”

CBAM staat voor Carbon Border Adjustment Mechanism, in het Nederlands vertaald met koolstofgrenscorrectie. In feite breidt de EU het bestaande emissiehandelssysteem (ETS) uit naar de rest van de wereld. Dit is een essentiële maatregel om de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen te verminderen. De aluminium, staal-, cement-, kunstmest en elektriciteitssector gaan onder dit mechanisme vallen. Chahims voorstel om ook andere sectoren te laten betalen voor hun uitstoot van broeikassen, behaalde vandaag een meerderheid. Tegelijkertijd stemden de parlementariërs in de Milieucommissie in met Chahims voorstel om de gratis emissierechten die de Europese industrie nu nog krijgt (om oneerlijke concurrentie met landen buiten Europa tegen te gaan) sneller af te bouwen.

Mohammed Chahim: “CBAM is het enige instrument dat we hebben om onze handelspartners te stimuleren hun productie koolstofarm te maken. Tegelijkertijd wordt het alternatief afgebouwd voor onze huidige CO2-lekkagemaatregel, namelijk de gratis emissierechten. De oprichting van de CBAM zal ons dus eindelijk in staat stellen om de vervuiler te laten betalen en de industrie buiten Europa te stimuleren klimaatactie te ondernemen.”

Dit zijn de punten uit waar de Milieucommissie mee instemde:

  • Het decentrale systeem met 27 bevoegde autoriteiten wordt vervangen door een centraal systeem met één EU CBAM-autoriteit. Een gecentraliseerd systeem zal efficiënter zijn, schaalvoordelen bieden en forumshopping voorkomen vanwege verschillen tussen lidstaten.
  • Indirecte emissies  worden vanaf het begin in de CBAM-scope opgenomen. Voor veel goederen komt een groot deel van de industriële emissies voort uit de productie van elektriciteit die voor die industriële processen wordt gebruikt. Voor de klimaatimpact van CBAM is het heel goed dat er rekening wordt gehouden met indirecte emissies.
  • Uitbreiding van het sectorale scope. Alle EU-ETS-sectoren zullen vóór 2030 aan CBAM worden toegevoegd, prioriteit zal worden gegeven aan de sectoren met goederen die het meest zijn blootgesteld aan koolstoflekkage en het meest koolstofintensief zijn. Verder vragen we de Commissie om de opname van eindproducten tijdig te onderzoeken. Daarnaast wordt de initiële scope van CBAM uitgebreid naar de organische chemicaliën, polymeren en waterstof.
  • De inkomsten uit de verkoop van CBAM-certificaten vloeien als eigen middelen naar de EU-begroting. De inkomsten zullen worden gebruikt voor het functioneren van de CBAM-autoriteit van de EU en ten minste een equivalent van de totale inkomsten zal worden gebruikt om de getroffen ontwikkelingslanden te ondersteunen. Dit is om ervoor te zorgen dat ontwikkelingslanden niet onevenredig worden getroffen door CBAM.
  • CBAM zal geleidelijk de gratis emissierechten (vastgesteld in EU ETS) vervangen als koolstoflekkage maatregel. De Milieucommissie heeft overeenstemming bereikt over een geleidelijke uitfasering vanaf 2025 en eindigend in 2030. Verder zal de Europese Commissie de impact op de export grondig monitoren. Zij zullen na 2025 met een jaarlijks rapport komen, waarin specifiek wordt toegezien op de doeltreffendheid van CBAM ter voorkoming van koolstoflekkage voor in de Unie geproduceerde goederen voor uitvoer. Deze rapporten kunnen – indien van toepassing – vergezeld gaan van een wetgevingsvoorstel om dit potentiële probleem aan te pakken.

Aan het einde van de dag stemt de Milieucommissie over het gehele rapport van Chahim. Op 7 juni stemt het Europees Parlement plenair over CBAM. Nadat het Europees Parlement haar positie heeft ingenomen, gaat het in onderhandeling met de lidstaten (de Europese Raad) om tot een finale wettekst te komen. Naar verwachting treedt het mechanisme vanaf 2023 in werking.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De doelstelling om de CO2-uitstoot tegen 2050 tot ‘netto nul’ te hebben teruggebracht, vereist een radicale heroverweging van bedrijfsstrategieën en bedrijfsmodellen. Voor de wereldwijde adviesorganisatie Bain & Company worden deze nieuwe uitdagingen een steeds belangrijker onderdeel van haar dienstverlening. Thema’s als Sustainability & Responsibility staan centraal in een steeds groter aantal opdrachten, van low-carbon strategieën tot circulaire bedrijfsmodellen, en wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen zijn steeds meer de norm.

De complexiteit van het klimaatvraagstuk en de snelle technologische veranderingen betekenen dat de consultants van Bain hun expertise op die gebieden moeten blijven ontwikkelen om hun klanten te kunnen voorzien van de meest recente kennis en inzichten. Om op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen op het gebied van klimaatwetenschap, nemen alle Bain consultants, van Associate tot Partner, deel aan permanente educatie over dit onderwerp.

Daarom heeft Bain & Company samen met de TU Delft, een vooraanstaande universiteit in Europa met een wereldwijde reputatie op het gebied van klimaat- en energieonderzoek, een diepgaand en uniek opleidingsprogramma ontwikkeld dat alle consultants van het Amsterdamse kantoor voor het einde van het jaar zullen hebben afgerond. In deze op maat gemaakte Sustainability Masterclass wordt een serie van vijf cruciale thema’s behandeld: Climate & Change and Carbon transition; Energy transition; Circularity transition; Food transition and sustainable value chains; Mega trends – consumers, regulators, investors.

Bain & Company is van plan soortgelijke opleidingsprogramma’s op te zetten voor al haar teams wereldwijd. Het programma in Frankrijk in samenwerking met de HEC Business School is eerder dit jaar al ingevoerd.

“De ESG-uitdagingen van vandaag zijn een echte urgentie geworden voor onze klanten en blijven een topprioriteit voor Bain als strategisch adviseur voor ’s werelds toonaangevende bedrijven in alle sectoren. Ieder van ons streeft ernaar om op de hoogte te blijven van de laatste trends, technologieën en nieuwe oplossingen te doorgronden. In deze snel veranderende context zijn we van plan onze ESG-vaardigheden verder aan te scherpen door permanente educatie voor al onze mensen, om zo onze klanten te helpen ‘het juiste te doen’ en tegelijk methoden te vinden om waarde te creëren door te bouwen aan een duurzamere toekomst”, zegt Veronique Pauwels, Managing Partner van het Amsterdamse kantoor van Bain.

“We hebben voor de TU Delft gekozen vanwege haar sterke verbintenis als academische instelling met de klimaatuitdaging en energietransitie,” zegt Alejandro Navarro, Partner en hoofd van de Sustainability & Responsibility praktijk in Nederland. “Zij bieden de nieuwste wetenschappelijke inzichten op het gebied van ESG, en werken aan innovatieve technische oplossingen die bedrijven, overheden en individuen verder kunnen helpen”.

Zwanet van Lubek, Hoofd Corporate Innovation van TU Delft, voegt daaraan toe: “De TU Delft draagt door middel van toonaangevend onderzoek en innovatie bij aan de oplossingen voor de grote uitdagingen waar we als samenleving voor staan. Dit loopt uiteen van onderzoek naar nieuwe energiebronnen en duurzaam materiaalgebruik tot aan klimaat adaptieve vastgoedprojecten en de rol van technologieën als quantum computing en AI. De TU Delft gelooft in de kracht van samenwerking met overheden, het bedrijfsleven en andere kennisinstellingen. We zijn blij dat we via dit partnerschap onze kennis kunnen delen en door informatie-uitwisseling een gezamenlijke bijdrage leveren aan een duurzame wereld.”

 

 

 

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

evofenedex, Transport en Logistiek Nederland (TLN) en Topsector Logistiek hebben de website www.co2meter.nu gelanceerd. Via deze website bieden de samenwerkende organisaties bedrijven een laagdrempelige manier om de CO₂-uitstoot van hun transportactiviteiten te berekenen.

Er liggen grote doelen op het gebied van klimaat en duurzaamheid. Nederland wil in 2030 55 procent minder CO₂ uitstoten. “Die uitdaging geldt voor ons allemaal, dus ook voor bedrijven in het transport en de logistiek”, aldus Aad Veenman, boegbeeld van Topsector Logistiek. ‘We willen met deze nieuwe website bedrijven in de logistieke keten stimuleren om inzicht te krijgen in hun CO₂-uitstoot en mogelijkheden aanbieden om die uitstoot terug te dringen.’

Ketenoplossing

Met elektrische of waterstofvrachtauto’s is het CO₂-probleem voor de logistiek grotendeels opgelost. Alleen is de techniek nog lang niet zo ver dat alle goederentransport met dit soort voertuigen kan worden uitgevoerd.

Wel kunnen ondernemers op kortere termijn winst halen uit efficiency. Door eerst goed te kijken naar verbetermogelijkheden in de keten kunnen vervoerders en opdrachtgevers komen tot transporten met minder kilometers en/of een betere belading. Minder kilometers en betere belading betekenen minder CO₂-uitstoot. Veenman: ‘Daarom is het goed dat evofenedex en TLN gezamenlijk als ketenpartijen optrekken om dit probleem van CO₂ te tackelen.‘

Berekenen, terugdringen en vergelijken

Via de nieuwe website www.co2meter.nu kunnen bedrijven op drie manieren hun CO₂-uitstoot bepalen. Als eerste door eenvoudig te starten met een CO₂-berekening van alle vervoersactiviteiten. De tweede manier is het toewijzen van CO₂-uitstoot naar een specifieke klant of zending. De derde mogelijkheid is een anoniem vergelijk van CO₂-uitstoot met andere bedrijven.

Workshops

evofenedex, TLN en Topsector Logistiek willen zo veel mogelijk bedrijven ondersteunen in de aanpak van hun CO₂-uitstoot en organiseren daarom kosteloos workshops. Daarin kunnen ondernemers leren hoe ze hun CO₂-uitstoot kunnen berekenen en verminderen. Ook worden ze begeleid en leren ze de tool te gebruiken. Daarnaast krijgen ze uitgebreid uitleg over de nodige gegevens voor een betrouwbare berekening en hoe deze in de praktijk werkt.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Het maken van duurzame keuzes is voor ruim de helft van de consumenten van belang bij het doen elektronica-aankopen maar blijkt bij het daadwerkelijk doen van deze aankopen voor slechts 1 op 5 doorslaggevend. Hiernaast zijn Nederlanders zich niet altijd bewust van de uitstoot van CO2 als gevolg van hun aankoop, hoewel dit wel verschilt per productgroep. Zo is slechts 1 op 5 Nederlanders (20%) zich niet bewust van de CO2-uitstoot als het gaat om energie en brandstof maar is 1 op 3 van de ondervraagden niet op de hoogte dat er sprake is van CO2-uitstoot bij het doen van elektronica-aankopen. Dit blijkt uit een onderzoek van HP uitgevoerd door het onafhankelijke onderzoeksbureau DirectResearch onder meer dan 1000 Nederlanders tussen 25 en 50 jaar oud. HP lanceert een nieuwe productlijn: de HP ENVY Inspire om consumenten duurzame keuzes te bieden. Deze veelzijdige allround printer voor thuis bestaat bijvoorbeeld voor 45% uit gerecycled plastic en met HP+ investeert HP voor elke geprinte pagina in bossen.

Belang duurzame keuze voor helft Nederlanders groot

Bij het doen van aankopen als elektronica zijn er voor consumenten overduidelijk twee doorslaggevende factoren. De prijs speelt voor 70% van de ondervraagden een belangrijke rol, gevolgd door kwaliteit (64%). Opvallend is dat duurzaamheid zowel bij het doen van elektronica-aankopen als andere aankopen voor 1 op 5 (20%) Nederlanders behoort tot 1 van de belangrijkste aandachtspunten. Specifiek gevraagd naar het belang van het maken van duurzame keuzes bij het doen van elektronica-aankopen blijkt 53% dit belangrijk te vinden.

Duurzaamheid speelt een grotere rol na krijgen van kinderen

Duurzaamheid speelt een grotere rol bij de opvoeding bij ouders tussen 25 – 35 jaar (50%) dan ouders van 36-45 (47%) en ouders van 45-50 jaar (44%). Daarnaast geeft 1 op 3 (34%) van de ouders aan dat duurzaamheid een grotere rol speelt in het doen van aankopen sinds zij kinderen hebben. Opvallend is dat het bewustzijn van ouders over de CO2-uitstoot die gepaard gaat met hun aankopen in alle productcategorieën groter is dan van Nederlanders die geen kinderen hebben.

Rob Idink: “Duurzaamheid is een belangrijk onderwerp voor consumenten. Ruim de helft stelt bijvoorbeeld dat zij dit belangrijk vinden bij het doen van elektronica-aankopen. Toch is dit op het moment van de aankoop zelf minder doorslaggevend. Het geeft aan hoe belangrijk het is duurzaamheid continue aandacht te blijven geven en de consument blijvend te informeren over de relatie tussen aankopen, de consequenties voor het milieu en wat we daar bijvoorbeeld vanuit HP in investeren.”

Klimaatcompensatie is de verantwoordelijkheid van de producent

Over het algemeen zijn Nederlanders positief over de mogelijkheid tot klimaatcompensatie bij het doen van aankopen. Ruim 2 op 5 (41%) van de Nederlanders waarderen merken die dit aanbieden meer dan merken die dit niet aanbieden, 38% staat hier neutraal tegenover. 1 op 3 van de ondervraagden geeft daarnaast aan eerder een product te kopen als een dergelijke compensatie mogelijk is. Bij ouders is deze aankoopbereidheid zelfs 46%.

Gevraagd naar een top 3 van productgroepen waarbij de ondervraagden de mogelijkheid tot CO2-compensatie willen hebben geeft bijna een kwart (22%) van de jongere generatie (25-35 jaar) aan de uitstoot van CO2 bij een aankoop van elektronica te willen compenseren. Elektronica komt hiermee op de derde plek na energie/brandstof (34%) en vakanties/reizen (37%), voor deze leeftijdsgroep. De oudere leeftijdsgroepen 35-45 en 46-50) geven aan liever eten en drinken (18% en 19%) en kleding (15 en 20%) te willen compenseren.

Ruim 4 op 5 Nederlanders is van mening dat de verantwoordelijkheid voor klimaatcompensatie van een aankoop deels of geheel bij de producent ligt.

Duurzaam printen

De doorslaggevende factor voor het aanschaffen van een printer blijkt overwegend de prijs en het gebruiksgemak te zijn. Gevraagd naar de redenen om geen printer aan te schaffen geeft ruim 1 op 10 aan de impact op het milieu als doorslaggevende factor te geven.

4 van de 5 Nederlanders (80%) is in het geheel onbekend met mogelijkheden tot klimaatcompensatie van geprinte pagina’s via een printer.

Rob Idink: “Het is interessant om te zien dat Nederlanders van mening zijn dat de verantwoordelijkheid voor klimaatcompensatie grotendeels bij de producent ligt en dat met name de jongere generatie veel vaker de mogelijkheid zou willen hebben om hun aankoop te compenseren op het gebied van CO2-uitstoot. Tegelijkertijd zien we ook dat het nog lang niet voor iedereen bekend is de mogelijkheid tot klimaatcompensatie bij printen. Maar deze mogelijkheden zijn er wel degelijk. Bij HP investeren wij al vele jaren in duurzaamheid, ook op het gebied van printing.”

HP ENVY Inspire

Hoewel de kennis over de mogelijkheid tot het compenseren van CO2-uitstoot dus beperkt is geeft een kwart (23%) wel aan dat deze mogelijkheid een doorslaggevende factor is bij de aanschaf van een printer. HP is zich bewust van de wens van de consument om duurzame keuzes te willen maken en voorziet daarin met HP+. Via HP+ kunnen consumenten op een duurzame manier printen.

Zo bevatten alle originele inktcartridges gerecycled materiaal, 80% van de cartridges bevatten zelfs 45 tot 70% gerecycled materiaal1. Met HP Instant Ink kunnen consumenten er daarom op vertrouwen dat zij met het aanschaffen van cartridges een duurzame keuze maken.

Naast duurzame cartridges zet HP zich ook in voor duurzame printers. Een voorbeeld hiervan is de onlangs aangekondigde HP ENVY Inspire. Deze veelzijdige allround printer voor thuis bestaat voor 45% uit gerecycled plastic en is geschikt voor HP+. Niet alleen betekent dit dat consumenten mogen vertrouwen op de levering van duurzame cartridges maar dat zij ook bijdragen aan een duurzame, groene toekomst door middel van het Forest First initiatief van HP. Forest First is het wereldwijde initiatief waar HP voor elke geprinte pagina in bossen investeert. HP werkt hierbij samen met betrouwbare milieu-ngo’s die experts zijn op het gebied van bosecosystemen. Op deze manier kan HP een bijdrage leveren aan het verantwoordelijk beheren, beschermen of herstellen van bossen. Onlangs werkte HP samen met de Nederlandse ngo Trees for All. Vanuit deze samenwerking worden 2.500 bomen aangeplant in Nederland en daarbuiten.

 

[ad_2]

Source link

Berichten paginering