[ad_1]

Nicolette Kluijver roept zakelijke beslissers op tot actie vanuit… een bubbelbad! Vandaag trapt Groendus een landelijke campagne af met presentatrice Nicolette Kluijver. Samen overtuigen zij zakelijk Nederland om aan boord te springen van de energietransitie en het heft in eigen hand te nemen. Want alleen een transparante en écht groene energiemarkt biedt een uitweg uit de huidige energiecrisis.

Geïnspireerd op een bekende scène uit de filmklassieker The Big Short stapte Nicolette in een bubbelbad. Daar geeft ze uitleg over de uitdagingen die de energietransitie met zich meebrengt. “We moeten nú veranderen. Voor een leefbare planeet, maar ook omdat verduurzamen vaak eenvoudiger én lucratiever is dan de meeste bedrijven denken.”

Klimaatverandering gaat sneller dan gedacht

Groendus directeur René Raaijmakers: “Vorige maand nog presenteerde het IPCC een aanvulling op hun onderzoek; de gevolgen van klimaatverandering treden sneller aan dan gedacht. Tegelijkertijd is er nog veel mogelijk in het drastisch verlagen van onze gezamenlijke CO2-uitstoot. Maar dan moeten we nú aan de bak; het bedrijfsleven voorop. Juist daar zijn grote stappen te maken.”

Energiecrisis werpt bedrijven omver

Naast de klimaatcrisis is er een energiecrisis gaande. Die loopt inmiddels uit in een reële economische recessie. De toevoer van fossiele brandstoffen staat vanwege tekorten en ernstige politieke complicaties onder druk. De enorme kostenstijging voor fossiele energieproductie en de onbalans in vraag en aanbod leiden tot enorme prijsschommelingen. Dit is ook een van de drijvers van de torenhoge inflatie. Bedrijven hebben steeds meer moeite hier de bedrijfsvoering op af te stemmen. Sommigen zijn inmiddels in de problemen beland. Zij kunnen hun kostprijzen niet meer onder controle houden.

Raaijmakers: “Voor deze problemen levert verduurzaming een structureel antwoord. Een duurzame energiehuishouding zorgt voor voorspelbare, lagere en stabiele kosten van energie die essentieel is om de ondernemingen te laten draaien. Bovendien zorgt verduurzaming voor meer autonomie, zekerheid en voorspelbaarheid; grip op je energie-uitgaven door eigen opwekking van duurzame energie én onderlinge verhandeling ervan. De prijs van echt groene energie wordt dan niet meer bepaald door olie of gas, want wind en zon zijn gratis en in overvloed aanwezig. Energie is dus gepromoveerd van een operationele kostenpost op de jaarbegroting tot een uitdagend en strategisch investeringsvraagstuk.”

Verduurzamen is dé lucratieve oplossing

“Hoe je het ook wendt of keert, één ding is zeker: bedrijven moeten zelfredzaam worden in hun energievoorziening. Ze kunnen niet meer afwachten of de overheid het oplost, of naar elkaar blijven kijken hoe de ander het doet. In een veel te hoog tempo wordt de grond onder onze voeten – letterlijk – te warm. De economische consequenties van te lang afwachten zijn een reële bedreiging voor elke onderneming.

Het mes van verduurzamen snijdt echt aan twee kanten. We nemen hiermee de verantwoordelijkheid ons in te spannen voor het klimaat. Tegelijkertijd zorgen we voor een beheersbare energiehuishouding en dus een toekomstbestendig bedrijf. Het is nú tijd om het heft in eigen handen te nemen. Maar hoe bereik je beslissend Nederland met deze boodschap?”

Verduurzamen complex? Nicolette legt uit..

In The Big Short stevent de wereld af op een financiële crisis, veroorzaakt door een complex, verouderd, en niet transparant bancair systeem. Taaie materie. Gelukkig schakelt de film over naar de beroemde actrice Margot Robbie in een bubbelbad. Zij vertelt de kijker ondubbelzinnig hoe het verouderde systeem werkt en wat er misgaat.

Raaijmakers: “Ook nu kijken we in de koplampen van een naderende crisis. Onduidelijkheid, complexiteit en verkeerde beloftes houden velen van ons in de wachtstand. Daarom zijn we blij dat Nicolette Kluijver voor ons het bubbelbad instapte en zakelijk Nederland wakker schudt. Ze appelleert aan veelvoorkomende uitdagingen waar bedrijven door de energietransitie mee te maken hebben.”

Nicolette vanuit het bubbelbad: “Het energienetwerk loopt vast, zonnepanelen worden uitgezet als de zon te veel schijnt en groene stroomcertificaten blijken een stuk minder groen dan ze lijken. Terwijl de gas- en kolencentrales intussen op volle toeren blijven doordraaien.’ Op de website van Groendus geeft Nicolette advies: “Stop met het blind inkopen van zogenaamde groene stroom. Het maakt slechts een deel van je energieverbruik schoon, terwijl de rest nog hartstikke grijs is.”

Vanuit een positieve bril

Naast het duiden van complexe termen roept Nicolette het bedrijfsleven op om samen met Groendus te kijken naar wat wél kan. Zo heeft HAK met overheidssubsidie en in samenwerking met Rabobank en Groendus het voor elkaar gekregen om in een netcongestiegebied tóch hun dak vol te leggen met zonnepanelen én daar voldoende rendement uit te halen.

Raaijmakers: “De energietransitie is ingewikkeld en ligt genuanceerd. Juist dan is het eerlijke verhaal cruciaal. De overheid, netbeheerders, duurzame energieproducenten en het bedrijfsleven; we hebben iedereen nodig om de transformatie naar een duurzaam energiesysteem te laten slagen. Klanten als HAK, Makro en Deloitte grijpen de energietransitie aan als een kans. Met deze campagne willen we alle zakelijke beslissers oproepen om ook vanuit dat perspectief aan de slag te gaan.”

Groen, maar zeker geen groentje

Groendus is in maart 2021 ontstaan uit het samengaan van zes specialistische bedrijven, in onder andere zonnestroom, slimme meters en slimme, duurzame energiediensten. De naam Groendus is dus relatief nieuw in de markt, maar het bedrijf is met 130 werknemers en ruim 4.000 bedrijven, gemeenten en instellingen als klant zeker geen groentje.

Vorige maand, in mei 2022, kwam Groendus wereldwijd in het nieuws door een opvallende overname; grote pensioenuitvoerders APG en het Canadese OMERS Infrastructure nemen het bedrijf later deze zomer over van investeringsmaatschappij NPM Capital. Met de investeringskracht en langetermijnvisie van deze pensioenpartijen kan Groendus de inspanningen versnellen en de transitie naar een duurzaam energiesysteem krachtig voortzetten.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Wat we waardevol vinden moeten we beschermen en behouden, zodat we de wereld door kunnen geven van generatie op generatie. Vandaag werd er woord bij daad gevoegd en is het klimaatbestendige bos geopend door algemeen directeur Marlies van Wijhe, mede dankzij Wijzonol en haar ketenpartners; betrokken en bewuste ondernemingen die zich – net als Wijzonol – inzetten voor een duurzame toekomst. Dit klimaatbestendige bos beslaat ca. 3ha grond gelegen in Het Nationale Park De Hoge Veluwe.

Het Nationale Park De Hoge Veluwe ligt grotendeels op het grondgebied van de gemeente Ede en voor een klein deel in de gemeenten Arnhem en Apeldoorn. Het park beslaat ongeveer vijf procent van de Veluwe. Het maakt deel uit van het grootste laaglandnatuurterrein in Noordwest-Europa en bestaat uit naaldbos, loofbos, heide, zandverstuivingen en landbouwgronden. De laatste jaren hebben toenemende verzuring en klimaatverandering een grote impact gehad op onze natuur. De veranderingen gaan snel en hebben er o.a. al toe geleid dat op Het Nationale Park De Hoge Veluwe veel fijnsparren dood zijn gegaan.

Duurzaamheid in de genen

Wijzonol en partners hebben gemeen dat duurzaamheid in de genen zit. Samen gaan zij voor duurzamer vastgoedonderhoud. Vorig jaar ontvingen alle partners de certificaten van deelname van Wijzonol. Vandaag konden alle participanten eindelijk het bos bekijken en samen het glas heffen op dit unieke initiatief! Voor Wijzonol draagt de CO2 compensatie van de nieuw aangeplante bomen bij aan de ambitie om CO2 uitstoot de komende jaren drastisch te verlagen. Het totale bos telt uiteindelijk ongeveer 3.000 bomen, wat goed is voor een CO2 compensatie van 9.156 buitenschilderbeurten met de Wijzonol LBH SDT Ultra Hoogglanslak.

Duurzaam en toekomstgericht

Binnen het klimaatbestendige bos zijn ca. 10 boomsoorten aangeplant. Er is gekozen voor verschillende soorten, omdat een gevarieerd bos doorgaans sterker is en een hogere biodiversiteit heeft. Daarnaast zorgt het voor een betere bestandheid tegen warmte en droogte. De bloei op verschillende momenten, is van belang voor de van nectar levende insecten. De vruchten van de bomen leveren voedsel voor dieren en het blad zorgt voor een rijke strooisel laag, dat vocht beter kan vasthouden. Het gebruik van deze nieuwe soorten is een eerste stap om in te spelen op de klimaatverandering en draagt bij aan CO2 opname. Zo maken Het Nationale Park De Hoge Veluwe, Wijzonol en haar ketenpartners het nieuwe bos toekomstbestendig, veerkrachtig en duurzaam.

Samen voor duurzamer vastgoedonderhoud!

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Provincie Gelderland en Wageningen University & Research starten samen de Gelderse Aanpak Zonnevelden met Omgevingskwaliteit (GAZO). Wetenschappers van de universiteit  gaan een aantal gemeenten in Gelderland helpen bij het ontwerpen van zonnevelden die verschillende functies combineren en de omgevingskwaliteit verhogen.

Gedeputeerde Jan van der Meer:”  We hebben zonnevelden nodig die goed te combineren zijn met landbouw of natuurontwikkeling en het landschap. Waarbij ook rekening wordt gehouden met de ontwikkeling van het hele gebied. Die ontwikkeling gaat nu nog niet vanzelf en niet snel genoeg. Daarom hebben we de wetenschap gevraagd om kennis en kunde beschikbaar te gaan stellen. Dat kan ook helpen om de energietransitie te versnellen

Meer goede voorbeelden nodig

In Gelderland zijn al enkele voorbeelden van zonnevelden met meervoudig ruimtegebruik. Een van de meest aansprekende is Zonnepark De Kwekerij in Hengelo. Er zijn meer goede voorbeelden nodig van projecten die gebruik maken van actuele kennis. Zodat zonnevelden meer zijn dan een eenzijdig ontwerp van grote rijen panelen. Met aandacht voor landschap en natuur, gebruik van kennis uit de omgeving en betrokkenheid van omwonenden. Ook is er weinig (praktijk) kennis over de effecten van zonnevelden op de bodemkwaliteit en biodiversiteit. Die kennis brengt WUR in.

Jan van der Meer: We zien een ‘gat’ tussen kennis die onder andere bij WUR beschikbaar is en de kennis bij partijen die in Gelderland zonnevelden realiseren. Daarnaast zien we bij de gemeenten dat ze zoeken naar een balans tussen regie voeren en de inrichting overlaten aan de marktpartijen. Dit project gaat helpen om die balans te vinden met 6 praktijkvoorbeelden.”

GAZO

Ruimte is schaars. Daarom wil de provincie in lijn met het kabinetsbeleid meervoudig ruimtegebruik stimuleren. Met GAZO werken provincie en WUR samen om 6 voorbeeldprojecten van start tot uitvoering te begeleiden. De ambitie is 6 innovatieve multifunctionele voorbeeld zonnevelden in Gelderland, bij voorkeur in elke RES-regio één. Bedoeld om samen met partners te leren (=ontdekken), te onderzoeken (=weten), te ontwikkelen (=doen), te evalueren (=terugkijken) en te communiceren (=laten zien). WUR gaat  dit kennistraject de komende vijf jaar ondersteunen met onderzoek en advisering. In het najaar van 2022 kunnen consortia hun project aanmelden. Wens is om uiteindelijk 6 aanmeldingen te selecteren die gebruik kunnen maken van de ondersteuning. Een ambitieuze gemeente, een zonproject in vroege planfase, participatie, meervoudig ruimtegebruik en aandacht voor omgevingskwaliteit zijn belangrijke selectiecriteria.

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De klimaatplannen van het kabinet op het gebied van vastgoed zijn niet ambitieus genoeg. Het plan gaat niet verder dan de nu bestaande verwachtingen vanuit de Europese regelgeving en de bestaande marktontwikkelingen. Dat heeft CBRE Nederland, onderdeel van het beursgenoteerde CBRE Group, met meer dan 105.000 werknemers ’s werelds grootste adviesbureau voor vastgoed, laten weten in reactie op de publieke consultatie op de klimaatplannen van minister Jetten.

CBRE reageert middels de opengestelde publieke consultatie op het plan van de minister van Klimaat en Energie. Daaruit blijkt dat verduurzamingsplannen voor vastgoed veel doeltreffender kunnen: “Het einddoel is 2050. Het is belangrijk dat ieder natuurlijk moment tussen nu en 2050 optimaal wordt benut. je ziet dat elk gebouw, op basis van de technische levensduur van installaties en de gebouwschil, in die periode in principe maar één keer grootschalig gerenoveerd hoeft te worden. Die renovatie moet een voltreffer zijn, anders halen we het niet. Iedere stap die niet bijdraagt aan het einddoel moet van tafel,” aldus Tim Habraken, Director ESG & Sustainability bij CBRE.

Uit de reactie blijkt verder dat discussies over ‘iets meer CO2 besparen’ of ‘iets andere methodieken’ zowel verwarrend als marginaal zijn, omdat dat niet naar het einddoel toewerkt. Zo voldoen bijvoorbeeld de eisen aan nieuwbouw niet aan ‘Paris Proof’-eisen.

De Nederlandse kantorenmarkt voldoet al grotendeels aan de kabinetsambities voor 2030 uit het ontwerp-beleidsplan. Ten aanzien van de ambitie van een eindnorm in 2050 (wat dus ‘Paris Proof’ zou moeten zijn), loopt de markt zelfs vooruit: die heeft al lang gehanteerde normen zoals CRREM en de Paris Proof-definitie van de DGBC. Ondanks dat de formulering van deze overheidsambitie nog op zich laat wachten lijkt het van lager ambitieniveau te worden dan nu reeds gangbaar is en lijkt dus mosterd na de maaltijd te worden – en bovendien alleen onrust te veroorzaken in plaats van de huidige beweging te versterken.

In 2030 moet de CO2-uitstoot in Nederland met ten minste 55 procent zijn gedaald, als opmaat naar een klimaatneutraal Nederland in 2050. Daarom presenteerde het kabinet op 2 juni 2022 het beleidsprogramma klimaat en stelde daarbij een publieke consultatie open. Het beleidsprogramma is gericht op 60 procent CO2-reductie in 2030 en beschrijft de hoofdlijnen van het beleid voor de komende jaren.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Havenbedrijf Rotterdam gaat zijn eigen CO2-emissies versneld terugdringen. De CO2-uitstoot van het Havenbedrijf is nu vooral afkomstig van de (patrouille)vaartuigen. Ook bij het gebruik van auto’s en gebouwen komt CO2 vrij. In totaal gaat het om ruim 4.000 ton per jaar.

Voor deze eigen emissies van het Havenbedrijf is het doel om in 2025 al 75% en in 2030 90% minder CO2 uit te stoten dan in 2019. Uiteindelijk wil het Havenbedrijf volledig emissieloos opereren. “We gaan onze eigen CO2-emissies zo snel mogelijk terugdringen. Wat we nog uitstoten compenseren we volledig. Het Havenbedrijf is daardoor feitelijk nu al CO2-neutraal. En omdat we de komende jaren steeds minder uitstoten, is er ook steeds minder compensatie nodig”, aldus Allard Castelein, CEO Havenbedrijf Rotterdam.

Het Havenbedrijf heeft het afgelopen jaar met zogenoemde science based targeting uitgewerkt welke emissiereductie van het Havenbedrijf nodig is om zijn bijdrage te leveren om wereldwijd niet boven de 1,5 graden celcius stijging te komen. Science based targeting is een manier om het Klimaatakkoord van Parijs per bedrijf te vertalen naar concrete doelen. Volgens deze methodiek moet het Havenbedrijf in 2030 minimaal 46,2% te reduceren (ten opzichte van 2019) maar omdat het technisch haalbaar lijkt, kiest het Havenbedrijf voor het versneld terugdringen van de eigen emissies met 90% in 2030. Dit betekent onder andere dat alle vaartuigen van het Havenbedrijf op korte termijn volledig overstappen op biobrandstof en dat het de ambitie is om nieuwe schepen vanaf 2025 emissieloos uit te voeren.

Het Havenbedrijf gaat ook op andere terreinen zorgen voor minder CO2-uitstoot. In 2025 moet de uitstoot door vliegreizen van medewerkers met 70% en in 2030 met 80% zijn afgenomen door minder te vliegen en door deelname aan een bio-kerosine programma. Ook voor opdrachten aan aannemers van het Havenbedrijf zijn reductiedoelstellingen geformuleerd. Hier gaat het in 2030 om een reductie van 45% bij het gebruik van brandstoffen (met name baggeren en grondverzet) en 20% voor de (bouw)materialen. Bij de bouw van bijvoorbeeld kademuren wordt veel staal gebruikt. De productie daarvan gaat vooralsnog gepaard met een flinke CO2-uitstoot. Vandaar dat deze 20% in 2030 het maximaal haalbare lijkt.

Aanleiding voor deze aanscherping van de klimaatdoelen zijn onder andere de recente klimaatstudies van IPCC, de plannen van de Europese Commissie ‘Fit for 55’ en de Klimaattop in Glasgow waar de maximale temperatuurstijging van 1,5 graden celcius als doel is bevestigd.

Industrie en scheepvaart

Ook voor emissiereductie van scheepvaart en industrie spant het Havenbedrijf zich in, hoewel dit niet direct beïnvloedbaar is door het Havenbedrijf. Deze aanpak is gebaseerd op twee studies van het Duitse Wuppertal Institut uit 2017 en 2018 naar de emissies van industrie en scheepvaart en de mogelijke transitiepaden voor beide sectoren.

Voor de scheepvaart in het havenbeheersgebied (tot en met 60 km uit de kust) is het doel om de emissies in 2030 met 20% terug te dringen. Ontwikkelingen waar aan gewerkt wordt zijn onder andere het vergroten van de efficiency (door logistieke processen te optimaliseren), het toepassen van walstroom (waardoor schepen aan de kade hun generatoren uitzetten en aan de stekker gaan) en het bunkeren van schone brandstoffen (zoals LNG, biobrandstoffen en methanol) door de scheepvaart.

Voor de industrie is staan projecten op stapel op het gebied van onder andere CO2-afvang en -opslag onder de Noordzee (Porthos), aanleg van leidingen voor waterstof en restwarmte, en het aantrekken van innovatieve ontwikkelingen, zoals de productie van groene waterstof en biobrandstoffen. Al die projecten samen tellen op tot zo’n 23 miljoen ton CO2-reductie in de haven en daarbuiten (door gebruik van bijvoorbeeld biobrandstoffen die hier gemaakt worden). Dat is 35% van de Nederlandse CO2-reductie doelstelling voor 2030.

Foto: Havenbedrijf Rotterdam

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Nederland heeft grote klimaatambities. In 2030 moet de CO2-uitstoot in Nederland met ten minste 55% zijn gedaald, als opmaat naar een klimaatneutraal Nederland in 2050. Om dit te bereiken presenteert het kabinet het beleidsprogramma klimaat. Het beleidsprogramma is gericht op 60% CO2-reductie in 2030 en beschrijft de hoofdlijnen van het beleid voor de komende jaren. Hiermee geeft het kabinet richting aan de transities die nodig zijn voor klimaatneutraliteit in 2050.

Met het oog op de klimaatdoelen en de rechterlijke uitspraak in de Urgendazaak wil het kabinet de CO2-uitstoot fors verlagen en de noodzakelijke transities richting klimaatneutraliteit aanjagen. Het beleid is gericht op de verduurzaming van de vijf sectoren: elektriciteit, mobiliteit, industrie, gebouwde omgeving en landbouw & landgebruik. Om de omslag die nodig is in elk van deze sectoren te laten slagen is ook inzet op thema’s zoals circulariteit, innovatie, burgerbetrokkenheid en werkgelegenheid noodzakelijk. Het beleid in elke sector is gestoeld op een mix van instrumenten die ervoor zorgen dat Nederland gaat overstappen op duurzame alternatieven: subsidiëren (zoals subsidies voor isolatie in woningen, de opwek van duurzame energie en de aanschaf van een elektrische auto), normeren (zoals de verplichte installatie van hybride warmtepompen vanaf 2026 en zonnepanelen op grote daken vanaf 2025) en beprijzen (zoals de aanscherping van de CO2-heffing voor de industrie en de verhoging van de vliegbelasting). Met deze beleidsmix worden duurzame technieken (financieel) aantrekkelijker gemaakt en worden huishoudens, bedrijven en maatschappelijke organisaties gestimuleerd en geholpen om te kiezen voor het duurzame alternatief.

Rob Jetten, minister voor Klimaat en Energie: “Onze ambitie is helder: we willen uiterlijk in 2050 leven in een klimaatneutraal, fossielvrij en circulair Nederland. Maar om dat te bereiken kunnen we nu geen tijd meer verliezen. We zullen op een fundamenteel andere manier moeten produceren, consumeren, reizen, wonen en energie opwekken. De keuzes die daarvoor nodig zijn, moeten bovendien nú worden gemaakt. Dit beleidsprogramma gaat ervoor zorgen dat noodzakelijke transities in de komende jaren op tempo komen, we strakker sturen op de uitvoering van afspraken en vervuilende activiteiten een eerlijkere prijs krijgen.”

Regie

Het kabinet heeft besloten de regie op het klimaatbeleid te versterken. Voor alle sectoren stelt het kabinet een restemissiedoel vast, wat duidelijk maakt hoeveel emissies die sector in 2030 nog maximaal mag uitstoten. Betrokken ministers worden verantwoordelijk voor het behalen van dit doel in hun eigen sector en de coördinerend minister voor Klimaat en Energie bewaakt de voortgang en samenhang van de uitvoering van het gehele klimaatbeleid. Ook benoemt het kabinet nog dit najaar een Klimaatraad, naar voorbeeld van de Climate Change Committee in het Verenigd Koninkrijk. Deze onafhankelijke wetenschappelijke adviesraad gaat bestaan uit 8-10 leden die het klimaatbeleid beoordeelt en er over adviseert. De Klimaatraad zal in de tweede helft van 2023 haar eerste advies over klimaatneutraliteit in 2050 opleveren. Omdat de klimaattransitie gevolgen heeft voor toekomstige generaties, werkt het kabinet een generatietoets uit waarmee de impact van maatregelen en beleidsvoorstellen op de leefomstandigheden van generaties in het heden én in de toekomst inzichtelijk wordt gemaakt. Voor de zomer is een versie beschikbaar die wordt getest aan de hand van één van de maatregelen uit het beleidsprogramma.

Beleid Industrie

De basisindustrie heeft een strategische positie aan het begin van vele industriële waardeketens van onder meer maakindustrie, voedingsmiddelen en fijn-chemie. Daarmee staat deze industrie aan de basis van vele producten die wij dagelijks gebruiken, van voedingsmiddelen tot medicijnen en van auto’s tot meubels. De industrie is essentieel voor de leveringszekerheid van deze producten. Productie van staal, plastics en brandstoffen door Europese bedrijven speelt daarom een belangrijke rol in onze bestaanszekerheid en draagt bij aan de open strategische autonomie van de EU. De noodzaak om klimaatverandering tegen te gaan, de impact op de leefomgeving te verminderen en toekomstig, duurzaam economisch potentieel op te bouwen, zal de basisindustrie blijvend veranderen.

Nederland is goed gepositioneerd voor een klimaatneutrale en circulaire industrie door haar stevige kennisbasis, geografische ligging aan de Noordzee, de beschikbaarheid van diepzeehavens voor aan- en afvoer van groene grondstoffen en energiedragers, de aanwezigheid van bestaande gasinfrastructuur en lege gasvelden voor transport en opslag van waterstof en door de synergievoordelen van bedrijven in industrieclusters. Door eerder dan anderen de noodzakelijke transitie te starten, kunnen bedrijven een koploperspositie innemen en zich blijvend onderscheiden bij het duurzaam produceren. Dit vergroot ook de exportkansen voor maakindustrie en dienstverleners die dit mede mogelijk maken. Het indicatieve restemissiedoel voor de industrie is 34,4 Mton, eventueel opgehoogd door maatwerkafspraken. Dat is een aanscherping van 5,9 Mton ten opzichte van de huidige doelstellingen. In de KEV 2021 heeft PBL geconstateerd dat de industrie op koers ligt om het doel uit het Klimaatakkoord te behalen, vooral dankzij de borging door de CO2-heffing.

Het klimaat is er niet bij gebaat als bedrijvigheid en uitstoot worden verplaatst naar het buitenland. De verduurzaming van de industrie zal hier plaats moeten vinden. Bedrijven die willen verduurzamen worden daarom door de overheid indien nodig ondersteund om de transitie te maken. Dat gebeurt met subsidies voor verduurzaming en innovatie, door in te zetten op het tijdig beschikbaar maken van hernieuwbare energie en de daarvoor benodigde infrastructuur. Dat betekent niet dat alle bedrijven de verduurzaming zullen mee maken. We accepteren dat bedrijven die deze transitie niet willen of kunnen maken, op termijn zullen verdwijnen. De overheid creëert de randvoorwaarden waarmee bedrijven de transitie kunnen maken

Vervolg

Het kabinet vindt het belangrijk om ideeën uit de samenleving te horen. Daarom start in juni een publieke consultatie. Mensen kunnen vanaf vandaag reageren op het beleidsprogramma via www.internetconsultatie.nl/beleidsprogramma_klimaat. Ook de Raad van State wordt om advies gevraagd. Na het doorlopen van deze stappen wordt het beleidsprogramma vastgesteld. De doorrekening van het Planbureau voor de Leefomgeving in de Klimaat- en Energieverkenning 2022 die in het najaar verschijnt, moet uitwijzen of het beleidsprogramma de ten minste 55% CO2-reductie in 2030 met een grote mate van zekerheid realiseert. Het kabinet zal in de komende maanden alvast in kaart brengen welke aanvullingen op het beleidsprogramma denkbaar zijn en opties voorbereiden voor nadere besluitvorming door het kabinet.

 

Foto: Rijksoverheid/Martijn Beekman

[ad_2]

Source link

[ad_1]

RWE gaat de gasgestookte elektriciteitscentrale genaamd ‘Magnum’ overnemen van Vattenfall. Deze gasgestooktecentrale staat in de Eemshaven in de provincie Groningen. De twee bedrijven zijn dit met elkaar overeengekomen. De centrale, die sinds 2013 in werking is, is een ultramoderne gascentrale en heeft een vermogen van 1.4 gigawatt. Dankzij het specifieke ontwerp van de Magnumcentrale, is deze geschikt om op groene waterstof te gaan draaien.

De Magnumcentrale staat dicht bij de reeds aanwezige elektriciteitscentrale van RWE in de Eemshaven. Dit is een met steenkool en biomassa gestookte elektriciteitscentrale met een capaciteit van 1.560 megawatt. Een voordeel van het dichtbij elkaar staan van de centrales is dat ze de bestaande infrastructuur kunnen delen.

Gascentrale is geschikt voor waterstof

Dankzij het specifieke ontwerp van de Magnumcentrale, is deze geschikt om op groene waterstof te gaan draaien. De centrale kan technisch geschikt gemaakt worden om waterstof mee te stoken (tot 30%) of zelfs volledig over te gaan op deze brandstof als vervanging van aardgas. Zodoende zal de Magnumcentrale een belangrijke speler zijn bij het CO2-vrij maken van de Nederlandse energiesector. Bovendien wordt hiermee de waterstofinfrastructuur in de provincie Groningen verder uitgebreid. RWE is hier ook al actief met het project ‘Eemshydrogen’.

Sopna Sury, COO Waterstof van RWE Generation SE: “Met de overname van de Magnumcentrale in de Eemshaven versterken wij het project Eemshydrogen. Hier willen we grootschalige productie van groene waterstof mogelijk maken zodat het betaalbaar wordt. Groene waterstof speelt een belangrijke rol in het decarboniseren van de industrie en is dan ook onmisbaar voor het doen slagen van de energietransitie.”

RWE ontwikkelt sinds 2020 Eemshydrogen, een innovatief project in de Eemshaven voor de milieuvriendelijke productie van waterstof. Als onderdeel van de tender voor het offshore windpark Hollandse Kust West VII, wil RWE ook elektrolysers bouwen met een totale capaciteit van 600 megawatt. Daarmee geeft dit de provincie Groningen een stevige positie binnen de Nederlandse waterstofeconomie.

Eemshavengebied kan CO2 negatief worden

Met behulp van nieuwe technieken is in de toekomst de afvang en opvang van koolstof (Carbon Capture Storage, CCS) mogelijk, doordat de Magnumcentrale en de Eemshavencentrale dicht bij de Noordzee en de voormalige aardgasvelden liggen. Dit zal zorgen voor een neutrale CO2-uitstoot in het gebied, waarschijnlijk zelfs voor een negatieve CO2-uitstoot. RWE hoopt dan ook de vereiste steun van de overheid te krijgen om dit technisch, politiek en economisch haalbaar te maken.

Momenteel ontwikkelt Gasunie in hetzelfde gebied LNG terminals (vloeibaar aardgas). Deze kunnen extra worden ondersteund door bijvoorbeeld warmte die wordt geleverd door de elektriciteitscentrales van RWE.

Door al deze slimme technieken en oplossingen te combineren, maakt RWE van de Eemshaven één van de meest toonaangevende energie- en waterstofhubs in Noordwest-Europa.

Afronding overname eind september 2022

De verwachting is dat de overname rond eind september 2022 is afgerond. De overeengekomen koopprijs bedraagt 500 miljoen euro. Een ander onderdeel van de overname betreft een zonne-installatie met een capaciteit van 5.6 megawatt die op hetzelfde terrein is gevestigd. RWE neemt het al het personeel dat werkt bij de Magnumcentrale over van Vattenfall. De overname moet onder meer nog worden goedgekeurd door de ondernemingsraad van Vattenfall.

RWE ondersteunt de Nederlandse overheid al vele jaren bij de energietransitie. Nederland is één van de belangrijkste markten waar RWE haar portefeuille van hernieuwbare energie verder wil uitbreiden. Momenteel exploiteert RWE hier zeven onshore windparken met een totaal geïnstalleerd vermogen van meer dan 330 MW (RWE’s pro rata aandeel) en er zijn nog meer projecten in ontwikkeling en aanbouw. Ook exploiteert en ontwikkelt RWE hier zonneparken, zoals het drijvende zonnepark bij de Amercentrale. Naast het project Eemshydrogen werkt RWE ook aan de ontwikkeling van onshore en offshore waterstofprojecten, zoals H2opZee, NortH2 en FUREC, die allen bijdragen aan het koolstofvrij maken van de industrie.

Foto: Vattenfall

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Bierbrouwerij AB InBev neemt een zonnepark ter grootte van een voetbalveld in gebruik, op het dak van de Horeca Technische Service in Gilze. De zonnepanelen zijn geplaatst door eigenaar Schroders Capital (namens Real Estate Gateway Fund). Het zonnepark levert 190.000 kWh per jaar, genoeg om de volledige horecaoperaties in Gilze oftewel ruim 50 huishoudens een jaar lang te voorzien van hernieuwbare elektriciteit. Met de ingebruikname zet de brouwer van onder meer Bud, Jupiler en Corona de volgende stappen qua CO2-reductie. Onlangs kondigde de brouwer de CO2-ambitie aan om de vijf grootste brouwerijen in Europa al in 2028 naar ‘Net Zero’ te brengen.

Michele van Spilbeeck, Horecadirecteur AB InBev: “We zijn trots dat we in samenwerking met de eigenaar van ons gebouw, Schroders Capital (namens Real Estate Gateway Fund), Zoncoalitie (adviseur) en Sun Projects (installateur) onze horecaoperaties in Gilze verder kunnen verduurzamen. De Horeca Technische Service is het kloppende hart van onze horecaoperaties in Nederland en was al volledig gasloos. Vanuit Gilze bedienen we de Nederlandse horeca en evenementen met tapinstallaties, mobiele barren, onderhoud en soms ook bierbelevering. Aan de start van het evenementenseizoen, kunnen we nu al onze elektrische voertuigen in Gilze nu opladen met hernieuwbare elektriciteit, opgewekt met elektriciteit van de zonnepanelen.”

“We zijn trots op het resultaat dat we voor Schroders Capital en AB InBev hebben neergezet. Door middel van onze expertise en strakke projectmanagement hebben we het zonnepark binnen de SDE deadline met alle betrokken partijen over de streep getrokken.”, aldus Adriaan Copper, Commercieel Directeur Zoncoalitie.

Ambitie ‘net zero’

CO2 reductie is een van de pijlers in de duurzaamheidsstrategie AB InBev, wereldwijd. Onlangs kondigde de brouwer de CO2-ambitie aan om haar vijf grootste brouwerijen in Europa al in 2028 naar ‘Net Zero’ te brengen. Deze Europese aankondiging is onderdeel van de ambitie om wereldwijd in 2040 in de gehele waardeketen ‘Net Zero’ te realiseren. Afgelopen maand lanceerde de brouwer met het biermerk Bud in Nederland een grote TV-campagne. De campagne benadrukt dat elk blikje, flesje en fust van Bud in Nederland wordt gebrouwen met honderd procent hernieuwbare elektriciteit.

Als onderdeel van deze ‘net zero’ ambitie blijven de Nederlandse brouwerijen, waaronder de Dommelsche Bierbrouwerij, verder versnellen als het gaat om CO2-reductie. De brouwerij in Dommelen brouwt al 100% met hernieuwbare elektriciteit en is deels zelfvoorzienend door eigen biogas op te wekken uit afvalwater. Daarbij rijdt de brouwer al met diverse elektrische vrachtwagens in Nederland. De komende jaren wordt dit aantal gestaag uitgebreid.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

HAK profiteert binnenkort niet alleen van de zon bij het verbouwen van haar gewassen, maar ook via de grote zonnecentrale die Groendus realiseert op het dak van de productielocatie in Giessen. De komst van deze zonnecentrale is een belangrijke stap binnen de duurzaamheidsstrategie van HAK. En zeker geen vanzelfsprekende. Het gebied waar deze locatie is gevestigd kampt met netcongestie; het elektriciteitsnet is op veel plekken overbelast. HAK en Groendus gaan de uitdagingen die dit met zich meebrengt graag aan. Rabobank zorgt voor de financiering van het vooruitstrevende project.

Netcongestie een groeiend probleem

Netcongestie houdt in dat er lokaal te weinig ruimte is op het elektriciteitsnetwerk om energie die huishoudens of organisaties zelf niet gebruiken terug te leveren. Deze overbelasting is voor zowel levering als teruglevering van elektriciteit een probleem. Als na plaatsing van een zonnecentrale niet alle geproduceerde energie direct wordt gebruikt, worden er zonder teruglevering inkomsten misgelopen die veelal nodig zijn om een positief rendement op de investering te realiseren. Projecten in netcongestie-gebieden worden om die reden vaak geannuleerd of uitgesteld, totdat de capaciteit op het net is vergroot. De verwachting is dat de netcongestie in Giessen in Noord-Brabant pas over 3 tot 5 jaar wordt opgelost.

Samen op zoek naar oplossingen

Zowel HAK als Groendus zijn gewend om slim en innovatief om te gaan met uitdagingen en laten zich dan ook niet uit het veld slaan door de ligging van het bedrijf. De oplossing is gevonden door de risico’s die het project met zich meebrengt over beide bedrijven te verspreiden. Groendus neemt de investering van de zonnecentrale voor haar rekening, HAK betaalt hiervoor een maandelijkse leasevergoeding, waarbij zij ten minste 80% van de opgewekte zonnestroom vergoedt. Daarmee is Groendus in staat om het project te ontwikkelen en financieren.

Financiering van Rabobank

Rabobank zet zich in om de energietransitie bij haar klanten, leden en partners te versnellen: van investeren in duurzame energieprojecten en het helpen van bedrijven bij het overstappen op hernieuwbare energiebronnen, tot het verstrekken van aantrekkelijke leningen met rentekorting voor duurzame klanten.

Groendus werkt onder andere met Rabobank samen om sneller en efficiënter duurzame zonne-projecten te realiseren. Begin 2020 stelde de coöperatieve bank al ruim 20 miljoen euro beschikbaar voor duurzame zonnecentrales. De samenwerking is recent uitgebreid met nog eens 33 miljoen euro. Dankzij deze financieringen liggen er zonnepanelen op onder andere de daken van Makro, Praxis en straks dus ook bij HAK.

Een vruchtbare samenwerking

HAK is een mooi voorbeeld van een organisatie die haar verduurzamingsplannen ondanks grote uitdagingen doorzet. “Bij HAK werken we iedere dag aan een toekomst die meer plantaardig, duurzamer en lokaal is. Deze filosofie zit al sinds de oprichting in 1952 verankerd in ons bedrijf. We hebben deze duurzame ambities vastgelegd in ons Maatschappelijk Impact Rapport. Naast de verduurzaming van de teelt is het verduurzamen van onze productielocatie een belangrijke pijler. Op het moment dat wij het bericht kregen dat wij niet konden terugleveren vanwege congestie in het gebied, wilden we het project niet zomaar stopzetten. Samen met Groendus hebben we hierop doorgepakt zodat het project alsnog gerealiseerd kon worden.” Aldus Maikel Jongenelis, CFO van HAK.

Marc van Putte, commercieel directeur Groendus: “HAK is in de kern al een prachtige, duurzame organisatie. Met deze zonnecentrale laat HAK zien dat zij bereid is om risico’s te nemen om haar groene missie kracht bij te zetten. Daarbij wil Rabobank graag duurzaam investeren. Wij krijgen er energie van om op innovatieve wijze dit soort samenwerkingen en projecten te realiseren. Júist als het complex wordt. Met onze totaalaanpak hebben we alles in huis om een passende oplossing te vinden.”

Ivan Das, director bij Rabobank Project Finance: ’Rabobank wil per 2025 55% van de financieringsbehoefte in de energietransitie realiseren. De samenwerking tussen Groendus en HAK laat zien dat we dit samen voor elkaar kunnen krijgen.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Op 31 mei 2022 werd op de Bodemdag 2022 de Nationale Bodemagenda gepresenteerd. Die richt zich op Nederlandse beleidsmakers en bewindslieden en beschrijft hoe een duurzaam beheerde bodem onze grootste bondgenoot kan zijn in de strijd tegen klimaatverandering en herstel van de biodiversiteit.

Een gezonde bodem met een rijk bodemleven zorgt voor een gezonde, toekomstbestendige openbare ruimte. Dankzij dat bodemleven vervult de bodem waardevolle functies zoals het vasthouden en zuiveren van water, het opslaan van koolstof en het recyclen van voedingsstoffen voor planten en gewassen. Hierdoor helpt een vitale bodem in de strijd tegen klimaatverandering en is die van groot belang voor de verduurzaming van voedselproductie.

‘Er is gelukkig steeds meer aandacht voor de rol van het bodemleven,’ vertelt projectleider van Onder het Maaiveld Fanny Verkuijlen. ‘In verschillende sectoren zijn de afgelopen jaren initiatieven opgestart om de bodem slimmer te beheren. Rijksoverheid, provincies en gemeenten kunnen dit momentum gebruiken om het bodemleven te beschermen en te herstellen. Het behoud van een vitale bodem is een randvoorwaarde voor een duurzame, toekomstbestendige samenleving. Een vitale bodem die nu en voor toekomstige generaties haar diensten levert.’

Praktische aanbevelingen

Nederland staat voor een grote ruimtelijke opgave: we moeten de klimaat- en biodiversiteitsdoelen halen, onze voedselproductie en energieopwekking verduurzamen, en een miljoen huizen bouwen. En dat alles in een grilliger wordend klimaat waarbij we steeds vaker te kampen hebben met wateroverlast, aanhoudende droogte, hittestress en andere weersextremen. Willen beleidsmakers en bewindslieden deze uitdagingen op een slimme manier aanpakken, dan kan niet voorbij worden gegaan aan de rol van de bodem. De Nationale bodemagenda geeft hen hiervoor praktische aanbevelingen.

Econoom Barbara Baarsma reikte de Nationale Bodemagenda uit aan Erik Jan van Kempen, programma-directeur-generaal Omgevingswet bij Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Baarsma spreekt zich regelmatig uit over het belang van gezonde bodems met een rijk bodemleven en dat is hard nodig volgens haar, want de Nederlandse bodem staat onder zware druk. ‘Laat de bodem niet het kind van de rekening worden,’ zei ze tijdens de uitreiking van de Bodemagenda.

Erik Jan van Kempen was verheugd de Bodemagenda in ontvangst te mogen nemen. Hij gaf aan dat in het regeerakkoord bodem als leidend staat. Ook is hij zich zelf steeds meer gaan realiseren wat het belang van een gezonde bodem is. ‘Al het leven komt voort uit de bodem,’ vertelde hij. ‘Iets waar wij overheen lopen en iets wat wij als het ons niet bevalt vol leggen met tegels. Dat is datgene waar wij uit voortkomen en waar we alles in onze hele wereld uithalen. We moeten daarom zuinig zijn op de grond en deze goed behandelen.’

Bodemdag 2022

De Bodemdag 2022 vond plaats in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. De dag werd georganiseerd door Onder het Maaiveld, een programma waarin maatschappelijke – en wetenschappelijke organisaties hun krachten bundelen om het bodemleven in Nederland te herstellen. Naast de uitreiking van de Nationale Bodemagenda bestond de Bodemdag uit een combinatie van praktische inspiratiesessies en de uitwisseling van de laatste (wetenschappelijke) inzichten op het gebied van bodembiodiversiteit en beleidsontwikkeling voor de openbare ruimte.

Onder het Maaiveld

De Nationale Bodemagenda werd opgesteld vanuit Onder het Maaiveld, een programma van IUCN NL, De Vlinderstichting, het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW), Wageningen Plant Research en het Centrum voor Bodemecologie. Het programma werkt aan een structurele verandering in de omgang met de bodem, die herstel van het bodemleven mogelijk maakt en het bodemleven echt op waarde schat. Meer informatie op: www.onder-het-maaiveld.nl.

Foto: Barbara Baarsma overhandigt de Nationale Bodemagenda aan Erik Jan van Kempen

[ad_2]

Source link

Berichten paginering