[ad_1]

Vanaf maandag 30 mei kunnen docenten en studenten van TU Delft gebruik gaan maken van het duurzame onderwijsgebouw Echo. Na de zomer zullen alle zalen in gebruik zijn en is de horeca volledig in bedrijf. Het energieleverende gebouw op TU Delft Campus draagt bij aan de duurzaamheidsambitie van TU Delft: een CO2-neutrale en circulaire campus in 2030.

De duurzaamheidsambitie van TU Delft vraagt een grote betrokkenheid en deelname van de hele organisatie, van inkoop tot gebouwbeheer tot gebruikers. Projectmanager Bouw TU Delft Kübra Öztürk: “Onze bouwprojecten kunnen eraan bijdragen dat we in 2030 een CO2-neutrale en circulaire campus zijn. Echo is hier een voorbeeld van. Het is het eerste energieleverende gebouw op TU Delft Campus. Met behulp van zonnepanelen wordt alle energie voor het stroomgebruik van laptops, verlichting en horeca opgewekt, en blijft er onder aan de streep nog over.”

Inrichting en materialen

Een duurzaam onderwijsgebouw vraagt ook om duurzaam materiaalgebruik en een duurzame inrichting. Öztürk: “Als bouwmaterialen werden onder meer bamboe en gerecyclede petflessen gebruikt. En maar liefst negentig procent van het meubilair in het pand is hergebruikt.” Om ook het duurzame vervoer naar het gebouw te faciliteren is er onder Echo een fietsenkelder met meer dan 600 plekken.

Bekijk de interactieve afbeelding op https://campus-echo.nl/ om te zien welke duurzaamheidsmaatregelen zijn genomen.

Flexibiliteit

Aanleiding voor de bouw is het groeiend aantal studenten en de behoefte aan grotere maar ook flexibelere onderwijsruimtes en verschillende typen onderwijs. Echo bestaat uit vier bouwlagen. Er komen in totaal zeven onderwijszalen die grotendeels flexibel zijn in te delen. Zo kunnen drie aparte zalen worden gemaakt van de grootste collegezaal van 700 plekken. Groepswerk en zelfstudie is mogelijk op de ruim 350 studieplekken. Voorzieningen als stopcontacten zijn in de vloer verwerkt om het anders indelen van ruimtes te vergemakkelijken. Die grote aanpasbaarheid is ook een vorm van duurzaamheid: daarmee kan het gebouw blijven voldoen aan de wensen van telkens nieuwe generaties gebruikers.

Klimaatactie

Het verduurzamen van de TU Delft Campus is een belangrijk onderdeel van het Climate Action Programma, dat voorziet in extra investeringen in Climate Action onderzoek en onderwijs. Bij klimaatuniversiteit TU Delft zetten onderzoekers zich dagelijks in voor oplossingen voor het klimaatprobleem. We vergaren de kennis die we nodig hebben om het klimaat van regionaal tot wereldwijd niveau beter te begrijpen. Ook werken we aan innovatieve oplossingen om klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken (mitigatie) en ontwikkelen aanpassingen waar dit niet kan (adaptatie). TU Delft trekt de komende tien jaar in totaal 22 miljoen euro uit om dit programma vorm te geven.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Zes bedrijven in de regio Midden- en West-Brabant hebben samen met de provincie Noord-Brabant een intentieverklaring ondertekend. Het doel is CO2-reductie te realiseren en de energietransitie te versnellen. De bedrijven Shell, Attero, Cosun, Ennatuurlijk, RWE en SABIC zijn lid van de Industrietafel Midden- en West-Brabant. Met het tekenen van de intentieverklaringen stellen zij allereerst te willen werken aan CO2-reductie. Volgens de zes bedrijven is er meer CO2-winst te behalen dan uit een eerdere inventarisatie in het kader van het Cluster Energie Strategieën (CES-en) bleek. Er zijn verschillende plannen ontwikkeld voor CO2-afvang en -gebruik, een warmtenet en elektrificatie, die in totaal jaarlijks tot een CO2-besparing van 8,5 Mton kunnen leiden.

CO2-reductie

De bedrijven zeggen intensief met de overheid en netbeheerders in gesprek te willen over de benodigde infrastructuur. Het gaat daarbij om buisleidingen voor het transport van CO2 en waterstof, warmtenetuitbreidingen en aanpassingen aan het elektriciteitsnet in de regio. Volgens de bedrijven is het ‘nadrukkelijk de bedoeling dat kleinere ondernemingen kunnen verduurzamen en profiteren dankzij de investeringen en inspanningen van de samenwerkende industriële partners. “De provincie juicht het toe dat de industrie in Midden- en West-Brabant in onderlinge samenwerking de klimaatproblemen helpt aanpakken”, verklaart gedeputeerde Anne-Marie Spierings (Energie).

Er liggen plannen klaar van de bedrijven voor o.a. CO2-afvang en -benutting, elektrificatie van productieprocessen en de productie van groene waterstof. Samen kunnen deze projecten zelfs leiden tot een negatieve CO2-emissie. Voor de realisatie van deze verduurzaming is de aanleg van nieuwe infrastructuur noodzakelijk. Die negatieve CO2-emissie kan onder meer worden bereikt door de afvang, het hergebruik en de opslag van CO2 uit biogrondstoffen. Daarnaast kan er door de bedrijven warmte worden geleverd aan omliggende gemeenten die gelijkstaat aan het verbruik van 200.000 woningen en wordt de productiecapaciteit van waterstof verhoogd. Ten slotte wordt circulair werken bij het gebruik van grondstoffen verder ontwikkeld.

Intentieverklaring

De provincie Noord-Brabant en de samenwerkende bedrijven in de Industrietafel Midden- en West-Brabant – Attero, Cosun, Ennatuurlijk, RWE, SABIC en Shell – hebben op 12 mei een intentieverklaring ondertekend. Het is de gezamenlijke intentie om duurzame projecten te realiseren die de CO2-uitstoot terugdringen en de energietransitie versnellen. De bedrijven werken intensief samen om de verbinding te zoeken met netbeheerders en de overheid om duidelijkheid te bieden over de benodigde infrastructuur voor de ambitieuze plannen. Het gaat daarbij om buisleidingen voor het transport van CO2 en waterstof, uitbreidingen van het warmtenet, en versterking van het elektriciteitsnet in de regio. Het is nadrukkelijk de bedoeling dat kleinere ondernemingen kunnen verduurzamen en profiteren dankzij de investeringen en inspanningen van de samenwerkende industriële partners.

Aanleg nieuwe infrastructuur

De Industrietafel Midden- en West-Brabant is een regionaal initiatief voor en door bedrijven. De regio realiseerde de afgelopen jaren al een CO2-emissiereductie van 35% ten opzichte van 1990 door energiebesparing en slimme koppelingen tussen de bedrijfsprocessen. De verdere verduurzaming vraagt om de aanleg van nieuwe infrastructuur. De Industrietafel laat zien dat de potentie voor verdere besparing en verduurzaming van de productieprocessen in de regio zo groot is, dat een snelle realisatie van deze infrastructuur gewenst is.

De komende weken gaan de betrokken partijen in overleg met het Rijk, netbeheerders en gemeenten in de regio aan de slag om de plannen en de daarmee beoogde CO2-besparing en energietransitie de komende jaren te realiseren.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

RVO-partner Platform Duurzame Huisvesting verhoogt de ambities van het Klimaatakkoord voor de utiliteitsbouw (gebouwen zonder woonbestemming). Het wil een extra vermindering van 2,1 megaton CO2-uitstoot realiseren en komt met instrumenten om de sector hierbij te ondersteunen. Dit staat in hun Position paper Renovation Wave. Utiliteitsgebouwen, zoals scholen en ziekenhuizen, kunnen een belangrijke extra bijdrage leveren aan de klimaatdoelen, stelt het platform.

De utiliteitsbouw moet volgens het Klimaatakkoord 1 megaton CO2-uitstoot reduceren. De extra 2,1 megaton die Platform Duurzame Huisvesting wil realiseren, is een bijdrage aan de Europese Fit For 55-ambitie. Teun Bokhoven, voorzitter uitvoeringsoverleg Klimaatakkoord gebouwde omgeving, nam het position paper op 10 mei in ontvangst.

Position paper Renovation Wave

Het paper legt uit hoe eigenaren in de periode 2022-2030 hun gebouwen kosteneffectief en toekomstbestendig verduurzamen. Hierbij worden 2 doelen gesteld: het behalen van 3,1 megaton CO2-reductie en rekening houden met koppelkansen op het gebied van gezondheid, circulariteit, biodiversiteit en klimaatadaptiviteit. Om deze doelen te halen én gebouwbezitters te ontzorgen, heeft het platform een aantal kernpunten: datagedreven verduurzaming en een totale ontzorging bij de utiliteitssector. Hierbij is het pleidooi: alleen subsidie voor kosteneffectieve maatregelen die tijdig worden uitgevoerd.

Sneller en beter inzicht in energieverbruik

Volgens de Europese EPBD-richtlijn moeten alle gebouwen energiezuiniger worden en zullen slechte energielabels worden uitgefaseerd. Sneller en beter inzicht in het energieverbruik is daarom belangrijk. Het datastelsel utiliteit, dat naar verwachting eind dit jaar live gaat, zorgt hiervoor. Gebouweigenaren, aanbieders en handhavers krijgen hiermee toegang tot volledige energie- en gebouwdata.

Lees ook: Wat weet jij al over groen wonen

Platform Duurzame Huisvesting

Platform Duurzame Huisvesting is de samenwerking van branche-, kennis- en koepelorganisaties voor het versneld verduurzamen van Nederlandse utiliteitsgebouwen. Naast RVO zijn dit onder meer bouwbedrijven, onderhouds- en beheerbedrijven, investeerders, en beleggers.

Meer weten

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Vandaag introduceert Berkvens Deursystemen symbolisch de eerste CO2-neutrale binnendeuren en –kozijnen, waarvan de restuitstoot gecompenseerd wordt. In samenwerking met de Climate Neutral Group worden de organisatie en een deel van het assortiment door een onafhankelijke partij in juli getoetst aan de standaard Climate Neutral Certification standaard. Naar verwachting is een groot deel van het assortiment vanaf dit najaar gecertificeerd leverbaar. Een mijlpaal die de duurzaamheidsambities van het bedrijf onderstreept. “We nemen samen de verantwoordelijkheid voor toekomstige generaties”, aldus commercieel directeur Pepijn Kokke. “Dat maken we graag concreet, tastbaar en meetbaar.  ”

Stevige ambities noodzakelijk

De ambities van Berkvens Deursystemen zijn helder als het gaat om de reductie van CO2: in 2025 zijn alle producten CO2-neutraal door het compenseren van de restuitstoot. Voor de certificering werkt het bedrijf samen met de Climate Neutral Group. “Daarbij doorlopen we drie stappen”, aldus Pieter Fritz, productmanager Duurzaamheid. “We hebben eerst onze huidige footprint in beeld gebracht. Vervolgens is een reductieplan opgesteld waarmee we aan onze doelen gaan voldoen. Ten slotte compenseren we onze CO2-restuitstoot tot het moment dat we volledige neutraliteit hebben bereikt.”

Fritz: “De grootste restuitstoot van onze producten ligt momenteel in de keten, met name afkomstig uit materialen en grondstoffen. We willen natuurlijk niet blijven compenseren: ons doel is om in 2030 minimaal 50% van onze restuitstoot gereduceerd te hebben. Als organisatie maken we dan ook meetbaar hoe onze producten bijdragen aan de uitdagingen in de bouw van morgen. Dit doen we door o.a. levenscyclusanalyses (LCA’s) te maken en te laten valideren. Op deze manier leren we hoe wij met onze producten bijdragen aan o.a. de milieuprestaties in de gebouwde omgeving (MPG). Ongeveer 60% van de milieu impact indicatoren betreft de uitstoot van CO2. Daarmee vormt CO2-reductie voor Berkvens en voor de sector het smeermiddel om te verduurzamen. Zowel om een actieve en positieve bijdrage te leveren aan de klimaatdoelstellingen en ook als aanjager van versnelde circulariteit en het gebruik van schone en herbruikbare materialen.”

Hele keten klimaatneutraal

“Het einddoel is dat zowel de hele productie als de complete keten daaromheen CO2-neutraal wordt”, aldus Fritz. “Op die manier kunnen we bewezen CO2-neutrale producten gaan leveren. De eerste producten zijn naar verwachting vanaf dit najaar op klantaanvraag gecertificeerd leverbaar.” Kokke vult aan: “In eerste instantie geldt nog een kleine toeslag op de CO2-neutrale deursystemen. Dat heeft alles te maken met onze wens om bewustwording te creëren. Ook bij onze klanten. We willen graag het gesprek aan gaan. We zijn namelijk allemaal samen verantwoordelijk voor de toekomstige generaties.” Fritz vult aan: “In 2025 gaan wij ons gehele assortiment standaard CO2 neutraal aanbieden en hopen we dat er nog maar heel weinig CO2 gecompenseerd hoeft te worden.”

Bewijsvoering

Dankzij de certificering via het Climate Neutral Certified programme is de bewijsvoering voor de producten gegarandeerd, naar verwachting vanaf het najaar. “We willen het nadrukkelijk niet alleen bij woorden houden. We willen kunnen bewijzen dat onze producten CO2-neutraal zijn”, aldus Kokke. “Ik hoop eerlijk gezegd dat we er de hele branche mee uitdagen en dat het een extra motivatie is voor innovatie. De bouw is volop op zoek naar manieren om uitstoot te verminderen. Met onze deuren en kozijnen bieden we een passende oplossing die echt kan bijdragen in dat streven.”

Brede duurzaamheidsambitie

Het streven naar CO2-neutraliteit staat overigens niet op zichzelf. Het is een onderdeel van de organisatiebrede duurzaamheidsambitie die het bedrijf al sinds jaar en dag in de praktijk brengt. “CO2-reductie staat bijvoorbeeld al sinds 2015 hoog op de agenda. Sinds die tijd hebben we al 90% reductie bereikt binnen onze productieprocessen”, verduidelijkt Fritz. “Dit doen we onder meer door een derde van onze energie op te wekken met eigen zonnepanelen. En onze fabrieken worden voor 70% verwarmd door houtmot die overblijft uit het productieproces. Om maar wat te noemen. De lat ligt heel hoog.” Kokke vult aan: “We nemen echt onze verantwoordelijkheid. Duurzaamheid moet je gewoon doen. De introductie van deze CO2 neutrale producten is niet de eerste stap, wel de eerste grote mijlpaal in CO2-reductie en zéker niet de laatste

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Energieneutrale huizen en gebouwen voor iedereen in Rivierenland én genoeg vakkrachten uit de regio die helpen dat mogelijk te maken: S-TEC gaat ervoor. Met het Smart Technology Experience Centre (S-TEC) heeft Rivierenland in Tiel een nieuw platform dat helpt om woningen en (bedrijfs)gebouwen in de regio te (laten) verduurzamen door belemmeringen in de markt aan te pakken. Maandagmiddag 30 mei is S-TEC geopend door 150 ondernemers, bestuurders, politici en leden van regionale energiecoöperaties.

S-TEC, gevestigd aan de Teisterbantlaan 1a in Tiel, is een regionaal initiatief waarin Bouwmensen Rivierengebied, Energie Samen Rivierenland, Installatiewerk Midden, Lingecollege, ROC Rivor, WoonWijzerWinkel en vele andere partijen, samenwerken aan een aanpak om de energietransitie in Rivierenland te versnellen.

In gesprek met regionale marktpartijen is afgelopen winter verkend wat er nodig is om meer vaart te maken in de energietransitie. De markt geeft aan dat grote innovaties nodig zijn. Om meer snelheid in de regionale energietransitie te brengen, moeten kennis, kunde en middelen gebundeld worden.

Volgens S-TEC directeur Stefan van Tongeren gaat zijn organisatie aan de slag met vier opdrachten. Van Tongeren: “Door regionaal bouw- en installatiebedrijven, onderwijs- en kennisinstituten en overheid beter met elkaar te verbinden, vinden ze samen betere antwoorden op de grote vraagstukken. Dat is het idee. S-TEC is de makelaar die partijen samenbrengt. Allereerst werken we aan het vergroten van kennis in de bouwketen en tussen schakels in die keten. In juni starten we bijvoorbeeld met een leercirkel voor bedrijfsleven en overheid. Hiernaast ontwikkelt S-TEC zich als expertisecentrum en zullen we ketensamenwerking aanjagen. Onze vierde opdracht is het vergroten van de beschikbaarheid van technisch talent voor de energietransitie. Het gaat hierbij zowel om het stimuleren van de reguliere instroom van jong talent, als de zijinstroom. Hiervoor werkt S-TEC samen met onderwijspartijen, overheid en bedrijfsleven.”

Centraal tijdens het openingsevent op 30 mei stond een talkshow waarin presentatrice Sofie van den Enk met spraakmakende gasten sprak over de energietransitie in Rivierenland. Aan tafel kwamen onder andere Doekle Terpstra (Techniek Nederland), Floris Alkemade (oud-Rijksbouwmeester) en Astrid Huitink-Jacobs (Rabobank).

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Het Moerdijkse bedrijf Sivomatic leverde al één van de zuinigste en milieuvriendelijkste kattenbakvulling op de markt. Nu zetten ze zelfs nog een stapje verder. Sivomatic wil klimaatpositief worden en doet dat door via Carbon Farming 250 ton CO2 uit de lucht op te slaan in de bodem bij een boer in de buurt. Dit staat gelijk aan 235.000 verpakkingen kattenbakvulling. Deze samenwerking is tot stand gekomen samen met boerenorganisatie ZLTO.

Carbon Farming biedt een innovatieve oplossing waarbij CO2 uit de lucht wordt gehaald en als organische stof wordt vastgelegd in de bodem. De planten en gewassen op het land van de boer zetten CO2 via fotosynthese om naar koolstofketens. De organische stof die zo wordt opgebouwd bevordert ook de bodemvruchtbaarheid en de groei van gewassen. Sivomatic omarmt Carbon Farming en werkt hierin samen met akkerbouwer Arjan Schrauwen uit Zevenbergschenhoek. Hij gaat de komende jaren aan de slag om CO2 te binden in de bodem van zijn akkers.

Bodembeheer en biodiversiteit om de hoek

Op basis van wetenschappelijke onderzoek is een set aan landbouwmaatregelen opgesteld waarmee een boer CO2 uit de lucht langdurig vastlegt in de bodem. Planten en gewassen zetten CO2 uit de lucht om in biomassa. Diverse maatregelen zorgen ervoor dat de koolstof, die zo wordt gebonden, ook daadwerkelijk wordt vastgehouden in de bodem. De gekozen maatregelen zijn praktisch uitvoerbaar en leveren zoveel mogelijk rendement. Maatregelen zoals groenbemesters en vanggewassen of minder grondbewerking zijn belangrijke maatregelen voor het bodemleven, bijvoorbeeld in de vorm van wormen. Een betere ondergrondse biodiversiteit leidt ook tot meer biodiversiteit boven de grond: voedsel voor vogels en andere dieren. Akkerranden met diep wortelende plantensoorten binden koolstof uit de atmosfeer in plant en bodem. Naast CO2 -binding zijn er nog extra voordelen: de biodiversiteit neemt toe en de landbouw is weerbaarder tegen klimaatextremen.

50 Ton CO2 per jaar

De komende vijf jaar gaat akkerbouwer Arjan Schrauwen op een steenworp afstand van de Sivomatic-vestiging in Moerdijk aan het werk. Hij ontvangt een financiële vergoeding per gemeten ton vastgelegde koolstof en wordt begeleid door experts op weg naar een optimaal resultaat. Elk jaar legt de akkerbouwer 50 ton CO2 vast in de bodem met behulp van de financiële bijdrage van Sivomatic. Met behulp van (bodem)metingen en jaarlijkse rapportages monitort ZLTO de voortgang.

Hendrik Hoeksema (bestuurder ZLTO): “De boer zorgt door koolstofvastlegging in zijn bodem voor een directe vermindering van CO2 in de atmosfeer. De hele wereld is op zoek naar nieuwe manieren om koolstof te binden, maar vergeet daarbij de kracht van lokale landbouwbodems. Vanuit ZLTO verbinden we bedrijven en boeren, om lokaal koolstof vast te leggen met zichtbaar resultaat voor de directe omgeving.”

Dit betekent dat in 5 jaar tijd maar liefst 250 ton CO2 wordt vastgelegd in de bodem, dat normaal in de lucht zou blijven hangen. Ter vergelijking: dit staat gelijk aan de CO2 -uitstoot bij de productie van 235.000 verpakkingen (6L) kattenbakvulling door Sivomatic.

Over Sivomatic’s duurzame ambities

Sivomatic investeert al jaren in duurzaamheid. Jeroen de Ridder, CEO Sivomatic: “We zijn er trots op een samenwerking aan te gaan met een koolstofboer in de buurt. We hopen hiermee een voorbeeld te zijn in Nederland, onze productielocaties elders in Europa en ons moederbedrijf in Amerika. Sivomatic heeft maatschappelijk verantwoord ondernemen hoog in het vaandel staan. De productielocaties in Moerdijk en Oostenrijk zijn al jaren klimaatneutraal en gecertificeerd volgens de Climate Neutral Certification standaard van Climate Neutral Group, geverifieerd door Ecocert. Dit betekent dat wij de berekende voetafdruk van de locaties en het product ieder jaar reduceren tot -50% in 2030 en 100% in 2050; het restant van onze uitstoot compenseren wij. Wij zien de stap naar klimaatpositief als een hele logische volgende stap in onze duurzaamheidsambities.”

Lokale CO2-kringloop

Steeds meer bedrijven zien de noodzaak tot een klimaatpositieve bedrijfsvoering. Dat kan zelden in één keer volledig. Compensatie van onvermijdbare CO2-uitstoot kan een overgangsmaatregel zijn. Compensatie wordt vaak gezocht ver van huis, zoals aanplant van bomen in Zuid-Amerika. Zou het niet nog mooier zijn als bedrijven de mogelijkheid hebben om de CO2-compensatie lokaal te organiseren? Vele boeren in Nederland staan te popelen aan de slag te gaan. Daarom verbindt ZLTO vraag en aanbod.

Maatschap Schrauwen-Deijkers is al jaren serieus bezig om duurzamer te gaan produceren. Akkerbouwer Arjan Schrauwen:” Wij nemen deel aan diverse projecten zoals Schoonwater voor Brabant, BodemUP en Duurzaam Praktijknetwerk Akkerbouw. Voor ons is alles zo`n beetje begonnen met het project Veldleeuwerik en naderhand uitgegroeid tot een uitdaging om steeds duurzamer te gaan werken. We dringen chemische gewasbescherming steeds verder terug door mechanische onkruidbestrijding. Bemesting doen we al jaren maximaal met ruige stalmest en groencompost, en steeds minder met kunstmest. We zijn enkele jaren geleden gestart met Niet Kerende Grondbewerking wat zorgt voor een rijker en beter bodemleven en een jaarrond begroeide bodem. Dit zorgt voor nog meer koolstofvastlegging in de bodem. Wij zien de samenwerking met Sivomatic als een mooie kans om een bijdrage te leveren aan hun klimaatambities. Het is mooi te zien dat twee heel verschillende bedrijven dezelfde ambities ambiëren”.

Sivomatic wil met deze stap aantonen dat de koolstofkringloop lokaal werkt met hulp van boeren en met zichtbaar resultaat in de directe omgeving. Hopelijk benutten veel meer bedrijven in de toekomst de kracht van een lokale CO2-kringloop! Meer informatie over koolstofboeren is te vinden op de website: www.go2positive.com.

Foto: Onthulling samenwerking carbon farming bij Sivomatic Moerdijk. Op de foto (van links naar rechts): Jeroen de Ridder (Sivomatic), Arjan Schrauwen (akkerbouwer), Pauline Joosten (gemeente Moerdijk) en Kathleen Goense (ZLTO).

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Bedrijven maken zich zorgen over de stijgende kosten voor energie. Ruim zestig procent (63%) geeft aan zich zorgen te maken over een steeds hoger wordende energierekening, waarbij 58% energierekening van de organisaties, die nog geen duurzame energie hebben, daardoor wil overstappen op duurzame energie. Bijna veertig procent (37%) geeft aan iets aan de bedrijfsvoering te willen veranderen om onafhankelijker te zijn van wereldwijde geopolitieke ontwikkelingen. Dat blijkt uit een online onderzoek over ‘duurzame energie bij organisatie’ van Kien Onderzoek, in opdracht van GroenLeven. GroenLeven is marktleider op het gebied van zonne-energie in Nederland en richt zich op het verlenen van groene energie-oplossingen.

Een ander belangrijke conclusie uit het onderzoek is dat de belangrijkste redenen zijn om te verduurzamen zowel kostenbesparing als de maatschappelijke noodzaak dat het beter is voor het milieu is. Deze redenen wegen ongeveer even zwaar.

Elementaire ontwikkeling

Peter Paul Weeda (CEO): “GroenLeven ziet zich samen met andere bedrijven in Nederland verantwoordelijk voor het aanjagen van de energietransitie. Dit onderzoek laat gelukkig zien dat ook ondernemers erg bezig zijn hun bedrijfsvoering te vergroenen en een gedeelte ervan ook minder afhankelijk wil worden van fossiele energie. Dat is een elementaire ontwikkeling in de goede richting.”

Verantwoording

Voor het onderzoek “duurzame energie” is gebruik gemaakt van online onderzoek onder panelleden van het online onderzoekspanel PanelWizard Direct; met als doelgroep Nederlanders die (mede)beslissend of eindverantwoordelijk zijn op het gebied van algemeen management en/of inkoop bij een organisatie met 25 of meer personen en binnen de organisatie (mede)beslissend of eindverantwoordelijk zijn voor energie (de aankoop van energie of de keuze van energieleverancier). De bruto steekproef bestond uit 3126 Nederlanders die (mede)beslissend of eindverantwoordelijk zijn op het gebied van algemeen management en/of inkoop bij een organisatie met 25 of meer personen, representatief voor Nederland op geslacht, leeftijd, arbeidsparticipatie en opleiding. In totaal hebben van deze groep 1801 respondenten deelgenomen aan het onderzoek, een respons van 63%. Van hen vielen 411 binnen die doelgroep en hebben 410 alle onderzoeksvragen beantwoord. Daarmee valt met een betrouwbaarheid van 95% te concluderen dat de steekproefuitkomst maximaal 4,8% kan afwijken van de werkelijke situatie.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Bedrijven hebben in 2021 fors meer geïnvesteerd in innovatieve milieuvriendelijke technieken en bedrijfsmiddelen die in aanmerking komen voor belastingvoordeel. Grote groeier in 2021 is het onderdeel circulaire economie (CE), met bijna drie keer zoveel gemelde investeringen ten opzichte van 2020. Dit blijkt uit het jaarverslag MIA/Vamil dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) publiceert. Dit jaarverslag geeft een beeld van innovatieve milieuvriendelijke technieken en middelen waarin bedrijven in 2021 met fiscaal voordeel van de MIA/Vamil hebben geïnvesteerd en hoeveel er is geïnvesteerd in verschillende branches. De overheid wil investeringen in innovatieve bedrijfsmiddelen stimuleren. Via twee fiscale regelingen maakt de overheid het investeren in innovatieve milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen extra aantrekkelijk: Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil).

Meer duurzame investeringen

In totaal hebben in 2021 14.000 ondernemers aanvragen ingediend. Er is in totaal over een investeringsbedrag van bijna 3.5 miljard euro MIA/Vamil aangevraagd. Dit is een stijging van 24% ten opzichte een jaar eerder. Het totaalbedrag dat ondernemers via belastingvoordeel met de MIA/Vamil ontvangen komt in 2021 naar verwachting uit op 119 miljoen euro. Dit netto fiscale voordeel was in 2020 nog 90 miljoen euro (een stijging van ruim 30 procent).

Milieulijst

Basis van de regelingen is de zogenoemde Milieulijst, een lijst met ruim 300 bedrijfsmiddelen en investeringen die in aanmerking komen voor fiscaal voordeel met de MIA/Vamil. Voorbeelden zijn investeringen in circulair bouwen, slimme afvalbakken voor buiten ter voorkoming van zwerfafval, software voor registratie en analyse van voedselverspilling en duurzame paardenstallen. De Milieulijst wordt jaarlijks aangepast door RVO. Of een bedrijfsmiddel nieuw op de Milieulijst verschijnt, hangt af van verschillende criteria: een bedrijfsmiddel moet een aanzienlijke milieuverdienste hebben (boven de wettelijke norm) en ook innovatief zijn (en daarmee vaak duurder ten opzichte van het gangbare alternatief in de branche).

Grote groeier in 2021: circulaire economie

Grote groeier in 2021 is het onderdeel circulaire economie (CE), met bijna drie keer zoveel gemelde investeringen ten opzichte van 2020. Circulair produceren en CO₂-reductie krijgen bij ondernemers steeds meer aandacht. In 2021 is de Milieulijst voor CE flink uitgebreid (147 CE-gerelateerde bedrijfsmiddelen in 2021 tegenover 93 in 2020). Circulaire economie op de Milieulijst draagt bij aan technieken en bedrijfsmiddelen die gericht zijn op onder meer hergebruik en recyling. Denk aan: het slimmer maken en slimmer gebruiken van producten en grondstoffen (refuse, rethink, reduce) en levensduurverlenging van producten (reuse, repair, refurbish, remanufacture, repurpose). Voorbeelden zijn apparatuur voor recycling, productieapparatuur waarmee grondstoffen kunnen worden bespaard en oplossingen voor afval(water)inzameling en -verwerking. Binnen het onderdeel circulaire economie lieten vooral investeringen in circulaire woningbouw en circulaire bedrijfsgebouwen een grote groei zien.

Ruim 1 miljard euro investeringen in circulaire economie

Op basis van de Milieulijst 2021 groeide het totaal gemelde investeringsbedrag binnen het thema circulaire economie tot 1.085 miljoen euro. Dit is bijna eenderde van het totaal gemelde investeringsbedrag op grond van de Milieulijst 2021. Het netto belastingvoordeel op investeringen op het onderdeel circulaire economie komt daarmee op bijna 45 miljoen euro. Dit is een stijging van bijna 150 procent ten opzichte van het netto fiscaal voordeel op grond van de Milieulijst 2020, goed voor 38% van het totaal berekend fiscaal voordeel in 2021 van alle gemelde investeringen op grond van de Milieulijst 2021 (totaal: 118,7 miljoen euro).

Hoe werkt het fiscale voordeel?

De Vamil biedt de mogelijkheid tot 75 procent van een investering op een willekeurig moment af te schrijven. Door af te schrijven in het jaar waarin dat het beste uitkomt, vermindert de fiscale winst. Ondernemers hoeven in het jaar dat zij meer afschrijven minder inkomsten- of vennootschapsbelasting te betalen. Met de MIA profiteren ondernemers van een extra aftrekmogelijkheid van de fiscale winst. De aftrekpercentages voor de MIA in 2021 bedroegen 13,5%, 27% en 36% (deze zijn voor 2022 verhoogd tot maximaal 45% ). Als een ondernemer naast de Vamil ook gebruik kan maken van de MIA kan het netto voordeel vanaf 2022 oplopen tot ruim 14 procent van het investeringsbedrag.

Andere branches

Duurzame mobiliteit en landbouw blijven belangrijke pijlers in het totaal aan milieu-investeringen. Voor duurzame mobiliteit zijn minder meldingen binnengekomen, maar het totaalbedrag aan belastingvoordeel voor ondernemers is nagenoeg gelijk gebleven. Wat betreft de landbouwinvesteringen valt op dat er minder is geïnvesteerd dan in 2020. Dit heeft mogelijk te maken met de stikstofmaatregelen en de gevolgen van de coronacrisis, waardoor het investeringsklimaat in 2021 minder aantrekkelijk was. Desondanks blijft verduurzaming en innovatie in de landbouw een belangrijk onderdeel waar jaarlijks MIA/Vamil-steun naartoe gaat.

Uitvoering

Het ministerie van lnfrastructuur en Waterstaat en het ministerie van Financiën zijn verantwoordelijk voor de MIA/Vamil-regeling. De Belastingdienst en Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voeren de regelingen uit. RVO ondersteunt de regeling met onder andere een helpdesk, technische controles van de meldingen, technisch inhoudelijke advisering van de Belastingdienst en de coördinatie van voorstellen voor de Milieulijst. De Belastingdienst besluit over de toekenning van MIA en/of Vamil.

Nieuwe aanvragen 2022

In december 2021 is de nieuwe Milieulijst 2022 gepubliceerd. Met daarin opgenomen nieuwe milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen en technieken. Aanvragen voor 2022 zijn het hele jaar mogelijk via RVO.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De Goldman Environmental Foundation heeft vandaag zeven ontvangers bekendgemaakt van de Goldman Environmental Prize 2022, ‘s werelds belangrijkste prijs voor grassroots milieuactivisten. De prijs voor het continent Europa werd daarbij toegekend aan Marjan Minnesma, directeur van Urgenda.

De Goldman Environmental Prize wordt jaarlijks uitgereikt aan milieuhelden uit elk van ‘s werelds zes bewoonde continentale regio’s. Het eert de prestaties en het leiderschap van grassroots milieuactivisten van over de hele wereld, en inspireert ons allemaal om actie te ondernemen om onze planeet te beschermen.

De prijs werd in 1989 in San Francisco door filantropen en burgerleiders Rhoda en Richard Goldman opgericht. In 33 jaar heeft de prijs een onmetelijke impact op de planeet gehad. Tot op heden heeft de prijs 213 winnaars geëerd – waaronder 95 vrouwen – uit 93 landen.

“Hoewel de vele uitdagingen die voor ons liggen ontmoedigend kunnen aanvoelen en ons soms het geloof doen verliezen, geven deze zeven leiders ons een reden voor hoop en herinneren ze ons eraan wat er in het licht van tegenspoed kan worden bereikt,” zei Jennifer Goldman Wallis, vice-president van de Goldman Environmental Foundation. “De prijswinnaars laten ons zien dat de natuur het verbazingwekkende vermogen heeft om te regenereren als ze de kans krijgt. Laten we ons allemaal geïnspireerd voelen om hun overwinningen te kanaliseren in het regenereren van onze eigen geest en handelen om onze planeet voor toekomstige generaties te beschermen.”

Normaal gesproken krijgen prijswinnaars de prijs tijdens een ceremonie in het San Francisco Opera House in april persoonlijk uitgereikt. Dit jaar wordt de prijs vanwege de pandemie online op 25 mei 2022 virtueel uitgereikt.

De winnaars van dit jaar zijn:

AFRIKA

Chima Williams, Nigeria

In de nasleep van rampzalige olierampen in Nigeria werkte milieuadvocaat Chima Williams samen met twee gemeenschappen om Royal Dutch Shell verantwoordelijk te houden voor de resulterende wijdverspreide milieuschade. Op 29 januari 2021 oordeelde het Gerechtshof Den Haag dat niet alleen de Nigeriaanse dochteronderneming van Royal Dutch Shell verantwoordelijk was voor de olielozingen, maar dat Royal Dutch Shell als moederbedrijf ook de verplichting had om de lekkages te voorkomen. Dit is de eerste keer dat een Nederlandse transnationale onderneming verantwoordelijk wordt gehouden voor de schendingen van zijn dochteronderneming in een ander land, waardoor Shell wordt blootgesteld aan juridische stappen van gemeenschappen in heel Nigeria die zijn verwoest door de minachting voor milieuveiligheid van het bedrijf.

AZIË

Niwat Roykaew, Thailand

In februari 2020 resulteerden Niwat Roykaew en de belangenbehartiging van de Mekong-gemeenschap in de beëindiging van het door China geleide stroomversnellingenproject op de Bovenste Mekong-rivier, dat 248 mijl van de Mekong zou vernietigen om navigatiekanalen te verdiepen voor Chinese vrachtschepen die stroomafwaarts zouden reizen. Het water stroomt 3.000 mijl (bijna 5.000 km) van de bergen van Tibet voordat het de Zuid-Chinese Zee bereikt. De visserijen, zijrivieren, wetlands en uiterwaarden van de Mekong-rivier zijn een vitale levensader voor meer dan 65 miljoen mensen. Dit is de eerste keer dat de Thaise regering een grensoverschrijdend project annuleert vanwege de milieuvernietiging dat het zou veroorzaken.

EUROPA

Marjan Minnesma, Nederland

In een baanbrekende overwinning maakte Marjan Minnesma gebruik van publieke inbreng en een unieke juridische strategie om een succesvolle uitspraak tegen de Nederlandse regering veilig te stellen, waarbij deze werd verplicht om specifieke preventieve maatregelen tegen klimaatverandering te nemen. In december 2019 oordeelde de Hoge Raad dat de overheid een wettelijke verplichting had om haar burgers tegen klimaatverandering te beschermen en beval haar eind 2020 om de uitstoot van broeikasgassen met 25% te verminderen ten opzichte van het niveau van 1990. De uitspraak van de Hoge Raad is de eerste keer dat burgers erin slaagden hun overheid verantwoordelijk te houden voor haar falen om hen tegen klimaatverandering te beschermen.

EILANDEN EN EILANDNATIES

Julien Vincent, Australië

Julien Vincent leidde een succesvolle grassroots-campagne ter beëindiging van de financiëring van steenkool in Australië, een grote kolenexporteur, wat resulteerde in toezeggingen van de vier grootste banken van het land om de financiering voor kolenprojecten tegen 2030 te beëindigen. Vanwege het activisme van Julien hebben de grote verzekeringsmaatschappijen van Australië ook ingestemd nieuwe kolenprojecten niet langer te accepteren. Zijn organisatie heeft tot een uitdagend financieel landschap voor de Australische kolenindustrie geleid, een belangrijke stap in de richting van het verminderen van fossiele brandstoffen die klimaatverandering versnellen.

NOORD-AMERIKA

Nalleli Cobo, de Verenigde Staten

Nalleli Cobo leidde een gemeenschapscoalitie om in maart 2020, op 19-jarige leeftijd, een giftige olieboringslocatie in haar gemeenschap permanent te sluiten – een oliesite die ernstige gezondheidsproblemen voor haar en anderen veroorzaakte. De voortdurende organisatie van haar gemeenschap tegen stedelijke oliewinning heeft tot een grote beleidsbeweging geleid, binnen zowel de gemeenteraad van Los Angeles als de Los Angeles County Board of Supervisors, die unaniem stemden om nieuwe olie-exploratie te verbieden en bestaande locaties te sluiten.

ZUID- EN MIDDEN-AMERIKA

Alex Lucitante en Alexandra Narvaez, Ecuador

Alex Lucitante en Alexandra Narvaez leidden een inheemse beweging om het voorouderlijk grondgebied van hun volk tegen goudwinning te beschermen. Hun leiderschap resulteerde in een historische juridische overwinning in oktober 2018, toen de rechtbanken van Ecuador 52 illegale goudmijnconcessies annuleerden, die zonder de toestemming van hun Cofán-gemeenschap illegaal werden verleend. Het juridische succes van de gemeenschap beschermt 79.000 hectare ongerept, biodivers regenwoud in de bovenloop van de Aguarico-rivier in Ecuador, wat voor de Cofán heilig gebied is.

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Op alle nieuwe gebouwen met een oppervlak van meer dan 250 vierkante meter moeten vanaf 2025 zonnepanelen komen te liggen. Met deze verplichting, die niet geldt voor woningen, wil het kabinet de groei van het aantal zonnepanelen versnellen om zo het aangescherpte klimaatdoel voor 2030 te halen en de afhankelijkheid van fossiele energie te verkleinen.

Het kabinet streeft ernaar om vanaf 2025 nieuwe utiliteitsgebouwen met een dakoppervlak groter dan 250 m2 een verplichting op te leggen om het volledige dak te gebruiken of laten gebruiken9 voor de opwek van hernieuwbare energie, zoals zonne-energie (zonnestroom, zonnewarmte, of een combinatie daarvan). Dit moet dan passen naast andere van toepassing zijnde eisen en bovendien technisch, functioneel en economisch haalbaar zijn, wat onder andere betekent dat de installatie kan worden aangesloten op het elektriciteitsnet en dat de bijkomende kosten ook zorgen voor navenante baten. Met deze verplichting wordt dan ook geregeld dat de constructieve eisen aan gebouwen in den brede worden aangepast en dat alle utiliteitsgebouwen ‘solar prepared’ worden opgeleverd, waarbij voor de constructieve sterkte uitgegaan wordt van volledige benutting van het dak. Hiermee wordt mogelijk gemaakt dat bij gebouwen waar zon op dak bij oplevering niet mogelijk is, bijvoorbeeld door netcongestie, dit op een later moment wel kan worden gerealiseerd, omdat het dak dan in ieder geval al op de juiste wijze is geconstrueerd.

Voor de overige utiliteitsgebouwen met een dakoppervlak van minder dan 250m en voor de nieuwbouw van woningen kijkt het kabinet naar verdere aanscherping van de BENG-eisen. Voor ingrijpende renovatie wordt tevens gekeken naar de mogelijkheden om de eis voor hernieuwbare energie verder aan te scherpen. Voor beide is 2025 de streefdatum voor inwerkingtreding.

Lees hier de brief met de plannen.

[ad_2]

Source link

Berichten paginering