[ad_1]

Van alle duurzame claims op voedselproducten blijven na onderzoek van Milieu Centraal 12 keurmerken als beste over in de Keurmerkenwijzer. De onafhankelijke voorlichtingsorganisatie maakt deze 12 topkeurmerken bekend om consumenten te helpen om duurzamer boodschappen te doen. Nieuwkomers in de lijst zijn Sustainable Rice Platform (SRP) voor rijst en Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO) voor palmolie. Daarnaast is Climate Neutral Certified aangewezen als topkeurmerk klimaat.

Steeds meer consumenten stellen kritische vragen over keurmerken op voedingsmiddelen. Consumenten weten vaak niet welke claims op de verpakking te vertrouwen zijn. De Keurmerkenwijzer laat zien waar keurmerken voor staan. De meest betrouwbare en ambitieuze keurmerken krijgen het predicaat ’topkeurmerk’. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is subsidieverlener voor dit onderzoek.

Minister Henk Staghouwer: “Voor mij is het belangrijk dat consumenten eenvoudig de juiste duurzame en gezonde keuzes kunnen maken. Dus een pluim naar de topkeurmerken die daarbij helpen door ambitieus en transparant te zijn op aspecten als dierenwelzijn en milieu. Voor consumenten is de informatie nuttig als zij boodschappen doen, bedrijven kunnen de informatie gebruiken voor de keuzes die zij maken als producent, inkoper of verkoper van voedsel. Dit draagt bij aan een duurzaam voedselsysteem.”

Topkeurmerken voor voeding

“Van koffie tot chocolade, van zuivel tot vis, en van groente tot eieren, voor bijna alle boodschappen is een topkeurmerk te vinden,” zegt Paulien van der Geest, expert duurzaam voedsel bij Milieu Centraal. “Let bij de aankoop van voedingsmiddelen op dat je een product met topkeurmerk kiest. Wat topkeurmerken zijn kun je zien op keurmerkenwijzer.nl.”

Nieuw: topkeurmerk voor klimaatimpact van voeding

Dit jaar introduceert Milieu Centraal voor de klimaatimpact van voeding het label topkeurmerk klimaat. Er zijn keurmerken die zich specifiek op verlaging van klimaatimpact van voeding richten. Gezien de urgentie van de klimaatcrisis laat Milieu Centraal consumenten op keurmerkenwijzer.nl met een speciaal label zien welk keurmerk hierin heel ambitieus is. Van der Geest: “Het zou helemaal mooi zijn als er één topkeurmerk zou komen dat op alle vlakken duurzaam is. Een keurmerk dat top is op zowel klimaat, milieu, dierenwelzijn als eerlijke handel.”

De 12 topkeurmerken volgens Milieu Centraal:

· ASC voor kweekvis
· Beter Leven Keurmerk (2 en 3 sterren) voor zuivel, eieren en vlees
· Demeter voor bio-dynamische producten
· EKO voor biologische producten
· EU-biologisch voor biologische producten
· Fairtrade voor tropische producten
· MSC voor wilde vis
· On the way to PlanetProof voor zuivel, eieren, groente en fruit
· Rainforest Alliance (inclusief UTZ) voor tropische producten
· Roundtable On Sustainable Palm Oil (RSPO) voor palmolie
· Sustainable Rice Platform (SRP) voor rijst
· Climate Neutral Certified (speciaal voor klimaatimpact van voeding)

Proces van beoordeling voedingskeurmerken

Milieu Centraal baseert zich voor de beoordelingen van keurmerken op informatie die publiekelijk online beschikbaar is. Per productgroep worden alle voedingskeurmerken langs dezelfde lat gelegd, ten aanzien van hun betrouwbaarheid, transparantie en ambitie op de duurzaamheidsaspecten milieu, dierenwelzijn en mens & werk. Inspanningen voor het klimaat vallen in de Keurmerkenwijzer onder milieu. De scores voor individuele beeldmerken zijn relatief ten opzichte van de scores voor andere beeldmerken binnen één productgroep. Op die manier kunnen beeldmerken binnen een groep gemakkelijk vergeleken worden (benchmark). Beeldmerken worden altijd door twee onderzoekers van Milieu Centraal beoordeeld. Voor voedingsbeeldmerken doet een expertgroep nog een extra toetsing.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Al tien jaar werkt duurzame energieontwikkelaar GroenLeven uit Leeuwarden aan de energietransitie van Nederland. Het bedrijf startte in Heerenveen en verhuisde in 2020 naar een nieuw kantoor in Leeuwarden door de snelle groei die het doormaakte en nog steeds doormaakt. Op 23 mei j.l. werden beide mijlpalen gevierd en het nieuwe kantoor geopend door burgemeester mr. Sybrand van Haersma Buma van Leeuwarden, na speeches van Aniek Moonen van de Jonge Klimaatbeweging en directeuren van GroenLeven Peter Paul Weeda en Roland Pechtold.

In de tien jaar dat GroenLeven bestaat, heeft het bedrijf een grote impact op de energietransitie gerealiseerd. Meer dan 2 miljoen zonnepanelen, waarvan de meeste een dubbele functie hebben zoals op daken, als carport, boven fruit of drijvend op  voormalige zandwinplassen, leveren groene stroom voor 300.000 huishoudens. Dat is gelijk aan de provincie Friesland. Directeur Roland Pechtold, die na juni het stokje als algemeen directeur overdraagt aan Peter Paul Weeda, haalde deze cijfers met trots aan: “Ik ben ongelooflijk dankbaar dit prachtige bedrijf te hebben mogen leiden. Ik heb er gevonden wat ik zocht: een middel om daadwerkelijk aan de energietransitie invulling te geven. Samen met collega’s die vanuit een intrinsieke passie bezig zijn. En natuurlijk samen met onze relaties, omwonenden, overheden, financiers, netwerkbedrijven en adviseurs. Meerdere partijen, want alleen samen kunnen we de energietransitie laten slagen. Met GroenLeven laten we zien dat het wél kan.”

Aniek Moonen, voorzitter van de Jonge Klimaatbeweging, riep op om moed te tonen om klimaatverandering tegen te gaan: “Nederland heeft meer moedige mensen nodig. Moedige mensen die elke minuut, elk uur en elke dag de status quo durven uit te dagen. Moedige mensen die anders durven zijn, anders durven doen, en anderen daarin meenemen. Moedige mensen zoals Greta Thunberg, maar ook zoals de mensen van GroenLeven.”

Peter Paul Weeda, algemeen directeur van GroenLeven ging in op de verbreding van de strategie van de duurzame energieontwikkelaar naar wind, opslag, waterstof en energielandschappen – slimme oplossingen – en gaf zijn visie: “De sleutel voor een
daadwerkelijke omslag naar een fossielvrije wereld zit ‘m niet in innovatie en techniek. Uiteindelijk zelfs niet in de slimme oplossingen die wij als GroenLeven aanbieden. Het zit ‘m in de realisatie dat we samen in hetzelfde schuitje zitten. Dat we met ingrijpende duurzame projecten bezig zijn die wat vragen van bewoners. Dus zeg ik: betrek wijken, buurten, gemeenten. We staan met elkaar aan de lat om die energiedoelen te behalen. Mensen mee te nemen en ook te inspireren om een bijdrage te leveren aan de energietransitie. Het mobiliseren van geloof en gedeeld eigenaarschap is voor mij een belangrijke missie de komende jaren, het goede doen.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

 “Shell heeft vandaag laten zien dat het de klimaatcrisis niet serieus neemt en geen overtuigende plannen heeft om het vonnis van de rechter uit te voeren. Hierdoor brengt Shell mensenlevens in gevaar. De houding van het bestuur van Shell staat in schril contrast met de luide kritiek die zowel binnen de aandeelhoudersvergadering als als buiten te horen was”, dat zegt Nine de Pater, campagneleider van Milieudefensie dinsdag.

“Milieudefensie is blij om te zien dat zoveel aandeelhouders zich kritisch uitlieten over de vage en ontoereikende ambities van Shell. Maar helaas blijft Shell lijnrecht tegen het vonnis van de rechter ingaan. Daarmee brengt het bedrijf mensenlevens in gevaar“,  zegt Nine de Pater. Zij was in Londen om de Shell de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering te volgen en de druk op het bedrijf op te blijven voeren.

“Er is geen ruimte meer voor nieuwe olie en gasexploratie. De wetenschap laat dat al jaren zien en het Internationaal Energie Agentschap bevestigt dat. Stopt Shell de goedkeuring van nieuwe olie en gasproductie bijvoorbeeld in Argentinië, Zuid-Afrika, Suriname en in een veld diep in de zee bij Nigeria?

Echt ambitieus klimaatplan

Namens 17.000 mede-eiers en nog veel meer ondersteuners vraagt Milieudefendsie om een echt ambitieus klimaatplan met doelen voor de korte termijn. Plannen waarmee het bedrijf niet alleen aan het vonnis, de wetenschap en het beperken van de opwarming van de aarde met 1.5 graden voldoet, maar ook levens kan redden. Dat betekent niet alleen het terugbrengen van de uitstoot van het bedrijf zelf en de gekochte energie, zoals Shell voorstelt. Want dat plan levert nog geen 2,5 % minder uitstoot op. Shell moet van de rechter ook de uitstoot in de zogenaamde scope 3 reduceren, de uitstoot die wordt veroorzaakt door het gebruik van de producten na verkoop. En dat is de grootste boosdoener.

Mensenlevens in gevaar

Gevaarlijke klimaatverandering zorgt nu al voor meer overstromingen, bosbranden en extreme hitte. Iedere dag dat Shell onverminderd doorgaat met zijn gevaarlijke uitstoot, worden meer mensen in hun bestaan bedreigd en hun rechten geschonden”, zei Nine de Pater.

Shell ging in beroep tegen het vonnis, maar dat betekent niet dat ze mogen wachten tot de uitspraak. Milieudefensie en de mede-eisers uit de hele wereld zien dat beroep ook met vertrouwen tegemoet.

Wij rusten niet tot Shell stopt met vernietigen

We gaan dat beroep winnen en zullen niet rusten tot Shell stopt met het vernietigen van levens. Shell houdt vast aan een systeem dat geen toekomst heeft en dat weten zij“, zei de campagneleider in een speech voorafgaand aan de vergadering.

Zolang Shell willens en wetens gevaarlijke klimaatverandering blijft veroorzaken, zolang Shell ons leven en dat van de toekomstige generaties blijft bedreigen zijn wij hier. En beste bestuursleden: We will not back down.”

Ecologische schulden

Alagoa Morris, programmamanager van Friends of the Earth Nigeria: “Het maatschappelijk verantwoord ondernemen van Shell lijkt meer op maatschappelijk onverantwoord ondernemen. De ecologische schulden die het gevolg zijn van de negatieve milieupraktijken van Shell door de jaren heen, wachten op compensatie door Shell. In de Ikarama-gemeenschap in Nigeria sijpelt ruwe olie uit de grond op plaatsen waarvan Shell beweert die te hebben gesaneerd. Shell heeft nooit écht schoon gemaakt.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Fossielvrij NL stapt naar de rechter om KLM te laten stoppen met hun misleidende reclames over duurzaam vliegen. Dat kondigde de klimaatorganisatie vandaag aan in Parijs tijdens de aandeelhoudersvergadering van Air France-KLM. Het is de eerste rechtszaak wereldwijd over misleidende duurzaamheidsclaims van de luchtvaart. De milieurechtadvocaten van ClientEarth en de campagnegroep Reclame Fossielvrij ondersteunen Fossielvrij NL bij deze zaak. 

De rechtszaak gaat over de Fly Responsibly-campagne – waarin KLM zegt “een duurzamere toekomst” te creëren – en om de compensatieproducten die KLM hun klanten aanbiedt. Fossielvrij NL wijst erop dat die campagne en de producten zeer misleidend en daarom strijdig met het recht zijn. Ze wekken namelijk onterecht de indruk dat klanten bij KLM kunnen vliegen zonder de klimaatcrisis te verergeren. Fossielvrij NL eist dat KLM stopt met deze reclames en dat het bedrijf het eerlijke verhaal vertelt over zowel de klimaatontwrichtende gevolgen van vliegen als de noodzaak tot krimp van de luchtvaart.

Hiske Arts, campaigner bij Fossielvrij NL: “Duurzaam vliegen bestaat niet. Vliegen is een van de snelste manieren om de aarde te verhitten, en de oplossingen die KLM aanbiedt zijn niet in staat om dit te voorkomen. De marketing van KLM misleidt reizigers en leidt af van de dringende noodzaak om vliegverkeer te verminderen.”

KLM is van plan de komende decennia te blijven groeien. Die groei botst met de conclusie van het IPCC dat alle sectoren snel en veel emissies moeten terugdringen. De meest recente onderzoeken bevestigen dat de luchtvaart de klimaatdoelen niet kan halen zonder het aantal vluchten te verminderen. Johnny White, advocaat bij ClientEarth: “Het is nu of nooit voor klimaatactie. Het kan niet zo zijn dat luchtvaartmaatschappijen met elkaar concurreren door in reclames te beweren dat ze de klimaatcrisis aanpakken, terwijl ze die juist aanwakkeren. KLM en de luchtvaartsector blijven zich richten op groei tegen elke prijs en ze lobbyen intensief tegen klimaatbeleid.”

KLM biedt klanten aan om via het CO2ZERO-programma hun ‘impact te verminderen’. Zo zouden klanten via herbebossingsprojecten hun deel van de uitstoot kunnen compenseren. Ook kunnen klanten extra betalen voor alternatieve brandstoffen. Maar deze producten zijn volgens Fossielvrij NL niet in staat om de schade van de luchtvaart aan het klimaat weg te nemen. Ze bieden slechts een schijnoplossing.

In april oordeelde de Reclame Code Commissie al dat KLM misleidde over CO2-neutraal vliegen. KLM maakte daarna beperkte aanpassingen in hun teksten, maar blijft hun CO2ZERO-marketing voorzetten. Beslissingen van de Reclame Code Commissie zijn niet bindend. Bedrijven krijgen een advies om de misleidende uitingen aan te passen, maar kunnen zelf kiezen of en hoe ze daaraan voldoen. Hiske Arts van Fossielvrij NL: “De boodschap van KLM aan de consument blijft hetzelfde: voor een beetje geld kun je klimaatschade afkopen, en daarmee blijft KLM zand in onze ogen strooien.”

De klimaatgroepen willen structurele oplossingen om de misleiding te stoppen. Zij starten daarom niet alleen deze rechtszaak, maar roepen ook samen met ruim 30 andere organisaties op tot een Europees verbod op fossiele reclame. Rosanne Rootert, campaigner bij Reclame Fossielvrij: “Om klimaatontwrichting en gezondheidsschade een halt toe te roepen, moeten overheden alle reclames van de luchtvaart verbieden, zoals dat eerder ook gebeurde bij de tabaksindustrie.” Arts: “Tot zo’n verbod er is, moeten we naar de rechter.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Four leading industrial clusters in the Netherlands (Brightlands Circular Space), Belgium (Port of Antwerp-Bruge) and the US today announced that they are working together with the World Economic Forum to reduce their carbon emissions faster through the Transitioning Industrial Clusters towards Net Zero initiative.

Launched at COP26 in November 2021, the initiative aims to accelerate the decarbonization of hard-to-abate industrial sectors, while maximizing job creation and economic competitiveness. The approach focuses on building cross-industry and cross-cluster partnerships to better implement low-carbon technologies – as in the case of the regionally developed Basque Hydrogen Corridor – and on accessing public funding and blended-finance options for clusters’ decarbonization projects.

Under this initiative, the World Economic Forum, working closely with Accenture and the Electric Power Research Institute (EPRI) as knowledge partners, connects private and public stakeholders to assess how to meet individual and collective decarbonization goals, fosters new enabling policies and provides guidance and support for local community engagement.

Industrial clusters are geographic regions where industrial companies are concentrated, making them an attractive target for impactful emissions reduction strategies. Since industrial assets are located in close proximity of each other, sharing of infrastructure (such as CO2 and hydrogen pipelines or renewable energy assets), financial and operational risks, and natural and human resources becomes possible. This also provides opportunities to deploy and scale new green technologies, such as hydrogen and the capture, utilization and storage of carbon for industrial applications, enabling a systemic approach to emissions reduction.

The clusters joining the initiative are:

  • Brightlands Circular Space, together with Brightlands Chemelot Campus, Chemelot, and the Chemelot Circular Hub in Geleen, Netherlands. It will help accelerate the energy transition and circular economy.
  • H2Houston Hub, formed through the Center for Houston’s Future and encompassing more than 100 organizations and companies. It will leverage the Houston area’s position as the US’s largest hydrogen producer and consumer, and use innovation and scale to reduce the cost of clean hydrogen and emissions.
  • Ohio Clean Hydrogen Hub Alliance, with approximately 100 corporate, governmental and community organization members. It will lead the region’s campaign to establish a clean hydrogen hub in the state of Ohio, US.
  • Port of Antwerp-Bruges, Europe’s second-largest port. It will drive the circular economy and energy transition.

These four large industrial emissions centres, involving oil and gas extraction and processing, shipping, heavy-duty transportation, chemicals and other sectors, currently account for CO2 emissions of 296 million metric tonnes per year – greater than the annual emissions of Poland. They employ more than 470,000 people and represent an annual gross domestic product (GDP) of $135 billion.

“Supporting industrial clusters and corporate partners in the development and implementation of their net-zero strategies is at the heart of what we do,” said Roberto Bocca, Head of Energy, Materials and Infrastructure Platform, World Economic Forum. “We are proud to leverage our collaborative platform and expertise in partnership building to grow the clusters initiative as well as other decarbonization efforts we support, such as the First Movers Coalition, Mission Possible Partnership and Clean Hydrogen Initiative.”

The four new clusters join four others in the UK (Zero Carbon Humber and Hynet North West), Australia (Kwinana Industries Council) and Spain (Basque Net-Zero Industrial Supercluster), which were part of the initial launch of the initiative. Based on metrics provided by each cluster, all eight clusters could potentially save more than 334 million tonnes of CO2 – more than the equivalent annual emissions output of France. They could also create and protect 1.1 million jobs and contribute $182 billion to regional GDP.

“The Ohio Clean Hydrogen Hub Alliance seeks to locate a clean hydrogen hub in the state of Ohio, leading to the eventual decarbonization of much of the transportation, electricity, industrial and heating sectors,” said Kirt Conrad, Co-Founder, Ohio Clean Hydrogen Alliance and Chief Executive Officer, Stark Area Regional Transit Authority. “Investment into a clean hydrogen hub in Ohio will help create massive economic, environmental and health benefits for the state and its citizens.”

“With our focus on becoming the premier circular ecosystem in Europe, it is of upmost importance that we foster competitive collaboration between the companies in our cluster as well as with other global clusters,” said Lia Voermans, Director Brightlands Circular Space, “We believe that this initiative provides a gateway to access the best practices and processes supporting industrial decarbonization.”

The new clusters are already actively advancing their decarbonization journey. For instance, the Port of Antwerp-Bruges is starting to convert hydrogen into sustainable raw materials and fuel for the port’s chemicals sector, whereas the Ohio Clean Hydrogen Hub Alliance has developed hydrogen fuel cell buses which tour around the US, educating transit authorities on the potential and viability of clean transportation. However, to achieve net-zero emissions, these efforts must be scaled up. Often, financial mechanisms, rather than technology, are the main roadblock, and policy frameworks to support valuable future technologies are lacking. As value chains are transformed, the creation of new partnerships will be key.

“The Houston region has the talent, expertise and infrastructure needed to lead the global energy transition to a low carbon world,” said Brett Perlman, CEO of the Center for Houston’s Future. “Clean hydrogen, alongside carbon capture, use and storage are among the key technology areas where Houston is set to succeed and can be an example to other leading energy economies around the world.”

“The Port of Antwerp-Bruges hosts Europe’s largest chemical cluster and supports the European Green Deal to become climate neutral by 2050,” said Jacques Vandermeiren, Chief Executive Officer, Port of Antwerp. “To reach this goal we will all have to work together with respect for individual company needs, industry characteristics and timing. The Transitioning Industrial Clusters towards Net-Zero initiative is a means to inspire and incentivize companies to share best practices in our common pursuit of staying well below 2°C.”

In addition to the eight clusters currently involved in the initiative, more than a dozen in the US, Europe and the Asia-Pacific region are also in the process of joining. The aim is to build a community of 100 global industrial clusters to accelerate industrial decarbonization.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Today, five leading companies from across Asia, Europe, and North America announced their plan to join the NextGen CDR Facility (NextGen) as founding buyers to dramatically scale up carbon removal technologies and catalyze the market for high-quality carbon removals. Founding buyers in NextGen will include Boston Consulting Group, LGT, Mitsui O.S.K. Lines, Swiss Re, and UBS. The establishment of NextGen follows last year’s announcement by South Pole, recently approved as an Implementing Partner of the First Movers Coalition (FMC), and its development was strongly influenced by the Carbon Removal Climate Action Group of the World Economic Forum Alliance of CEO Climate Leaders. The FMC, a partnership between the U.S. State Department’s U.S. Special Presidential Envoy for Climate and the World Economic Forum, is an ambitious alliance of companies harnessing their purchasing power to create early markets for innovative climate technologies.

As a first step, NextGen plans to purchase over one million tonnes of verified carbon dioxide removals (CDRs) from projects generated from a range of technologies by 2025, with verified CDRs to be delivered by 2030. Companies joining the facility are making an immediate impact by providing the financial mechanisms to scale up high-quality solutions that aim to meet robust industry standards set by the International Carbon Reduction & Offsetting Alliance (ICROA).

Credible CDR solutions must be scaled up exponentially to achieve the removal of 3 Gigatons of carbon annually by 2030* in order to avoid overshooting the 1.5°C global warming target**. However, the cost of carbon removals from technological projects today is very high, preventing mass market adoption that is critical in reaching this global climate milestone in less than a decade. Purchasing CDRs that can be realized this decade allow technology providers to finance their operations and to scale up, resulting in lower prices over time. By aggregating the demand for CDRs from leading companies, NextGen will create a market for more permanent technical carbon removals and allow these innovative projects to scale.

NextGen has successfully curated a pipeline of projects using five innovative removal approaches (Biomass Carbon Removal and Storage (BiCRS), Direct Air Capture and Storage (DACS), Enhanced Weathering, High-Temperature Biochar, and Product Mineralization) that require capital for deployment. Going forward, NextGen will continue basing its purchase decisions on the best available science and with reference to best-practice guidance as it continues to evolve.

Despite growing interest for technical CDRs, purchases of CDRs remain fairly limited, with estimates of purchases in 2021 amounting to less than 100 ktCO2 tonnes. Nonetheless, projections from a recent study suggest demand for these removals could increase by as much as 623 MtCO2 per year by 2030***. However, supply of removals needed to meet this demand – especially high-quality and verified CDRs – remains severely limited. Projections from the same study indicate supply could fall short by as much as 66% of this demand in 2030.

To address this gap, NextGen will ensure alignment with ICROA-endorsed methodological frameworks including the CCS+ Initiative, an alliance of organizations focused on establishing credible, scientifically backed methodologies and verification standards that advance carbon accounting for a range of carbon capture, utilization, storage and removal technologies, to ensure environmental integrity.

“Investment in emerging climate technologies is needed today to unlock their potential and achieve net-zero emissions by 2050. We look forward to becoming an anchor buyer in the Next Gen Facility and supporting pioneering carbon removal technologies that will permanently remove emissions from the atmosphere at scale,” says Christoph Schweizer, CEO of Boston Consulting Group.

“We are still a long way from achieving our climate goals. Business, society and politics are moving in the right direction far too slowly. To become net zero as quickly as possible, we need innovative technical solutions for CO2 removal. We are convinced that NextGen is exactly the right model to find, promote and scale these carbon dioxide removal (CDR) solutions. Because it pools the commitment and ensures that the money flows into the right projects,” says H.S.H. Prince Max von und zu Liechtenstein, Chairman LGT.

“Recognizing the coming 10 years will be the decisive decade for our livable future, we are thrilled to become an anchor buyer in the Next Gen CDR Facility to support carbon removal technologies which must scale to limit global warming to safe levels. This effort is a part of MOL’s broader goal to achieve net-zero emissions by 2050. By taking responsible actions before regulations tell us what to do, we will ensure a prosperous future by contributing to the sustainable growth of people, society, and the planet, for all life living in the next generation,” says Takeshi Hashimoto, President & CEO of Mitsui O.S.K. Lines, Ltd.

“One of the ambitions of the World Economic Forum Alliance of CEO Climate Leaders is to support its members in accessing the nascent market for high-quality technological carbon removal. In NextGen we have found the ideal implementation partner to collectively source verified removals from a broad range of suppliers, technologies and geographies. I’m delighted that Swiss Re joins forces with the fellow NextGen participants in helping to accelerate the net-zero transition,” says Christian Mumenthaler, Swiss Re Group Chief Executive Officer and Co-Chair of the World Economic Forum Alliance of CEO Climate Leaders.

“As the world shifts toward a lower carbon future, we are committed to partnering with other leading organizations to identify and advance innovative, scalable ways forward through technological progress. In support of this goal, we are delighted to participate in the launch of the NextGen CDR Facility comprehensive carbon removal initiative, an exciting step on the journey to develop the solutions the world needs to achieve net-zero emissions by 2050,” says Ralph Hamers, UBS Group CEO.

“We are halfway between the Paris Agreement and 2030, by which time we need to have halved our emissions to be on track for net zero in 2050. Yet we are nowhere close to meeting that goal. Technological carbon removals are one important tool in our toolbox to tackle this enormous challenge. South Pole is proud to have been part of developing a facility that can create a removals market today by buying over 1 million tonnes of emission reductions by 2025, developing credible standards and using significant financial commitments to scale up emerging technologies that help remove gigatons of carbon dioxide from the atmosphere ,” says Renat Heuberger, CEO of South Pole.

“Ensuring the quality of carbon removals will be central in building a credible carbon removals market. What this Facility is doing is instrumental to the creation of such a robust removals market. Science-based targets and the use of carbon credits for Beyond Value Chain Mitigation require a full verification and assurance of the related corporate climate claims, and the use of carbon removals is no exception. Regardless of the type of investment or timeline, there is still a need for clear benchmarks and verification when it comes to corporate climate action,” says Mark Kenber, co-Executive Director, Voluntary Carbon Markets Integrity initiative (VCMi).

“Carbon removal is evolving from ideas into real projects on the ground. As the market matures to support scale-up and deployment of these solutions, initiatives like this facility are crucial in creating transparent, reliable places to buy and sell carbon removal products and services,” says Marcius Extavour, Chief Scientists and EVP of Climate & Energy at XPrize.

Notes

According to the Energy Transitions Commission (ETC), we need to remove 3.6Gt of carbon every year by 2030 in order to keep global temperature increase below 1.5 °C https://www.energy-transitions.org/publications/mind-the-gap-cdr

** According to the IPCC Special Report “Global Warming of 1.5 °C” (SR15) there is an urgent need to scale up efforts to remove carbon from the atmosphere in order to achieve the 100-1,000 Gt of carbon removals by 2050 required to keep global warming within 1.5°C. If we are to reach net zero GHG emissions by 2050, we will require both nature-based and technological solutions in addition to steep decarbonisation and emissions avoidance efforts (such as forest conservation).

*** “Technical CO2 Removals Market: Present and Future.” Geet Kalra, Jahnavi Muppaneni, Margaret Bertasi, Michael Proudfoot, and Navendu Sharma, Tuck School of Business at Dartmouth College, 2022

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Meer CO₂ besparen door laadsessies beter af te stemmen op het actuele aanbod hernieuwbare energie. De techniek is er al. De huidige eisen in veel openbare aanbestedingen vormen echter nog een obstakel. Dat kan anders. TotalEnergies pleit in een position paper voor een herziening van die eisen, zodat ons stroomnet duurzamer én efficiënter kan worden ingezet.

Minimum load requirement

Bij aanbestedingen voor de aanleg van publieke laadinfrastructuur wordt vaak in het programma van eisen een minimum load requirement (MLR) opgenomen. Deze voorwaarde bepaalt dat een gebruiker van een laadpunt op elk willekeurig moment kan rekenen op een minimaal vermogen waarmee zijn auto wordt opgeladen. In de praktijk varieert deze MLR tussen de 8A en 12A,5, wat neerkomt op 50% tot 80% van het maximale laadvermogen van een EV.

De vraag naar en het aanbod van stroom op het net is niet altijd gelijk. Op bepaalde momenten van de dag is de vraag naar stroom groter dan op andere momenten. Door de toename van elektrische voertuigen wordt netcongestie een steeds groter probleem. Daarbij is wind- en zonnestroom een wisselend aandeel van duurzame energie in de Nederlandse energiemix. Er is daarom in toenemende mate behoefte aan infra die flexibel omgaat met de wisselende netcapaciteit en het wisselende aanbod van duurzame energie.

Voertuigen staan vaak langer bij een paal dan nodig is om het voertuig op te laden (denk aan voertuigen die ’s avonds worden aangesloten en pas ’s ochtends weer worden afgekoppeld). Die extra tijd biedt de flexibiliteit om voertuigen te laden als er voldoende (groene) stroomcapaciteit op het net is en minder te laden als er minder (groene) stroomcapaciteit op het net is. Dankzij nieuwe stuuralgoritmes is laadinfrastructuur in staat om het laadmoment binnen de laadsessie te verschuiven om op deze capaciteit in te spelen. Dit heet slim laden.

Obstakel voor slim laden en energietransitie

De MLR bepaalt dat, ongeacht de situatie op het net, er te allen tijde met een minimaal vermogen geladen moet worden. De MLR houdt daarmee geen rekening met de fluctuaties van duurzame energieopwek en met de beschikbare capaciteit op het net. Op die manier kan een MLR juist bijdragen aan de congestie op het. Daarmee vormt de MLR een obstakel voor slim laden, de netbeheerder, de afname (consumptie) van duurzame energie en bij de verdere elektrificatie van het Nederlandse wagenpark.

Effecten op CO₂-reductie

Uit een steekproef van 45.000 laadsessies op 1.300 laadpunten is gebleken dat zonder MLR een CO₂-reductie van 21% behaald kan worden. Dezelfde laadsessies met een MLR van 12,5 Ampere (zoals voorgesteld in meerdere Programma’s van Eisen) reduceerden slechts 0,5%, m.a.w. zonder MLR kan tot 42 keer meer CO₂-uitstoot worden vermeden.

Alternatieve voorwaarde in PvE’s

TotalEneries pleit daarom om de MLR los te laten en te kiezen voor een alternatieve voorwaarde: de minimum energy requirement (MER). Daarbij wordt in tegenstelling tot de MLR niet uitgegaan van een bepaald laadvermogen op een willekeurig moment, maar van de benodigde energie gedurende een bepaalde periode (de laadsessie). Daarmee wordt het mogelijk om de extra tijd die een voertuig aan een laadpaal staat te gebruiken om het laadvermogen af te stemmen op de belasting (congestie) van het net of op de beschikbaarheid van stroom uit duurzame bronnen (wind, zon).

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Op 19 oktober 2022 wordt voor de vierde maal de Marc Cornelissen Brightlands Award uitgereikt. We zijn op zoek naar een duurzaamheidspionier die in de geest van Marc Cornelissen, met moed en doorzettingsvermogen grenzen doorbreekt om klimaatverandering tegen te gaan en de circulaire transitie helpt versnellen. Aan deze aanmoedigingsprijs is een geldbedrag van €35.000 verbonden.

De impact van klimaatverandering is elke dag voelbaar. Het is deze urgente context waarin deze award zijn waarde wil bewijzen door duurzaamheidspioniers aan te moedigen om vooral door te zetten. De circulaire transitie is een belangrijk antwoord op klimaatverandering. We hebben echter veel pioniers nodig om de circulaire transitie te versnellen en de balans met de aarde te herstellen voor de komende generaties. Daarbij hoort dat we op een andere manier met ons voedsel en afval omgaan, maar ook dat het gebruik van land en energiebronnen moet veranderen en we bewuster en gezonder gaan leven.

Ben jij zo’n pionier? Jouw deelname aan deze Award kan de volgende stap zijn van je persoonlijke expeditie, op weg naar versnelling van de circulaire transitie voor een toekomstbestendige samenleving.

  • Op 19 oktober 2022 wordt voor de vierde keer de Marc Cornelissen Brightlands Award uitgereikt
  • Aan de award is een geldbedrag van € 35.000 verbonden
  • Duurzaamheidspioniers kunnen zich tot uiterlijk 15 juni 2022 kandidaat stellen

Stichting Marc Cornelissen Brightlands Award

Het doel van de stichting is het periodiek toekennen van de Marc Cornelissen Brightlands Award en het verrichten van alle verdere handelingen die daarmee verband houden of daartoe bevorderlijk zijn, in de ruimste zin van het woord. De stichting heeft geen winstoogmerk en zal niet meer vermogen aanhouden dan redelijkerwijs nodig is om de werkzaamheden voor het doel van de stichting voort te zetten. De stichting is aangemerkt als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI), wat inhoudt dat zij jaarlijks informatie verstrekt over de wijze waarop de ANBI-doelstelling wordt bereikt. De Award wordt toegekend door een onafhankelijke jury.

Ambitie

In de geest van Marc Cornelissen is het de ambitie om van deze Award een drijvende kracht te maken achter de ontwikkeling van een community van getalenteerde duurzaamheidspioniers in Nederland en de Euregio. Een community die bijdraagt aan Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties, ondersteund door een netwerk van individuen en bedrijven met een hart voor talentontwikkeling op het gebied van duurzaamheid in het algemeen en circulariteit in het bijzonder. Hierdoor kan deze prijs uitgroeien tot een landelijk erkende talentenprijs op het gebied van initiatieven die bijdragen aan de duurzame samenleving in het algemeen en de circulaire transitie in het bijzonder.

Bestuur

Het bestuur van de Stichting Marc Cornelissen Brightlands Award bestaat uit:

Maria van der Hoeven, voorzitter
Maurice Olivers, secretaris/penningmeester
Inge Bomhof-Arends, bestuurslid
Mat Quaedvlieg, bestuurslid
Michel Schuurman, bestuurslid
Guy Vroemen, bestuurslid

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Vandaag gaf wethouder Arjan Kraijo (Ruimtelijke ordening, volkshuisvesting, duurzaamheid en milieu) van gemeente Alblasserdam het officiële startsein voor de ingebruikname van het grootste zonnedak van Zuid-Holland. Het zonnepanelenproject is uitgevoerd door GroenLeven, de Nederlandse dochteronderneming van BayWa r.e. De PV-installatie is gelegen op het dak van het distributiecentrum (dc) Goodman Alblasserdam Logistics Centre. Het dc, ontwikkeld door logistiek vastgoedontwikkelaar en -belegger Goodman omvat meer dan 33.000 m2 aan zonnepanelen. Dit is gelijk aan vijf voetbalvelden en kan jaarlijks 2.000 huishoudens van stroom voorzien.

Meer dan 3.770 ton CO2-uitstoot voorkomen

Het zonnedak met in totaal 17.100 panelen, levert 7MWp groene stroom per jaar. Ruim voldoende om het distributiecentrum én de directe omgeving van stroom te voorzien. De groene energie wordt direct terug geleverd via het net en lokaal beschikbaar gemaakt voor particuliere verbruikers. Hierdoor wordt naar schatting met deze installatie ongeveer 3.770 ton CO2-uitstoot voorkomen, gelijk aan de uitstoot die jaarlijks door ongeveer 1.900 huishoudens wordt geproduceerd.

Bovendien is er een slim metersysteem geïnstalleerd, waardoor de klanten direct hun energieverbruik kunnen meten en bijsturen. Het logistiek centrum is tevens bekroond met het BREEAM Excellent-duurzaamheidscertificaat, de benchmark voor duurzame gebouwen inclusief de directe omgeving.

Volledig verhuurd

De bouw van het dc van meer dan 65.000 m2, startte ruim twee jaar geleden en is eind 2021 opgeleverd en inmiddels volledig verhuurd. Klanten zijn onder andere het Japanse Kubota, producent van landbouwmachines, Movus Logistics en Braanker.

Foto: vlnr: wethouder Arjan Kraijo, Lien Standaert, Countrymanager Goodman Nederland en België, Peter Jong, Manager Rooftop Operations, BayWa r.e./Groen Leven

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De Rabo Duurzame Innovatieprijs (RDI) 2022 is dit jaar voor NoPalm Ingredients (duurzaam alternatief voor palmolie), HoCoSto (verwarmen huizen en gebouwen met duurzame energie), Psylaris (virtual reality oplossingen voor behandeling van post-traumatische stressstoornis en angsten), CORE (recyclen van batterijen). Rabobank beloont de vier bedrijven voor hun inzet voor een betere wereld. Op de Floriade in Almere namen de winnaars hun prijs van 20.000 euro en deelname aan een speciaal accelerator programma van onze partner Yes!Delft in ontvangst. ECG Excellence, een bedrijf dat sneller hartafwijkingen kan ontdekken, won de ledenprijs. Zij krijgen een inspiratiemiddag in de Malietoren van VNO-NCW en MKB-Nederland en een bedrag van 5.000 euro.

Inzet voor duurzaamheid

Om de klimaatdoelen van Parijs te halen, is er actie nodig van de overheid, consumenten en van bedrijven. Nederland heeft talloze bedrijven die werken aan duurzame oplossingen voor een betere wereld. Om dat aan te jagen is de Rabo Duurzame Innovatieprijs – vroeger de Herman Wijffels Innovatieprijs – in het leven geroepen. Of het nu gaat om het hergebruiken van grondstoffen, het inzetten van digitale oplossingen of het opwekken van duurzame energie, de Innovatieprijs stimuleert ondernemers met innovatieve oplossingen die ertoe doen. De uitreiking van de RDI wordt georganiseerd in samenwerking met Yes!Delft en VNO-NCW en MKB-Nederland.

NoPalm Ingredients, winnaar categorie Voedseltransitie

In de categorie Voedseltransitie wint NoPalm Ingredients. Zij brouwen microbiële olie als alternatief voor palmolie, door aardappelschillen en suikerbietenloof te fermenteren. Carin van Huët, juryvoorzitter Voedseltransitie: “Palmolie wordt gebruikt in talloze producten, zoals koekjes, cosmetica en babyvoeding. Helaas wordt nog niet alle palmolie duurzaam geproduceerd en worden voor de aanleg van sommige palmolieplantages bossen gekapt. NoPalm Ingredients heeft dé oplossing om bossen, dieren en de lokale bevolking te beschermen. Met het veranderen van één ingrediënt, willen zij de wereld veranderen. In slechts een jaar tijd heeft het bedrijf zichzelf internationaal op de kaart gezet en dat is bewonderenswaardig.”

HoCoSto, winnaar categorie Energietransitie

HoCoSto wint in de categorie Energiestransitie. Het bedrijf zorgt er met de opslag van warm water voor dat woonwijken en gebouwen 365 dagen per jaar verwarmd worden met duurzame energie. In de zomer wordt een waterbassin verwarmd door zonnepanelen, in de winter komt het warme water uit een buffer. Judith Cok, voorzitter Energietransitie: “De stijgende energieprijzen door de verschrikkelijke oorlog in Oekraïne laten nogmaals zien dat we op zoek moeten naar duurzame alternatieven voor gas. HoCoSto laat zien dat we wijk voor wijk van het gas af kunnen. Dat is goed voor het klimaat en goed voor je portemonnee.”

Psylaris, winnaar categorie Vitale gemeenschappen & zorg

In de categorie Vitale gemeenschappen & zorg is de winnaar Psylaris. Zij ontwikkelen virtual reality oplossingen voor de geestelijke gezondheidszorg, die gebruikt worden bij het behandelen van een posttraumatische stressstoornis (PTSS), met het verminderen van angstklachten en het aanleren van ontspanningsoefeningen. Deze technologie wordt gebruikt door de behandelend arts. Juryvoorzitter Michel van Schaik: “Virtual reality in de zorg staat echt nog in de kinderschoenen, maar Psylaris laat zien dat het kan: angstklachten overwinnen met de hulp van een professional én technologie. Een schoolvoorbeeld van co-creatie tussen ondernemers, zorgprofessionals, GGZ-instellingen en eindgebruikers. Publiek-private samenwerking is dé manier om de noodzakelijke zorgtransformatie te versnellen. Nu harder nodig dan ooit! ”

CORE, winnaar categorie Circulair ondernemen

De categorie Circulair ondernemen wordt gewonnen door CORE, die een techniek heeft ontwikkeld om batterijhoudende producten op een veilige manier te verwerken, waardoor minder branden ontstaan in de recycling industrie. Juryvoorzitter Björn Aarts: “Samen zijn we verantwoordelijk voor maar liefst twee miljard ton afval per jaar. Het ene product is veel makkelijker te recyclen dan het andere, maar een ding is zeker: we moeten veel meer producten hergebruiken. CORE heeft de oplossing om batterijhoudende producten te recyclen, met veel minder kans op het ontstaan van brand. Hiermee wordt een belangrijke bottleneck opgelost om meer producten te recyclen en dat is goed nieuws voor onze toekomst. CORE heeft een super gedreven en divers team dat bestaat uit jong talent, dat erin geslaagd is om de samenwerking aan te gaan met de industrie. Dat is een vereiste om succesvol te kunnen zijn in de circulaire economie.”

ECG Excellence wint de ledenprijs

Rabobank-leden konden de afgelopen weken via de Rabo App stemmen op hun favoriete finalist. Met 16,5% van de stemmen won ESG Excellence. Zij ontwikkelden een speciale methode waarmee artsen met Electrocardiogram-gegevens snel hartafwijkingen of hartproblemen kunnen ontdekken.

Over de Rabo Duurzame Innovatieprijs

Sinds 2002 kent Rabobank de innovatieprijs jaarlijks toe. Inzendingen worden beoordeeld op innovatief vermogen, maatschappelijke impact, duurzaamheid, klantfocus en rentabiliteit. Met de Rabo Duurzame Innovatieprijs stimuleert Rabobank ondernemers te werken aan innovatieve oplossingen die impact hebben op de maatschappij en een bijdrage leveren aan een betere wereld. Het stimuleren van innovatie past in de missie Growing a better world together. In het najaar van 2022 opent de inschrijving van de Rabo Duurzame Innovatieprijs 2023.

 

[ad_2]

Source link

Berichten paginering