[ad_1]

Nobian en de Green Investment Group (GIG) van het Australische Macquarie bundelen hun krachten in een nieuw ​​toonaangevend groen waterstofbedrijf: de Hydrogen Chemistry Company (HyCC). HyCC zal veilige, betrouwbare, en betaalbare groene waterstof gaan leveren voor de verduurzaming van grote industrieën, zoals de luchtvaart, staalproductie, chemie en raffinaderijen.

Met de oprichting van een bedrijf dat gespecialiseerd is in waterelektrolyse voor de productie van groene waterstof uit hernieuwbare energie en op industriële schaal wordt een unieke stap gezet. Dankzij de combinatie van Nobian’s expertise in grootschalige elektrolyse en GIG’s wereldwijde ervaring met duurzame projectontwikkeling kan HyCC haar investeringen versnellen en meer grootschalige projecten realiseren.

HyCC gaat van start met een team van specialisten op het gebied van waterstoftechnologie en projectmanagement. Het bedrijf beschikt over een projectportfolio van meer dan 400 megawatt aan elektrolyseprojecten. Dit omvat onder meer een geplande installatie van 60 megawatt in Delfzijl, die waterstof zal leveren voor de productie van hernieuwbare methanol en vliegtuigbrandstoffen, een project van 100 megawatt in IJmuiden om duurzame staalproductie mogelijk te maken, en een fabriek van 250 megawatt in Rotterdam om waterstof uit fossiele bronnen te vervangen. Door de samenwerking kan HyCC deze portfolio verder vergroten en uitbreiden naar de Europese markt.

Nobian, GIG en HyCC

Kate Vidgen, Hoofd Industrietransitie en Clean Fuels bij GIG: “Groene waterstof is cruciaal om de uitstoot te verminderen in industrieën die traditioneel moeilijk te verduurzamen zijn. Denk daarbij aan staal en de chemische industrie maar bijvoorbeeld ook aan scheepvaart en luchtvaart. We verwachten een versnelling in de energietransitie en zien er daarom naar uit om samen met een ervaren bedrijf op dit gebied te investeren en industrieën te helpen hun emissies te verminderen.”

Michael Koenig, CEO van Nobian: “We zijn erg enthousiast over deze unieke stap voor zowel Nobian als GIG. Met onze toonaangevende en langdurige expertise in grootschalige elektrochemie zijn we in staat om te investeren in de snel groeiende waterstofmarkt. Hiermee creëren we niet allee meer waarde maar dragen we ook bij aan een lagere CO2-uitstoot en duurzame economische groei.”

Marcel Galjee, Managing Director van HyCC: “We hebben een sterk team en een gezonde portfolio van grootschalige groene waterstofprojecten. De steun van deze twee toonaangevende bedrijven stelt ons in staat om verder op te schalen en een ​​leider te worden in de veilige en betrouwbare levering van groene waterstof. Zo kunnen we een essentiële bijdrage te leveren aan de EU-doelstelling om 40 gigawatt aan waterelektrolyse te realiseren in 2030”.

Sluiten van de deal

GIG en Nobian hebben elk een aandeel van 50% in HyCC en de deal zal naar verwachting in maart 2022 worden afgerond (onder voorbehoud van de daarvoor benodigde goedkeuring door de instanties).

Groene waterstof

Groene waterstof wordt gemaakt door water te splitsen in zuurstof en waterstof met elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, in een proces dat waterelektrolyse wordt genoemd. Het produceren of verbranden van groene waterstof levert geen CO2-uitstoot op en de waterstof kan worden ingezet ter vervanging van fossiele brandstoffen of voor nieuwe circulaire vormen van productie. De waterstof kan bijvoorbeeld worden gecombineerd met CO en CO2 uit industriële processen om nieuwe brandstoffen en grondstoffen te maken voor de chemische industrie.

GIG heeft al meerdere deals in waterstof aangekondigd in verschillende regio’s met een focus op het ondersteunen van de industriële transitie en de overstap naar schonere brandstoffen. Nobian beheert meerdere grootschalige elektrolyse-installaties in Nederland en Duitsland voor de productie van chloor en natronloog, waarbij gebruik wordt gemaakt van een technologie die vergelijkbaar is met die van waterelektrolyse.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Partner

Thuiswinkel.org en softwareleverancier BigMile slaan de handen ineen voor de CO2-berekeningen van bezorging van pakketten aan consumenten. “Dankzij de samenwerking kan nu op een eenvoudige manier worden gewerkt met recentere en accuratere data. Zo kan de gehele retailsector zijn uitstoot op dezelfde manier rapporteren, reduceren en compenseren”, zegt Marlene ten Ham, directeur van Thuiswinkel.org.

Sinds 2019 kunnen online retailers al gebruik maken van de rekentool Bewust Bezorgd om consumenten inzicht te geven in de emissies die gepaard gaan met het afleveren van hun bestellingen. Daarnaast kunnen webwinkels, door het gebruik van Bewust Bezorgd, de consument in staat stellen te kiezen voor de meest duurzame bezorgoptie. Thuiswinkel.org ontwikkelde dit rekenmodel in samenwerking met webwinkels, vervoerders, Topsector Logistiek en TNO.

Actuele data

Bewust Bezorgd geeft informatie over de CO₂-uitstoot van het versturen van pakketten in de last-mile: vanaf het warehouse van de webwinkel tot aan het thuisadres van de klant of het gekozen afhaalpunt. Tot voor kort moesten de onderliggende emissiedata van vervoerders steeds manueel geüpdatet worden om een actueel en correct beeld te hebben van de CO₂-impact. Dankzij de koppeling van Bewust Bezorgd met BigMile is dit proces nu geautomatiseerd.

“Het geven van inzicht op basis van actuele data van vervoerders, is waar Bewust Bezorgd en BigMile elkaar perfect aanvullen”, licht Jack Pool, directeur van BigMile, toe. “Wij kunnen de werkelijke uitstoot van retailers en transporteurs berekenen conform diverse goedgekeurde methoden en Bewust Bezorgd voeden met deze informatie in het juiste formaat, zodat retailers op uniforme en onafhankelijke manier rapporteren.” Ten Ham vult aan: “Dit betekent dat de consument altijd in staat gesteld kan worden om de meest duurzame afleveroptie te kiezen, ongeacht de vervoerder waar de retailer mee werkt.”

Aflevermethode

Omdat de uitstoot per aflevermethode (volgende dag levering, avondlevering of levering bij een afhaalpunt) kan verschillen, biedt Bewust Bezorgd dankzij deze samenwerking retailers de mogelijkheid om de benodigde CO2-uitstoot per aflevermethode te berekenen. Op dit moment voeren BigMile en Thuiswinkel.org enkele pilots uit met omnichannel retailers, om ook levering vanuit winkels mee te kunnen nemen in het model.

Het uiteindelijke doel van Bewust Bezorgd is om transparant te zijn over de uitstoot, op een eerlijke en uniforme manier te meten én de consument in staat te stellen om te kiezen voor duurzame(re) bezorging. “Dankzij deze mooie samenwerking met BigMile is een cruciale stap gezet in de verduurzaming van de e-commercelogistiek”, aldus Marlene ten Ham.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Partner

De Consumentenbond, Natuur & Milieu en WISE hebben Pure Energie wederom benoemd tot de allergroenste energieleverancier van Nederland. Dat blijkt uit het onderzoeksrapport dat vandaag is gepubliceerd. Het is de 9e keer op rij dat dit gebeurt, een unieke prestatie waar Pure Energie super trots op is. Pure Energie is daarmee de enige leverancier van deze omvang die zowel op de particuliere als op de zakelijke markt de maximale score behaalt (10,0).

Hoe groen is onze stroom nu echt

De jaarlijkse verkiezing is een initiatief van de Consumentenbond, Natuur & Milieu en WISE. De autoriteiten beoordelen alle energieleveranciers, groot en klein, en bepalen de duurzaamheid van de bedrijven met straf- en duurzaamheidspunten. Alle leveranciers worden getoetst op drie bedrijfsonderdelen: investering, inkoop en levering.

Het doel van de verkiezing is om consumenten en bedrijven inzicht te geven in hoe groen de stroom in de energiemarkt nu echt is. Voor veel consumenten en bedrijven is het namelijk niet transparant waar leveranciers hun stroom vandaan halen en wat er precies door de kabels richting het stopcontact komt.

Geen sjoemelstroom

Het rapport legt onder andere bloot dat een “groen etiket” niet altijd wil zeggen dat een leverancier ook 100% groen is. Veel leveranciers kopen grijze stroom in kopen daar losse GvO’s bij (Garantie van Oorsprong). Met deze certificaten mag de claim gemaakt worden groene stroom te verkopen, terwijl dat in werkelijkheid niet zo is. Ook wordt inzichtelijk dat in sommige gevallen weliswaar groene stroom wordt geleverd aan de particuliere markt, maar grijze stroom naar de zakelijke markt wordt verplaatst. Wat verklaart dat er bij veel leveranciers voor de zakelijke markt een lagere score uitkomt.

“Van sjoemelstroom is bij ons geen sprake”, zegt Marcel Bovenmars, directeur bij Pure Energie. “De enige reden dat wij zowel particulier als zakelijk een 100% score halen, is dat wij alles zelf lokaal opwekken met wind- en zonneparken. En we verkopen nooit meer dan we opwekken. Wij zijn er trots op voor de 9e keer beloond te worden met ons duurzame beleid. Het stimuleert ons door te gaan met onze missie: schone energie voor iedereen.”

 

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De uitstoot van Europa’s 20 grootste vlees- en zuivelbedrijven – waaronder Danish Crown, Nestlé, Danone, Tönnies, FrieslandCampina en Coren – overtreft landen als Nederland en Denemarken, maar slechts drie bedrijven hebben toegezegd hun totale uitstoot van vee te verminderen, onthult nieuw onderzoek van The Institute for Agriculture and Trade Policy (IATP) vandaag. Het rapport wordt gelanceerd voorafgaand aan de mededeling van de Europese Commissie over “duurzame koolstofcycli”, die in de week van 13 december zal verschijnen. publieke middelen om onverklaarbare vrijwillige koolstofmarkten te ondersteunen. De Commissie is ook van plan de productie van biogas uit mest uit te breiden via de richtlijn hernieuwbare energie.

Emissies onmogelijk Europa: hoe Europa’s grote vlees en zuivel de planeet opwarmen, berekent dat de uitstoot van de 35 grootste vlees- en zuivelbedrijven gelijk is aan bijna 7% van de totale uitstoot van de EU in 2018. Het onthult:

  • De 20 grootste vlees- en zuivelbedrijven produceren bijna een derde (131%) meer uitstoot van broeikasgassen dan Nederland, de 6e economie van Europa en bijna vijf keer zoveel als Denemarken (492%).
  • De gecombineerde uitstoot van de 20 grootste bedrijven is gelijk aan bijna alle uitstoot van de Italiaanse oliegigant Eni, en is gelijk aan 60% van de uitstoot van het Franse fossiele brandstofbedrijf Total.
  • Zeven van de tien bedrijven die in de loop van de tijd werden gevolgd, zagen hun klimaatvoetafdruk tussen 2016 en 2018 groeien. De uitstoot van de Ierse rundvleesproducent ABP steeg met 45% en het Duitse Tönnies, dat aan Aldi levert, met 30%.

Shefali Sharma, Europees directeur van IATP, zei: “De klimaatvoetafdruk van de grote vlees- en zuivelbedrijven in Europa wedijvert met de fossiele brandstofreuzen, maar ze blijven ongestraft opereren. Het handjevol bedrijven dat klimaatplannen heeft, vertrouwt op boekhoudtrucs, greenwash en dubieuze compensaties om af te leiden van de fundamentele veranderingen die nodig zijn om de uitstoot te verminderen, terwijl ze veel van de kosten en risico’s afwentelen op boeren in hun toeleveringsketens.”

Analyse van de klimaatdoelstellingen en plannen van de 20 grootste bedrijven bracht zes belangrijke benaderingen aan het licht – geen ervan omvat een verschuiving naar agro-ecologische landbouw of de productie van minder en beter vlees en zuivel, die het grootste potentieel bieden om de uitstoot te verminderen.

  • Compensatie van emissies: Bedrijven zoals Danone en Arla, die Castello-kaas produceren, zijn van plan hun emissies te compenseren door praktijken die koolstof voor altijd vastzetten in de bodem. Koolstof komt snel vrij bij verstoring van de bodem of door overstromingen, droogte en brand. Veel bedrijven, waaronder Nestlé, Danish Crown en de Nederlandse vleesverwerker Vion, zijn van plan om een ​​deel van hun uitstoot te compenseren door dierlijke mest om te zetten in zogenaamd ‘biogas’.
  • Greenwash: Veel bedrijven beweren de uitstoot te verminderen door slecht gedefinieerde “regeneratieve landbouwpraktijken”, die beweren gezondere bodems te creëren. Bedrijven investeren relatief weinig in deze praktijken en leggen het grootste deel van de kosten en risico’s af op de boeren. De financiering van Danone voor regeneratieve landbouw bedraagt ​​slechts één dag van zijn jaarlijkse omzet, terwijl die van Nestlé gelijk was aan 1,8% van zijn omzet in 2018.
  • Onderrapportage: Slechts vier bedrijven rapporteren emissies van hun hele toeleveringsketen, hoewel de veeteelt verantwoordelijk is voor 90% van hun emissies. De helft van de bedrijven verstrekt geen emissiegegevens, waaronder de Franse Groupe Bigard, die Charal-vlees produceert, en alle zes Duitse bedrijven zoals Tönnies, Westfleisch en Müller.
  • De doelstellingen ondermijnen: alleen Nestlé, FrieslandCampina en ABP verbinden zich tot een algehele vermindering van de uitstoot van vee, maar zelfs koploper Nestlé streeft naar een reductie van 4% in 2030. Zes bedrijven, waaronder Groupe Sodiaal, dat Entremont-kaas en Yoplait-yoghurt maakt, hebben tot doel de uitstoot per kilo vlees of liter melk te verminderen — waardoor ze de productie en hun algehele klimaatvoetafdruk kunnen vergroten. Tien bedrijven hebben geen doelen, waaronder de Spaanse Coren Group en de Italiaanse rundvleesproducent Inalca.
  • Onbewezen technische oplossingen: Vrijwel alle bedrijven die klimaatplannen hebben, waaronder Danish Crown en het Ierse Dawn Meats, dat aan McDonald’s levert, zijn van plan om diervoedersupplementen te gebruiken om de methaanemissies van koeienboeren te verminderen, ondanks onzekerheid over de effectiviteit ervan. Een Brits/Zwitsers bedrijf, Mootral, biedt al “koeienkredieten” aan om de uitstoot van luchtvaartmaatschappijen te compenseren.

De veehouderij is verantwoordelijk voor 17% van de uitstoot in Europa en is tussen 2007 en 2018 met 6% gestegen. Tien landen – Duitsland, Frankrijk, Spanje, Polen, Italië, Nederland, Denemarken, Ierland, België en het VK – produceren het grootste deel van het vlees van Europa en zuivel. De uitvoer van rundvlees en varkensvlees is tussen 2005 en 2018 met meer dan 10% gestegen en pluimvee met 38%, wat heeft geleid tot een gestage toename van de vlees- en zuivelproductie en -uitstoot.

Uit het rapport bleek ook dat de vijf grootste pluimveebedrijven van Europa, waaronder de 2 Sisters Food Group met het hoofdkantoor in het VK, die eigenaar is van Bernard Matthews, er niet in zijn geslaagd klimaatdoelen te stellen, ondanks het feit dat ze grote consumenten van diervoeder zijn. Voer is een belangrijke bron van emissies door de veehouderij, deels omdat de productie ervan verband houdt met ontbossing.

“De Europese Commissie zal grote vlees- en zuivelbedrijven een vroeg kerstcadeau geven als ze haar gewicht — en het geld van de belastingbetaler — achter twijfelachtige koolstofcompensaties in de bodem gooit en biogas uit industriële veehouderijen blijft promoten als een duurzame brandstof. De Commissie moet stoppen met het financieren van industriële landbouw en de overgang naar duurzame agro-ecologische landbouwpraktijken op basis van minder en beter vlees ondersteunen. Het moet ook regels invoeren om de plattelandseconomieën nieuw leven in te blazen en fatsoenlijk werk te bieden in de voedselsector”, voegde Sharma eraan toe.

Andoni Garcia Arriola, een boer in Baskenland en Europees coördinator van Via Campesina: “Om de landbouwsector te laten deelnemen aan de matiging van de klimaatverandering, hebben we concrete steun nodig voor de activiteiten van kleine en middelgrote boerderijen, actie om meer mensen aan te moedigen — vooral jonge mensen — om te gaan boeren en meer steun voor een agro-ecologische benadering van landbouw. ​​De stimulansen die aan de landbouwindustrie worden gegeven, zijn contraproductief voor de klimaatnoodsituatie waarin we ons bevinden.”

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

AB InBev kondigt de CO2-ambitie aan om haar vijf grootste brouwerijen in Europa al in 2028 naar ‘Net Zero’ te brengen. Dit zou een jaarlijkse reductie betekenen van 110.740 ton CO2, wat gelijk staat aan de uitstoot van bija 35.000 personenauto’s. Deze Europese aankondiging is onderdeel van de ambitie om wereldwijd in 2040 in de gehele waardeketen ‘Net Zero’ te realiseren. De ambities passen in de nieuwe purpose van de brouwer, die afgelopen vrijdag werd aangekondigd: “We dream big to create a future with more cheers”. Als onderdeel van deze ambitie blijven de Nederlandse brouwerijen, waaronder de Dommelsche Bierbrouwerij, verder versnellen als het gaat om CO2-reductie. De brouwerij in Dommelen brouwt al 100% met hernieuwbare electricteit en is deels zelfvoorzienend door eigen bio-gas op te wekken uit afvalwater.

Wereldwijd

Wereldwijd heeft AB InBev aanzienlijke vooruitgang geboekt om haar duurzaamheidsdoelstellingen voor 2025 te bereiken. Tussen 2017 en 2020 is de absolute uitstoot van broeikasgassen in haar activiteiten (Scopes 1 en 2) met bijna 25% gedaald en zijn de emissies in de waardeketen (Scopes 1, 2, 3) met meer dan 10% per hectoliter gedaald. Eerder dit jaar kondigde AB InBev haar eerste CO2-neutrale brouwerijen aan in Ponta Grossa, Brazilië en Wuhan, China en haar eerste CO2-neutrale mouterij in Brazilië.

Europa

In Europa realiseerde de brouwer tussen 2017 en 2020 een geschatte CO2 reductie van 16% in haar 16 West-Europese brouwerijen, goed voor een jaarlijkse reductie van 300.000 ton CO2. De brouwer werkt er nu naar toe om in 2028 in vijf grote Europese brouwerijen Net Zero operaties te hebben: eerst de brouwerijen van Magor en Samlesbury in het VK in 2026, gevolgd door de brouwerijen van Leuven, Jupille in België en Bremen in Duitsland in 2028. Deze ambitie zou de jaarlijkse CO2-uitstoot met 110.740 ton verminderen, wat overeenkomt met de uitstoot van bijna 35.000 auto’s. Als onderdeel van de ambitie blijven de Nederlandse brouwerijen, waaronder de Dommelsche Bierbrouwerij, versnellen als het gaat om CO2-reductie.

Hernieuwbare elektriciteit en innovatie

De strategie om Net Zero te bereiken is voornamelijk gebaseerd op de omschakeling naar andere energiebronnen en de verhoging van de energie-efficiëntie. De brouwer heeft daartoe 29 veelbelovende technologieën geïdentificeerd, waarvan verschillende al zijn geïmplementeerd.

Zo zet AB InBev in op hernieuwbare elektriciteit in Europa. De brouwer kondigde in 2020 Europa’s grootste zakelijke zonne-energieovereenkomst ooit aan met BayWa r.e., waardoor tegen maart 2022 alle bieren in heel West-Europa met hernieuwbare elektriciteit worden gebrouwen, als onderdeel van een virtuele stroomafnameovereenkomst (VPPA). Dit omvat de ontwikkeling van twee nieuwe zonne-energieparken in Spanje, die vanaf 2022 250 gigawattuur hernieuwbare elektriciteit per jaar moeten leveren aan de brouwerijen van AB InBev in heel Europa. De brouwerijen in Nederland werken al met 100% op hernieuwbare elektriciteit.

Naast de overschakeling op groene energiebronnen blijft de brouwer onderzoek doen om haar activiteiten nog energie-efficiënter te maken. Een voorbeeld daarvan is de “Simmer & Strip”-technologie, die werd ontwikkeld in het wereldwijde R&D-centrum van AB InBev (Global Innovation and Technology Centre “GITEC”) in Leuven. De procesinnovatie zorgt voor 80% energiebesparing in de kookfase van het brouwproces en vermindert de brouwemissies met 5%. Het octrooi is gratis gedeeld met kleinere brouwers.

Ook richting consumenten Europa onderneemt de brouwer klimaatactie. Het biermerk ‘Bud’ wordt met 100% hernieuwbare elektriciteit gebrouwen. Het merk vermeldt dit duidelijk op de labels en verpakkingen, om consumenten aan te moedigen de keuze te maken voor hernieuwbare elektriciteit.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Onderzoeksproject MENENS ontvangt van het Ministerie van Economische Zaken 24 miljoen euro subsidie, om het gebruik van methanol als brandstof in de scheepvaart te versnellen. In het project werken onder meer Fugro en Boskalis samen. VT Group (Verenigde Tankrederij) uit Rotterdam brengt de use case voor de binnenvaart in. Daarmee wordt een blauwdruk opgesteld, die de gehele sector kan gebruiken om schepen op methanol te laten varen.

“Methanol is een duurzame en realistische alternatieve brandstof, maar vereist de nodige aanpassingen aan een schip”, aldus Wouter van Reenen, Business Development Manager bij VT Group. Daarbij stelt elk scheepstype andere eisen. “Gezien de breedte van de scheepvaartbranche en de veelheid aan scheepstypen, staan we dan ook voor een behoorlijke opgave”, wijst Van Reenen op de complexiteit van het onderzoeksproject. “VT is trots dat het actief mag bijdragen aan een blauwdruk voor de binnenvaartsector, door haar kennis van dit specifieke segment te delen.”

Consortium MENENS

Het MENENS-project staat voor Methanol als Energiestap Naar een Emmissieloze Nederlandse Scheepvaart. Varen op methanol maakt een grote CO2-reductie mogelijk en wordt in de internationale maritieme sector gezien als één van de meest haalbare brandstoffen voor grootschalige introductie op de korte tot middellange termijn. De 22 partners in dit project vertegenwoordigen de Nederlandse maritieme sector in de volle breedte, van reder tot ontwerper en van scheepsbouwer tot (specialistische) toeleverancier. De partners willen gezamenlijk de route naar daadwerkelijk uitstootvrije scheepvaart versneld mogelijk maken door de ontwikkeling van adaptieve systeemoplossingen, op basis van methanol.

In het MENENS-project wordt alvast rekening gehouden met de grote variatie aan (toekomstige) schepen door validatie van nieuwe motortechnologie in field labs (omgebouwde schepen op methanol) en rekening te houden met zogenoemde ‘future use cases’: van jachtbouw tot offshore werkschepen en van binnenvaart tot hoge vermogen baggerschepen. Om voor het brede pallet aan schepen duurzame aandrijf- en energiesystemen te ontwikkelen is een hoge mate van flexibiliteit omtrent systeem-, ontwerp- en technologiekeuzes noodzakelijk. Het project resulteert in direct toepasbare kennis op het vlak van motorprestaties van verschillende verbrandingssystemen, brandstofcellen, en mechanische, elektrische en hybride aandrijf- en energiesystemen bij de zo typerende dynamische belastingen in de maritieme sector.

Over VT Group

VT Group bestaat uit Verenigde Tankrederij en VT Shipping. Het is specialist in vlootmanagement, bunkering en transport van minerale oliën, chemische producten, (bio-)brandstoffen en smeerolie. VT is over de hele wereld actief in binnen- en zeevaart. Daarbij richt het zich in het bijzonder op het ARA-gebied, alle Rijnoeverstaten, Zweden, Spanje, Panama en het Midden-Oosten.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Port of Amsterdam wil voorloper zijn in de transitie naar een duurzame samenleving. De haven speelt een cruciale rol bij het behalen van klimaatdoelstellingen door bedrijven te faciliteren die daar een bijdrage aan leveren. De in de haven gevestigde bedrijven zitten midden in een transitie naar een duurzamere vorm van ondernemen. De bedrijven zijn actief in de circulaire economie en de energietransitie met onder meer de productie van biobrandstoffen.

Oorzaken

Door de elektrificatie van onze samenleving is de vraag naar stroom de afgelopen tien jaar enorm gegroeid. Digitalisering en verduurzaming hebben hiervoor gezorgd. Dit is ook terug te zien bij de bedrijven in de haven. Havenbedrijven actief in de energietransitie en circulaire procesindustrie zijn ook bezig met het verduurzamen van hun eigen bedrijfsvoering. Ze gaan van het gas af en elektrificeren hun voer- en vaartuigen net als hun terminal materieel – zoals kranen en shovels. Maar de grootste vraag naar elektriciteit komt van datacenters, nieuwbouw en mobiliteit, ook de komende jaren.

Gevolgen

In de metropoolregio (MRA) zal door deze congestie het tempo waarin de energie- en grondstoffentransitie plaatsvindt, worden afgeremd. Voor klanten met uitbreidings- en of verduurzamingsplannen en nieuwe klanten die zich in de haven willen vestigen is dit dus slecht nieuws. Circa vijftig havenbedrijven worden geraakt door deze congestie. Zij kunnen hun ambities niet of pas later realiseren. Dit zet het halen van de klimaatdoelen in de Amsterdamse haven, de gemeente Amsterdam en het Noordzeekanaalgebied sterk onder druk. De situatie schaadt de concurrentiepositie van de Amsterdamse haven en de MRA als vestigingslocatie.

Oplossingen om meer capaciteit te creëren

De eerste structurele capaciteitsuitbreiding van elektriciteit voor bedrijven aangesloten op station Hemweg en onderliggende stations komt beschikbaar vanaf medio 2027. In de tussenliggende periode werken Liander, TenneT, gemeente Amsterdam en Port of Amsterdam gezamenlijk aan een programma om werkzaamheden en innovaties te versnellen en tijdelijke oplossingen te stimuleren. Denk daarbij aan grootschalige batterijopschaling en peak shaving. Door onderlinge samenwerking tussen verbruikers kan de piek mogelijk worden verkleind en worden volstaan met de bestaande capaciteit. Ook werken we aan verzwaring van productie- en transport capaciteit van elektriciteit en zetten we in op versnelling van het mogelijk maken van alternatieve duurzame energiebronnen. Denk hierbij aan hergebruik van warmte en ook inzet van waterstof. Door hiervoor versneld de infrastructuur en voorzieningen te ontwikkelen werkt het havenbedrijf aan alternatieven om het stroomnet deels te ontlasten. Daarnaast gaat Port of Amsterdam in gesprek met een aantal grootverbruikers om te kijken in hoeverre zij hun gecontracteerde vermogen kunnen afstemmen en eventueel delen met andere havenbedrijven.

Prioriteit en creativiteit

De vandaag aangekondigde congestie zal niet beperkt blijven tot Amsterdam en de regio. Nederland zal naar verwachting met nog veel meer congestie te maken krijgen. Elektriciteit zal de komende jaren schaars zijn en zal een grote impact op de verduurzaming van de Nederlandse samenleving hebben. De klimaatdoelstellingen en – ambities komen hiermee onder druk te staan zoals Amsterdam klimaatneutraal in 2050. Deze congestie vraagt dan ook om de hoogste prioriteit en creativiteit bij energiebedrijven, overheden en politiek om te worden opgelost. Port of Amsterdam is dan ook aangesloten bij de taskforce met Liander, TenneT en de gemeente Amsterdam om de gevolgen van het volgelopen elektriciteitsnet aan te pakken.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De parkmanagementbesturen van RichPort en Starpark en warmtebedrijf Polderwarmte gaan samenwerken om beide bedrijventerreinen in Schiphol-Rijk te verduurzamen. Deze stap past uitstekend bij de ambitie van zowel RichPort als Starpark om een werkomgeving te creëren met hoogwaardig en duurzaam vastgoed. Begin december 2022 ondertekenden de partijen hiervoor een overkoepelende overeenkomst.

Bedrijven die zijn gevestigd op het bedrijventerrein, zijn verenigd in coöperatie RichPort en in de vereniging Starpark. Op meerdere fronten werken de besturen en parkmanagers van RichPort en Starpark aan de toekomstbestendigheid van het bedrijventerrein in Schiphol-Rijk. De realisatie van een duurzame warmtevoorziening voor de panden is een van de vele aspecten waaraan gewerkt wordt. Een duurzame warmtevoorziening heeft grote impact. Vanaf de start van de warmtelevering vanuit het warmtenet zal het aandeel fossiele energie met 90 % worden verlaagd t.o.v. de huidige situatie waarin elk pand met haar eigen cv-ketels wordt verwarmd.

Besparen op gas

Voor bijna alle panden op RichPort en Starpark, is een technische inventarisatie gedaan en een kostenvergelijking opgesteld. In 95% van de gevallen komt aansluiting op het warmtenet van Polderwarmte goedkoper uit dan de huidige gassituatie.

Deze overeenkomst met de bedrijvenparken is een volgende stap, nadat Polderwarmte recentelijk tot overeenstemming is gekomen met Interxion, voor de uitkoppeling van restwarmte van een naastgelegen datacenter.

Naast het behalen van duurzaamheidsdoelen, zijn de oplopende gasprijzen een extra drijfveer voor bedrijven om het gasgebruik zoveel mogelijk omlaag te drukken. De verwachting is dat circa 1,5 miljoen m3 gas per jaar wordt bespaard. Vijf jaar na de start kan dit oplopen tot een besparing van 2,5 miljoen m3 gas per jaar. Aangezien het datacenter van Interxion 100% groene stroom gebruikt wordt direct een besparing van 2.500 ton CO2 per jaar gerealiseerd. Binnen vijf jaar kan dit oplopen tot een besparing van 4.200 ton CO2 per jaar. Wanneer alle panden op RichPort en Starpark aangesloten zijn, is circa 300.000 vierkante meter BVO verduurzaamd en zal dit ook tot een verdere verbetering van de energie labels leiden.

Duurzaam bedrijventerrein

“We zijn al enige tijd bezig om het business park te verduurzamen. Er wordt hard gewerkt aan Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV). Knooppunt Schiphol-Zuid wordt binnenkort opgeleverd en werken verder aan mobiliteit met een combinatie van een fietsenplan, e-steps en elektrische auto’s. De samenwerking met Polderwarmte is belangrijk om tegen concurrerende prijzen duurzame warmte aan leden te kunnen aanbieden”, aldus Frans Ooms, voorzitter coöperatie RichPort en directeur Forward Business Parks 2000 N.V., het bedrijf dat eigenaar is van de nog te ontwikkelen gronden op RichPort.

Frans Neutelings, eigenaar van het gebouw Corvus, dat zich bevindt op Starpark en tevens penningmeester van de vereniging Starpark: “We hebben als Starpark een goede samenwerking gevonden met RichPort en Polderwarmte. Ten gunste van onze individuele eigenaren hebben we een overkoepelende afspraak kunnen maken waarmee de leden hun vastgoed efficiënt kunnen verduurzamen. We zien in Polderwarmte een organisatie die dit onderwerp met een brede visie op de toepassing van verschillende duurzame bronnen degelijk aanpakt.

“Natuurlijk zijn we blij dat we onze expertise op het gebied van warmtenetten kunnen inzetten voor het bedrijventerrein waar we zelf ook gevestigd zijn”, meldt Valentijn Kleijnen, CEO van Energie voor Elkaar, de moederorganisatie achter Polderwarmte. We zijn als Polderwarmte een lokaal direct betrokken ondernemer. Naast het project in Schiphol-Rijk zijn we in de regio betrokken bij diverse andere projecten. We ontwikkelen onder andere een energy hub voor duurzame warmte op basis van restwarmte uit meerdere datacenters en in Haarlemmerliede een energy hub op basis van hybride warmte, restwarmte uit datacenters en uit groene waterstofproductie.

2023

De verwachting is dat het warmtenet voor RichPort en Starpark de komende 2 jaar wordt gerealiseerd en de warmteaansluitingen in werking treden. De benodigde werkzaamheden zullen een korte en daardoor beperkte impact om de omgeving hebben en de planning wordt met betrokkenen afgestemd. Naastliggende bedrijven en andere bedrijventerreinen hebben aangegeven ook geïnteresseerd te zijn en aan te willen sluiten bij de verdere ontwikkelingen van dit warmtenet, zowel voor warmteafname als voor restwarmtelevering.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Eagle Bulk Shipping, one of the world’s largest owner-operators within the Supramax and Ultramax dry bulk segment, has successfully completed a fossil-free voyage in partnership with GoodFuels, the leading biofuels pioneer for the global transport industry.  As part of Eagle Bulk Shipping’s ambitions to improve the environmental performance of its fleet, the 63,529 DWT bulk carrier Sydney Eagle was bunkered with GoodFuels’ advanced marine biofuel for the first time during its call at Terneuzen, the Netherlands. Eagle Bulk Shipping’s carbon footprint is substantially reduced when using GoodFuels’ sustainable marine biofuel, which enables an 80-90% well-to-exhaust CO2 reduction. 

GoodFuels’ advanced biofuels are produced from certified renewable feedstocks labelled as 100% waste or residue that cannot be used for any higher quality application or recycling, such as used cooking oil and waste animal fats. The biofuels “drop in” to tanks without any alterations to the fuel infrastructure or marine engines, and ensure compliance with the International Maritime Organization’s (IMO) Sulphur Cap as they are virtually free of all SOX emissions. Importantly for the use and uptake of biofuels, GoodFuels meets the highest sustainability requirements, and its entire portfolio of biofuels are reviewed by an independent sustainability board.

This announcement comes at a critical time as the maritime industry faces an urgent need to reduce its Greenhouse Gas emissions and commit to sustainable shipping. Owners and operators, such as Eagle Bulk Shipping, are already required to meet the 0.5% sulphur limit as enforced in January 2020, and recently adopted regulation will require ships to improve their energy efficiency, in line with the IMO’s target to reduce the average carbon intensity of shipping by at least 40% by 2030, and 70% by 2050.

Sustainable biofuels are a leading contender for marine decarbonisation due to their drop-in characteristics, well-tuned infrastructure, and ability to enable stakeholders to comply with current and imminent environmental legislation. They are also one of the few solutions that already exist on the market today and are available for all vessel types.

Commenting on the successful bio-bunkering, Isabel Welten, Chief Commercial Officer at GoodFuels, said: “It’s an honour to work with Eagle Bulk Shipping as a fellow passionate environmental frontrunner that is exploring an innovative and sustainable pathway to shipping’s decarbonisation transition by bunkering our sustainable marine biofuels.

“This announcement is the latest step in scaling our low-carbon biofuels for wider commercial use within the maritime industry. With our ambition to become the principal sustainable fuel supplier for the global transport industry, and our offer of mature 100% biofuels, GoodFuels is perfectly positioned to facilitate the energy transition for owners and operators.

“We hope more organisations will follow Eagle Bulk Shipping’s footsteps in embracing our credible near-zero carbon alternative to fossil fuels, as the industry steps up its efforts to meet its environmental regulatory targets in the near future.”

Jonathan Dowsett, Director of Fleet Performance at Eagle Bulk Shipping, said: “Eagle continues to actively explore ways to decarbonize its fleet, while maximizing efficiency in line with international targets to reduce carbon intensity and absolute emissions from shipping.  We are extremely pleased with the results of our first biofuel-powered test voyage and look forward to working with GoodFuels in the future.”

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Partner

KPMG geeft klimaat een prominente plek in controle van beursgenoteerde ondernemingen. Vanaf boekjaar 2021 neemt KPMG klimaat expliciet mee in de controleaanpak en accountantsverklaring. Ook wordt het klimaat een vast agendapunt in presentaties tijdens aandeelhoudersvergaderingen. Dat is het gevolg van ons lidmaatschap van de ‘Glasgow Financial for Net Zero’ die tijdens de klimaattop COP26 is gelanceerd. Daarmee committeert KPMG  zich aan de netzero ambities en helpen klanten datzelfde te doen.

Op deze manier krijgen klimaatrisico’s een vaste plaats in de controle van de jaarrekening. Klimaatrisico’s zijn bijvoorbeeld een mogelijke verplaatsing van een fabriek wegens overstromingsgevaar, veranderend consumentengedrag of de inzet van schonere technologie.

KPMG loopt hiermee vooruit op Europese wet- en regelgeving rondom verdergaande duurzaamheidsrapportage die in de maak is. Dat is voor veel bedrijven en accountants nieuw terrein. “We moeten snel aan de slag om elkaar uit te dagen en een open dialoog te voeren over transparantie en betrouwbaarheid van duurzaamheidsinformatie. Zo leren we van elkaar met het doel betekenisvolle stappen te zetten op weg naar een duurzame economie.”

Voor ondernemers, investeerders en consumenten is een objectief inzicht in de duurzaamheidsagenda van bedrijven van groot belang. De betrokkenheid van een accountant is nu nog vrijwillig. Met de invoering van de zogeheten Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) in 2023 komt daar verandering in. Vanaf dat moment is het verplicht beperkte zekerheid te verschaffen in het duurzaamheidsverslag. Dat verslag maakt dan ook deel uit van het totale jaarverslag.

“Duurzaamheid maakt al een kwart eeuw deel uit van onze dienstverlening.” Onlangs kondigde KPMG een wereldwijde investering van $ 1,5 miljard aan om deze dienstverlening in het Environmental, Social & Governance (ESG) domein verder uit te breiden. Daarmee worden activiteiten die impact hebben op mens, milieu en samenleving volledig verankerd in de gehele KPMG-dienstverlening.

Share Button

[ad_2]

Source link

Berichten paginering