[ad_1]

De Nederlandse overheid heeft in 2022 ruim 1,13 miljard euro verdiend aan de verkoop van emissierechten. Nederland veilde iets meer dan 14 miljoen emissierechten voor het Europese systeem van emissiehandel (EU ETS). Dat blijkt uit de veilingmonitor van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa), de veiler van de emissierechten voor Nederland. Binnen het EU ETS moeten bedrijven jaarlijks emissierechten inleveren om hun CO2-uitstoot te compenseren, 1 emissierecht staat daarbij gelijk aan de uitstoot van 1 ton CO2. Een van de manieren voor bedrijven om aan emissierechten te komen is door ze te kopen op de veiling.

De opbrengst is vergeleken met 2021 gegroeid met ruim 200 miljoen euro. In 2021 leverde de verkoop van emissierechten Nederland ‘slechts’ 893 miljoen euro op. De hogere opbrengst in 2022 komt door de sterk gestegen veilingprijs. In 2021 kostte één emissierecht gemiddeld nog 54 euro, in 2022 was dat gemiddeld bijna 80 euro. In februari bereikte de prijs voor één emissierecht een nieuw record, een recht kostte toen ruim 97 euro.

Maaike Breukels, Hoofd Emissiehandel: “De ontwikkeling in de ETS prijs toont aan dat het EU ETS effectief is in het beprijzen van CO2 emissies en daarmee een belangrijke bijdrage levert aan het beperken van de uitstoot. Want hoe hoger de prijs, hoe sterker de prikkel is voor bedrijven om te verduurzamen”.

Dalend aantal emissierechten

Het totaal aantal beschikbare rechten is gemaximeerd en neemt ook jaarlijks af. Een deel van de rechten wordt gratis verstrekt aan de industrie en een deel wordt geveild door Europese overheden. Bedrijven kunnen daarnaast emissierechten kopen van elkaar. Elektriciteitsproducenten moeten sinds 2013 al hun rechten kopen.

De Europese Commissie heeft in het Fit For 55 programma ook plannen opgenomen om het aantal emissierechten dat wordt uitgegeven en geveild, versneld af te bouwen. De opbrengsten van de veilingen gaan naar de Nederlandse schatkist.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Samen met Stichting Buitenfonds en Staatsbosbeheer introduceert Achmea de dienst ‘Doneer een boom voor Achmea bossen’. Achmea wil hiermee duizenden bomen per jaar laten planten. Het planten van een boom moet een cadeau voor (gast)sprekers of medewerkers, zoals de traditionele bos bloemen of fles wijn, gaan vervangen. Michiel Delfos (Achmea) en Sylvo Thijsen (Staatsbosbeheer) verzorgden met de aanplant van een boom de aftrap van de samenwerking.

Naast bomen cadeau geven bij een bijzondere gebeurtenis, kunnen medewerkers ook zelf hun jubileumbudget of eindejaarscadeau inzetten om bomen te planten. En voor iedere nieuwe medewerker die in dienst komt bij Achmea, doneert Achmea een boom. Het is hard nodig dat er in Nederland meer bos bijkomt. Volgens de nationale Bossenstrategie moet er in 2030 in totaal 37.000 hectare bos aangeplant zijn. Staatsbosbeheer werkt daar hard aan mee, onder andere via Buitenfonds, dat geld werft voor projecten in natuurgebieden van Staatsbosbeheer. Achmea ondersteunt dit initiatief.

Michiel Delfos, lid Raad van Bestuur: “Achmea zet zich in voor een duurzame toekomst. Meer groen verbetert niet alleen het milieu, het heeft ook een aangetoond positief effect op de gezondheid van mensen. Dit is nu belangrijk, maar vooral voor toekomstige generaties.”

Sylvo Thijsen, directeur Staatsbosbeheer: “Als grootste terreinbeheerder van Nederland nemen we een deel van die 37.000 hectare nieuw bos voor onze rekening. De komende jaren planten we 5.000 hectare nieuw bos. Daar kunnen we de steun van bedrijven, organisaties en particulieren goed bij gebruiken. Daarom zijn we blij met de samenwerking met Achmea, de eerste verzekeraar die op deze manier bijdraagt aan meer nieuw bos in Nederland.”

We kiezen voor een mix aan bomen (haagbeuk, esdoorn, wintereik, beuk, zoete kers) en struiken (vogelkers, lijsterbes, vuilboom, meidoorn, krent, hulst/taxus), die ook de biodiversiteit ten goede komt. Deze mix is minder kwetsbaar voor klimaatverandering. De kostprijs van 1 boom is € 6,50. De begunstigde ontvangt een certificaat met de vermelding van het aantal bomen. 1 maal per jaar plant Staatsbosbeheer het totaal aantal bomen dat dat jaar door Achmea is gedoneerd op een nader te bepalen plek in Nederland.

Achmea bos in boswachterij Ugchelen-Hoenderloo

Achmea steunt Buitenfonds al langer met projecten om de natuur in Nederland te beschermen en te verbeteren. Zo is Staatsbosbeheer in de winter van 2021/2022 gestart met de aanleg van het eerste Achmea bos in boswachterij Ugchelen-Hoenderloo. In 2022/2023 wordt een tweede Achmea bos geplant als uitbreiding van het Chaamse Bos.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De Efteling gaat nieuwe zonneweide aanleggen met bijna 12.000 zonnepanelen bij Efteling. Door de komst van deze extra zonnepanelen kan de Efteling met alle zonnepanelen in totaal zo’n 35% van het jaarlijkse (huidige) elektriciteitsverbruik zelf opwekken.

De zonneweide wordt aan de westzijde van de Efteling, namelijk tussen de Eftelingsestraat en de Dreefseweg, aangelegd. Daarvoor worden binnenkort eerst grondwallen en houtwallen aangelegd, die worden aangekleed met bomen en beplanting. Hiervoor gebruikt De Efteling onder andere de grond die vrijkomt bij de totstandkoming van verschillende projecten, waaronder bijvoorbeeld het Efteling Grand Hotel en het nieuwe themagebied het Huyverwoud.

Vanaf mei start de aanleg van de zonneweide met een oppervlakte van circa zes voetbalvelden (ongeveer 29.200 m²). De zonnepanelen worden vanaf september in gebruik genomen. Door de aanleg van de zonneweide kan de Efteling jaarlijks in totaal bijna 35% van het elektriciteitsverbruik zelf opwekken.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

In February 2022, the European Commission published its proposal for a Directive on Corporate Sustainability Due Diligence (CSDDD). This critical piece of legislation aims to provide a regulatory framework on corporate sustainability governance. Among key provisions of the CSDDD, Article 15 requires EU companies with 500+ employees and EUR 150 million+ in net worldwide turnover to have transition plans aligning their strategy and business models with a global warming limit of 1.5°C. It also obliges Member States to monitor companies’ operations and emission reduction plans and how the variable remuneration of executive directors is linked to the achievement of sustainability objectives. According to CDP’s latest data, more than a third of companies in Europe (37%) report that they have a climate transition plan in place and only 2% of those companies report on all relevant transition plan indicators. CDP defined 8 key elements that constitute a credible climate transition plan. These elements can be identified via disclosure on 24 indicators found in the CDP climate questionnaire. 

Sky for example, one of Europe’s leading media, technology and entertainment companies, is currently implementing and reporting on its 1.5 transition plan via the relevant indicators and is using CDP data to support its sustainability due diligence. However, less than one fourth of companies fully report in the areas risks & opportunities, scenario analysis and value chain engagement & low carbon initiatives.

Graphical user interface, application, Word Description automatically generated

While this legislation is a landmark approach for the EU’s corporate behaviour norms, extending transition planning in its article 15 to include nature would reaffirm EU’s leadership and understanding of how to effectively implement its biodiversity goals. 

Mirjam Wolfrum, Director Policy Engagement at CDP Europe said : “The EU’s Corporate Sustainability Due Diligence Directive can scale up and drive comparability of transition planning, for which Article 15, requiring companies to develop a climate transition plan, must be maintained. At the same time, an extension of Article 15 to include biodiversity would lay the foundation for nature transition planning by companies, thus delivering on the goals of the Paris Agreement, and the EU Biodiversity Strategy 2030, as well as the Global Biodiversity Framework”.

CDP data reveals that just one third of companies (34%) assess the impact of their value chains on biodiversity and only 17% assess both their upstream and downstream impacts. European companies with a climate transition plan in place are equipped with the necessary tools to track progress on nature and biodiversity.  The CSDDD can support them with a set of clear and coherent policy measures in their journey of aligning their business model with a net-zero and nature-positive world.

Ursula Woodburn, Head of EU relations at CLG Europe said: “Currently, thousands of businesses are signing up to net zero pledges, while in parallel citizen and NGO scrutiny of the implementation of these targets. It is clear companies must walk the talk – in the short and long term. The EU’s Corporate Sustainability Due Diligence Directive will play a key role in setting clear guidelines for companies. It will support businesses to be future proof – driving both their internal policy and structural changes to implement ambitious internal decarbonisation plans, as well as helping them see how to support policies to achieve the goals of the Paris Agreement.”

Fiona Hill, Group Director, Responsible Business, Sustainability and Social Impact at Sky added: “Businesses play a crucial role in solving the climate crisis and achieving a just transition. That is why we at Sky are committed to becoming net zero carbon by 2030 across our value chain by cutting the carbon emissions of our business and our suppliers in absolute terms by 50% to limit global warming to 1.5 °C in line with the Paris Agreement. We aim to achieve this by progressively reducing the carbon consumed by our products and shifting our suppliers to renewable energy. We welcome the European Commission’s enterprising proposal to enforce environmental due diligence within the Corporate Sustainability Due Diligence Directive. The data revealed by CDP today shows that more can be done to ensure we all safeguard the environment and Sky will remain focused on our target.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De provincie Utrecht gaat als eerste overheid in Nederland wereldwijde maatschappelijke kosten van klimaatverandering meewegen in haar beleidsafwegingen en -keuzes. Onderdeel van deze afwegingen is ook de toekomstige schade van klimaatverandering. Dit hebben Gedeputeerde Staten besloten. Met een interne rekenprijs van minimaal 875 euro per ton CO2 legt de provincie de lat hoog en daagt ze medeoverheden en marktpartijen uit haar voorbeeld te volgen.

Klimaatverandering

Het klimaat verandert in een enorm tempo. Nu al zien we de effecten die het gevolg zijn van klimaatverandering of hierdoor worden versterkt. In Nederland hebben we bijvoorbeeld te maken met extreem weer: lange perioden van droogte met als gevolg lage waterstanden in de rivieren, de toename van zout in het grondwater en mislukte oogsten; heftige wind- en regenbuien met lokaal ernstige wateroverlast en stormschade. Wereldwijd leiden deze weersextremen zelfs tot sterfte, klimaatmigratie en het verdwijnen van complete natuurlijke ecosystemen. Alles wijst erop dat deze ontwikkelingen versnellen bij verdere temperatuurstijgingen door toenemende concentraties van broeikasgassen (CO2) in de atmosfeer en de oceanen.

Verantwoordelijke overheid

Wereldwijd hebben overheden een belangrijke verantwoordelijkheid bij het voorkomen van deze rampzalige effecten van klimaatverandering op het leven van mensen en voor toekomstige generaties. Zij kunnen dit voorkomen door bijvoorbeeld invloed uit te oefenen op de manier waarop we ons geld uitgeven en dingen produceren. Bijna alles wat de mens doet en maakt veroorzaakt ergens in hun levensloop uitstoot van broeikasgassen: bij de productie, bij het gebruik ervan en bij het weggooien. Een stabiel klimaat komt nauwelijks tot uiting in de prijs van goederen en diensten. Hierin moet wat de provincie Utrecht betreft verandering komen. Gedeputeerde Huib van Essen van Energietransitie en Klimaat: ‘Deze CO2-beprijzing is een belangrijk signaal om bij te dragen aan het beperken van klimaatverandering.’

Eerlijke CO2-prijs

Om de maatschappelijke effecten als gevolg van broeikasgasuitstoot te kunnen verrekenen, heeft de provincie Utrecht het Klimaatverbond Nederland gevraagd te adviseren over de hoogte van een eerlijke CO2-prijs. Dit heeft, mede op basis van onderzoek van het Duitse milieuministerie geleid tot een prijs van 875 euro per ton CO2.

De provincie gebruikt deze nieuwe eerlijke prijs vanaf nu bij kosten-batenanalyses, voor bijvoorbeeld beslissingen over investeringen. Door deze hogere CO2 prijs wordt klimaatverandering hierin zwaarder meegewogen. Daarnaast zal de provincie een lobby starten bij medeoverheden om te komen tot een landelijk CO2-prijs. Ook zal ze zich gaan oriënteren op andere toepassingsmogelijkheden van eerlijke CO2-prijzen.

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Vliegmaatschappij Ryanair communiceert duidelijker over de CO2-compensatie die ze aanbiedt bij het boeken van een vliegticket. Ryanair heeft drie aanpassingen gedaan nadat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) had aangegeven dat er mogelijk misleidende duurzaamheidsclaims over CO2-compensatie op de website van Ryanair staan. Ryanair heeft de aanpassingen in heel Europa doorgevoerd. De ACM heeft de andere Europese consumententoezichthouders hierover geïnformeerd.

Edwin van Houten, directeur Consumenten van de ACM: “Bedrijven moeten eerlijk en duidelijk zijn over de duurzaamheidsclaims die ze doen. Vliegen blijft – ook met CO2-compensatie – een sterk vervuilende manier van vervoer. Het aanbieden van CO2-compensatie mag, maar het moet niet de indruk wekken dat vliegen hierdoor duurzaam is. We vinden het belangrijk dat Ryanair de website heeft aangepast en duidelijk maakt wat CO2-compensatie inhoudt.”

Wat is er aan de hand?

Claims over CO2-compensatie moeten juist, duidelijk en volledig zijn. Voor consumenten moet duidelijk zijn hoe CO2 wordt gecompenseerd, hoeveel er wordt gecompenseerd, hoe dit berekend is en of het onafhankelijk gecertificeerd is. De ACM ziet hierop toe. De ACM heeft onderzoek gedaan naar ‘CO2-compensatie claims’ in de luchtvaartsector. Daaruit bleek onder andere dat Ryanair bijvoorbeeld vermeldde ‘vlieg groener naar […]’. Dat zou de indruk kunnen wekken dat vliegen ook ‘groener’ kon met Ryanair. De ACM heeft Ryanair aangesproken op deze mogelijk misleidende duurzaamheidsclaims. Ryanair heeft daarna meegewerkt en de claims op haar website aangepast om mogelijke misleiding te voorkomen.

Wat is er veranderd aan de website?

Ryanair heeft drie aanpassingen gedaan bij de CO2-compensatie-optie bij het online verkopen van vliegtickets:

  • Duidelijke vermelding dat door CO2-compensatie vliegen niet duurzamer wordt. Teksten zoals ‘vlieg groener naar […]’ zijn aangepast naar feitelijke teksten zoals ‘compenseer je geschatte CO2 uitstoot’. Ook zijn icoontjes zoals groene blaadjes verwijderd.
  • Weergave van de berekening en de hoeveelheid CO2 die wordt gecompenseerd.
  • Meer duidelijkheid over de projecten waar de CO2-compensatie aan wordt besteed en aandacht voor de onafhankelijke certificering van de desbetreffende projecten.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De Efteling gaat nieuwe zonneweide aanleggen met bijna 12.000 zonnepanelen bij Efteling. Door de komst van deze extra zonnepanelen kan de Efteling met alle zonnepanelen in totaal zo’n 35% van het jaarlijkse (huidige) elektriciteitsverbruik zelf opwekken.

De zonneweide wordt aan de westzijde van de Efteling, namelijk tussen de Eftelingsestraat en de Dreefseweg, aangelegd. Daarvoor worden binnenkort eerst grondwallen en houtwallen aangelegd, die worden aangekleed met bomen en beplanting. Hiervoor gebruikt De Efteling onder andere de grond die vrijkomt bij de totstandkoming van verschillende projecten, waaronder bijvoorbeeld het Efteling Grand Hotel en het nieuwe themagebied het Huyverwoud.

Vanaf mei start de aanleg van de zonneweide met een oppervlakte van circa zes voetbalvelden (ongeveer 29.200 m²). De zonnepanelen worden vanaf september in gebruik genomen. Door de aanleg van de zonneweide kan de Efteling jaarlijks in totaal bijna 35% van het elektriciteitsverbruik zelf opwekken.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Het FUREC-project van RWE, dat circulaire en groene waterstof wil produceren uit niet-recyclebaar vast huishoudelijk afval in Limburg, heeft een financiering van 108 miljoen euro ontvangen van het Innovatiefonds van de EU. Roger Miesen, CEO van RWE Generation, nam de financieringsovereenkomst vandaag in ontvangst op de Financing Innovative Clean Tech Conference in Brussel, België.

De financiering door het Innovatiefonds van de EU is een cruciale mijlpaal voor de voortgang van het FUREC-project, aangezien er een totale investering van meer dan 600 miljoen euro nodig is om het hele project uit te voeren. Dankzij deze toegezegde financiering kan RWE in volle vaart door met de verdere ontwikkeling van het project, zoals het verkrijgen van de nodige toestemmingen en vergunningen. Tegelijkertijd gaat het bedrijf contracten afsluiten met leveranciers voor de installaties, potentiële afnemers van waterstof en CO₂ en bedrijven die afval in geschikte hoeveelheden en kwaliteit leveren. Een definitief investeringsbesluit moet in 2024 worden genomen.

Fuse Reuse Recycle (FUREC)

Als onderdeel van het FUREC-project is RWE van plan een voorbehandelingsinstallatie te bouwen in Zevenellen (Limburg) om niet-recyclebaar vast huishoudelijk afval om te zetten in vaste teruggewonnen brandstofpellets. De installatie zal ongeveer 700.000 ton huishoudelijk afval per jaar verwerken, waarvan ongeveer 50% van biogene oorsprong zal zijn (bijvoorbeeld textiel, papier). Dit komt overeen met de hoeveelheid VSA die jaarlijks door ongeveer twee miljoen mensen wordt geproduceerd.

De grondstofpellets uit de voorbehandelingsinstallatie zullen vervolgens worden omgezet in waterstof in een tweede RWE-fabriek die het bedrijf zal bouwen op het industrieterrein Chemelot in Limburg. De fabriek zal naar verwachting 54.000 ton waterstof per jaar produceren. Ter vergelijking: dit komt overeen met de opbrengst van een 700 megawatt offshore windpark met gekoppelde elektrolysers.

Door het gebruik van deze waterstof zal de industrie op Chemelot het aardgasverbruik met meer dan 280 miljoen kubieke meter per jaar kunnen verminderen. Dit komt overeen met de helft van het jaarlijkse binnenlandse gasverbruik in Limburg. Hiermee wordt ongeveer 400.000 ton CO₂ per jaar bespaard. De bij de waterstofproductie vrijkomende CO₂ wordt afgevangen en kan worden opgeslagen of eventueel in de toekomst door de industrie als grondstof worden gebruikt. De waterstof zal ofwel lokaal op het industrieterrein van Chemelot worden afgezet of worden getransporteerd naar industriële bedrijven in Rotterdam en het Ruhrgebied. FUREC bereidt de nodige netaansluitingen voor op de waterstof- en CO₂-infrastructuur.

EU Innovatiefonds

FUREC ontvangt financiering uit het EU-innovatiefonds, dat voor 100% wordt gefinancierd door het EU-emissiehandelssysteem (ETS). Het fonds zal naar verwachting ongeveer 38 miljard euro steun verlenen voor de commerciële demonstratie van innovatieve koolstofarme technologieën in de periode 2020-2030, met als doel industriële oplossingen op de markt te brengen die Europa koolstofvrij maken en de overgang naar klimaatneutraliteit ondersteunen.

Belangrijke motor voor economie in Europa

FUREC is revolutionair op het gebied van CO₂ -reductie, waterstofproductie en afvalbeheer: het vergemakkelijkt het ontsluiten van het enorme potentieel van de circulaire economie om de klimaatdoelstellingen van de EU te halen. RWE ziet FUREC als een blauwdruk voor de toekomstige uitrol op andere locaties in Nederland en Europa. De provincie Limburg, waar industrieterrein Chemelot is gevestigd, heeft de ontwikkeling van FUREC de afgelopen jaren met grote belangstelling gevolgd.

Meer informatie over FUREC is te vinden op de website.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

MOJO, AFAS Live en Ziggo Dome willen uiterlijk in 2030 hun concerten, festivals en evenementen klimaatneutraal en circulair organiseren. Dat hebben zij tijdens Eurosonic Noorderslag in Groningen bekendgemaakt. Alle drie de bedrijven maken deel uit van Live Nation Nederland.

Duurzaamheidsmanager Kees Lamers maakte tijdens een panelgesprek op ESNS bekend wat de plannen zijn voor de komende jaren tot 2030. “We hebben de CO2-voetafdruk van zeven grote festivals en grote buitenconcerten berekend. Hetzelfde hebben we gedaan voor de evenementen in AFAS Live en Ziggo Dome. De totale voetafdruk van de drie bedrijven op het gebied van energie, eten en drinken, afval, mobiliteit en water is bijna 44.000 ton CO2.” De grootste uitstoot wordt veroorzaakt door het transport van toeleveranciers, de autokilometers van bezoekers en het verkochte eten en drinken; gezamenlijk goed voor 95% van het totaal. Afval is verantwoordelijk voor 1%. In een paar jaar tijd moet zoveel mogelijk uitstoot worden gestopt. Uitstoot waarbij dat niet lukt, wordt gecompenseerd.

Mobiliteit & Transport is met 77% verantwoordelijk voor verreweg de grootste uitstoot van de drie bedrijven samen. Dit komt vooral door tientallen miljoenen gereden autokilometers van crew, concertbezoekers en toeleveranciers. Om onze doelstelling te halen moet het aandeel mensen dat met het OV of bijvoorbeeld georganiseerd busvervoer komt, verdubbelen naar 60% voor de grote buitenevenementen en 80% voor de AFAS Live en Ziggo Dome.

Voor MOJO, AFAS Live en Ziggo Dome gezamenlijk is het eten en drinken verantwoordelijk voor 8.238 ton kg CO2-uitstoot. Dat is 19% van het totaal. Daarvan komt ruim 3.000 ton van eten. Tijdens de evenementen van MOJO, AFAS Live en Ziggo Dome wordt daarom uiterlijk in 2030 gestopt met het verkopen van eten met een grote en zeer grote klimaatimpact. 84% van het huidige aanbod heeft nu nog een hoge of zeer hoge impact. Dit betekent de komende jaren een grote verschuiving van dierlijk naar plantaardig eten.

Voor de grote buitenconcerten en festivals van MOJO wordt jaarlijks meer dan 400.000 liter diesel gebruikt. Dat zorgt voor een uitstoot van 1.361 ton CO2. Doordat MOJO gaat stoppen met het grootschalig inzetten van dieselaggregaten, scheelt dat 8% op de Co2-voetafdruk van MOJO-outdoor shows. Er gaat veel geld geïnvesteerd worden in het aanleggen van lokale stroomnetwerken op alle buitenlocaties zodat er een aansluiting op het vaste net kan worden gerealiseerd.

AFAS Live, Ziggo Dome, de zeven grote festivals en meerdere buitenconcerten van MOJO produceren jaarlijks restafval dat wordt verbrand. Bij elkaar opgeteld levert dat een CO2-uitstoot op van 295 ton Co2. Hiervan komt 31% van het afval dat door festivalbezoekers op vier festivalcampings wordt achtergelaten. Uiterlijk in 2030 wil MOJO die uitstoot tot 0 reduceren. Een grote opgave waarbij we ook rekenen op de medewerking van onze bezoekers.

AFAS Live

AFAS Live is gevestigd aan de Johan Cruijff Boulevard in Amsterdam Zuidoost en maakt haar credo “Live will never be the same” elk jaar meer dan waar. De locatie voor concerten en zakelijke evenementen biedt jaarlijks ruim 600.000 bezoekers een complete en onvergetelijke avond uit. AFAS Live is speciaal ontworpen voor versterkte (pop)muziek, waardoor het geluid uitzonderlijk goed klinkt. De locatie is daarom meerdere malen genomineerd voor de felbegeerde Pollstar Award als beste internationale concertlocatie. AFAS Live is dan ook meer dan vier muren en een dak, het is voor liefhebbers van livemuziek een totale beleving!

MOJO Concerts

MOJO organiseert al meer dan 50 jaar concerten met nationale en internationale artiesten in zalen, festivals op weides en evenementen in stadions. Gemiddeld zijn dat 200 shows per jaar, waarvoor ruim 2 miljoen mensen een kaartje kopen. MOJO creëert eigen festivals en ondersteunt toerende producties. Daarnaast vertegenwoordigd MOJO tientallen Nederlandse artiesten en brengt het bedrijf familie evenementen naar Nederland.

Ziggo Dome

De Ziggo Dome is een concertlocatie in Amsterdam en kan per evenement 17.000 fans de optimale beleving bieden. In korte tijd is de Ziggo Dome onmisbaar geworden in de live industrie van Nederland en misschien wel Europa. Sinds 2012 biedt de Ziggo Dome onderdak aan grote (inter)nationale artiesten als Robbie Williams, Madonna, U2, Stromae, Dua Lipa en Michael Bublé. Per jaar worden gemiddeld 120 evenementen georganiseerd voor meer dan 1,5 miljoen bezoekers.

Meer lezen over hoe we dit gaan aanpakken, het duurzaamheidsbeleid en/of de factsheet doorlezen? Dat kan op deze pagina.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Thialf, Innovatielab Thialf en Wetsus gaan de komende vier jaar samen onderzoeken hoe de kwaliteit van het ijs geoptimaliseerd kan worden. Dit om schaatsprestaties te verbeteren, maar ook om te kijken of het snelste ijs ter wereld op een energiezuiniger manier gemaakt kan worden. Met de huidige energiekosten een zeer belangrijk vraagstuk voor alle ijsbanen in de wereld.

Het ijs van Thialf heeft internationaal aanzien. Al decennialang ligt de snelste laaglandbaan ter wereld in Heerenveen. De ijsmeesters van Thialf werken hard aan een goede ijsvloer voor langebaan schaatsen, shorttrack, ijshockey en kunstrijden. Ter bevordering van prestaties hebben deze verschillende disciplines verschillende behoeftes als het gaat om de eigenschappen van het ijs.

De basis van alles: een balans tussen grip op het ijs en voldoende glijmogelijkheden. Het grote vraagstuk voor Wetsus, Thialf en Innovatielab Thialf is daarom hoe de grip- en glijeigenschappen te controleren én te optimaliseren zijn. Controle op deze eigenschappen zal niet alleen prestaties verbeteren, ook kan het inzicht geven of Thialf op een energiezuinigere manier ijs kan maken. Deze kennis moet nu ontwikkeld worden, om ook in de toekomst snel ijs te kunnen blijven leveren.

Thialf is het schaatshart van de wereld, waar top- en breedtesport onder hetzelfde dak trainen op hetzelfde ijs. Om het ijs voor alle doelgroepen zo optimaal mogelijk te houden wordt er veel tijd in de ijsvloer gestoken. Zo is er door de jaren heen veel geëxperimenteerd om de meest ideale ijsomstandigheden te creëren. Het maken van ijs lijkt daarbij meer een ambacht dan een wetenschap. In de wetenschap zijn er namelijk weinig tot geen experts die voldoende advies kunnen geven. Daarom gaan Wetsus, Thialf en Innovatielab Thialf deze kennis nu samen ontwikkelen.

Wetsus is het Europese Centre of Excellence op het gebied van watertechnologie. Als kersverse innovatiepartner van Innovatielab Thialf en in nauwe samenwerking met Thialf zal Wetsus een onderzoeksprogramma naar ijs opzetten. Onderdeel hiervan is een vierjarig promotieonderzoek, waarvoor de komende maanden een geschikte kandidaat gezocht zal worden.

Binnen het promotieonderzoek zal onder andere een opstelling gebouwd worden bij Wetsus in Leeuwarden die de omstandigheden van Thialf nabootst en waarmee de eerste experimenten plaats kunnen vinden. Met de wetenschappelijke kennis binnen Wetsus over water en waterbehandeling hoopt Thialf nog beter ijs te kunnen leveren, op een duurzame manier. Als schaatshart van de wereld wil Thialf daarmee een voorbeeld zijn voor andere ijsbanen. Tegelijkertijd levert de te ontwikkelen kennis voor Wetsus meer inzicht in de fysische eigenschappen van water, waarvan het onderzoeksprogramma van Wetsus in de breedte zal profiteren.

Foto gemaakt door: MNO Photo

[ad_2]

Source link

Berichten paginering