Duurzaamheid wordt steeds belangrijker tegenwoordig. Steeds vaker wordt er naar alternatieven gezocht, die helpen naar een milieubewuste keuze. Het doel blijft vaak om de ecologische voetafdruk als maar te verkleinen. Binnenshuis wordt er zo veel mogelijk op gelet: lampen vervangen door led lampen, groene stroom, duurzame materialen aanschaffen, beter recyclen, noem maar op. En vooral nu de benzineprijzen hoger liggen dan voorheen, wordt er regelmatig gezocht naar energiezuinige vervoersmiddelen om toch van A naar B te komen. In deze blog lees je wat de beste energiezuinige vervoersmiddelen zijn. Lees snel verder!

Autogebruik in Nederland

Bij verreweg wordt in Nederland de auto het meest gebruikt voor woon-werkverkeer. Volgens het CBS gebruikt maar liefst 60% de auto om naar het werk te reizen. Ondertussen is de auto ook nog eens de grootste vervuiler. Wat zijn dan wel de meest energiezuinige vervoersmiddelen?

De meest energiezuinige vervoermiddelen

Het OV

Het openbaar vervoer blijft het meest energiezuinige vervoermiddel. Soms is het lastig om je eindbestemming met het OV te bereiken, daarom is een (OV) fiets ideaal. Sluit wel vooraf even het abonnement af voor de Ov-fiets, of gebruik je eigen fiets in de trein.

Energiezuinig huren

Vergeet niet dat je altijd hulp kan vragen. We zijn er namelijk om elkaar te helpen; alleen samen kunnen we er een betere wereld van maken. Of ben je van plan te verhuizen naar Sittard omdat je vanaf komend seizoen bij Fortuna gaat spelen? Informeer dan bij een verhuisbedrijf in Sittard, zodat jij gemakkelijk in één keer jouw spullen kan verhuizen. Waarom zou je namelijk vaker op en neer rijden? Als je dan eenmaal gaat verhuizen, is het goed om te checken hoever je van het station gelegen bent. Het scheelt namelijk veel tijd om dicht bij een station te wonen. Als het meezit kan je zelfs je auto wegdoen! En dan huur je een deelauto wanneer je deze echt nodig hebt. Bij Greenwheels kan je eenvoudig een auto huren door heel Nederland.

Fietsen

Moet je soms van Sittard naar Geleen en lijkt het net wat te ver om te fietsen? Dan is een elektrische fiets waarschijnlijk een goed alternatief. Vraag bij je werkgever ook na of er een fietsplan wordt aangeboden, zodat jij gebruik kan maken van extra belastingvoordeel.

Elektrisch vervoermiddel

Heb je toch echt een auto nodig? Schaf dan een elektrische auto aan. Wat betreft het gebruik is een elektrische auto beter voor het milieu. De elektrische auto zou je eventueel ook kunnen combineren met zonnepanelen. In dat geval kan je de batterijen van je elektrische auto opladen op overcapaciteit van je zonnepanelen. Interesse in zonnepanelen? Lees hier over de subsidie op zonnepanelen!

Lees ook: duurzamer in de keuken!

[ad_1]

Polestar en Rivian hebben samengewerkt aan een ‘Pathway Report’ waarin wordt geconcludeerd dat de auto-industrie de IPCC-grens van 1,5 graad tegen 2050 met minstens 75% zal overschrijden. De twee baanbrekende EV-aanbieders hebben het rapport laten samenstellen als reactie op de klimaatcrisis. Het rapport, dat bestaande open-sourcegegevens gebruikt om het huidige traject voor emissies binnen de auto-industrie te modelleren, is uitgevoerd door het wereldwijd actieve managementadviesbureau Kearney.

Personenauto’s zijn momenteel wereldwijd verantwoordelijk voor 15% van alle broeikasgasemissies1. Volgens het IPCC moeten broeikasgasemissies tegen 2030 met 43% zijn verminderd en het rapport maakt duidelijk dat de auto-industrie zich niet op het juiste pad begeeft. Als er geen dringende acties worden ondernomen, zal deze branche haar volledige CO2e-budget al in 2035 hebben uitgegeven.

Naast sombere vooruitzichten geeft het rapport ook aan dat de auto-industrie nog steeds een kans heeft om het juiste pad te kiezen. Door de focus te verleggen en middelen op een andere manier in te zetten, kan de industrie snel het momentum opbouwen dat nodig is om in lijn te blijven met de Overeenkomst van Parijs. Het Pathway Report richt zich op het huidige decennium en geeft duidelijk aan welke acties autofabrikanten tussen nu en 2030 kunnen ondernemen, waaronder enkele die direct kunnen worden opgepakt.

In het Pathway Report worden drie belangrijke hefbomen uiteengezet. Hefboom 1 gaat over de snelheid waarmee auto’s op fossiele brandstoffen moeten worden vervangen door elektrische auto’s. Het rapport stelt dat het halen van de doelstellingen niet mogelijk is zonder de twee andere hefbomen, waarin snel dient te worden geïnvesteerd:

  • Het verhogen van het aandeel van hernieuwbare energie in elektriciteitsnetten
  • De vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in de toeleveringsketen van de autoproductie

Indien er niet op alle drie gebieden tegelijkertijd actie wordt ondernomen, zal hooguit de overschrijding worden verminderd, maar het klimaatdoel in ieder geval niet worden gehaald. Er is dan ook collectieve actie van autofabrikanten nodig betreffende alle drie de hefbomen, parallel en op mondiaal niveau. Ten eerste moet de industrie de overgang naar elektrische voertuigen versnellen door enerzijds de investeringen te verhogen en anderzijds een definitieve, wereldwijde einddatum vast te stellen voor de verkoop van auto’s op fossiele brandstoffen. Ten tweede moet het volle potentieel van een EV in de gebruiksfase worden benut door het laden met groene energie die wereldwijd wordt opgewekt op duurzame wijze. Ten derde dienen de productieketens voor elektrische voertuigen CO2-neutraal te worden gemaakt door over te schakelen op koolstofarme materialen en te investeren in duurzame energieoplossingen in de gehele toeleveringsketen.

Fredrika Klarén, Head of Sustainability bij Polestar: “Automotive-ondernemingen hebben allemaal een eigen kijk op merk-, design- en bedrijfsstrategieën, en de ene organisatie is meer overtuigd van een elektrische toekomst dan de andere. Wij vinden dat de klimaatcrisis een gedeelde verantwoordelijkheid is en dat we verder moeten kijken dan alleen de reductie van uitlaatemissies. Dit rapport maakt duidelijk hoe belangrijk het is om samen te handelen. Niets doen heeft duidelijk een prijs en de situatie biedt ook grote kansen voor vernieuwers die oplossingen vinden voor de uitdagingen waar we voor staan.”

Het rapport van Kearney is gedeeld met meerdere wereldwijd toonaangevende autofabrikanten, die daarnaast zijn uitgenodigd voor een rondetafelgesprek dat eind januari heeft plaatsgevonden. Het doel van het delen van de informatie en het starten van de conversatie is om tot een niet eerder vertoonde samenwerking te komen die zich richt op het vinden van oplossingen die de industrie gezamenlijk kan implementeren.

Anisa Costa, Chief Sustainability Officer bij Rivian: “De bevindingen van het rapport zijn ontnuchterend. Met het Pathway Report willen we de basis creëren voor een constructieve samenwerking in de auto-industrie om snel en op grotere schaal vooruitgang te boeken. We willen hiermee ook andere industrieën inspireren om hetzelfde te doen. Ik heb er alle vertrouwen in dat we samen de race tegen de klok kunnen winnen.”

Het Pathway Report geeft op heldere wijze de negatieve gevolgen aan wanneer er geen actie wordt ondernomen en bevat sterke argumentatie voor een extra duurzame ontwikkeling. De community van investeerders is in beweging en kapitaalstromen verschuiven van traditioneel beleggen naar duurzaam beleggen, waarbij het verband tussen duurzame transformatie en financiële kansen steeds meer tractie krijgt. In 2021 bedroegen de wereldwijde investeringen in duurzaamheid in totaal 35,3 biljoen dollar, wat neerkomt op meer dan een derde van alle activa in vijf van ’s werelds grootste markten.

Angela Hultberg, Global Sustainability Director bij Kearney: “We zijn er trots op dat wij als vertrouwde expert dit rapport mochten opstellen. Het resultaat van onze modellering toont helder aan dat de industrie het tempo moet versnellen om CO2-neutraal te worden. We hebben verschillende scenario’s en meerdere datasets bekeken en de conclusie is dat, hoe je ook modelleert, er nu actie moet worden ondernomen. We hopen oprecht dat dit rapport een startpunt is voor de industrie om zich te concentreren op gebieden waar al overeenstemming over bestaat en om gezamenlijk nieuwe initiatieven te ontplooien. Door goed samen te werken kunnen problemen worden opgelost. We kijken dan ook met interesse uit naar de nieuwe acties van de industrie.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

CCEP Ventures (CCEPV) kondigt vandaag twee nieuwe samenwerkingen aan met Europese onderzoeksgroepen van de Universiteit Twente en de Universitat Rovira i Virgili (URV) in Tarragona, Spanje om hun onderzoek naar CO2-afvangtechnologie te versnellen.

Via deze R&D-projecten onderzoeken de wetenschappers hoe opgevangen CO₂ omgezet wordt in nuttige producten voor de toeleveringsketen. Denk daarbij aan verpakkingsmateriaal en suiker. Of om de frisdranken van CCEP te voorzien van koolzuur, of synthetische brandstoffen om fabrieken van stroom te voorzien. De onderzoeken richten zich op de ontwikkeling van een nieuwe technologie die op productielocaties kan worden gebruikt. Deze samenwerking is de nieuwste in een reeks van investeringen door CCEPV ter ondersteuning van een duurzamere toekomst.

Over de samenwerking zegt Craig Twyford, hoofd van CCEP Ventures: “We dagen onszelf uit om anders na te denken over CO₂, dat vaak alleen wordt gezien als een schadelijk afvalproduct. Wat als we niet alleen CO₂ uit de atmosfeer kunnen halen, waar we weten dat het schade veroorzaakt, maar het ook kunnen omzetten in iets nuttigs? Dan kunnen we het beschouwen als een waardevolle hulpbron.

“Het financieren van deze projecten is een geweldige kans voor ons om voorop te lopen op het gebied van wetenschappelijke ontdekking en innovatie. We denken dat het niet alleen het potentieel heeft om onze activiteiten aanzienlijk te beïnvloeden, maar het kan ook worden geïmplementeerd in verschillende sectoren om de uitstoot van broeikasgas te verminderen en om de CO2 in onze atmosfeer beter te benutten.”

CO2-afvang is een methode om CO2-uitstoot te verminderen, en kan een belangrijke stap vormen om klimaatverandering aan te pakken. Het werkt door de CO₂ af te vangen die aanwezig is op plekken waar uitstoot plaatsvindt door productieprocessen, de zogeheten emissiebron, of zelfs uit de atmosfeer. Vervolgens is deze CO₂ te gebruiken in de productie van andere goederen, zoals brandstof, ingrediënten en verpakkingen. Die laatste kan dan ook gerecycled worden en draagt zo bij aan een duurzamere, circulaire toekomst.

De samenwerkingen met de universiteiten maken deel uit van de inspanningen van CCEPV om innovatieve oplossingen te vinden, te financieren en te bevorderen. Het doel van CCEP is het bereiken van de net zero-ambitie voor 2040. In 2020 kondigde CCEPV een samenwerking aan met het Nederlandse CuRe Technology, een recyclingstartup die als doel heeft om een nieuwe levensloop te bieden voor moeilijk te recyclen plastic polyesterafval. Daarnaast startte CCEPV in 2022 een samenwerking met de Peidong Yang Research Group aan de Universiteit van Californië in Berkeley om schaalbare methoden te ontwikkelen om CO₂ om te zetten in suiker.

Vertegenwoordigers van de Universiteit Twente Prof. Dr. Ir. Gerrit Brem en Dr. Abhishek Singh: “Naarmate de noodzaak om de gezondheid van het milieu en onze planeet te verbeteren steeds duidelijker wordt, is het van cruciaal belang dat bedrijven wereldwijd een proactieve benadering kiezen voor het ontwikkelen en financieren van innovatieve oplossingen voor het klimaatprobleem. Aangemoedigd door de samenwerking met Coca-Cola Europacific Partners op dit gebied zijn we verheugd om hun visie te realiseren. Onze focus is het ontwikkelen van een nieuwe reactor voor het afvangen van CO2 uit de buitenlucht.”

CCEPV blijft actief zoeken naar verdere samenwerkingsmogelijkheden die bijdragen aan een vermindering van 30% van de absolute uitstoot van broeikasgassen in de waardeketen van CCEP in 2030.

[ad_2]

Source link

Duurzaamheid wordt steeds populairder tegenwoordig. We zijn sneller geneigd duurzame producten aan te schaffen, om zowel onszelf als het milieu mee te helpen. Op alle gebieden wordt het toepast: groene energie, meer recyclen, duurzame meubelen, noem het maar op. Wanneer je een woning koopt, wil je het liefst ook een zo duurzaam mogelijke keuze maken. Het kopen van een huis is een grotere investering, waardoor het goed is daarbij stil te staan. In deze blog lees je waar je op moet letten bij het kopen van een woning, wanneer je duurzaamheid belangrijk vindt.

Duurzaamheid woning: labels

Wanneer je kiest voor een nieuwbouwwoning kan je er vrijwel zeker van zijn dat de woning aan de nieuwe eisen voldoet, wat betekent dat je verzekerd bent van goede isolatie. Vaak beschikken de woningen over zonnepanelen en misschien zelfs een warmtepomp. Zo weet je bij voorbaat dat je daarin niet verder hoeft te investeren en dat bespaarde geld aan dat kunt zetten voor een duurzaam interieur. Informeer je vooraf dus altijd goed in het energielabel zodat je weet wat je te wachten staat. Heb je een leuk huis in Limburg gezien? Controleer gelijk op bijvoorbeeld energielabel.nl wat de verwachte status is. Vraag ook gerust na bij Makelaar in Limburg voor meer informatie.

Bij duurzaamheid hoort een goede isolatie

Wanneer je de woning gaat bezichtigen, kan je gelijk een kijkje nemen naar de isolatie. In eerste instantie zal je gelijk kunnen waarnemen of het warm, koud, vochtig of droog is. Observeer ook de dikte van de ramen en verwarming. Een van de hoogste lasten zijn de energiekosten, dus heel belangrijk om te weten hoe het te werk gaat. Is er sprake van een stadsverwarming, centrale verwarming, of toch een duurzame warmtepomp of zonneboiler?

En probeer te achterhalen wanneer het geïnstalleerd of geplaatst is: des te nieuwer, des te hoger het rendement. Is de cv-ketel toch al toe aan vervanging, laat dit zo snel mogelijk doen om zuiniger te wonen. Als er ruimte is voor een warmtepomp dan is dat alternatief wellicht nog beter.

Verdiep je in de mogelijkheden qua duurzamer wonen

Het kan zijn dat de woning nog niet helemaal naar wens is, dus dan kijk je naar wat er wel nog mogelijk is. Zijn er nog geen zonnepanelen, dan is het goed om te informeren of het dak daar geschikt voor is en of er subsidies beschikbaar zijn. Of is het überhaupt mogelijk om de cv-ketel te vervangen door een waterpomp? Ook is het vaak een optie om uit te bouwen, waarbij je in sommige gevallen een gunstige financiering voor kan krijgen.

Schroom niet om te vragen. Vaak is overal wel een oplossing voor, dus overweeg deze ook.

[ad_1]

De Erasmus Universiteit Rotterdam erkent de klimaat- en ecologische noodtoestand. Daarmee onderschrijft de universiteit dat er dringend en gecoördineerd actie nodig is om de gevolgen van klimaatverandering en de verwoesting van ecosystemen tegen te gaan. De universiteit wil de komende jaren met een aantal concrete maatregelen, zoals het promoten van plantaardig voedsel en duurzaam reizen niet alleen de uitstoot van broeikasgassen beperken, maar gaat met de ambitie voor een positief effect op klimaat en ecosystemen zelfs nog een stap verder.

Met de verklaring scherpt de universiteit haar eigen duurzame ambities aan. “We willen als organisatie, in onderwijs, onderzoek en bedrijfsvoering per saldo een positieve impact hebben op klimaat én ecosystemen,” zegt collegevoorzitter Ed Brinksma namens het College van Bestuur. “De wetenschap laat duidelijk zien dat hiervoor wereldwijd actie ondernomen moet worden. Wat we in de komende tien jaar doen, heeft impact op vele generaties na ons. Met deze verklaring willen we samen met onze gehele organisatie in ons onderzoek, onderwijs en de bedrijfsvoering de duurzaamheidstransitie verbreden en versnellen.”

Per saldo positieve impact

De ambitie van het college is om per saldo een positieve impact te hebben op klimaat en ecosystemen. Het beleid is erop gericht de opwarming van de aarde ten opzichte van het pre-industriële tijdperk binnen 1,5 graden Celsius te houden. Daarnaast sluit het beleid aan bij de wereldwijde doelstelling om in 2030 een netto positieve impact te hebben op biodiversiteit.

De universiteit brengt dit jaar in kaart wat daarvoor, naast de al genomen duurzaamheidsmaatregelen, aanvullend nodig is. Resultaat daarvan is een transitieplan, waarbij naast uitstoot van broeikasgassen – inclusief de indirecte uitstoot in de waardeketen – ook naar de ecologische impact van de universiteit wordt gekeken en hoe biodiversiteit bevorderd kan worden. Daarnaast worden per direct een aantal maatregelen genomen in onderwijs, onderzoek en bedrijfsvoering.

Duurzaamheidsonderwijs voor alle studenten en richtlijnen voor relaties met industrie

Met deze aangescherpte ambitie komt de garantie dat alle studenten tijdens hun studieloopbaan aan de Erasmus Universiteit Rotterdam in aanraking komen met duurzaamheidsonderwijs, inclusief de klimaat- en ecologische noodtoestand.

De universiteit gaat ook structureel in kaart brengen welke relaties er zijn met organisaties die een grote impact hebben op klimaat en ecosystemen. Deze inventarisatie gaat gepaard met een brede dialoog binnen de universitaire gemeenschap en met partners over de vraag hoe de Erasmus Universiteit Rotterdam zich tot deze organisaties verhoudt en hoe dit raakt aan belangrijke waarden zoals academische vrijheid en onafhankelijkheid van wetenschappelijk onderzoek.

Onderzoek en bedrijfsvoering

De ambitie van de universiteit is om met onderzoek bij te dragen aan sneller herstel van klimaat, ecosystemen en een rechtvaardiger samenleving. Daarom wordt er meer strategisch geïnvesteerd in het ontwikkelen van onderzoekscompetenties om dat te kunnen doen en wordt samenwerking tussen verschillende faculteiten gestimuleerd. Ook wordt inzichtelijk gemaakt hoe onderzoekspublicaties raken aan de sustainable development goals (SDG). Daarnaast zet de universiteit haar strategische middelen in voor het bevorderen van onderzoekssamenwerkingen waarin maatschappelijke en ecologische opgaven centraal staan.

Voor de gehele bedrijfsvoering brengt de universiteit in kaart wat de impact is op klimaat en ecosystemen. Er komen duidelijke richtlijnen voor het gebruik van carbon credits om uitstoot die niet voorkomen kan worden, te compenseren. Het uitgangspunt daarbij is de uitstoot omlaag te brengen en niet slechts af te kopen. De universiteit erkent dat plantaardig voedsel een effectieve manier is om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Vanaf 2030 is plantaardig voedsel de norm op de gehele campus, maar vanaf komend kwartaal wordt door medewerkers alleen nog vegetarische catering besteld. Voor studenten wordt vegetarisch eten met kortingen aantrekkelijker gemaakt.

Foto: Aagje Boelhouwer / EUR

[ad_2]

Source link

[ad_1]

HyCC heeft de engineering-partij en de technologieleverancier gekozen voor haar groene waterstofproject H2eron. De 40-megawatt installatie moet in 2026 de eerste waterstof gaan maken ter ondersteuning van de productie van duurzame vliegtuigbrandstoffen op het Chemie Park Delfzijl.

HyCC heeft Kraftanlagen Energies & Services gecontracteerd voor het basisontwerp en de engineering (FEED) van de fabriek en een order geplaatst bij Nel voor levering van de elektrolyse-stacks. HyCC wordt de operator van de fabriek, die met Nel’s atmosferische alkaline electrolyzers groene waterstof gaat produceren uit hernieuwbare stroom en water. H2eron wordt één van de eerste fabrieken die de technologie op deze schaal toepast.

De waterstof zal worden gebruikt door SkyNRG om duurzame vliegtuigbrandstof (SAF) te produceren uit industriële bijproducten en reststromen, zoals gebruikt frituurvet. In zijn pure vorm resulteert het gebruik van SAF gedurende de hele levenscyclus in 85% lagere CO2-emissies dan gebruik van fossiele vliegtuigbrandstof.

HyCC ontving onlangs de milieuvergunning voor het project en het bedrijf werkt toe naar een investeringsbeslissing (FID) in 2024, in nauwe afstemming met SkyNRG en haar partners.

Marcel Galjee, Managing Director van HyCC: “Betrouwbare leveringen van groene waterstof zijn essentieel om sectoren zoals de luchtvaartindustrie koolstofarm te maken. We bouwen voort op tientallen jaren ervaring in grootschalige elektrolyse en zijn verheugd om met deze sterke partners naar de volgende fase van het project te gaan en de basis te leggen voor de nieuwe waterstofeconomie.”

Alfons Weber, CEO van Kraftanlagen Energies & Services: “We zijn trots dat we onze bewezen EPC-expertise kunnen inzetten voor dit belangrijke project, dat de verduurzaming van de luchtvaartindustrie aanzienlijk ondersteunen. Het is belangrijk om nu grootschalige groene waterstofproductie te realiseren en met H2eron bij te dragen aan een duurzamere luchtvaart. Bij Kraftanlagen zetten we ons in om dit tot uitvoering te brengen en groene waterstof beschikbaar te maken.”

Hans Hide, Chief Project Officer van Nel: “H2eron zal een grote positieve impact hebben op de emissiereducties van de luchtvaartsector en we zijn er trots op dat we zijn geselecteerd als leverancier van onze bewezen elektrolysetechnologie voor dit belangrijke project.”

Maarten van Dijk, Chief Development Officer (CDO) van SkyNRG: “Duurzame vliegtuigbrandstof is een sleutelcomponent in de energietransitie en duurzame waterstof is een hoeksteen voor SAF. We hebben een betrouwbare productie nodig voor onze waterstofvraag en we vertrouwen op HyCC om dit voor ons te realiseren.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De werkgeversorganisaties achter het Aanvalsplan Techniek zijn zeer positief over de op 3 februari gepresenteerde maatregelen van het kabinet om te zorgen voor meer groene banen in de techniek. Het aanvalsplan wordt door het kabinet omarmd als een sleutelonderdeel van de kabinetsaanpak om het tekort aan technici terug te dringen, blijkt uit de verzonden Kamerbrief.

Tekort aan technici is o.a. gevaarlijk voor halen klimaatdoelen

Vandaag is het kabinet gekomen met het Actieplan Groene en Digitale banen. Met dit plan wil het kabinet onder meer zorgen dat een tekort aan technici er niet toe leidt dat het doel om de uitstoot van CO2 met 55-60% te reduceren in 2030 in gevaar komt. Ook moet het plan meer dan 1 miljoen ICT-geschoolden in 2030 opleveren.

10-jarig leer-, werk- en inkomensperspectief

De ministers van Economische Zaken en Klimaat, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Onderwijs zijn in hun brief positief over het Aanvalsplan Techniek, dat de technische branches Techniek Nederland, Bouwend Nederland, Metaalunie, FME en WENB samen met de werkgeverskoepels VNO-NCW en MKB-Nederland in november presenteerden aan het kabinet. Uitvoering van dit Aanvalsplan moet onder meer zorgen voor meer arbeidsbesparende (proces)innovaties, een cultuurverandering in de techniek met meer aandacht voor behoud van technici, 1.000 extra hybride docenten en een compleet nieuw arbeidsmarktsysteem om (meer) mensen te laten instromen en behouden (de zogeheten Gouden Poort). Een 10-jarig leer-, werk- en inkomensperspectief moet de techniek bovendien nog aantrekkelijker maken.

Verdubbelen

Het kabinet wil de investeringen van de organisaties voor uitvoering van het Aanvalsplan verdubbelen. ‘Dat is buitengewoon goed nieuws’, aldus de coalitie van techniekbranches, want niemand kan dit probleem alleen oplossen. ‘Dit vraagt nauwe samenwerking van ondernemers, overheden, onderwijsinstellingen en vakbonden. Met de vakbonden is ook al goed overleg om het aanvalsplan verder uit te werken en het is fijn dat ook het Kabinet zich hier nu vierkant achter stelt.’

De organisaties vinden het wel een gemiste kans dat er geen aandacht is voor introductie van een succesvolle vakkrachtenregeling zoals Duitsland die heeft. Zeker ook omdat het volgens de brief steeds lastiger wordt om technici uit andere Europese landen te verleiden om in Nederland te werken. Ook in andere landen is namelijk  sprake van schaarste aan technici en vergrijzing.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Op donderdag 2 februari is het splinternieuwe zonnepanelendak van Port of Amsterdam geopend aan de Kopraweg 3 in Amsterdam. Op het dak liggen 4.911 panelen die samen zorgen voor een capaciteit van maar liefst 2 megawattpiek. Hiermee komt het totaal aantal zonnepanelen in de haven op zo’n 260.000 vierkante meter.

Maatschappelijke verantwoordelijkheid

Roon van Maanen, hoofd Energy & Circular Industry bij Port of Amsterdam: “De opening van het dak is voor Port of Amsterdam echt een mijlpaal. We hadden als havenbedrijf de ambitie om eind 2024 250.000 m2 (zo’n 38 voetbalvelden) aan zonnepanelen in het havengebied te hebben. Daar zijn we nu, begin 2023, overheen. We verhogen dan ook onze doelstelling naar 350.000 m2, met een totale capaciteit van zo’n 63 megawattpiek per eind 2024. Daarmee levert Port of Amsterdam een bijdrage van ruim 20% aan de gemeentelijke doelstelling van 300 megawattpiek in 2025.

Een speciaal compliment gaat uit naar onze klanten. Het gros van de zonnepanelen ligt namelijk op hun daken en daarmee spelen onze klanten een belangrijke rol in de energietransitie.”

Energietransitie blijft urgenter dan ooit

In de haven en in de stad liggen al veel zonnepanelen. Toch is een groot deel van het beschikbare dakoppervlak nog onbenut en blijft de energietransitie urgenter dan ooit. Niet ieder dak is makkelijk te benutten voor zonne-energie. Bijvoorbeeld daken met een ingewikkelde dakconstructie of daken waar innovatieve oplossingen nodig zijn, zoals lichtgewicht zonnepanelen.

Zita Pels, wethouder Duurzaamheid bij gemeente Amsterdam: “De gemeente zet zich in om obstakels weg te nemen en hulp aan te bieden. Zo kunnen bedrijven in Amsterdam gebruik maken van gratis zonnepanelen advies en begeleiding op maat. Daarnaast heeft de gemeente gratis QuickScans ingekocht voor grote daken. Ook kan een lening uit het Amsterdamse Duurzaamheidsfonds bedrijven op weg helpen. We streven ernaar om voor 2040 alle geschikte daken in te zetten voor de opwek van zonne-energie. Dit is ongeveer 1.100 megawattpiek.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Gisteren, 1 februari, presenteerde de Europese Commissie een Green Deal Industrieel Plan om het concurrentievermogen van de Europese netto-nul-industrie te versterken en de snelle overgang naar klimaatneutraliteit te ondersteunen. Het plan moet een gunstiger klimaat scheppen voor de uitbreiding van de productiecapaciteit van de EU voor de netto-nul-technologieën en -producten die nodig zijn om de ambitieuze klimaatdoelstellingen van Europa te halen.

Het plan bouwt voort op eerdere initiatieven en vertrouwt op de sterke punten van de eengemaakte EU-markt, als aanvulling op de lopende inspanningen in het kader van de Europese Green Deal en REPowerEU. Het is gebaseerd op vier pijlers: een voorspelbaar en vereenvoudigd regelgevingskader, snellere toegang tot financiering, verbetering van vaardigheden en open handel voor veerkrachtige toeleveringsketens.

Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, verklaarde: “We hebben een unieke kans om met snelheid, ambitie en doelgerichtheid de weg te wijzen om de industriële voorsprong van de EU in de snelgroeiende sector van de netto-nul-technologie veilig te stellen. Europa is vastbesloten het voortouw te nemen in de revolutie van schone technologie. Voor onze bedrijven en mensen betekent dit dat vaardigheden worden omgezet in kwaliteitsbanen en innovatie in massaproductie, dankzij een eenvoudiger en sneller kader. Een betere toegang tot financiering zal onze belangrijkste cleantechindustrieën in staat stellen snel op te schalen.”

Een voorspelbaar en vereenvoudigd regelgevingskader

De eerste pijler van het plan betreft een eenvoudiger regelgevingskader.

De Commissie zal een “Net-Zero Industry Act” voorstellen om doelstellingen vast te stellen voor industriële capaciteit zonder CO2-uitstoot en om een regelgevingskader tot stand te brengen dat geschikt is voor een snelle invoering daarvan, waarbij wordt gezorgd voor vereenvoudigde en versnelde vergunningverlening, Europese strategische projecten worden bevorderd en normen worden ontwikkeld om de opschaling van technologieën in de hele interne markt te ondersteunen.

Het kader zal worden aangevuld met de wet inzake kritieke grondstoffen, om te zorgen voor voldoende toegang tot de materialen, zoals zeldzame aardmetalen, die van vitaal belang zijn voor de productie van sleuteltechnologieën, en de hervorming van de opzet van de elektriciteitsmarkt, om de consumenten te laten profiteren van de lagere kosten van hernieuwbare energiebronnen.

Snellere toegang tot financiering

De tweede pijler van het plan zal investeringen en financiering voor de productie van schone technologie in Europa versnellen. Overheidsfinanciering kan, in combinatie met verdere vooruitgang op het gebied van de Europese kapitaalmarktenunie, de enorme hoeveelheden particuliere financiering ontsluiten die nodig zijn voor de groene transitie. In het kader van het mededingingsbeleid wil de Commissie een gelijk speelveld op de interne markt garanderen en het voor de lidstaten gemakkelijker maken om de nodige steun te verlenen om de groene transitie te versnellen. Daartoe zal de Commissie, om de steunverlening te versnellen en te vereenvoudigen, de lidstaten raadplegen over een gewijzigde tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun Crisis- en Overgangskader en zal zij de algemene groepsvrijstellingsverordening herzien in het licht van de Green Deal, waarbij de aanmeldingsdrempels voor steun voor groene investeringen worden verhoogd. Dit zal onder meer bijdragen tot een verdere stroomlijning en vereenvoudiging van de goedkeuring van IPCEI-gerelateerde projecten.

De Commissie zal ook het gebruik van bestaande EU-fondsen voor de financiering van innovatie, productie en invoering van schone technologie vergemakkelijken. De Commissie onderzoekt ook mogelijkheden om op EU-niveau tot een grotere gemeenschappelijke financiering te komen ter ondersteuning van investeringen in de fabricage van net-nul-technologieën, op basis van een lopende beoordeling van de investeringsbehoeften. De Commissie zal op korte termijn met de lidstaten samenwerken, met de nadruk op REPowerEU, InvestEU en het Innovatiefonds, aan een overbruggingsoplossing om snelle en gerichte steun te verlenen. Voor de middellange termijn wil de Commissie een structureel antwoord geven op de investeringsbehoeften door in het kader van de herziening van het meerjarig financieel kader vóór de zomer van 2023 een Europees soevereiniteitsfonds voor te stellen.

Om de lidstaten te helpen toegang te krijgen tot de REPowerEU-fondsen, heeft de Commissie vandaag nieuwe richtsnoeren voor herstel- en veerkrachtplannen goedgekeurd, waarin het proces voor het wijzigen van bestaande plannen en de modaliteiten voor het opstellen van REPowerEU-hoofdstukken worden toegelicht.

Vaardigheden verbeteren

Aangezien 35 tot 40% van alle banen door de groene overgang kan worden getroffen, zal de ontwikkeling van de vaardigheden die nodig zijn voor goedbetaalde kwaliteitsbanen een prioriteit zijn voor het Europees Jaar van de vaardigheden, en de derde pijler van het plan zal daarop gericht zijn.

Om de vaardigheden te ontwikkelen voor een groene overgang waarbij de mens centraal staat, zal de Commissie voorstellen industrieacademies voor Nul-Nul op te richten om bijscholings- en omscholingsprogramma’s in strategische sectoren uit te voeren. Zij zal ook nagaan hoe een “Skills-first”-benadering, waarbij feitelijke vaardigheden worden erkend, kan worden gecombineerd met bestaande benaderingen op basis van kwalificaties, hoe de toegang van onderdanen van derde landen tot EU-arbeidsmarkten in prioritaire sectoren kan worden vergemakkelijkt, en hoe maatregelen kunnen worden genomen om publieke en private financiering voor de ontwikkeling van vaardigheden te bevorderen en op elkaar af te stemmen.

Open handel voor veerkrachtige toeleveringsketens

De vierde pijler zal gaan over wereldwijde samenwerking en handel ten dienste stellen van de groene overgang, volgens de beginselen van eerlijke concurrentie en open handel, voortbouwend op de afspraken met de partners van de EU en de werkzaamheden van de Wereldhandelsorganisatie. Daartoe zal de Commissie het EU-netwerk van vrijhandelsovereenkomsten en andere vormen van samenwerking met partners blijven ontwikkelen om de groene overgang te ondersteunen. Zij zal ook de oprichting onderzoeken van een Club van Kritieke Grondstoffen, om “consumenten” van grondstoffen en landen die rijk zijn aan grondstoffen samen te brengen om de mondiale voorzieningszekerheid te waarborgen door middel van een concurrerende en gediversifieerde industriële basis, en van Clean Tech/Net-Zero industriële partnerschappen.

De Commissie zal ook de interne markt beschermen tegen oneerlijke handel in de sector schone technologie en zal haar instrumenten gebruiken om ervoor te zorgen dat buitenlandse subsidies de concurrentie op de interne markt niet verstoren, ook niet in de sector schone technologie.

 

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De investeringen (cash Capex) van Shell in de divisie Renewables and Energy Solutions (RES) bedroegen $ 3.5 miljard op een totaal van $ 24.8 miljard (14%), zo blijkt uit de vandaag gepubliceerde resultaten over het vierde kwartaal. Aangezien RES ook gas en carbon offsets omvat, liggen de werkelijke investeringen in hernieuwbare energiebronnen lager. Volgens Global Witness was het slechts 1.5% in 2021.

“Shell kan niet beweren in transitie te zijn zolang de investeringen in fossiele brandstoffen de investeringen in duurzame energiebronnen overschaduwen”, reageert Mark van Baal, oprichter van Follow This. “Het grootste deel van de investeringen van Shell blijft in fossiele brandstoffen, omdat het bedrijf geen doelstelling heeft om zijn totale CO2-uitstoot dit decennium drastisch te verminderen, wat nodig is om Parijs te halen.”

Gebrek aan doelstellingen leidt tot gebrek aan investeringen

“Om Parijs te halen moet de wereldwijde uitstoot tegen 2030 met 45% dalen; toch ontbreekt het Shell aan een doelstelling die leidt tot een grootschalige emissiereductie in 2030 (#); dit gebrek wordt weerspiegeld in de lage investeringen in duurzame energie. Met onze klimaatresoluties steunen wij Shell om emissiereductiedoelen te stellen die wel in lijn zijn met Parijsakkoord en dienovereenkomstig te investeren.”

(#) De huidige doelstelling van het bedrijf om het gemiddelde koolstofgehalte (Net Carbon Footprint (NCF)) van zijn energieproducten tegen 2030 met 20% te verminderen, is nog niet in lijn met Parijs; het zal niet leiden tot grootschalige (netto) reducties van de totale emissies in dit cruciale decennium.

Om deze lage investeringen in duurzame energie te camoufleren, schermt Shell met een verwarrend cijfer: Energy Transition Spend (energietransitie-uitgaven, een optelsom van Opex en Capex, zie hieronder).

Recordwinsten & aandeleninkoop: gebrek aan voorstellingsvermogen

“De huidige recordwinsten zouden gebruikt kunnen worden om de enorme investeringen in duurzame energie te doen die nodig zijn om de klimaatcrisis aan te pakken en de toekomst van het bedrijf zeker te stellen.”

“In plaats daarvan koopt Shell aandelen in. Aandeleninkoop toont een gebrek aan verbeeldingskracht in grootschalige investeringen in de energietransitie. Een bedrijf dat aandelen terugkoopt, zegt in feite tegen beleggers: ‘We weten geen betere bestemming voor dit geld dan het aan u terug te geven’.”

Aandeelhoudersresolutie op AVA zal duidelijkheid brengen

In mei zullen aandeelhouders opnieuw hun stem uitbrengen over de Follow This klimaatresolutie, die dit jaar gefocust is op de Scope 3 (product) emissies in 2030 – die ongeveer 95% van de totale emissies van Shell uitmaken; zoals gerapporteerd door de Financial Times (Activist group Follow This launches climate campaign against Big Oil), ReutersBloomberg, en Responsible Investor op december 19, 2022.

“Deze focus zal duidelijkheid brengen over welke investeerders vastbesloten zijn om de belangrijkste voorwaarde van Parijs te halen – het terugdringen van de emissies dit decennium – en welke investeerders Big Oil toestaan deze belangrijke voorwaarde te negeren”, legt Van Baal uit.

Shells rookgordijn: Energy Transition Spend
Om de lage investeringen in duurzame energie te camoufleren, schermt Shell met een Energy Transition Spend van een derde van de totale uitgaven (investeringen (Capex) en operationele uitgaven (Opex) bij elkaar opgeteld). Het samenvoegen van investeringen en operationele uitgaven is verwarrend: Opex is een indicator van de huidige activiteiten; Capex is voor de meeste beleggers een indicator van de toekomstige activiteiten.

Verder is het cijfer Energy Transition Spend om andere redenen problematisch: Ten eerste geeft Shell geen details om aandeelhouders de kans te geven het cijfer te verifiëren. Ten tweede is de definitie erg breed; zo vallen hieronder bijvoorbeeld ook Chemicaliën, Smeermiddelen, Convenience Retail en low carbon brandstoffen. Ten derde is het vrij ongeloofwaardig dat een bedrijf zoveel Opex-uitgaven doet (ongeveer 45% om tot 1/3 van de Opex en Capex te komen) zonder duidelijkheid te geven over de inkomsten en financiële resultaten van deze activiteiten.Ten slotte, als Opex-uitgaven een investering zouden zijn, zouden zij onder Capex moeten worden gerapporteerd. Volgens algemeen aanvaarde boekhoudkundige beginselen zijn Opex-uitgaven uitgaven zonder of met zeer onzekere economische voordelen buiten het verslagjaar.

“Samen met grote beleggers blijven we Shell steunen om zijn volle gewicht achter de energietransitie te zetten.”

[ad_2]

Source link

Berichten paginering