[ad_1]

The Social Hub heeft deze week officieel akkoord gekregen van de gemeente Eindhoven om duurzame wind- en zonne-energie op te wekken op het dak van The Social Hub Eindhoven. De ‘PowerNEST’ installatie beslaat 630m2 en bestaat uit een combinatie van windturbines met daarbovenop zonnepanelen en zal naar verwachting 17% van de energie opleveren die het gebouw nodig heeft voor het hotel, het studentencomplex en de co-working space. The Social Hub en de gemeente hebben de afgelopen 12 maanden nauw samengewerkt om dit innovatieve plan te realiseren. In 2021 werden de eerste gesprekken gevoerd tussen The Social Hub, Ibis Power en de gemeente Eindhoven, en nu is het plan voor de PowerNEST, een duurzame ‘energiefabriek’ door Ibis Power er daadwerkelijk doorheen.

Bevorderen van duurzame energietransitie

Als onderdeel van de transitie naar duurzame energie is The Social Hub op zoek naar mogelijkheden om zelf wind- en zonne-energie op te wekken door gebruik te maken van de ruimtes op daken en gevels van de hubs. Nieuwe innovaties toevoegen aan bestaande gebouwen is een belangrijk onderdeel van de duurzame strategie van The Social Hub en brengt ze dichter bij hun groene energiedoelen. De 23 hubs, verspreid over heel Europa, bevinden zich voornamelijk in stedelijke gebieden waar ruimte schaars is. Daarom zoekt het bedrijf naar oplossingen om minder afhankelijk te zijn van de overbelaste elektriciteitsnetten, maar ook om kosten te sparen en inspirerende oplossingen te bieden voor de energietransitie.

Charlie MacGregor, CEO & oprichter van The Social Hub: “We zijn heel blij met dit akkoord en danken wethouder Rik Thijs (GroenLinks) voor zijn steun. Dit is een belangrijke stap in ons plan om in al onze bestaande gebouwen zoveel mogelijk duurzame energie te genereren. We werken daarom graag samen met gemeenten en bedrijven die deze overgang kunnen helpen realiseren zodat we steeds dichter bij ons Net Zero-doel komen. Wij voelen de urgentie om nu concrete stappen te zetten en het juiste te doen voor onze planeet.”

Duurzaamheidstransformatie in stedelijke omgevingen

De omschakeling van fossiele naar hernieuwbare energiebronnen is een manier om de opwarming van de aarde tegen te gaan. In het klimaatakkoord van Parijs staat dat het aandeel van hernieuwbare elektriciteit in de totale elektriciteitsproductie in 2030 70% moet bedragen. Groene stroom in stedelijke omgevingen is nog een manier om dit doel te bereiken.

Rik Thijs, wethouder verantwoordelijk voor klimaat, energie, bodem en vergroening zegt: “We hopen dat deze samenwerking en innovatietoepassing een voorbeeld kan zijn voor andere steden. Als stad Eindhoven willen we een proeftuin zijn voor dit soort duurzame initiatieven. Als wethouder klimaat en energie zie ik dat we moeten versnellen. We zijn een slimme ‘Brainport’ regio (toptechnologie regio waar technologieën worden ontwikkeld die levens veranderen), en die beschikbare kennis moeten we gebruiken om klimaatverandering tegen te gaan.”

Alexander Suma, CEO IBIS Power zegt: “Aangezien bestaande middelhoge- en hoge gebouwen de grootste energieslurpers in de stad zijn, moeten we nieuwe manieren omarmen om deze gebouwen op weg te helpen naar Net Zero. De manier waarop The Social Hub, de stad Eindhoven en ons team samen hebben gewerkt is een geslaagd voorbeeld van hoe je op grote schaal duurzame oplossingen kunt verwezenlijken die positieve impact hebben op stedelijke gebieden. Het akkoord van de Gemeente Eindhoven maakt de weg vrij om in de toekomst meer gebouwen te helpen verduurzamen. De bouw van de PowerNEST modules voor The Social Hub begint deze zomer. Na 5 weken bouwen kunnen de voorbereidingen voor de daadwerkelijke plaatsing van het PowerNEST met de kraan op het 630 m2 grote dak van The Social Hub Eindhoven officieel beginnen.

Meer positieve milieu-impact

The Social Hub streeft ernaar zo verantwoordelijk en impactvol te opereren en de negatieve impact op het milieu te minimaliseren. The Social Hub is op dit moment bezig science-based targets op te stellen voor hun CO2 uitstoot en streeft naar een vermindering van 82% van de Scope 1 en 2 uitstoot per vierkante meter in 2032, in vergelijking met de uitstoot in 2018. De meest recent gebouwde hubs in Delft, Bologna en Barcelona hebben allemaal al zonnepanelen.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Coolbrook, een Fins-Nederlands engineering- en technologiebedrijf dat zich richt op industriële elektrificatie heeft een partnerschap gesloten met Linde Engineering, een toonaangevend bedrijf op het gebied van industriële gassen en engineering. Doel van dit partnerschap is om samen te werken aan de ontwikkeling en inzet van Coolbrooks RotoDynamic Reactor (RDR)-technologie om verbranding van fossiele brandstoffen te vervangen door schone elektriciteit in ethyleenfabrieken en daarmee een significante bijdrage te leveren aan de verduurzaming van de petrochemische industrie als geheel.

Beide bedrijven zijn overeengekomen om de ontwikkeling, industrialisatie en toepassing van Coolbrooks RDR-technologie en de integratie ervan in bestaande ethyleeninstallaties en nieuw te bouwen installaties te versnellen. Coolbrook en Linde zullen hun oplossingen gezamenlijk aanbieden aan grote bedrijven in de petrochemische sector. Bij deze samenwerking zal Coolbrook verantwoordelijk zijn voor alle componenten die gerelateerd zijn aan hun RDR-technologie, zoals  de elektrische aandrijving en de eerste fase van de productkoeling. Linde zal vervolgens de bredere integratie van de technologie leiden inclusief de massa- en energie integratie met de downstream installaties en de engineering- en ontwerp activiteiten die hiermee gemoeid zijn.

Het stoomkraken in ethyleenfabrieken is het een van de meest energie-intensieve en CO2-uitstotende industriële processen ter wereld. Met Coolbrooks gepatenteerde RDR-technologie is het mogelijk om in stoomkrakers de verbranding van fossiele brandstoffen te vervangen door elektrificatie om de wereldwijde CO2-uitstoot met ongeveer 200 miljoen ton per jaar te verminderen. Bovendien verbetert de RDR-technologie de energie-efficiëntie met als doelstelling om de ethyleenopbrengst te verhogen in vergelijking met traditionele kraaktechnologieën.

Coolbrook heeft zich tot doel gesteld dat in 2030 de RDR-technologie de industriële standaard is. Al eerder kondigde het bedrijf een samenwerking met ABB aan voor de automatisering, digitalisering, elektromotoren en frequentieregelaars voor Coolbrooks RotoDynamic-technologie.

John van der Velden, Senior Vice President Global Sales & Technology van Linde Engineering: “Er is dringend behoefte aan oplossingen om de industrie CO2-vrij te maken. Door de technologie van Coolbrook te combineren met de duurzame olefinen technologie van Linde Engineering en de daarmee samenhangende engineering, inkoop en bouw- (EPC) ervaring kunnen we tegemoetkomen aan de groeiende behoeften van onze klanten en de decarbonisatie van de ethyleenproductie verder stimuleren.”

Joonas Rauramo, CEO, Coolbrook: “We zijn zeer verheugd over onze samenwerking met Linde. Met hen zijn we nog beter in staat om optimale oplossingen voor onze klanten te ontwikkelen. Samen kunnen we de RotoDynamic Reactor-technologie van Coolbrook integreren in bestaande en nieuw te bouwen installaties en zo onze klanten ondersteunen bij het behalen van hun  klimaatdoelstellingen.”

Ilpo Kuokkanen, Executive Chairman van Coolbrook, vervolgt: “Deze samenwerking is een volgende belangrijke stap in het realiseren van onze strategische doelstelling om een actief en uitgebreid ecosysteem op te bouwen rond Coolbrooks RotoDynamic-technologie om een snelle commerciële implementatie op industriële schaal mogelijk te maken.”

De RotoDynamic Reactor van Coolbrook is gebaseerd op de gepatenteerde RotoDynamic-technologie van het bedrijf, die ontworpen is om warmte voor hoge temperatuurprocessen te genereren met gebruik van groene stroom, wat een belangrijke mijlpaal is op weg naar CO2-vrije productie in de zware industrie. Zodra de technologie op grote schaal wordt toegepast, kan zij de jaarlijkse CO2-uitstoot in de zware industrie met meer dan 2 miljard ton verminderen.

De technologie van Coolbrook wordt momenteel getest in een grootschalige pilot op de Brightlands Chemelot Campus in Geleen, waarbij de prestaties van de RotoDynamic Reactor voor de petrochemische sector en de RotoDynamic Heater (RDH) voor procesverwarming bij hoge temperatuur in diverse andere industriesectoren worden getest. De volgende mijlpaal is het inzetten van de technologie in de eerste commerciële demonstratieprojecten op locaties van afnemers, die in 2024 operationeel moeten zijn. Volledige commerciële inzet zal naar verwachting rond 2025 mogelijk zijn.

Met 70 jaar ervaring in stoomkraken en andere petrochemische technologieën heeft Linde Engineering wereldwijd meer dan 70 stoomkrakers gelicenseerd en/of gebouwd. Sindsdien heeft Linde de stoomkraaktechnologie voortdurend verbeterd, opgeschaald en geoptimaliseerd om te voldoen aan de strengste eisen op het gebied van veiligheid en duurzaamheid. In de afgelopen jaren heeft Linde een routekaart en toolbox ontwikkeld met decarbonisatie maatregelen, die voortdurend wordt verbeterd en uitgebreid. Dit alles om de vereiste transitie naar een volledige broeikasgas-vrije petrochemische industrie mogelijk te maken.

Linde Engineering is wereldwijd een van de weinige technologiebedrijven die zowel technologie, engineering, inkoop en bouw (T-EPC) kan leveren voor een volledig operationele ethyleenfabriek, voor zowel complete installaties als revamp projecten, inclusief downstream installaties, utilities en offsite- installaties.

Foto: Linde Engineering en Coolbrook ondertekenden de samenwerkingsovereenkomst op Brightlands Chemelot Campus in Geleen. Afgebeeld van links naar rechts: Dr. Gunther Kracker, Director en Head of Product Management & Cost Estimation Sustainable Hydrocarbon Solutions en Dr. Ing. Marc Schier, Vice President, Head of Sustainable Hydrocarbon Solutions bij Linde Engineering. Daarnaast Ilpo Kuokkanen, Executive Chairman, en Joonas Rauramo, CEO van Coolbrook.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

VoltH2 ontvangt van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) een substantiële exploitatiesubsidie voor de productie van groene waterstof.

VoltH2 krijgt deze subsidie voor haar projecten in respectievelijk Vlissingen en Terneuzen. Deze groenewaterstoffabrieken beschikken sinds Q2 2022 over een omgevingsvergunning en de projecten komen nu, met de toekenning van de SDE++ steun, opnieuw een stap dichter bij de realisatie. Na de finale investeringsbeslissing wordt verwacht dat de bouw van de fabrieken uiterlijk begin 2024 kan starten.

Capaciteit en uitstootreductie

Beide projecten zijn nagenoeg identiek en betreffen een groenewaterstoffabriek met een capaciteit van omstreeks 25 MW, die jaarlijks 2.000 ton groene waterstof zal produceren door middel van electrolyse. In een tweede fase zal de capaciteit van beide fabrieken uitgebreid kunnen worden naar 100 MW, waarmee jaarlijks 8.500 ton groene waterstof kan worden geproduceerd. Geschat wordt dat groene waterstof al vanaf 2025 een uitstootreductie van 9 kg CO2 per kg waterstof gerealiseerd kan worden, ten opzichte van het gangbare productieproces voor waterstof van fossiele oorsprong (grijze waterstof).

Aanzienlijke exploitatiesubsidie

SDE++ is het primaire subsidie-instrument waarmee de Nederlandse overheid de productie van hernieuwbare energie en CO2-verlaging wil stimuleren. De productie van groene waterstof werd in 2020 opgenomen in de SDE++. De subsidie wordt nu voor het eerst voor fabrieken met productie op industriële schaal toegekend aan VoltH2.

Het toegekende bedrag van de subsidie hangt af van de hoeveelheid geproduceerde groene waterstof en de daarmee gepaard gaande verminderde CO2-uitstoot. De subsidie wordt uitgekeerd over de eerste 15 jaar waarin de groenewaterstoffabriek operationeel is en vormt een belangrijke ondersteuning van de omzet.

Stap dichter bij realisatie van groenewaterstoffabrieken

André Jurres, Managing Director van VoltH2, over de SDE++ toewijzing: “VoltH2 bouwt een keten van groenewaterstoffabrieken: we ontwikkelen momenteel drie productielocaties in Nederland en zijn onlangs ook gestart in Wilhelmshaven (Duitsland). De ontwikkeling van de huidige portfolio, met een gezamenlijk potentieel van 500 MW, gaat uiteraard gepaard met forse investeringen. Wij zijn zeer verheugd met deze substantiële subsidie van de RVO. De subsidie belichaamt de visie van de overheid op de energietransitie en de rol die zij daarin ziet voor waterstof en de projecten van VoltH2. De subsidie brengt ons weer een stap dichter bij de realisatie van onze plannen in Vlissingen en Terneuzen.”

Gijs Voskuyl, partner en Head of Infrastructure van aandeelhouder DIF Capital Partners zegt: “Het toekennen van de eerste SDE++ voor groene waterstof aan projecten van VoltH2 beschouwen wij als een bevestiging van de voortrekkersol die VoltH2 vervult in de ontwikkeling van groenewaterstofproductiecapaciteit in Nederland. Daarnaast blijkt uit de subsidiebeschikking het vertrouwen van de overheid in de beide projecten en vormt het een belangrijke en solide basis voor de verdere ontwikkeling van deze fabrieken.”

Paul Tummers, CEO van aandeelhouder Virya Energy: “Met VoltH2 zijn we verheugd om bij te dragen aan de ontwikkeling van duurzame waterstof in Nederland. De toewijzing van de SDE++ subsidie door de overheid is een belangrijke stap om onze ambities te bereiken in de sector en een teken van de wil van de overheid om duurzame waterstof als concreet alternatief voor fossiele brandstoffen te ondersteunen.”

Marktwerking

VoltH2 kreeg in 2021 als eerste de nodige vergunningen. Ook voor de SDE++ is het bedrijf opnieuw als eerste geselecteerd. André Jurres: “Ik denk dat deze prestaties aantonen dat VoltH2 een voorloper is. Ons team is al volop bezig met de volgende fase, maar tegelijk willen we zo snel mogelijk een goed werkende markt voor groene waterstof creëren. Door individuele projecten zoals die in Vlissingen en Terneuzen te ondersteunen, zal deze subsidie de marktwerking stimuleren en dat is broodnodig om de klimaatdoelen te halen. VoltH2 speelt hierin graag een belangrijke rol.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De energietransitie raakt ons allemaal. Overheden en bedrijven communiceren bijna continu met consumenten en bewoners over de veranderingen en wat iedereen zelf kan doen. Maar worden ook de ondernemers en pandeigenaren bereikt? Dat is toch een niet onbelangrijke doelgroep. Met de toolkit ‘Ondernemers betrekken bij de energietransitie’ geven Platform31 en MarketResponse gemeenten de instrumenten om de verschillende type ondernemers te herkennen en beter en doelgerichter met hen te communiceren.

Kijken de ondernemers op dezelfde manier naar de energietransitie als consumenten? Of hebben zij andere behoeften en maken zij heel andere afwegingen? Kun je überhaupt spreken van ‘de ondernemers’? Je zou denken dat er verschillende type ondernemers bestaan. Dat betekent dat er ook verschillende manieren zijn om doelgericht te communiceren over energietransitie.

Het effectiefst communiceren met ondernemers

Om ondernemers te bereiken en in beweging te krijgen, moet je weten wie je voor je hebt en hoe je het effectiefst communiceert.

De toolkit bestaat uit drie delen.

  • Het eerste deel biedt concrete handvatten voor communicatie met de verschillende segmenten ondernemers.
  • Het tweede deel van de toolkit gaat zeer uitgebreid in op de kenmerken van de verschillende segmenten ondernemers. Voor ieder segment is een profiel opgesteld waarin karakteristieken en drijfveren van de specifieke groep zijn beschreven.
  • Het derde deel gaat in op het achterliggende, wetenschappelijke ‘Brand Strategy Research (BSR)’-model. Dat biedt een verdiepend inzicht in de leefstijlsegmenten en de vertaling daarvan naar ondernemerssegmenten.

Met de toolkit ‘Ondernemers betrekken bij de energietransitie’ kun je elke ondernemersgroep helder in beeld brengen op het thema energietransitie en krijg je inzicht in de aanpak per groep.

Download de toolkit op aanvraag

[ad_2]

Source link

[ad_1]

The Sustainable Apparel Coalition (SAC), as an impact-driven global convener of around half of the apparel and footwear industry, today launches its Decarbonization Guide for Members. The Guide is part of the SAC’s Decarbonization Program, launched last year, to drive science-based targets (SBTs) adoption and reduction in emissions across the textile and apparel industry. The Guide provides a six-step process by which organizations can commit and set SBTs and develop action plans to deliver individual targets.

Responsible for between two and eight percent of annual global greenhouse gas (GHG) emissions, the textile and apparel industry must ramp up its efforts on facilitating collective action across the industry, to deliver the 45 percent reduction needed by 2030 to limit global warming to 1.5°C. As part of the guidance provided, organizations will need to obtain internal buy-in to commit to and set SBTs, and submit their targets for verification. Once approved, member organizations will be required by the SAC to communicate their targets within six months of approval, develop an action plan and start taking actions geared towards delivering on carbon reductions. The SAC will require its corporate members to set near-term emission reduction targets in line with the latest climate science within 24 months and obtain the appropriate validation from SBTi or a  third-party accredited organization.

Featuring comprehensive guidance and resources to help organizations set and achieve their SBTs in each step, the Guide forms part of the ongoing work between the SAC and its members, including best-practice sharing webinars and peer-to-peer learning sessions, in an effort to scale up collaborative solutions to address the climate crisis. Developed last year in collaboration with Michael Sadowski, one of the primary authors of the Apparel and Footwear Sector Science-Based Targets Guidance by the World Resources Institute (WRI) in 2019, the SAC has been working on refining the guidance and conducting peer-to-peer group meetings with members to understand their needs and expectations.

Amina Razvi, Chief Executive Officer at the Sustainable Apparel Coalition, said: “Right now, the textile and apparel industry is not on track to hit net zero by 2050. We need urgent transformation and increased collaboration across the industry to tackle the worst impacts of climate change. The launch of our Decarbonization Guide is a major step in our efforts to create an aligned pathway for the industry to reduce GHG emissions. We believe through continued collaboration and partnership with organizations such as the Science Based Targets initiative, we can support our members to commit and set their science-based targets and work collectively to deliver on emissions reduction targets.”

Joyce Tsoi, Director of Collective Action Programs, at the Sustainable Apparel Coalition, said: “Through the Decarbonization Program, we are enabling collaboration between brands and manufacturers to address one of the biggest challenges the industry faces: how to reach net zero. With the textile and apparel industry being so far away from reaching net zero by 2050, the need for urgent action has never been greater. This Guide is a critical marker on that journey and will empower member organizations to turn purpose into practice to deliver necessary impacts, starting from understanding and adopting targets in line with the best available science to developing action plans to take collective actions. 77% of our members participating in our decarbonization program told us that they want to share knowledge, resources and tools that are available to them to set science-based targets is their biggest priority. By giving the industry the guidance, tools and platform it needs to change, brands and manufacturers are equipped to tackle the urgent challenge of emission reductions and drive systemic change across the industry.”

Luiz Amaral, CEO of the Science Based Targets initiative (SBTi), said: “When it comes to tackling the biggest problem the world has ever seen – climate change – we must draw on the power of collaboration, ambition and innovation. This new guidance is proof that the fashion industry is up to the challenge. It also provides a blueprint for other sector trade bodies to follow.

“To keep 1.5°C within reach, remain economically competitive and enable the transformation to a global net zero future, setting science-based targets is the crucial first step. I am looking forward to this collaboration driving countless companies to set ambitious climate goals and deliver tangible emission reductions in line with science.”

As part of its commitment to collaboration with stakeholders in the industry, the SAC is engaging with organizations such as the Science Based Targets initiative (SBTi) on how it accelerates the SBT adoption and validation across the globe. Dedy Mahardika, SBT Engagement Manager for Southeast Asia and Oceania at CDP presented at the SAC Annual Meeting in Singapore last November on the status of SBT adoption and the SBT guidance alongside the SAC to encourage greater uptake.

As part of its strategic plan, the SAC has set an aspirational objective to mitigate climate change and build climate resilience in the consumer goods value chain by supporting its corporate members in achieving decarbonization.

Download the guide (pdf)

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Met een ambitieus plan wil een groot consortium van Nederlandse zonnebedrijven de zonne-industrie een koploperspositie geven in Europa. Het consortium brengt de plannen samen onder de noemer: SolarNL. Het doel is om in amper een paar jaar tijd meerdere fabrieken te bouwen, voortbouwend op ambitieuze innovatieprogramma’s. Daarbij werken de bedrijven nauw samen met onderzoeksorganisaties. Dit moet hoogrendements circulaire zonnepanelen opleveren die rekening houden met de specifieke eisen van de Europese en Nederlandse markt. Zo moeten ze veel makkelijker recyclebaar zijn, mooier ingepast en ook toepasbaar zijn op voertuigen of op daken die niet geschikt zijn voor standaardpanelen. Doel is de gehele productieketen op Europese bodem op te zetten. Belangrijk, want de EU zet zwaar in op meer energie-onafhankelijkheid door het concurrentievermogen in ‘net-zero-technologie’ te vergroten. Om het programma mogelijk te maken hebben de partijen subsidie aangevraagd bij het Nationaal Groeifonds.

De totaalbegroting bedraagt €898 miljoen waarvan €586 miljoen door private financiering wordt gedekt. De gevraagde Groeifondssubsidie is €312 miljoen. Parallelle publieke investeringen zijn €181 miljoen. Het programma is gericht op R&D, innovatie en op het opleiden van gespecialiseerd personeel voor hoogwaardige banen. Het leidt tot een verwachte toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie van €500-700 miljoen per jaar in 2031 en cumulatief €20-25 miljard in 2050.

Er is een enorme kans om ook op Europese bodem een lokale industrie op te bouwen. Op dit moment komt 97% van de zonnepanelen uit China. De vraag naar materialen, productiemachines en andere cruciale technologie vanuit China, de VS en andere landen zoals India is enorm. Hetzelfde geldt voor de aanzuigkracht op investeringsprojecten, technische expertise en menskracht. “Als we nu niet handelen, zullen we in Europa voor toegang tot deze essentiële technologie achter het net vissen. Ook toeleveranciers moeten met grote volumes kunnen opereren om competitief te zijn. Ook willen we eigenlijk niet primair afhankelijk zijn van buitenlandse regimes voor onze nieuwe (duurzame) energievoorziening.” – staat te lezen in het voorstel van het consortium SolarNL.

Door nu concrete actie te nemen, kan Nederland zich in de kopgroep van de Europese zonne-industrie plaatsen, wat op de lange termijn een cruciaal economisch en strategisch voordeel oplevert. Deze Europese industrie moet zich onderscheiden in innovatieve producten: een hoger omzettings-rendement en producten voor grootschalige integratie van zonnetechnologie die nu nog niet bestaan. Het voorstel sluit direct aan op Europese initiatieven zoals RePowerEU die tot doel hebben de energie-autonomie van Europa te versterken.

SolarNL wil langs drie programmalijnen innoveren:

  1. Hoogrendements zonnecellen op basis van de nieuwe state-of-the-art “silicium-heterojunctie” technologie) met een toprendement: 25-26%. Hiervoor wordt een fabriek gebouwd die grootschalig en goedkoop kan produceren (productievolume 3 GWp/jaar). Het fabrieksconcept kan later worden gekopieerd naar andere locaties in Nederland en Europa (18 GWp/jaar). Daarmee wordt met dit programma zo’n 25-30% van de RePowerEU doelstelling behaald.
  2. Flexibele zonnefolies die makkelijk te recyclen zijn (op basis van perovskiet). Ook hiervoor wordt een aparte fabriek gebouwd met een productiefaciliteit van 1 GWp/jaar. Deze zonnecellen kunnen op plekken worden toegepast daar waar de conventionele panelen niet voldoen. In Nederland moet in het jaar 2050 zo’n 1.000 km2 aan zonnetechnologie zijn geïnstalleerd, en dat is met alleen de conventionele rigide glaspanelen niet mogelijk.
  3. Geïntegreerde circulaire lichtgewicht zonnepanelen voor specifieke toepassingen, in daken en wanden van gebouwen, auto’s en vrachtwagens. Daarbij worden de cellen en folies gebruikt die in de eerste twee programmalijnen worden ontwikkeld. Tevens worden zonnepanelen ontwikkeld met een stapeling silicium en perovskiet, zogenaamde tandem-technologie, waarmee een rendement van meer dan 30% haalbaar is, bijna de helft meer dan de huidige reguliere panelen.

Nu al zijn in Nederland ruim 35.000 mensen werkzaam in de Zon-PV-sector (constructie, installatie, onderhoud, integratie in het elektriciteitsnetwerk, etc.) en dat aantal zal naar verwachting jaarlijks met 15-30% groeien. SolarNL moet voor de Nederlandse zonne-industrie circa 1.500 banen opleveren. SolarNL is een samenwerking van Solarge, MCPV, HyET Solar, Compoform, Exasun, Energyra, Lightyear Layer, IM Efficiency, Taylor, TNO, Hogeschool van Amsterdam, SolarLab en Stichting NWO-I/AMOLF.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Natuur & Milieu start samen met een internationale coalitie van maatschappelijke organisaties het project Bottom Line! Bottom Line! richt zich op een succesvolle en eerlijke energietransitie met zo min mogelijk impact op mens en natuur. Zowel in Nederland als in de landen waar de grondstoffen gewonnen worden. Het gaat om een samenwerking tussen IUCN NL, Stop Ecocide NL, Alliance for Tompotika Conservation (AlTo) Indonesia, A Rocha Ghana, Alyansa Tigil Mina (ATM) Philippines en the Deep Sea Conservation Coalition (DSCC). Het project wordt mogelijk gemaakt dankzij een extra bijdrage van 1,8 miljoen euro van de Nationale Postcode Loterij.

De vraag naar mineralen als kopererts, kobalt, nikkel en mangaan stijgt explosief vanwege de energietransitie. Ze zijn nodig voor bijvoorbeeld batterijen voor elektrische auto’s en windturbines. Dat we in de versnelling moeten om over te stappen van fossiele naar hernieuwbare energie staat buiten kijf. Maar deze overstap moet wel eerlijk plaatsvinden, met zo min mogelijk negatieve impact op mens en natuur.

Aanpak Bottom Line!

In de eerste plaats betekent dit een circulaire aanpak waarin minder energieverbruik voorop staat. Daarnaast moeten we striktere eisen te stellen aan een verantwoorde winning van grondstoffen, aldus de coalitie. ‘Wij vinden dat er een bottom line moet komen en moet worden bewaakt: een duidelijke ondergrens die aangeeft waar en hoe mijnbouw mag plaatsvinden, zodat de schade voor mens en natuur binnen de perken blijft.’

Coenraad Krijger, directeur van IUCN NL: ‘Er is een systeemverandering nodig die ons aanzet tot een zuinige omgang met grondstoffen en zorgvuldige winning, op een toekomstbestendige manier. Met dit project zetten we ons in voor een eerlijke, verantwoorde energietransitie voor mens en natuur.’

Wet- en regelgeving

Gebruik en hergebruik van grondstoffen, mineralen en producten moet ook in wet- en regelgeving worden vastgelegd, om er zeker van te zijn dat iedereen zich hiervoor inzet. Natuur & Milieu gaat daarom in het project Bottom Line! aan de slag met beleidsmakers en politici om ervoor te zorgen dat dit beleid er zo snel mogelijk komt. Het gaat dan zowel om nationaal, als Europees beleid gericht op zuinig gebruik van grondstoffen, hergebruik en andere belangrijke vormen van circulariteit zodat in de toekomst niet alleen de energie duurzaam is, maar ook de materialen die hiervoor nodig zijn.

Marjolein Demmers, directeur Natuur & Milieu: ‘De energietransitie is in volle gang en dat is heel goed nieuws. Het is echter ook duidelijk dat we veel zuiniger en slimmer om moeten gaan met de grondstoffen en mineralen die nodig zijn voor onze batterijen, accu’s en zonnepanelen. De overheid moet hier zo snel de regels voor gaan opstellen. Wij gaan er in Den Haag en Brussel voor zorgen dat dit onderwerp meer aandacht krijgt van beleidsmakers en politici. We denken mee over hoe dit beleid eruit moet komen te zien.’

Bedreigde gebieden

Bottom Line! focust op drie boslandschappen met een cruciale waarde voor de mondiale biodiversiteit. Als de huidige mijnbouwpraktijken doorgaan ondervinden deze gebieden daar ernstige gevolgen van. Denk aan ontbossing, vervuiling en diepzeebodemontginning. Het gaat om het Tompotika-oerbos in Indonesië, bedreigd door nikkelmijnbouw; het Atewa-oerbos in Ghana waar plannen zijn voor bauxietwinning; en Tampakan in de Filipijnen waar inheemse gemeenschappen zich verzetten tegen grootschalige winning van kopererts in een kwetsbaar stroomgebied. Daarnaast duiken we letterlijk in het diepe: de diepzee van de internationale wateren, waar de gezondheid van de oceaan, de koolstofopslagcapaciteit en nog te ontdekken kwetsbare soorten in de waagschaal gesteld worden voor mijnbouw.

Bewustwording politiek, bedrijfsleven en publiek

Initiatiefnemers Bottom Line!: ‘In en rond deze gebieden versterken we de stem van de mensen en organisaties die opkomen voor de natuur en mensenrechten en pleiten we voor striktere mijnbouwwet- en regelgeving (inclusief no-go zones) en de naleving daarvan. De ervaringen en verhalen uit deze (zee)landschappen zetten we in om bewustwording te vergroten bij lokale en internationale overheden – met een specifieke focus op Nederlandse en Europese beleidsmakers, het bedrijfsleven, financiële instellingen en eindgebruikers. Daarbij pleiten we bij de publieke en private sector voor meer nadruk op het verminderen van energieconsumptie en op hergebruik, recycling en circulair design. Als er mijnbouw plaatsvindt, pleiten wij voor een brede toepassing van de IRMA-standaard voor verantwoorde mijnbouw, rekening houdend met gemeenschappen, werknemers en de natuurlijke omgeving.’

Jonne Arnoldussen (managing director Postcode Loterij): ‘De Postcode Loterij steunt het goede werk van IUCN NL al sinds 2000, en is blij om dankzij de deelnemers nu een extra bijdrage van 1,8 miljoen euro te kunnen leveren via Bottom Line!. Het project spoort de energieketen aan om zuiniger en voorzichtiger om te springen met de winning van grondstoffen. En wat wij ook heel belangrijk vinden is de bescherming van de diepe oceaan: de diepzeebodem is een doelwit van de mijnbouwindustrie, en er zijn maar weinig regels die dit gebied beschermen.’

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen is in 2022 vergeleken met een jaar eerder met 20 procent gestegen. De elektriciteitsproductie uit fossiele bronnen daalde met 11 procent. In 2022 kwam 40 procent van de totale elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen, een jaar eerder was dit 33 procent. Dit meldt het CBS op basis van voorlopige cijfers.

De productie van elektriciteit is in 2022 vergeleken met een jaar eerder gelijk gebleven. De elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen steeg met 20 procent naar 47 miljard kWh. De productie uit zon nam met 54 procent toe, die uit wind met 17 procent. Dat hangt grotendeels samen met de gestegen capaciteit (zon +4 GW, wind +1 GW) en met meer gunstige weersomstandigheden. De productie van elektriciteit uit biomassa en waterkracht daalde.

Minder elektriciteit uit aardgas

De elektriciteitsproductie uit fossiele brandstoffen nam in 2022 vergeleken met een jaar eerder met 11 procent af naar 67 miljard kWh. De productie van elektriciteit uit aardgas daalde met 16 procent naar 47 miljard kWh, mede door de hoge aardgasprijzen.

De productie van elektriciteit uit kolen bleef met 16 miljard kWh gelijk aan een jaar eerder. Het opheffen van het productiemaximum bij kolencentrales, sinds juni 2022, heeft hierbij een rol gespeeld.

Meer invoer uit Verenigd Koninkrijk, minder uit Duitsland en Noorwegen

De invoer van elektriciteit is in 2022 met 11 procent gedaald naar 19 miljard kWh. De uitvoer nam toe met 11 procent naar 23 miljard kWh. Hierdoor is er weer sprake van een netto uitvoersaldo, in tegenstelling tot een jaar eerder toen er sprake was van een gering invoersaldo.

De invoer uit Noorwegen (-49 procent) nam af, mede omdat daar minder elektriciteit uit waterkracht werd geproduceerd. Ook de invoer uit Duitsland daalde (-23 procent), dit als gevolg van een afname van nucleaire productie. De invoer uit het Verenigd Koninkrijk liet juist een stijging zien door toename van productie uit wind.

Vanuit Frankrijk werd er minder elektriciteit uitgevoerd naar België en Duitsland, mede omdat er langdurig onderhoud was bij de Franse kerncentrales. Daardoor waren deze landen genoodzaakt een deel van hun elektriciteit elders te halen, ook omdat de productie uit nucleaire bronnen in eigen land was afgenomen. Mede daardoor steeg de uitvoer van elektriciteit uit Nederland naar België en Duitsland.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Een groep van 70 experts gaat de Europese Commissie helpen bij de regelgeving en de certificering om de verwijdering van CO₂ uit de lucht te bevorderen. Ze krijgen daarbij technische ondersteuning van Wageningen Environmental ResearchPartners for Innovation en Climate Neutral Group. Op 6 en 7 maart wordt het startsein gegeven tijdens een bijeenkomst met de Europese Commissie en de experts in Brussel.

De Europese Commissie wil wettelijke richtlijnen opstellen voor de verwijdering van CO₂ uit de lucht. Die richtlijnen moeten kunnen bouwen op geverifieerde en gecertificeerde methoden. De Commissie heeft een groep van 70 deskundigen uit Europa met uiteenlopende en elkaar aanvullende achtergronden geselecteerd om zich hier over te buigen.

Landbouw, bossen en veen

De opname van CO₂ door bomen, planten en de bodem is een van de oplossingen die om betrouwbare en transparante metingen en monitoring vraagt. Deze nature based solutions richten zich op drie typen landschapsbeheer: landbouw, bosbouw en herstel van veengebieden.

De experts die zich hiermee bezig houden krijgen de komende twee jaar ondersteuning van Partners for Innovation, Wageningen Environmental Research en Climate Neutral Group. Partners for Innovation zal vooral technisch, wetenschappelijk en beleidsmatig materiaal verzamelen en filteren om de discussie in de expertgroep te voeden. Daarnaast bieden we ondersteuning bij de zes voorziene bijeenkomsten van de experts in Brussel.

Kwantificering

Een tweede taak is om methoden te ontwikkelen voor het certificeren van de CO₂ opname. Het belangrijkste vraagstuk bij certificeren is de kwantificering: hoe monitor en rapporteer je de opslag en emissies? Wat is het uitgangspunt voor de metingen? Hoe zit het met de opslag op lange termijn? En hoe garandeer je dat de activiteiten duurzaam zijn en ten goede komen aan bijvoorbeeld biodiversiteit? Hier zullen Wageningen Research, naast hun inbreng van wetenschappelijke kennis, en Climate Neutral Group zich vooral op concentreren.

Ten slotte zal Partners for Innovation dynamische LCA’s van duurzame bouwproducten, zoals hout, uitvoeren om de impact van de activiteiten op het milieu te bepalen.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Zonne- en windenergiebedrijven, brancheorganisaties, de Nederlandse overheid, kennisinstituten, ngo’s en vakbonden gaan zich gezamenlijk inzetten voor verduurzaming van internationale ketens. De partijen hebben afspraken gemaakt op het gebied van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO) in het nieuwe IMVO-convenant voor de Hernieuwbare Energiesector, dat vandaag werd ondertekend. Doel van het convenant is om door samenwerking risico’s op het gebied van mensenrechtenschendingen en milieuschade gezamenlijk aan te pakken en te voorkomen.

Zonne- en windenergie

De productie van zonnepanelen en windmolens kan negatieve gevolgen hebben voor mens, milieu en biodiversiteit. Zo kunnen bedrijven te maken krijgen met problemen als ontbossing en het verlies van natuurlijke leefgebieden van dieren. Ook mensenrechtenschendingen, zoals dwang- en kinderarbeid, gebrek aan vakbondsvrijheid, onveilige werkomstandigheden en uitbuiting van de rechten van lokale gemeenschappen, kunnen voorkomen in de productieketens van zonne- en windenergie. De ketens zijn complex en missen transparantie, waardoor problemen niet door een individueel bedrijf kunnen worden aangepakt. Diverse internationale bedrijven uit de zonne- en windenergiesector hebben zich daarom aangesloten bij het convenant. Door samenwerking willen zij een positieve impact realiseren.

Internationale richtlijnen en toekomstige wetgeving

Het convenant heeft een looptijd van vijf jaar en wordt ondertekend door een brede coalitie. Door deelname committeren bedrijven zich aan het toepassen van internationale richtlijnen van de OESO en VN bij al hun activiteiten. Hiermee bereiden zij zich ook voor op toekomstige IMVO-wetgeving. De samenwerking wordt ondersteund door de ministeries van Buitenlandse Zaken en Economische Zaken en Klimaat, brancheorganisaties, financiële instellingen en belangenverenigingen. De aangesloten kennisinstituten, ngo’s, vakbonden en de SER gaan bedrijven ondersteunen met hun kennis en expertise bij de toepassing van IMVO.

Samenwerking

De komende jaren richten de partijen zich op het in kaart brengen van de ketens van individuele bedrijven en bijbehorende risico’s. Daarnaast worden praktijkervaringen gedeeld en collectieve projecten opgestart om verbeteringen door te voeren. De deelnemende partijen zetten zich gezamenlijk in om het bewustzijn rondom het belang van duurzame ketens te vergroten en hoger op de maatschappelijke agenda te krijgen.

Een overzicht van alle deelnemende partijen en het IMVO-convenant voor de Hernieuwbare Energiesector zijn te raadplegen op de website.

Minister Jetten, Ministerie van Economische Zaken en Klimaat: “Hernieuwbare energie van zon en wind is nu echt tot volle wasdom gekomen. Daarmee komt ook een grote verantwoordelijkheid om goed om te gaan met natuur, mensenrechten en biodiversiteit in de keten en in de operatie. Vanuit dit convenant kunnen de aangesloten bedrijven samenwerken om de aandachtspunten beter inzichtelijk te maken en hier actie op te nemen. Dit is een goede eerste stap en ik kijk uit naar de voortgang.”

David Molenaar, CEO Siemens Gamesa Renewable Energy BV: Deel uitmaken en steun verlenen aan het convenant was een simpele keuze voor iedereen bij Siemens Gamesa, aangezien we dezelfde overtuigingen en doelen delen om ervoor te zorgen dat onze toeleveringsketens de hoogst mogelijke standaarden voor het welzijn van mensen halen.”

Elles van Ark, directeur van CNV Internationaal: “Het is fantastisch dat de vraag naar groene energie zo hard stijgt, maar daarmee stijgt ook de druk op de mijnwerkers in Latijns-Amerika en Afrika. Zij krijgen vaak tijdelijke contracten en doen zwaar en onveilig werk voor een laag loon. Omdat vakbondsvrijheid meestal ontbreekt, is het moeilijk om misstanden aan te pakken. Binnen het convenant zetten wij in op het stimuleren van vakbondsvrijheid, zodat werknemers in de hele keten zich kunnen uitspreken.”

Elisabeth Stevens, Chief Operations Officer bij Sunrock: “Sunrock gelooft in zakendoen waarbij er rekening wordt gehouden met de belangen van onze medewerkers, het milieu en met iedereen om ons heen. Wij zijn overtuigd van de urgentie om samen te werken middels dit convenant, omdat we op deze manier een veel grotere, positieve impact kunnen realiseren.”

Kees Vendrik, voorzitter IMVO-convenant voor de Hernieuwbare Energiesector: “Het belang van zonne- en windenergie voor de energietransitie is inmiddels glashelder. De toenemende vraag naar hernieuwbare energie in Nederland en Europa mag echter niet ten koste gaan van sociale en ecologische omstandigheden elders in de wereld. Daarom ben ik ontzettend blij dat we vandaag het IMVO-convenant voor de Hernieuwbare Energiesector ondertekenen. Ik kijk ernaar uit om samen met alle deelnemende partijen aan de slag te gaan. Want alleen samen kunnen we de problemen in de keten het hoofd bieden en verder verduurzamen.”

Foto: Dirk Hol

[ad_2]

Source link

Berichten paginering