[ad_1]

Ondernemers lijken hun bedrijfsvoering aan te passen op klimaatbeleid, in plaats van hun bedrijf te verplaatsen naar landen zonder of met minder streng klimaatbeleid. Er is weinig tot geen bewijs dat klimaatbeleid de winst, productiviteit of omzet van een gemiddeld industrieel bedrijf heeft gedrukt. Dat blijkt uit een CPB-studie naar het effect van koolstofkosten voor circa 3 miljoen bedrijven in 32 landen tussen 2000 en 2019.

De studie vindt wel een beperkte vermindering van de werkgelegenheid. Daarentegen voerden een groot aantal bedrijven hun investeringen juist op in reactie op hogere koolstofkosten. Op de kans dat een bedrijf de activiteiten staakt hebben koolstofkosten nauwelijks invloed gehad.

De effecten verschillen sterk tussen bedrijven en branches. De daling van werkgelegenheid doet zich met name voor in kapitaalintensieve bedrijven en kleine bedrijven in de mijnbouw, de cementindustrie en bedrijven die basismetalen produceren. Opmerkelijk genoeg blijkt in dergelijke sectoren dat bedrijven hun investeringen juist opschroeven en dat de productiviteit voor een grote groep bedrijven verbeterde.

De studie bekijkt de koolstofkosten waar bedrijven via verschillende beleidsinstrumenten mee te maken hebben. Te denken valt aan expliciete koolstofkosten van een CO2-belasting of emissiehandelssysteem, maar ook aan impliciete manieren waardoor de uitstoot van CO2 financieel minder aantrekkelijk gemaakt wordt, zoals brandstofaccijnzen, subsidies, normen en restricties. In reactie op die hogere kosten om CO2 uit te stoten, is een veelgehoord argument dat bedrijven hun heil anders zoeken. Die visie trekt deze studie in twijfel.

Deze studie maakt gebruik van productiegegevens en gegevens over de productieactiviteit en prestaties van circa 3 miljoen industriële bedrijven uit 15 verschillende sectoren in 32 landen gedurende de periode 2000–2019.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De verduurzaming in het Nederlandse bedrijfsleven versnelt: tweederde van de bedrijven verwacht dat de eigen verduurzaming dit jaar accelereert in vergelijking met 2022. Dit wordt vooral gedreven door de eigen duurzaamheidsstrategie en door eisen van de overheid en grote afnemers. Bedrijven hebben steeds vaker te maken met uitgebreide duurzaamheids-eisen vanuit de productieketen waarin zij opereren. Als gevolg hiervan past de helft van de bedrijven ingrijpend de bedrijfsvoering aan. Ook de energiecrisis heeft gezorgd voor een uitbreiding en versnelling van de verduurzaming. Daarbij blijkt dat al 70% van de bedrijven in Nederland van het gas af wil, bijna de helft daarvan wil dit voor eind 2024 bereiken. Ook stelt 49% van de ondernemingen voor het einde van 2024 elektrisch rijden verplicht. Dit blijkt uit het jaarlijkse verduurzamingsonderzoek van ING onder honderden bedrijven.

“Verduurzamen is cruciaal voor bedrijven. De druk van de overheid en andere bedrijven in de keten wordt steeds groter. Maar ook vanuit de bank. Daardoor ontstaat er een vliegwieleffect waardoor iedereen meer gaat verduurzamen”, zegt Laurens de Vos, Directeur Business Banking bij ING in Nederland. “Bovendien verwacht het personeel het en is het een steeds grotere factor voor het kunnen aantrekken van personeel, cruciaal in de huidige krappe arbeidsmarkt.”

Tweederde bedrijven verwacht te versnellen

Uit het onderzoek blijkt dat 68% van de Nederlandse ondernemingen dit jaar sneller verwacht te verduurzamen dan vorig jaar. Verduurzaming staat dan ook op de tweede plek in de ranglijst met belangrijkste strategische prioriteiten van Nederlandse bedrijven. Voor 36% van de ondernemingen is verduurzamen de komende twaalf maanden het meest relevant. Alleen het aantrekken en vasthouden van talent staat hoger, met 38%. Maar ook hierbij speelt verduurzaming een rol: maar liefst 80% van de ondervraagden stelt dat de duurzame strategie belangrijk tot cruciaal is voor het aantrekken van personeel. Als derde prioriteit worden kostenbesparingen genoemd.

De grootste aandrijver van de versnelling op verduurzaming zijn vooral de eigen duurzaamheidsstrategie, de eisen van grote afnemers zoals overheid en multinationals en de verwachtingen van het eigen personeel. Die versnelling heeft al een aanloop: 64% van de bedrijven geeft aan dat duurzaamheidsinvesteringen het afgelopen jaar zijn vervroegd, versneld of vergroot. Ook de energiecrisis had impact. Laurens de Vos: “De energiecrisis heeft ondernemers eens te meer duidelijk gemaakt dat verduurzaming ook vanuit kostenperspectief de enige weg vooruit is.”

Van het gas af, elektrisch rijden verplicht

Als bedrijven duurzame acties ondernemen, zijn dat voornamelijk de meer traditionele onderdelen als afvalscheiding en afvalreductie (beiden 48%) en energiebesparing (54%). Recycling, plasticbesparing en CO2-reductie wordt door ruim 30% van de ondervraagden genoemd. Het elektrificeren van het wagenpark staat nu in de middenmoot met 19%, maar het is een grote focus voor de komende jaren: 49% zegt voor eind 2024 het elektrisch rijden verplicht te gaan stellen. Het zoeken naar meer duurzame energiebronnen wordt ook duidelijk uit het feit dat 70% van de bedrijven zegt van het gas af te willen gaan en 45% al voor eind 2024.

Opkomende drijfveer: kansen in de markt

Bedrijven hebben veel verschillende redenen om met verduurzaming bezig te zijn.  Dat het beter is voor het milieu wordt door 45% van de respondenten genoemd. Het milieu is volgens de respondenten al drie jaar de belangrijkste drijfveer voor duurzaam ondernemen. Kostenbesparingen (39%) en het tegengaan van verspilling (31%) worden ook vaak genoemd. Een opvallende stijger is de drijfveer dat duurzaamheid kansen in de markt biedt. Dat zegt nu 31%, drie jaar geleden was dat maar 19%. Verduurzaming heeft voor bijna twee derde van de bevraagde bedrijven een positieve impact op het bedrijfsresultaat.

Meer dan helft bedrijfsactiviteiten moet worden aangepast voor verduurzaming

Driekwart van de bedrijven zegt dat verduurzamingseisen vanuit de toeleveringsketen leidend zijn in het doorvoeren van veranderingen wat betreft duurzaam ondernemen. Voor circa 70% leidt dit ertoe dat ruim de helft van de bestaande bedrijfsactiviteiten wordt aangepast. Overigens stelt 43% van de bedrijven zelf ook al duurzaamheidseisen aan bedrijven met wie zijn zaken doen. Zo selecteert ruim de helft al leveranciers in (Noordwest) Europa op basis van de duurzame transporteisen van grote afnemers.

Terugverdientijd

“Het grootste dilemma bij verduurzaming, zo geven bedrijven aan, is dat het tijd kost om duurzame investeringen terug te verdienen met ook de hoge kosten van investeringen in nieuwe technologie, aldus Laurens de Vos. “Ruim de helft van de bedrijven geeft aan dat de terugverdientijd van hun verduurzamingsinvesteringen minder dan 3 jaar is. Voor twee op de vijf bedrijven is de terugverdientijd van verduurzamingsinvesteringen nu korter dan een jaar geleden.”

Financieringsadvies en rentekorting belangrijk

Financiële instellingen kunnen volgens 9 op de 10 bedrijven in meer of mindere mate helpen bij het verduurzamen van het bedrijf. De grootste behoefte ligt vooral op het gebied van inzicht en advies gevolgd door financiering. Zo geeft vier op de vijf bedrijven aan hulp of begeleiding bij de financiering op het gebied van duurzaamheid nodig te hebben. Een derde van de bedrijven maakt gebruik van rentekorting van hun bank voor verduurzaming en 4 op de 5 bedrijven vindt deze rentekorting belangrijk, of zelfs essentieel voor de verduurzaming.

Overheid wel invloed, maar niet heel effectief

De overheid wordt momenteel niet als heel effectief gezien als het om verduurzamingsbeleid gaat: minder dan een derde (32%) van de bedrijven vindt de overheid gematigd tot zeer effectief. Desondanks hebben de overheidsregels wel degelijk een effect op de bedrijfsvoering en 45% stelt dat meer dan de helft van de bestaande bedrijfsactiviteiten hiervoor beïnvloed worden.

Meerderheid: duurzame impact belangrijker dan winst

Ondanks dat er naar de overheid wordt gekeken, vindt ook een steeds groter aantal van de ondernemingen dat het bedrijfsleven moet voorlopen op particulieren als het gaat om verduurzaming: drie jaar geleden vond 62% dit en nu maar liefst 75%. “Opvallend is dat verduurzaming belangrijker wordt gevonden dan het zoveel mogelijk winst behalen,” stelt Laurens de Vos. “Op de stelling: Het creëren van duurzame impact is belangrijker van winstmaximalisatie zegt 62% van de ondervraagden het hiermee eens te zijn, drie jaar geleden was dat nog 47%.”

Over het onderzoek

ING heeft dit onderzoek laten uitvoeren door onafhankelijk onderzoeksbureau DVJ Insights onder een representatieve steekproef over alle sectoren van ca. 200 Nederlandse bedrijven van 50 tot 1.000 medewerkers. De resultaten zijn gewogen naar omvang van de bedrijven (gemeten in aantal werknemers). Het onderzoek vond in februari-maart 2023 plaats.

Download de infographic

[ad_2]

Source link

[ad_1]

In Nederland is in 2022 de CO2-uitstoot van de bedrijven onder het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) gedaald met 7,6% t.o.v. 2021. Vooral de industrie noteert met een daling van 8,3% de grootste uitstootverlaging in 15 jaar. Dat blijkt uit cijfers van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa).

De CO2 emissies in 2022 zijn met 68,5 miljoen ton (Mton) fors lager dan de 74,1 Mton in 2021. Vergeleken met het jaar 2019, voordat de coronacrisis begon, is het zelfs een daling van bijna 20%. De 330 bedrijven die onder het ETS vallen, zijn samen verantwoordelijk voor ongeveer de helft van de totale CO2-uitstoot in Nederland.

Mark Bressers, directeur-bestuurder NEa: “We zien in deze cijfers weerspiegeld dat het een bewogen jaar is geweest voor de Nederlandse industrie. Het is zeer waarschijnlijk dat de daling voornamelijk veroorzaakt is door lagere productie in plaats van door verduurzaming. Wat dit betekent voor het behalen van de klimaatdoelen in 2030 is daardoor nog niet met zekerheid te zeggen.”

Vooral chemische bedrijven hard omlaag

Vooral chemische fabrieken zoals DOW Chemical, Chemelot en kunstmestfabrikant Yara zagen hun uitstoot in 2022 flink afnemen.

Bressers: “De grote uitstoot reducties in de chemie zijn uiteraard positief, maar het gaat hier wel om bedrijven die veel aardgas gebruiken bij hun productie. De prijs voor aardgas was vorig jaar natuurlijk hoog en dit heeft in veel gevallen geleid tot een lagere productie. Het is dus nog te bezien wat dit betekent op de langere termijn. Gaat de CO2-uitstoot van dit soort bedrijven verder omlaag door verduurzaming of verschuift er onder druk van hoge energieprijzen productie, en dus ook CO2-uitstoot, naar het buitenland?”

CO2-uitstoot kolencentrales blijft hoog

De CO2-uitstoot van de 4 kolencentrales is in 2022 vrijwel op hetzelfde niveau gebleven als in 2021. In totaal stootten de kolencentrales 11,7 Mton CO2 uit in 2022 en waren daarmee verantwoordelijk voor 8% van de totale Nederlandse CO2-uitstoot.

Vanaf 1 januari 2022 zou er eigenlijk een plafond voor de CO2-uitstoot van kolencentrales in werking treden, dit is geschrapt door het kabinet vanwege de hoge gasprijzen.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Google en Eneco hebben een corporate Power Purchase Agreement (cPPA) gesloten voor de levering van circa 0,5 TWh duurzame stroom met een vermogen van 153 MW per jaar voor de duur van 10 jaar. De stroom komt van Windpark Fryslân en Windpark Kroningswind.

Google streeft ernaar om in 2030 haar diensten te kunnen aanbieden met gebruik van alleen CO2-vrije energie, 24-uur per dag. Belangrijk onderdeel daarin is dat de datacentra en kantoren op duurzame energie functioneren. Het datacenter in Eemshaven maakte voor een deel al gebruik van duurzame energie, maar werkt dankzij deze cPPA voor 80% op duurzaam opgewekte energie in 2024. Van Windpark Fryslân ontvangt zij 288 GWh per jaar met een vermogen van 73,5 MW. Van Windpark Kroningswind – een realisatie van de beursgenoteerde infrastructuurinvesteerder TINC – komt jaarlijks 227 GWh met een vermogen van 79,8 MW.  

Martijn Bertisen, VP Google Nederland: “Duurzaamheid is sinds de oprichting een van de kernwaarden van Google. Sindsdien lopen we al meer dan tien jaar voorop in het behalen van een koolstofvrije toekomst. De digitale én groene transformatie gaan hand in hand. Digitale oplossingen, zoals thuiswerken of slimme thermostaten, spelen een belangrijke faciliterende rol voor ten minste 20-25% van de reducties die nodig zijn om een net-zero economie in Europa te bereiken. Onze ambitie om tegen 2030 volledig op koolstofvrije energie te draaien, waar en wanneer dan ook ter wereld, zal een intensieve samenwerking vereisen met belangrijke energiebedrijven zoals Eneco, die zich gezamenlijk inzetten voor duurzame energiedoelstellingen op de lange termijn.” 

Kees-Jan Rameau, COO Integrated Energy van Eneco: “Google zet zich in om al haar diensten energieneutraal aan te bieden. Dat is een waardevol streven waar Eneco graag aan bijdraagt door duurzame energie te leveren, samen met de Windparken Fryslân en Kroningswind. Met grote impactvolle bedrijven als Google, die actief bijdragen aan verduurzaming van de energiesystemen, versnellen we de energietransitie.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Met Target Grid introduceert TenneT een nieuwe aanpak om de enorme uitdagingen van de energietransitie het hoofd te bieden. Het doel is om in 2045 een elektriciteitsnet gereed te hebben voor een florerende, duurzame economie met altijd genoeg groene elektriciteit voor ieders behoeften, van consument tot industrie. De eerste versie van Target Grid, inclusief de bijbehorende netkaart van 2045, is vandaag aangeboden aan minister voor Klimaat en Energie, Rob Jetten.

Aftrap voor dialoog

Met Target Grid stelt TenneT een netwerk van gelijkstroomsupersnelwegen en energiehubs voor, het DC-net (elektriciteitssupersnelwegen), en een sterk verbeterd bestaand AC-net (wisselstroom). Deze combinatie van energiehubs, verbonden door supersnelwegen zorgen ervoor dat de duurzame elektriciteit over grote afstanden van de Noordzee naar consumenten en industrie kan worden getransporteerd en dat het elektriciteitsnetwerk betrouwbaar blijft. De overhandiging aan Minister Rob Jetten betekent de aftrap van een dialoog met alle betrokkenen om het Target Grid samen verder vorm te geven.

Ongekende groei offshore windenergie en vraag naar elektriciteit

Zowel Duitsland als Nederland staan voor enorme en vergelijkbare uitdagingen: meer dan een verdubbeling van het elektriciteitsverbruik, een vijf tot tienmaal zo grote opwekcapaciteit, aanzienlijke niveaus van vereiste flexibiliteit en per land ongeveer 70 GW aan geïnstalleerde offshore-windenergie die zo efficiënt mogelijk bij Nederlandse, Duitse en Europese industrieën en huishoudens terecht moet komen. Om deze grote volumes aan elektriciteit in de toekomst op de juiste plek te krijgen, is een nieuwe aanpak nodig om het hoogspanningsnet van de toekomst tijdig te realiseren.

Werken vanuit eindpunt in plaats van aanpak knelpunt voor knelpunt

Manon van Beek, CEO van TenneT: ‘Door ambitieuzere klimaatdoelstellingen en een toenemende wens om oude afhankelijkheden als gevolg van een veranderde geopolitieke situatie te verminderen verandert ook de wereld waarin wij als landelijk netbeheerder opereren in een rap tempo. Voor het eerst hebben wij op basis van de politieke doelstellingen voor klimaatneutraliteit van het energiesysteem in 2045 een beeld gevormd van het elektriciteitsnet dat daarbij hoort, het Target Grid. Onze infrastructuur is zo cruciaal dat we die als het ware op de bestuurdersstoel zetten zodat TenneT op tijd kan beginnen met wat nodig is en niet pas over tien of vijftien jaar, wanneer het te laat is. We kunnen het ons niet meer veroorloven om in een tempo van ‘knelpunt voor knelpunt’  te werken. Voor netontwikkeling (onshore en offshore) op deze schaal en in de Europese context is 2030 al morgen, 2040 is volgende week en 2050 is volgende maand.’

Target Grid scenario’s

Target Grid is gebaseerd op het hoogste elektrificatiescenario van de Nederlandse II3050 (Integrale Infrastructuurverkenning 2030-2050) en het Duitse NEP2023 (Netzentwicklungplan). Hierdoor krijgen Nederland en grote delen van Duitsland een elektriciteitsnetwerk dat is ingericht voor een volledig duurzaam energiesysteem en voldoende robuust om leveringszekerheid te borgen. Met het Target Grid kan de Noordzee een échte duurzame groene hub voor elektronen worden in het hart van de Europese energietransitie.

Groene elektronen van de Noordzee

Target Grid is gericht op het zo efficiënt en effectief mogelijke ontsluiten van de Noordzee als belangrijkste bron van duurzame elektriciteit voor Nederland, Duitsland en de Noordwest-Europese regio. Duitsland zal zijn offshore capaciteit (70 GW) nodig hebben voor binnenlandse elektrificatie. Omdat Nederland bij 52 GW offshore windvermogen aan de binnenlandse vraag naar elektriciteit en waterstof kan voldoen, heeft Nederland bij de voorziene 72 GW offshore wind en de goede verbondenheid met andere landen aanvullende mogelijkheden en voordelen. Bij mindere windcondities blijft de leveringszekerheid voor Nederlandse huishoudens, bedrijfsleven en andere industrie op hoog niveau en als het hard waait valt er economisch voordeel te behalen op de elektriciteits- en waterstofmarkt. Op sommige momenten zal Nederland exporteren, op andere momenten importeren, zoals ook nu het geval is.

Gezamenlijk komen tot verdere ontwikkeling Target Grid

Met de presentatie van Target Grid doet TenneT de aftrap voor een dialoog met alle betrokken partijen. Dit moet ertoe leiden dat Target Grid gezamenlijk verder kan worden ontwikkeld. Vijf uitgangspunten zijn hierbij van elementair belang. Allereerst het overeenkomen van een eenduidige Noordzeestrategie 2050 met heldere afspraken tussen de Noordzeelanden. Ook is aanvullend locatiebeleid wenselijk om vraagcentra voor energie op de juiste locaties te ontwikkelen. Verder is tijdige vergunningverlening essentieel om de energiecorridors die TenneT heeft opgenomen in Target Grid te ontwikkelen. Daarnaast is een aanpassing van het marktmodel voor elektriciteit nodig, zodat de grensoverschrijdende uitwisseling van elektriciteit van wind op zee wordt gefaciliteerd en ook de kosten hiervoor op een goede manier worden verdeeld. Tot slot ziet TenneT dat de leveringsketen voor kritieke infrastructuurcomponenten onder druk komt te staan gezien de hoge offshore windambities in de wereld en het beperkte aanbod van kritische componenten, beschikbaarheid van werven, installatieschepen en menskracht. TenneT adviseert een (Europese) gecoördineerde strategie om voldoende en door de jaren stabiele capaciteit voor de toeleveringsketen te waarborgen.

klik hier voor een animatie van Target Grid of kijk op www.tennet.eu/targetgrid.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Shell wil snel een forse vermindering van de CO2-uitstoot van de fabrieken in Rotterdam en Moerdijk. Het bedrijf wil in 2030 3,9 megaton minder CO2 uitstoten. Dat is 20% van wat de Nederlandse industrie in totaal aan CO2 moet reduceren in 2030. Shell wil daarnaast de stikstofuitstoot met minstens 10% verminderen. Deze en andere plannen zijn opgenomen in de intentieverklaring (Expression of Principles) die vandaag is ondertekend door minister Micky Adriaansens (Economische Zaken en Klimaat), staatssecretaris Vivianne Heijnen (Infrastructuur en Waterstaat), Frans Everts (President-Directeur Shell Nederland), Pauline Buitink (directeur Shell Energy and Chemicals Park Rotterdam), gedeputeerde Jeannette Baljeu (Zuid-Holland) en Commissaris van de Koning Ina Adema (Noord-Brabant). Het document is een belangrijke stap om tot concrete en bindende maatwerkafspraken te komen tussen het Rijk en Shell om sneller minder CO2 uit te stoten en daarnaast bij te dragen aan een gezonde en veilige leefomgeving.

Plannen om minder CO2 uit te stoten

Shell maakt grondstoffen voor onze noodzakelijke dagelijkse producten, zoals wasmiddelen, latexverven, isolatiemateriaal en verpakkingsmaterialen. Shell maakt ook smeermiddelen voor machines. Het bedrijf zorgt, direct en indirect, voor tienduizenden banen. Nederland is een belangrijke vestigingsplaats voor Shell: de raffinaderij in Rotterdam (Pernis) is de grootste van Europa. Hier produceert het bedrijf benzine, diesel en kerosine, belangrijk voor het weg-, water- en vliegverkeer. Shell hoort bij de 20 grootste uitstoters van CO2 in Nederland en heeft ambitieuze plannen om die uitstoot fors te verminderen. In 2030 wil Shell 3,9 megaton minder CO2 uitstoten, dat is 0,5 megaton bovenop het coalitieakkoord. Om dat te bereiken gaat het bedrijf onder andere CO2 opvangen en opslaan in lege gasvelden onder de Noordzee. Deze techniek heet Carbon Capture Storage (CCS). Shell heeft de intentie om in haar fabrieken steeds meer fossiele brandstoffen te vervangen voor groene elektriciteit en waterstof. Daarnaast heeft Shell de intentie om op termijn steeds meer biobrandstoffen te gaan produceren.

Minister Adriaansens: “De meeste mensen kennen Shell van het pompstation. Maar Shell doet veel meer. Het bedrijf maakt grondstoffen voor producten die we dagelijks nodig hebben, denk aan medicijnen, wasmiddel, isolatiemateriaal, latexverf. Bovendien speelt het bedrijf als toekomstig producent en leverancier van groene waterstof een belangrijke rol in de verduurzaming van de industrie. Shell is daarmee belangrijk voor de Nederlandse economie, onder meer voor werkgelegenheid. Ik ben blij dat wij met elkaar ambitieuze afspraken hebben gemaakt en dat Shell hier zelf in investeert. Ik help graag bij de randvoorwaarden.”

Verbeteren van de leefomgeving

Shell wil de stikstofuitstoot in Pernis en Moerdijk met tenminste 10% verminderen, bijvoorbeeld door minder fossiele brandstoffen te gebruiken en te investeren in schone technieken die bij de productieprocessen minder stikstof uitstoten. Op het eigen industrieterrein kijkt Shell naar gebruik van duurzame werk- en voertuigen zoals vrachtwagens, heftrucks en graafmachines. Er wordt onderzocht welke investeringen nog meer nodig zijn om de uitstoot van stikstof en andere stoffen zoals fijnstof extra te verminderen en daarmee de leefomgeving te verbeteren. Shell heeft ook de ambitie om 300 kiloton plastic afval te verwerken tot nieuwe grondstoffen voor de plasticindustrie. Dit afval wordt nu nog verbrand. Hiermee wordt een belangrijke stap gezet naar meer gebruik van circulaire plastics. Voor dit recycleproces bouwt Shell in Moerdijk een fabriek die tussen 2024 en 2027 in fases in gebruik wordt genomen.

Staatssecretaris Heijnen: “Ik ben blij met de concrete afspraken met Shell, een van onze grootste industriële spelers, die dus ook grote impact kan maken. Niet alleen gaat Shell de CO2-uitstoot en de negatieve effecten op de leefomgeving verminderen, ze leveren ook een bijdrage aan de circulaire economie. Dat doen ze door plastic afval te verwerken tot grondstof voor plastic industrie: van oud plastic wordt dus nieuw plastic gemaakt. Die kant willen en moeten we op. Elke kilogram plastic die wordt gerecycled, betekent minder winning van fossiele grondstoffen.”

Steun van de overheid

De overheid gaat samen met Shell onderzoeken welke mogelijke knelpunten er zijn om de afgesproken doelen te behalen en op welke manier de overheid kan ondersteunen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het versnellen van de vergunningverlening voor verduurzamingsprojecten, het op tijd aanleggen van CO2– en waterstofpijpleidingen, en verzwaring en uitbreiding van het elektriciteitsnet. Als dit voor Shell is gerealiseerd, kunnen ook andere bedrijven in het industriegebied Rotterdam-Moerdijk gebruik maken van de nieuwe infrastructuur.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Onlangs werd in Tilburg opnieuw een stap gezet in de verdere verduurzaming van het logistieke distributiecentrum DC-5 van Prologis. Dat gebeurde door officieel het 1MWh batterijsysteem van iwell in gebruik te nemen. Op het circa 41.000 vierkante meter dak van het distributiecentrum liggen sinds vorig jaar 9.300 zonnepanelen met een totaal vermogen van 4,2MW. Er is echter slechts een elektriciteitsaansluiting van 1,75 MW. Hierdoor kan de overtollig opgewekte energie niet teruggeleverd worden aan het net. Een slim 1MWh accusysteem biedt hiervoor, én voor meerdere zaken, nu een oplossing.

Netaansluiting ontoereikend

Sander Griffioen, Construction Innovation manager – Europe bij Prologis, zegt hierover: “Een modaal distributiecentrum, waar het dak volledig is voorzien van zonnepanelen, kan gemiddeld drie maal zoveel elektriciteit opwekken als er nodig is voor LED-verlichting, koelingen, opladen van elektrische vorkheftrucs en dergelijke. Het overschot tegen een mooie prijs terug leveren aan het net is goed voor het milieu én voor de exploitatiekosten, maar dan moet je netaansluiting daar wel toereikend voor zijn.”
Met het oog op de huidige beperkte netaansluiting en de lange wachttijden in de regio om de aansluiting te kunnen verhogen, heeft de leverancier van de zonnepanelen, Sunrock, gespecialiseerd in grootschalige zonne-installaties, meteen geadviseerd om een batterijsysteem van iwell in gebruik te nemen.

Joost Haverkamp, Project Manager Smart Grid Solutions bij Sunrock, vertelt waarom: “Opslag van zonne-energie voor gebruik wanneer de zon niet schijnt is weliswaar logisch, maar met dat als enige bepalende factor in een business case is die investering zelden rond te maken. De huidige hoge energieprijzen maken weliswaar dat het omslagpunt dichterbij komt, maar onze beslissing om een batterijsysteem in te zetten is op meerdere argumenten gebaseerd. Door de verschillende verdienmodellen te stapelen is de investering wel verstandig. Denk daarbij niet alleen aan zonnestroom opslaan voor gebruik als de zon niet schijnt, maar ook aan het stroomnetwerk buiten het gebouw stabiliseren via energiehandel en aan peak shaving”.

Toekomstgericht

Ook het vrachtverkeer dat het distributiecentrum bezoekt zal de komende jaren van diesel naar elektrisch overstappen. Momenteel zijn er nog maar weinig elektrische trucks die grote, zware lasten kunnen vervoeren over langere afstanden. Voor de bekende ‘last mile’ in steden worden nu nog elektrische busjes voor het transport ingezet. Maar de komende jaren zullen ook grote trucks, met een slim agendasysteem, tijdens het uit- en inladen van de goederen, (deels) opgeladen worden. Haverkamp zegt hierover: “met een slim batterijsysteem heb je hier voor de toekomst dus een heel goede oplossing”. Ook als dit soort grote panden met warmte-/koude opslag gaat werken en warmtepompen en grote koelsystemen willen toepassen, dan wordt het energievraagstuk steeds ingewikkelder. Griffioen: “het duurzaam opwekken en gebruiken van energie moet dan steeds meer achter de elektriciteitsmeter worden opgelost”.

Peak shaving

Verder heeft Sunrock met iwell ervoor gezorgd dat in samenwerking met de energieleverancier elk kwartier gekeken wordt of de opgeslagen, en de komende 24 uur niet te benutten stroom, terug geleverd kan worden aan het net. Het systeem kijkt dan uiteraard naar de dan geldende prijs, om optimaal te kunnen profiteren. Volgens Jan Willem de Jong, directeur business development bij iwell “is het voor de toekomstige energievraag noodzakelijk om met behulp van batterijopslagsystemen slimme aansturing te realiseren van zonnepanelen, laadpalen, warmtepompen en dergelijke”. Daarmee optimaliseer je alle energiestromen binnen en rondom een gebouw, en niet onbelangrijk, vlak je de piekbelasting af (peak shaving). Tijdens de afgelopen maanden heeft het systeem al ruim 20.000 pieken kunnen voorkomen.

Door de inzet van het batterijsysteem wordt ook het stroomnetwerk meer in balans gebracht. Op dit moment is door de toename van de gasprijzen en groei van zon en wind erg veel sprake van onbalans. Batterijen concurreren steeds vaker gascentrales weg op de veilingmarkt die Tennet organiseert om haar stroomnetten in balans te houden.

Verwachte ontwikkelingen

Prologis heeft nog meer grote plannen voor de verduurzaming van hun/haar panden. Tot voor kort was het mogelijk om te profiteren van de mogelijkheid om veel zonnestroom terug te leveren door met een grotere netaansluiting en veel zonnepanelen te werken. Griffioen kijkt daar met zijn afdeling, die binnenkort van slechts 2 personen naar 30 medewerkers zal worden uitgebreid, heel intensief naar. “Het is natuurlijk mooi dat we op veel van onze gebouwen een toereikende netaansluiting hebben, maar door die vast te houden en niet verder te benutten, doe je de BV Nederland geen plezier. Veel van die capaciteit die door ons niet wordt gebruikt zal op de een of andere manier beschikbaar moeten komen We hebben een grote focus op de energietransitie en dat brengt grote uitdagingen. Of het nu gaat om het uitbreiden van zonne-energie, laadinfra voor vrachtwagens of warmtepompen. Al deze maatregelen geven extra stress op het elektriciteitsnet. We hebben partijen als iwell nodig om oplossingen hierin te bieden”, stelt Griffioen.

De Jong van iwell vult hem daarbij aan: “als je kijkt naar de markt van logistieke gebouwen, dan heeft die zich de laatste jaren door de grote groeispurt van webshops, enorm ontwikkeld. We hebben nu circa 42 miljoen vierkante meter logistiek vastgoed (met nagenoeg evenveel dakoppervlak voor zonnepanelen) en zullen tot aan 2050 groeien naar ruim 70 miljoen vierkant meter. Als in ieder geval op alle daken die de goede constructie voor zonnepanelen hebben, ook daadwerkelijk zonne-energie kan worden opgewekt, dan wek je zodanig veel op, dat ons energienet daar nooit op toegerust zal zijn. Daar moeten dus andere oplossingen voor komen. En met onze intelligente batterijsystemen kunnen we stroomopwekking en verbruik van warmtepompen, elektrische voertuigen en machines veel beter op elkaar afstemmen. Goed voor de planeet, maar ook voor de portemonnee”.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Als het aan het Expertteam Energiesysteem 2050 ligt, is het energiesysteem in 2050 rechtvaardig, robuust en duurzaam. Ons energiesysteem belast het klimaat dan niet meer en Nederland is zelfs schoner, stiller en groener. Een breed samengestelde groep experts heeft het afgelopen jaar aan een nieuw advies voor het energiesysteem voor 2050 gewerkt. De experts benaderen het advies niet alleen technisch, maar kijken ook naar de maatschappelijke inbedding, in het bijzonder naar de rol van de burger en hoe de transitie eerlijk is. Vandaag presenteert het Expertteam het eindrapport aan minister Jetten. 

“Met deze interdisciplinaire aanpak proberen we echt een ander perspectief te schetsen”, zegt voorzitter Bernard ter Haar. “Een klimaatneutraal energiesysteem in 2050 kan, maar dan moet wel iedereen mee kunnen doen en moet rechtvaardigheid voorop staan”.

Minister Jetten van Klimaat en Energie: “Het Expertteam laat zien dat 2050 er écht anders en beter uit kan zien dan nu. Onze manier van leven, wonen, kopen, eten en reizen wijzigt en de transitie moet ontworpen worden op basisprincipes als rechtvaardig, robuust en duurzaam. Hier sta ik volledig achter. We zijn nu volop bezig met plannen voor 2050. Nog voor de zomer presenteer ik het Nationaal Programma Energiesysteem waar deze outlook van het Expertteam weer input voor is. Ondertussen zijn we natuurlijk al goed op weg met de verduurzaming van het energiesysteem, denk aan de windparken op zee, uitrol van warmtenetten, en de productie en netwerk voor groene waterstof.”

Minister Jetten voor Klimaat en Energie heeft in het voorjaar van 2022 het onafhankelijke Expertteam Energieysteem 2050 ingesteld, met experts uit verschillende vakgebieden. De opdracht: bouwstenen aanleveren voor het Nationaal Plan Energiesysteem 2050. Vandaag presenteert het Expertteam zijn bevindingen in het rapport “Energie door Perspectief: Rechtvaardig, Robuust en Duurzaam naar 2050″.

Het toekomstbeeld

Waar de meeste energieadviezen beginnen met een technische stand van zaken, begint het Expertteam juist in 2050. Via backcasting, gebaseerd op het wenselijke eindbeeld, redeneren ze wat er moet gebeuren de komende decennia. Zo wordt voorkomen dat Nederland lang blijft hangen in knelpunten die op de lange termijn weinig voorstellen.

In 2050 ziet Nederland er volgens de experts anders en beter uit dan nu. Energie komt niet meer uit fossiele brandstoffen. Daardoor is Nederland ook schoner, stiller en groener. De transitie naar 2050 is veel meer dan een technische exercitie. Het gaat ook om zaken als gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en (on)veiligheid. Nederland wordt een prettige samenleving waarin we meer met het openbaar vervoer reizen en minder met de auto. Waarin we wonen in compacte groene steden en dorpen met voorzieningen op loopafstand. Het landelijk gebied is gevarieerder: met minder veeteelt, en met de teelt van andere gewassen, ook voor natuurlijke grondstoffen. Kortom, een economie gericht op welvaart én welzijn.

Gebruik andere ontwerpprincipes

De energietransitie is volgens het expertteam enorm urgent. Elektriciteit moet in 2035 al CO2-neutraal zijn, en het nieuwe energiesysteem als geheel moet tussen 2040 en 2045 al gereed zijn.  Veel energiebesparing kan helpen om deze opgave te realiseren. Voor deze transitie is het volgens de experts belangrijk dat de overheid andere ontwerpprincipes gaat hanteren. De afgelopen decennia stonden principes als leveringszekerheid en betaalbaarheid centraal. Die zijn nog steeds relevant, maar niet afdoende. Het Expertteam doet daarom een voorstel voor een nieuwe set ontwerpprincipes: rechtvaardig, robuust en duurzaam.

Bernard ter Haar, voorzitter Expertteam: “Een klimaatneutraal Nederland in 2050 is alleen haalbaar als het huidige transitietempo fors wordt opgevoerd. Vanaf nu moet al het werk zich richten op de wereld van 2050. Lastige keuzes zijn de afgelopen decennia vaak vermeden. Dat zal niet meer kunnen, keuzes kunnen niet worden uitgesteld.”

Het draait om: elektriciteit, koolstof en lokale energiesystemen

In de Outlook focust het Expertteam op drie belangrijke onderdelen van het energiesysteem: elektriciteit, koolstof en lokale energiesystemen. In hun analyse concluderen de experts ten eerste dat elektriciteit de hoofdcomponent van het Nederlands energiegebruik zal worden. Waterstof heeft een beperkte rol in het energiesysteem van 2050 (minimaal 10-15%), maar is vooral voor de industrie wel onmisbaar.

In 2050 zijn ten tweede bijna alle wijken energieneutraal of zelfs energiepositief en dus veelal zelfvoorzienend. Daar is nog veel voor nodig. Snelheid kan behaald worden door energiebeleid te combineren met maatschappelijke en groene opgaven in de ruimtelijke ordening van steden, dorpen en landelijk gebied. Voor rechtvaardigheid is het belangrijk om prioriteit te geven aan het verbeteren van slecht geïsoleerde woningen in collectief bezit.

Tenslotte, na uitbanning van fossiele energie blijft duurzame koolstof een belangrijke en schaarse grondstof in de industrie. De economie zal in 2050 ook anders zijn, doordat onze consumptiepatronen veranderen en Nederland andere comparatieve voordelen krijgt. Ons industriebeleid moet volgens de experts vooral in Europees perspectief worden bekeken. Vanwege schaarste kan en hoeft niet alles binnen de Nederlandse grenzen geregeld te worden. Energiebesparing en circulariteit zijn onmisbaar in elk ontwikkelpad, en zeker voor een succesvolle industriële transitie.

Burgers centraal

Het expertteam heeft zelf ook burgers betrokken in de vorm van een Inwonerraad Energie. Deze via loting bijeengebrachte, representatieve groep burgers heeft na vier bijeenkomsten een advies uitgebracht over de voorwaarden die zij willen stellen aan het nieuwe energiesysteem. Bernard ter Haar: ”Als expertteam waren wij blij met de enorme betrokkenheid van de deelnemers en de toegevoegde waarde van hun visie op de belangrijke maatschappelijke vragen die bij de energietransitie een rol spelen”.

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De CO2-Prestatieladder is een effectief instrument om organisaties te helpen hun CO2-uitstoot te reduceren. Het duurzaamheidsinstrument helpt organisaties om hun CO2-uitstoot inzichtelijk te maken en reductiemaatregelen te verankeren. De CO2-Prestatieladder biedt de meeste toegevoegde waarde voor bedrijven en overheden met weinig inzicht in hun CO2-uitstoot. Dit blijkt uit onderzoek van onderzoeksbureau CE Delft in opdracht van The IKEA Foundation.

CO2-Uitstoot in de organisatie én in de keten

Organisaties die gecertificeerd zijn op de CO2-Prestatieladder nemen meer CO2-reductiemaatregelen dan niet gecertificeerde organisaties. Het gebruik van de CO2-Prestatieladder leidt tot extra jaarlijkse CO2-reductie voor Scope 1 (CO2-uitstoot veroorzaakt door de eigen organisaties) en scope 2 (CO2-uitstoot door inkoop van verbruikte elektriciteit of warmte). Vrijwel alle gecertificeerde organisaties hebben CO2 reducerende maatregelen uitgevoerd die men zonder de CO2-Prestatieladder niet had genomen, zoals het inkopen van groene stroom uit eigen land en het elektrificeren van het wagenpark. De CO2-Prestatieladder geeft ook inzicht in de belangrijkste indirecte CO2 emissies veroorzaakt door andere organisaties in de keten, ook wel Scope 3 emissies genoemd. De samenwerking tussen gecertificeerde organisaties en ketenpartners leidt tot inkoop van duurzamere materialen met een lagere klimaatimpact.

Verandering gedrag en cultuur

De meeste organisaties geven aan dat de CO2-Prestatieladder bijdraagt aan het veranderen van de cultuur binnen een organisatie. De CO2-Prestatieladder zorgt voor bewustwording en dient ook als hulpmiddel om iedereen op één lijn te krijgen. Organisaties communiceren intern over het gebruik van de CO2-Prestatieladder. De communicatie gaat bijvoorbeeld over doelstellingen en behaalde CO2-reductie.

Motivatie certificering CO2-prestatieladder

De voornaamste redenen voor organisaties om zich te laten certificeren op de CO2-Prestatieladder zijn het gunningvoordeel dat gecertificeerde organisaties krijgen bij aanbestedingen, het verkrijgen van inzicht in de eigen CO2-uitstoot, het implementeren van een CO2-managementsysteem of om te voldoen aan Nederlandse of Europese regelgeving.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Vandaag is een verreikend Memorandum of Understanding (MoU) ondertekend door de TNO en de Franse publieke wetenschappelijke, technische en industriële organisatie CEA. Partijen zoeken samenwerking op het gebied van fotovoltaïsche zonne-energie (PV), waterstof, meerdere toepassingen van digitalisering en andere gebieden van wederzijds belang zoals stabiele inpassing van nucleaire energie in het energiesysteem.

Het MoU is vandaag in Amsterdam ondertekend in aanwezigheid van mevrouw Sylvie Retailleau, de Franse minister van Hoger Onderwijs en Onderzoek en de heer Robbert Dijkgraaf, de Nederlandse minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Ondertekenaars van CEA en TNO waren de heer François Jacq, voorzitter en CEO van CEA en de heer Tjark Tjin-A-Tsoi, CEO en voorzitter Raad van Bestuur TNO, beiden lid van het Steering Board van EARTO ( European Association of Research and Technology Organisations).

Technologische capaciteit en autonomie EU

Frankrijk en Nederland hebben van de groene en digitale transitie een prioriteit gemaakt. Daarom zijn alle initiatieven gericht op het versterken van de technologische capaciteit en autonomie van de Europese Unie belangrijk. Te denken valt aan een nieuwe duurzame zonnecelindustrie in Europa en een Frans-Nederlandse samenwerking om de economieën meer op waterstof in te richten. Het MoU steunt ook  het Frans-Nederlandse pact voor innovatie en duurzame groei dat tussen beide landen is gesloten en dat bedoeld is om de bilaterale relatie te verdiepen en te versterken.

Het pact heeft tot doel de Nederlands-Franse dialoog en de gedeelde doelstellingen van Plan Frankrijk 2030 en het Nederlands Groeifonds te structureren door relevante publieke en private spelers samen te brengen, om de synergieën en technologische en industriële innovatie tussen de twee landen te benutten.

[ad_2]

Source link

Berichten paginering