[ad_1]

Het Nederlandse bedrijf Oceandiva, de marktleider in varende evenementenlocaties, heeft bekendgemaakt dat het voor zijn nieuwe schip, de Oceandiva London, het prestigieuze Gouden certificaat met Platinum label van Green Award heeft ontvangen. Het is de eerste keer dat een CO2-neutraal evenementenschip deze onderscheiding in ontvangst mag nemen. Het Platinum label is de hoogste certificering van Green Award voor rederijen die zich inzetten voor milieubescherming, veiligheid en kwaliteit.

“Wij zijn ontzettend blij dat wij het Gouden certificaat met Platinum label van Green Award hebben gekregen. Oceandiva London is de nieuwe standaard voor toekomstige schepen. Deze erkenning benadrukt onze inzet voor duurzaamheid en onze leidende positie in deze sector. Wij streven ernaar om de evenementenbranche vooruit te bewegen op elke mogelijke manier. Door te experimenteren en nieuwe mogelijkheden te ontdekken proberen wij de toekomst van evenementen te verbeteren, te inspireren en onze branche alle mogelijkheden te laten zien waarop wij ons kunnen (en moeten!) ontwikkelen, aldus Edwin Petersen, CEO Oceandiva.

“Ik ben erg blij dat de groep bedrijven van UNITED RIVERS met de Oceandiva London een eerste voorbeeld biedt voor de toekomst van duurzame scheepvaart”, zegt Jelle van der Steeg, bestuurslid van UNITED RIVERS en algemeen directeur van Oceandiva International.

Duurzaam watertransport

Green Award is een keurmerk voor schepen die voldoen aan hoge eisen op het gebied van veiligheid en het milieu. Het programma stimuleert schonere en veiligere scheepvaart en bestaat uit een 3-traps certificatiesysteem: Brons, Zilver en Goud en een Platinum label om innovaties te stimuleren.

“Ik ben trots dat het Green Award-programma voor de binnenvaart nu ook het Verenigd Koninkrijk heeft bereikt met het eerste door Green Award gecertificeerde schip op de Thames. Ik bewonder de eigenaren van de Oceandiva London enorm; zij praten niet alleen over duurzaamheid, maar voegen ook de daad bij het woord, waarmee ze een voorbeeld zijn voor anderen. Zij geven letterlijk het goede voorbeeld. Onze hoop is dat de Oceandiva London anderen inspireert om zich nog meer in te spannen voor duurzaamheid, waarmee niet alleen wordt bijgedragen aan de vermindering van CO2-uitstoot, maar ook aan de verbetering van de luchtkwaliteit in Londen. Wij willen alle betrokkenen dan ook feliciteren met hun inzet voor duurzaamheid en innovatie in de maritieme sector. Wij wensen het schip, de crew en de passagiers een veilige vaart!”, aldus J.A.A.J. Fransen (directeur Green Award).

Het eerste CO2-neutrale varende evenementenschip

Het moderne nieuwe evenementenschip is door Veka Shipyard in Nederland gebouwd en zal worden geëxploiteerd en beheerd door Smart Group, de vooraanstaande evenementencateraar uit Londen. De Oceandiva London, die innovatief architecturaal design combineert met de nieuwste technologie, is een CO2-neutraal evenementenschip met een batterij met een vermogen van 2,2 MW. Het wordt het eerste CO2-neutrale schip op de rivier de Thames en is daarmee een belangrijke stap in het doel om de rivier in Londen CO2-neutraal te maken. De geavanceerde hernieuwbare technologie op het schip omvat een rioolwaterzuiveringsinstallatie van PureBlue INNOPACK++ om afvalwater te recyclen en een nieuw HVAC-systeem dat voor zowel luchtstroom als energiebesparing zorgt. De Oceandiva London kan dankzij het voortstuwingssysteem en de energiestrategie 100% duurzaam varen en gebruikt snelladende hernieuwbare energie aan wal en een reservegenerator voor biobrandstof.

De Oceandiva London is een indrukwekkend schip met drie dekken, een lengte van 86 meter en een breedte van 17 meter. Dankzij de flexibele ruimtes kunnen er allerlei evenementen op het schip worden georganiseerd zodra het volledig in bedrijf is, waaronder congressen, tentoonstellingen, recepties, galadiners, prijsuitreikingen, productlanceringen en merkactivaties. Het schip maakt binnenkort zijn overtocht naar het Verenigd Koninkrijk om uitgerust, getest en in gebruik genomen te worden.

De toonaangevende Britse evenementen- en hospitality-leverancier Smart Group wordt de eigenaar, beheerder en uitbuiter van het handelsbedrijf van Oceandiva London. Smart Group organiseert elk jaar ruim 600 evenementen, die variëren van internationale sport- en culturele evenementen, waaronder Royal Ascot Village en Lord’s, tot zakelijke en liefdadigheidsevenementen voor de NSPCC, Google en Adobe.

Greg Lawson, CEO, Smart Group zegt: “Wij kijken ernaar uit om een spectaculaire en stijlvolle nieuwe evenementenlocatie naar Londen te brengen, die de lat hoger legt voor luxe locaties op de Thames als het gaat om kwaliteit en duurzaamheid. Deze nieuwe onderscheiding is een erkenning van onze visie om de meest duurzame, geavanceerde evenementenlocatie op het water te bieden.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Dutch based Smart Freight Centre (SFC) and the Science Based Targets initiative (SBTi) have formed a technical collaboration to further build on the platform they have developed to accelerate the decarbonization of the transport sector. The entities will collaborate to standardize greenhouse gas accounting, conventions and high-level principles to set global 1.5°C-aligned pathways for the transport industry.

The transport sector is responsible for over 37% of global CO2 emissions among all end-use sectors. It is also being seriously affected by climate change. As the fastest-growing source of emissions worldwide, it is critical for this sector to scale up climate action and help keep the 1.5°C global temperature goal within reach.

SFC and the SBTi have a long track record of collaboration. SFC supports the SBTi with the development of transport sector guidance and associated tools that define and support 1.5°C compliant corporate decarbonization in the sector – such as the 2022 SBTi Maritime Guidance. SFC also includes science-based target setting as a core step on its sustainable logistics roadmap that companies are encouraged to follow, while the SBTi recognizes the GLEC Framework, SFC’s first and primary industry guidance document, as a foundational element of its Transport Guidance.

With the formalization of this technical collaboration, SFC and the SBTi will bring together an integrated, multimodal approach to transport sector target setting. The collaboration will provide transport companies with improved guidance to scale climate action and accelerate decarbonization in line with 1.5°C. This extends to all relevant transport modes (i.e. road, rail, aviation, inland waterways and maritime) and activities (e.g. passenger, freight).

Dr. Luiz Fernando do Amaral, CEO of the SBTi, said: “The impacts of global warming are increasingly devastating. We are drawing on the power of collaboration, sharing knowledge and resources to support businesses in making significant and measurable progress in the fight against climate change. We also need the transport sector’s leadership and commitment to make it happen. And, setting science-based targets is the crucial first step.”

The overall objective of the collaboration is to update the SBTi Transport Sector Guidance, address gaps and bring additional clarity to support faster transport sector decarbonization.

Dr. Christoph Wolff, CEO of Smart Freight Centre, said: “Smart Freight Centre is happy to announce joining forces with the SBTi in order to help companies accelerate their decarbonization efforts to reach net-zero before 2050. Through this collaboration, SFC and the SBTi will develop new technical guidance, deliver comprehensive updates of existing resources and define best practices for accounting, monitoring and reporting of transport emissions. We look forward to working together to scale our impact.”

To cut emissions, strengthen investor confidence and achieve a net-zero economy, the solution is clear: companies in the transport sector must show leadership by setting ambitious near- and long-term emissions reduction targets, and having them validated.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Bij PLUS zijn de aubergines in het seizoen van Nederlandse bodem en nu ook klimaatneutraal. Vanaf vandaag liggen bij alle PLUS supermarkten klimaatneutrale aubergines in de schappen. Het klimaatneutrale assortiment bij de supermarkt wordt hiermee steeds groter. Koffie, thee, bananen, ananassen en de sinaasappels voor in de juicer-apparaten zijn al klimaatneutraal.

Met de toevoeging van de klimaatneutrale aubergines zet PLUS in op het verder verduurzamen van haar assortiment. Dat doet de supermarkt samen met haar leveranciers. PLUS bracht samen met aubergineteler De Linge Aubergine uit Bemmel de totale CO₂-uitstoot van aubergineteelt in kaart. Van teelt tot aan de winkel.

“Samen met onze ketenpartners willen we de CO₂-uitstoot die vrijkomt bij het telen, vervoeren en opslaan van aubergines minimaliseren”, zegt Cas Cornet, category manager AGF bij PLUS. “Daarom maken we dit proces inzichtelijk en zet PLUS vervolgens ieder jaar stappen om de milieu-impact verder te verlagen. De restuitstoot compenseren we door te investeren in duurzame klimaatprojecten.”

Steeds klimaatneutraler assortiment

Vanaf vandaag kopen consumenten bij PLUS de Hollandse klimaatneutraal gecertificeerde aubergines. Met een meer klimaatvriendelijker assortiment werkt PLUS aan een steeds kleinere CO₂-voetafdruk met daarmee minder impact op het klimaat. Deze klimaatneutrale producten voldoen allemaal aan de eisen van het topkeurmerk Climate Neutral Certified  van de Climate Neutral Group.

[ad_2]

Source link

Bekijk verder ook zeker onze pagina over De levensduur en duurzaamheid van zonnepanelen.

[ad_1]

Een snel groeiende groep creatieve bureaus lanceert vandaag een verdrag met de belofte geen fossiele industrie en fossiel personenvervoer meer te promoten. Het Verdrag Verantwoord Verleiden: Fossiel? No Deal! is al door 21 bureaus ondertekend. Met het verdrag wil de creatieve industrie – in afwachting van een wet die fossiele reclame verbiedt – zelf verantwoordelijkheid nemen.

Zelf verantwoordelijkheid nemen

Het IPCC-rapport over alarmerende klimaatverandering roept iedereen op: we moeten nu in actie komen om op de lange termijn onder de 1,5 graden opwarming te blijven. Ook de communicatiewereld moet zijn verantwoordelijkheid nemen en stoppen met de promotie van fossiele producten, meent onder meer een recent rapport van TNO. Reden genoeg – vinden 21 creatieve bureaus – om niet te wachten op politieke besluitvorming, maar als creatieve industrie zelf verantwoordelijkheid te nemen en geen fossiele industrie en fossiel personenvervoer te promoten of groen te wassen. Vandaag introduceren zij het Verdrag Verantwoord Verleiden: Fossiel? No Deal!

Een uitnodiging

Het initiatief nodigt alle reclame-, PR-, media-, design-, en andere communicatiebureaus van Nederland uit om ook te ondertekenen en hun expertise in gedragsbeïnvloeding enkel te gebruiken voor producten en diensten die positieve impact hebben. In elk geval niet voor producten en diensten die aantoonbaar schadelijk of misleidend zijn. “Uitstellen of wachten heeft geen zin. Er zijn altijd haken en ogen, nuances en complicaties te bedenken om niet te ondertekenen. Maar als we nooit ergens beginnen, verandert er niks. Dus laten we met deze belofte ons creatieve talent en het talent van morgen inzetten voor alle dingen die de wereld mooier en leefbaarder maken,” aldus de initiatiefnemers.

Welke promotie is uitgesloten

De ondertekenaars van het verdrag ‘Fossiel? No Deal!’ maken geen promotie meer voor fossiel personenvervoer en de fossiele industrie. Dat betekent bijvoorbeeld wél promotie van de Thalys naar Parijs, elektrische mobiliteit en deelvervoer, maar geen communicatie over een vliegretourtje Barcelona voor 60 euro of een gratis kopje koffie bij een volle tank. Onder ‘fossiel personenvervoer’ verstaat het verdrag auto’s (met uitzondering van deelauto’s), vliegreizen, bussen, boten en cruiseschepen op fossiele brandstof. Onder de ‘fossiele industrie’ vallen bedrijven met als primaire activiteit het delven, transporteren, verkopen, leveren of promoten van olie, gas, bruinkool en steenkool. Voor energieleveranciers hanteert het verdrag een cijfer van 9 of hoger in de groene stroom ranglijst van De Consumentenbond, Natuur & Milieu en WISE.

Bureaus kunnen zich aanmelden of verdere info vinden op www.fossielnodeal.nl.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Bijna de helft (47 procent) van de Nederlandse huiseigenaren zonder zonnepanelen heeft geen idee wat de terugverdientijd is van zonnepanelen of hoeveel energie zonnepanelen mogelijk opleveren. Dat blijkt uit onderzoek van Otovo, de Europese marktplaats voor zonnepanelen. Hoewel bijna de helft van de niet-zonnepaneelbezitters onbekend is met de voordelen, overwegen zes op de tien (59 procent) van hen toch om dit jaar nog zonnepanelen te installeren.

Onder de huiseigenaren die al wel zonnepanelen hebben geïnstalleerd blijkt meer kennis aanwezig, twee derde (67 procent) van hen weet hoeveel energie zonnepanelen mogelijk opleveren, een iets hoger aantal (69 procent) weet wat de terugverdientijd is van zonnepanelen. Een derde van hen zegt dit echter niet uitgesproken te weten. Meer dan een op de drie (37 procent) van de huiseigenaren met zonnepanelen overweegt om dit jaar nog extra zonnepanelen te plaatsen.

Hardnekkige fabels

Behalve onwetendheid blijkt dat onder Nederlanders sprake is van een aantal hardnekkige fabels omtrent zonnepanelen. Zo stelt een kwart (25 procent) van alle huizenbezitters dat de installatie van zonnepanelen pas kan worden terugverdiend wanneer sprake is van zonnige zomermaanden. Opvallend is dat hier het percentage van huizenbezitters met en zonder zonnepanelen ongeveer gelijk is. “Vaak wordt gedacht dat zonnepanelen alleen stroom opwekken bij fel zonlicht. Maar ook op een bewolkte dag wekt een zonnepaneel stroom op“, zegt Jort Statema, algemeen directeur bij Otovo.

Verder blijkt uit het onderzoek dat 61 procent van de Nederlandse huizenbezitters zonnepanelen nog altijd een luxeproduct vindt. “Vandaag de dag is het ook voor huishoudens die minder vrij te besteden hebben een mogelijkheid om zonnepanelen te installeren, bijvoorbeeld via laagdrempelige abonnementsmodellen op zonnepanelen. Zo kan iedereen gebruik maken van de zon”, zegt Statema.

Ingewikkelde wet- en regelgeving

Veel huiseigenaren blijken daarnaast slecht op de hoogte te zijn van de huidige regelgeving rondom zonnepanelen. Zo blijkt dat een op de vijf Nederlandse huizenbezitters onbekend is met de geldende salderingsregeling. Ook blijkt dat slechts de helft (47 procent) van de Nederlandse huizenbezitters bekend is met de huidige subsidies en aftrekposten voor woningen met zonnepanelen.

Ruim een kwart van de Nederlandse huizenbezitters stelt dat de wet- en regelgeving het in Nederland ingewikkeld maakt om zonnepanelen te nemen. “Dat is zonde”, zegt Statema. “Nederland is juist een van de Europese voorlopers op het gebied van gunstige wet- en regelgeving voor het plaatsen van zonnepanelen. Die regelingen zijn bedacht om zonnepanelen voor zoveel mogelijk Nederlandse huishoudens financieel aantrekkelijk te maken, niet om het ingewikkeld te maken.”

Belangrijkste resultaten

  • 59% van de huiseigenaren zonder zonnepanelen overweegt voor het einde van het jaar nog zonnepanelen te installeren. Van de huiseigenaren die al wel zonnepanelen hebben, overweegt 37 procent om zonnepanelen bij te plaatsen.
  • 20% van de huiseigenaren is onbekend met de salderingsregeling, de helft (47%) van de huiseigenaren is bekend met geldende subsidies en aftrekposten.
  • 47% van de huiseigenaren zonder zonnepanelen weet niet hoeveel energie zonnepanelen opleveren en wat de terugverdientijd is. 

Onderzoeksverantwoording

Dit onderzoek is uitgevoerd onder 1070 Nederlandse huiseigenaren van 18 jaar en ouder. De onderzoekspopulatie is verdeeld onder Nederlandse huiseigenaren met zonnepanelen en Nederlandse huiseigenaren zonder zonnepanelen. De respondenten zijn representatief naar leeftijd, geslacht, arbeidsparticipatie. Het onderzoek is uitgevoerd door Panelwizard.

[ad_2]

Source link

 

Meer blogs lezen? Lees dan trends op het gebied van duurzame woningen 

[ad_1]

Een studie laat zien dat het technisch en economisch haalbaar is om met een grootschalige kraker ammoniak op veilige wijze om te zetten in 1 miljoen ton waterstof per jaar. De studie is uitgevoerd door adviesbureau Fluor in opdracht van het Havenbedrijf Rotterdam en 17 bedrijven uit de regio.

Waterstof en waterstofverbindingen zoals ammoniak spelen een sleutelrol in de energietransitie ter vervanging van aardgas, voor duurzaam transport en als grondstof voor de industrie en groene chemie. Een groot deel van de waterstof voor Noordwest-Europa zal worden geïmporteerd, onder andere in de vorm van ammoniak, dat makkelijker verscheept kan worden dan waterstof. In de regel kan een miljoen ton groene waterstof ongeveer 10 miljoen ton CO2-reductie opleveren.

In de studie is een inventarisatie gemaakt van beschikbare, bewezen technologieën voor het omzetten van (geïmporteerde) ammoniak naar waterstof en een analyse gemaakt van de veiligheid, benodigde ruimte, kosten, logistieke implicaties en verwachte emissies van een grootschalige ammoniak-kraker. Daarbij is gebruik van één centrale kraker en opslaglocatie vergeleken met het opzetten van meerdere, gedecentraliseerde krakers of opslagpunten.

[ad_2]

Source link

Bekijk verder ook zeker onze pagina over De levensduur en duurzaamheid van zonnepanelen.

[ad_1]

Het Hydro Home Energy systeem helpt mensen fors te besparen op de energierekening. Al met het basispakket besparen gemiddelde huishoudens zo’n vijftig procent op het gasverbruik. Het pakket, dat geïnstalleerd kan worden in vrijwel elke woning, is modulair uit te breiden. Met het complete pakket zijn woningen volledig gasvrij en wordt ook nog eens gemiddeld de helft bespaard op de stroomrekening van de warmtepomp.

Het basispakket bestaat uit een Hydrobag (warmtebatterij) van ongeveer duizend liter, twee rekken heatpipes die op het dak geplaatst worden, en een besturingskast. “Hiermee is een besparing van zo’n gemiddeld vijftig procent op de gasrekening te realiseren”, vertelt Yorick Wessels van Hydrobag. “Het systeem is modulair en is dus in de loop der tijd uit te breiden. Het complete pakket laten installeren kan natuurlijk ook.” Met dit complete pakket is vrijwel elke woning volledig gasvrij te maken. Om van het gas af te kunnen, wordt het basispakket uitgebreid met een warmtepomp die in de koude wintermaanden ondersteuning biedt.

“Dankzij het Hydro Home Energy systeem verbruikt de warmtepomp gemiddeld zo’n vijftig procent minder stroom en resulteert dat in een langere levensduur”, weet Wessels.

Salderingsregeling

Verdere uitbreiding van het systeem is mogelijk met een power-to-heat-module. Hierbij wordt in de Hydrobag een elektrisch verwarmingselement geplaatst. “Voor mensen met zonnepanelen kan dit erg interessant zijn als het afbouwen van de salderingsregeling begint”, licht Wessels toe. “Wek je meer elektriciteit op dan je verbruikt, dan kun je die gebruiken om het water in de Hydrobag om te zetten naar thermische energie. Dan hoef je de overtollige elektriciteit niet voor een laag tarief aan het net terug te leveren.”

Hoge isolatiewaarde

Basis van het Hydro Home Energy systeem is een unieke waterzak van ongeveer duizend liter, de Hydrobag. De gepatenteerde Hydrobag met een isolatieschil heeft een zeer hoge isolatiewaarde (RD = 6,0), waardoor het water in de zak zo’n 0,4 tot 0,5 graden warmte verliest ten opzichte van een traditioneel buffervat die 4 tot 5 graden verliest.

Elke gewenste afmeting

De Hydrobag is leverbaar in elke gewenste afmeting, dus helemaal op maat. Dit maakt de Hydrobag geschikt voor gebruik in alle woningen. De Hydrobag is te installeren in onrendabele ruimtes waar geen ruimte is voor een buffervat, bijvoorbeeld op zolder, in de kruipruimte of in de kelder. Plaatsen kan zelfs buiten. “Wij leveren de Hydrobag standaard met een afdekfolie die beschermt tegen weer, wind, water en knaagdieren. Zowel het materiaal van de Hydrobag als die van de afdekfolie is bestand tegen meer dan 90 soorten chemicaliën, logen en zuren”, vertelt Wessels. De verwachte minimale levensduur van een Hydrobag is dan ook maar liefst veertig jaar.

Subsidie

Wie een Hydro Home Energy systeem wil installeren, kan rekenen op zo’n zevenduizend euro energiesubsidie. “Wij informeren mensen graag over de mogelijkheden om deze aan te
vragen”, zegt Wessels. “Tweederde deel van het energieverbruik van huishoudens zit in verwarming en warm tapwater. Daarom zijn de bespaarmogelijkheden met dit systeem verrassend groot.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

The number of global public companies making climate commitments has steadily grown this year, but these targets vary significantly in their comprehensiveness and ambition, according to the latest MSCI Net-Zero Tracker, a gauge of climate change progress of the public companies within the MSCI All Country World Investable Market Index (ACWI IMI). The Net-Zero Tracker reveals a clear trend among listed companies: more climate commitments, improved disclosures, but ever-growing carbon emissions.

Nearly half (44%) of listed companies have now set decarbonization targets, – which is 8 percentage points more than was reported in the October 2022 MSCI Net-Zero Tracker, – but this does not necessarily mean that they are all adequately addressing their carbon intensity. Only 17% of companies’ climate targets would align carbon emissions across their total value chain with the ambitious 1.5°C goal of the Paris Agreement.

Further showing the range of commitments being made, fewer than a third (30%) of all published targets are aiming to reach net-zero emissions, despite the likelihood of voluntary and mandatory corporate climate disclosure standards coming into effect in the near future.

The Net-Zero Tracker, released today by MSCI, a leading provider of critical decision support tools and services for the global investment community, shows that public companies are projected to deplete their share of the global emissions budget for limiting temperature rise to 1.5°C by October 2026, two months sooner than MSCI previously estimated in October 2022.

Public companies are on track to emit 11.2 gigatons of direct Scope 1 greenhouse gas emissions into the atmosphere this year, unchanged from 2022, despite making more carbon reduction commitments2 . This puts them on a path to warm the planet by 2.7°C this century, according to MSCI’s “Implied Temperature Rise” metric, based upon an analysis of their future emissions pathways and current climate commitments.

For investors trying to assess these companies to make climate-conscious portfolio decisions, there has been an upturn in the level of disclosures, as over a third (35%) of public companies now report Scope 3 emissions that arise from their suppliers or use of their products by customers, up five percentage points from October last year.

Private assets exhibit lower carbon intensity

Though it is often considered that carbon intensities may be higher in private markets than in their public counterparts, MSCI’s estimates suggest otherwise. Private companies in four of the five most emissions-intensive industry groups are estimated to produce less carbon than their publicly listed equivalents, according to data from MSCI ESG Research and Burgiss.

Within the top five industry groups (utilities, materials, energy, transportation, and food, beverage & tobacco), the average estimated carbon intensity for listed companies is 76% higher that of unlisted companies.

This contributes to institutional investors financing almost 150 million tons of CO2 emissions from the private companies in their private equity, debt and real asset portfolios.

Emissions attributes of private investments are driven by sectoral trends – with privately held companies being more likely to be in sub-industries that are less emissions intensive. For example, the information technology and health care sectors together account for 47% of the aggregate market value of institutional private holdings, but constitute just 6% of emissions. In contrast, the energy, materials, and utilities sectors represent only 6% of the total private market value and produce nearly half of estimated financed emissions.

Sylvain Vanston, Executive Director, Climate Change Investment Research, MSCI, comments: “The recent IPCC AR6 Synthesis report is clear. Climate change is here, measurably, as predicted, and the risk of complete ruin is now very real. We are seeing greater progress from public companies towards achieving essential climate goals, but the MSCI Net-Zero Tracker reveals that a significant gap remains between their climate commitments and their carbon emissions.

“The equation for investors is that they must address transition risks today or face severe and irreversible physical risks tomorrow, and that they have a role to play in driving the existential change required. Investors can use their strategic levers, including asset allocation, green investments, and engagement with boards and policymakers, to help not just put companies on a net-zero path, but also encourage the regulatory changes needed to level the business playing field between.

“Public and private companies and investors must act urgently, as this report clearly shows that time is running out and we are not on track to limit global warming to 1.5°C.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

BAM Energie & Water start in opdracht van de gemeente Hoogeveen deze maand met de aanleg van de eerste buis van een waterstof distributiesysteem. Dit systeem voorziet in de toekomst honderd nieuwbouwwoningen in Nijstad-Oost en zes tot achttien bestaande woningen in Erflanden van waterstof voor verwarming.

De gemeente Hoogeveen, RENDO, Gasunie, Essent en Remeha hebben woensdag 10 mei een overeenkomst getekend voor de realisatie van Waterstofwijk Hoogeveen, waarvan BAM de uitvoering in handen heeft. In de eerste fase start BAM met de aanleg van een waterstof distributiesysteem en de aansluiting daarop van honderd nieuwbouwwoningen in Nijstad-Oost. Onderdeel van deze eerste fase is ook de realisatie van een praktijkvoorbeeld: de ombouw naar waterstof van zes tot achttien bestaande woningen in Erflanden.

Financiering

Met het project willen betrokken partijen aantonen dat waterstof een goede groene vervanger is voor aardgas. En dat het bestaande aardgasnetwerk omgebouwd kan worden naar een waterstofnetwerk, zodat ook bestaande woningen kunnen worden verduurzaamd. De financiering van de aanleg, aansluiting en ombouw naar waterstof is afkomstig van subsidies van het Rijk, provincie Drenthe en EU.

BAM geeft met dit project uitvoering aan haar strategie ‘Building a sustainable tomorrow’, met duurzaamheid als belangrijk speerpunt.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Altena bruist van de bedrijvigheid. In december vorig jaar hebben vier boeren in die streek besloten ‘koolstofboer’ te worden door maatregelen te nemen waarmee ze jaarlijks 200 ton CO2 extra vastleggen in de bodem voor de komende 5 jaar. De Altenase bedrijven Hakkers en IVECO Schouten hebben een flinke klimaatstap gezet door hiervan de komende vijf jaar 320 ton CO2 af te nemen. Dat is 64 ton CO2 per jaar. Om deze unieke samenwerking te bezegelen hebben ze samen op woensdag 10 mei 2023 een informatiebord bij elke koolstofboer geplant. Er is nog 136 ton CO2 per jaar beschikbaar, dus extra bedrijven uit het Land van Altena kunnen nog meedoen door ook hun CO2-emissies te compenseren in de buurt op boerenland.

Deze eigentijdse vorm van boeren heet Carbon Farming. Met Carbon Farming kan de landbouw CO2 uit de atmosfeer halen en langdurig vastleggen in de bodem. Hierdoor kunnen boeren bedrijven helpen bij hun klimaatambities. Koolstof vastleggen in de bodem heeft vele voordelen: de bodem houdt beter water vast, is beter bestand tegen weersextremen, er ontstaat een rijker bodemleven en de biodiversiteit wordt gestimuleerd. Boerenclub ZLTO ontzorgt bedrijven en koolstofboeren met de monitoring. Gemeente Altena ondersteunt het project.

Vier koolstofboeren in het Land van Altena zijn aan de slag om CO2 vast te leggen in de bodem. Bij Landbouwbedrijf Straver, Landbouwbedrijf de Graaf VOF, Landbouwbedrijf Vermue & Kivits en Landbouwbedrijf van der Schans prijkt nu een informatiebord op boerenland langs de weg. Zo wordt deze unieke samenwerking zichtbaar in de directe omgeving voor bewoners, bezoekers en bedrijven.

[ad_2]

Source link

Berichten paginering