[ad_1]

Het aardgasverbruik in de voedingsindustrie daalt niet. Daar zal verandering in moeten komen omdat de overheid nadrukkelijk aanstuurt op elektrificatie als belangrijk middel om de CO2 uitstoot te verlagen. Voedingsproducenten die daar niet op anticiperen zien hun energierekening de komende jaren oplopen door hogere marktprijzen en stijgende belastingen op gas. Verslechtering van hun concurrentiepositie ligt dan op de loer. In de praktijk wringt de energietransitie voor de voedingssector: lange terugverdientijden en netcongestie beperken de speelruimte voor ingrijpende verduurzamingsstappen. Daardoor bestaat het gevaar dat bedrijven zich vooral richten op besparen en minder op duurzame transitie. Aangezien de voedingsindustrie tot aan 2030 jaarlijks naar verwachting 2 miljard euro in machines & installaties en gebouwen investeert, liggen er wel veel kansen om verduurzamingsslagen te maken. Dit stelt ING Research in twee artikelen over verduurzaming van productieprocessen en het wegtransport in de voedingssector.

Hogere energieprijzen maar nog geen daling van het gasverbruik

Aardgas levert bijna 75% van de benodigde energie in de voedingsindustrie. Er is continue warmte nodig, bijvoorbeeld om brood te bakken, vleeswaren te koken of zuivel te pasteuriseren. Ondanks de sterke stijging van de energieprijzen is het gasverbruik in de sector niet afgenomen. Uit cijfers van het CBS blijkt dat het aardgasverbruik in 2023 in lijn ligt met eerdere jaren, terwijl de productie nagenoeg gelijk is. De mogelijkheden om op korte termijn minder gas te gebruiken blijken beperkt. De vraag naar voeding is constant, het kost tijd voordat investeringen in besparende maatregelen zijn doorgevoerd en bedrijven hebben moeite om productieprocessen te elektrificeren. Daarnaast zorgden verhogingen van afzetprijzen tot minder noodzaak om te reduceren. Ondertussen gaat de vergroening van de stroomvraag wel stap voor stap door, al betreft dat een veel kleiner deel van het energieverbruik. Het aantal bedrijven met zonnepanelen groeit en op momenten dat de zon schijnt kan de sector in een groter deel van de eigen stroomvraag voorzien.

Ceel Elemans, ING Sectorbanker Food & Agri: “Zonneprojecten bij grotere voedingsbedrijven bestaan vaak uit zo’n 2.000 tot 3.000 panelen. Maar zelfs als ieder groter bedrijf zonnepanelen heeft, is dat niet toereikend om in de huidige stroombehoefte van de sector te voorzien.”

Speelruimte voor ingrijpende verduurzamingsstappen begrensd.

De techniek om productieprocessen in de voedingsindustrie te verduurzamen is vaak voorhanden, maar bedrijven lopen nog tegen een reeks van obstakels aan. De omvang van de benodigde investeringen en netcongestie zijn de twee belangrijkste. Op veel plekken in Nederland zijn de mogelijkheden voor een zwaardere stroomaansluiting beperkt waardoor elektrificatie van productieprocessen stokt. Aanpassingen in die processen luisteren ook nauw omdat veel voedingsproducenten 24/7 produceren. Daarnaast prefereren bedrijven investeringen die zich in een aantal jaar terugverdienen terwijl de terugverdientijd bij grote verduurzamingsinvesteringen vaak langer is.

Ceel Elemans, ING Sectorbanker Food & Agri: “Netcongestie en hogere energiekosten betekenen dat bedrijven op de korte termijn meer zullen kijken naar waar ze nog kunnen besparen en naar wat er binnen hun bestaande aansluiting mogelijk is.”

Hogere kosten voor energie geen tijdelijk fenomeen

De piek in de energieprijzen medio 2022 leidde tot hogere kosten voor voedingsproducenten die dat doorberekenden aan supermarkten. Daarmee lag het mede ten grondslag aan de sterke stijging van de prijzen voor boodschappen. Daarnaast spelen er in de komende jaren echter meer veranderingen. Berekeningen van ING Research laten zien dat voedingsbedrijven door hogere energieprijzen en geplande stijging van de belastingen op gas richting 2030 meer kwijt zijn aan energie dan voor 2022. Bij bedrijven die daar niet op anticiperen blijft energie een groter deel van hun kosten uitmaken wat uiteindelijk nadelig uitpakt voor hun concurrentiepositie.

Investeringspotentieel optimaal benutten

De voedingsindustrie investeert naar verwachting tussen nu en 2030 jaarlijks 2 miljard euro in vervanging van machines en installaties, uitbreiding van productieprocessen en nieuwbouw en renovatie van gebouwen. In principe zal iedere nieuwe machine en installatie zuiniger en efficiënter zijn dan zijn voorganger. Voor de snelheid van de energietransitie maakt het echter veel uit of een nieuwe industriële stoomketel of oven op gas werkt of elektrisch is. Die beslissing zal ook sterk samenhangen met toekomstige wettelijke verplichtingen en beschikbaarheid van subsidies. In de huidige praktijk zijn er nauwelijks projecten met zonnepanelen, warmtepompen of elektrische boilers in de voedingsindustrie die zonder subsidie tot stand komen.

Ceel Elemans, ING Sectorbanker Food & Agri: “Voor voedingsbedrijven is het zaak om te anticiperen op veranderingen in het energiesysteem en op toekomstige beleid. Bedrijven met koel- en vriescellen kunnen bijvoorbeeld meer stroom afnemen voor hun koelingen op momenten dat er veel aanbod is om zo het net te ontlasten. Terwijl een bakkerij kan investeren in gasovens die om te bouwen zijn naar elektriciteit.”

Foto: Eriks

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Op Chemelot wil Uniper een fabriek ontwikkelen voor de productie van syngas. Dit  duurzame gas kan aardgas vervangen in chemische productieprocessen. Via een  schaalbaar proces wordt biomassa getorrificeerd en vervolgens omgezet in syngas. Dit  proces produceert biogeen CO2, dat wordt gebruikt om duurzame chemicaliën te  produceren. Hierdoor wordt syngas een belangrijk element in de groene productie van  onder andere kunststoffen, meststoffen en farmaceutische producten. 

Het project bevindt zich nu in de vroege ontwikkelingsfase met als mogelijk doel een  eerste operationele fase in 2027/2028. De fabriek zou dan in de daaropvolgende jaren  kunnen worden opgeschaald.  

Het doel van Uniper is om een belangrijke bijdrage te leveren aan de verduurzaming  van de industrie en tegelijkertijd de leveringszekerheid van groene energie te  waarborgen. Groen gas en elektrificatie zijn mogelijke routes om chemische  productieprocessen te verduurzamen. De aanleg van de waterstof backbone voor  Chemelot staat echter gepland voor na 2028 en de uitbreiding van het elektriciteitsnet  op Chemelot voor na 2030. In de tussentijd overweegt Uniper om syngas uit  getorrificeerde biomassa te gebruiken om de chemische productie duurzamer te  maken.  

In 2035 wil Uniper dat zijn Europese portfolio CO2-neutraal is. Uniper wil helpen om  hetzelfde tempo mogelijk te maken voor zijn klanten. Naast de syngasfabriek op  Chemelot ontwikkelt Uniper ook een 200-500 MW elektrolyser voor groene waterstof op  de Maasvlakte in Nederland.  

Uniper SE Chief Operating Officer (COO) Holger Kreetz: “Dit project is een uitstekend  voorbeeld van de betrokkenheid van Uniper bij haar activiteiten in Nederland en bij de  decarbonisatie van moeilijk te reduceren industrieën zoals de chemische industrie hier op Chemelot. Dit maakt deel uit van onze bredere decarbonisatie-activiteiten in heel  Europa en op de Maasvlakte, waar we momenteel een FEED-studie uitvoeren voor 100  – 500 MW aan groene waterstofproductie.” 

Chemelot Executive Director Loek Radix is zeer blij met het voornemen van Uniper.  “Chemelot heeft de ambitie om de meest duurzame chemiesite van Europa te zijn  gebruik makend van de sterke integratie van de site. Zo snel als mogelijk willen we  onze fossiele grondstofstromen bestaande uit aardgas en nafta vervangen door  hernieuwbare grondstoffen en volledig circulair gaan produceren. In dat opzicht past de  syngas centrale van Uniper perfect in de strategie van Chemelot.

Foto: Chemelot

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Vanaf vandaag krijgen hotelgasten in diverse hotels de optie om de dagelijkse kamerschoonmaak over te slaan dankzij de WhatsApp-service van Lacoly. In ruil hiervoor plant het hotel een boom via het in 2021 opgerichte Hotels for Trees.

Oprichter en Chief Tree Planting Officers Floris Licht: “Ik ben enorm trots op de verdere professionaliseringsslag van ons impactvolle initiatief. Voorheen gaven gasten tijdens hun verblijf onder andere door middel van een deurhanger aan de dagelijkse kamerschoonmaak over te willen slaan. Door de inzet van Lacoly kunnen gasten dit nu voorafgaand aan of tijdens hun meerdaagse verblijf doorgeven via WhatsApp. Dit is een win-win, zowel voor hotels als voor gasten. Zo werken hotels met een efficiëntere schoonmaakplanning en wordt het voor hotelgasten eenvoudiger om duurzame keuzes te maken.” De WhatsApp-service is per direct beschikbaar voor de reeds aangesloten en nieuwe partnerhotels van Hotels for Trees.

Via WhatsApp bomen planten in plaats van kamerschoonmaak

De hotelbranche kan nog laagdrempeliger impact maken met de nieuwe WhatsApp-service van Lacoly. Hotels for Trees heeft vorig jaar 75.000 bomen kunnen planten door de gast de keuze voor te leggen om de kamerschoonmaak over te slaan. Floris Licht: “We hebben als doel om vanaf 2025 meer dan 1 miljoen bomen per jaar te planten. We kijken daarbij continu naar hoe we meer gasten op een betere manier kunnen bereiken. WhatsApp is daar een ideaal communicatieplatform voor.”

Duurzame stappen via digitale keuzeknoppen

Sinds de introductie van Lacoly afgelopen jaar ontvangen duizenden gasten dagelijks informatie over hun verblijf via WhatsApp. Dit gebeurt in de meeste gevallen voorafgaand aan hun verblijf waardoor de gast zich rustig kan inlezen en de mogelijkheid heeft het verblijf nog aangenamer te maken. Dirk Taselaar, oprichter Lacoly: “Met WhatsApp delen we informatie over het verblijf, kunnen we interessante aanbiedingen doen en bieden we hotelgasten vanaf nu dus ook aan om duurzame keuzes te laten maken. Ik ben erg blij met de nieuwe samenwerking die we aangaan met Hotels for Trees. Ik merk dat er nog veel stappen te zetten zijn om de hotelbranche verder te verduurzamen. Het is mooi dat we hier vanuit Lacoly een waardevolle bijdrage aan kunnen leveren.”

Over Hotels for Trees

Hotels for Trees is met hulp van Founding Partner Blycolin in juli 2021 gestart. Het is een stichting met ANBI status, hetgeen betekent dat donaties aan de stichting belasting aftrekbaar zijn. De stichting wordt aangestuurd door een bestuur, overzien door een Raad van Toezicht en heeft geen winstoogmerk. Alle donaties worden uitgegeven aan bebossingsprojecten van samenwerkingspartner Trees for All of aangewend voor het runnen en verder laten groeien van de stichting. De lange termijn ambitie van de stichting is om vanaf 2015 minstens 1 miljoen bomen per jaar te planten.

Over Lacoly

Sinds begin 2022 verzorgt Lacoly met hun WhatsApp-service gepersonaliseerde communicatie tussen hotels en hotelgasten. Hotels sturen met Lacoly proactief WhatsApp-berichten naar de gasten waaraan keuzeknoppen zijn toegevoegd. De gast kan met gebruik van deze keuzeknoppen doorklikken naar de voor hem/haar relevante informatie. Lacoly won dit jaar twee awards (Horecava Innovation Award & Independent Hotel Show Partnership Award) en is inmiddels internationaal actief.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De technologische mogelijkheden zijn beperkt. Dat concludeert milieuorganisatie Natuur & Milieu op basis van nieuw onderzoek van Ecorys. Het onderzoeksbureau vergeleek en beoordeelde zes verschillende methodes om CO2 uit de lucht te halen. CO2-verwijdering is nodig om binnen de anderhalve graad opwarming van de aarde te blijven. De methodes zijn deels van natuurlijke aard, zoals het planten van bos of andere landbouwtechnieken, en er zijn technische opties.

‘Politieke partijen en bedrijven zien CO2-verwijdering met behulp van technologie vaak als kans om het klimaatprobleem op te lossen. Dit onderzoek laat zien hoe belangrijk het is om deze technologische oplossingen niet te overschatten en juist in te zetten op natuurlijke methodes’, stelt Natuur & Milieu. ‘De beperkte ruimte en grondstoffen in ons land vereisen slimme keuzes en stevige regie vanuit de overheid.’

Om gevaarlijke klimaatverandering te stoppen moeten we de CO2-concentratie in de atmosfeer verminderen. De belangrijkste manier om dit te doen is afscheid nemen van fossiele brandstoffen. Omdat ook in een volledig duurzame samenleving bepaalde activiteiten nog steeds broeikasgassen uitstoten, denk aan de methaanuitstoot van koeien, is het ook nodig om CO2 uit te lucht te halen. Omdat er nog weinig bekend is over de effecten van de methodes die hiervoor beschikbaar zijn, specifiek in de Nederlandse context, heeft Natuur & Milieu onderzoek laten doen.

Onderzoek

Ecorys heeft de zes best toepasbare methodes onderzocht. De onderzoekers keken naar technologische oplossingen en natuurlijke methodes. Technische opties zijn onder andere het verbranden van biomassa in energiecentrales en afvalverbrandingsinstallaties, waarna de CO2 onder de grond wordt gestopt (BECCS). Maar ook het verkolen van biomassa of het kunstmatig laten verweren van mineralen. Natuurlijke methodes zijn het vastleggen van CO2 in bossen, bodem, diepzee en in kustgebieden. Ecorys keek onder andere naar kosten, benodigde ruimte, verbruik van grondstoffen en de geschiktheid van de techniek in een duurzame economie.

“Het grotere plaatje van grondstoffengebruik, landgebruik en de effecten op natuur en op de leefomgeving zijn ook van belang. Niet alleen de CO2-tonnenjacht. Al deze factoren moeten een rol spelen bij de toekomstige keuzes voor bepaalde methodes.” – Michèlle Prins, Programmaleider Industrie

Inzetten op bewezen technieken

Aan alle methodes kleven voor- en nadelen. Groot nadeel van de technologische oplossingen is dat de benodigde techniek in de kinderschoenen staat. Voor een methode als BECCS is daarnaast een grote hoeveelheid biomassa nodig, die Nederland niet tot zijn beschikking heeft. De natuurlijke oplossingen zijn daarentegen juist wel bewezen effectief. De CO2-opslag is onderdeel van het natuurlijke systeem. Daarnaast bieden ze voordelen voor biodiversiteit en de leefomgeving. Uitdaging bij deze methodes is dat er een nijpend tekort is aan ruimte in Nederland. Toch zijn er wel degelijk mogelijkheden, zegt Michèlle Prins van Natuur & Milieu. ‘Een kustgebied beplanten met zeegras kost geen extra ruimte. Landbouwgrond kan veel meer CO2 opslaan als de bodem minder intensief wordt bewerkt. Gewassen als haver en klaver staan bekend om het vastleggen van grote hoeveelheden CO2. Op die manier kun je al veel bereiken’, aldus Prins. Ook de Europese Commissie en een VN expert-commissie adviseren om vooral in te zetten op natuurlijke methodes, vanwege alle positieve bijeffecten zoals biodiversiteit.

Toepassing BECCS risicovol

De milieuorganisatie is uiterst kritisch op de techniek BECCS, het verbranden van biomassa in energiecentrales in combinatie met CO2-opslag. ‘Op papier veelbelovend, maar in de praktijk discutabel’, concludeert Prins. ‘Er draait nergens ter wereld een centrale die de BECCS-technologie effectief toepast, dus hoe zou Nederland dit op korte termijn wél voor elkaar kunnen krijgen? Bovendien is er een wedloop gaande op biomassa door verschillende sectoren. Nog een kaper op de kust wordt problematisch. We moeten er juist voor zorgen dat bestaande bossen intact blijven en niet degraderen door de oogst van biomassa.’

Oproep aan minister Jetten

Natuur & Milieu verzoekt minister Jetten om met een aparte doelstelling voor CO2-verwijdering te komen, die losstaat van de doelstelling voor CO2-reductie. Dit is belangrijk om te voorkomen dat CO2-verwijdering de inzet op CO2-reductie vertraagt. Met CO 2 -reductie pak je het probleem immers bij de bron aan. Het potentieel van CO2-verwijdering is bovendien nog heel onzeker. Natuur & Milieu roept Jetten op om beleid te ontwikkelen dat heldere principes stelt over de inzet van de verschillende methodes voor CO2-verwijdering. ‘Het grotere plaatje van grondstoffengebruik, landgebruik en de effecten op natuur en op de leefomgeving zijn ook van belang. Niet alleen de CO2-tonnenjacht. Al deze factoren moeten een rol spelen bij de toekomstige keuzes voor bepaalde methodes’, aldus de milieuorganisatie.

Aanbevelingen Natuur & Milieu, op basis van rapport Ecorys
Factsheet BECCS, Natuur & Milieu

[ad_2]

Source link

[ad_1]

GroenLeven heeft het drijvende zonnepark bij Oudehaske vergroot en gisteren, 6 juni, officieel geopend. Naast het bestaande drijvende park, ruim 17.000 zonnepanelen, is een zonnepark geïnstalleerd dat bestaat uit 39.000 drijvende zonnepanelen. Gezamenlijk leveren deze drijvende parken voldoende stroom voor zo’n 9.000 huishoudens.

“De locatie hier vlakbij Oudehaske en Heerenveen leent zich uitstekend voor een drijvend zonnepark”, aldus Joash Wijbenga, bij GroenLeven verantwoordelijk voor de realisatie van dit unieke project. “Het zonnepark is gelegen op een oude zandwinput tussen de vuilnisbelt en de snelweg A7. Met deze ruimte gebeurt al jaren niets. Een goed voorbeeld van multifunctioneel ruimtegebruik.”

De gemeente Heerenveen zet met de uitbreiding van het zonnepark een belangrijke stap in haar duurzame ambities. Jelle Zoetendal, wethouder gemeente Heerenveen: “Met een drijvend zonnepark als dit, wat energie levert voor zo’n 9.000 huishoudens, zetten we als gemeente mooie stappen in het realiseren van onze duurzaamheidsambities.”

Ecologie

GroenLeven maakt gebruik van een uniek eigen drijvend zonne-energiesysteem. De zonnepanelen worden niet op het water geplaatst, maar erboven op speciale zonnebootjes. Dit creëert licht- en luchtstraten, zodat licht en lucht het water kunnen blijven raken. Ook de transformatorhuizen drijven. Hierdoor gaat er maar één elektriciteitskabel naar het land, waardoor er minimale belasting is in de vaak ecologisch rijke oevers van zandwinplassen. Daar kunnen vogels nestelen, otters jagen en vleermuizensoorten worden aangetroffen. Ook de verankering is daarop ingericht, doordat dit gebeurt in de bodem van de plas en niet in de oevers. In deze zandwinningsplas gaat de verankering tot wel 25 meter diepte.

Elektriciteitsnet

Joash Wijbenga: “Een voordeel is dat het zonnepark praktisch naast het hoogspanningsstation van Tennet ligt, waardoor we geen lange kabels hoeven te graven om het park aan te sluiten op het stroomnet. Het drijvende park is verder aangelegd in een zogenaamde oost-west-opstelling, met panelen gericht naar het oosten en naar het westen. Hierdoor realiseren we een gelijkmatige opwek van zonne-energie en minder hoge pieken rond het middaguur. Dat is beter voor de belasting van het elektriciteitsnetwerk.”

Multifunctioneel ruimtegebruik

“Nederland is een klein land”, aldus Peter Paul Weeda, CEO GroenLeven. “Multifunctioneel ruimtegebruik is dan ook essentieel. Met GroenLeven tonen we wat er allemaal mogelijk is met zonnepanelen: op grote daken, als carport, boven fruit, op een luchthaven en dus ook drijvende zonneparken. Nederland is door GroenLeven met drijvende zonne-energie koploper in Europa. Zo drijven er meer dan een half miljoen GroenLeven-zonnepanelen in Nederlandse zandwinplassen. Daar ben ik ontzettend trots op. Ook op dit geweldige zonnepark in Oudehaske. Het laat zien dat opwek van duurzame energie hand in hand kan gaan met natuur en ecologie.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Eneco investeert in een groot batterijproject in Wallonië. Met de installatie van een batterij met 50 MW/200 MWh aan opslagcapaciteit kan duurzaam opgewekte elektriciteit efficiënter worden ingezet om het elektriciteitsnet van België te balanceren. De vergunning is verkregen, de batterij besteld en de voorbereidende werkzaamheden worden nu uitgevoerd om het project eind 2024 operationeel te hebben. De batterijcentrale in Ville-sur-Haine in Wallonië zal volledig in eigen beheer zijn.

Het Battery Energy Storage System (BESS) bestaat uit 53 Megapack opslagunits van Tesla, met 50 MW/200 MWh aan opslag. De batterijcentrale kan gedurende 4 uur stroom leveren aan het elektriciteitsnet. Een groeiend aantal windmolens en zonnepanelen neemt een groot deel van de stroomproductie van bestaande fossiele energiecentrales over. Er is echter niet altijd elektriciteit vanuit wind en zon, de vraag is maar deels stuurbaar en daarom is het belangrijk om flexibele opslag te hebben. Zo wordt het mogelijk om (reserve)capaciteit aan te bieden wanneer het nodig is om het stroomnet in balans houden. In samenwerking met de Belgische hoogspanningsnetbeheerder Elia zorgt de batterij ervoor dat de steeds toenemende volumes aan variabele zon- en windenergie op een efficiënte manier kunnen worden ingezet en net elektriciteitsnet in balans blijft.

“We versterken onze activiteiten op het gebied van duurzame energie om zo bij te dragen aan minder CO2-uitstoot. Daarbij is energieopslag van groot belang om de fluctuaties van duurzame energie op te vangen. Dit project is voor ons een belangrijke stap op weg naar een CO2-neutraal energiesysteem in 2035.”, aldus Tine Deheegher, manager Renewable Energy Solutions bij Eneco.

Het batterijproject is een nieuwe stap in de investeringen van Eneco in de transitie in België naar een volledig duurzaam energiesysteem. Met 128 windturbines op land, deelnemingen in de 2 grootste offshore windparken van België en bijna 400.000 zonnepanelen is het de grootste groene en de groenste grote energiebedrijf van het land. Door volop in te zetten op batterijopslag levert Eneco een bijdrage aan een toekomstbestendig, betrouwbaar en betaalbaar energiesysteem in België.

Met dit project zet Eneco een nieuwe stap naar een volledig duurzaam energiesysteem in België en wordt er invulling gegeven aan het One Planet Plan met als ambitie om in 2035 volledig klimaatneutraal te zijn. Batterijen spelen een belangrijke rol in het realiseren van deze ambitie en het doel is om er nog meer te ontwikkelen. Op dit moment blijven de investeringen in batterijprojecten in Nederland nog wel achter ten opzichte van de omringende landen. Uit het jaarlijkse rapport over leveringszekerheid van TenneT blijkt dat er tenminste 10 GW aan batterijen nodig is in 2030 en op dit moment is er in Nederland maar 0,3 GW opgesteld vermogen gerealiseerd. We roepen de Nederlandse overheid op om te leren van het beleid in België en Duitsland zodat Nederland in 2035 daadwerkelijk een klimaatneutrale elektriciteitsvoorziening kan bereiken.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Ingenieurs- en adviesbureau Antea Group gaat duurzame energie winnen uit de mest van melkkoeien. De energie wordt ter plekke opgeslagen en is beschikbaar voor later gebruik op de boerderij of een andere plek. Ammoniak afkomstig uit mest vormt hierbij de sleutel. Samen met milieutechnisch bedrijf HMVT heeft Antea Group de Ammonia-Q voor veestallen ontwikkeld. Er wordt nu een geschikt boerenbedrijf gezocht voor een proef in de praktijk.

Groene brandstof

Voor de veehouderij is het beperken van de ammoniakuitstoot een belangrijke maatregel tegen stikstofdepositie. Het idee van Antea Group baseert zich op installaties waarbij de lucht uit de stal wordt afgezogen en gewassen. “Daar voegen wij iets nieuws aan toe, waardoor we met ammoniak van emissievraagstuk naar energievoorziening gaan,” vertelt Coert Ruseler, businesslijndirecteur Milieu, Veiligheid & Gezondheid van Antea Group. Bij de Ammonia-Q wordt de luchtwasser een installatie die ammoniak uit de afgezogen lucht haalt. De gewonnen ammoniak wordt vervolgens samengeperst en in een vat opgeslagen. Daarna kan het als groene brandstof worden gebruikt. De energie die nodig is voor het proces kan worden opgewekt door zonnepanelen of een kleine windturbine.

Oplossing overbelast elektriciteitsnet

Boeren die met zonnepanelen of een windmolen meer elektriciteit opwekken dan zij op dat moment zelf gebruiken, kunnen dit steeds vaker niet terug leveren omdat het elektriciteitsnet overbelast is. Door deze elektriciteit te gebruiken voor de productie van groene ammoniak, slaat de boer de energie op en kan hij die op een later moment gebruiken. Eventueel ook op een andere plaats. Ruseler: “We richten ons voor nu op ammoniak als energiebron voor de boer zelf. Maar er is meer mogelijk. Want als veel boeren dit doen, dan kun je de ammoniak bijvoorbeeld ook gebruiken om de omgeving van energie te voorzien. Dan heb je groene energie van de boer, die bijdraagt aan de energietransitie.”

Ammoniak in de energietransitie

Een stal met honderd koeien is goed voor ongeveer vier ton ammoniak per jaar. Dat levert een energiewaarde op van 25.000 kWh, het gemiddelde jaarverbruik van zeven huishoudens bij elkaar. Bij andere veesoorten kan de energiepotentie per stal hoger zijn. Door de totale omvang van de melkveehouderij in ons land richt Antea Group zich in eerste instantie op deze bedrijfstak. Behalve als brandstof kan ammoniak ook worden gebruikt voor het opslaan en vervoeren van groene waterstof. “Ook daar hebben wij ervaring mee, met name in de industriesector. Ammoniak biedt volop kansen voor de energietransitie. Maar het brengt wel nieuwe vragen en uitdagingen met zich mee. Met ons Ammoniak Expertisecentrum brengen wij plannen en ideeën verder,” aldus Ruseler.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Vandaag legt MSC Euribia, het nieuwste en duurzaamste vlaggenschip van MSC Cruises, aan bij de Passenger Terminal in Amsterdam. Het schip wordt door vloeibaar aardgas (LNG) aangedreven en vaart momenteel ’s werelds eerste klimaatneutrale cruise. MSC Euribia is gebouwd met behulp van de nieuwste technologische innovaties op het gebied van emissiereductie, afvalbeheer en energiebesparing. Het schip legt voor één dag aan in Amsterdam op weg van Saint-Nazaire in Frankrijk – waar het gebouwd is – naar de doopceremonie op 8 juni in Kopenhagen. Dit 22ste schip in de vloot van MSC Cruises laat daarmee zien dat net zero cruise-vaarten vandaag de dag onder bepaalde omstandigheden mogelijk zijn.

MSC Euribia legt aan in Amsterdam omdat de duurzaamheidsambities van MSC Cruises nauw aansluiten bij die van Port of Amsterdam als het gaat om emissiereductie en energiebesparing in de maritieme sector. Zo kan MSC Euribia gebruikmaken van walstroom. Port of Amsterdam ontwikkelt de techniek hiervoor momenteel en verwacht dat zij in 2025 gereed zal zijn.

Met de ingebruikname van dit ultramoderne schip en het bezoek aan Amsterdam wil de Cruise-divisie van MSC Group laten zien dat de sector duurzaamheidsverbeteringen moet blijven realiseren in samenwerking met alle belanghebbenden. Als belangrijke speler in de cruise-industrie heeft de Cruise-divisie van MSC Group zichzelf ambitieuze doelen opgelegd. Het bedrijf wil dat haar activiteiten uiterlijk in 2050 klimaatneutraal zijn. De uitstootintensiteit van het bedrijf is vergeleken met 2008 al met 33,5% gedaald. MSC Group zal naar verwachting al eerder dan 2030 – de streefdatum van IMO – een vermindering van 40% bereiken.

Pierfrancesco Vago, Executive Chairman van de Cruise-divisie van MSC Group: “Met deze baanbrekende klimaatneutrale reis van ons nieuwste vlaggenschip, MSC Euribia, zetten wij opnieuw een belangrijke stap richting decarbonisatie en laten wij bovenal onze grote betrokkenheid zien.”

MSC Cruises heeft 400 ton bio-LNG aangeschaft als brandstof voor deze baanbrekende broeikasvrije reis. Hiermee demonstreert het bedrijf zijn inzet voor het gebruik van hernieuwbare brandstoffen en de energietransitie. MSC Cruises is de eerste cruisemaatschappij die bio-LNG gebruikt voor diepzeecruises en realiseert hierdoor een aanzienlijke vermindering van de emissies gedurende de levenscyclus.

Meneer Vago vervolgt: “We kunnen het echter niet alleen. Alternatieve brandstoffen zijn voor onze sector en andere bedrijfstakken cruciaal om koolstofneutraliteit te bereiken. Daarom moeten we samenwerken om biobrandstoffen op grotere schaal beschikbaar te maken. Onze inkoop van bio-LNG geeft een duidelijk signaal aan de markt, namelijk dat er vraag naar schonere brandstoffen is vanuit de cruisemaatschappijen en de bredere maritieme sector. Om de beschikbaarheid van deze broodnodige nieuwe energiebronnen mogelijk te maken, is samenwerking nodig tussen overheden, producenten en eindgebruikers.”

De klimaatneutrale reis van MSC Euribia maakt gebruik van bio-LNG via een massabalanssysteem. Dit is de milieuvriendelijkste methode om hernieuwbaar biogas te gebruiken. De volledige toeleveringsketen voldoet aan de Richtlijn voor Hernieuwbare Energie van de Europese Unie (RED II). Bovendien is iedere batch bio-LNG gecertificeerd door International Sustainability & Carbon Certification.

Michele Francioni, SVP van MSC Cruises: “De eerste reis van MSC Euribia is een ongelooflijke prestatie en is het resultaat van jaren van toewijding en vastberadenheid. Het toont aan dat we met gebruik van reeds bestaande scheepvaarttechnologie in staat zijn klimaatneutraal te varen. Dit is nog maar het begin. We zijn volledig aan deze overgang gecommitteerd en doen er alles aan om hem te versnellen. Dat is alleen mogelijk met alternatieve brandstoffen zoals bio-LNG, e-LNG, groene waterstof of groene methanol, die op grote schaal beschikbaar moeten komen om onze visie voor klimaatneutrale cruise-vaarten volledig te realiseren.”

MSC Cruises werkt voor deze reis zonder broeikasgasemissies samen met het Scandinavische energiebedrijf Gasum, een toonaangevende producent van biogas en verwerker van biologisch afbreekbaar afval.

De snelheid en vaarroute van de eerste reis van MSC Euribia zijn specifiek gepland om de configuratie en belasting van de motoren te optimaliseren en het brandstofverbruik te minimaliseren. Het schip heeft energie-efficiëntiespecialisten van zowel MSC Cruises als de scheepsbouwer Chantiers de L’Atlantique aan boord. Zij monitoren en optimaliseren ieder detail van de reis en werken hierop  samen met de kapitein van het schip, Stefano Battinelli, en de hoofdingenieur van MSC Euribia, Pasquale Mastellone.

De energie-efficiëntie-experts van MSC Cruises in Londen monitoren en optimaliseren bovendien continu alle systemen aan boord. Hiermee wordt het energieverbruik geminimaliseerd, kunnen in real-time kansen worden geïdentificeerd om energie-efficiënter te varen, maar wordt tegelijkertijd het comfort van alle gasten aan boord geborgd. Hier worden diverse maatregelen voor ingezet, van de configuratie van de motoren en de snelheid van individuele airconditioningventilatoren in gasthutten tot optimalisatie van de route en snelheid. Hiermee wordt energie bespaard en het brandstofverbruik verminderd.

De nieuwe schepen van MSC Cruises zijn flexibel wat betreft brandstof en kunnen verschillende soorten (reeds beschikbare en toekomstige) hernieuwbare brandstoffen verbranden. Het gebruik van fossiele LNG leidt al tot een vermindering van de broeikasgasemissies tot wel 20% in vergelijking met conventionele scheepsbrandstoffen en elimineert vrijwel alle zwaveloxide- en deeltjesemissies, terwijl het ook de uitstoot van stikstofoxiden met 85% terugdringt.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Kan je in 2023 nog wel op de proppen komen met relatiegeschenken die een groot deel van mensen niet eens gebruikt, en soms zelfs linea recta in de vuilnisbak belanden? ‘Nee’, besloten DJ van Styrum en Ton  Löbker. De twee ondernemers die hun sporen in de relatiegeschenken branche hebben verdiend, staan aan de basis van een nieuw bedrijf met een grote belofte. Samen met haar partner Justdiggit en duizenden bedrijven wil startup treebytree relatiegeschenken verduurzamen en voor 2050 één miljard bomen terugbrengen in Afrika, waar vergroening bijzonder hard nodig is. 

Treebytree is ontstaan vanuit de visie dat de wereld razendsnel verandert en de relatiegeschenken industrie daarin mee moet. Van managementlaag tot werkvloer: iedereen wordt zich bewust van hun individuele verantwoordelijkheid in het gevecht tegen klimaatverandering en de reductie van CO2 uitstoot. En dus wil Treebytree het schenken van een cadeau transformeren naar iets teruggeven aan de wereld, door op grote schaal omgekapte bomen in Tanzania terug te brengen.

“Wij geloven in de gebundelde kracht van duizenden bedrijven in Europa en de rest van de wereld. Treebytree stelt bedrijven in staat bomen te schenken via een unieke digitale ervaring voor de ontvanger. Zo maak je als organisatie op grote schaal positieve impact op CO2-reductie, water retentie en gemeenschappen in Afrika. En je smeedt een duurzame band tussen jouw merk, de ontvanger en de geschonken boom,” aldus DJ van Styrum. ‘Een duurzame koers die iedereen blij maakt is dé manier om de relatiegeschenken branche van binnenuit positief te veranderen.”

Ambitieus partnership met Justdiggit

Alle bomen op het Treebytree platform worden teruggebracht door Justdiggit. Justdiggit is in 2009 opgericht door Peter Westerveld en Dennis Karpes met als doel: het vergroenen van aangetast en ontbost land om biodiversiteit te stimuleren en een positieve impact te maken op klimaatverandering.

Justdiggit is een van de meest effectieve en toonaangevende organisaties in het vergroenen van regio’s die het hard nodig hebben. Met wetenschappelijk onderbouwde programma’s, steun van lokale gemeenschappen en een bak aan waardevolle ervaring. Sinds 2009 heeft Justdiggit 400.000 hectare land hersteld, meer dan 14 miljoen bomen teruggebracht en vormt ze een dagelijkse groeiende beweging voor vergroening.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Vrijdag 2 juni werd de zonnecarport bij camping It Wiid officieel geopend. De zonnecarport, die door GroenLeven werd gerealiseerd, bestaat uit ruim 550 zonnepanelen, wat gelijk staat aan stroom voor bijna 50 huishoudens. De groene elektriciteit die de zonnecarport opwekt zal gebruikt worden door de camping zelf en door de laadpalen die de elektrische auto’s van de gasten van de camping opladen. 

Camping It Wiid is met ruim 30 hectare en maar liefst 350 kampeerplaatsen, een kleine 200 jaarplaatsen, 80 verhuuraccommodaties en 500 ligplaatsen een moderne camping in het hart van Friesland. De onderneming is met ruim 2.500 gasten per jaar uitgegroeid tot een gevestigde naam in de recreatiebranche en één van de grootste campings in Noord-Nederland. Het bedrijf heeft duurzaamheid met oog op natuur en maatschappij hoog in het vaandel staan.

Mede-eigenaar van It Wiid, Annelie Bleckman over de zonnecarport: “Als ondernemer wil ik natuurlijk zorgen voor de toekomst van Camping It Wiid. Verduurzaming en het hergebruik van beschikbare ruimte op ons terrein, een echte win-win situatie, zijn cruciale factoren voor ons. Aangezien we geen groot dak hebben, is een zonnecarport de perfecte oplossing voor ons. De carport versterkt ons aanbod en biedt onze gasten de kans om op te laden, terwijl we energie teruggeven. En nu doen we dat ook letterlijk met onze zonnecarport.”

GroenLeven realiseerde de zonnecarport bij It Wiid. Niet alleen de bouw, maar ook het gehele voortraject. Denk hierbij aan het aanvragen van vergunningen en financiering. Annelie: “Het vinden van een deskundige en ervaren partner is essentieel bij realiseren van een zonnecarport,” geeft Bleckman aan. “Werken met een organisatie die aan alle eisen voldoet en de benodigde certificeringen, o.a. SCOPE 12, heeft om het project professioneel en gecertificeerd uit te voeren is dan ook van groot belang. Dat zorgt ervoor dat de zonnecarport 100% verzekerbaar en financierbaar is.”

“Nederland is een klein land”, aldus Peter Paul Weeda, CEO van GroenLeven. “Multifunctioneel ruimtegebruik is dan ook essentieel. Met GroenLeven tonen we wat er allemaal mogelijk is met zonnepanelen: op grote daken, boven fruit, op een luchthaven, drijvend op industriewater zoals zandwinplassen en dus als carport. Ik ben ontzettend trots op de zonnecarport die we hebben gerealiseerd voor camping It Wiid. Geweldig om te zien hoe ambitieus It Wiid is op het gebied van duurzaamheid. Echt een voorbeeld. We zien dat er een grote behoefte is aan zonnecarports. Enerzijds door de behoefte om energie-onafhankelijk te worden en anderzijds doordat zonnepanelen op het dak soms een uitdaging zijn vanwege draagkracht of verzekering. Zonnecarports zijn daarom een essentieel onderdeel van de groene transitie.”

Annelie Bleckman is trots op de zonnecarport en hetgeen de carport betekent voor haar camping: “Het feit dat we met It Wiid grote stappen zet op het gebied van duurzaamheid binnen de recreatiebranche vervult ons met trots.”

[ad_2]

Source link

Berichten paginering