[ad_1]

Sturen op werkelijke energieprestaties in plaats van op theoretische besparingen in de utiliteitsbouw. Dat is de boodschap in het manifest van Gideon dat gisteren is overhandigd aan Rob Jetten, minister voor Klimaat en Energie. DGBC heeft meegeschreven aan het manifest en onderschrijft de boodschap samen met alle 80 marktpartijen die het Paris Proof Commitment hebben ondertekend. In totaal ondertekenden tot nu toe circa 140 partijen het manifest. 

De reden voor de overhandiging is dat het kabinet de (aangescherpte) Europese doelen op het gebied van energiebesparing momenteel uitwerkt. Om deze doelen en uiteindelijk de Parijse klimaatdoelstellingen te halen, zijn extra maatregelen nodig.

Sturen op werkelijk energiegebruik is zo’n manier om de uitstoot van bestaande gebouwen te reduceren. Het theoretische energiegebruik uit het energielabel wijkt vaak veel af van het werkelijke gebruik. Gemiddeld scheelt dit naar schatting tot zo’n 30 procent. Daarom is het sturen op werkelijk energiegebruik een betere manier om besparingen te meten en te monitoren.

Het wordt door inzicht voor bedrijven eenvoudiger om energie te besparen en leidt tot minder administratieve lasten voor het bedrijfsleven. Bovendien is handhaving eenvoudiger en effectiever. En kan het een impuls geven voor de ontwikkeling van smart building technologie, waarmee blijvend wordt ingezet op verbeterde monitoring

Paris Proof-normen

In andere landen geldt al een dergelijk systeem. Voor Nederland heeft DGBC de Paris Proof-normen vastgesteld. Een kantoor dat voldoet aan de doelstellingen van Parijs mag maximaal 150 kWh/m2 in 2025 gebruiken en in 2030 100 kWh/m2. Met als einddoel 70 kWh/m2 in 2040, oftewel: Paris Proof. Voor winkels of industrie gelden andere normen.

Werkelijke Energie intensiteit indicator

De Paris Proof normen zijn daarnaast opgenomen in een niet-commerciële standaard, namelijk de WEii (Werkelijke Energie intensiteit indicator), opgezet door DGBC en TVVL. Deze tool maakt op een uniforme wijze inzichtelijk wat een gebouw per vierkante meter per jaar aan energie gebruikt. Gebouweigenaren en -gebruikers krijgen daardoor direct inzicht in de werkelijke energieprestaties van hun pand in relatie tot gelijkwaardige panden in hun sector, in plaats van een theoretisch inzicht. Daarnaast ontstaat direct een beeld van hoe ver ze verwijderd zijn van de Parijse klimaatdoelstellingen of zelfs een energieneutraal gebouw.

Speerpunt

Werkelijk energiegebruik is al langere tijd een van de speerpunten van DGBC. Met het programma Paris Proof wordt hier handen en voeten aan gegeven door te sturen op inzicht en vermindering van het werkelijk gebruik. Hieruit is ook het Paris Proof Commitment ontstaan. Met het ondertekenen van dit document verbinden partijen zich aan de ambitieuze doelstelling om tegen 2040 het energiegebruik in de gebouwde omgeving met twee derde te verlagen en de daarbij horende CO₂-emissies terug te brengen. 

Extra op het vizier

Martin Mooij, programmamanager bij DGBC: “Mooi dat steeds meer partijen het enorme besparingspotentieel inzien door te sturen op het werkelijk energiegebruik. DGBC heeft samen met TVVL hier het voortouw in genomen met het opstellen van de WEii-methode en handelingsperspectief geboden met het EnergieKompas. Al meer dan 80 verschillende marktpartijen tekenden het Paris Proof Commitment en zijn vanuit hun rol zelf aan de slag gegaan.” 

Tijdens de overhandiging gaf de minister aan hiermee aan de slag te willen. Het sturen op werkelijke energieprestaties in utiliteitsgebouwen staat nu extra op het vizier van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Economische Zaken.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Tijdens de internationale Dutch Water Week, die met de volledige stroomvoorziening op groene waterstof een wereldprimeur kent, introduceert Missie H2 de interactieve, nationale waterstofkaart. De waterstofkaart, die Missie H2 samen met TKI Nieuw Gas heeft ontwikkeld, bevat de meest uitgebreide en actuele kaart van Nederland met de vele initiatieven die er al zijn. Bovendien biedt de interactieve kaart de unieke mogelijkheid door de tijd te reizen om de ontwikkeling van Nederland als hét Waterstofland 2030 te zien. Met de oproep aan bedrijven en organisaties ‘Zet jezelf op de kaart’ trapt Missie H2 de olympische waterstofcampagne af richting en tijdens de Zomerspelen in Parijs. Het doel van de campagne is om samen met TeamNL positieve energie toe te voegen aan de al ingezette nationale waterstofbeweging ten behoeve van de energietransitie. Bovendien helpt Missie H2 sportkoepel NOC*NSF de sport verder te verduurzamen en de olympische sporters van TeamNL zo duurzaam mogelijk te laten deelnemen aan de Spelen in Parijs.

Actuele verduurzamingsprojecten in sport

De Dutch Water Week heeft een wereldprimeur te pakken: de dieselaggregaten zijn ingewisseld voor waterstofaggregaten die draaien op groene waterstof. Dat betekent geen fijnstof en CO2-uitstoot, maar ook dat alle elektra vanuit deze aggregaten volledig duurzaam is. Een belangrijke stap om te laten zien dat dit werkt en een voorbeeld van hoe evenementen in de toekomst duurzamer georganiseerd kunnen worden. Daarnaast zetten de partners van Missie H2 de collectief beschikbare duurzaamheidskennis en ervaring in voor verdere verduurzaming van de Nederlandse sport. Dat gebeurt onder meer door de sporters van TeamNL te helpen zo duurzaam mogelijk deel te nemen aan de Olympische Spelen in Parijs en bij het verder verduurzamen van sportaccommodaties in Nederland.

Nationale waterstofbeweging

Met Missie H2, partner van TeamNL, slaan acht partijen uit de waterstofketen (Eneco, Gasunie, Groningen Seaports, Port of Amsterdam, Remeha, Shell Nederland, Toyota en Vopak) de handen ineen om samen met een groot aantal Nederlandse bedrijven en de overheid de inmiddels ingezette nationale waterstofbeweging te vergroten en versnellen. Want in Nederland hebben we de unieke kans om samen ‘Nederland Waterstofland’ te realiseren. Alle ingrediënten hiervoor zijn aanwezig: we hebben de Noordzee voor grootschalige productie van windenergie, de zeehavens als logistieke importhubs, enorm veel kennis over waterstof in de mobiliteit en huishoudens, grote industrieclusters die de overstap naar waterstof willen maken én een van de betere energietransportnetwerken van de wereld. En als we nu gezamenlijk een tandje bijschakelen, kan Nederland Waterstofland tijdens de zomerspelen in Parijs op koers liggen om onze waterstofmarkt vanaf 2030 volledig te laten functioneren. Als voorhoedespeler in de wereld.

Onder de campagnevlag ‘Nederland hét Waterstofland 2030’ wil Missie H2 verbinden en inspireren met positieve energie. Dit doen we samen met TeamNL, het Watersportverbond, De Koninklijke Nederlandse Roeibond en waterstofambassadeurs Ranomi Kromowidjojo, Kiran Badloe, Marit Bouwmeester, Corné de Koning en Chantal Haenen. Topsporters weten als geen ander dat nu koers kiezen noodzakelijk is om straks de belofte te kunnen inlossen en maximaal te kunnen presteren.

Fotobijschrift: v.l.n.r. – Hans Coenen, Gasunie – Cas König, Groningen Seaports – Dick Richelle, Vopak – Frans Everts, Shell – Mark van den Tweel, NOC*NSF – Dorine Bosman, Port of Amsterdam – Jan Christiaan Koenders, Toyota – Ranomi Kromowidjojo, waterstofambassadeur Missie H2 – Ulco Vermeulen, Gasunie – Kees-Jan Rameau, Eneco – Diederik Samson

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Het personeelstekort in de technische branche blijft een groot struikelblok voor de energietransitie, en daarmee komt de haalbaarheid ervan in het geding. 53 procent van de organisaties in de technische sector beaamt dit. Bovendien zorgt de energietransitie volgens vier op de tien (42%) dat er nog meer vacatures bijkomen. Dit is een flinke uitdaging voor de sector, omdat de branche al jaren kampt met enorme tekorten. Dit blijkt uit de zevende editie van de TechBarometer van technisch opleider ROVC onder ruim 1.000 HR-beslissers in technische bedrijven, 2.700 technici en 1.000 potentiële zij-instromers.

Klimaatdoelstellingen onhaalbaar

Het vertrouwen van de sector in de duurzaamheidsambities van de overheid is laag. Nederland heeft zich ten doel gesteld dat in 2030 alle energie uit duurzame bronnen moet komen. Bijna de helft (45%) van alle HR-beslissers acht deze doelstelling onhaalbaar. Daarnaast moet in 2050 de energievoorziening bijna helemaal duurzaam zijn. Dit vindt 46 procent van de HR-beslissers een onhaalbare doelstelling. Uit eerdere edities van de TechBarometer bleek ook al een dergelijk laag vertrouwen. Toch bestempelt een vijfde (19%) van de technische organisaties de energietransitie als de belangrijkste ontwikkeling binnen de techniek.

Afschaffen STAP-budget draagt niet bij aan oplossing

John Huizing, directeur van ROVC: “Om de klimaatdoelen van de overheid te bereiken, zijn volgens berekeningen van de NVDE 23.000 tot 28.000 extra technici nodig. En dat terwijl er nu al een gigantisch tekort is aan technische vakmensen. Wie een zonnepaneel, laadpaal of warmtepomp wil, moet maanden wachten. Zonder nieuwe maatregelen zet de arbeidskrapte niet alleen een streep door de energietransitie, ook worden we als land minder innovatief met alle gevolgen voor de welvaart van dien. Zij-instromers vormen een belangrijk onderdeel van de oplossing, maar zij moeten wel geënthousiasmeerd worden om zich te laten omscholen voor de techniek. Met het afschaffen van het STAP-budget, één van de belangrijkste middelen binnen het overheidsinitiatief Leven Lang Ontwikkelen, gaat een laagdrempelige manier om kennis te maken met ons vak verloren. Zonde, want het was in potentie een effectief instrument om het personeelstekort terug te dringen en duurzaamheidsambities waar te maken. Ik hoop dat we met de overheid, organisaties en brancheverenigingen kunnen kijken naar een goed alternatief.”

Krimp fossiele industrie biedt kansen

De helft (51%) van de HR-beslissers vindt dat het stoppen met fossiele projecten, waardoor personeel uit steenkool-, olie- en gasprojecten beschikbaar komt, kansen biedt voor het omscholen van deze groep naar de techniek. Daarnaast maakt het groeiende belang van duurzaamheid de techniek een aantrekkelijker vak. 55 procent van de potentiële zij-instromers onderschrijft dit.

Huizing vervolgt: “Veel zij-instromers hebben interesse in de techniek en de verduurzaming van de branche lijkt hier een positief effect op te hebben. Daar moeten technische bedrijven op inspelen. In de praktijk zien we echter dat veel bedrijven moeite hebben met het aantrekken en inwerken van zij-instromers. Vaak wordt gedacht dat ze meer kosten dan ze opleveren. Het tegendeel is waar, maar daarvoor is het wel noodzakelijk om de focus te verleggen van functies naar taken. Een zij-instromer kan door middel van een korte training al heel snel zelfstandig routinematig werk uitvoeren. Dit verlicht de werkdruk van ervaren technici al enorm. Eenmaal geproefd aan de techniek, kunnen zij zich verder ontwikkelen door middel van begeleid leren op de werkplek onder de vleugels van ervaren vakmannen.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Duurzaam energiebedrijf Groendus publiceert vandaag de Energietransitie Benchmark 2023. De Benchmark schetst een helder beeld van de impact van de energiecrisis op zakelijk Nederland. Met prijsverhogingen en verduurzamingsmaatregelen houden de meeste organisaties hun bedrijfsvoering buiten de gevarenzone. Het rapport is bovendien een hoopgevende weergave van hoe ver ondernemers zijn in de energietransitie en wat ervoor nodig is om dit proces verder te versnellen.

Aanjagers van de energietransitie

De inzichten in de Energietransitie Benchmark komen voort uit uitgebreide gesprekken met bijna 200 aanjagers en beslissers van bedrijven die hun eerste stappen in de energietransitie hebben gezet. Het rapport brengt de impact van de energiecrisis en van netcongestie in kaart. Ook lees je exclusieve gesprekken met duurzame koplopers zoals HAK, Arvato Bertelsmann en Deloitte.

Energieprofessionals en organisaties kunnen de Benchmark gebruiken als meetlat om te zien waar zij staan in de energietransitie. Het rapport geeft inzicht in de uitdagingen en ontwikkeling van de energietransitie. Bovendien krijgen lezers concrete handvatten om aan de slag te gaan met het verduurzamen van hun energiehuishouding. Zo helpt dit rapport bij het versnellen van de energietransitie in Nederland.

Eerste exemplaar voor TKI Urban Energy

Het eerste fysieke exemplaar van de Energietransitie Benchmark 2023 is overhandigd aan de TKI Urban Energy. Maarten de Vries, programmamanager bij de TKI, onderstreept de waarde van het rapport:
“Dit biedt organisaties in Nederland veel inzicht in de mogelijkheden voor het verduurzamen van hun bedrijfsvoering. Natuurlijk werken de energiecrisis en netcongestie enerzijds remmend. Maar de verhalen van de bedrijven in deze benchmark tonen precies wat wij ook zien: het zorgt ervoor dat er aandacht komt voor de slimme technische mogelijkheden. Innovaties die er al jaren waren, worden nu versneld ingevoerd.”

René Raaijmakers, CEO van Groendus, is enthousiast over de trends die de Benchmark schetst: “Het is fantastisch om te zien dat steeds meer bedrijven bezig zijn met duurzaamheid. En dat is nodig ook, want de energietransitie krijgen we alleen voor elkaar door samen aan de slag te gaan. Bovendien is verduurzamen ook nog eens heel rendabel, dat bewijzen de verhalen van de voorlopers uit dit rapport. Ik hoop van harte dat deze Benchmark andere organisaties inspireert en motiveert om ook in actie te komen. Laten we samen werken aan duurzame en betaalbare energie voor ons allemaal!”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Veel Nederlanders zijn druk bezig met het elektrificeren en verduurzamen van hun huis. Om in te spelen op het groeiende aanbod van duurzame energie en een deeloplossing te bieden voor congestie op het elektriciteitsnet kondigen Tibber en Polarium vandaag de eerste AI-gestuurde thuisbatterij aan: Homevolt. De thuisbatterij brengt Tibber’s app samen met de circulaire batterijtechnologie van het Zweedse Polarium. Het AI-algoritme helpt consumenten met het besparen van energie en de thuisbatterij voegt tegelijkertijd meer flexibiliteit toe aan het net. De Homevolt is begin 2024 beschikbaar in Nederland.

Energiesysteem van de toekomst

Homevolt is een batterij met een brein. De innovatieve thuisbatterij helpt consumenten bij het verlagen van hun energiekosten en het stabiliseren van het elektriciteitsnet. Door geavanceerde technologie slaat de Homevolt stroom op wanneer er veel stroom beschikbaar is en levert het terug aan het net wanneer de vraag piekt. Hiermee kunnen consumenten flink besparen op hun energiekosten, vergroten huishoudens hun zelfvoorzienendheid en creëert het een duurzaam en betrouwbaar energiesysteem voor de toekomst.

“De combinatie van hardware en software is wat Homevolt uniek maakt” zegt Edgeir Aksnes, CEO en medeoprichter van Tibber. “Dit product maakt energieopslag toegankelijker dan ooit. Wij willen dat iedereen de controle kan nemen over zijn energieverbruik en -kosten. De Homevolt combineert de  batterijtechnologie van Polarium met onze slimme Tibber-app. Zo kan de consument de flexibiliteit van het elektriciteitsnet optimaal benutten, met het oog op congestie op het Nederlandse elektriciteitsnetwerk helpt dat uiteindelijk iedereen.”

“Energieopslag is de ontbrekende schakel in het duurzame energiesysteem van de toekomst. We zijn daarom verheugd om Homevolt te lanceren, waardoor energieopslag voor huishoudens toegankelijker wordt. De Homevolt is revolutionair in de energiewereld omdat het de flexibiliteit van het net optimaal benut”, zegt Stefan Jansson, CEO en medeoprichter van Polarium.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De Johan Cruijff ArenA zet de volgende stap op haar reis naar verduurzaming en zet zich volledig in voor een netto positieve exploitatie in 2030, wat betekent dat zij meer geeft aan de wereld dan dat zij ervan afneemt. Samen met partners als Ajax en de gemeente Amsterdam werkt de ArenA aan een netto positieve exploitatie van voetbalwedstrijden, concerten en andere evenementen in de ArenA. Bovendien wil de ArenA een nog grotere bijdrage leveren aan bijvoorbeeld de duurzaamheidsdoelstellingen van bands, clubs, organisatoren en de Gemeente Amsterdam. Daarmee helpt zij een standaard te zetten voor andere organisaties. De Johan Cruijff ArenA en partner GSES (Global Sustainable Enterprise System) lanceren daarvoor de Global Sustainable Venue Benchmark (GVSB) voor het meten van de duurzaamheid van organisaties, evenementen en leveranciers. Deze standaard biedt een leidraad voor het bevorderen van duurzaamheid. 

Dankzij de solide samenwerking met haar aandeelhouders, oprichters en partners heeft de Johan Cruijff ArenA sinds haar oprichting, ruim 25 jaar geleden, bewezen een maatschappelijk betrokken, duurzaam stadion te zijn dat wordt aangestuurd door voortdurende innovatie. Zo ontwikkelde de Johan Cruijff ArenA samen met diverse partners Europa’s grootste energieopslagsysteem in een commercieel gebouw voor de opslag van duurzaam opgewekte elektriciteit.

Daarnaast voorzien ruim 4.200 zonnepanelen op het dak en de inkoop van windenergie de ArenA van groene stroom en heeft de ArenA zich aangesloten bij het initiatief ‘1.000 banen voor stadsdeel Zuidoost’, waarmee kansarmen aan werk worden geholpen. Dit geeft de Johan Cruijff ArenA een solide uitgangspunt om de volgende stap naar netto positief te maken.

De Johan Cruijff ArenA en partner GSES (Global Sustainable Enterprise System) lanceren daarnaast de Global Sustainable Venue Benchmark (GVSB) voor het meten van de duurzaamheid van organisaties, evenementen en leveranciers. Deze standaard biedt een leidraad voor het bevorderen van duurzaamheid.

“Met onze ambitie om netto positief te worden dragen wij ons steentje bij aan een duurzame, leefbare wereld voor toekomstige generaties en natuurlijk voor de omgeving, Amsterdam. Het wordt een reis met successen en mogelijkheden om te leren. Het doel is duidelijk en we hebben sterke partners met wie we deze ambitie haalbaar kunnen maken.” — Tanja Dik, CEO Johan Cruijff ArenA

Aanpak

Er is geen standaard stappenplan om een organisatie netto positief te maken. Het proces hangt volledig af van de bedrijfsvoering en de keten. Daarom heeft de Johan Cruijff ArenA samen met partner KPMG een grondige analyse uitgevoerd om na te gaan wat netto positief betekent voor de ArenA. Bovendien werd vastgesteld welke onderwerpen moeten worden aangepakt om netto positief te worden. Deze onderwerpen hebben betrekking op klimaatimpact, mens en maatschappij of Environment, Social en Governance (ESG).

Daarnaast lanceren de Johan Cruijff ArenA en partner GSES (Global Sustainable Enterprise System) de Global Sustainable Venue Benchmark (GVSB) om de duurzaamheid van organisaties, evenementen en locaties te meten. Deze standaard biedt houvast bij het bevorderen van duurzaamheid. De ArenA is gestart met het meet- en verificatieproces voor haar eigen organisatie, waarbij haar belangrijkste leveranciers zullen worden betrokken. Op het online GSES-platform hebben de ArenA en GSES een Net Positive dashboard en evenementenmodule ingericht waarin de ArenA met de gehele keten meet en rapporteert. De ArenA zal de voortgang en eventuele uitdagingen open en transparant communiceren, zodat andere organisaties zoals partners met vergelijkbare duurzaamheidsdoelstellingen hiervan kunnen leren en stappen kunnen zetten om ook Net Positief te worden.

Femke Halsema, burgemeester van Amsterdam: ‘Ik ben ontzettend trots op de manier waarop de ArenA zich al jaren inzet voor verduurzaming van het gebied door innovatie. En nu op haar nieuwe ambitie om netto positief te worden. Het is een ambitie die we graag samen met de ArenA invullen. De ArenA heeft immers een voorbeeldfunctie voor de stad Amsterdam en voor de samenleving als geheel.

“Het GSES platform is een internationaal platform waarmee de ArenA zowel de eigen duurzaamheid prestaties meet alsook CSRD en de supply chain (inclusief scope 1, 2 en 3 ). Alle data op het dashboard is via GSES en Audit Independer onafhankelijk geverifieerd door een certificerende instelling, Control Union Certifications.” – Kelly Ruigrok, founder GSES.

Partners

Netto positief worden kan alleen als de hele keten meedoet. Daarom werkt de ArenA samen met haar aandeelhouders Ajax en de gemeente Amsterdam, oprichters, partners, leveranciers, branchegenoten, medewerkers en andere stakeholders. Het doel is om met deze groep na te gaan op welke onderwerpen we kunnen samenwerken om niet alleen de ambities waar te maken, maar ook een golf van positieve impact te creëren.

“De ArenA wil met ons samenwerken om de wedstrijden zo duurzaam mogelijk te maken. Dat is echt een fantastische uitdaging. Voor Ajax, voor onze supporters en voor de ArenA” –  AFC Ajax Bestuur

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Dit jaar herijkt de Topsector Energie haar innovatieve focus, en daarmee de innovatiedoelen. De doelstellingen voor 2030 en 2050 zijn namelijk in grote lijnen duidelijk, zowel in Nederland als Europa. In de innovatie wordt steeds meer gestuurd op een integrale aanpak; iedereen gaat er wat van merken en alleen een technische oplossing is onvoldoende. Het energiesysteem van de toekomst is volledig elektrisch en dat vraagt veel van innovatie. 

Peter Molengraaf, boegbeeld van de Topsector Energie: “Als je kijkt naar de klimaatambities wereldwijd, dan moet er een tandje bij. Het uitstellen van wat we moeten doen, leidt ertoe dat er in de toekomst steeds drastischere maatregelen nodig zijn. Innovatie kan hierbij helpen. Uiteindelijk zullen we volledig op wind-, zon- en waterkracht ons energiesysteem draaien. Ik ben overtuigd dat het kan, maar we zijn er nog niet voor georganiseerd. Ten opzichte van onze buurlanden hebben wij in Nederland eigenlijk een achterstand in het elektrificeren omdat we altijd alles met gas hebben gedaan. We moeten nu snel ruimte gaan geven voor de ombuiging naar elektriciteit.

Meer dan technologie alleen

Peter Molengraaf: “We weten steeds beter wat er moet gebeuren; we weten alleen niet in welke volgorde, met wie en vooral ook: hoe alles straks samenwerkt. Daarom blijft innovatie noodzakelijk; innovatie die verder gaat dan de technische oplossing.” Er komst steeds meer nadruk op samenwerkingsverbanden die (bijna) alle schakels in de keten afdekken. En tegelijkertijd worden voor versnelling aan de vraagkant prikkels ingebouwd voor gebouweigenaren. Denk bijvoorbeeld aan het verbod tot het 1-op-1 vervangen van CV-ketels vanaf 2026. Deze insteek van ‘marktcreatie’ is een ontwikkeling die de laatste jaren veel nadrukkelijker wordt gekozen voor versneld bereiken van de doelen uit het Klimaatakkoord. Systeeminnovatie is daarbij een sleutelwoord. Die systeeminnovaties zijn nodig om echte tempo en schaal te bereiken (en dus versnellen). Dat betekent van warmtepompen naar innovatie op warmte-integratie, waarbij de warmtepomp of e-boiler een onderdeel in een opnieuw geoptimaliseerd systeem is. Of van elektrificatie-technologie naar koppeling tussen hernieuwbaar elektriciteits-aanbod en flexibele elektriciteits-vraag.

Inpassing van innovatie

Naast de techniek wordt de inpassing steeds belangrijker, bijvoorbeeld vanuit ruimtelijk, maatschappelijk, infrastructureel en sociaal (werk, omgeving) oogpunt. Het effect van de energietransitie wordt steeds voelbaarder. Peter Molengraaf: “Tegelijkertijd moeten we voorbij de horizon van 2030 kijken want dan moet het steeds weer een stapje harder, beter. Dat vergt een enorme inspanning van de innovatiecommunity en daar willen we nu mee aan de slag om op tijd klaar te zijn. Veel van de oplossingen die nu voorhanden zijn behoeven verbetering: kostenreductie, inpassing in het ‘systeem’, efficiënter, veiliger, minder gebruik van schaarse materialen, circulair etc.” 

Over naar volledig elektrisch

Het nieuwe energiesysteem van de toekomst is volledig elektrisch en moet flexibel inspelen op de wisselende beschikbaarheid van zonne- of windstroom. Vooral in de industrie vraagt dit om flinke wijzigingen. In de industrie worden op dit moment de eerste elektrolysers die duurzame waterstof produceren met duurzame elektriciteit geplaatst. Daarbij spelen bijvoorbeeld kosten en veiligheid een belangrijke rol: hoe kunnen we kosteneffectief waterstof produceren op een zo veilig mogelijke manier met de huidige technologie? Tegelijkertijd richten we ons op de lange termijn op onderzoek dat te maken heeft met het reduceren van het gebruik van schaarse grondstoffen in elektrolysers om de afhankelijkheid van bepaalde gebieden in de wereld te beperken.

Herijking van de innovatiedoelen

Opzet is het bereiken van de doelen zoals afgesproken in het Coalitieakkoord en Klimaatakkoord; wetende dat sommige van die doelen na verloop van tijd worden aangescherpt. Dus soms wordt er voorbij deze doelen gekeken. Het geheel is door de Topsector Energie uitgewerkt in een lijvige set documenten die in detail beleidsmakers, innovatoren, onderzoekers en politici helpen om keuzes te maken en prioriteiten te stellen. De documenten heten de Meerjarige Missiegedreven Innovatieprogrammas (MMIP). Op basis van deze programma’s worden ook de innovatietenders van het rijk ingericht (de MOOI).  Versnellen, elektrificeren en verdienvermogen van de BV Nederland blijven hierbij sleutelprincipes

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Bij de productie van zonnepanelen voor de bouwsector komt te veel CO2 vrij om de klimaatdoelen van 2030 te halen. Dat blijkt uit onderzoek van onderzoeksbureau Metabolic in opdracht van Dutch Green Building Council (DGBC). Ook hebben zonnepanelenproducenten nog onvoldoende plannen om milieuvriendelijker te produceren. Terwijl dat wel nodig is, zeker omdat door de woningbouwopgave de vraag naar zonnepanelen naar verwachting blijft stijgen.

Metabolic en DGBC analyseerden in hun onderzoek de CO2-uitstoot van de productie van verschillende materiaalsoorten en producten voor de bouwsector. De meest impactvolle productgroepen werden onder de loep genomen. De toegepaste bouwmaterialen en producten die bij productie het meeste CO2 uitstoten, zijn staal, beton, glas, isolatie en installaties. In die laatste categorie vallen ook de zonnepanelen. Die zijn verantwoordelijk voor 88 procent van de uitstoot in de installatiebranche.

Reductie blijft steken op 48 procent

Met de huidige manier van produceren blijven producenten en leveranciers van staal, beton, installaties, isolatie en glas steken op 48 procent CO2-reductie in 2030, terwijl 60 procent nodig is. “Radicaal anders bouwen én produceren is daarom nodig om de klimaatdoelen te halen”, laat Laetitia Nossek van DGBC weten. “De installatiebranche, met zonnepanelenproducenten voorop, lijkt zich nog niet te realiseren dat er snel actie nodig is.”

Grotere vraag naar materialen maakt opgave om uitstoot te verminderen nog uitdagender

De grotere vraag naar bouwmaterialen door de nieuwbouwopgave, maar ook in toenemende mate de renovatieopgave, staat op gespannen voet met de doelen om de CO2-uitstoot te verminderen. De grote toepassing van zonnepanelen leidt met de huidige productiemethoden tot een verdubbeling van de uitstoot. Waar bij staal, beton en isolatie de verantwoording helder is en de zoektocht naar duurzamere alternatieven gaande is, blijft de installatiebranche achter. De zonnepanelenproducenten zijn het minst duidelijk over de uitstoot die de gebruikte materialen veroorzaken, constateerden de onderzoekers.

Zonnepanelen wekken duurzame energie op, maar productie ervan is vervuilend

Zonnepanelen zijn uitgerekend noodzakelijk als opwekker van duurzame energie, voor nieuwbouw maar ook zeker bij de bestaande gebouwen. Sinds 2019 is de vraag naar zonnepanelen alleen maar toegenomen, en met de woningbouwopgave van bijna een miljoen woningen tot 2030 blijft deze vraag stijgen. “Zonnepanelen drukken inmiddels heel hard op de CO2-voetafdruk van de gebouwde omgeving”, zegt Nossek.

 Op zoek naar een nieuwe manier van produceren van bouwmaterialen

De sector moet om, adviseren de onderzoekers. Dat betekent stoppen met de productie van vervuilende materialen en overstappen naar alternatieve producten. Toni Kuhlmann van Metabolic legt uit : “De uitstoot van de productie moet omlaag en we moeten minder nieuwe materialen en installaties toepassen. Naast de energietransitie is een grootschalige transformatie nodig naar een circulaire (bouw)economie: minder materialen gebruiken, bouwmaterialen toepassen die geen CO2 uitstoten bij de productie, en veel meer hergebruiken en/of biobased materialen toepassen.” Nossek besluit: “Zonder circulaire oplossingen heb je ook geen CO2-neutrale bouwkolom”, besluit Nossek.

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Op de vierdaagse Double Nature Summit in Nederland, waar een breed scala aan belanghebbenden is samengekomen, is vandaag het Double Nature Plan gepresenteerd. Het plan bevat acties om CO2 uit de lucht te halen door de natuur te verdubbelen. Volgens de initiatiefnemers en deelnemers van de top vormt deze aanpak een cruciaal instrument in de transitie naar een nieuwe, regeneratieve economie, waarin we in eerlijk verdeelde welvaart en binnen de planetaire grenzen leven. Meer dan 200 ambassadeurs hebben zich gecommitteerd en zijn begonnen met de uitvoering.

Oplossingsgerichte aanpak

De Double Nature Summit is een initiatief van Climate Cleanup, een netwerk en onafhankelijke non-profitorganisatie die schaalbare, op de natuur gebaseerde klimaatoplossingen realiseert. Het doel van het netwerk is om de klimaat-, stikstof- en biodiversiteitscrisis te keren, door naast het stoppen van emissies, ook de koolstofbalans in de atmosfeer en oceanen te herstellen. Het vandaag gepresenteerde Double Nature Plan, dat in lijn is met Europees beleid, bevat concrete stappen om dat te bereiken. Het is plan het resultaat van jaren onderzoek en innovatie in van oplossingen in de oceaan, op het land, in rotsverwering en in de bouw.

Founder Sven Jense legt uit: “We hebben ervoor gekozen om een summit te organiseren met partijen die allen een andere invalshoek hebben, maar tegelijkertijd aan Double Nature, dus CO2 opruimen met natuur, werken en die regeneratief ondernemen. Vanuit ieders expertise zijn we tot een plan van aanpak gekomen waarmee we wereldwijd de nodige 1500 gigaton CO2 uit de atmosfeer kunnen verwijderen – dezelfde hoeveelheid als nu al opgeslagen zit in levende natuur.” Veelbesproken acties op de summit, die georganiseerd is bij en met Gideon, NIOZ, Deltares, Lenteland en Tolhuistuin, zijn onder andere de vormgeving van samenwerkingen tussen branches (bijvoorbeeld boeren die bouwmaterialen produceren) en het zichtbaar maken van de enorme potentiële arbeidsmarkt in een economie waarin de natuur vooropgesteld wordt.

Eerste stappen gezet

Tijdens de summit verenigden onder andere investeerders, bedrijven, regeneratieve pioniers en wetenschappers zich met elkaar om kennis en expertise uit te wisselen, samenwerkingen te laten groeien en innovatief ondernemerschap te bevorderen. En met succes, want de eerste concrete stappen van het plan zijn al gezet. Zo kondigde Van den Borne Aardappelen vorige week aan om twee hectare grond te regenereren met bamboe, wordt door de Seaweed Company zeewier verbouwd op de Noordzee en slaat gebouw SAWA in Rotterdam 2574 ton CO2 op in hout en bouwmateriaal. Laura Rooseboom, managing partner van StartGreen Capital en bestuurslid van Climate Cleanup: “Om in 2050 op een volledig circulaire economie te draaien is daadkracht nodig – precies wat het Double Nature Plan brengt. Het toont niet alleen aan hoe ver ondernemers al zijn in de transitie naar een nieuwe economie, maar ook hoe anderen kunnen meedoen.”

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Het Solar Stewardship Initiative is gestart met de openbare raadpleging van zijn Code of Conduct – een gedragscode – die onder meer dwangarbeid bij de productie van zonnepanelen moet tegengaan.

Het SSI is in oktober 2022 gelanceerd door SolarPower Europe en Solar Energy UK, met als doel verantwoordelijkheid, transparantie en duurzaamheid in de hele waardeketen voor zonne-energie te waarborgen en aan te tonen. Het initiatief werkt aan de invoering van mechanismen voor het verzamelen en verifiëren van informatie over de milieu-, sociale en governanceprestaties (ESG) van exploitanten in de waardeketen voor zonne-energie. Het centrale instrument is de SSI-code, waarin de specifieke ESG-criteria zijn vastgelegd, die door onafhankelijke auditors zullen worden gecontroleerd.

Het initiatief werkt momenteel samen met meer dan 60 organisaties uit de hele zonne-energiesector en wordt gesteund door duurzaamheidsexperts van derden en de internationale financiële gemeenschap. Het roept nu actoren op het gebied van ESG op om hun inbreng te leveren voor het ontwerp van de SSI-code of conduct en de verdere ontwikkeling van het SSI.

Walburga Hemetsberger, CEO van SolarPower Europe: “We willen het Solar Stewardship Initiative bouwen op een fundament van transparantie. Deze openbare raadpleging is de volgende natuurlijke stap om de standpunten van alle geïnteresseerde groepen uit de industrie, het maatschappelijk middenveld en de ESG-gemeenschap in te winnen.”

Chris Hewett, CEO van Solar Energy UK: “De opening van deze raadpleging markeert een kritieke volgende fase voor de SSI – de overgang van een proefproject naar een volledig operationeel systeem, dat ervoor zal zorgen dat de Europese zonne-industrie de juiste normen op de juiste manier handhaaft.”

In aanvulling op de lopende uitwisselingen met deskundigen op het gebied van duurzaamheid, ontwikkelt de raadpleging verder de manieren waarop belanghebbenden zich met het initiatief kunnen bezighouden.

Het SSI wordt opgezet als een multistakeholderinitiatief met vertegenwoordigers in de bestuursorganen van de industrie in verschillende fasen van de waardeketen, het maatschappelijk middenveld, vertegenwoordigers van betrokken gemeenschappen en onafhankelijke deskundigen op het gebied van ESG en het vaststellen van normen.

Geef hier uw mening over het Solar Stewardship Initiative.

[ad_2]

Source link

Berichten paginering