[ad_1]

Zenith Energy Terminals, één van de grootste opslagterminals in de haven, heeft een Memorandum of Understanding getekend met het Duitse INERATEC om een Power-to-Liquid fabriek te bouwen in de haven van Amsterdam. Een Power-to-Liquid fabriek zet hernieuwbare energie (power) om naar een duurzame brandstof (liquid). De fabriek heeft een geplande jaarlijkse productiecapaciteit van 35.000 ton en komt op het terrein van Zenith Energy Terminals te staan. In 2027 moet de fabriek operationeel zijn.

Voor de productie van de e-fuels zijn groene waterstof en CO2 nodig. De groene waterstof zal lokaal worden geproduceerd en geïmporteerd worden. De CO2 wordt afgevangen bij Nederlandse industrieën. Het doel is om duurzame kerosine, CO2-neutrale benzine en schone diesel te produceren en daarmee de luchtvaart-, scheepvaart- en wegtransportsectoren te bedienen.

Keuze voor de haven van Amsterdam

De samenwerking tussen Zenith Energy Terminals en INERATEC gaat gebruikmaken van de bestaande infrastructuur in de Amsterdamse haven en de toegang tot groene waterstof en CO2. Ook wordt de strategie van Port of Amsterdam op het gebied van de energietransitie en de circulaire economie gezien als een belangrijke katalysator. Met deze nieuwe fabriek wordt de positie van de Amsterdamse haven als duurzame energie-hub verder versterkt.

“Wij zijn verheugd om met INERATEC samen te werken en hen een springplank te bieden voor hun productie van e-fuels. De Amsterdamse terminal van Zenith Energy is een perfecte partner en we zijn blij dat we INERATEC toegang kunnen bieden tot ervaren energiebehandelingsactiviteiten, sterke toeleveringsketens en belangrijke logistiek.” – Jeff Armstrong, CEO van Zenith Energy Terminals

“Port of Amsterdam is erg blij met de plannen van Zenith Energy Terminals en INERATEC”, aldus Koen Overtoom, CEO. “Deze ontwikkeling sluit nauw aan bij onze strategische ambities en onderstreept de sterke concurrentiepositie van de Amsterdamse haven als duurzame brandstoffen-hub. Zenith en INERATEC lopen voorop in de ontwikkeling en wij ondersteunen dergelijke initiatieven graag.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

DGB Group N.V. , een toonaangevende ontwikkelaar van CO2-projecten gericht op natuurbescherming en ecosysteemherstel, heeft de volgende belangrijke mijlpaal bereikt in de ontwikkeling van haar Hongera Energy Efficient Cookstove Project in Kenia (het “Project”). Het Project omvat de productie en distributie van 150.000 energiezuinige kooktoestellen en is ontworpen als een geverifieerd CO2-reductieproject.DGB is een projectontwikkelaar van natuurlijke projecten om hoogwaardige CO2-credits (“CO2-credits”) te genereren, ook bekend als CO2-compensatie. Elke CO2-credit staat gelijk aan één ton geverifieerde emissiereductie.

Op 31 augustus 2022 heeft een gerenommeerde koper (de “Koper”) een overeenkomst gesloten om 507.720 CO2-credits van het Project te kopen en DGB te voorzien van contante betalingen van €1,7 miljoen bij het bereiken van bepaalde mijlpalen. Het Project ging over naar de volgende fase toen het Project Design Document werd ingediend bij een externe auditor voor controle en validatie. DGB ontving €450.000 voor het bereiken van deze mijlpaal op 5 mei.

De Koper is van plan om haar aandeel in de CO2-credits van het Project na verificatie te verrekenen met de CO2-voetafdruk van de eigen organisatie. DGB verwacht de resterende verwachte 1,3 miljoen CO2-credits (ongeveer 70,25% van het totaal van het Project) te verkopen op de open, vrijwillige CO2-creditmarkt nadat de eerste uitgifte van de CO2-credits is gestart.

CEO Duijvestijn stated, “As a prominent carbon project developer and ecosystem restoration company, DGB Group is dedicated to positively impacting the planet and achieving robust financial growth. These payments showcase DGB’s capacity to generate significant cash flow. Our projects not only reduce CO2 emissions but also greatly benefits local communities. I am enthusiastic about the potential of our entire project pipeline to generate considerable revenue through selling verified emission reduction credits while contributing to a sustainable future. This order highlights our ability to generate cash flow and emphasizes the credibility and effectiveness of our projects.”

Het Project is een van de zeven grootschalige projecten van DGB in ontwikkeling en onder beheer zijn. Het operationele team voert haalbaarheidsstudies uit voor tien extra projecten. In het laatste jaarverslag van DGB, gepubliceerd op 30 april 2023, werd de huidige projectpijplijn gewaardeerd op €21,45 miljoen. Dit toont de aanzienlijke vooruitgang van DGB binnen de snelgroeiende CO2-markt.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Duurzame energie opslaan voor later gebruik, om piekbelasting te voorkomen of om zelfs autonoom te ondernemen zonder een aansluiting op het stroomnet. Duurzame energieopslagsystemen maken het mogelijk. In Nederland is er een nieuwkomer op de markt: Voltbanq. Het bedrijf is de exclusieve dealer van de Duitse startup Voltfang, dat energieopslagsystemen produceert van second-life batterijen.

Accu’s van elektrische auto’s moeten regelmatig al na vijf jaar vervangen worden. Vaak hebben ze dan nog een restcapaciteit van ruim 70 à 80%. Voltfang vindt het onacceptabel dat deze batterijen worden afgedankt en geeft ze dan ook een tweede leven in haar duurzame energieopslagsystemen. De batterijen worden in deze stationaire systemen veel minder belast dan in elektrische auto’s. En dankzij het intelligente laad- en ontlaadproces leveren de batterijen nog vele jaren het gewenste vermogen. Niet voor niets bieden Voltfang en de Nederlandse dealer Voltbanq een garantie van 10 jaar op de opslagcapaciteit.

Uniek en maatwerk systeem

Wat de producten van Voltfang en Voltbanq uniek maakt, is het maatwerk energiebeheersysteem (EBS). Dit EBS wordt klant-specifiek geschreven. Op basis van bijvoorbeeld de weersvoorspellingen, de waarde van energie op de beurs of de piekvraag naar energie, wordt een specifieke laad-/ ontlaadprocedure geschreven en geïmplementeerd. Wat de strategie van de klant ook is, Voltfang past het EBS aan op de specifieke eisen en wensen.

Slim omgaan met schaarse grondstoffen

De aanleiding om second-life batterijen te gebruiken in de duurzame energieopslagsystemen, is vooral het gebrek aan goede recyclingsmogelijkheden voor deze batterijen. In Duitsland rijden er naar verwachting in 2030 al ongeveer 15 miljoen elektrische voertuigen. Het recyclen van de accu’s van al deze auto’s is een duur en inefficiënt proces waarbij veel waardevolle grondstoffen verloren gaan. Grondstoffen die toch al schaars zijn, zoals lithium. De wereldwijde reserves van deze grondstof nemen in hoog tempo af. In de toekomst zal dit zelfs leiden tot knelpunten in de elektromobiliteit. Hoog tijd dus om zorgvuldiger gebruik te maken van deze accu’s, vindt Voltfang.

Alternatief voor vol elektriciteitsnet

Of je nu opzoek bent naar een manier om bij uitval je bedrijf van noodstroom te garanderen, piekbelasting te voorkomen of om energie van de zonnepanelen op je bedrijfspand op te slaan: de Voltfang energieopslagsystemen zijn veelzijdig inzetbaar. De systemen zijn beschikbaar in batterijmodules van 32 tot 300 kWh voor commerciële toepassingen, maar ook in pakketten van 1 MWh tot praktisch elke gewenste capaciteit voor industriële applicaties. Door het overvolle elektriciteitsnet is terugleveren van energie vaak niet mogelijk. Veel ondernemers zien daarom af van het plaatsen van zonnepanelen op hun bedrijfspand. Maar met een opslagsysteem zoals van Voltfang, wordt dat commercieel toch aantrekkelijk.

Vriendelijk voor milieu en gebruiker

In Duitsland draait nu al een pilotproject bij Aldi supermarkten. Daar worden de oplaadsystemen niet alleen ingezet ter optimalisatie van hun eigen energieopwekking, maar in de toekomst ook voor het opladen van de elektrische auto’s van supermarktbezoekers. Niet alleen vriendelijk voor het milieu, maar ook vriendelijk voor de gebruiker.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Er is steeds meer weerstand tegen zonneparken op landbouwgrond. Dat zou ten koste gaan van de voedselproductie. Het concept Agri-PV combineert beide: energieopwekking én gewasopbrengst. Het project Sunbiose doet hier onderzoek naar met subsidie uit de MOOI-regeling.

Het consortium ontwikkelt en test proefopstellingen met zonnepanelen voor verschillende sectoren, waaronder fruitteelt en biologische akkerbouw. In één van de projecten experimenteert Sunbiose momenteel met een verrijdbare boogconstructie boven grasland, vertelt Wilma Eerenstein, projectcoördinator van Sunbiose. “Het voordeel van de boogconstructie is dat je deze makkelijk aan de kant kunt schuiven, waardoor bewerking van het perceel mogelijk is. We hebben daar nu een grasklavermengsel ingezaaid, om te kijken hoe het reageert op vocht en licht. De eerste resultaten laten een verband zien tussen de hoeveelheid licht en de hoeveelheid gras. We verwachten deze zomer de eerste conclusies te kunnen trekken.”

Verticale tweezijdige panelen

Op de boerderij van Gijs de Raad in Culemborg test Sunbiose een andere zonne-installatie, met verticale tweezijdige zonnepanelen voor op akkerbouwgrond. Eerenstein: “Deze staan op een grotere afstand van elkaar in de noord-zuid richting. Daardoor is de opbrengst vergelijkbaar met een normale zonneweide, maar valt er onder andere meer licht op de grond. Dit is beter voor de bodemkwaliteit en biodiversiteit. De panelen vangen ’s ochtends aan de oostkant zon en ’s middags aan de westkant. Zo wordt de stroomopbrengst gespreid over de dag. En komen er ook minder pieken op het elektriciteitsnet. Dat vinden de netbeheerders dan weer fijn.”

Hectarevergoeding

Ook kijkt het Sunbiose-project goed naar de financiële aspecten van Agri-PV, vertelt Eerenstein. “Het dubbelgebruik van de landbouwgrond maakt het interessant, omdat er energie geproduceerd wordt én er gewassen geteeld worden. Maar door de afstand tussen de panelen moet de akkerbouwer bij een verticale zonneconstructie bijvoorbeeld met een kleinere spuit vaker heen en weer rijden. In het Sunbiose-project kijken we wat dan de minimale hectarevergoeding zou moeten zijn die de akkerbouwer krijgt bij zo’n constructie.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Bezorgde studenten en betrokkenen van onder meer End Fossil Occupy Utrecht (EFO Utrecht) protesteren vandaag op de Universiteit Utrecht. Zij bezetten een ruimte in het Minnaertgebouw en hebben een manifest opgesteld waarin ze een toegankelijke universiteit eisen die alle banden met de fossiele industrie verbreekt. Ze geven aan dat de bezetting drie dagen kan duren, van 8 tot en met 10 mei.

Het College van Bestuur begrijpt en deelt de zorgen van de aanwezigen en heeft hen uitgenodigd tot een gesprek. “Dit protest toont de betrokkenheid van onze gemeenschap bij de klimaatcrisis en onze duurzaamheidsagenda”, aldus Anton Pijpers, voorzitter van het College van Bestuur. “Daarnaast maakt het zichtbaar dat studenten en medewerkers bezorgd zijn over de toekomst. Die zorgen voel ik ook. We zijn het erover eens dat er een klimaatcrisis is en dat actie nodig is. Hierover spreek ik ook regelmatig met onze wetenschappers en studenten.

“Als universiteit hebben we een belangrijke rol, omdat we helpen nieuwe kennis en mogelijke oplossingen te ontwikkelen. Dat levert soms ook dilemma’s op. We gaan graag in gesprek met de aanwezigen in het Minnaertgebouw. De afgelopen weken ging End Fossil Occupy Utrecht niet in op eerdere uitnodigingen tot een gesprek van onze kant. We hopen dat dit nu wel gebeurt.”

Duurzaamheid en discussie over samenwerking met fossiel

“We vinden het bij de Universiteit Utrecht belangrijk om bij te blijven dragen aan een duurzame wereld. Om die reden is duurzaamheid één van de vier onderzoeksthema’s waar wij ons op richten en is het een belangrijk thema in ons onderwijs. Onze wetenschappers maken niet alleen inzichtelijk hoe groot de klimaatcrisis is en kan worden, maar dragen ook bij aan oplossingen om de klimaatverandering tegen te gaan. Daarnaast zijn we constant bezig onze eigen bedrijfsvoering verder te verduurzamen. Omdat we het thema zo belangrijk vinden, was duurzaamheid ook het thema van onze Dies Natalis in maart.

Momenteel is er veel discussie over de vraag of universiteiten zouden moeten samenwerken met de fossiele industrie, en zo ja, onder welke voorwaarden. Daarom organiseren we een serie bijeenkomsten over die vragen. De eerste bijeenkomst vond eind maart plaats en de volgende is op 15 mei. Naast studenten, medewerkers en vertegenwoordigers van groepen als EFO Utrecht en Scientists4Future nemen leden van de medezeggenschap en het College van Bestuur deel. Zij gaan de opbrengsten gebruiken in toekomstige beleidskeuzes, bijvoorbeeld afwegingskaders voor samenwerkingen. Het doel is dat er voor de zomer van 2023 een concept-besluit is.”

Transparantie

“Lopende onderzoeksprojecten in samenwerking met fossiele bedrijven richten zich op het ontwikkelen van kennis om de energietransitie te versnellen, fossiel zo snel mogelijk uit te faseren, en verdere CO2-emissies te vermijden. We willen transparant zijn over welke samenwerkingen er zijn, en over de inhoud en financiering van deze samenwerkingen. We werken eraan om deze informatie in de loop van mei 2023 beschikbaar te maken.”

Foto: Anton Pijpers (voorzitter College van Bestuur Universiteit Utrecht) in gesprek met bezorgde studenten van de bezetting van het Minnaertgebouw.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De Europese Commissie heeft onlangs een plan gepresenteerd om de beschikbaarheid van belangrijke grondstoffen voor onder meer windmolens, batterijen en zonnepanelen veilig te stellen. Wat zijn de belangrijkste voorstellen in deze Critical Raw Materials Act (CRM Act)? En wat betekent dit voor Nederlandse bedrijven? In dit artikel geven we antwoord op een aantal veelgestelde vragen.

Wat is de aanleiding?

Voor de productie van windmolens, batterijen en zonnepanelen zijn zeldzame metalen en mineralen nodig. Door de energietransitie zal de vraag naar deze grondstoffen sterk toenemen. Zo verwacht de commissie bijvoorbeeld dat de vraag naar lithium tot 2050 zal vertwintigvoudigen. Het overgrote deel van de grondstoffen komt op dit moment uit China. Met de CRM Act wil de Europese Commissie de afhankelijkheid van andere landen verkleinen.

Wat staat er in de CRM Act?

De CRM Act stimuleert bedrijven op een duurzame en verantwoorde manier om te gaan met grondstoffen. Aan de bestaande lijst van kritieke grondstoffen worden strategische grondstoffen toegevoegd die nodig zijn voor groene, digitale, defensie- en ruimtetoepassingen. Deze lijst zal regelmatig worden geüpdatet.

Daarnaast staat in het voorstel dat ten minste 10 procent van de groeiende vraag naar grondstoffen in de nabije toekomst uit eigen bodem moet komen. Voor lithium wordt gekeken naar mijnbouwprojecten in Zweden, Frankrijk en Portugal. Kobalt komt in de toekomst uit Zweden en Finland. Ook stelt de commissie dat 15 procent van de grondstoffen in de toekomst gerecycled moet zijn en dat de Europese Unie 40 procent van de grondstoffen zelf moet kunnen verwerken in fabrieken. Verder wil de Europese Commissie de samenwerking met andere landen versterken. Zo staan samenwerkingen met Chili, Brazilië, Canada en Kazachstan op de planning.

Wat betekent dit voor bedrijven en voor internationale investeringen en handel?

Deze wet zal gunstige gevolgen hebben voor bedrijven die actief zijn in de productie en verwerking van kritieke grondstoffen in de EU. Er worden strengere eisen gesteld aan Europese vergunningen, maar tegelijkertijd worden de vergunningsprocedures efficiënter en zal de toegang tot financiering verbeteren. Hierdoor kunnen bedrijven meer kapitaal aantrekken om te innoveren. Ook worden audits uitgevoerd op waardeketens om duurzame en verantwoorde praktijken te bevorderen. Dit kan bijdragen aan de reputatie en concurrentiepositie van bedrijven.

Voor internationale investeringen en handel kan deze wetgeving ook van belang zijn, aangezien de EU een belangrijke speler is op het gebied van de productie en verwerking van kritieke grondstoffen. De wetgeving kan bijdragen aan een gelijk speelveld voor bedrijven uit verschillende landen en de duurzaamheid en verantwoordelijkheid van waardeketens bevorderen. Het kan ook leiden tot nieuwe kansen voor investeerders die zich willen richten op de ontwikkeling van strategische projecten in de EU.

Waarom is internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO) relevant bij de voorbereiding op de CRM Act?

In de CRM Act worden de ‘OESO-richtlijnen voor Due Diligence’ en de ‘VN-richtlijnen voor het Bedrijfsleven en Mensenrechten’ genoemd als specifieke voorwaarden waaraan strategische projecten moeten voldoen. Het voorstel sluit ook aan bij andere wetgeving met betrekking tot kritieke grondstoffen. Een voorbeeld is de Conflictmineralenverordening, die importeurs van tin, tantaal, wolfraam en goud (3TG) verplicht om due diligence-beleid op te zetten en uit te voeren om mensenrechtenschendingen te voorkomen.

Hoe kunnen de IMVO-convenanten voor de Metaalsector en Hernieuwbare Energiesector bedrijven helpen om zich voor te bereiden?

De IMVO-convenanten voor de Metaalsector en Hernieuwbare Energiesector zijn gebaseerd op dezelfde OESO- en VN-richtlijnen als de Critical Raw Materials Act. De convenanten hebben als doel om respectievelijk de metaal- en energiebranche te verduurzamen en om maatschappelijk verantwoord ondernemen te bevorderen. Ze bieden bedrijven belangrijke tools en templates om aan deze vereisten te voldoen. Zo worden bedrijven geholpen bij het in kaart brengen van hun waardeketen en bij het identificeren van risico’s op het gebied van mensenrechten, arbeidsomstandigheden en milieu. Daarnaast biedt het convenant tools om deze risico’s aan te pakken en om duurzaamheid in de keten te bevorderen. Hierdoor kunnen bedrijven beter inspelen op de veranderende wet- en regelgeving op het gebied van strategische grondstoffen en zijn zij beter voorbereid op toekomstige ontwikkelingen.

[ad_2]

Source link

Het verduurzamen van oude panden en monumenten is een belangrijke stap om bij te dragen aan een duurzamere toekomst. Het behouden en onderhouden van cultureel erfgoed is van groot belang, maar tegelijkertijd moeten we ook ons steentje bijdragen aan verduurzaming. Bij oude panden is dit vaak een hele opgave, omdat oude gebouwen vaak niet ontworpen zijn het oog op energiezuinigheid. Toch zijn er diverse mogelijkheden om panden en monumenten te verduurzamen, in dit artikel meer daar over!

Waarom verduurzamen?

In Nederland zijn we steeds meer aan het verduurzamen. Dit doen wij om de energierekening omlaag te brengen en de CO2 uitstoot te verminderen. Het is belangrijk om ons milieu te beschermen en te behouden voor toekomstige generaties. Door te verduurzamen kunnen we onze ecologische voetafdruk verkleinen en de impact op onze planeet verminderen.

Het verduurzamen van een oud pand

Het is belangrijk om te kijken hoe je de verduurzaming kan combineren met het behoudt van de originele details van het oude pand. Het zou zonde zijn als je alle mooie details weg haalt tijdens de renovatie.

Ten eerste is het belangrijk om te kijken naar de isolatie van het pand. Veel oude panden hebben een slechte isolatie, waardoor er veel warmte verloren gaat. Door het aanbrengen van goede isolatie kan dit probleem worden opgelost. Denk hierbij aan het isoleren van de muren, vloeren en daken. Er zijn verschillende soorten isolatiematerialen beschikbaar, zoals glaswol, steenwol en PUR-schuim.

Houdt er rekening mee dat een pand in de loop der jaren gerenoveerd kan zijn. Misschien is het pand al een tijd geleden gerenoveerd. Ga hier dus eerst achter aan voordat je begint met isoleren. Bekijk ook goed hoe het pand in de toekomst gebruikt gaat worden en welke duurzame oplossingen passen bij het gebruik van dit pand.

Monument verduurzamen

Als je monumenten wilt verduurzamen dan is het handig om contact op te nemen met de monumenten afdeling van de gemeente. Met de gemeente moet je bepaalde randvoorwaarden bespreken en vergunningen krijgen. Betrek eventueel een specialist met kennis over de verduurzaming van monumenten. Zij kunnen je advies geven hoe je dit het beste uit kan gaan voeren.

In het kort

Er zijn veel dingen om rekening mee te houden als je een pand gaat verduurzamen. Denk aan de huidige status, het toekomstig gebruik van het pand en het behoud van de originele eigenschappen. Ook bij het verduurzamen van een monument moet je rekening houden met zaken zoals de gemeente etc.

Wil je meer weten over de subsidiemogelijkheden bij het verduurzamen van een woning? Lees dan nu onze blog hierover!

[ad_1]

Op zonnige en/of winderige dagen wordt er soms meer stroom opgewekt dan op dat moment nodig is. Je wilt het liefst die eigen zonnestroom zelf opslaan voor een ander moment, in plaats van terug leveren. Sun Tank biedt oplossingen om de eigen zonnestroom afkomstig van zonnepanelen (of van goedkope dynamisch ingekochte elektriciteit) om te zetten in warmte (d.m.v. warmtepomp, doorstroomboiler wel of niet i.c.m. zonnecollectoren) te bewaren in grote Sun Tank buffers in je huis of tuin.

Sun Tanks zijn constructieve en modulaire bouwelementen waarin warmte en kou kan worden opgeslagen. Sun Tanks zijn rechthoekige platte zonneboilers of buffervaten. Ze zijn gemaakt van een heel sterk composiet, waardoor ze ook constructief te gebruiken zijn. Het Sun Tank warmtebuffer systeem is toepasbaar in nieuwbouw en bestaande woningen en is binnenkort te leveren. Sla de warmte van de zon (en of wind) dus op in je muur, vloer, dak of tuin.

Sun Tanks zijn de eerste rechthoekige platte tanks (buffervaten) ter wereld die de normale installatiedruk aan kunnen.

“Het huis van de toekomst is hiermee dus al te bouwen. Al onze ontwikkelingen hebben geleid tot een sterk verbeterde Sun Tank 2.0. Deze zullen constructief veel sterker zijn en kunnen ook veel meer (water)druk aan. Hierdoor kunnen ze probleemloos meedraaien in (bestaande 3 bar overdruk) installaties en hoeven niet meer apart beveiligd te worden voor lage druk. Dit was een nadrukkelijke wens van installateurs en leveranciers van collectoren/warmtepompen. Er zijn buiten deze druk testen om ook al een aantal constructieve testen uitgevoerd met Sun Tanks,  waaruit al blijkt dat we de claim ‘sterker dan staal en lichter en stijver dan beton’ zonder meer waar kunnen maken.” zegt CEO Roland Kreugel.

Om op te kunnen schalen en de Sun Tank 2.0 op de markt te brengen biedt Sun Tank potentiële investeerders aandelen en toekomstige klanten pre-order mogelijkheden aan.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

‘De klimaatplannen van het kabinet lijken gebalanceerd; enerzijds extra verplichtingen, anderzijds extra ondersteuning. Om de klimaatdoelen voor 2030 te halen is het tegelijkertijd het allerbelangrijkste om volledig de focus te leggen op de uitvoering van alle randvoorwaarden die nodig zijn: vergunningen en energie-infrastructuur. Wel hangt veel ondernemers een grote verhoging van de energiebelasting op gas boven het hoofd, terwijl zij veelal buiten hun schuld nog niet van het gas af kunnen.’ Dat zeggen VNO-NCW en MKB-Nederland in een eerste reactie op de klimaatplannen van minister Jetten.

De ondernemersorganisaties gaan de plannen nu eerst nader bestuderen en in detail bespreken met hun leden. Dan maken ze de balans op. Op onderdelen lijkt het Klimaatpakket gebalanceerd. Zo komen er bijvoorbeeld extra middelen voor de SDE++, waterstof, verduurzaming van het mkb, het zogeheten 6e cluster en de glastuinbouw en voor het aanjagen van de markt van tweedehands elektrische auto’s. Ook het extra bijmengen van biobrandstoffen is een effectieve maatregel, evenals de uitbouw van de maatwerkafspraken met de grote basisindustrie. Zorgen zijn er over o.a. een nieuwe CO2-norm voor woon-werkverkeer en de voorgenomen verhoging van de energiebelasting op gas, die in potentie veel (maak)bedrijven verspreid over het land, stevig raakt.

Draagvlak

Ingrid Thijssen, voorzitter VNO-NCW: ‘Vrijwel alle bedrijven hebben verduurzamingsplannen en velen staan op het punt om de investeringsbeslissingen daarvoor te nemen. Zij willen dan overstappen op waterstof of elektriciteit of hun CO2-uitstoot gaan afvangen. Maar het kost vele jaren om een vergunning te krijgen of op het elektriciteitsnet terecht te kunnen. Infrastructuur voor waterstof of de opslag van CO2 duurt ook nog vele jaren. Het voor elkaar krijgen daarvan is in praktijk een gigantische en zwaar onderschatte uitvoeringsoperatie, die ook nog eens versneld moet worden. De volle aandacht van de overheid moet daar dan ook naar toe. Hogere lasten via de energiebelasting op gas terwijl ondernemers nog niet van het gas af kunnen, hebben slechts tot gevolg dat zij die kosten door moeten zetten in de prijzen voor consumenten of hun productie en daarmee de CO2-uitstoot verplaatsen naar het buitenland. Het ondermijnt ook het draagvlak onder ondernemers die graag willen vergroenen, maar dat in praktijk helemaal niet kunnen.’

Lastenverzwaring

Jacco Vonhof, voorzitter MKB-Nederland: ‘Het kabinet denkt met de voorgenomen belastingverhoging op gas extra klimaatwinst te behalen. Een prijsprikkel als deze werkt echter uitsluitend als ondernemers een alternatief hebben en dat hebben velen niet. Dan is dit dus niets meer dan een gewone lastenverzwaring, die het kabinet ook al als structurele opbrengst inboekt. Het jaagt onze ondernemers zonder enige rechtvaardigheid verder op kosten, terwijl het de klimaatdoelen geen stap dichterbij brengt. We gaan het kabinet goed duidelijk maken dat we het beoogde effect van deze maatregel echt niet gaan halen. Je kunt wel beleid op beleid blijven stapelen, maar als dat in de uitvoering vastloopt, schieten we er niks mee op.’

Bespreken met leden

Komende tijd bespreken de ondernemersorganisaties de vele klimaatplannen van minister Jetten in detail met hun leden en daarna met het kabinet. Ook halen ze voorbeelden van problemen uit de uitvoeringspraktijk op die te ondervangen zijn met creatief beleid en door publiek-private samenwerking.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Mkb-ondernemers kunnen tot 30 september 2023 weer subsidie aanvragen om hun bedrijf te verduurzamen. De Subsidieregeling Verduurzaming MKB (SVM) van vorig jaar is aangepast op punten die de kwaliteit van de adviezen en ondersteuning verbeteren. Mkb’ers worden hierdoor beter geholpen en oneigenlijk gebruik van de regeling wordt zoveel mogelijk voorkomen.

Met subsidie uit de SVM-regeling kunnen mkb-ondernemers besparen op energiekosten door met advies en ondersteuning te verduurzamen. Veel verduurzamingsmaatregelen verdienen zich in de praktijk snel terug. De regeling sloot vorig jaar tijdelijk na signalen van mkb’ers over oneigenlijk gebruik door enkele partijen. De regeling is nu aangepast en weer open voor aanvragen.

Aanpassingen

De aanpassingen gaan om de volgende punten:

  • De energieadviseur die de mkb’er helpt, moet tenminste 2 jaar ervaring hebben met het adviseren van mkb-ondernemers over energiebesparing en verduurzaming. De adviseur moet dit aantonen.
  • De jaarafrekening van de energieleverancier is nu een verplichte bijlage bij de aanvraag.
  • De eisen aan het advies zijn aangescherpt.
  • De ondernemer verklaart nu schriftelijk dat hij op de hoogte is gesteld van de subsidievoorwaarden.

Advies en ondersteuning

Met de SVM kunnen mkb-ondernemers een vergoeding krijgen voor de inhuur van een energieadviseur voor een energieadvies op maat én voor hulp bij het uitvoeren van het advies. Naast een besparing op de energiekosten, dragen mkb-ondernemers die verduurzamen bij aan een beter klimaat. De regeling is open voor aanvragen vanaf 1 april 2023 tot 30 september 2023, 17:00 uur. Het beschikbare budget is € 14,4 miljoen.

De investeringen in de maatregelen zelf, zoals aanschafkosten of installatiekosten, vallen niet onder de SVM. Daarvoor zijn mogelijk andere subsidies interessant voor de mkb-ondernemer, bijvoorbeeld de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) en Energie-investeringsaftrek (EIA).

Meer weten?

[ad_2]

Source link

Berichten paginering