[ad_1]

Een groot deel van de Nederlanders ziet een actieve rol weggelegd voor de vakbond als het gaat om veranderende werkgelegenheid ten gevolge van klimaatbeleid. Dat is één van de conclusies uit het onderzoek van I&O Research én de eigen klimaat-enquête die vakbond FNV heeft gehouden.

‘De stem van de werkenden is juist nú belangrijk, want klimaatbeleid heeft impact op hen, omdat banen kunnen veranderen, verdwijnen of verschijnen, en dat onderschrijft deze enquête’, vertelt Bas van Weegberg, lid van het dagelijks bestuur van FNV. Op het FNV KlimaatWerk event, zaterdag 22 april in Utrecht, worden de onderzoeksresultaten verder toegelicht, evenals de nieuwe Klimaatvisie waaraan de FNV werkt.

Onderzoek I&O Research

In zowel het onderzoek van I&O Research als de vakbondsenquête (pdf) komt naar voren dat Nederlanders van mening zijn dat vakbond FNV een rol moet spelen bij de eerlijke verdeling van de kosten van klimaatbeleid. Ruim 70% vindt dat die kosten betaald moeten worden door de grootste uitstoters van broeikasgassen. Van Weegberg: ‘Elke dag werken wij als FNV aan een rechtvaardig Nederland. Dit betekent ook rechtvaardig klimaatbeleid, zodat een duurzame samenleving er voor íedereen is. Onze achterban vraagt dat ook van ons en de resultaten uit de onderzoeken bevestigen dit beeld.’

65%, van de respondenten van de klimaat-enquête van FNV is van mening dat FNV de overheid moet aansporen om ambitieus en rechtvaardig klimaatbeleid uit te voeren. 63% vindt dat de vakbond bedrijven moet aansporen om duurzamer te werken. Van Weegberg: ‘Terwijl onze bestaanszekerheid op het spel staat, profiteren aandeelhouders en CEO’s van de uitbuiting van mens en natuur. Dat is onacceptabel. We willen én moeten naar een ander systeem toe, dat gericht is op het vergroten van menselijk welzijn, binnen de grenzen van de planeet. De samenleving waar we naar streven, kan immers alleen bestaan op een leefbare aarde.’

Voelsprieten van de werknemers

De meerderheid van de respondenten van de FNV klimaat-enquête (64%) en het I&O Research onderzoek (67%) vindt het belangrijk dat werknemers kunnen meedenken over duurzaamheidsplannen van hun bedrijf. Tegelijkertijd geeft slechts 27% van de FNV enquête-respondenten en 37% van de I&O Research onderzoeksrespondenten aan dat de werkgever ook die ruimte aan werknemers biedt om mee te denken. ‘Onze leden en hun collega’s staan midden in de praktijk van bedrijven en organisaties en hebben een grote hoeveelheid kennis over werk- en productieprocessen. Met hun ‘voelsprieten’ zien ze vaak beter dan directies welke kansen en belemmeringen er zijn voor vergroening. Iedere transitie die voorbijgaat aan de inzichten van de werkvloer is dan ook bij voorbaat kansloos’, stelt van Weegberg. Vakbond FNV heeft samen met Milieudefensie om die reden een speciale website gelanceerd, jouwbedrijftoekomstproof.nl, om werknemers te helpen om hun bedrijf te vergoenen.

Geen banen op een onleefbare aarde

Van Weegberg: ‘‘There are no jobs on a dead planet’, is een bekende leus in de internationale vakbeweging. De omslag naar een groene economie vereist een snelle afbouw van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Dat kan ook veel opleveren. Bijvoorbeeld een gezondere werk- en leefomgeving, woningen met meer comfort en minder energielasten en prettigere manieren van ons verplaatsen. De nieuwe werkgelegenheid die ontstaat, biedt waardevol en boeiend werk voor komende generaties. Daarvoor is het cruciaal dat bedrijven en overheid goede groene banen garanderen.’ De deelnemers aan de klimaat-enquête van FNV sluiten zich met 55% hierbij aan en benadrukken het belangrijk te vinden om te werken voor een bedrijf dat duurzaam opereert.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

161 jaar nadat Louis Pasteur voor het eerste pasteurisatie uitvoerde op 20 april 1862 breidt het Deense bedrijf Lyras A/S zijn raslysatie-technologie uit in Nederland. Sinds de uitvinding van Louis Pasteur wordt in de zuivel- en voedselindustrie gepasteuriseerd. Hierbij worden bacteriën in bederfelijke voedselproducten vernietigd door het voedsel kortstondig te verhitten. In de regel wordt uitgegaan van tenminste 15 seconden tot 72 graden celsius verhitten. Hierdoor wordt het aantal microben in bijvoorbeeld zuivel verminderd en blijft tegelijkertijd de smaak en structuur behouden.

Bij deze nieuwe technologie wordt zuivel beschenen met uv-licht waardoor schadelijke bacteriën gedood worden. Hierbij is slechts een tiende van de energie en een derde van het waterverbruik nodig in vergelijking met traditionele pasteurisatie. Raslysatie is ook toepasbaar op sap, wijn en bier, en betekent een revolutie binnen de productie van vloeibare voedingsmiddelen. Ondoorzichtige vloeistoffen worden langs uv-licht geleid, waardoor alle bacteriën effectief worden uitgeschakeld.

Met de technologie van Lyras besparen voedselproducenten, zoals zuivelbedrijven, ook 60 tot 80 procent op het waterverbruik in vergelijking met pasteurisatie en de lastige reiniging van leidingen en tanks. Raslysatie kan worden toegepast op zuivelproducten zoals wei, pekel, sap en vele andere vloeibare voedingsmiddelen. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij Arla Foods Krusaa, waar verpakkingsmanager Vagn Clausen uitlegt:

“Arla Foods Kruså behaalt zowel ecologische als economische voordelen door het microfiltratiesysteem te vervangen door een UV-systeem van Lyras. Afval en energieverbruik worden verminderd, terwijl reiniging en bediening eenvoudiger en goedkoper worden.”

Razendsnelle groei

Het Deense Lyras A/S groeit razendsnel sinds de verkoop van de eerste energiebesparende pasteurisatieapparatuur aan Denemarken, Zweden, de Verenigde Staten, Australië en Spanje, en nu dus ook in Nederland. De technologie heeft al meerdere awards gewonnen, en stond onder meer in de top 25 van de Green Challenge van de Postcode Lotterij. De ambities van Lyras zijn niet beperkt tot alleen een positief rendement. “Het is onze ambitie om een wezenlijk verschil te maken en een aanzienlijke CO2-reductie te creëren”, aldus Rasmus Mortensen. “Wij slagen pas als in de CSR-rapporten van de voedingsmiddelenindustrie te lezen is dat het energie-, water- en chemicaliënverbruik dramatisch is teruggebracht dankzij onze technologie. En hoe meer wij groeien, hoe groener de transitie wordt die wij creëren.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Been Management Consulting heeft de resultaten van haar onderzoek onder energie-intensieve bedrijven gepubliceerd. Hoe gaan deze grootverbruikers om met de energiecrisis? Hoe raakt dit de transitie naar een duurzaam energiesysteem? Wat verhindert de overstap naar hernieuwbare energiebronnen? Hun antwoorden waren eerlijk, maar confronterend. 

Over het onderzoek

Been interviewde 13 energie-intensieve bedrijven uit de chemische, productie, distributie en transport sector in Nederland. Een representatieve steekproef. Het onderzoek is uitgevoerd in afstemming met Utrecht University, waar co-auteur Teun Aarts zijn Master in Energy Science afrondt. De uitkomsten van het onderzoek worden beschouwd als wetenschappelijk valide.

Een wereldwijde energiecrisis

Energy Transitie expert Tijmen van Diepen over de survey: “We merken dat wereldwijde instabiliteit – oorlog, tekorten, klimaatveranderingen – leidt tot een lokale race om voor leveringszekerheid en duurzaamheid. We vroegen ons af: zou deze crisis de transitie naar een duurzaam energiesysteem kunnen versnellen? Reden voor ons om de survey te starten.”

Hoe gaan grootverbuikers om met de energiecrisis?

Teun: “Bijna elk bedrijf wordt geraakt door de hoge energieprijzen. De meest gehoorde antwoorden zijn: meer energie-efficiëntie creëren, minder energie verbruiken (bijvoorbeeld door productie tijdelijk stil te leggen,) en het verhogen van de prijzen van hun product of dienst. Slechts 3 bedrijven antwoordden dat ze sneller wilden overstappen op hernieuwbare energiebronnen. We vroegen bedrijven dan ook welke barrieres zij tegenkomen bij zo’n switch. Sommigen waren technisch, zoals de moeilijkheid om stoom te vervangen voor een elektrisch alternatief. Toch zijn de meesten systemisch. Waarbij je dus met meerdere spelers in het energiesysteem moet samenwerken.”

De switch naar een duurzaam energiesysteem

Tijmen: “Ik vind dat energie-intensieve bedrijven proactiever moeten zijn in de energietransitie. Dat vraagt wel om een systeemverandering. Een nieuwe manier van denken en doen. In het rapport geven we dan ook aanbevelingen hiervoor. Gebaseerd op onze inzichten en ervaringen in ons werk in de energietransitie.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Vanuit haar waardengedreven missie levert de Vrije Universiteit Amsterdam, met wetenschappelijk onderwijs, onderzoek en valorisatie, een betekenisvolle bijdrage aan een betere wereld, die duurzaam, eerlijk en leefbaar is. Eén van de grootste maatschappelijke uitdagingen van dit moment is de klimaatcrisis en de energietransitie die hiervoor nodig is.

Onderzoek en innovatie zijn essentiële pijlers voor die transitie. Kennisinstellingen en bedrijven in de fossiele-energiesector hebben in dat onderzoek een cruciale rol te vervullen vanwege hun kennis en middelen. VU Amsterdam werkt echter graag samen met publieke en private partners die dezelfde verantwoordelijkheid en urgentie voelen en die dezelfde inzet aan de dag leggen voor dit onderzoek. Partners die aantoonbaar transparant zijn over, en aanspreekbaar op, hun inzet voor de energietransitie. Onze wetenschappers en studenten verwachten dit ook in toenemende mate van partners van VU Amsterdam.

Publicaties in wetenschappelijke tijdschriften en de rapporten van IPCC tonen aan dat bedrijven in de fossiele-energiesector tekortschieten in hun inzet en de transparante verantwoording daarover. Dit maakt dat het samenwerken met deze sector wringt – waardoor we als VU Amsterdam de laatste jaren al uiterst terughoudend zijn geweest in het samenwerken met deze bedrijven. Op dit moment vinden we deze terughoudendheid onvoldoende. We vinden het nodig om als VU Amsterdam een expliciet besluit te nemen en in ons beleid een lijn te trekken. VU Amsterdam heeft besloten om vanaf nu alleen nieuwe onderzoekssamenwerkingen aan te gaan met bedrijven uit de fossiele-energiesector die zich, op korte termijn, aantoonbaar committeren aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs, en het daarin gestelde niveau van decarbonisatie dat nodig is om temperatuurstijging tot maximaal 2°C, en idealiter naar 1.5°C, te beperken.

VU Amsterdam acht het tegelijkertijd van groot belang dat hierover met deze sector een brede, kritische en constructieve dialoog wordt gestart, gericht op de vraag wat er moet veranderen en hoe ieder daaraan kan bijdragen om met gezamenlijke inzet en transparantie het onderzoek ten behoeve van de energietransitie te versnellen. Vanuit de verantwoordelijkheid die we voelen als universiteit met duurzaamheid als speerpunt, zetten we deze extra stap.

Urgente uitwerking

VU Amsterdam richt derhalve een landelijk platform op van relevante bestuurders, werknemers, aandeelhouders en toezichthouders. Verschillende partijen hebben zich reeds aangesloten. Het dialoogprogramma werken we momenteel in detail uit en de eerste sessie vindt in mei 2023 plaats. Ons besluit ten aanzien van samenwerking met bedrijven in de fossiele industrie en de opbouw van een platform voor dialoog vergt een zorgvuldige uitwerking die we serieus oppakken. Maar er is geen tijd te verliezen en dit kunnen we niet alleen. We geloven dat dit besluit ons zal helpen bij het realiseren van onze ambities op dit gebied en we kijken uit naar de samenwerking met partijen die zich net als de VU inzetten voor een duurzame toekomst.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De burgemeester Molendijkflat is het eerste flatgebouw in Amersfoort dat dag en nacht  gebruik kan maken van groene energie. Het gebouw heeft een slimme batterij die opgewekte zonne-energie opslaat en aan woningen kan leveren ook als de zon niet schijnt. Een continue gebruik van het elektriciteitsnet is daardoor niet meer noodzakelijk. Wethouder Astrid Janssen en Alliantie-directeur Joan van der Burgt zetten op 19 april de slimme batterij aan met een symbolische handeling.

Astrid Janssen, wethouder Energietransitie: “Om goed te leven binnen de grenzen van onze aarde is het belangrijk om gebruik te kunnen maken van groene energie. Daarom werkt de gemeente, met partners in de stad en daarbuiten aan nieuwe manieren om dit te doen. Van het opwekken van stroom via wind of zon, zuinig gebruiken daarvan, tot het goed opslaan. We zien kansen in onze stad voor slimme batterijen voor de opslag van opgewekte groene energie bij bedrijven, woningen of wooncomplexen. Inwoners kunnen dan zonne-energie die op het eigen dak wordt opgewekt gebruiken, ook als de zon niet schijnt. En zo wordt groene energie bereikbaarder en beschikbaar voor vele groepen inwoners.”

Joan van der Burgt voegt toe: “Wij werken samen met onze partners aan slimme en innovatieve oplossingen om ons doel te halen: al onze woningen moeten CO₂-neutraal zijn, uiterlijk in 2050. We investeren fors in energiebesparende maatregelen. Dat maakt onze woningen niet alleen duurzamer en comfortabeler, maar zorgt ook voor lagere energiekosten terwijl energieverbruik toeneemt van onze huurders.

Concreet voor dit project: we willen de energierekening voor onze bewoners laag houden terwijl we de overgang maken naar schone energie die onze gebouwen aandrijft. Met deze batterijopslag kunnen we ons gebouw van groene, lokaal geproduceerde energie voorzien zonder extra kosten voor de bewoners.”

Hoe werkt de batterij?

Dit is een batterij met een opslagcapaciteit van 160 kWh die is aangesloten op de zonnepanelen op het dak en op het elektriciteitsnet. De slimme batterij is aangesloten op de zonnepanelen op het dak en op het elektriciteitsnet. De batterij verlicht daarmee de congestie op het lokale net door overtollige zonne-energie van het dak van het gebouw en de overtollige energie van het elektriciteitsnet op te vangen die anders het net zou belasten op momenten van de dag dat het energieverbruik het hoogst is. Het zal de liften, verlichting en in de toekomst mogelijk het oplaadstation voor e-voertuigen van energie voorzien.

Deze pilot van gemeente Amersfoort en de Alliantie draagt bij aan de slimme lokale energiesystemen van de toekomst. En biedt mogelijk op termijn een van de oplossingen voor het netcongestieprobleem.

De batterij zal de energiekosten op jaarbasis naar schatting met 15% verlagen, een besparing die uiteindelijk aan de bewoners wordt doorberekend.

De batterij is in december 2022 geïnstalleerd en zal de komende 10 tot 15 jaar dag en nacht werken. In 2023 wordt de batterij getest om de juiste mix te vinden van het opslaan van energie en het ondersteunen van het lokale netwerk om de besparingen voor de huurders te maximaliseren. De batterij wordt aan het einde van zijn levensduur gerecycled.

Deelnemende partijen

De batterij werd mogelijk gemaakt door een Europese samenwerking via gemeente Amersfoort.

De pilot met energieopslag bij wooncomplexen is onderdeel van het Europese project ‘Advancing Communities towards low-Carbon energy Smart Systems’ (ACCESS).  ACCESS heeft als doel om projecten voor slimme energienetten sneller van de grond te krijgen. Naast een pilot in Amersfoort vinden er ook pilots plaats in Zweden, België en Groot-Brittannië. Er zijn verschillende onderzoeksinstituten en universiteiten bij het project betrokken. De Europese Unie gaf financiering en technische ondersteuning. Woningcorporatie de Alliantie wilde graag lokaal samenwerken met de gemeente en stelde de ruimte beschikbaar. De strategische ondersteuning en het projectmanagement werden verzorgd door het Europese innovatie adviesbureau Bax & Company. De batterij wordt geëxploiteerd door energiedienstverlener Petawatts. De batterij is geleverd en geïnstalleerd door technisch specialist Baas BV.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Nederlanders met een elektrische auto betaalden in maart gemiddeld 54 procent te veel voor het thuisladen van hun auto. Dat blijkt uit onderzoek van Tibber, energieleverancier van dynamische contracten. Slechts 16 procent maakt thuis gebruik van slim opladen via dynamische energieprijzen, en meer dan de helft van de ondervraagde consumenten is niet bekend met slim opladen. Dit is het opladen van een elektrische auto op de uren dat stroom goedkoop wordt aangeboden via dynamische energieprijzen.

Rens Schoorl, Managing Director Tibber Nederland: ‘Uit de cijfers blijkt dat veel Nederlanders nog onvoldoende bekend zijn met slim opladen en hierdoor laten zij veel geld liggen. Het is belangrijk dat consumenten weten hoe zij controle kunnen krijgen over hun energieverbruik en geld kunnen besparen.’

Door slim opladen kunnen consumenten hun elektrische auto automatisch opladen op de momenten dat stroom het goedkoopst is. Omdat dynamische energieprijzen per uur verschillen kan dit grote voordelen opleveren. In maart betaalden Tibber-klanten die gebruikmaken van slim opladen gemiddeld 28 cent per kWh wat 54 procent lager ligt dan 0,61 cent per kWh, wat in maart de gemiddelde stroomprijs was. Dat scheelde bij het volledig laden van een Tesla model 3 (78 kWh) al snel 25 euro per laadbeurt.

Elektrische rijder rijdt graag op groene stroom

In het onderzoek werd ook gekeken naar de beweegredenen van consumenten die slim opladen gebruiken. Ongeveer twee derde zegt slim opladen te gebruiken om te besparen op de energierekening. Ruim twee vijfde van de ondervraagden gaf aan gebruik te maken van slim laden vanwege de beschikbare duurzame energie op het stroomnet. Schoorl: ‘Het is mooi om te zien dat mensen niet alleen op hun energiekosten willen besparen, maar ook actief willen bijdragen aan de energietransitie door hun verbruik af te stemmen op de uren waarop de meeste duurzame energie beschikbaar is.’

Bij een duurzamer energiesysteem hoort een slimmere afstemming van vraag en aanbod van energie. Schoorl: ‘‘Omdat de vraag naar stroom steeds groter zal worden is het belangrijk dat we slimme oplossingen gebruiken om vraag en aanbod op het stroomnet beter op elkaar af te stemmen. Op deze manier kunnen consumenten profiteren van lage stroomprijzen en kunnen we de energietransitie versnellen.”

Dynamische energieprijzen voor iedereen interessant

Ook zonder elektrische auto kunnen consumenten profiteren van dynamische energieprijzen en besparen op hun energiekosten. Tibber-klanten betaalden in maart 2023 gemiddeld slechts 32 cent per kWh, wat ruim onder het prijsplafond ligt en nog altijd goedkoper dan veel vaste en variabele contracten in het huidige marktaanbod.

Schoorl: “Het maakt niet uit of je al flink hebt verduurzaamd, of dat je alleen meer controle over je energieverbruik wilt krijgen. Dynamische energieprijzen kunnen voor iedereen interessant zijn om je energieverbruik te verlagen en te profiteren van de lage energieprijzen.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Ambitieuzere doelstellingen zijn nodig op het gebied van klimaat, circulaire economie en woningbouw. Nederland heeft een groeiende bouwopgave en de ambitie om klimaatverandering en grondstofverbruik te verminderen. Circulair bouwen is een onmisbaar element hierbij. Momenteel werkt de Rijksoverheid aan verdere normering van circulair bouwen. DGBC en Gideon geven alvast wat overdenkingen mee. 

In een nieuwe, gezamenlijke position paper pleiten DGBC en Gideon, een beweging die daadwerkelijke verandering in de bouw op gang wil helpen, voor een aantal bewuste keuzes bij de aanscherping van de MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) en de introductie van een CO2-eis voor de bouw. Die keuzes zijn nodig om het stelsel toekomstbestendig te maken. Wat Nederland nodig heeft is: 

  1. Een MPG die stuurt op de integrale milieu-impact over de hele levenscyclus. Dat betekent dat zowel naar de aanscherping op korte termijn als naar een langetermijnpad moet worden gekeken. Hiervoor doen de opstellers concrete aanbevelingen,
  2. Een GWPA-indicator (werktitel: MPG-2) die stuurt op de CO2-uitstoot in de productie- en bouwfase. Het advies is het gebruik van de Paris Proof materiaalgebonden (PPm)-indicator. Voor Nederland zijn er in 2020 grenswaarden opgesteld, waar 58 partijen in de sector zich aan hebben gecommitteerd.

Hoe kunnen DGBC en Gideon helpen?

De periode 2020 – 2030 is bepalend voor hoe de wereld zich op lange termijn zal ontwikkelen. Om ernstige opwarming van de aarde te voorkomen, biodiversiteit te herstellen en sociale ongelijkheid te verkleinen, is een gezonde, leefbare maatschappij nodig binnen de draagkracht van de aarde. Dat vraagt echter om systeemveranderingen, het ter discussie stellen van uitgangspunten en lef. 

De tijd om lang en verdiepend onderzoek te doen naar precieze methoden en rekeninstrumenten mag niet ten koste gaan van een voorgenomen aanscherping. Zeker niet wanneer er een nadruk ligt op meer en sneller bouwen. Het is tijd om parallel de grenswaarden aan te scherpen én de methode te verbeteren. Met deze position paper willen de koplopers uit de sector een constructieve bijdrage leveren aan de huidige discussie rondom het normeren van circulair bouwen. Allereerst door een langetermijnperspectief te schetsen om naartoe te werken. Daarnaast door aan te geven wat vanuit het maatschappelijk belang nodig is. Het is goed om dat centraal te stellen in discussies over de aanscherping MPG en introductie van de GWPA-indicator. 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De duurzame verbouwing van Nederland is in volle gang. Daarbij is innovatie essentieel, want voor veel problemen van morgen hebben we vandaag nog geen oplossing. In de gebouwde omgeving (stad, dorp, snelweg etc.) ligt een veelheid aan opgaven; van zon op daken tot warmtenetten, ventilatiesystemen en renovatieplannen. TKI Urban Energy heeft tien innovatieve thema’s in de gebouwde omgeving onder de loep genomen. Waar staan we, is de ontwikkeling op weg om het verschil te maken, versnellen we genoeg en wat zijn de uitdagingen waar we nog voor staan? Het onderzoek is uitgevoerd door TNO samen met diverse experts per thema. 

Het onderzoek is beschikbaar als interactieve pdf en ook te beluisteren via de speciale podcast ‘De duurzame verbouwing’. In de podcast gaan experts van TKI Urban Energy en van TNO of uit het veld in gesprek over het trendrapport en de uitkomsten daarvan.

Thema’s onderzoek

De volgende thema’s zijn onder de loep genomen:

  • Zonnepanelen op daken (van huizen, fabriekshallen) en op land
  • Renoveren via de lopende band (industrialisatie van renovatieconcepten)
  • Gedrag van woningeigenaren (drijfveren en barrières)
  • Warmtepompen (de vervanger van de cv-ketel)
  • Warmte-afgiftesystemen (van ketel tot kachel – het geheel van verwarming en koeling)
  • Tapwater (over de stijging van de vraag en energiebehoefte van warm water)
  • Ventilatiesystemen (over hoe isolatie ook de noodzaak tot ventilatie vergroot)
  • Warmteopslag (hoe gebruik je de hitte van de zomer als verwarming in de winter of hoe benut je een overschot aan elektriciteit)
  • Warmtenetten (verwarming op wijkniveau)
  • De arbeidsmarkt (de beschikbaarheid van voldoende personeel)
  • Energiecollectieven – van energyhubs tot energiecoöperaties

Op alle thema’s gaan de ontwikkelingen in sneltreinvaart en er kan nog veel potentieel worden ontsloten. Michiel Kirch, directeur TKI Urban Energy: “Investeren in innovatie loont. Tegelijkertijd liggen er uitdagingen voor iedereen om nieuwsgierig te blijven naar de innovaties die er zijn; van bewoners, warmtebedrijven, woningbouwcorporaties tot aannemers en gemeenten. Techneuten en gedragsdeskundigen moeten hiervoor de handen permanent ineenslaan. Om de versnelling te helpen is daarnaast meer standaardisatie nodig (plug & play van installaties, industrialisatie van de bouw) en kan de overheid een duidelijker regierol innemen”.

Het onderzoek van TNO in opdracht van TKI Urban Energy heeft niet tot doel één oplossing te geven, de trends worden volgens drie ’potentiële marktontwikkelingen’ uitgewerkt die kunnen dienen als handvatten bij het uitrollen en bedenken van nieuw beleid, nieuwe doelen en innovaties.

De mens als beperkende factor

Wat opvalt aan de interviews is dat de opschaling in sommige gevallen gebaat is bij (technologische) innovaties, maar vaak ontbreekt het eerder aan: 1) het vertrouwen in en de bekendheid met de technologie en de voordelen ervan; 2) een goede business case waardoor er een prikkel is om te investeren; en 3) een gunstige context voor de implementatie. Zo denken bijvoorbeeld warmtebedrijven en woningcorporaties bij warmtenetten nog niet altijd aan lage temperatuurnetten en kijken projectontwikkelaars bij renovatie nog te weinig naar fabrieksoplossingen. En dat terwijl de doorontwikkeling van de innovatie vaak sneller gaat dan de kennisvergaring. Het trendrapport wil daar verandering in brengen.

Plug & Play

Er is een tekort aan (specialistische) arbeidskrachten om de energietransitie uit te voeren en op te schalen. Behalve investeren in meer personeel, zijn er ook allerlei innovaties die arbeidsbesparend zijn. Om de installatie van warmtepompen en ventilatiesystemen te versnellen kunnen plug & play methoden een grote bijdrage leveren aan het verminderen van de benodigde arbeidsuren, van kosten en van expertise.

De lopende band

Daarnaast zijn ‘lopende banden’ voor renovatie zeer kansrijk. Steeds meer consortia van bedrijven ontwikkelen totaalconcepten waarbij in een paar dagen een hele woning volledig verduurzaamd kan worden. Dat kan alleen maar dankzij gestandaardiseerde voorbereiding van de verbouwing in een industriële setting (de lopende band). Het bestaan van een industriële aanpak van renovatie van bestaande woningen is nog onbekend bij velen, waardoor de vraag ernaar erg beperkt is.

De regierol van de overheid

Een duidelijke visie en beleid vanuit de overheid kan de opschaling in de gebouwde omgeving ondersteunen door een gunstige context te creëren. Dat is gedaan met de cv-ketelvervanging door een (hybride) warmtepomp en er is meer laaghangend fruit. Bijvoorbeeld met subsidies voor ventilatiesystemen en warmteopslag.

[ad_2]

Source link

Je wilt natuurlijk zo min mogelijk geld uitgeven aan de energiekosten. Maar sommige apparaten gebruiken heel veel energie terwijl je dit misschien helemaal niet weet. In deze blog willen we je hier bewust van maken zodat jij weer wat kan besparen op je energierekening. We vertellen je welke apparaten vele energie kosten, en we geven je wat tip som je huis energiezuinig te maken.

De energieslurpers in huis

Als je een hoge energierekening hebt, is het slim om eens te gaan kijken naar welke apparaten een hoog energieverbruik hebben. Deze apparaten zijn misschien te vervangen. Hoe ouder het apparaat is, hoe meer energie deze gaat verbruiken. Apparaten met een hoog energieverbruik zijn bijvoorbeeld:

  • Een elektrische boiler

Deze verbruikt ongeveer 1.800 kWh per jaar. Gerekend met de stroomprijzen kan het bedrag hiervan oplopen van €450 tot €1260.

  • Een aquarium

Een aquarium van 60 liter verbruikt ongeveer 300 kWh per jaar. Maar een groot tropisch aquarium kan wel tot 1000 kWh per jaar verbruiken. Gerekend met de stroomprijs kan het bedrag oplopen van €250 tot €700.

  • Waterbed

Deze verbruikt ook ongeveer 300 kWh per jaar. Maar een ouder model ka wel tot 1200 kWh per jaar verbruiken. Gerekend met de stroomprijs kan het bedrag oplopen van €300 tot €840.

  • Een elektrische kachel

Een elektrische kachel zonder thermostaat kan veel energie verbruiken. Afhankelijk van de aantal uren per jaar dat je hem gebruikt, kan het bedrag oplopen van €30 tot €350.

Oude apparaten

Zoals eerder genoemd gaan apparaten meer energie verbruiken naarmate ze ouder worden. Ook gaat het apparaat vaak minder goed werken, waardoor er reparatie- en onderhoudskosten bij komen kijken. Het vervangen van het betreffende apparaat kan een hele investering zijn, maar bespaart je kosten op de lange termijn. Het vervangen van het oude apparaat is ook een duurzame keuze. Dus vervang je oude apparaat door een nieuw en energiezuinig model, en bespaar op je energierekening.

Energiezuinige apparaten

Nu weet je dus wat apparaten zijn die veel energie kosten. Om je energierekening laag te houden zijn er heel veel verschillende soorten energiezuinige apparaten op de markt. Deze apparaten zijn efficiënter in het gebruiken van energie en kunnen een groot verschil maken voor je energierekening. Een airco is bijvoorbeeld een apparaat wat veel energie kan verbruiken. Als je graag een airco wil in Limburg, dan vraag je een airco installateur in Voerendaal voor een energiezuinige airco. Deze kan je advies geven over welke airco het beste is voor bij jou in huis.

Er zijn ook andere energiezuinige apparaten op de markt. Alle producten die energie verbruiken zijn voor zien van een energielabel. Als je een nieuw apparaat gaat kopen is het belangrijk dat je hier op let. Alle beetjes helpen namelijk op je energierekening. Het energielabel bestaat uit klassen van A tot en met G. A is het meest zuinig, en G is het minst zuinig. Bij sommige apparaten kunnen er ook + achter de A staan, deze zijn dan nog zuiniger.

Ga je een woning kopen? Dan is duurzaamheid heel belangrijk. In deze blog kun je lezen waar je op moet letten als je een huis gaat kopen.

[ad_1]

Vandaag verbinden 10 CEO’s van vooraanstaande Nederlandse bedrijven zich aan op wetenschap gebaseerde klimaatdoelstellingen, de Net-Zero Science Based Targets van het Science Based Targets-initiatief (SBTi). Hiermee werken de bedrijven toe naar opereren in hun hele waardeketen in lijn met het Klimaatakkoord van Parijs en dragen ze bij aan het beperken van de wereldwijde temperatuurstijging tot 1,5°C.

De ondertekening werd gedaan tijdens een CEO-ontbijtsessie voorafgaand aan de Purpose Day XL-conferentie, onder begeleiding van vice-voorzitter van United Nations Global Compact, Paul Polman. De bedrijven die zich verbinden zijn: Intergamma, Trivium Packaging, Dura Vermeer, Koninklijke Ahrend, TBI, Verstegen Spices & Sauces, EVBox, Media.Monks, CSU, Tzorg, Zizo, en TAUW.

De zich committerende bedrijven zijn vastbesloten om emissiereductiedoelstellingen voor de korte en lange termijn vast te stellen om uiterlijk tegen 2050 een netto-nul uitstoot van broeikasgasemissies in hun hele waardeketen te bereiken, onafhankelijk gevalideerd door de technische experts van SBTi. Dit betekent dat de uitstoot snel moet verminderen en tegen 2030 halveren. Tegen 2050 mogen deze organisaties bijna geen uitstoot meer hebben en alle resterende uitstoot die niet kan worden geëlimineerd, moet geneutraliseerd worden. De SBTi Net-Zero standaard is de meest ambitieuze doelstelling die bedrijven kunnen zetten vandaag de dag en dekt de emissies van een bedrijf in de gehele waardeketen. De meeste bedrijven zullen een grondige decarbonisatie van ten minste 90% nodig hebben om uiterlijk 2050 netto-nul te bereiken.

Paul Polman: “Het meest recente IPCC-rapport is de krachtigste waarschuwing tot nu toe dat alleen onmiddellijke, grootschalige actie een volledige ineenstorting van het klimaat kan voorkomen. Het is enorm hoopvol dat deze bedrijven zich vandaag verbinden aan geloofwaardige, meetbare en op wetenschap gebaseerde doelstellingen om klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken. Hun oproep aan alle bedrijven die nog geen geloofwaardige, op wetenschap gebaseerde doelen hebben, om zich aan te sluiten, evenals hun oproep aan regeringen om ambitieuze klimaatactie voor bedrijven business as usual te helpen maken, ondersteun ik ten zeerste.

Ondernemersorganisatie VNO-NCW steunt de oproep en was aanwezig bij de ondertekening. “Heel goed dat deze nieuwe groep van bedrijven zich verbindt aan een netto-zero doelstelling in 2050 én dit ook via deze wetenschappelijke standaard gaat bewaken en realiseren. Het bedrijfsleven heeft zich gecommitteerd aan de Parijs-afspraken en het gebruik van SBTi vergroot het vertrouwen van het publiek in dat commitment. Het is wat dat betreft de gouden standaard aan het worden,’ aldus Focco Vijselaar, algemeen-directeur van VNO-NCW.

Eneco was het eerste Nederlandse bedrijf die door SBTi gevalideerde net-zero doelstellingen heeft, en CEO As Tempelman lichtte tijdens het ontbijt toe: “We hebben de verantwoordelijkheid om onze aarde leefbaar te houden voor volgende generaties, er is geen ‘Planeet B’. De laatste wetenschappelijke inzichten tonen aan dat we ons in een race tegen de klok bevinden en rigoureuze maatregelen nu nodig zijn. Ik roep alle bedrijven op om transparant te maken welk koolstofbudget ze nog mogen uitstoten dat past bij het 1,5 graden emissiepad voor hun sector. En op basis hiervan een extern gevalideerde roadmap van klimaatacties uit te voeren die daar bij past. Ieder bedrijf dient zijn verantwoordelijkheid te nemen en gezamenlijk maken we het verschil”

Over SBTi

Het Science Based Targets-initiative (SBTi) is een samenwerking tussen het CDP (Climate Disclosure Project), de United Nations Global Compact, World Resources Institute en het World Wide Fund for Nature. Science Based Targets (SBT) zijn op de wetenschap gebaseerde doelen die voor een grondige analyse van uitstoot en reductieplannen zorgen. Het SBTi beoordeelt en valideert onafhankelijk de doelstellingen voor CO₂-uitstoot van bedrijven in overeenstemming met de meest actuele klimaatwetenschap en op basis van wetenschappelijke criteria.

Over het CEO-ontbijt

Het CEO-ontbijt en de commitment van de aanwezige bedrijven werd georganiseerd door UN Global Compact Netwerk Nederland, IMPACTING.today duurzaamheidsadvies,  Purpose Day XL mede-organisator Folkert van der Molen (Van der Molen E.I.S.) en Charlotte de Voogd van H+K Strategies. Het plantaardige ontbijt werd gesponsord door Vermaat Groep.

[ad_2]

Source link

Berichten paginering