[ad_1]

Verduurzaming van de scheepvaart staat hoog op de agenda bij rederijen, verladers en beleidsmakers. De IMO ontwikkelt daarvoor internationale regelgeving en normen met als speerpunt een CO2-reductie van 40% in 2030. eConowind draagt hieraan bij met zijn VentoFoil-concept: een flexibele, verticale ‘vleugel’ die wind in extra stuwkracht omzet. Hiermee kunnen schepen op jaarbasis al tot 15 procent besparen op hun brandstofverbruik. De eerste gebruikers gaan nu officieel als ambassadeurs hun ervaringen met de markt delen.

Met de start van de CO2-taks in 2024 wordt het voor scheepseigenaren belangrijk om versneld te vergroenen. Zeker nu industrie en scheepvaart onder het vergrootglas liggen. De internationale scheepvaart is verantwoordelijk voor 3 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Desalniettemin is deze wijze van vervoer nog steeds het meest efficiënt per tonkilometer.

Frank Nieuwenhuis van eConowind vertelt: “Het is geweldig om te werken in de energietransitie en ik ben dankbaar voor de inspanningen van deze vier innovators. Met alle gebundelde kennis en ervaring kunnen we de vleugels breder beschikbaar maken. Er is momentum en de pijplijn is goed gevuld. Meerdere rederijen hebben de innovators op de voet gevolgd en de VentoFoils besteld. Met de toegenomen productiecapaciteit kunnen we de markt nog beter bedienen. We ontwikkelen door als scale-up en er lopen vergevorderde gesprekken met diverse investeerders.”

‘Wind assisted propulsion’ (WASP) op bestaande schepen leidt niet alleen tot een reductie van CO2-uitstoot, het brengt ook een significante brandstof- en kostenbesparing met zich mee. Met de VentoFoils van eConowind kunnen reders nu al op winstgevende wijze CO2 reduceren. Gebruikers zien een positieve bijdrage direct na installatie. Het onderhoudsarme systeem kan binnen twee dagen worden geïnstalleerd.

Windpioniers worden ambassadeurs

Vier Nederlandse reders hebben nauw samengewerkt met eConowind en ervaring opgedaan met de eerste 2 generaties VentiFoils. Zij gaan nu pionieren met de 3e generatie ‘VentoFoils’ en worden actief Ambassadeur van eConowind. Deze generatie vleugels levert aantoonbare besparingen op waarmee schepen tegemoet kunnen komen aan aangescherpte milieu-eisen.

Johan Boomsma van Boomsma Shipping zegt: “Bij ons staat energie-efficiëntie centraal, daarom staan we altijd open voor nieuwe ontwikkelingen. Ik denk dat de drie belangrijke factoren – kosten per eenheid, brandstofprijzen en Europese ETS-wetgeving – zich zodanig samenvoegen dat windondersteunde voortstuwing snel een van de standaardoplossingen zal gaan worden. eConowind zal erin slagen een aanzienlijke bijdrage te leveren aan de vermindering van scheepvaartemissies.

Waarom eConowind-ambassadeur worden?

Naast het bovenstaande,” vervolgt Boomsma, “willen we klanten en concurrenten laten zien dat reders hun brandstofverbruik kunnen verminderen met een bewezen, betaalbaar systeem. Voor de bemanning is het gemakkelijk te gebruiken; met een druk op de knop kun je de zeilen inzetten en weer laten zakken. Tot slot, en dat was voor ons heel belangrijk, eConowind spreekt onze taal. Als exponent van de Nederlandse maritieme maakindustrie levert zij hoogwaardige apparatuur aan reders. Wij nemen de VentoFoils mee in al onze nieuwbouwplannen.

Volgens Jan van Dam, van Van Dam Shipping is de installatie een ‘no-brainer’ geworden: “Als eerste gebruiker van het VentiFoil-systeem zien we hoe het zich positief ontwikkelt. We zullen als sector moeten vergroenen en windvoortstuwing is een ‘quick win’. Met ons 4.000 ton schip verbruiken we ongeveer 1.250 ton brandstof per jaar. Met de huidige brandstofprijzen verdien je de VentoFoils binnen 4 jaar terug. Wanneer de CO2-taks in werking treedt is dit nog sneller. Samen met Tata Steel kijken we naar de ontwikkeling van een waterstofaangedreven schip. Met dit soort dure brandstoffen verdien je de VentoFoils nog sneller terug.

Leaseconstructie voor positieve cashflow

Door moderne leaseconstructies in te zetten, zijn VentoFoils goed bereikbaar voor scheepseigenaren. Met deze financieringsoptie leveren de windondersteunde aandrijvingsunits vanaf dag 1 een positieve cashflow. Ook Thomas van Meerkerk van Vertom Group ziet het VentoFoil-systeem als onderdeel van de sustainability roadmap: “Met deze oplossing kan je de bestaande vloot verduurzamen. Als Vertom gaan we het systeem op 3 schepen inzetten. Wij onderzoeken of we nog meer schepen kunnen uitrusten met deze windvleugels. Ook onderzoeken we de inzetbaarheid van VentoFoils op duurzame nieuwbouw ontwerpen in combinatie met bijvoorbeeld waterstof of methanol. Middels de leaseconstructie kunnen we de VentoFoils cashflow neutraal inzetten. Zo kunnen we leren, onderzoeken en onze ervaringen delen met collega reders.”

Brandstof-onafhankelijk

Wind is een onuitputtelijke en gratis bron van energie. VentoFoil-systemen kunnen worden ingezet ongeacht of een schip op traditionele of groene brandstoffen vaart. Het kan duurzame brandstoffen, zoals waterstof, ammonia, methanol en/of elektriciteit een zetje in de rug geven. Dit zijn immers vaak relatief dure brandstoffen, waardoor de ROI van eConowind’s systemen korter wordt. Kapitein Gerrit Schram van Vertom ziet het toekomstbestendig maken van de scheepvaart als een belangrijke opgave: “Dit soort systemen heb je in de nabije toekomst nodig om je business te kunnen blijven runnen.

De conclusie van de ‘early adaptors’ is dan ook dat windondersteunde voortstuwing kosteneffectief, duurzaam en toekomstbestendig is. Daarom zijn ze nu actieve ambassadeurs geworden.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Amega Groep – Ames – AA Lease, TopGrass, Mourik, YasBouw en de supportersvereniging van FC Dordrecht hebben ervoor gezorgd dat binnen twee weken na de lancering van de eerste klimaatneutrale wedstrijd in het Nederlands Betaald Voetbal het Matchoholic Stadion op 19 mei al volledig is uitverkocht.

De Energiek Dordt partners willen met de kaartjes voor deze bijzondere wedstrijd iedereen uitnodigen in Dordrecht en de Drechtsteden om samen de uitdaging aan te gaan de klimaatneutrale wedstrijd te realiseren. Een collectieve challenge gedurende het hele seizoen om ervoor te zorgen dat activiteiten voor, tijdens en na deze wedstrijd geen negatieve effecten hebben op het klimaat. Wat betekent dat voor de mobiliteit, catering en energie rondom deze wedstrijd? Welke lessen, nieuwe ideeën en initiatieven creëert dat voor de stad en de regio? Met deze gezamenlijke uitdaging in Dordrecht en de Drechtsteden willen wij duurzaamheidsdoelen versneld realiseren. Voor de club, de stad en de regio.

Reinier de Koning (Commercieel Directeur Ames Autobedrijf) en Marijn Bakker (Commercieel Directeur AA Lease) namens de initiatiefnemers: “De eerste klimaatneutrale wedstrijd in het Nederlands Betaald Voetbal vinden wij een prachtig initiatief dat alleen door samenwerking succesvol gaat worden. Door deze duurzaamheid challenge zal Energiek Dordt als samenwerking tussen het betaald voetbal, bedrijven, overheid, onderwijs en maatschappelijke organisaties in Dordrecht en de Drechtsteden verder worden geïntensiveerd. Hierdoor kunnen we het onmogelijke mogelijk maken. Voor onze toekomst én de volgende generaties.

Inmiddels zijn er al veel partijen betrokken zoals de supportersvereniging van FC Dordrecht, verschillende sponsoren/bedrijven, Duurzaamheidsfabriek, gemeente Dordrecht, Smart Delta Drechtsteden, Big Rivers, Bureau 2030, Energiek Dordt Foundation, Economic Development Board, HBO Drechtsteden, KNVB en de Keuken Kampioen Divisie om samen op zoek te gaan naar oplossingen, nieuwe ideeën en initiatieven

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Meer dan twee derde van jonge Nederlanders vindt klimaatimpact van werkgevers een belangrijke factor bij het zoeken naar een baan. Dit is een van de opmerkelijkste resultaten van de meest recente jaarlijkse Klimaatenquête van de Europese Investeringsbank (EIB), uitgevoerd in augustus 2022 en vandaag gepubliceerd. De EIB is de kredietverlenende instelling van de Europese Unie en wereldwijd een van de grootste multilaterale kredietverleners voor klimaatactieprojecten. In het tweede deel van de EIB Klimaatenquête 2022-2023 is onderzocht wat mensen vinden van klimaatverandering in een snel veranderende wereld. De resultaten hebben betrekking op het individuele gedrag van burgers en wat ze doen om klimaatverandering tegen te gaan.

Uit het onderzoek blijkt dat:

  • 69% van de Nederlanders tussen 20 en 29 jaar zegt dat de klimaatimpact van een toekomstige werkgever een belangrijk criterium is bij de keuze van een baan, en 13% zegt zelfs dat het een topprioriteit is
  • 69% van alle Nederlandse respondenten zegt ervan overtuigd te zijn dat hun eigen gedrag een verschil kan maken in de aanpak van de klimaatnoodtoestand
  • 67% is voorstander van etikettering van alle voedselproducten om de impact op het klimaat en het milieu te helpen beperken.
  • 55% van de mensen onder 30 jaar is voorstander van een beperking van de hoeveelheid vlees- en zuivelproducten die mensen kunnen kopen

Individueel gedrag en strengere overheidsmaatregelen

De oorlog in Oekraïne en de gevolgen daarvan, zoals de stijging van de energieprijzen en de inflatie, hebben de bezorgdheid over de dalende koopkracht drastisch doen toenemen. Klimaatverandering blijft echter de op een na grootste uitdaging – na de financiële crisis maar vóór de gestegen kosten van levensonderhoud – volgens de Nederlanders (51% van de bevolking zegt dat klimaatverandering of aantasting van het milieu de grootste uitdagingen zijn waarmee mensen in het land worden geconfronteerd). De hiërarchie van uitdagingen is dezelfde als in België, terwijl klimaatverandering in Duitsland op de eerste plaats komt (voor 57% van de respondenten), vóór de financiële crisis en de gestegen kosten van levensonderhoud.

Meer dan twee derde van de Nederlandse respondenten (69%, 7 procentpunten meer dan de 62% in België maar 6 procentpunten minder dan de 75% in Duitsland) zegt ervan overtuigd te zijn dat hun eigen gedrag een verschil kan maken in de aanpak van de klimaatnoodtoestand.

Meer vrouwen (73%) dan mannen (64%) zijn ervan overtuigd dat hun individuele gedrag een impact kan hebben.

Met name jonge mensen zeggen dat het een taak is van de overheid om individuele gedragsverandering aan te moedigen. 55% van de mensen onder 30 jaar (14 procentpunten onder de 69% in Duitsland en 10 procentpunten onder de 65% in België) zou voorstander zijn van strengere overheidsmaatregelen om het gedrag van mensen te veranderen en ze ertoe te bewegen klimaatverandering aan te pakken, terwijl slechts 46% van de mensen boven 30 jaar dergelijke maatregelen zou toejuichen.

Een nieuwe baan kiezen

Aangezien er elk jaar nieuwe mensen op de arbeidsmarkt komen, worden klimaatoverwegingen steeds belangrijker bij het kiezen van een werkgever. Het merendeel van de bevolking (55%, 7 procentpunten onder het EU-gemiddelde van 62%, maar dicht bij de 52% in België en 56% in Duitsland) zegt inmiddels dat het belangrijk is dat een toekomstige werkgever prioriteit geeft aan duurzaamheid. Voor 11% van de respondenten is het zelfs een prioriteit. Deze meerderheid geldt voor het gehele politieke spectrum en voor alle inkomensniveaus.

Van de mensen tussen 20 en 29 jaar — doorgaans degenen die op zoek zijn naar hun eerste baan — zegt meer dan twee derde (69%, 7 procentpunten onder het EU-gemiddelde van 76% en 12 procentpunten onder de 81% in Duitsland, maar dicht bij de 73% in België) dat duurzaamheid een belangrijke factor is bij hun keuze, en 13% (9 procentpunten onder het EU-gemiddelde van 22%, 11 procentpunten onder de 23% in Nederland en 5 procentpunten onder de 18% in Duitsland) zegt zelfs dat het een topprioriteit is.

Voedseletikettering en -prijsstelling

De voedselproductie neemt een aanzienlijk deel van de uitstoot van broeikasgassen voor haar rekening. Om mensen te helpen duurzamere keuzes te maken bij het boodschappen doen, is 67% van de Nederlanders voorstander van etikettering van alle voedselproducten om de klimaatvoetafdruk ervan vast te stellen. Dit ligt dicht bij het percentage in België (72%) maar 13 procentpunten onder het percentage in Duitsland (80%).

Daarnaast zegt een kleine meerderheid (52%) van de Nederlanders bereid te zijn iets meer te betalen voor voedsel dat lokaal en duurzamer is geproduceerd (9 procentpunten minder dan de Duitsers).

Vermindering van de consumptie van vlees- en zuivelproducten zou een andere efficiënte manier zijn om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Terwijl 55% van de mensen onder 30 jaar voorstander zou zijn van een beperking van de hoeveelheid vlees- en zuivelproducten die mensen kunnen kopen om klimaatverandering tegen te gaan, zou slechts 43% van de mensen boven 30 jaar daartoe bereid zijn (23 procentpunten minder dan de Italianen en 6 procentpunten minder dan de Duitsers, maar vergelijkbaar met de Belgen, 44%).

In de woorden van Kris Peeters, vice-president van de EIB: “De uitkomst van de EIB Klimaatenquête toont aan dat de Nederlanders bereid zijn om op individueel niveau mee te werken aan de strijd tegen klimaatverandering en aandacht hebben voor de klimaatimpact van hun baan en hun toekomstige werkgever. Als klimaatbank van de EU juichen we deze betrokkenheid toe. Het is onze taak om mensen in staat te stellen de klimaatcrisis te bestrijden. Dat doen we door groene diensten te financieren, zoals duurzaam vervoer, hernieuwbare energie en energie-efficiënte gebouwen. In 2022 hebben we in Nederland voor € 731 miljoen bijgedragen aan groene projecten. Deze groene projecten scheppen talrijke en zinvolle banen voor jongeren. We zullen steun blijven geven aan bedrijven en initiatieven die de groene transitie versnellen, en zoeken naar innovatieve manieren om bij te dragen aan een welvarende toekomst waarin niemand wordt uitgesloten.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Door een goede mix van zon en wind verbruikt Hedin Automotive ongeveer 65% van hun energie op het moment dat het wordt opgewekt. Gelijktijdigheid noemen we dat. Het gelijktijdig gebruiken van groen opgewekte energie is het meest duurzaam, het is financieel aantrekkelijk en het zorgt er bovendien voor dat het elektriciteitsnet zo min mogelijk wordt belast. Een win-win-win situatie dus. Groendus helpt Hedin Automotive (voorheen Stern) via haar Energiemarktplaats met deze vernieuwende vorm van duurzaam energieverbruik. De puzzelstukken van het verduurzamingsvraagstuk, waar de partijen samen al ruim 16 jaar aan werken, vallen daarmee steeds meer op hun plek.

Hoe het begon: inzicht en besparen

Zestien jaar geleden was verduurzamen nog niet zo’n belangrijk thema als nu. Dit was dan ook niet de directe aanleiding voor het toenmalige Stern om bij het toenmalige CT Energy (voorloper Groendus) aan te kloppen. De vraag was wel: kunnen jullie onze onoverzichtelijke stromen van energie, bijkomende kosten en facturen op orde brengen? Dat kon!

Het begon met het plaatsen van slimme meters en het creëren van goed, real-time inzicht. Door een accurate factuurcontrole en een geavanceerd verspilalarm werden de eerste serieuze besparingen gerealiseerd. En daarmee geleidelijk ook de eerste verduurzamingsstappen. Dit bleek de start van een complete en verregaande verduurzamingsroute.

Weten waar je energie vandaan komt

Toen Hedin Automotive eenmaal grip op haar energiestromen had, kwam er steeds meer focus op duurzaamheid. Zij wilden daarom weten waar hun energie vandaan kwam. Het zelf opwekken van energie met zonnepanelen bleek een perfecte oplossing voor het autobedrijf. Om deze stroom optimaal te benutten, zet Hedin Automotive de Groendus Energiemarktplaats in. Dit handelsplatform stelt hen in staat om de zelfopgewekte zonnestroom te verdelen over verschillende vestigingen. Daarmee is Hedin Automotive haar eigen, groene energieleverancier.

Bastiaan Geurts – Chief Marketing Officer bij Hedin Automotive: “Wij staan achter het idee om stroom te gebruiken op het moment dat het wordt opgewekt. Het opwekken en gelijktijdig verbruiken van onze eigen zonne-energie was daarin al een mooie duurzame stap. Maar op het moment dat de zon niet scheen, hadden we geen toegang tot lokale, duurzame stroom. Daar wilden we verandering in brengen! Groendus heeft hier met haar Energiemarktplaats een innovatieve en bedrijfseconomisch interessante oplossing voor. Zo bewegen we steeds meer naar een volledig groen en gelijktijdig energieverbruik.”

Een goede mix van zon en wind

Door windenergie toe te voegen aan de energiemix zou Hedin Automotive een veel evenwichtiger aanbod van duurzame energie krijgen. Zon en wind zijn namelijk complementaire duurzame bronnen. In de zomer en overdag is er meer zon. In de winter en ’s nachts is er meer wind. De gelijktijdigheidsscore van Hedin zou hiermee flink stijgen (van 25% naar 65%). Via de Energiemarktplaats werd de zoektocht gestart naar een producent die met goede prijsafspraken het energieprofiel van Hedin Automotive kon verrijken.

Hedin Automotive vond een perfecte match in de windenergie van twee boeren die in 2003 besloten om in een eigen windmolen te investeren. Die twee windmolens, in een uitgestrekte wei in Lelystad, leveren jaarlijks 2.600 Megawattuur aan duurzame stroom extra aan Hedin. Dit staat gelijk aan het energieverbruik van zo’n 900 huishoudens per jaar.

Wind van de boer

Op een uitgestrekt landgoed verbouwt Jan van Bavel onder andere aardappels, uien, bieten, tarwe en witlof. Duurzaamheid is belangrijk voor Van Bavel. Hij teelt de helft van zijn gewassen daarom al biologisch. Zijn processen draaien bovendien nagenoeg op 100% zelfopgewekte energie. Dat kan doordat er 1.300 zonnepanelen op zijn daken liggen. En er staat dus ook een windmolen op zijn erf.

Jan wekt met deze windmolen zoveel energie op, dat hij groene stroom overhoudt. Energie die hij zelf niet kan gebruiken verhandelt hij via de Energiemarktplaats aan onder andere Hedin Automotive.

Op naar 100% gelijktijdigheid

Dat het akkerbouwbedrijf van Jan van Bavel bijna helemaal op schone, zelfopgewekte stroom kan draaien, is behoorlijk uniek. Ook Hedin Automotive streeft hiernaar. Zij willen de laatste 35% van hun energieverbruik die nog niet gelijktijdig gebruikt wordt dan ook graag vergroenen. Samen met Groendus worden daarom op dit moment verschillende subsidieaanvragen voorbereid om op nog eens 21 vestigingen zonnepanelen te kunnen plaatsen. Daarbij worden de mogelijkheden van batterijopslag en energiesturing onderzocht om de zelfopgewekte schone energie flexibel in te kunnen zetten.

You Jong Chow – Key Accountmanager bij Groendus: “Het is goed om te zien dat Hedin Automotive en Jan van Bavel elkaar gevonden hebben via de Energiemarktplaats. Een perfect voorbeeld van de duurzame matches die ons platform maakt. Jan kan zijn groene stroom goed verkopen. En Hedin Automotive maakt hiermee een grote verduurzamingsslag. Ik zie ernaar uit om de volgende duurzame stappen samen te realiseren. Op naar de 100% gelijktijdigheid!”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

TIBO Energy kondigt het eerste Smart Grid management platform aan voor toepassing bij veelomvattende bedrijventerreinen en onderwijs- en zorgcampussen. De basis van de vierdelige totaaloplossing is de Digital Twin technologie, waarbij een digitale replica van het netwerk wordt gemaakt.

Voor steeds meer bedrijventerreinen en onderwijs- en zorgcampussen vormt de netcongestie, te midden van de energietransitie, een grote uitdaging. Met een groot scala aan gebouwen, voorzieningen en vaak duizenden gebruikers hebben zij te maken met een complex energiesysteem. Doel van het intelligente TIBO platform is dat deze organisaties zelf inzicht krijgen in het energiehuishouden en deze centraal kunnen aansturen om de netcongestie, energiekosten en emissie onafhankelijk te beheersen.

Digital Twin technologie

Uniek aan het platform is dat er eerst een Digital Twin van het elektriciteitsnetwerk wordt gemaakt. Deze digitale replica (stap 1) is een virtueel energienetwerk dat de middelen, het verbruik en de behoefte in kaart brengt. Door zowel historische als real-time data te importeren in de Digitale Twin krijgt de gebruiker allereerst helder real-time inzicht in het verbruik en de behoefte (stap 2) in verhouding tot de beschikbaarheid.

De toekomst voorspellen en aansturen

Aan de Digital Twin worden energie opwekkers, -opslag en -verbruikers gekoppeld. Op basis van de doelstellingen worden het opwekken, opslaan en verbruiken van energie, automatisch beheerd (stap 3). Om resultaten te optimaliseren of om beslissingen over nieuwe energievoorzieningen te nemen, is het mogelijk om scenario’s (stap 4) met behulp van de Digital Twin te maken. Zo koppelt de gebruiker bijvoorbeeld een nieuwe energieleverancier, warmtepomp of laadpaal aan het netwerk en krijgt men de mogelijke consequenties op netcongestie, kosten, uitstoot en verbruik te zien.

Technische Universiteit Eindhoven

TIBO werkt samen met de Technische Universiteit Eindhoven aan innovatieve oplossingen om haar elektriciteitsnetwerk slimmer en zelfstandiger te maken, waardoor zij efficiënter gebruik maakt van de beschikbare energie, kosten bespaart en de emissie verlaagt. Een groot deel van de benodigde energie wordt opgewekt door zonne-energie maar onder andere de piekbelasting vormt een grote uitdaging voor Technische Universiteit.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

In het windenergiegebied ten Noorden van de Waddeneilanden plant Nederland de eerste grootschalige waterstofproductie op zee. Het windpark is goed voor circa 500 Megawatt elektrolysecapaciteit en moet rond 2031 operationeel zijn. Het gebied is gekozen omdat hier al een windpark gepland stond voor de productie van elektriciteit, mogelijk een bestaande aardgasleiding hergebruikt kan worden voor het transport naar land én het goed aangesloten kan worden op het waterstofnetwerk op land.

In de regio Groningen is veel draakvlak voor de komst van dit project. Dit project zal de eerste zijn waarbij waterstofproductie op zee op grote schaal wordt toegepast. Hiermee doet het Rijk, betrokken bedrijven en netbeheerders waardevolle ervaring op met deze nieuwe techniek die een grote rol gaat spelen in het energiesysteem van de toekomst.

Minister Rob Jetten: “Met dit plan lopen we wereldwijd voorop. Het is bovendien een flinke stap bovenop de doelstelling uit het Klimaatakkoord van 4GW elektrolyse in 2030. Het gebied hebben we nu al als voorkeurslocatie aangewezen zodat de voorbereidingen snel kunnen beginnen en we de sector duidelijkheid geven zodat zij hun investeringsplannen kunnen gaan maken. Ik ben ook erg blij met de steun die we van de lokale overheden krijgen. De provincie en de gemeentes zetten vol in op een groene economie waarbij de productie van duurzame energie centraal staat.“

Voordat de tenders uitgeschreven worden, werkt het ministerie samen met de regio Groningen, partijen rondom het waddengebied en betrokken partijen een aantal belangrijke zaken zorgvuldig uit. Zoals de aanlanding van de leiding om de waterstof van het windpark aan land te brengen en hoe de waterstofproductie veilig en ecologisch verantwoord kan gebeuren.

Het project wordt het eerste project dat aansluit op het waterstoftransportnetwerk op zee van Gasunie. Dit netwerk gaat grote hoeveelheden waterstof aan land brengen en wordt aangesloten op het waterstofnetwerk op land. Dit jaar wordt uitgewerkt hoe het waterstofnetwerk op zee eruit moet komen te zien. Hierbij wordt ook gekeken in welke mate hergebruik van bestaande gasinfrastructuur op de Noordzee haalbaar is.

Als opstap naar dit project, wordt ook gewerkt aan een kleinere pilot met een elektrolysecapaciteit van circa 50-100MW. Hiermee moeten de eerste mankementen uit de techniek gehaald worden zodat het project van 500MW efficiënt gerealiseerd kan worden. Later dit jaar wil de minister ook voor dit kleinere project een voorkeurslocatie kiezen.

Foto: Orsted

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Om een fiftyfifty kans te hebben op het halen van het 1,5 gradendoel van Parijs kon de wereld begin 2020 nog 500 gigaton CO2 uitstoten. Daarvan is nu, drie jaar later, nog slechts 380 gigaton over. Hierdoor overschrijden we in vrijwel alle scenario’s de 1,5 graden opwarming tussen 2030 en 2035: tien jaar eerder dan verwacht in het vijfde synthese-rapport van het IPCC (AR5) uit 2014. Desondanks is het nog steeds mogelijk de opwarming aan het einde van de eeuw tot 1,5 graden te beperken met hooguit een beperkte overschrijding. Dat concludeert het zesde synthese-rapport (AR6) van het IPCC vandaag, waaraan onderzoekers van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) intensief hebben meegeschreven.

Beslissend moment voor 1,5 graden

De wereld was in het afgelopen decennium al 1,1 graden warmer dan in 1850, waarbij de opwarming boven land (1,6 graden) beduidend sneller gaat dan boven de oceanen (0,8 graden). Om af te koersen op het 1,5 gradendoel van Parijs moet de wereldwijde broeikasgasuitstoot in 2030 ruim 40% lager liggen dan in 2019 en zo’n 70% lager in 2040, om vervolgens rond 2050 op netto nul CO2-emissie uit te komen. Voor ‘ruim onder de 2 graden’ zijn de benodigde reducties ten opzichte van 2019 20% in 2030, bijna 50% in 2040 en netto nul CO2-emissie in de tweede helft van de eeuw. In vrijwel alle scenario’s spelen methodes om CO2 uit de lucht te verwijderen een rol. De reducties zijn technologisch haalbaar. Halvering van de wereldwijde uitstoot in 2030 is mogelijk met maatregelen die minder dan 100 dollar per ton CO2-reductie kosten, constateert het IPCC.

Alle wetenschap over klimaat samengebracht in synthese-rapport

Het synthese-rapport van het IPCC biedt een overzicht van alle wetenschappelijke kennis over klimaat aan beleidsmakers. De afgelopen jaren zijn drie onderliggende deelrapporten verschenen naast drie speciale rapporten. Dit nieuwe synthese-rapport brengt alle kennis hieruit op een overzichtelijke manier samen. In de komende jaren zal het synthese-rapport de basis vormen voor nieuwe klimaatplannen van overheden.

Elke 0,1 graad opwarming telt

Het rapport toont hoe onvermijdelijk en urgent het beperken van klimaatverandering is, maar ook dat beleid om ons aan te passen aan een warmere en onberekenbaardere wereld onvermijdelijk is. Mede-auteur Detlef Van Vuuren (onderzoeker van klimaatscenario’s bij het PBL en hoogleraar aan de Universiteit Utrecht): “De beslissingen die in de komende tijd genomen worden zullen in belangrijke mate bepalen of we de Parijsdoelen halen. Zonder een forse aanscherping van beleid zal dit het laatste IPCC-rapport zijn waarin het bereiken van 1,5 graden nog mogelijk is. Mocht dit doel echter niet worden gehaald, dan geldt nog steeds dat we maximaal aan de slag moeten. Elke 0,1 graad telt.”

Klimaatverandering en zeespiegelstijging steeds duidelijker zichtbaar

Veel meer dan ten tijde van eerdere klimaatrapporten zijn de gevolgen van klimaatverandering nu al duidelijk zichtbaar. In de afgelopen jaren kwamen extreme neerslag, droogte en hittegolven vaker voor. De zeespiegel is sinds 1900 gestegen met 20 centimeter. Het is duidelijk dat de zeespiegel tot ver na 2100 zal blijven stijgen met een snelheid die sterk wordt bepaald door de uitstoot van broeikasgassen vanaf nu. Door zeespiegelstijging worden na 2100 aan de Nederlandse kust extreme waterhoogtes, die nu eens per eeuw voorkomen, tien tot vijftig keer frequenter dan nu. Mede-auteur van het rapport Aimée Slangen, zeespiegelonderzoeker bij het NIOZ: “Het synthese-rapport benadrukt dat aanpassing aan klimaatverandering en zeespiegelstijging op verschillende manieren mogelijk is, maar zonder snelle beperking van verdere opwarming is het dweilen met de kraan open.”

Huidig beleid is nog steeds ruim onvoldoende

Sinds het Parijsakkoord in 2015 hebben veel landen aanvullend klimaatbeleid geformuleerd om de opwarming tot 2 graden te beperken. Maar volgens de beste inschatting koerst de wereld met het huidige beleid af op ongeveer 3 graden (2,2 tot 3,5) opwarming in 2100. Daarmee blijven de Parijsdoelen (ruim onder de 2 graden, bij voorkeur 1,5) nog buiten bereik. Er is dus sprake van zowel een gebrek aan ambitie (de huidige doelstellingen van landen zijn nog onvoldoende) als een tekort aan implementatie (landen voeren nog onvoldoende uit wat ze beloven). Een snelle aanscherping van beleid is noodzakelijk. Het IPCC waarschuwt dat met iedere 0,1 graad bovenop 1,5 graden opwarming de risico’s op weersextremen als neerslag, droogte en hittegolven toenemen. Ontwrichting van kwetsbare ecosystemen (zoals warmwaterkoralen en polaire gebieden) dreigt hierdoor, terwijl ruim 3 miljard mensen leven in gebieden die gelden als bijzonder kwetsbaar.

Emissiereducties in alle sectoren op korte termijn

Deze zesde rapportenreeks van IPCC is de eerste na het afsluiten van het Parijsakkoord. De broeikasgasuitstoot was in het afgelopen decennium (2010-2019) in absolute zin hoger dan ooit, hoewel de groei afvlakte, mede dankzij het huidige beleid. Effectief, sneller en rechtvaardig klimaatbeleid is de komende jaren nodig om de wereld op een veilige koers te brengen. Daarvoor zullen broeikasgasemissies in alle sectoren op korte termijn moeten dalen. Snelheid is ook geboden om stranded assets zoveel mogelijk te voorkomen: investeringen in fossiele installaties en infrastructuur die vroegtijdig ontmanteld moeten worden.

Hoopvolle ontwikkelingen

De afgelopen jaren tekenden zich verschillende hoopvolle bewegingen af. Zonne- en windenergie, efficiënter energiegebruik, elektrificatie, groene infrastructuur in stedelijke gebieden, herbebossing en het verminderen van voedselverspilling zijn technisch goed mogelijk, worden steeds goedkoper en kunnen rekenen op brede publieke steun.

Grote gezondheidswinst door klimaatbeleid

Een belangrijk neveneffect van de energietransitie is dat luchtverontreiniging sterk afneemt bij minder verbranding van olie, gas en kolen. Hierdoor is klimaatbeleid welzijnsverhogend. Alleen al de economische waarde van gezondheidswinst door schonere lucht is waarschijnlijk vergelijkbaar met de kosten van klimaatbeleid. Het rapport laat zien dat beleidsmakers, industrie en samenleving samen kunnen werken om veranderingen door te voeren en een duurzame toekomst te garanderen voor iedereen.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De energievoorziening in Nederland gaat veranderen. Maar hoe de energietransitie precies vorm krijgt, is nog onduidelijk. Uit onderzoek van Berenschot, Arcadis en TNO blijkt dat de volumes gevaarlijke stoffen (zoals waterstof en ammoniak) die nodig zijn om de energietransitie te bespoedigen enorm kunnen toenemen. Om deze ontwikkelingen veilig te laten verlopen, dienen de energietransitie en de (omgevings)veiligheid nu al een plek te krijgen in beleid, wet- en regelgeving en risicobeperkende maatregelen.

Drie varianten

In dit onderzoek zijn mogelijke ontwikkelingen geschetst aan de hand van drie varianten: twee gebaseerd op (Europese) beleidsvoornemens en een op de ambities van marktpartijen. In alle gevallen is er op korte termijn behoefte aan import van hernieuwbare waterstof, voornamelijk per schip in de vorm van ammoniak. Er bestaat al een wereldmarkt voor en ammoniak is per schip eenvoudiger in grote hoeveelheden te transporteren dan waterstof zelf. Bij twee van de drie varianten kan het dan gaan om megatonnages ammoniak voor de industrieclusters rond de grote havens. Een deel is voor de industrieclusters rond de grote havens. Het overgrote deel van de import is echter het gevolg van de waterstofbehoefte in Duitsland en de doorvoer naar het achterland. Ook zal er import en doorvoer naar België via de Westerschelde en doorvoer vanuit België door Nederland plaatsvinden.

Veiligheidsbeleid onder druk

Waterstof speelt straks een belangrijke rol in de verduurzaming van de energievoorziening. De kans dat fossiele brandstoffen tegelijkertijd compleet verdwijnen, is op korte termijn (tot 2035) niet heel groot. Het transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor neemt daarmee naar verwachting flink toe. Het is daarbij niet de vraag óf huidig veiligheidsbeleid rond gevaarlijke stoffen (het zogenaamde Basisnet) onder druk komt te staan, maar wanneer en voor welke transportmodaliteit en op welke plek als eerste. Naast een grote belasting van de infrastructuur en verhoging van risico’s trekt transport van gevaarlijke stoffen een grote wissel op stedelijke ontwikkeling in de buurt van spoor, water en wegen, omdat de potentiële effecten van een incident heel ver kunnen reiken.

Proactief handelen

Om de hoeveelheden waterstof of ammoniak uit de midden- en hoge variant van deze studie vervoerd te krijgen, is het beschikbaar komen van grote ammoniakkrakers, buisleidingen voor waterstof en een ammoniakbuisleiding nodig. Ook andere modaliteiten, zoals transport via spoor en water, zullen een rol van betekenis blijven spelen, zeker in de periode die nodig is om die krakers en buisleidingen gereed te maken. Om ontwikkelingen rond waterstof en bijbehorende transportstromen veilig te laten verlopen, dienen (omgevings)veiligheidsaspecten en risicobeperkende maatregelen nu al de juiste aandacht en plek te krijgen in alle relevante wet- en regelgeving. Volgens de onderzoekers is daarnaast in ieder geval visieontwikkeling onder regie van de rijksoverheid noodzakelijk, om te voorkomen dat in een later stadium (duurdere) maatregelen nodig zijn om de veiligheid alsnog te borgen.

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Er komt een plafond voor de hoeveelheid CO2 die de luchtvaart, vertrekkend vanuit Nederland, mag uitstoten. Dat heeft het kabinet op voorstel van minister Harbers van Infrastructuur en Waterstaat besloten. Het CO2-plafond gaat ervoor zorgen dat de doelen voor de reductie van CO2 door de luchtvaart worden gehaald.

Voor de meeste sectoren zijn de klimaatdoelen voor de komende jaren al vastgelegd in de klimaatwet, maar voor de luchtvaart is dat niet het geval. Met het CO2-plafond worden ook de doelen voor de luchtvaart in een wet vastgelegd.

In 2019 werd het Akkoord Duurzame Luchtvaart gesloten tussen de luchtvaartsector, kennisinstellingen en de overheid (de Duurzame Luchtvaarttafel). Met het plafond ontstaat er een prikkel voor zowel de sector als de overheid om werk te maken van de afspraken over verduurzaming van de luchtvaart.

Het plafond zal gelden voor uit Nederland vertrekkende, internationale vluchten. Het maximum aan CO2-uitstoot dat per luchthaven wordt vastgesteld zal voor meerdere jaren gelden, zodat een overschrijding in één jaar kan worden gecompenseerd in volgende jaren.

De afgelopen tijd is gekeken naar drie varianten voor een CO2-plafond. De variant waarbij er per luchthaven een plafond wordt ingesteld bleek als enige uitvoerbaar en te verenigen met internationale regelgeving.

De komende tijd wordt het CO2-plafond verder uitgewerkt. Daarbij zullen stakeholders worden betrokken, waaronder de Duurzame Luchtvaarttafel onder voorzitterschap van Lodewijk Asscher. De ambitie is om het plafond in 2025 in te voeren.

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Bij de opzet van het Klimaatakkoord dat in 2019 onder leiding van Ed Nijpels tot stand kwam, werd de status quo beschermd. Fundamentele veranderingen bleven onbesproken, en de belangen van grote bedrijven werden goed bewaakt. Dat concludeerde onderzoeksbureau TNO in een rapport dat meer dan een jaar stof lag te verzamelen en dat pas vorige week werd gepubliceerd. Critici waarschuwen dat de fouten van toen zich dreigen te herhalen, nu Nederland zich opmaakt voor een Landbouwakkoord. Dit bericht onderzoeksplatform Follow the Money.

In het in juni 2019 gesloten Klimaatakkoord spraken de overheid, bedrijven, vakbonden en ngo’s af hoe Nederland in 2030 de CO2-uitstoot ten opzichte van 1990 met 49 procent moet hebben gereduceerd. Er waren sectortafels voor onder andere ‘industrie’, ‘landbouw’ en ‘elektriciteit’ waar deelnemers maatregelen bedachten voor die sectoren.

Over het rapport

Wie schreef het Klimaatakkoord? In het besluitvormingsproces dat heeft geleid tot het Klimaatakkoord van 2019, bedoeld om de nationale reductiedoelstellingen te halen, was ruimte voor nauwe betrokkenheid van verschillende stakeholders. Door maatschappelijke actoren uit  verschillende sectoren een prominente plek te geven aan de sectortafels, is getracht tot een akkoord te komen dat aansluit bij de mogelijkheden, beperkingen en behoeften van actoren die uiteindelijk door klimaatbeleid geraakt zullen worden. Maar tegelijkertijd hebben sommige van diezelfde actoren grote economische belangen in de koers van het klimaatbeleid – belangen die mogelijk niet (volledig) stroken met het hoofddoel om klimaatverandering zo effectief mogelijk terug te dringen.

Het rapport heeft als doel om inzichtelijk te maken uit welke koker(s) de  gemaakte klimaatafspraken komen: welke belangen zijn vertaald in het Klimaatakkoord, en welke belangen worden niet gediend door het Akkoord? Op basis van 34 interviews met stakeholders en publieke actoren is onderzocht hoe de opzet van het klimaattafeloverleg de selectie van deelnemers bepaalde, welke verduurzamingsopties en aanverwante thema’s wel en niet besproken werden, hoeveel ruimte verschillende belangengroepen hadden om zelf onderwerpen te agenderen, en hoe dit verloop uiteindelijk de uitkomst – het Klimaatakkoord – heeft bepaald.

Lees het volledige artikel

Beeld: ©EZK / Valerie Kuypers

[ad_2]

Source link

Berichten paginering