[ad_1]

Evenementencomplex Brabanthallen ‘s-Hertogenbosch is recentelijk voorzien van 5.000 zonnepanelen op het dak, waardoor het gebouw nu meer energie levert dan het verbruikt. Dit is voor de Brabanthallen een logische ontwikkeling in hun stappen richting duurzaamheid. Bij Brabanthallen ‘s-Hertogenbosch staat duurzaamheid hoog in het vaandel. Als één van de grootste evenementencomplexen van Nederland wordt dan ook graag gekozen voor milieuvriendelijke oplossingen. Het dak is nu voorzien van 5.000 zonnepanelen waardoor het complex meer energie levert dan het verbruikt. In één jaar leveren de panelen ca. 1.600.000 kWh, wat overeenkomt met het verbruik van 586 huishoudens bij een gemiddeld elektriciteitsverbruik per huishouden van 2.730 kWh/jaar.

Gecombineerd project

Het gaat om een gecombineerd project voor solar-installatie (pv-panelen) en dakrenovatie. Eerst is het dak voorzien van witte dakbedekking en zijn de daken na-/bij-geïsoleerd. Door de witte dakbedekking wordt de opwarming door het dak in de hallen verminderd. Met extra isolatie wordt opwarming door het dak in de zomer en het warmteverlies vanuit de hallen in de winter verminderd. Vervolgens zijn er 5.000 zogenaamde amorfe, ook wel flexibele zonnepanelen genoemd, aangebracht door middel van een lichtgewicht plaksysteem. Een mooie oplossing voor een lichte constructie. De panelen wegen slechts 4 kg/m2, waardoor er weinig gewicht aan de daken is toegevoegd zodat er nog voldoende gewicht in de dakconstructies kan worden gehangen voor de evenementen in de Brabanthallen.

Duurzaamheid

Een belangrijke overweging bij de aanschaf van de zonnepanelen is uiteraard duurzaamheid. Zonne-energie is een bron van groene, duurzame energie. Zonnepanelen zorgen voor flink wat minder CO2 uitstoot. Daarnaast biedt het gebruik van zonnepanelen financiële voordelen, wat geen overbodige luxe is met de huidige energieprijzen. De opbrengst van de 5.000 zonnepanelen is ongeveer 1,6 miljoen kilowattuur per jaar. Het eigen stroomgebruik door Brabanthallen is wisselend. Dit kan op het ene moment meer dan 100% van het vermogen van de zonnestroominstallatie zijn en soms wordt er nauwelijks stroom gebruikt.

Duurzaamheid wordt steeds belangrijker voor bedrijven. Eerder was Brabanthallen ‘s-Hertogenbosch al overgegaan op LED-verlichting, wat een langere levensduur heeft en al snel tot 90% minder energie verbruikt dan andere verlichting. Daarnaast is de LED-verlichting bij Brabanthallen gekoppeld aan bewegingssensoren waardoor ze niet continu aan staan. In de loop van dit jaar zal Brabanthallen het parkeergebied uitbreiden waarbij ook een gedeelte bestemd is voor laadpalen. Zo kunnen bezoekers van evenementen, maar ook bewoners uit de omgeving, hun elektrische auto’s daar opladen.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De energietransitie leeft sterk onder industriële bedrijven in de Rotterdamse haven. Dat blijkt uit onderzoek van Actemium onder toonaangevende bedrijven in de industrie. De meeste bedrijven volgen een ambitieuze strategie met concrete doelen. Daarmee willen ze vooral hun energiekosten verlagen, maar bijvoorbeeld ook het bedrijfsimago versterken en operationeel blijven. En voor een duurzamer energiegebruik heeft groene waterstof de meeste potentie.

Het onderzoek dat Actemium vorig jaar uitvoerde, had een zeer hoge respons van 68%. “Alleen hieruit blijkt al hoezeer de energietransitie in de industrie leeft”, zegt Koen Staffeleu, Director Business Development & Green Hydrogen van Actemium. In totaal toonden circa 100 personen zich bereid deel te nemen aan het onlineonderzoek. Het betreft vooral directeuren en projectmanagers maar ook veel engineers en technical managers. Ruim 80% vindt de energietransitie van (groot) belang voor hun bedrijfsonderdeel en is als medebeslisser (52%) of beïnvloeder (29%) erbij betrokken. Slechts één op de twaalf vindt de energietransitie niet of nauwelijks belangrijk.

Inspirerende benchmark

“Rotterdam is een wereldhaven met toonaangevende (chemische) industrie voor wie de energietransitie veel impact heeft, tot ver daarbuiten”, stelt Staffeleu. “Wij wilden de kennis en ideeën van de verschillende bedrijven met elkaar verbinden en deelnemers tevens maximaal inspireren.” Het onderzoek was dus zowel middel als doel en daarom koos Actemium voor een benchmark: elke deelnemer kreeg na het invullen inzicht in zijn/haar positie ten opzichte van de andere industriële bedrijven. Hoewel de rapportage is afgerond, kunnen mensen alsnog deelnemen aan het onderzoek. Na het invullen ontvangt men direct een persoonlijke benchmark om inspiratie op te doen en te zien waar zij momenteel staan in de energietransitie.

Voordelen van de transitie

Twee derde van de respondenten zegt al een uitgewerkte strategie voor het doorvoeren van de energietransitie te hebben. Bovendien heeft 83% van de bedrijfsonderdelen er voldoende budget voor vrijgemaakt. De respondenten verwachten met de transitie op de eerste plaats de totale energiekosten te verlagen (60%). Daarna volgen in gelijke mate (42%): innovatie en vernieuwing van productieprocessen, versterken van het bedrijfsimago en bestaanszekerheid/license to operate. Slechts een kwart vertrouwt op het genereren van new business alsmede het aantrekken en vasthouden van personeel. Staffeleu: “Het zijn vaker innovators en early adopters die verwachten dat de transitie nieuwe investeerders en nieuwe markten oplevert in plaats van het reduceren van energiekosten.”

Strategische prioriteiten

De bedrijven richten hun strategie het vaakst op efficiënter en lager energieverbruik (80%). Op de tweede plaats (60%) staat vermindering van ongewenste emissies, gevolgd door verduurzaming middels een grotere inzet van duurzame brandstoffen, zoals waterstof en groene elektriciteit (54%). Voor slechts een op de drie heeft energie zelf opwekken/hergebruiken en/of elektrificatie van productieprocessen prioriteit. “Waarschijnlijk doordat havenbedrijven vaak heel veel energie nodig hebben en eigen opwekking daarin niet of onvoldoende kan voorzien”, aldus Staffeleu.

Concrete einddoelen

Voor de meeste bedrijven (71%) heeft de strategie een concreet einddoel, meestal uitgedrukt in een percentage CO2-reductie of duurzaam energiegebruik. Het hebben van zo’n einddoel vergroot de ambitie want 38% van hen wil dit vóór 2030 behaald hebben, 17% vóór 2040 en nog eens 17% vóór 2050. Grotere bedrijven denken het einddoel over het algemeen eerder te behalen dan kleinere organisaties. Hoewel 70% vindt dat hun bedrijfsonderdeel al (meer dan) voldoende aan de energietransitie doet, is de rest (30%) zo ambitieus dat zij de energietransitie nog onvoldoende en te traag vinden. Hoe belangrijker men de energietransitie vindt, des te meer haast om die te voltooien.

Energiegebruik

Het huidige energiegebruik wordt overheerst door fossiele brandstoffen als olie, kolen en gas (83%) terwijl 42% fossiele brandstoffen gebruikt voor het opwekken van grijze stroom. Twee derde van de bedrijven gebruikt (ook) duurzaam opgewekte (groene) stroom. Waterstof wordt slechts in geringe mate gebruikt door 15% (grijze waterstof op basis van fossiele brandstoffen) en 13% (groene/blauwe waterstof) van de deelnemers. Staffeleu wijt dat vooral aan het nog beperkte aanbod van groene waterstof en de mogelijkheden om CO2 op te slaan ten behoeve van blauwe waterstof (Carbon Storage).

Energie-efficiëntie

Bijna de helft van de industriële bedrijven is niet of weinig energie-efficiënt bezig. Daarentegen is ongeveer een kwart wel (zeer) energie-efficiënt. Gemiddeld genomen verwacht men dat het productievolume en het totale energieverbruik de komende vijf jaar zullen stijgen met respectievelijk 9% en 3%. Per saldo verwacht men energie-efficiënter te kunnen werken.

Duurzame energie

Bijna de helft van de industriële bedrijven in de Rotterdamse haven geeft aan op dit moment waterstof toe te passen, met name in hun productieprocessen. Alle bedrijven (100%) verwachten dat het gebruik van groene waterstof (en biobrandstoffen) over vijf jaar zal zijn gestegen. De bedrijven zetten groene waterstof duidelijk op nummer één als de grootste technologische verandering in de energietransitie. Daarnaast verwacht bijna twee derde ook een stijging in het gebruik van groene stroom.

Groene waterstof favoriet

Bijna driekwart van de industriële bedrijven denkt de grootste stappen naar verduurzaming van het energiegebruik te kunnen zetten in industriële productieprocessen. Circa 80% van de bedrijven ontwikkelt nu of binnen twee jaar initiatieven om hierin te verduurzamen. Bovenaan de lijst staan zonnepanelen (42%), gevolgd door groene waterstof (27%), walstroom (17%) en Carbon Capture & Storage (15%). Groene waterstof en Carbon Capture & Storage zijn ook op langere termijn prioriteit qua initiatieven. Groene waterstof vinden de bedrijven veruit (71%) de meest interessante vorm van waterstof voor hun energiesysteem.

Tempo en belemmeringen

De deelnemers aan het onderzoek noemen een groot aantal verschillende barrières die de energietransitie voor de Rotterdamse haven belemmeren. Onvoldoende aansluitcapaciteit voor de aanvoer van groene stroom wordt gezien als de belangrijkste bottleneck voor de energietransitie (38%). De belangrijkste andere belemmeringen zijn: gebrek aan (beschikbaar) talent (33%), gebrekkige wet- en regelgeving (29%), het ontbreken van de infrastructuur in de keten, zoals waterstofaanvoer (29%), onvoldoende kennis en ervaring binnen de organisatie (25%) en beperkingen in de huidige productieprocessen (23%).

Integrale samenwerking nodig

De meeste industriële bedrijven die deelnamen, denken in concrete oplossingen. “Op korte termijn richten die zich vooral op het afvangen van CO2. Maar dat CO2 moet ook getransporteerd en opgeslagen worden, bijvoorbeeld in ondergrondse lege gasvelden. Dat kan alleen in samenwerking met de overheid en andere landen”, weet Staffeleu. Op langere termijn liggen de oplossingen vooral in verduurzaming van de energiebronnen. “Groene waterstof, door middel van elektrolyse, staat daarbij op nummer één. Maar om voldoende aansluitcapaciteit voor en transport van groene stroom te bieden, moeten bedrijven samenwerken.”

Staffeleu is enthousiast over de hoge ambities en vele initiatieven van de industriële bedrijven in de haven van Rotterdam. “Maar om succesvol te zijn, vergt de energietransitie ook integrale ketensamenwerking en een optimale toepassing van technologische ontwikkelingen.” Om mensen bij elkaar te brengen en kennis te delen, nodigt hij iedereen uit tot deelname aan het benchmarkonderzoek energietransitie.

Foto: Overzicht van de Haven van Rotterdam met (chemische) industrie.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De uitstoot van broeikasgassen was 9 procent lager in 2022 dan in 2021. Dat komt vooral doordat er minder aardgas is verbruikt door de industrie, gebouwde omgeving en landbouw. Het belangrijke Urgenda-doel is daarmee gehaald. Dit blijkt uit een eerste raming van het CBS en het RIVM/Emissieregistratie over de uitstoot van broeikasgassen in 2022 volgens de IPCC-richtlijnen.

De uitstoot van broeikasgassen lag vorig jaar voor het eerst meer dan 30 procent onder het niveau van 1990. In de klimaatwet is de doelstelling vastgelegd dat de reductie in 2030 moet uitkomen op 55 procent.

Uitstoot broeikasgassen sterk verminderd in gebouwde omgeving, industrie en landbouw

De gebouwde omgeving heeft 21 procent minder broeikasgassen uitgestoten dan in 2021. Door de hogere aardgasprijzen is fors bezuinigd op het verbruik van aardgas. Ook was het vorig jaar zachter dan in 2021. Hierdoor is er minder aardgas gestookt voor de verwarming van huizen en kantoren.

De industrie heeft 11 procent minder broeikasgassen uitgestoten. Dat komt ook door de hoge aardgasprijzen. Grote aardgasintensieve industriële bedrijven (vooral aardolie- en chemische) hebben hun productieprocessen hierop aangepast door minder aardgas te verbruiken of hebben hun productie deels stilgelegd. Het verbruik van steenkolen en aardolieproducten door de industrie is vrijwel gelijk gebleven. De industrie heeft met 32 procent het grootste aandeel in de totale uitstoot van broeikasgassen.

Ook de glastuinbouw heeft door hoge aardgasprijzen activiteiten deels stilgelegd of afgeschaald. Dit in combinatie met meer zonuren en gemiddeld hogere temperaturen in 2022 leidde tot minder aardgasverbruik in de glastuinbouw. Hierdoor was de uitstoot van broeikasgassen in de landbouw 10 procent lager.

Uitstoot elektriciteitssector 5 procent lager

De elektriciteitssector, verantwoordelijk voor 20 procent van de uitstoot in 2022, stootte 5 procent minder broeikasgassen uit in 2022 dan een jaar eerder. Dit komt vooral doordat de productie van hernieuwbare elektriciteit in 2022 is gegroeid naar 40 procent. Door deze groei en de hoge aardgasprijzen hebben de aardgasgestookte elektriciteitscentrales minder aardgas verbruikt. De kolencentrales hebben vrijwel evenveel steenkool verbruikt als een jaar eerder.

De uitstoot door de sector mobiliteit, ten slotte, was nauwelijks minder dan in 2021.

Het CBS berekent ook de uitstoot van CO2 door alle Nederlandse economische activiteiten volgens de nationale rekeningen. Hierbij wordt in vergelijking met de uitstoot volgens de IPCC-definities ook de CO2-uitstoot van de internationale lucht- en zeevaart en de uitstoot door verbranding uit biomassa door personen en bedrijven behorend tot de Nederlandse economie meegenomen. In het bericht hieronder worden de CO2-emissies conform de berekeningswijze van de nationale rekeningen gepresenteerd.

Uitstoot CO2 Nederlandse economie ruim 8 procent lager in 2022

In 2022 is door alle Nederlandse economische activiteiten 8,4 procent minder CO2 uitgestoten dan in 2021. Hierbij zijn ook emissies van de Nederlandse zeevaart en luchtvaart buiten Nederland en de emissies door de verbranding van biomassa in Nederland meegeteld. Daarentegen steeg het bruto binnenlands product (bbp) met 4,5 procent in 2022. Gecorrigeerd voor het weerseffect kwam de daling van de CO2-uitstoot uit op 6,6 procent. De daling van de emissies door de Nederlandse economie komt vooral door het lagere verbruik van aardgas.

De transportsector stootte echter meer CO2 uit. Dit komt vooral door het gedeeltelijk herstel van de luchtvaart in 2022. De luchtvaart heeft ruim 32 procent meer CO2 uitgestoten dan in 2021. In vergelijking met 2019 was de uitstoot door de luchtvaart nog ruim 20 procent lager. Ook de binnenvaart heeft meer uitstoten dan in 2021. Daarentegen waren de emissies van het wegtransport en de zeevaart lager dan een jaar eerder.

CO2-emissieintensiteit Nederlandse economie verder gedaald in 2022

Na 2015 is de CO2-intensiteit van de Nederlandse economie onafgebroken gedaald. Dat betekent dat de CO2-efficiëntie van productieprocessen steeds meer verbetert. De broeikasgasintensiteit van de economie was in 2022 een vijfde lager dan in 2015.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

‘Versnelling van het klimaatbeleid voor de industrie, de mobiliteit en de gebouwde omgeving is nu vooral gebaat bij actie én het uitvoeren van alle bestaande plannen. ’Dat zeggen MKB-Nederland en VNO-NCW in een eerste reactie op het gisteren verschenen IBO-rapport ‘Scherpe doelen, Scherpe keuzes’.

Bespreken met de achterban

De organisaties gaan het rapport nu eerst nader bespreken met de achterban uit sectoren zoals de mobiliteit, de gebouwde omgeving en de industrie. Dit om te bezien of, en hoe, de nieuwe voorstellen uit het IBO-rapport kunnen bijdragen bovenop alle plannen die er al zijn vanuit het bedrijfsleven en de overheid.

Handelingsperspectief nodig voor investeringen

Wat volgens de organisaties wel opvalt is dat allerlei nieuwe extra maatregelen zijn bedacht, terwijl we in Nederland nu al zeer grote moeite hebben om de huidige plannen uitgevoerd te krijgen. ‘De aankondiging van al die nieuwe plannen vergroot de onzekerheid, waar bedrijven nu vooral behoefte hebben aan handelingsperspectief om te kunnen investeren. Dat is er nu vrijwel niet en hierdoor hapert de verduurzaming. Zo is het elektriciteitsnet vastgelopen, waardoor veel ondernemingen hun processen niet kunnen elektrificeren. Ook is er vaak geen enkel zicht op vergunningen voor bijvoorbeeld nieuwe energie-infrastructuur door de stikstofproblematiek.’

Praktische problemen oplossen

De ondernemersorganisaties wijzen als voorbeeld onder meer op de clusterplannen die gemaakt zijn door de zes grote industrieclusters. ‘Als we die plannen als bedrijfsleven kunnen gaan uitvoeren haalt de sector haar doelen volgens het PBL. Hiervoor is wel nodig dat infrastructuur (elektriciteit, CO2-opslag en waterstof) en vergunningen er komen en de middelen uit het klimaatfonds omgezet worden in concreet bruikbare instrumenten. Een extra heffing of verplichtingen helpen dan niets. Die verstoren het internationale speelveld waarschijnlijk alleen maar verder in een al onzekere tijd.’

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Startups working on groundbreaking technologies for adaptation and climate solutions have an important role to play in accelerating climate action. At Google, we want to foster a thriving ecosystem for startups advancing sustainability via AI-powered technology, and connect them with mentorship opportunities, technical expertise, and cloud technology that will help them grow. Out of the hundreds of amazing applications we received since announcing the program, we selected 14 startups that are tackling problems from crop insurance, to clothing resale platforms, to emissions reporting with technology. These groundbreaking companies are headquartered across seven different countries, focused on multiple verticals, and come with a diverse group of founder and executive backgrounds. Among them are the Dutch companies DayRize and Agcurate.

Meet the cohort

Climate change adaptation startups

Selected projects are using big data and AI to promote adaptation to the effects of climate change and preserve food security. Israeli AgroScout helps farmers monitor, detect and report on crops and supply chains, to ensure the quality of the produce and reduce carbon footprint and targeted chemical applications. It will be participating alongside Tel Aviv-based Albo Climate that uses deep learning to map, measure and monitor carbon sequestration to make it scalable. Also destined for agricultural ecosystems, Dutch Agcurate works with satellite-driven rural intelligence, offering crop assurance products to farmers and agri-retailers.

“Albo Climate’s vision is to adapt the mitigation potential of nature-based climate solutions by monitoring and forecasting carbon sequestration in vast ecosystems with high accuracy and transparency. The Google Accelerator is an incredible opportunity for Albo to bolster our go-to-market strategy, boost our proprietary AI models, and hone our UI interface. Integrating Google’s virtual machines will contribute to automating Albo’s system architecture and prediction process, allowing our clients to access the AI models and use them directly on the cloud, perform queries, and get their results quickly and securely,” said Dr Jacques Amselem, CEO, Albo Climate.

Helping manage natural resources more sustainably, Scottish Earth Blox leverages Google Earth Engine to provide accurate geospatial data to partners that need to make an assessment of forests or landcover, while Single.Earth, from Estonia, uses methods based on AI to evaluate and quantify forest health. Berlin-based Blok-Z traces, verifies and matches renewable energy generation and consumption with blockchain.

“Our goal is to offer energy retailers a product differentiator that enables them to sell renewable energy with complete verification of its origin. This is an excellent opportunity to pick some of the best brains in tech and use their expertise to improve our user experience and platform’s capabilities,” said Selim Satici, CEO & Cofounder, Blokz UG. “We are especially interested in learning more about Google Cloud’s services and blockchain tools, which can help us improve our core infrastructure.”

Sustainable supply chain startups

Artificial intelligence is critical to setting up more sustainable supply chains. Headquartered in Amsterdam, Dayrize, which enables companies with large product ranges to rapidly conduct ESG impact assessments of consumer products, may find similar technical challenges to Spanish BCome, which empowers textile businesses to build greener value chains. In the fashion vertical as well, Belfast-based RESPONSIBLE provides a solution to avoid over-consumption, allowing consumers to buy and trade pre-loved streetwear.

“Our ultimate goal is to grow circularity in the fashion industry and keep garments out of landfills. We hope Google’s AI technology and expertise in e-commerce/shopping can help us deliver an MVP of an industry-changing product within the timeframe of the program,” said Mark Dowds, Co-founder & CEO, Responsible.

Environmental impact measurement startups

Startups in this cohort are also developing tools to assess environmental impact across different sectors. Danish Legacy, working to simplify the carbon accounting and impact assessments of real estate portfolios, might find opportunities to collaborate with companies like Mortar IO, based in London, which is helping customers identify the low risk and cost routes to sustainable retrofitting. The UK’s ESGgen allows businesses to audit their environmental, social and governance measures, while German ecolytiq helps financial institutions provide their customers with environmental reporting. Finally, Germany-based eevie rewards employees that participate in their company’s decarbonization campaigns.

Resources for the startups

The cohort will meet for a bootcamp this month in Munich, working closely with Google teams and other subject matter experts to address product, engineering, business development, and funding. Much of the program will focus on providing startups with:

  • Tailored training support from Google mentors and industry experts, including in-person and virtual activities, one-on-one mentoring, and group learning sessions.
  • Dedicated Google Cloud technical expertise on the innovations that are helping solve some of climate change’s toughest challenges — cloud computing, AI, machine learning and geospatial analysis — to help these early stage participants accelerate their work.
  • Exposure to potential partners, venture capital firms and investors interested in climate change solutions.
  • Product credits via the Google for Startups Cloud Program, with the first year of Google Cloud and Firebase usage covered with credits up to $100,000 and an additional 20% costs covered up to $100,000 on year two1.

After 12 weeks, the program will culminate in a demo day on June 1, 2023. You can find more about the participants on the Google for Startups website.

 

Note: Bart Nollen, founder of DayRize will speak on the large congress on April,18: Purpose Day XL ‘The Road to Net Positive’

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Alfen, dé specialist in energieoplossingen in Nederland, opereert in het hart van de energietransitie om klimaatverandering tegen te gaan en breidt haar aanbod betreedbare stations uit met Altro: een nieuw, duurzaam, prefab en veilig betreedbaar station dat naar wens kan worden afgewerkt. Altro ondersteunt een grote verscheidenheid aan Nederlandse en Belgische klanten waaronder aanbieders van oplaadpunten voor het snelladen van elektrische voertuigen, ontwikkelaars van zonneparken en industriële bedrijven met hun MV-netaansluitingen om een EV-laadinfrastructuur mogelijk te maken, hernieuwbare energiebronnen op het net aan te sluiten en de transitie naar een schonere energietoekomst te versnellen.

Nu Europa evolueert naar een duurzamer energiesysteem, vindt er een grote verandering plaats in de manier waarop elektriciteit wordt opgewekt en gebruikt. In plaats van volledig op fossiele brandstoffen te leunen, worden meer zonne- en windmolenparken gebouwd om de kracht van duurzame energiebronnen te benutten. Om deze groene energie effectief te gebruiken, is het belangrijk dat deze hernieuwbare energiebronnen effectief op het net kunnen worden aangesloten met oplossingen zoals Alfen’s Altro.

Nu Europa evolueert naar een duurzamer energiesysteem, vindt er een grote verandering plaats in de manier waarop elektriciteit wordt opgewekt en gebruikt. In plaats van volledig op fossiele brandstoffen te leunen, worden meer zonne- en windmolenparken gebouwd om de kracht van duurzame energiebronnen te benutten. Om deze groene energie effectief te gebruiken, is het belangrijk dat deze hernieuwbare energiebronnen effectief op het net kunnen worden aangesloten met oplossingen zoals Alfen’s Altro.

“We zijn er trots op dat we met Altro aan de snellere opschaling van de markt voor betreedbare stations kunnen bijdragen”, aldus Marco Roeleveld, CEO van Alfen. “Naarmate de energietransitie vordert, neemt het gebruik van EV’s en duurzame energie toe, waardoor het elektriciteitsnet extra wordt belast. Het team van Alfen heeft nauw samengewerkt met diverse vertrouwde partners om een eersteklas station te ontwikkelen, waarmee we ons aanbod betreedbare stations kunnen uitbreiden. Hiermee kunnen we Nederlandse en Belgische klanten helpen met een veilige en betrouwbare aansluiting op het middenspanningsnet.”

Functies van het prefab station Altro

Zoals voor alle producten van Alfen geldt, is ook het Altro-station ontworpen met het oog op duurzaamheid. Er is daarom gebruikgemaakt van materialen en processen die het milieu zo min mogelijk belasten. Het station kent de volgende belangrijke voordelen:

  • Verkrijgbaar in 4 verschillende afmetingen (1A, 1A Hoog, 1B, 1B Hoog), waardoor specifieke configuraties mogelijk zijn om aan specifieke behoeften van klanten te voldoen
  • Is zuiniger met grondstoffen en materialen en vermindert daardoor de CO2-uitstoot
  • Gebouwd met hoogwaardig beton dat minder materiaal vergt, waardoor dezelfde of zelfs een betere technische levensduur wordt gegarandeerd en er geen afwerkingslaag nodig is
  • Compleet uitgerust in Alfen’s fabriek in Almere, hiermee wordt tijd bespaard en hoeven minder specialisten op locatie te zijn tijdens de installatie • Gebouwd met een IAC-AB-oplossing die zorgt voor extra veiligheid voor gebruikers, monteurs en publiek
  • Heeft een korte levertijd, zodat het snel kan worden geïnstalleerd om de groeiende netcapaciteit te ondersteunen

Altro in Nederland

Altro faciliteert in Nederland middenspanningsnetaansluitingen met een vermogensbehoefte van meer dan 1750kVA en minder dan 20MVA (afhankelijk van de netbeheerder) aan uiteenlopende klanten, waaronder de industriesector, zonneparken en de glastuinbouw. Om te voldoen aan de eisen van de Nederlandse netbeheerders Stedin, Liander en Enexis heeft Alfen drie standaardconfiguraties ontwikkeld.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De Mega Cube van iwell is een intelligent batterijsysteem met een capaciteit van 14MWh en een vermogen van 7MW. Dankzij een real-time koppeling met duurzame energiebronnen stimuleert de batterij de inzet van groene energie in Nederland. Tegelijkertijd draagt het bij aan een vermindering van het gasverbruik van de Eneco elektriciteitscentrale in Utrecht. Huib van Essen,  gedeputeerde van Provincie Utrecht (o.m. portefeuille Energietransitie en Klimaat) en de Utrechtse wethouder Lot van Hooijdonk (o.m. portefeuille Mobiliteit en Energie) stelden op 8 maart de Mega Cube in werking door deze ‘op stroom’ te zetten.

Minder gas

iwell levert bij de realisatie van de Mega Cubes de hardware en de software om het batterijsysteem te monitoren en aan te sturen, maar is ook projectontwikkelaar. De batterij stelt Eneco voortaan in staat om de opgeslagen stroom uit de batterij in te zetten voor het balanceren van de in- en uitgaande energie op het stroomnet. Hierdoor kan de centrale een piekvraag opvangen door eerst duurzaam opgewekte energie in te zetten en productiecapaciteit van de centrale stapsgewijs op te schalen. Dit zorgt voor een vermindering van het gasverbruik.

Groene Stroom

Met het FlexiDao monitoring systeem wordt er daadwerkelijk groene stroom gebruikt van Nederlandse zon- en wind­parken. De Mega Cube is op het Eneco-terrein opgesplitst in 6 losse containers, voorzien van drie transfor­matoren. Met de inzet van dit grote batterij­systeem maakt iwell het energienet minder afhankelijk van fossiele brandstoffen in dit geval gas. Het systeem bespaart 2,6 kiloton CO2 per jaar, wat gelijk staat aan het jaarlijks verbruik van ruim 2.600 huishoudens. Gedurende de gehele levensduur van de batterij wordt bijna 40 kiloton CO2  bespaard.

Cubes en Mega Cubes

iwell is in mei 2016 gestart met het leveren van intelligente accusystemen (Cubes genaamd) aan onder meer logistieke en industriële bedrijven, vastgoedbeleggers en mkb. Het bedrijf levert complete energie oplossingen bestaande uit de batterijopslagsystemen, de software en de begeleiding om slimme aansturing van laadpalen, zonnepanelen, warmtepompen en dergelijke moge­lijk te maken. Hiermee optimaliseert het bedrijf alle energiestromen binnen een gebouw, vlakt de piekbelasting af (peak shaving) en corrigeert het continu afwijkingen in de 50Hz frequentie. Deze kortstondige, kleine afwijkingen in deze frequentie komen geregeld voor en kunnen bij gevoelige apparatuur en machines in productie-omgevingen voor storingen zorgen. De ultrasnelle correctie door het batterij­systeem voorkomt dat het gehele machinepark weer opnieuw opgestart moet worden.

Waar de Cubes zorgen voor oplossingen in de lokale ‘wegen’ van bedrijfsterreinen en wooncomplexen, zorgen de Mega Cubes voor oplossingen op de ‘snelwegen’ van het elektriciteitsnet. Een Mega Cube is goed voor 14 MWh en 7 MW. Ter vergelijking: een standaard Cube is goed voor 10 kWh; een Mega Cube staat dus voor 1.400 gewone Cubes in één systeem.

Versnelling energietransitie

De wisselende energieprijzen zorgen voor een enorme versnelling van de energietransitie. Bedrijven en vastgoedeigenaren investeren massaal in warmtepompen, zonnepanelen en laadpalen, elektrificeren versneld hun wagenpark en stappen over van gas naar stroom. Met een slim batterijsysteem kunnen zij hun duurzaam opgewekte stroom zelf optimaal gaan benutten en hoeven ze hun netaansluiting niet te verho­gen. Dat bespaart niet alleen op de kosten, maar voorkomt in veel gevallen ook onnodige en tijdrovende aanvragen voor vergroting van de netaansluiting. Iets dat met de huidige netcongestie trouwens vaak onmogelijk is.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Heidelberg Materials lanceert het vernieuwde EcoCrete® beton met een gecertificeerde CO₂-reductie tot 70%. Het bedrijf, momenteel nog bekend als Mebin, toonde eerder met de eerste versie van EcoCrete® al aan dat het transparant blijft bijdragen aan de verduurzaming van de bouwindustrie. 

De CO₂-reductie per kubieke meter beton bedraagt voor EcoCrete® tot 70% ten opzichte van de referentiewaarde van de betonindustrie wereldwijd. De belangrijke CO₂-reductie is het resultaat van een innovatief productieproces dat gebruik maakt van alternatieve brand- en grondstoffen, alsook van gerecycled water en het volledig hergebruik van zowel restbeton als van (beton)sloopmateriaal. Wanneer primair grind bovendien 100% wordt vervangen door gerecyclede aggregaten, kan dit leiden tot nog een extra CO₂ reductie van 11%.

Bas Pije, algemeen directeur betonactiviteit Heidelberg Materials in Nederland, ”Bij Heidelberg Materials zetten wij ons in voor lokaal geproduceerde, CO₂-geoptimaliseerde bouwmaterialen die de grenzen verleggen van wat vandaag technisch haalbaar is op het vlak van duurzaamheid”. “In het Betonakkoord werd vastgelegd dat tegen 2030 minstens 30% van het primaire materiaal vervangen moet worden door secundair, gerecycled materiaal. Vandaag vervangen we, wanneer we al onze producten in aanmerking nemen, 10% van het primair materiaal door gerecycled materiaal. Onze EcoCrete®, waarin we tot 100% gerecyclede aggregaten gebruiken, stelt ons in staat dit percentage in de toekomst verder te verhogen. Onze cementen en betonsoorten worden voortdurend verder ontwikkeld om de ecologische voetafdruk in de toekomst nog verder te verkleinen – over de hele levenscyclus. Zo zorgen we er samen met klanten voor dat bouwen duurzamer wordt.”

Goud voor alle dertig centrales

Heidelberg Materials is een wereldleider in de ontwikkeling en toepassing van innovatieve technologieën voor CO₂-afvang en -gebruik in de bouwmaterialen-industrie. En met zijn toenemende betrokkenheid bij betonrecycling draagt het bedrijf bij aan de circulaire economie. Heidelberg Materials heeft zich als doel gesteld zijn CO₂-uitstoot tegen 2025 met 30% te verminderen ten opzichte van het referentiejaar 1990 en ten laatste in 2050 klimaatneutraliteit te bereiken.

Sinds 2017 heeft Mebin het Gouden CSC (Concrete Sustainability Council) certificaat voor al haar centrales, een erkenning voor de ecologische, sociale en economisch verantwoorde manier waarop het bedrijf inkoopt en beton produceert.

Foto: RIVM-gebouw in Utrecht, gemaakt met EcoCrete® met 50% gerecyclede granulaten

[ad_2]

Source link

[ad_1]

What Design Can Do (WDCD) heeft van de Nationale Postcode Loterij, een eenmalige schenking gekregen van 500.000 euro om haar werk tegen klimaatverandering middels ontwerp te ondersteunen. WDCD is een internationale organisatie die de overgang naar een duurzame, eerlijke en rechtvaardige samenleving wil versnellen door gebruik te maken van de kracht van ontwerp.

De uitdagingen waar onze wereld vandaag de dag voor staat zijn complex en urgent. Design en creativiteit spelen een cruciale rol in het aanpakken van deze uitdagingen door innovatieve ideeën te stimuleren en echte verandering teweeg te brengen. Naar schatting vindt 80% van de milieu impact zijn oorsprong in de ontwerpfase van een product. Dat vraagt om een andere manier van ontwerpen. Vandaag de dag is alles wat we dagelijks aanraken – van de producten die we gebruiken en de gebouwen waarin we wonen tot de kleren die we dragen – ontworpen. Ontwerpers worden zich steeds meer bewust van hun impact op de klimaatcrisis, maar hebben de vaardigheden, de hulpmiddelen en het vertrouwen nodig om een grotere sociale impact te hebben.

WDCD ondersteunt creatieven en ontwerpers wereldwijd door hen in staat te stellen om sociale verandering te creëren en hen te mobiliseren om hun ideeën in daden om te zetten. Door WDCD gesteunde start-ups hebben nieuwe materialen ontworpen uit ananasafval, verplaatsbare slaapplekken voor vluchtelingen, zelfvoorzienende kassen en zelfs schone energie uit levende planten.

“Deze schenking betekent veel voor What Design Can Do – en onze planeet”, zegt medeoprichter Richard van der Laken. “Met de steun van de Nationale Postcode Loterij kunnen we blijven pleiten voor de rol van design bij het vinden van oplossingen voor de meest urgente problemen in de wereld.”

WDCD zal deze genereuze bijdrage van de Nationale Postcode Loterij gebruiken om ontwerpers die bouwen aan een eerlijke en duurzame samenleving te helpen met kennis, ondersteuning en financiering. De bijdrage zal ook worden gebruikt om te blijven pleiten voor de kracht van design en ontwerpers voor klimaatactie bij overheden, academici, de particuliere sector en de consument wereldwijd.

“What Design Can Do is een internationale organisatie die door middel van design een eerlijke, duurzamere en rechtvaardige samenleving wil creëren. Dat doen zij bijvoorbeeld door duurzame alternatieven voor plastic verpakkingen te ontwikkelen, verspilling tegen te gaan en het stimuleren van een circulaire economie.” aldus Stijn Boonstra, die namens de Nationale Postcode Loterij de cheque uitreikte aan What Design Can Do.

WDCD is gevestigd in Amsterdam, met hubs in São Paulo, Mexico City, Delhi, Nairobi en Tokio. De organisatie is in 2011 gestart en wordt geïnitieerd, gecureerd en georganiseerd door creatieven.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Otovo, de grootste online marktplaats voor de installatie van zonnepanelen in Europa, is vanaf heden ook actief in Nederland. Het van oorsprong Noorse bedrijf wil Nederland wereldwijd koploper maken in zonne-energie door het aanbieden van een abonnementsmodel op zonnepanelen voor particuliere woningen. Nederland is het dertiende land waar het platform lanceert sinds de oprichting in 2016. Met een notering aan de beurs van Oslo dekt het bedrijf nu negentig procent van de residentiële zonne-energiemarkt in Europa. 

Het betreden van de Nederlandse markt voelt als een logische stap, zegt Jort Statema, algemeen directeur van Otovo in Nederland. “In Nederland zijn zonnepanelen op woonhuizen al vrij gangbaar, maar toch is sprake van veel onbenut potentieel”, zegt Statema. “Hoewel Nederland al Europees koploper is wat betreft de opgewekte zonne-energie per inwoner, bedraagt dit nog geen drie procent van het totaal aan opgewekte energie.” 

Democratisering van zonne-energie

Door het aanbieden van een maandelijks abonnementsmodel wordt het voor meer consumenten mogelijk om toegang te krijgen tot zonne-energie, omdat vooraf geen grote investering nodig is. Otovo verwacht op die manier ook alle nog twijfelende huishoudens in Nederland te kunnen helpen aan zonnepanelen.

“Consumenten besparen ook omdat het maandelijks te betalen bedrag vrijwel altijd minder is dan de elektriciteitsrekening. Zeker gezien de huidige omstandigheden. Consumenten blijven daarnaast flexibel tijdens de looptijd van het contract, omdat zij het systeem op elk moment gedurende de abonnementsperiode kunnen afkopen. Door zonne-energie voor alle huishoudens toegankelijk te maken, dragen we ons steentje bij aan het versnellen van de energietransitie”, zegt Statema.

Verwachte groei Nederlandse solar-abonnementen 

Het huren van zonnepanelen is een nog relatief jonge markt, het bedraagt zo’n twee procent van alle zonne-installaties in Nederland. Otovo verwacht dan ook juist hier een verschil te kunnen maken. “We hebben erg positieve ervaring in andere delen van Europa, zo leveren we in Duitsland, Oostenrijk, Polen, Portugal en Spanje inmiddels meer dan vijftig procent van de solar-abonnementen,” aldus Statema. “Onze verwachting voor Nederland is om binnen aanzienlijke tijd ook een vergelijkbaar marktaandeel te hebben.”

[ad_2]

Source link

Berichten paginering