[ad_1]

European companies are falling far short of developing credible climate transition plans to align with a 1.5°C, nature-positive future, according to analysis of companies representing around 75% of European stock markets published today by non-profit CDP and global management consulting firm Oliver Wyman – a business of Marsh McLennan.

In a sign that European companies are becoming aware that such plans are needed, Stepping up finds around half (49%) now report having a climate transition plan in place to limit warming to 1.5°C.

However, the study finds most plans may lack ambition and transparency in key areas necessary to show serious action, such as in governance, financial planning, and value chain engagement.

Under 5% of companies (56) have both a 1.5°C-aligned emissions reduction target and disclose against most (two thirds) of the key indicators that show a credible transition plan exists.[2]

A further 30-45% of companies are considered ‘developing’ – meaning they have less-ambitious (2°C-aligned) emissions goals in place and disclose against at least half of the indicators.[3] The majority of companies showed ‘limited’ progress.

Though 9 in 10 have initiatives to cut emissions, the report also finds clear action gaps in actions needed to transition to a 1.5°C path. For example, just 26% assess how far spending or revenue aligns with 1.5°C targets, and fewer than 40% are building climate concerns into supplier contacts.

As a result, the report estimates that up to 40% of all outstanding corporate debt of the companies analyzed (€1.8 trillion) currently finances those without clear targets or evidence of developing credible transition plans. Access to financing may become more challenging as banks look to hit net-zero goals by decarbonizing their loan books.

8 in 10 financial institutions disclosing to CDP are already assessing their corporate clients’ 1.5°C alignment in at least some key sectors.

And with climate just one part of a wider, nature-related challenge, the report also looked at key action areas across biodiversity, deforestation and water security. Just 7% of companies reported a strong target to reduce emissions, water consumption and deforestation, while 39% disclosed a public biodiversity commitment in place.

Incentivizing corporate executives to achieve goals is also lacking: 54% of companies now link exec-level pay to climate, with under a third doing so across climate change, deforestation and water topics.

More positively, and ahead of the European Union’s landmark mandatory reporting law (the CSRD) coming into place in 2024, 71% of companies disclosing climate change, deforestation and water security data to CDP already report this data in their annual management report for investors. On biodiversity that drops, however, to 1 in 4 companies.

Meanwhile around one in five companies were found to have a ‘best-practice’ policy in place to reduce water impacts, and 29% of companies a best-practice policy for no-deforestation.

Only 5% of companies reporting data on forests to CDP currently certify 90% of commodity volumes are deforestation-free, while just 13% assess the impact of their value chain on biodiversity.

Maxfield Weiss, Executive Director at CDP, said: “Every company that impacts our environment needs not only clear targets – but clear plans to deliver and evidence they are doing so. EU regulation will soon bite – it will be the law for companies to have clear plans that transition their business models onto a 1.5 °C footing. This report reveals only a tiny cohort of under 5% disclose all the data we need to judge. And climate is of course just one component of companies’ broader challenge. As expectations grow for companies to include nature in their broader transition planning, this report shows most companies still need to step up, and show investors, lenders and regulators that they are ready to act. Companies cannot reach net-zero without tackling their nature impacts: we don’t have time to waste.”

Cornelia Neumann, Partner at Oliver Wyman, said: We need to see a step change in the scope and quality of European companies’ transition plans in the next 2-3 years. Our analysis with CDP shows that, while there is progress in the adoption of transition strategies, a higher sense of urgency is required. Many transition plans still lack important elements, especially when it comes to translating strategic climate targets into concrete implementation and value chain engagement plans. This level of concreteness is necessary if companies want to be able to steer their business through the transition and credibly demonstrate to their stakeholders that they are on track to meet climate targets. Companies with an ambition to lead in the transition will need to go beyond climate and incorporate their commitments on biodiversity and nature into their transition agenda.”

Download the full report (pdf)

Notes:

[1] The Corporate Sustainability Due Diligence Directive and proposed EU sustainability reporting standard ESRS for use under the Corporate Sustainability Reporting Directive (ESRS E1) will require companies to disclose 1.5 transition plans.

[2] The 21 key indicators found in CDP climate change questionnaire that denote a credible climate transition plan can be found here.

[3] Ranges are provided to account for analysis of emissions reduction targets considering either Scope 1 and 2 emissions only, or a company’s full value chain (Scope 1-3). On a Scope 1-3 basis, 30% of companies are ‘developing’ and 65% are ‘limited’.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Duurzaam ondernemen wint sterk aan terrein in het Nederlandse mkb. Bijna twee derde (62%) van alle mkb ondernemers vindt duurzaam ondernemen en verduurzaming van hun bedrijf belangrijk. Maar liefst 77% van de ondernemers neemt ook daadwerkelijk actie en investeerde de afgelopen vijf jaar al in initiatieven om te verduurzamen of geeft aan hier op dit moment mee bezig te zijn. Het mkb neemt de maatregelen om te verduurzamen niet alleen omdat de bedrijven duurzaamheid belangrijk vinden maar vaak ook om de hoge energiekosten te verminderen. Slechts 11% van de bedrijven zegt duurzaamheid niet belangrijk te vinden. Dat blijkt uit onderzoek* in opdracht van a.s.r. onder meer dan 300 ondernemers naar duurzaamheid en de energietransitie in het mkb.

Geen woorden maar daden

Duurzaamheid speelt vooral bij grotere mkb-bedrijven met meer dan 50 medewerkers een steeds belangrijkere rol. Kleinere organisaties hebben meer moeite met verduurzamen, zij geven veelal aan dat de focus nu ligt op het behalen van goede resultaten voor hun onderneming. Het onderzoek laat zien dat ondernemers verduurzaming niet alleen belangrijk vinden, maar ook de daad bij het woord voegen. Bijna de helft van de ondernemers (45%) geeft aan nu bezig te zijn met initiatieven om de onderneming te verduurzamen, 32% heeft zelfs al initiatieven doorgevoerd. Ook hier geldt dat grotere mkb-bedrijven vaker met duurzaamheidsmaatregelen bezig zijn (58%) dan de kleinste mkb-bedrijven (40%).

Groene energie en elektrisch wagenpark bovenaan to-do-list

Investeren in groene energie is de meest populaire maatregel (45%) om de organisatie te verduurzamen. Daarop volgen het verduurzamen van het wagenpark met meer elektrische auto’s (31%), het logistieke proces efficiënter inrichten en de CO2-uitstoot verminderen (beide 26%). Michael Helmer, Adjunct-directeur Schade Zakelijk bij a.s.r.: “De inflatie van het afgelopen jaar heeft ondernemers extra doen nadenken over effectieve maatregelen die goed zijn voor hun portemonnee en het milieu. Dat gaat vaak over het verduurzamen en verminderen van energieverbruik door zonnepanelen, een warmtepomp of het gebruik van ledverlichting. Het is geweldig om te horen dat ondernemers hier zo mee bezig zijn, want ook met op het eerste oog kleine initiatieven kan het mkb een grote bijdrage leveren aan verduurzaming.”

Als het gaat om groene energie gebeurt er veel, zoals het installeren van zonnepanelen of een zonneboiler (54%), betere isolatie van het bedrijfspand (51%) en ‘van het gas af’(28%). De overstap naar groene energie wordt vooral gedreven door de wens om de hoge energiekosten te verminderen (63%), maar ook omdat ondernemers geven om het milieu (54%).

Grootste obstakels: hoge investeringen en snelle innovatie

Ondanks dat bedrijven verduurzaming belangrijk vinden, is maar liefst een derde van hen niet op de hoogte van de risico’s bij het verduurzamen. Slechts een kwart onderkent dat er reële risico’s zijn en 44% denkt dat de risico’s minimaal zijn. De grootste risico’s zijn volgens ondernemers hoge investeringen die zich maar langzaam terugverdienen (48%), dat er geen constante beschikking is over energie bij zonne-energie (37%) en dat materieel of gekozen oplossingen snel verouderen in een constant innoverende markt (25%).

Ondernemers zijn niet alleen onvoldoende op de hoogte van de risico’s die verduurzaming met zich mee kan brengen. Zo denkt maar 28% aan preventiemaatregelen. Michael Helmer licht toe: “We zien dat ondernemers die wel maatregelen nemen, dat bijvoorbeeld doen door een periodieke elektrakeuring, het inhuren van een gecertificeerd bedrijf bij de uitvoering van verduurzamingsmaatregelen en onderhoud van blusmiddelen. Dat zouden we meer ondernemers adviseren.”

* Onderzoek uitgevoerd door Direct Research in opdracht van a.s.r. onder 306 MKB bedrijven. Respondenten zijn eigenaar van het bedrijf of beslissingsbevoegd op het gebied van duurzaam ondernemen.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Op het terrein van het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) aan het Oosterpark heeft stadsdeelbestuurder Rick Vermin op dinsdag 14 februari het startsein gegeven voor de aanleg van een ondergrondse warmte-koude opslag (WKO). Met behulp van deze WKO en de installatie van warmtepompen, gaat het KIT haar historische gebouw, het grootste rijksmonument van Amsterdam, nog dit jaar gasvrij verwarmen en koelen. Ook het KIT Hotel, dat momenteel wordt gerenoveerd, zal gebruik maken van de installatie.

Duurzaam hotel en monument

De aanleg van de WKO is een cruciale stap in de verduurzaming van de gebouwen, waaraan het KIT al jaren werkt met duurzaamheidsexperts van De Groene Grachten, een bedrijf dat in het KIT gevestigd is.

“Het is een forse investering, ook in tijd: we zijn feitelijk al zeven jaar bezig met de duurzaamheidsexperts van De Groene Grachten om stap voor stap onze gebouwen voor te bereiden op een gasvrije toekomst” zegt Louis van den Berghe, CFO van het Koninklijk Instituut voor de Tropen. “De vervanging van de gasgestookte verwarmingsketels door warmtepompen en warmte-koude opslag onder de grond, is een van de laatste stappen die gezet moet worden voordat wij de gaskraan geheel dicht kunnen draaien”.

Stadsdeelbestuurder Rick Vermin: “Het is een geweldig voorbeeld voor de stad dat het KIT als rijksmonument en met zo’n groot gebouw van het gas af kan. De organisatie neemt hierin een voorloperspositie, en laat zien dat je als Amsterdam, stad vol monumenten, heel goed kan verduurzamen”.

“Het formuleren van een duurzame ambitie is stap één. Maar het ook écht doen, en in dit tempo, dat getuigt van lef. Als verduurzamen hier kan, dan kan het overal”, aldus Suze Gehem van De Groene Grachten.

Gasvrij Erfgoed

De vervanging van KIT’s gasketels door warmtepompen en ondergrondse warmte-koude opslag wordt uitgevoerd door Linthorst Techniek. Het bedrijf heeft de nodige ervaring met de oplevering van gasvrije verwarming en koeling in bestaande gebouwen, ook in de erfgoed sector, maar dit is wel het grootste rijksmonument dat door het bedrijf is aangepakt.

“Door de inzet van onze hoge temperatuur warmtepompen hoeven we weinig te veranderen aan de binneninstallaties”, zegt Arend Jan Kamphuis, Engineer bij Linthorst. “Het zorgt ervoor dat de impact in een monumentaal pand minimaal is. In zo’n prachtig gebouw als het KIT, wil je natuurlijk zorgen voor het behoud van alle originele elementen.”

Over het KIT

Het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) is een kenniscentrum, hospitality venue en bedrijfslocatie voor duurzame ontwikkeling in Amsterdam.

Geïnspireerd door de Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties, zien wij het als onze missie om bij te dragen aan een inclusieve en duurzame wereld. Het historische KIT-gebouw, een rijksmonument uit 1926, en onze campus aan het Oosterpark is een toonaangevende hotspot voor duurzaamheid in de stad. Het huisvest o.a. expertise- en opleidingscentrum, faciliteiten voor conferenties en evenementen, een café-restaurant, en het KIT Hotel in een apart gebouw.

We zijn ook de thuisbasis van SDG House: een community van experts, sociale ondernemers en NGO’s. Er werken op het KIT inmiddels meer dan 1500 mensen bij zo’n 70 bedrijven en organisaties. Het Tropenmuseum, dat sinds 2015 als organisatie los van het KIT is komen te staan, bevindt zich ook nog steeds in het monumentale gebouw.

KIT is een vereniging zonder winstoogmerk. De opbrengsten uit de commerciële activiteiten van het KIT, waaronder het KIT Hotel, dragen bij aan de ideële missie van de organisatie.

Foto:  (van links naar rechts): Suze Gehem, Directeur van De Groene Grachten, Stadsdeelbestuurder Rick Vermin (Stadsdeel Oost), KIT CFO Louis van den Berghe, en KIT CEO Henri van Eeghen starten de boormachine voor de aanleg van een ondergrondse warmte-koude opslag op het KIT-terrein. (Foto credits: Wouter Zaalberg).

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De businesscase voor flexibel energieverbruik verbetert sterk de komende jaren. Dat komt door de hoge energieprijzen en de sterke groei van duurzame elektriciteit uit zon en wind. Jaarlijks zijn richting 2030 miljarden te besparen met investeringen in flexibele apparaten. Zo’n investering  verdient zich dan in een paar jaar terug. Dat blijkt uit onderzoek van Recoy voor een drietal technieken in opdracht van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE). “Bedrijven die meebewegen met het weer besparen veel geld en uitstoot, want schone stroom is vaak goedkope stroom,” zegt Olof van der Gaag, voorzitter NVDE.

Recoy zette de businesscase voor drie al functionerende flexibele technieken op een rij. Door te investeren in een batterij van drie megawatt kan een bedrijf wel €700.000 per jaar besparen op de energierekening. Een 5 MW elektrische boiler kan €500.000 per jaar opleveren en het flexibel opereren van een vrieshuis scheelt zonder investeringskosten €10.000 euro per jaar. Afgezet tegen de investeringskosten, betekent dat voor de terugverdientijden 2-6 jaar (e-boiler), 3-5 jaar (batterij) en pure winst in het geval van het koel-vriessysteem omdat daar geen extra investeringen voor nodig zijn.

“Binnen de industrie zijn aanzienlijke kostenbesparingen mogelijk. Bij de juiste commerciële en technische omstandigheden kunnen bedrijven landelijk miljarden per jaar verdienen richting 2030,” zegt Robert Kleiburg, Managing Director van Recoy. Daarnaast zorgt deze voor een CO2-reductie van meerdere megatonnen per jaar. Dit komt doordat deze bedrijven meer zon en wind gebruiken en minder hoeven terug te vallen op kolen- en gascentrales.

Bij deze berekening is ervan uitgegaan dat commerciële en technische omstandigheden goed zijn voor het ontwikkelen van flexibel gebruik van energie. Het is met name nodig dat er voldoende infrastructuur en materialen beschikbaar zijn en contracten waarin flexibiliteit een prijs krijgt.

“Dit onderzoek laat zien dat flexibiliteit loont, met als prachtige bijvangst dat ons energiesysteem beter profiteert van de snelle groei van zon en wind en netbeheerders worden ontlast,” zegt Van der Gaag.

Door de snel groeiende opwek van zonne- en windenergie zijn er steeds vaker overschotten op de markt, met lage of zelfs negatieve prijzen. Dat zal alleen maar toenemen. Omdat de gemiddelde energieprijzen hoog zijn, loont het voor bedrijven bij uitstek om nu te investeren in technieken om die ‘overtollige’, goedkope stroom flexibel te benutten. Door elektriciteit op te slaan (in warmte, in koude of in een batterij) en te gebruiken op een moment dat de prijzen juist hoog zijn, of door je productie op de prijzen aan te passen. Dat is niet alleen goed nieuws voor ondernemers, maar ook voor het klimaat en ons energiesysteem, dat zulke flexibele capaciteit keihard nodig heeft.

Volgens de recent door PBL gepubliceerde Klimaat en Energieverkenning is het percentage duurzame elektriciteit in 2030 al 85 procent. Daarmee wordt het de hoogste tijd te investeren in flexibele, CO2-vrije capaciteit. Immers: er zijn ook dagen dat zon en wind veel minder of zelfs niet beschikbaar zijn. Slim omgaan met pieken kan op korte termijn bovendien helpen om filevorming op het net (‘congestie’) te verhelpen. De industrie heeft allerlei opties om slim en flexibel om te gaan met de ‘overtollige’ stroom, bedrijfsspecifiek vertrouwelijk inzicht kan ook verkregen worden met de Value Flex Tool van TenneT. Opties zijn bijvoorbeeld batterijen, de omzetting van stroom naar warmte (e-boilers, e-heaters of opslag in buffervaten) of koude (koel- en vrieshuizen), opslag in halffabricaten (vooruit produceren) of het opslaan van stroom in elektrische busjes en trucks.

Foto: Vattenfall

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Klimaatactivisten eisten vorige week wederom dat universiteiten de banden met de fossiele sector verbreken. Maar een groep wetenschappers is kritisch. Het zou de verduurzaming juist schaden.

Volgens wetenschappers in Amsterdam en Utrecht zijn bedrijven als Shell onmisbaar bij het onderzoek naar groene energie. Universiteiten zouden daarom niet meteen de uitgestoken hand van deze bedrijven moeten afslaan als ze het klimaat willen verbeteren, zoals klimaatactivisten van hen verlangen.

Ondoordacht

Dertig hoogleraren en onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam (UvA) schreven een kritische open brief over het besluit van hun universiteit om nieuwe samenwerkingsprojecten met de fossiele industrie voorlopig af te houden. “Samenwerking met een breed spectrum van private partijen is juist hard nodig om de energietransitie te realiseren en de klimaatdoelen te halen”, zegt een medeondertekenaar tegen nieuwsplatform Folia.

Het moratorium van de UvA zou ondoordacht zijn. Want fossiele bedrijven zoals Shell hebben “veel kennis en faciliteiten die essentieel zijn om de resultaten van ons onderzoek op grote schaal toe te passen in de praktijk”, menen de critici. Door het op voorhand afwijzen van mogelijke samenwerkingen zou de universiteit bovendien hun academische vrijheid ook inperken.

Balanceeract

Rector magnificus Henk Kummeling van de Universiteit Utrecht (UU) ziet het direct stoppen met samenwerking ook niet als een optie. In een interview met nieuwsplatform DUB sprak hij over de dertien Utrechtse onderzoeksprojecten die deels worden gefinancierd door de fossiele industrie. Dat zou groen onderzoek juist stimuleren, meent hij. “We helpen Shell namelijk echt niet meer met het oppompen van olie.” Utrechtse wetenschappers vertellen hem dat het bedrijf “een bepaalde infrastructuur heeft” die ze goed kunnen gebruiken.

Wel wil de bestuurder dat de samenwerking “transparanter” wordt en dat het budget van het olieconcern voor de energietransitie omhooggaat. “Het is allemaal deel van een ingewikkelde balanceeract”, zegt Kummeling. “We moeten bedrijven als Shell zowel helpen als overtuigen”.

Toen op 13 december vorig jaar klimaatactivisten van University Rebellion en End Fossil Occupy aan de TU/e hun bezettingsactie na een week beëindigden maakte collegevoorzitter Robert-Jan Smits bij die gelegdenheid het standpunt van het CvB over samenwerking met de fossiele industrie bekend: “Dat we als onderdeel hiervan (het bestrijden van klimaatverandering en het bevorderen van duurzaamheid, red.) met de fossiele industrie uitsluitend nog willen samenwerken op renewables en duurzaamheid, hebben we bevestigd. Het bieden van meer transparantie hoort daarbij.”

[ad_2]

Source link

Een duurzame vloer is niet alleen goed voor het milieu, maar ook voor je portemonnee op de lange termijn. Er zijn echter veel factoren om rekening mee te houden bij het kiezen van een duurzame vloer, zoals de materiaalkeuze, de productiemethode en de levensduur. Het is van belang om te beginnen bij de basis. In deze blog bespreken we waar je op moet letten bij het kiezen van een duurzame vloer, zodat je een weloverwogen keuze kunt maken die past bij jouw levensstijl en waarden.

Vloer laten egaliseren

Het egaliseren van de vloer is een belangrijk proces wanneer je een nieuwe vloer wilt laten leggen. Een egale en vlakke ondergrond zorgt ervoor dat de nieuwe vloer mooi en strak gelegd kan worden en dat deze langer meegaat. Een ongelijke vloer kan namelijk zorgen voor drukpunten en scheurtjes in de vloer, wat kan leiden tot beschadigingen en een kortere levensduur. Het egaliseren van de vloer zorgt er dus voor dat je vloer er niet alleen mooier uitziet, maar ook langer meegaat. Het is dan ook zeker de moeite waard om hierin te investeren, zodat je lang van je nieuwe vloer kunt genieten.

Soorten duurzame vloeren

Er zijn veel verschillende soorten duurzame vloeren, iedere vloer heeft unieke eigenschappen en zijn voor- en nadelen. Het is belangrijk om te weten wat de opties zijn, zodat je de juiste keuze kunt maken. Een nieuwe vloer kopen is een hele investering en je wil dus ook dat die past bij jouw wensen en behoeften. Hieronder staan de twee duurzaamste vloeren beschreven.

  1. De natuurstenen vloer: heeft een levenslange levensduur, en is gemaakt van gesteente afkomstig uit de natuur. Enkele voorbeelden zijn; marmer, graniet of kalksteen.
  2. De houten vloer: heeft een levensduur tussen de 20 en 40 jaar. Een duurzame houten vloer is gemaakt van verantwoord gekapt hout uit beheerde bossen.

Andere (redelijk) duurzame vloeren zijn: gietvloeren, linoleum, natuur rubberen vloer of de parketvloer.

Waar moet je op letten bij een duurzame vloer?

Bij het kiezen van een duurzame vloer zijn er verschillende factoren waar je op moet letten. Hieronder staan een paar van die factoren.

  1. Materiaalkeuze: kies voor een materiaal dat duurzaam is en een lange levensduur heeft, denk hierbij aan hout, bamboe of steen.
  2. Productiemethoden: ga na hoe het materiaal geproduceerd wordt en of dit op een duurzame en verantwoorde manier gebeurt.
  3. Keurmerken: controleer of het product een duurzaamheidskeurmerk heeft, zoals FSC of PEFC.
  4. Onderhoud: vraag naar het onderhoud dat nodig is voor de vloer. Past dit bij jouw levensstijl?

Al met al zijn er verschillende factoren om rekening mee te houden bij het kiezen van een duurzame vloer. Door de vloer te laten egaliseren in combinatie met een nieuwe duurzame vloer, ben je al behoorlijk milieubewust bezig. Vind je duurzaamheid belangrijk, en wil je hier meer over weten? Klik dan hier. Samen voor een groenere toekomst!

[ad_1]

PowerField is een samenwerking aangegaan met GOLDBECK SOLAR voor de bouw van zeven van PowerField’s zonneparken. Samen hebben de zonneparken een vermogen van ongeveer 108 MWp.

Korte bouwtijden maken projecten uitdagend

“De zonneparken bevinden zich op verschillende locaties verspreid over heel Nederland. Samen kunnen ze bijna 30.000 Nederlandse huishoudens van groene stroom voorzien.”, vertelt Ivo van Dam, Chief Technology Officer van PowerField. “De projecten worden momenteel voorbereid voor realisatie en moeten dit jaar online gaan.”

‘’De korte bouwtijd voor de zonneparken is de grootste uitdaging voor GOLDBECK SOLAR”, zegt de verantwoordelijke verkoopingenieur, Danijel Zgaljic. ‘’Het streven is om alle projecten tussen mei en november af te ronden. ’’ Ivo van Dam: ”GOLDBECK SOLAR kennen we als een ervaren en betrouwbare partner. We hebben er dan ook alle vertrouwen in dat de projecten op tijd af zijn.”

Energieopslag in batterijen

Een van de projecten bevindt zich in Wanneperveen. Dit zonnepark wordt vanwege de beperkte netcapaciteit aangevuld met een batterijoplossing. Overtollige energie die wordt geproduceerd door het zonnepark wordt opgeslagen in een batterij, waarmee de capaciteitsproblemen die zich voordoen binnen het Nederlandse elektriciteitsnetwerk worden verminderd.

Ook bij de andere projecten is er rekening mee gehouden om deze in de toekomst te voorzien van een batterij. Zo wil PowerField ervoor zorgen dat de geproduceerde energie zo efficiënt mogelijk wordt gebruikt. Daarbij wordt een deel van de opwekte energie gebruikt voor de laadoplossingen voor elektrische auto’s van PowerGo, de dochteronderneming van PowerField.

Groene stroom voor bijna 30.000 Nederlandse huishoudens

De zeven zonneparken hebben na oplevering een vermogen van ruim 108 MWp. Zonnepark Doorsneeweg heeft een vermogen van bijna 2 MWp. Verder zijn er de zonneparken Hollandscheveld I en II, die samen een vermogen hebben van ruim 52 MWp. De overige projecten zijn Wolvega (5 MWp), Wanneperveen (33 MWp) en Heino I en II (samen 16 MWp). In totaal staat dit gelijk aan het verbruik van bijna 30.000 gemiddelde Nederlandse huishoudens.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

TUI Group heeft dit weekend zijn nieuwe duurzaamheidsprogramma gepresenteerd. Alle activiteiten van de groep zullen bijdragen aan de doelstellingen rond reductie van uitstoot: de luchtvaartmaatschappijen van TUI Airline, de hotels van TUI en de cruiseschepen van de groep. Deze reductiedoelstellingen zijn goedgekeurd door het Science Based Targets initiative (SBTi), een samenwerking van onder andere UN Global Compact en WWF.

Dit weekend heeft TUI Group zijn duurzaamheidsprogramma gepresenteerd met een duidelijk commitment om tegen 2030 de daarin omschreven doelstellingen te behalen. De missie is duidelijk: de ecologische voetafdruk van TUI aanzienlijk verkleinen en de positieve sociaal-economische impact van het toerisme op de vakantiebestemmingen maximaliseren. Het programma voor duurzame ontwikkeling steunt op 3 pijlers: People, Planet, Progress.

“We bevinden ons in een decennium van duurzame transformatie – voor TUI en de toeristische sector als geheel. We willen het toerisme versterken en verder ontwikkelen als wereldwijde motor van welvaart en ontwikkeling. Duurzaamheid is voor mij persoonlijk en voor TUI een topprioriteit. We hebben in het verleden bewezen dat we de expertise en de juiste aanpak hebben om toerisme duurzamer te maken. Daarom zien wij duurzaamheid niet als een bedreiging maar als een kans. We willen ons laten leiden door de nieuwste klimaatwetenschap en daarom werken we samen met het Science Based Targets initiatief,” zegt Sebastian Ebel, CEO van TUI Group.

People

Doel is om de positieve sociaal-economische impact van het toerisme voor de lokale bevolking op de vakantiebestemmingen te maximaliseren. Hiervoor zal TUI Group in 2024 jaarlijks 10 miljoen euro inzamelen via haar stichting, de TUI Care Foundation. Dit geld zal worden gebruikt om de opleiding van jongeren te verbeteren, de natuurlijke omgeving van de bestemmingen te behouden en lokale gemeenschappen vooruit te helpen. Meer informatie over de TUI Care Foundation vind je hier.

Planet

De belangrijkste pijler van het duurzaamheidsprogramma is de reductie van de uitstoot binnen alle activiteiten van de groep. Hiervoor werd een plan opgesteld met een ambitieuze doelstelling ten opzichte van referentiejaar 2019. TUI verplicht zich om dit doel tegen 2030 te bereiken bij zowel de luchtvaartmaatschappijen, de TUI-hotels als de TUI-cruiseschepen. Daarnaast beoogt TUI om uiterlijk in 2050 ‘Net-Zero-emission’ te bereiken voor het hele bedrijf en voor de toeleveringsketen. Het volledige duurzaamheidsprogramma is beoordeeld en goedgekeurd door het onafhankelijke Science Based Targets initiative (SBTi), dat toezicht houdt op de naleving van de doelstellingen op basis van de nieuwste klimaatwetenschappelijke gegevens.

De vluchten van TUI Airline zijn verantwoordelijk voor ongeveer 80% van de uitstoot van de groep. De CO₂-uitstoot per kilometer per passagier is de afgelopen jaren al met 18% verminderd. Deze worden tegen 2030 nog verder verlaagd met 24%. TUI heeft altijd geïnvesteerd in de modernste vloot en zal dat ook in de toekomst blijven doen. Daarnaast zal het doel ook worden bereikt door een verbeterde efficiëntie van de vluchtoperaties, zoals de optimalisatie van vliegroutes. Ook het gebruik van duurzame vliegtuigbrandstoffen (SAF) zal hiertoe bijdragen. Tenslotte pleit TUI voor een progressieve taxatie die de inspanningen van een luchtvaartmaatschappij weerspiegelt: hogere belastingen voor een oudere vloot en lagere voor modernere toestellen of voor een wagenpark dat duurzame brandstoffen gebruikt.
Voor de TUI hotels verbindt de groep zich aan het doel om de uitstoot met minstens 46,2% te verminderen. De doelstelling is eigenlijk nog ambitieuzer en streeft naar hotelneutraliteit tegen 2030. Om dit te bereiken, verhoogt TUI het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en zet TUI in op meer efficiëntie qua algemeen energieverbruik in zijn hotels. TUI wil op het gebied van klimaat een pionier worden in de sector en deze voorsprong verder vergroten door het principe van de circulaire economie toe te passen op alle werkterreinen.

TUI Group engageert zich om tegen 2025 alle onnodige plasticverpakkingen en voorwerpen te elimineren. In 2019 werden er al 257 miljoen plastic wegwerpartikelen geweerd uit de hotels, cruiseschepen, vliegtuigen en kantoren. Een andere doelstelling is om tegen 2030 de voedselverspilling met 25% te verminderen binnen alle activiteiten van de groep.

Tegen uiterlijk 2030 zal TUI klimaat neutrale cruises aanbieden en zal de emissie bij TUI Cruises met meer dan een kwart (27,5%) zijn verminderd. Geen enkele andere cruisemaatschappij ter wereld verbindt zich momenteel aan een dergelijke absolute reductiedoelstelling. TUI Cruises is overigens de enige maatschappij die tot nu toe een SBTi-goedkeuring heeft gekregen.

Progress

Om de transformatie naar duurzaam toerisme te versnellen past TUI een onafhankelijk label toe als keurmerk voor hotels die aan de duurzaamheidscertificeringsstrategie voldoen. Sinds 2015 zijn er al 54 miljoen vakanties doorgebracht in gecertificeerde duurzame hotels.

Ook op het gebied van de excursies op de bestemming is er verandering aan de gang. TUI was het eerste bedrijf in de sector dat wereldwijde duurzaamheidsnormen toepaste in zijn excursie-aanbod. TUI Musement is ook gecertificeerd volgens de criteria van de Global Sustainable Council. Dit certificeringsproces helpt lokale leveranciers om de duurzaamheid van hun aanbod te verbeteren en steunt de transformatie van de hele toeristische sector.

Een mooi voorbeeld is het “Co-Lab Rhodes”, in 2022 gelanceerd door TUI en de TUI Care Foundation in samenwerking met de Griekse overheid en de overheid van de Zuid-Egeïsche Zee. Het eiland Rhodos, zeer populair als vakantiebestemming, wordt een wereldwijd rolmodel van duurzame transformatie: 27 lokale projecten zijn goedgekeurd en worden momenteel ontwikkeld.

Het duurzaamheidsprogramma van TUI toont de ambitie van de groep om niet alleen zijn eigen transformatie vorm te geven, maar ook een pionier te zijn in de toeristische sector en een trendsetter op alle vakantiebestemmingen. Eén ding is duidelijk: 2030 is een belangrijke mijlpaal maar ook slechts een tussenstap naar de finale ambitie om tegen uiterlijk 2050 ‘Net-Zero-emission’ te bereiken.

Meer informatie over het duurzaamheidsprogramma van TUI vind je hier (in het Engels)

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Het Alkmaarse bedrijf SCW heeft de primeur. De eerste fabriek ter wereld die met water op hoge druk en hoge temperatuur afvalstromen kan omzetten in groen gas. Dit gas is van zo’n kwaliteit dat het geschikt is voor huishoudelijk gebruik en de industrie. De eerste kubieke meters zijn deze week rechtstreeks aan het landelijke gasnetwerk geleverd. Rob Jetten, Minister van Klimaat en Energie, bezocht SCW Systems vandaag om dit heuglijke feit te vieren.  

Hoewel nu voor het eerst kubieke meters groen gas op industriële schaal zijn geproduceerd, is de potentie van deze doorbraak enorm. Want volgens SCW en – haar eerste partner – Gasunie is hiermee realistisch zicht op grootschalige Nederlandse productie van zoveel groen gas dat daarmee het verbruik van 850.000 tot 1,5 miljoen huishoudens in 2030 volledig kan verduurzamen.  

Volgens minister Jetten is deze unieke innovatie een heuglijk moment voor Nederland, juist nu de behoefte aan duurzaam gas zo groot is. ‘Een aantal jaren geleden was ik bij SCW en toen was het een  prachtige presentatie met mooie vergezichten. Het is echt geweldig om dan vandaag hier door de hal te lopen, en te zien hoe snel de techniek is opgeschaald en je ook te realiseren dat hier op deze locatie groen gas is ingevoerd in het netwerk van Gasunie. Dus het is niet meer iets van een verre toekomst. Het kan vandaag de dag al, hier in Alkmaar.’ 

Hoe werkt het?  

Na jaren van experimenteren en opschalen is het dit innovatieve bedrijf gelukt op industriële schaal hoogwaardig groen gas te produceren. Dit gebeurt met een unieke innovatie, namelijk de zogenaamde ‘superkritisch water vergassing’. Hierbij wordt afval in water – dat op hoge druk en hoge temperaturen gebracht wordt – afgebroken en ‘omgezet’ in zeer bruikbare grondstoffen, zoals groen gas en waterstof. Dit gas wordt rechtstreeks in het bestaande hoge druk gasnetwerk geïnjecteerd, zodat we het bijvoorbeeld zomers kunnen opslaan en in de winter gebruiken om onze huizen mee te verwarmen. 

Wout de Groot, directeur SCW Gas: ‘We zijn heel blij met deze mijlpaal. Het vereist een geweldig team met een positieve mindset, geloof in technologie en doorzettingsmentaliteit om een baanbrekende innovatie succesvol te maken. En zonder de steun van onze partners was dit nooit gelukt.’ 

Volgens Ulco Vermeulen, lid van de Raad van Bestuur van Gasunie, joint-venture partner van SCW, past dit project volledig in de  klimaatambities die Gasunie nastreeft met betrekking tot groen gas en waterstof. ‘We leveren hiermee een belangrijke bijdrage aan de verdere ontwikkeling van innovatieve vergassingstechnieken die aantonen op industriële schaal commercieel exploitabel te zijn.’ 

Gasunie, PGGM & Invest-NL 

Het vertrouwen in de nieuwe technologie blijkt niet alleen uit de betrokkenheid van een partner als Gasunie, maar ook uit investeringen van pensioenbelegger PGGM ten behoeve van Pensioenfonds Zorg en Welzijn en Invest-NL in SCW.  

Deze doorbraak in ‘groen gas’ kan volgens De Groot van SCW de voorbode zijn van een substantiële verduurzaming in de energiesector en industrie. ‘De politiek kan een krachtig vliegwiel voor groen gas technologieën creëren, bijvoorbeeld door de vraag naar groen gas bij huishoudens en bedrijven te stimuleren.’ 

Minister Jetten vandaag bij SCW: ‘We gaan de komende tijd een aantal dingen doen in Nederland om de groen gas productie flink op de schalen. Er komt een wettelijke bijmengverplichting die echt marktomstandigheden beter maakt voor niet alleen SCW maar ook andere bedrijven die hiermee bezig zijn.’ 

Afvalstromen zoals plastics 

De Groot van SCW ziet ook groeipotentie in niet-biogene afvalstromen. ‘De productie van groen gas heeft grote potentie als ruimte te bieden om afvalstromen in te zetten die nu nog worden verbrand zoals plastics.’ 

Minister Jetten beaamt deze potentie: ‘We willen nu allemaal naar de situatie dat je ook van plastic en andere soorten afval af kan. Dat we het niet alleen maar verbranden in een verbrandingsoven, maar dat we echt helemaal circulair inzetten. En daar kunnen we wet- en regelgeving voor aanpassen. En daar zal ik me de komende tijd extra hard voor gaan inspannen, nadat ik dit hier bij SCW weer gezien heb.’ 

‘De milieuwinst van groen gas is groot,’ zegt De Groot. ‘Je kunt lastige afval-reststromen efficiënt hergebruiken. Je maakt groen gas dat fossiel aardgas vervangt. En de groene CO2 die bij het proces vrijkomt kan je permanent vastleggen en hergebruiken. Het mes snijdt aan drie kanten, hierdoor ontstaat met groen gas een route naar grootschalige negatieve CO2 emissies.’ 

Dirk Schoenmaker, bestuurslid van Pensioenfonds Zorg en Welzijn: ‘PGGM heeft in 2018 ten behoeve van ons pensioenfonds als eerste externe financier risicokapitaal beschikbaar gesteld aan SCW Systems. Deze zeer innovatieve onderneming is een voorloper in de energietransitie en kan een belangrijke bijdrage leveren aan de verduurzaming van ons land. Het is in de reële economie waar de echte klimaatimpact wordt gemaakt en waar PFZW zijn lange termijnkapitaal met voorrang wil laten werken.’ 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De klimaatstrategieën van 24 van ’s werelds grootste ‘klimaatleiders’ (waaronder Ahold Delhaize) zijn volstrekt ontoereikend en zitten vol dubbelzinnigheid. De langetermijnbeloftes voor ‘Net Zero’ leiden de aandacht af van het feit dat de klimaatbeloftes voor 2030 minder dan de helft bedragen van wat nodig is om onder de temperatuurgrens van 1,5°C te blijven. De tweede editie van de Corporate Climate Responsibility Monitor van NewClimate Institute en Carbon Market Watch beoordeelt de integriteit van de klimaatstrategieën van 24 grote mondiale ondernemingen die hun leiderschap op klimaatgebied op de voorgrond plaatsen. Net als in 2022 is Maersk de enige onderneming waarvan de integriteit van de klimaatstrategie door de onderzoekers als redelijk wordt beoordeeld. De strategieën van acht ondernemingen – Apple, ArcelorMittal, Google, H&M Group, Holcim, Microsoft, Stellantis en Thyssenkrupp – hebben echter een matig integriteitsniveau, terwijl de overige vijftien ondernemingen (waaronder Ahold Delhaize) een lage of zeer lage integriteit hebben (zie tabel).

Wij constateren een algemeen gebrek aan vooruitgang sinds de eerste editie van de Corporate Climate Responsibility Monitor een jaar geleden werd gepubliceerd. Wij stellen vast dat de door ondernemingen gedane langetermijnbeloften om het klimaat tot nul terug te brengen dubbelzinnig blijven en de aandacht afleiden van de dringende noodzaak om de emissies dit decennium terug te dringen. Over het geheel genomen verbinden de ondernemingen die in onze grondige evaluatie zijn opgenomen zich ertoe om tegen 2030 slechts 15% van hun volledige waardeketenuitstoot te verminderen, of tot 21% volgens de meest optimistische interpretatie van hun beloften. Dit is minder dan de helft van de 43% vermindering van broeikasgassen die we wereldwijd moeten realiseren om de temperatuurstijging te beperken tot ongeveer 1,5°C. Een van de auteurs van het rapport, Thomas Day van het NewClimate Institute, zegt hierover het volgende: “In dit kritieke decennium voor klimaatactie weerspiegelen de huidige plannen van bedrijven niet de noodzakelijke urgentie voor emissiereducties. Regelgevers, vrijwillige initiatieven en bedrijven moeten opnieuw en dringend aandacht besteden aan de integriteit van de emissiereductieplannen van bedrijven tot 2030. De discussie over netto nul op langere termijn mag niet afleiden van de onmiddellijke taak die voor ons ligt.”

Na 2030 zijn de Net Zero-beloften van deze 24 bedrijven die hun klimaatbeloften aanprijzen, vaak misleidend. Ze beweren allemaal dat ze op weg zijn naar ‘netto nul’ of ‘klimaatneutraliteit’, wat de meeste waarnemers zouden opvatten als een verbintenis tot vergaande decarbonisatie naar bijna-nul-emissies. De consensus in de wetenschappelijke gemeenschap – zoals blijkt uit de SBTi Net Zero Standard en de ISO Net Zero Guidelines – toont aan dat om wereldwijd ‘netto nul’ te bereiken de huidige emissieniveaus voor de meeste sectoren met ten minste 90% of 95% moeten worden verlaagd. Maar wij stellen vast dat de toezeggingen van de onderzochte bedrijven neerkomen op een vermindering van slechts 36% van hun gecombineerde broeikasgasemissievoetafdruk tegen de respectieve streefjaren voor netto nul. Hieruit blijkt dat er een enorme kloof gaapt tussen wat de bedrijven momenteel toezeggen en wat nodig is om de meest schadelijke gevolgen van de klimaatverandering af te wenden.

Echte klimaatleiders hebben moeite zich te onderscheiden van degenen die veel bescheidener toezeggingen doen. Een kleine minderheid van bedrijven – waaronder Maersk en Stellantis – doet potentieel geloofwaardige toezeggingen voor een vergaande decarbonisatie tegen 2030 en daarna. Maar deze bedrijven worden op hetzelfde voetstuk geplaatst als andere – waaronder American Airlines, Carrefour, Deutsche Post DHL, Fast Retailing (Uniqlo), Inditex (Zara), Nestlé, PepsiCo, Volkswagen en Walmart – die soortgelijke beweringen doen en ook prominent verwijzen naar hun SBTi-certificeringen om klimaatstrategieën te verdedigen die in feite neerkomen op zeer beperkte verbintenissen inzake emissiereductie. Veel van de onderliggende problemen die we een jaar geleden signaleerden, zijn nog steeds niet opgelost: Carrefour lijkt nog steeds meer dan 80% van zijn merkwinkels uit te sluiten van zijn doelstellingen; de “50% tegen 2030”-doelstelling van Nestlé komt in werkelijkheid neer op een verbintenis om zijn volledige waardeketenuitstoot met slechts 16-21% te verminderen als gevolg van de uitsluiting van bepaalde emissiebronnen en omstreden compensatieplannen.

Een belangrijk punt van zorg is dat compensatiepraktijken – onder verschillende benamingen – de doelstellingen ondermijnen en consumenten misleiden. De helft van de door ons beoordeelde bedrijven – waaronder Apple, Deutsche Post DHL, Google en Microsoft – beweert tegenwoordig koolstofneutraal te zijn, maar deze beweringen betreffen gemiddeld slechts 3% van de emissies van deze bedrijven. Het overgrote deel van de emissiebronnen is uitgesloten van deze claims, maar deze cruciale informatie is niet duidelijk in het marketingmateriaal dat aan de consument wordt getoond. Ten minste driekwart van de door ons beoordeelde bedrijven is van plan om in de toekomst veel gebruik te maken van compensatie via projecten op het gebied van bosbouw en landgebruik. Dit is om twee belangrijke redenen problematisch: het niet-permanente karakter van biogene koolstofopslag maakt dergelijke projecten fundamenteel ongeschikt voor de compensatie van emissies; en de omvang van de vraag naar koolstofkredieten die de plannen van deze bedrijven impliceren, zou de middelen van 2 tot 4 planeet aarde vergen, als ze door anderen zouden worden gevolgd.

Er is belangstelling voor een overgang van compensatieclaims naar het gebruik van koolstofkredieten voor klimaatbijdragen. “Door dergelijke bizarre beweringen over koolstofneutraliteit te doen, misleiden deze bedrijven niet alleen consumenten en investeerders, maar stellen ze zichzelf ook bloot aan toenemende juridische en reputatieaansprakelijkheid”, aldus Lindsay Otis, beleidsdeskundige over koolstofmarkten bij Carbon Market Watch. “In plaats daarvan zouden ze ambitieuze klimaatplannen moeten uitvoeren om hun eigen uitstoot te verminderen en tegelijkertijd maatregelen buiten hun eigen activiteiten moeten financieren, zonder te beweren dat ze daardoor koolstofneutraal worden.”

Sommige bedrijven tonen klimaatleiderschap door te innoveren om hun sectoren te transformeren. Dit zijn bijvoorbeeld Maersk, dat investeert in alternatieve brandstoffen en schepen; Google, dat baanbrekend werk verricht op het gebied van 24/7-monitoring en het afstemmen van de opwekking van hernieuwbare energie op het verbruik; Deutsche Post DHL, dat investeert in de elektrificatie van zijn vloot en de opschaling van de productie van koolstofarme brandstoffen voor weg-, zee- en luchtvervoer; en Apple, dat maatregelen neemt om hoogwaardige opties voor de inkoop van hernieuwbare energie toegankelijker te maken voor zijn leveranciers en maatregelen treft om de levensduur van apparaten te verlengen.

Maar de meeste bedrijven komen met maatregelen die in het beste geval gericht zijn op incrementele verbeteringen en die de noodzakelijke sectorale transformaties uit de weg gaan. Plannen om bijvoorbeeld PV op daken te installeren of de energie-efficiëntie te verbeteren zijn welkom. Maar dit alleen is bij lange na niet voldoende in sectoren waar de op 1,5°C afgestemde trajecten meer transformatieve veranderingen vereisen. De grootste en meest invloedrijke bedrijven in de wereld moeten de nodige stappen zetten om de gedurfde beweringen die zij doen te begeleiden en begrijpen dat de tijd is verstreken voor marginale eerste stappen.

Uit onze analyse blijkt dat regelgevers, vrijwillige normeringsinitiatieven en bedrijven dringend hun aanpak moeten herzien om zich aan te passen aan de temperatuurgrens van 1,5°C. Uit recente publicaties van de VN-groep van deskundigen op hoog niveau en de Internationale Organisatie voor normalisatie blijkt dat er een convergerende consensus bestaat over wat goede praktijken zijn op het gebied van klimaatverantwoordelijkheid van bedrijven. Met de EU-richtlijn inzake duurzaamheidsrapportage hebben we de eerste tekenen gezien dat deze consensus zijn weg vindt naar wetgeving, hoewel nog moet worden afgewacht hoe deze regelgeving zal worden toegepast.

(dit bericht is een vertaling van het oorspronkelijk engelstalige persbericht met enige bewerking)

[ad_2]

Source link

Berichten paginering