[ad_1]

Generatie Z groeit op te midden van een klimaatcrisis. En ondanks dat de meerderheid van de jongeren zich in meer of mindere mate bezig houdt met het klimaat*, weet 1 op de 3 niet goed waar te beginnen met het leveren van een maatschappelijke bijdrage. Daarom gaan jongerenorganisatie Young Impact en WWF Nederland hen helpen om in actie te komen voor het klimaat, onder andere met een nieuw lespakket voor scholen.

Een overduidelijke match

Young Impact gelooft dat iedere jongere diens talenten kan inzetten om impact te maken. De organisatie biedt onder andere lesprogramma’s en evenementen om jongeren te bereiken met deze boodschap. Wendy Kakebeeke, co-directeur van Young Impact, vertelt: “Wij bereiken bijna 100.000 jongeren per schooljaar. Onze beproefde Young Impact-methodiek slaagt erin jongeren te activeren op verschillende thema’s, zoals het klimaat. Door een een langdurige samenwerking aan te gaan met WWF Nederland kunnen we nog meer impact maken.”

Klimaatacties

52% van de jongeren vindt dat school meer aandacht zou moeten besteden aan het klimaat. Daarom gaan de non-profits samen een lespakket ontwikkelen voor middelbare scholen en mbo’s dat gericht is op bewustwording en activatie. “Voor het Wereld Natuur Fonds is de samenwerking met Young Impact een unieke kans om jongeren te bereiken. Er komen al 100.000 kinderen met ons in actie om natuur te beschermen, maar middelbare scholieren zijn ook heel betrokken bij het klimaat en de natuur”, aldus Rogier Brouwer van WWF Nederland. Young Impact kan ons daar heel goed bij helpen.” Naast het lesprogramma wordt WWF Nederland ook onderdeel van de Young Impact Awards en Young Impact Day en gaan de organisaties samen een aantal Young Impact Take Overs op scholen organiseren.

Zeeuwse jongeren in actie

Om de start van de samenwerking kracht bij te zetten kwamen tijdens een Young Impact-actie in Middelburg vorige week 150 jongeren in actie voor het klimaat. Zij verruilden stoeptegels voor plantjes en bloemzaadjes. Deelnemer Britt Evers (18): “We hebben bloemen geplant en zwerfafval opgeruimd. Ik vond het heel leuk om op deze manier iets te doen voor de natuur en de omgeving op te vrolijken!”


[ad_2]

Source link

[ad_1]

Het is vandaag Dutch Overshoot Day, de dag waarop we als Nederlanders de biocapaciteit hebben gebruikt die voor een jaar beschikbaar is. Anders gezegd: als iedereen op Aarde zou leven als in Nederland, zouden 3,6 Aardes nodig zijn. Deze roofbouw op de planeet ligt aan de basis van klimaatverandering en de biodiversiteits- en stikstofcrisis. Global Footprint Network heeft becijferd dat het Nederlandse klimaatbeleid onze overvraging met 44% kan verminderen in 2030. Hiermee zal Dutch Overshoot Day opschuiven tot eind juni.

Een duurzame toekomst is een zekere toekomst

De oorlog in Oekraïne en grondstofleveringsproblemen tijdens corona, maken pijnlijk duidelijk hoe afhankelijk Nederland is van grondstoffen uit andere landen. Verstoringen van dit fragiele systeem kunnen gemakkelijk de economische en sociale stabiliteit van Nederland ondermijnen. Het is daarom niet meer dan logisch dat Nederland zich voorbereid op een wereld van grondstof-schaarste en klimaatverandering. Omgekeerd dan wat vaak nog gedacht wordt, betekent verduurzamen meer zekerheid en minder afhankelijkheid.

Impact van het Nederlandse Klimaatbeleid

Wat Nederland op dit moment van de Aarde vraagt is niet houdbaar: onze ecologische voetafdruk is te groot. Rob Jetten, minister voor Klimaat en Energie: “We lopen in dit kleine land tegen planetaire grenzen aan, zoveel is duidelijk. Daarom werkt het kabinet er hard aan om de impact van onze economie meer in balans te brengen met klimaat en milieu. Het klimaatbeleid vervult daarbij een centrale rol, maar het is belangrijk om ook breder te kijken. Daarbij is cruciaal dat we leren van fouten uit het fossiele verleden en de ombouw van onze economie naar een duurzame economie in één keer goed aanpakken, met respect voor zaken als klimaat, natuur, mensenrechten en milieu.”

Het klimaatakkoord en initiatieven op gebied van duurzame landbouw en circulaire economie verminderen onze voetafdruk. De vijf maatregelen met de meeste impact verschuiven Dutch Overshoot Day naar 30 juni, waarmee we van 3,6 naar 2 Aardes gaan.

  1. Klimaatakkoord: Verminderen van de CO2 uitstoot met 55% in 2030 (t.o.v. 1990). Als we dit realiseren maken we een enorme stap: 32 dagen.
  2. Emissievrij vervoer: Als alle vervoer in 2030 emissieloos is, schuift Dutch Overshoot Day met nog eens 18 dagen op.
  3. Plantaardig dieet. Als we in 2030 50% minder dierlijke proteïne eten, zoals in aanvullend klimaatbeleid wordt voorgesteld, schuiven we de datum met bijna 2 weken op.
  4. Circulaire economie: In 2030 is de helft van de materialen die we gebruiken circulair. Omdat we minder ruwe materialen gebruiken vergt dit minder energie en uitstoot waardoor de overshoot datum 10 dagen opschuift.
  5. Voedselverspilling. 50% minder voedselverspilling in 2030, conform de SDG-doelstellingen, levert nog eens 7 dagen op.

Wat is er nodig om de datum te brengen naar 31 december?

De analyse van Global Footprint Network laat zien dat de huidige maatregelen grote impact hebben en dat we hiermee onze overvraging met 44% verminderen. Er zal echter meer nodig zijn om onze maatschappij in balans te brengen met de Aarde, voordat de gevolgen van overshoot ons dwingen om onze levensstijl aan te passen. Naast het verkleinen van onze carbon-footprint is hierbij een belangrijke rol weggelegd voor de agrarische sector om de biocapaciteit van Nederland te vergroten. Het verbouwen van bio-based materialen en toepassen van circulaire en regeneratieve landbouw zijn hiervan concrete voorbeelden die opgeschaald kunnen worden.

Mathis Wackernagel, oprichter van Global Footprint Network: “De gevolgen van overshoot zijn ook in Nederland te voelen. Men worstelt met klimaatbeleid, en door de stikstofcrisis zit het land bijna op slot. De economie van Nederland zou zich daarom moeten richten op circulaire principes en regeneratie. We zien dat bedrijven met een circulair businessmodel, (financieel) significant beter presteren dan de bedrijven die dat niet hebben. Het is mogelijk om te groeien en tegelijkertijd overshoot terug te dringen en biodiversiteit te herstellen. Daarbij zijn de kosten om nu in te grijpen en om te schakelen naar circulair op de lange termijn lager dan de kosten van niks doen.

(klik op de afbeelding om te vergroten)

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Geef de energietransitie van onderop meer ruimte. Dit versterkt het landelijke klimaatbeleid substantieel. Een Nationaal Programma Maatschappelijk Initiatief kan hierbij helpen. Dit adviseert Kees Vendrik van het Nationaal Klimaat Platform (NKP) in in zijn eerste rapportage aan minister Jetten voor Klimaat en Energie.

Uit de gesprekken die het Platform de eerste honderd dagen voerde kwam de potentiële kracht van de maatschappelijke dynamiek vaak naar boven. “Steeds meer burgers en ondernemers nemen het voortouw. De rijkdom aan initiatieven groeit elke dag. In buurt, wijk, stad, regio en bedrijventerrein. Dat is de nieuwe economie in wording”. Om die sneller tot wasdom te laten komen is richting, ruimte en rechtvaardigheid nodig, schrijft hij. Dat vraagt bijvoorbeeld experimenteer-ruimte in regelgeving, instanties die goed inspelen op de maatschappelijke initiatieven en ondersteuning om te starten en op te schalen.

Richting

Ruimte voor de transitie van onderop hoort samen te gaan met stevig rijksbeleid. Volgens Vendrik helpt het als richting en perspectief van de transitie wordt geboden. De transitie is meer dan een jacht op tonnen CO2-reductie. Het grijpt in op de leefwereld van iedereen. Inwoners en ondernemers krijgen te maken met nieuwe keuzen en onzekerheden. “Er is behoefte aan een duidelijk verhaal, waardoor mensen snappen dat ingrijpende maatregelen perspectief bieden op een duurzamer, mooier en toekomstbestendiger Nederland. Zeker jongere generaties hebben daar behoefte aan.”

Ruimte

Daarom pleit Vendrik er voor de transitie van onderop meer ruimte te geven, gecombineerd met stevig overheidsbeleid. “Het gaat om ruimte voor gezamenlijke energieprojecten in wijken, voor energiecoöperaties, voor nieuwe verdienmodellen in de landbouw, voor duurzame financieringsmodellen. De praktijk leert dat regionaal en landelijk beleid deze transitiekracht kan maken of breken.”

Rechtvaardigheid

Ook rechtvaardigheid vraagt om meer aandacht. Het recente WRR-rapport hierover is wat Vendrik betreft een goed begin. “Een beter klimaat begint niet ‘bij jezelf’. Het begint bij een heldere notie van klimaatrechtvaardigheid. Daarbij is een gedeelde verantwoordelijkheid van openbaar bestuur, burgers en bedrijven een belangrijk fundament.”

Hij spoort de regering aan prioriteit te geven aan het verduurzamen van woningen van mensen met een laag inkomen die hard geraakt worden door de hoge energieprijs. Ook de duizenden sportclubs die hierdoor in de problemen zijn, verdienen snel hulp bij verduurzaming. “Zo krijgt de sociale kant van de transitie ook een gezicht.”

Schakel beleid en maatschappij

Het Nationaal Klimaat Platform  (NKP) heeft als taak de transitie helpen te versnellen. Het is een schakel tussen het beleid en de maatschappij. Meerdere keren per jaar rapporteert het NKP over de voortgang.

Foto: NKP

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Een belangrijk aandachtspunt voor de AFM is duurzaamheid en de transparantie van bedrijven daarover. Recent bestudeerde de AFM de onderbouwing van veel groene claims van bedrijven die hun vervuilende uitstoot compenseren met carbon credits. Deze credits, waarmee ergens anders vervuilende CO2 uit de lucht wordt gehaald, blijken vaak onvoldoende onderbouwd, zo zagen de onderzoekers. Daarbij plaatst de AFM nog een andere kanttekening: de hoeveelheid CO2 die verhandelbaar is, is eindig. Er kan maar zoveel uit de lucht worden gehaald en elders worden opgeslagen. Dat besef ziet de AFM nog niet terug bij bedrijven en in de prijzen die hiervoor worden gerekend.

AFM betrekt duurzaamheidsaspecten nadrukkelijk in haar toezicht op de verslaggeving van beursgenoteerde ondernemingen. Gedurende 2022 voerde AFM onderzoek uit naar hoe zij invulling geven aan de huidige vereisten over klimaatgerelateerde niet-financiële informatie in hun verslaggeving over 2021 en hoe een accountant daarover assurance geeft. Mede op basis van de voorlopige resultaten uit dat onderzoek kondigde de AFM aandachtspunten aan waar ze specifiek op zullen letten bij haar toezicht op verslaggeving over 2022. Dat zijn onder meer de connectiviteit tussen toelichtingen over niet-financiële informatie en cijfers in jaarrekening, de inhoud van de niet-financiële verklaring die grote beursgenoteerde ondernemingen moeten opnemen, zoals de informatie over hun net zerodoelstellingen (en hoe ze die bereiken), en de reikwijdte van scope-3-toelichtingen. Met net-zero- (of CO2-neutrale) doelstellingen drukken ondernemingen hun klimaatdoelen uit. “Bij deze aandachtspunten verwachten we dat ondernemingen concrete en duidelijke informatie opnemen en een evenwichtig beeld geven, zeker als maatregelen positieve en negatieve effecten hebben.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Op donderdag 6 april 2023 tekenden de gemeente Moerdijk, Havenbedrijf Moerdijk en boerenorganisatie ZLTO een intentieverklaring om samenwerking tussen lokale agrariërs en bedrijven te stimuleren door middel van Carbon Farming. Dit betekent dat de gemeente samen met het havenbedrijf het voortouw neemt om bedrijven in de Moerdijkse haven te enthousiasmeren om boeren te betalen voor het nemen van extra maatregelen om koolstof op te slaan in hun bodem in ruil voor zogenaamde ‘carbon credits’.

De unieke ligging van Moerdijk aan het Hollands Diep maakt het een ideale plek voor een haven met industrie. Bedrijven en bewoners in Moerdijk omarmen sinds jaar en dag duurzaam en klimaatbewust wonen en werken, en de gemeente heeft een eigen klimaatstrategie waarin deze kernwaarden centraal staan. Het havenbedrijf is een belangrijke speler in Moerdijk voor bedrijvigheid en werkgelegenheid. Groeien in balans is het uitgangspunt voor Port of Moerdijk. Uitbreiding van activiteiten in de haven gaat hand in hand met investeringen in leefbaarheid en natuur.

Dubbel voordeel

Carbon Farming haalt CO2 uit de atmosfeer en legt het als koolstof langdurig vast in de bodem. Zo helpen boeren bedrijven bij hun klimaatambities. Dit levert de boer én de maatschappij dubbel voordeel op, omdat de bodem beter water vasthoudt, beter bestand is tegen weersextremen, er een rijker bodemleven ontstaat en de biodiversiteit wordt gestimuleerd. Het project biedt aan de andere kant een oplossing voor bedrijven die bij willen dragen aan hun klimaatdoelstellingen door lokaal de omgeving te verduurzamen.

Naar succesvoorbeeld

In het voorjaar van 2022 is er al een mooie samenwerking ontstaan tussen de plaatselijke akkerbouwers Maatschap Schrauwen-Deijkers en Sivomatic, internationaal producent van kattenbakvulling op het haven- en industrieterrein van Moerdijk. ZLTO Moerdijk stond aan de basis van die samenwerking. Inmiddels hebben meerdere agrariërs voor Carbon Farming interesse getoond.

Samen met 12 boeren

Door samenwerking tussen gemeente Moerdijk, Havenbedrijf Moerdijk en ZLTO krijgt nu een groep van 12 geïnteresseerde boerenbedrijven de kans om deel te nemen aan het project en koolstof vast te leggen in de bodem. De carbon credits die hiermee worden gecreëerd, worden aangeboden aan lokale bedrijven in onder meer het havengebied. Een eerste inschatting van het aantal tonnen CO2 dat deze 12 boeren kunnen vastleggen in de gemeente Moerdijk bedraagt 600 ton per jaar.

Gemeente en havenbedrijf over het project

Wethouder Danny Dingemans van de gemeente Moerdijk is enthousiast over Carbon Farming: “In tijden van tegenstellingen is het mooi dat de landbouw laat zien dat zij een antwoord kunnen geven op het CO2-probleem door de CO2 te binden in organisch materiaal. Daarmee ontstaan er voor boeren nieuwe verdienmodellen en kan de industrie bijdragen aan de reductie van CO2 in de atmosfeer. Daarmee is het ook goed dat men met elkaar in gesprek is en elkaars vraagstukken beter leert begrijpen.”

CEO Paul Dirix namens Port of Moerdijk voegt daaraan toe dat het havenbedrijf het ‘carbon farming’-initiatief ziet als een uitgelezen kans om partijen te verbinden. “Agrariërs in Moerdijk en bedrijven op ons haven- en industrieterrein kunnen hierdoor in het belang van ons allemaal een bijdrage leveren aan de reductie van CO2-uitstoot. Dat past is ons streven om als goede buur de omgeving te laten profiteren van economische ontwikkelingen en anderzijds draagt het een steentje bij aan de verduurzamingsopdracht die er ligt.”

Extra bedrijven gezocht

Om nieuwe initiatieven en deelnames rond Carbon Farming in de toekomst mogelijk te maken wordt een revolverend fonds opgericht waarbij een deel van het bedrag dat wordt betaald per credit zal terugvloeien in het fonds, zodat daaruit opnieuw geld beschikbaar kan komen. Om het project te laten slagen worden extra bedrijven gezocht om mee te doen aan dit unieke samenwerkingsproject.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Zeventien toonaangevende beleggers (waaronder de Nederlandse beleggers Achmea IM, a.s.r. AM, MN en PGGM Investments) met een beheerd vermogen van ruim duizend miljard euro en activistische aandeelhoudersgroep Follow This hebben een klimaatresolutie ingediend voor de AVA van TotalEnergies op 26 mei. De resolutie vraagt de oliemaatschappij om haar Scope 3-emissiereductiedoelstellingen voor 2030 in lijn te brengen met het klimaatakkoord van Parijs. De resolutie is vergelijkbaar met die voor de AVA’s van 2023 van Shell, BP, ExxonMobil en Chevron.

TotalEnergies

“Dit commitment van zeventien van ’s werelds belangrijkste investeerders tilt de strijd tegen de klimaatcrisis naar een nieuw niveau”, zegt Mark van Baal, oprichter van Follow This. “Wij danken deze grote coalitie van investeerders voor hun vastberadenheid om de klimaatcrisis aan te pakken. Om het doel van Parijs te halen moet de wereld de uitstoot in 2030 bijna halveren, maar TotalEnergies heeft geen plan om de uitstoot dit decennium terug te dringen. Daarom verwachten wij dat lange-termijn- en klimaatbewuste beleggers de enige macht zullen uitoefenen die zij als aandeelhouders hebben: hun stem op de aandeelhoudersvergadering.”

“Beleggers die de klimaatcrisis willen aanpakken, zullen bij deze vijf supermajors voor alle vijf de klimaatresoluties stemmen, omdat ze allen vastberaden zijn om zo lang mogelijk en zo veel mogelijk fossiele brandstoffen te winnen.”

“Verantwoordelijke beleggers, ook zij die in het verleden vertrouwden op engagement zonder te stemmen, zijn zich er ten volle van bewust dat als stemmen voor klimaatresoluties niet stijgen, er weer een jaar verloren gaat waarin de bedrijven zich blijven verschuilen achter aandeelhouders die stemmen tegen klimaatresoluties.”

Nederlandse beleggers nemen het voortouw

“Nederlandse beleggers waren de eersten die voor de Follow This klimaatresoluties stemden. In 2022 stemden zelfs tien van de tien grootste Nederlandse beleggers voor. Nu zetten ze de volgende stap door een klimaatresolutie in te dienen samen met Follow This. We zien er naar uit om samen met deze coalitie stemmen te winnen bij andere beleggers.

* De zeventien institutionele beleggers uit Frankrijk, België, Nederland, het VK en de VS hebben 1,1 biljoen euro aan vermogen onder beheer. Het consortium bestaat uit Achmea IM, a.s.r. AM, Degroof Petercam AM, Edmond de Rothschild AM, La Banque Postale AM & Tocqueville Finance, La Financière de l’Echiquier, Mandarine Gestion, Man Group, Messieurs Hottinguer & Cie Gestion Privée, MN, Ofi Invest AM, PGGM Investments, Sycomore AM en vijf andere investeerders die hun deelname later bekend zullen maken.

Statement institutional investors

In a statement, the group of investors writes: “As institutional investors, we want to safeguard long-term returns for our beneficiaries. Therefore, we encourage portfolio companies to decarbonize and contribute to the goals of the Paris Climate Agreement. Oil majors like TotalEnergies have the scale, capital, and knowledge to help the world transition from fossil fuels to low-carbon energy sources. Unfortunately, we believe that TotalEnergies has not made sufficient progress in supporting this transition.”

“Based on its plans to ramp up gas production, we expect TotalEnergies to become the largest European hydrocarbon producer by 2030. This is not reconcilable with a Paris-aligned emission reduction pathway,” says Bertille Knuckey, Fund Manager at Sycomore AM, “Investors need to vote to voice their opinion on this strategy.”

“Although the world has to almost halve emissions by 2030 to achieve the goals of the Paris Agreement, TotalEnergies refuses to significantly drive down scope 3 emissions this decade,” says Colin Tissen, Advisor Responsible Investment at PGGM Investments, “We encourage the company to fully embrace its transition towards a low-carbon energy provider, helping its customers reduce their carbon footprint.”

Consultative resolution

In 2022 weigerde de raad van bestuur van TotalEnergies een soortgelijke maar bindende aandeelhoudersresolutie in stemming te brengen. Gezien deze weigering hebben wij besloten om dit jaar een consultatieve resolutie in te dienen; een consultatieve resolutie legt de onderneming of haar raad van bestuur niets op, maar stelt beleggers in staat om hun wens uit te spreken dat de onderneming haar Scope 3-doelstellingen voor 2030 afstemt op het doel van het Akkoord van Parijs.

“Het beeld is duidelijk: geen enkele oliemaatschappij heeft plannen om zijn emissies dit decennium terug te dringen. Nu is het aan de aandeelhouders om te stemmen. Samen met grote beleggers blijven we deze vijf supermajors steunen om hun volle gewicht achter de energietransitie te zetten.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Warmtenetten vormen een belangrijk onderdeel van de verduurzaming van Nederland. Met het regeringsbesluit om de energietransitie te versnellen en voor 2030 nog ten minste 500.000 woningen aan te sluiten op warmtenetten, zijn de warmte transitievisies van Nederlandse gemeenten hier vol op gericht. Ook voor Energie voor Elkaar is het essentieel om te kijken naar de inzet van duurzaam materiaal bij het aanleggen van een warmtenet. Op 31 maart 2023 ondertekenden Valentijn Kleijnen, CEO van Energie voor Elkaar en Patrick van der Stigchel, Vice President Benelux & SouthWest Europe van Kingspan LOGSTOR daarom een samenwerkingsovereenkomst om het toegepaste materiaal in een warmtenet te verduurzamen: warmte- en koude leidingen waarbij gerecycled kunststof wordt toegepast in de behuizing. Deze leidingen zijn een primeur in Nederland en worden toegepast voor het ondergronds transport van warm en koud water.

Patrick van der Stigchel van Kingspan LOGSTOR, is enthousiast over de samenwerking: “Na de introductie van deze voorgeïsoleerde leidingsystemen, zijn we er trots op dat Energie voor Elkaar deze leidingen als eerste gaat toepassen in Nederland. Wij ontwikkelden dit product met de ambitie om de CO2 voetprint en uitstoot structureel te verminderen. Door te kiezen voor deze nieuwe leidingen, kan een sterke CO2 reductie gerealiseerd worden. Dat is een hele mooie ontwikkeling waarin Energie voor Elkaar samen met ons nu de eerste stap zet.”

Valentijn Kleijnen van Energie voor Elkaar: “Warmtenetten zijn essentieel om de klimaatdoelstellingen te halen, en de komende jaren gaan we honderden kilometers aan warmte en koude leidingen in de grond leggen om ons Slim Groen Warmtenet te realiseren. Dat doen we in een groot aantal gemeentes. Het materiaal dat je daarbij toepast is belangrijk. Het moet kwalitatief hoogwaardig zijn, want het moet tientallen jaren probleemloos functioneren. Het materiaal dat normaliter wordt gebruikt om de buis en isolatie te beschermen is van kunststof en dat is een aardolieproduct. Door het gebruik van de producten van Kingspan LOGSTOR maken we een duurzame keuze: we beperkten het gebruik van een fossiele grondstof en helpen zo mee om minder plastic te gebruiken.” Met deze samenwerking nemen we verantwoordelijkheid voor de toepassing van materiaal in de hele warmteketen.

Met de nieuwe transportleidingen zetten Kingspan LOGSTOR en Energie voor Elkaar belangrijke stappen in het verduurzamen van warmtenetten in Nederland en daarbuiten. De warmte en koude leidingen worden in verschillende landen al succesvol toegepast. Niet alleen de stalen leiding is recyclebaar maar ook de kunststof buitenzijde. De behuizing is gemaakt van gerecycled HDPE kunststof materiaal waardoor er geen nieuw materiaal gebruikt hoeft te worden. Daarmee is de CO2 footprint aanzienlijk verminderd ten opzichte van niet gerecycled materiaal.

Patrick van der Stigchel licht de CO2 reductie toe: “Per meter warmteleiding wordt er 6,5 kg CO2 bespaard doordat we bij deze leidingen gebruik maken van gerecycled HDPE voor de behuizing, per 100 meter komt dat overeen met 650 kg aan CO2 besparing. Als je inzoomt op 1.000 kg CO2, dan is dat vergelijkbaar met bijvoorbeeld de uitstoot van 2,6 keer economy vliegen van Amsterdam naar Rome, 72 keer met de Thalys van Amsterdam naar Parijs of 10.000 km rijden met een dieselauto. Onze voorgeïsoleerde leidingen zijn daarom met recht een hele mooie duurzame innovatie.”

Fotobijschrift: “Op 31 maart 2023 ondertekenden Valentijn Kleijnen, CEO van Energie voor Elkaar en Patrick van der Stigchel, Vice President Benelux & SouthWest Europe van Kingspan LOGSTOR een samenwerkingsovereenkomst om het toegepaste materiaal in een warmtenet te verduurzamen: warmte en koude leidingen waarbij gerecycled kunststof wordt toegepast voor de buitenkant. Deze zijn een primeur in Nederland en worden gebruikt voor het ondergronds transport van warm en koud water.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Netbeheer Nederland publiceerde deze week het onderzoek ‘II3050’. Dit geeft netbeheerders inzicht in hoe de maatschappij naar een klimaatneutraal energiesysteem in 2050 kunnen groeien. Uit het onderzoek komen vier scenario’s, deze spelen in op de nodige verandering waarbij we van een ‘vraag gericht’ naar een ‘aanbodgericht’ energiesysteem gaan. Er is werk aan de winkel. We moeten begrijpen dat de politieke keuzes van vandaag direct impact hebben op hoe we het energiesysteem met elkaar voorbereiden op een energieneutraal Nederland.

De overgang van fossiele naar alleen duurzaam opgewekte energie maakt dat we in Nederland de energievraag- en aanbod nog beter op elkaar moeten afstemmen. En dat de maatschappij flexibel moet zijn in het gebruik van energie. Door een sterk toenemende vraag naar netcapaciteit, moeten netbeheerders hun tijd, mensen en materialen naar 2050 toe zo efficiënt mogelijk inzetten om de leveringszekerheid op niveau te kunnen houden en de klimaatdoelstellingen te kunnen halen.    

Het rapport van vandaag geeft richting voor iedereen die in de energietransitie werkzaam is. Daan Schut, CTO Alliander, zegt hierover: “Deze studie laat weer zien hoe essentieel het is om de energietransitie planmatig en integraal aan te pakken. 2030 komt razendsnel dichterbij en 2040 is al overmorgen. We moeten op de korte termijn belangrijke keuzes maken over de inrichting van het energiesysteem. Dit zijn inrichtingskeuzes zoals: welke energiedrager komt op welke locatie, op welk moment, en voor wie? Waar maken we een zwaar elektriciteitsnet? Waar komt warmte, waar waterstof? Deze keuzes zijn hard nodig om de ombouw van het energiesysteem gerichter en sneller te kunnen doen.” 

De uitdagingen zijn in alle scenario’s enorm. De volgende drie conclusies vallen het meest op: 

1. Als energiesector in de hoogste versnelling om de CO₂-ambities 2050 te realiseren

Alle scenario’s gaan uit van een succes op het behalen van de doelstelling om in 2050 klimaatneutraal te zijn. De uitdagingen blijven enorm. In de scenario’s vallen de volgende drie uitdagingen op: 

Het wordt belangrijk om direct energie te gebruiken als deze ruim beschikbaar is (bijvoorbeeld bij veel zon of wind) of juist te verminderen wanneer er weinig energie beschikbaar is. Alle gebruikers zullen hier in de toekomst mee te maken krijgen. En zij hebben een actieve rol in het succesvol laten slagen van deze uitdaging. Ook waterstof- en warmtesystemen hebben deze flexibiliteit nodig. Denk hierbij aan elektrolysers om voldoende waterstof te maken en de ondergrondse opslag van waterstof. Dit is geen verre toekomstmuziek voor 2050. Het is al realiteit in het energiesysteem van 2030.   

2. Tijdens transitie niet alles direct mogelijk

Netbeheerders investeren maximaal om de netten uit te breiden. Maar de vraag groeit sneller dan het aanbod. Onze bestaande netten lopen nu al tegen hun grenzen aan. Na grote bedrijven krijgen ook consumenten en het midden en kleinbedrijf (met een kleinverbruikaansluiting), vaker te maken met een elektriciteitsnet dat voller raakt. Dat betekent dat er prioriteiten moeten worden gesteld. We moeten bovendien accepteren dat niet álles op korte termijn mogelijk is. Dus energiebesparen blijft heel belangrijk. Én hoe dichter de opweklocatie is bij de plek waar de energie wordt gebruikt, hoe beter.

3. Er zijn keuzes nodig welke of op welke manier de energie-intensieve basisindustrie in klimaatneutraal Nederland van 2050 past

Het vestigingsklimaat, industriebeleid en maatwerkafspraken zijn van belang voor wat de energie-intensieve industrie doet: investeren en nieuwe processen implementeren óf (gedeeltelijk) uit Nederland vertrekken. Ruim 40% van de energievraag in Nederland komt van de energie-intensieve industrie. Daardoor is de keuze van de industrie zeer bepalend voor de ontwikkeling van het energiesysteem en de infrastructuur in het bijzonder. De netbeheerders zetten zich maximaal in om de infrastructuur die nodig is om CO2-reductie-doelstelling in 2030 te behalen te realiseren.  

Om een duurzaam energiesysteem te bereiken moeten we keuzes maken over de wie, de waar en de hoe(veel). Ook is spreiding van het gebruik van energie in tijd nodig. Door de schaarste op het net en de benodigde middelen om de energie-infrastructuur te ontwikkelen (tijd, ruimte, personeel, materiaal en financiering), is het belangrijk om een scherp inzicht te krijgen. 

Over II3050

“Deze scenario’s komen uit de meest uitgebreide studie die door netbeheerders wordt gedaan. Voor het rapport is met meer dan 100 partijen gesproken. Ik nodig daarom alle betrokkenen uit om de scenariostudie te gebruiken voor de eigen toekomststudies.” stelt Hans-Peter Oskam, directeur Beleid en Energietransitie van Netbeheer Nederland. “II3050 vormt de basis van onze investeringen in de komende jaren. Het schetst het ontwikkelpad van 2030 naar een klimaatneutraal 2050. Er is veel extra capaciteit nodig om met duurzame energie aan de toekomstige energievraag te voldoen.” 

“Wanneer we in Nederland in 2050 klimaatneutraal willen zijn, is daarnaast een belangrijke rol weggelegd voor alle sectoren die CO₂ uitstoten. Zoals landbouw, industrie, vlieg- en vrachtverkeer en de gebouwde omgeving. Zij moeten hun steentje bijdragen en eigen sectordoelstellingen op tijd behalen.” 

Dit tussenrapport biedt nog geen schets van de impact die de scenario’s hebben op de energie-infrastructuur. Eind 203 volgt de definitieve uitwerking van het rapport. In deze eindrapportage worden ook de impact op kosten, ruimte, menskracht en materiaal meegenomen.  

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Om klimaatverandering tegen te gaan moeten bedrijven verantwoordelijkheid nemen en hun CO2-uitstoot verminderen. Tegelijkertijd worden huidige labels voor klimaatbescherming opnieuw bekeken. ClimatePartner heeft zodoende met “ClimatePartner gecertificeerd” een nieuwe oplossing ontwikkeld die rekening houdt met deze eisen en met name de reductie van broeikasgassen.

Bedrijven die het nieuwe label van ClimatePartner willen gebruiken, moeten hun CO2-voetafdruk berekenen en deze regelmatig actualiseren. Op basis daarvan, ook als ze het label alleen voor een afzonderlijk product willen gebruiken, stellen ze reductiedoelen en implementeren ze reeds aantoonbaar reductiemaatregelen. Daarnaast moeten bedrijven een bijdrage leveren om mondiale klimaatmaatregelen te financieren. Het nieuwe label “ClimatePartner gecertificeerd ” staat voor bevestiging van en als symbool voor deze klimaatactie.  Het verwijst tevens via een QR-code naar een speciale klimaat-ID-website waar consumenten de klimaatinzet van het betreffende bedrijf volledig kunnen volgen. Met één klik worden reducties weergegeven en daarnaast worden doelstellingen die het bedrijf heeft gedefinieerd om een langdurige bijdrage aan klimaatbescherming te leveren getoond.

Moritz Lehmkuhl, oprichter en CEO van ClimatePartner legt uit: “Ons nieuwe label “ClimatePartner gecertificeerd ” stelt niet alleen hogere eisen aan de inzet voor klimaatbescherming, maar bevestigt ook dat deze voor de lange termijn geldt en onderdeel is van de bedrijfsstrategie. Dat is een belangrijke doorontwikkeling, omdat het niet meer gaat om een status quo als resultaat, maar om permanente reductie in combinatie met transparantie binnen de stappen op het gebied van klimaatactie van het bedrijf.”

Klimaatbeschermingsbijdrage voor afzonderlijke diensten, evenementen etc. blijft mogelijk

Omdat effectieve klimaatprojecten een onmisbare bijdrage aan mondiale klimaatmaatregelen blijven vormen, biedt ClimatePartner bedrijven die nog geen grote stappen hebben gezet binnen hun duurzaamheidsstrategie, of die niet kunnen voldoen aan de hogere eisen in de toekomst, de mogelijkheid deze te ondersteunen. Dit zijn doorgaans bedrijven die nog aan het begin van hun duurzaamheidstransitie staan, afzonderlijke projecten of eenmalige diensten zoals evenementen waarvoor geen reductiedoelen voor de lange termijn kunnen worden gedefinieerd. In deze gevallen kunnen gecertificeerde klimaatbeschermingsprojecten worden ondersteund die een bijdrage leveren aan de dringend benodigde investeringen voor de realisering van de 1,5 graden doelstelling. Deze vrijwillige inzet wordt aangeduid met het label “Financiële klimaatbijdrage”.

Centraal staat ook in dit geval maximale transparantie: “Wij hebben in het verleden gemerkt hoe belangrijk het is dat klimaatbescherming zichtbaar is en dat zowel bedrijven als consumenten zich hiermee bezighouden”, aldus Lehmkuhl. “Onze strategie om bedrijven te helpen hun inzet voor klimaatbescherming op een geloofwaardige manier te communiceren, zetten wij met onze huidige en reeds beproefde ID-tracking voort. Consumenten komen ook in dit geval via een website te weten welke klimaatbeschermingsprojecten worden ondersteund”.

Het huidige ClimatePartner-label “Klimaatneutraal” zal na een overgangsperiode worden uitgefaseerd en daarna niet meer gebruikt worden.

ClimatePartner biedt het antwoord op de behoefte aan overzichtelijke en transparante inzet voor klimaatbescherming door bedrijven

“ClimatePartner gecertificeerd” is een nieuw kwaliteitskeurmerk en een nieuwe mijlpaal binnen de inzet van bedrijven voor klimaatbescherming. Voor het nieuwe label heeft ClimatePartner daarom een garantiemerk gedeponeerd waarmee de inhoudelijke kwaliteit wordt bevestigd.

Meer informatie over het nieuwe label “ClimatePartner gecertificeerd ” vind je hier.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Royal A-ware maakt een ambitieuze nieuwe duurzaamheidsstrategie bekend. Het familiebedrijf committeert zich als eerste zuivelonderneming in de Benelux aan een FLAG doelstelling onder SBTi. Hiermee laat Royal A-ware zien aan de slag te gaan met het reduceren van de emissies van broeikasgassen in haar ketens. Het SBTi commitment is onderdeel van de vernieuwde duurzaamheidsstrategie van het familiebedrijf.

Efficiëntere en duurzamere ketens

Jan Anker, CEO Royal A-ware: ‘Als familiebedrijf denken wij niet in jaren, maar in generaties. Dat is ook het vertrekpunt van onze duurzaamheidsstrategie. Duurzaamheid is voor Royal A-ware duurzaam ondernemen in de keten, waarbij alle schakels blijvend voordeel hebben: melkveehouders kunnen blijven boeren, klanten blijven voor ons kiezen en medewerkers blijven zich thuis voelen en kunnen zich ontwikkelen. We organiseren onze ketens zodanig dat we én een
gezond familiebedrijf blijven én ons inzetten voor het verminderen van de impact op onze omgeving. Ons commitment aan de FLAG-doelstelling onder SBTi onderstreept onze serieuze ambities’.

Net zero ketens

Als onderdeel van het SBTi commitment streeft Royal A-ware naar net zero ketens. Net zero betekent voor Royal A-ware dat zij in 2050 de emissies van broeikasgassen in haar zuivelketen van koe tot verpakt product met minimaal 90% wil terugbrengen ten opzichte van 2021. De eventuele resterende emissies worden waar mogelijk gecompenseerd via vastlegging van koolstof in de bodem door de melkveehouders van Royal A-ware. Voor het overige deel verwacht het bedrijf dat de komende tijd innovaties en inzichten beschikbaar komen die ingezet kunnen worden.

Voedingswaarde zuivelproducten

Een doelstelling van Royal A-ware bij de verdere verduurzaming van de keten, is de productie van zuivelproducten met een zo hoog mogelijke voedingswaarde en tegelijkertijd een zo laag mogelijke impact van de productie op mens, dier en milieu. Royal A-ware zal hier in haar communicatie nadrukkelijk aandacht voor vragen. Zuivelproducten bevatten immers belangrijke bouwstenen voor de mens

[ad_2]

Source link

Berichten paginering