[ad_1]

Onlangs werd in Tilburg opnieuw een stap gezet in de verdere verduurzaming van het logistieke distributiecentrum DC-5 van Prologis. Dat gebeurde door officieel het 1MWh batterijsysteem van iwell in gebruik te nemen. Op het circa 41.000 vierkante meter dak van het distributiecentrum liggen sinds vorig jaar 9.300 zonnepanelen met een totaal vermogen van 4,2MW. Er is echter slechts een elektriciteitsaansluiting van 1,75 MW. Hierdoor kan de overtollig opgewekte energie niet teruggeleverd worden aan het net. Een slim 1MWh accusysteem biedt hiervoor, én voor meerdere zaken, nu een oplossing.

Netaansluiting ontoereikend

Sander Griffioen, Construction Innovation manager – Europe bij Prologis, zegt hierover: “Een modaal distributiecentrum, waar het dak volledig is voorzien van zonnepanelen, kan gemiddeld drie maal zoveel elektriciteit opwekken als er nodig is voor LED-verlichting, koelingen, opladen van elektrische vorkheftrucs en dergelijke. Het overschot tegen een mooie prijs terug leveren aan het net is goed voor het milieu én voor de exploitatiekosten, maar dan moet je netaansluiting daar wel toereikend voor zijn.”
Met het oog op de huidige beperkte netaansluiting en de lange wachttijden in de regio om de aansluiting te kunnen verhogen, heeft de leverancier van de zonnepanelen, Sunrock, gespecialiseerd in grootschalige zonne-installaties, meteen geadviseerd om een batterijsysteem van iwell in gebruik te nemen.

Joost Haverkamp, Project Manager Smart Grid Solutions bij Sunrock, vertelt waarom: “Opslag van zonne-energie voor gebruik wanneer de zon niet schijnt is weliswaar logisch, maar met dat als enige bepalende factor in een business case is die investering zelden rond te maken. De huidige hoge energieprijzen maken weliswaar dat het omslagpunt dichterbij komt, maar onze beslissing om een batterijsysteem in te zetten is op meerdere argumenten gebaseerd. Door de verschillende verdienmodellen te stapelen is de investering wel verstandig. Denk daarbij niet alleen aan zonnestroom opslaan voor gebruik als de zon niet schijnt, maar ook aan het stroomnetwerk buiten het gebouw stabiliseren via energiehandel en aan peak shaving”.

Toekomstgericht

Ook het vrachtverkeer dat het distributiecentrum bezoekt zal de komende jaren van diesel naar elektrisch overstappen. Momenteel zijn er nog maar weinig elektrische trucks die grote, zware lasten kunnen vervoeren over langere afstanden. Voor de bekende ‘last mile’ in steden worden nu nog elektrische busjes voor het transport ingezet. Maar de komende jaren zullen ook grote trucks, met een slim agendasysteem, tijdens het uit- en inladen van de goederen, (deels) opgeladen worden. Haverkamp zegt hierover: “met een slim batterijsysteem heb je hier voor de toekomst dus een heel goede oplossing”. Ook als dit soort grote panden met warmte-/koude opslag gaat werken en warmtepompen en grote koelsystemen willen toepassen, dan wordt het energievraagstuk steeds ingewikkelder. Griffioen: “het duurzaam opwekken en gebruiken van energie moet dan steeds meer achter de elektriciteitsmeter worden opgelost”.

Peak shaving

Verder heeft Sunrock met iwell ervoor gezorgd dat in samenwerking met de energieleverancier elk kwartier gekeken wordt of de opgeslagen, en de komende 24 uur niet te benutten stroom, terug geleverd kan worden aan het net. Het systeem kijkt dan uiteraard naar de dan geldende prijs, om optimaal te kunnen profiteren. Volgens Jan Willem de Jong, directeur business development bij iwell “is het voor de toekomstige energievraag noodzakelijk om met behulp van batterijopslagsystemen slimme aansturing te realiseren van zonnepanelen, laadpalen, warmtepompen en dergelijke”. Daarmee optimaliseer je alle energiestromen binnen en rondom een gebouw, en niet onbelangrijk, vlak je de piekbelasting af (peak shaving). Tijdens de afgelopen maanden heeft het systeem al ruim 20.000 pieken kunnen voorkomen.

Door de inzet van het batterijsysteem wordt ook het stroomnetwerk meer in balans gebracht. Op dit moment is door de toename van de gasprijzen en groei van zon en wind erg veel sprake van onbalans. Batterijen concurreren steeds vaker gascentrales weg op de veilingmarkt die Tennet organiseert om haar stroomnetten in balans te houden.

Verwachte ontwikkelingen

Prologis heeft nog meer grote plannen voor de verduurzaming van hun/haar panden. Tot voor kort was het mogelijk om te profiteren van de mogelijkheid om veel zonnestroom terug te leveren door met een grotere netaansluiting en veel zonnepanelen te werken. Griffioen kijkt daar met zijn afdeling, die binnenkort van slechts 2 personen naar 30 medewerkers zal worden uitgebreid, heel intensief naar. “Het is natuurlijk mooi dat we op veel van onze gebouwen een toereikende netaansluiting hebben, maar door die vast te houden en niet verder te benutten, doe je de BV Nederland geen plezier. Veel van die capaciteit die door ons niet wordt gebruikt zal op de een of andere manier beschikbaar moeten komen We hebben een grote focus op de energietransitie en dat brengt grote uitdagingen. Of het nu gaat om het uitbreiden van zonne-energie, laadinfra voor vrachtwagens of warmtepompen. Al deze maatregelen geven extra stress op het elektriciteitsnet. We hebben partijen als iwell nodig om oplossingen hierin te bieden”, stelt Griffioen.

De Jong van iwell vult hem daarbij aan: “als je kijkt naar de markt van logistieke gebouwen, dan heeft die zich de laatste jaren door de grote groeispurt van webshops, enorm ontwikkeld. We hebben nu circa 42 miljoen vierkante meter logistiek vastgoed (met nagenoeg evenveel dakoppervlak voor zonnepanelen) en zullen tot aan 2050 groeien naar ruim 70 miljoen vierkant meter. Als in ieder geval op alle daken die de goede constructie voor zonnepanelen hebben, ook daadwerkelijk zonne-energie kan worden opgewekt, dan wek je zodanig veel op, dat ons energienet daar nooit op toegerust zal zijn. Daar moeten dus andere oplossingen voor komen. En met onze intelligente batterijsystemen kunnen we stroomopwekking en verbruik van warmtepompen, elektrische voertuigen en machines veel beter op elkaar afstemmen. Goed voor de planeet, maar ook voor de portemonnee”.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Als het aan het Expertteam Energiesysteem 2050 ligt, is het energiesysteem in 2050 rechtvaardig, robuust en duurzaam. Ons energiesysteem belast het klimaat dan niet meer en Nederland is zelfs schoner, stiller en groener. Een breed samengestelde groep experts heeft het afgelopen jaar aan een nieuw advies voor het energiesysteem voor 2050 gewerkt. De experts benaderen het advies niet alleen technisch, maar kijken ook naar de maatschappelijke inbedding, in het bijzonder naar de rol van de burger en hoe de transitie eerlijk is. Vandaag presenteert het Expertteam het eindrapport aan minister Jetten. 

“Met deze interdisciplinaire aanpak proberen we echt een ander perspectief te schetsen”, zegt voorzitter Bernard ter Haar. “Een klimaatneutraal energiesysteem in 2050 kan, maar dan moet wel iedereen mee kunnen doen en moet rechtvaardigheid voorop staan”.

Minister Jetten van Klimaat en Energie: “Het Expertteam laat zien dat 2050 er écht anders en beter uit kan zien dan nu. Onze manier van leven, wonen, kopen, eten en reizen wijzigt en de transitie moet ontworpen worden op basisprincipes als rechtvaardig, robuust en duurzaam. Hier sta ik volledig achter. We zijn nu volop bezig met plannen voor 2050. Nog voor de zomer presenteer ik het Nationaal Programma Energiesysteem waar deze outlook van het Expertteam weer input voor is. Ondertussen zijn we natuurlijk al goed op weg met de verduurzaming van het energiesysteem, denk aan de windparken op zee, uitrol van warmtenetten, en de productie en netwerk voor groene waterstof.”

Minister Jetten voor Klimaat en Energie heeft in het voorjaar van 2022 het onafhankelijke Expertteam Energieysteem 2050 ingesteld, met experts uit verschillende vakgebieden. De opdracht: bouwstenen aanleveren voor het Nationaal Plan Energiesysteem 2050. Vandaag presenteert het Expertteam zijn bevindingen in het rapport “Energie door Perspectief: Rechtvaardig, Robuust en Duurzaam naar 2050″.

Het toekomstbeeld

Waar de meeste energieadviezen beginnen met een technische stand van zaken, begint het Expertteam juist in 2050. Via backcasting, gebaseerd op het wenselijke eindbeeld, redeneren ze wat er moet gebeuren de komende decennia. Zo wordt voorkomen dat Nederland lang blijft hangen in knelpunten die op de lange termijn weinig voorstellen.

In 2050 ziet Nederland er volgens de experts anders en beter uit dan nu. Energie komt niet meer uit fossiele brandstoffen. Daardoor is Nederland ook schoner, stiller en groener. De transitie naar 2050 is veel meer dan een technische exercitie. Het gaat ook om zaken als gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en (on)veiligheid. Nederland wordt een prettige samenleving waarin we meer met het openbaar vervoer reizen en minder met de auto. Waarin we wonen in compacte groene steden en dorpen met voorzieningen op loopafstand. Het landelijk gebied is gevarieerder: met minder veeteelt, en met de teelt van andere gewassen, ook voor natuurlijke grondstoffen. Kortom, een economie gericht op welvaart én welzijn.

Gebruik andere ontwerpprincipes

De energietransitie is volgens het expertteam enorm urgent. Elektriciteit moet in 2035 al CO2-neutraal zijn, en het nieuwe energiesysteem als geheel moet tussen 2040 en 2045 al gereed zijn.  Veel energiebesparing kan helpen om deze opgave te realiseren. Voor deze transitie is het volgens de experts belangrijk dat de overheid andere ontwerpprincipes gaat hanteren. De afgelopen decennia stonden principes als leveringszekerheid en betaalbaarheid centraal. Die zijn nog steeds relevant, maar niet afdoende. Het Expertteam doet daarom een voorstel voor een nieuwe set ontwerpprincipes: rechtvaardig, robuust en duurzaam.

Bernard ter Haar, voorzitter Expertteam: “Een klimaatneutraal Nederland in 2050 is alleen haalbaar als het huidige transitietempo fors wordt opgevoerd. Vanaf nu moet al het werk zich richten op de wereld van 2050. Lastige keuzes zijn de afgelopen decennia vaak vermeden. Dat zal niet meer kunnen, keuzes kunnen niet worden uitgesteld.”

Het draait om: elektriciteit, koolstof en lokale energiesystemen

In de Outlook focust het Expertteam op drie belangrijke onderdelen van het energiesysteem: elektriciteit, koolstof en lokale energiesystemen. In hun analyse concluderen de experts ten eerste dat elektriciteit de hoofdcomponent van het Nederlands energiegebruik zal worden. Waterstof heeft een beperkte rol in het energiesysteem van 2050 (minimaal 10-15%), maar is vooral voor de industrie wel onmisbaar.

In 2050 zijn ten tweede bijna alle wijken energieneutraal of zelfs energiepositief en dus veelal zelfvoorzienend. Daar is nog veel voor nodig. Snelheid kan behaald worden door energiebeleid te combineren met maatschappelijke en groene opgaven in de ruimtelijke ordening van steden, dorpen en landelijk gebied. Voor rechtvaardigheid is het belangrijk om prioriteit te geven aan het verbeteren van slecht geïsoleerde woningen in collectief bezit.

Tenslotte, na uitbanning van fossiele energie blijft duurzame koolstof een belangrijke en schaarse grondstof in de industrie. De economie zal in 2050 ook anders zijn, doordat onze consumptiepatronen veranderen en Nederland andere comparatieve voordelen krijgt. Ons industriebeleid moet volgens de experts vooral in Europees perspectief worden bekeken. Vanwege schaarste kan en hoeft niet alles binnen de Nederlandse grenzen geregeld te worden. Energiebesparing en circulariteit zijn onmisbaar in elk ontwikkelpad, en zeker voor een succesvolle industriële transitie.

Burgers centraal

Het expertteam heeft zelf ook burgers betrokken in de vorm van een Inwonerraad Energie. Deze via loting bijeengebrachte, representatieve groep burgers heeft na vier bijeenkomsten een advies uitgebracht over de voorwaarden die zij willen stellen aan het nieuwe energiesysteem. Bernard ter Haar: ”Als expertteam waren wij blij met de enorme betrokkenheid van de deelnemers en de toegevoegde waarde van hun visie op de belangrijke maatschappelijke vragen die bij de energietransitie een rol spelen”.

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De CO2-Prestatieladder is een effectief instrument om organisaties te helpen hun CO2-uitstoot te reduceren. Het duurzaamheidsinstrument helpt organisaties om hun CO2-uitstoot inzichtelijk te maken en reductiemaatregelen te verankeren. De CO2-Prestatieladder biedt de meeste toegevoegde waarde voor bedrijven en overheden met weinig inzicht in hun CO2-uitstoot. Dit blijkt uit onderzoek van onderzoeksbureau CE Delft in opdracht van The IKEA Foundation.

CO2-Uitstoot in de organisatie én in de keten

Organisaties die gecertificeerd zijn op de CO2-Prestatieladder nemen meer CO2-reductiemaatregelen dan niet gecertificeerde organisaties. Het gebruik van de CO2-Prestatieladder leidt tot extra jaarlijkse CO2-reductie voor Scope 1 (CO2-uitstoot veroorzaakt door de eigen organisaties) en scope 2 (CO2-uitstoot door inkoop van verbruikte elektriciteit of warmte). Vrijwel alle gecertificeerde organisaties hebben CO2 reducerende maatregelen uitgevoerd die men zonder de CO2-Prestatieladder niet had genomen, zoals het inkopen van groene stroom uit eigen land en het elektrificeren van het wagenpark. De CO2-Prestatieladder geeft ook inzicht in de belangrijkste indirecte CO2 emissies veroorzaakt door andere organisaties in de keten, ook wel Scope 3 emissies genoemd. De samenwerking tussen gecertificeerde organisaties en ketenpartners leidt tot inkoop van duurzamere materialen met een lagere klimaatimpact.

Verandering gedrag en cultuur

De meeste organisaties geven aan dat de CO2-Prestatieladder bijdraagt aan het veranderen van de cultuur binnen een organisatie. De CO2-Prestatieladder zorgt voor bewustwording en dient ook als hulpmiddel om iedereen op één lijn te krijgen. Organisaties communiceren intern over het gebruik van de CO2-Prestatieladder. De communicatie gaat bijvoorbeeld over doelstellingen en behaalde CO2-reductie.

Motivatie certificering CO2-prestatieladder

De voornaamste redenen voor organisaties om zich te laten certificeren op de CO2-Prestatieladder zijn het gunningvoordeel dat gecertificeerde organisaties krijgen bij aanbestedingen, het verkrijgen van inzicht in de eigen CO2-uitstoot, het implementeren van een CO2-managementsysteem of om te voldoen aan Nederlandse of Europese regelgeving.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Vandaag is een verreikend Memorandum of Understanding (MoU) ondertekend door de TNO en de Franse publieke wetenschappelijke, technische en industriële organisatie CEA. Partijen zoeken samenwerking op het gebied van fotovoltaïsche zonne-energie (PV), waterstof, meerdere toepassingen van digitalisering en andere gebieden van wederzijds belang zoals stabiele inpassing van nucleaire energie in het energiesysteem.

Het MoU is vandaag in Amsterdam ondertekend in aanwezigheid van mevrouw Sylvie Retailleau, de Franse minister van Hoger Onderwijs en Onderzoek en de heer Robbert Dijkgraaf, de Nederlandse minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Ondertekenaars van CEA en TNO waren de heer François Jacq, voorzitter en CEO van CEA en de heer Tjark Tjin-A-Tsoi, CEO en voorzitter Raad van Bestuur TNO, beiden lid van het Steering Board van EARTO ( European Association of Research and Technology Organisations).

Technologische capaciteit en autonomie EU

Frankrijk en Nederland hebben van de groene en digitale transitie een prioriteit gemaakt. Daarom zijn alle initiatieven gericht op het versterken van de technologische capaciteit en autonomie van de Europese Unie belangrijk. Te denken valt aan een nieuwe duurzame zonnecelindustrie in Europa en een Frans-Nederlandse samenwerking om de economieën meer op waterstof in te richten. Het MoU steunt ook  het Frans-Nederlandse pact voor innovatie en duurzame groei dat tussen beide landen is gesloten en dat bedoeld is om de bilaterale relatie te verdiepen en te versterken.

Het pact heeft tot doel de Nederlands-Franse dialoog en de gedeelde doelstellingen van Plan Frankrijk 2030 en het Nederlands Groeifonds te structureren door relevante publieke en private spelers samen te brengen, om de synergieën en technologische en industriële innovatie tussen de twee landen te benutten.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Generatie Z groeit op te midden van een klimaatcrisis. En ondanks dat de meerderheid van de jongeren zich in meer of mindere mate bezig houdt met het klimaat*, weet 1 op de 3 niet goed waar te beginnen met het leveren van een maatschappelijke bijdrage. Daarom gaan jongerenorganisatie Young Impact en WWF Nederland hen helpen om in actie te komen voor het klimaat, onder andere met een nieuw lespakket voor scholen.

Een overduidelijke match

Young Impact gelooft dat iedere jongere diens talenten kan inzetten om impact te maken. De organisatie biedt onder andere lesprogramma’s en evenementen om jongeren te bereiken met deze boodschap. Wendy Kakebeeke, co-directeur van Young Impact, vertelt: “Wij bereiken bijna 100.000 jongeren per schooljaar. Onze beproefde Young Impact-methodiek slaagt erin jongeren te activeren op verschillende thema’s, zoals het klimaat. Door een een langdurige samenwerking aan te gaan met WWF Nederland kunnen we nog meer impact maken.”

Klimaatacties

52% van de jongeren vindt dat school meer aandacht zou moeten besteden aan het klimaat. Daarom gaan de non-profits samen een lespakket ontwikkelen voor middelbare scholen en mbo’s dat gericht is op bewustwording en activatie. “Voor het Wereld Natuur Fonds is de samenwerking met Young Impact een unieke kans om jongeren te bereiken. Er komen al 100.000 kinderen met ons in actie om natuur te beschermen, maar middelbare scholieren zijn ook heel betrokken bij het klimaat en de natuur”, aldus Rogier Brouwer van WWF Nederland. Young Impact kan ons daar heel goed bij helpen.” Naast het lesprogramma wordt WWF Nederland ook onderdeel van de Young Impact Awards en Young Impact Day en gaan de organisaties samen een aantal Young Impact Take Overs op scholen organiseren.

Zeeuwse jongeren in actie

Om de start van de samenwerking kracht bij te zetten kwamen tijdens een Young Impact-actie in Middelburg vorige week 150 jongeren in actie voor het klimaat. Zij verruilden stoeptegels voor plantjes en bloemzaadjes. Deelnemer Britt Evers (18): “We hebben bloemen geplant en zwerfafval opgeruimd. Ik vond het heel leuk om op deze manier iets te doen voor de natuur en de omgeving op te vrolijken!”


[ad_2]

Source link

[ad_1]

Het is vandaag Dutch Overshoot Day, de dag waarop we als Nederlanders de biocapaciteit hebben gebruikt die voor een jaar beschikbaar is. Anders gezegd: als iedereen op Aarde zou leven als in Nederland, zouden 3,6 Aardes nodig zijn. Deze roofbouw op de planeet ligt aan de basis van klimaatverandering en de biodiversiteits- en stikstofcrisis. Global Footprint Network heeft becijferd dat het Nederlandse klimaatbeleid onze overvraging met 44% kan verminderen in 2030. Hiermee zal Dutch Overshoot Day opschuiven tot eind juni.

Een duurzame toekomst is een zekere toekomst

De oorlog in Oekraïne en grondstofleveringsproblemen tijdens corona, maken pijnlijk duidelijk hoe afhankelijk Nederland is van grondstoffen uit andere landen. Verstoringen van dit fragiele systeem kunnen gemakkelijk de economische en sociale stabiliteit van Nederland ondermijnen. Het is daarom niet meer dan logisch dat Nederland zich voorbereid op een wereld van grondstof-schaarste en klimaatverandering. Omgekeerd dan wat vaak nog gedacht wordt, betekent verduurzamen meer zekerheid en minder afhankelijkheid.

Impact van het Nederlandse Klimaatbeleid

Wat Nederland op dit moment van de Aarde vraagt is niet houdbaar: onze ecologische voetafdruk is te groot. Rob Jetten, minister voor Klimaat en Energie: “We lopen in dit kleine land tegen planetaire grenzen aan, zoveel is duidelijk. Daarom werkt het kabinet er hard aan om de impact van onze economie meer in balans te brengen met klimaat en milieu. Het klimaatbeleid vervult daarbij een centrale rol, maar het is belangrijk om ook breder te kijken. Daarbij is cruciaal dat we leren van fouten uit het fossiele verleden en de ombouw van onze economie naar een duurzame economie in één keer goed aanpakken, met respect voor zaken als klimaat, natuur, mensenrechten en milieu.”

Het klimaatakkoord en initiatieven op gebied van duurzame landbouw en circulaire economie verminderen onze voetafdruk. De vijf maatregelen met de meeste impact verschuiven Dutch Overshoot Day naar 30 juni, waarmee we van 3,6 naar 2 Aardes gaan.

  1. Klimaatakkoord: Verminderen van de CO2 uitstoot met 55% in 2030 (t.o.v. 1990). Als we dit realiseren maken we een enorme stap: 32 dagen.
  2. Emissievrij vervoer: Als alle vervoer in 2030 emissieloos is, schuift Dutch Overshoot Day met nog eens 18 dagen op.
  3. Plantaardig dieet. Als we in 2030 50% minder dierlijke proteïne eten, zoals in aanvullend klimaatbeleid wordt voorgesteld, schuiven we de datum met bijna 2 weken op.
  4. Circulaire economie: In 2030 is de helft van de materialen die we gebruiken circulair. Omdat we minder ruwe materialen gebruiken vergt dit minder energie en uitstoot waardoor de overshoot datum 10 dagen opschuift.
  5. Voedselverspilling. 50% minder voedselverspilling in 2030, conform de SDG-doelstellingen, levert nog eens 7 dagen op.

Wat is er nodig om de datum te brengen naar 31 december?

De analyse van Global Footprint Network laat zien dat de huidige maatregelen grote impact hebben en dat we hiermee onze overvraging met 44% verminderen. Er zal echter meer nodig zijn om onze maatschappij in balans te brengen met de Aarde, voordat de gevolgen van overshoot ons dwingen om onze levensstijl aan te passen. Naast het verkleinen van onze carbon-footprint is hierbij een belangrijke rol weggelegd voor de agrarische sector om de biocapaciteit van Nederland te vergroten. Het verbouwen van bio-based materialen en toepassen van circulaire en regeneratieve landbouw zijn hiervan concrete voorbeelden die opgeschaald kunnen worden.

Mathis Wackernagel, oprichter van Global Footprint Network: “De gevolgen van overshoot zijn ook in Nederland te voelen. Men worstelt met klimaatbeleid, en door de stikstofcrisis zit het land bijna op slot. De economie van Nederland zou zich daarom moeten richten op circulaire principes en regeneratie. We zien dat bedrijven met een circulair businessmodel, (financieel) significant beter presteren dan de bedrijven die dat niet hebben. Het is mogelijk om te groeien en tegelijkertijd overshoot terug te dringen en biodiversiteit te herstellen. Daarbij zijn de kosten om nu in te grijpen en om te schakelen naar circulair op de lange termijn lager dan de kosten van niks doen.

(klik op de afbeelding om te vergroten)

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Geef de energietransitie van onderop meer ruimte. Dit versterkt het landelijke klimaatbeleid substantieel. Een Nationaal Programma Maatschappelijk Initiatief kan hierbij helpen. Dit adviseert Kees Vendrik van het Nationaal Klimaat Platform (NKP) in in zijn eerste rapportage aan minister Jetten voor Klimaat en Energie.

Uit de gesprekken die het Platform de eerste honderd dagen voerde kwam de potentiële kracht van de maatschappelijke dynamiek vaak naar boven. “Steeds meer burgers en ondernemers nemen het voortouw. De rijkdom aan initiatieven groeit elke dag. In buurt, wijk, stad, regio en bedrijventerrein. Dat is de nieuwe economie in wording”. Om die sneller tot wasdom te laten komen is richting, ruimte en rechtvaardigheid nodig, schrijft hij. Dat vraagt bijvoorbeeld experimenteer-ruimte in regelgeving, instanties die goed inspelen op de maatschappelijke initiatieven en ondersteuning om te starten en op te schalen.

Richting

Ruimte voor de transitie van onderop hoort samen te gaan met stevig rijksbeleid. Volgens Vendrik helpt het als richting en perspectief van de transitie wordt geboden. De transitie is meer dan een jacht op tonnen CO2-reductie. Het grijpt in op de leefwereld van iedereen. Inwoners en ondernemers krijgen te maken met nieuwe keuzen en onzekerheden. “Er is behoefte aan een duidelijk verhaal, waardoor mensen snappen dat ingrijpende maatregelen perspectief bieden op een duurzamer, mooier en toekomstbestendiger Nederland. Zeker jongere generaties hebben daar behoefte aan.”

Ruimte

Daarom pleit Vendrik er voor de transitie van onderop meer ruimte te geven, gecombineerd met stevig overheidsbeleid. “Het gaat om ruimte voor gezamenlijke energieprojecten in wijken, voor energiecoöperaties, voor nieuwe verdienmodellen in de landbouw, voor duurzame financieringsmodellen. De praktijk leert dat regionaal en landelijk beleid deze transitiekracht kan maken of breken.”

Rechtvaardigheid

Ook rechtvaardigheid vraagt om meer aandacht. Het recente WRR-rapport hierover is wat Vendrik betreft een goed begin. “Een beter klimaat begint niet ‘bij jezelf’. Het begint bij een heldere notie van klimaatrechtvaardigheid. Daarbij is een gedeelde verantwoordelijkheid van openbaar bestuur, burgers en bedrijven een belangrijk fundament.”

Hij spoort de regering aan prioriteit te geven aan het verduurzamen van woningen van mensen met een laag inkomen die hard geraakt worden door de hoge energieprijs. Ook de duizenden sportclubs die hierdoor in de problemen zijn, verdienen snel hulp bij verduurzaming. “Zo krijgt de sociale kant van de transitie ook een gezicht.”

Schakel beleid en maatschappij

Het Nationaal Klimaat Platform  (NKP) heeft als taak de transitie helpen te versnellen. Het is een schakel tussen het beleid en de maatschappij. Meerdere keren per jaar rapporteert het NKP over de voortgang.

Foto: NKP

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Een belangrijk aandachtspunt voor de AFM is duurzaamheid en de transparantie van bedrijven daarover. Recent bestudeerde de AFM de onderbouwing van veel groene claims van bedrijven die hun vervuilende uitstoot compenseren met carbon credits. Deze credits, waarmee ergens anders vervuilende CO2 uit de lucht wordt gehaald, blijken vaak onvoldoende onderbouwd, zo zagen de onderzoekers. Daarbij plaatst de AFM nog een andere kanttekening: de hoeveelheid CO2 die verhandelbaar is, is eindig. Er kan maar zoveel uit de lucht worden gehaald en elders worden opgeslagen. Dat besef ziet de AFM nog niet terug bij bedrijven en in de prijzen die hiervoor worden gerekend.

AFM betrekt duurzaamheidsaspecten nadrukkelijk in haar toezicht op de verslaggeving van beursgenoteerde ondernemingen. Gedurende 2022 voerde AFM onderzoek uit naar hoe zij invulling geven aan de huidige vereisten over klimaatgerelateerde niet-financiële informatie in hun verslaggeving over 2021 en hoe een accountant daarover assurance geeft. Mede op basis van de voorlopige resultaten uit dat onderzoek kondigde de AFM aandachtspunten aan waar ze specifiek op zullen letten bij haar toezicht op verslaggeving over 2022. Dat zijn onder meer de connectiviteit tussen toelichtingen over niet-financiële informatie en cijfers in jaarrekening, de inhoud van de niet-financiële verklaring die grote beursgenoteerde ondernemingen moeten opnemen, zoals de informatie over hun net zerodoelstellingen (en hoe ze die bereiken), en de reikwijdte van scope-3-toelichtingen. Met net-zero- (of CO2-neutrale) doelstellingen drukken ondernemingen hun klimaatdoelen uit. “Bij deze aandachtspunten verwachten we dat ondernemingen concrete en duidelijke informatie opnemen en een evenwichtig beeld geven, zeker als maatregelen positieve en negatieve effecten hebben.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Op donderdag 6 april 2023 tekenden de gemeente Moerdijk, Havenbedrijf Moerdijk en boerenorganisatie ZLTO een intentieverklaring om samenwerking tussen lokale agrariërs en bedrijven te stimuleren door middel van Carbon Farming. Dit betekent dat de gemeente samen met het havenbedrijf het voortouw neemt om bedrijven in de Moerdijkse haven te enthousiasmeren om boeren te betalen voor het nemen van extra maatregelen om koolstof op te slaan in hun bodem in ruil voor zogenaamde ‘carbon credits’.

De unieke ligging van Moerdijk aan het Hollands Diep maakt het een ideale plek voor een haven met industrie. Bedrijven en bewoners in Moerdijk omarmen sinds jaar en dag duurzaam en klimaatbewust wonen en werken, en de gemeente heeft een eigen klimaatstrategie waarin deze kernwaarden centraal staan. Het havenbedrijf is een belangrijke speler in Moerdijk voor bedrijvigheid en werkgelegenheid. Groeien in balans is het uitgangspunt voor Port of Moerdijk. Uitbreiding van activiteiten in de haven gaat hand in hand met investeringen in leefbaarheid en natuur.

Dubbel voordeel

Carbon Farming haalt CO2 uit de atmosfeer en legt het als koolstof langdurig vast in de bodem. Zo helpen boeren bedrijven bij hun klimaatambities. Dit levert de boer én de maatschappij dubbel voordeel op, omdat de bodem beter water vasthoudt, beter bestand is tegen weersextremen, er een rijker bodemleven ontstaat en de biodiversiteit wordt gestimuleerd. Het project biedt aan de andere kant een oplossing voor bedrijven die bij willen dragen aan hun klimaatdoelstellingen door lokaal de omgeving te verduurzamen.

Naar succesvoorbeeld

In het voorjaar van 2022 is er al een mooie samenwerking ontstaan tussen de plaatselijke akkerbouwers Maatschap Schrauwen-Deijkers en Sivomatic, internationaal producent van kattenbakvulling op het haven- en industrieterrein van Moerdijk. ZLTO Moerdijk stond aan de basis van die samenwerking. Inmiddels hebben meerdere agrariërs voor Carbon Farming interesse getoond.

Samen met 12 boeren

Door samenwerking tussen gemeente Moerdijk, Havenbedrijf Moerdijk en ZLTO krijgt nu een groep van 12 geïnteresseerde boerenbedrijven de kans om deel te nemen aan het project en koolstof vast te leggen in de bodem. De carbon credits die hiermee worden gecreëerd, worden aangeboden aan lokale bedrijven in onder meer het havengebied. Een eerste inschatting van het aantal tonnen CO2 dat deze 12 boeren kunnen vastleggen in de gemeente Moerdijk bedraagt 600 ton per jaar.

Gemeente en havenbedrijf over het project

Wethouder Danny Dingemans van de gemeente Moerdijk is enthousiast over Carbon Farming: “In tijden van tegenstellingen is het mooi dat de landbouw laat zien dat zij een antwoord kunnen geven op het CO2-probleem door de CO2 te binden in organisch materiaal. Daarmee ontstaan er voor boeren nieuwe verdienmodellen en kan de industrie bijdragen aan de reductie van CO2 in de atmosfeer. Daarmee is het ook goed dat men met elkaar in gesprek is en elkaars vraagstukken beter leert begrijpen.”

CEO Paul Dirix namens Port of Moerdijk voegt daaraan toe dat het havenbedrijf het ‘carbon farming’-initiatief ziet als een uitgelezen kans om partijen te verbinden. “Agrariërs in Moerdijk en bedrijven op ons haven- en industrieterrein kunnen hierdoor in het belang van ons allemaal een bijdrage leveren aan de reductie van CO2-uitstoot. Dat past is ons streven om als goede buur de omgeving te laten profiteren van economische ontwikkelingen en anderzijds draagt het een steentje bij aan de verduurzamingsopdracht die er ligt.”

Extra bedrijven gezocht

Om nieuwe initiatieven en deelnames rond Carbon Farming in de toekomst mogelijk te maken wordt een revolverend fonds opgericht waarbij een deel van het bedrag dat wordt betaald per credit zal terugvloeien in het fonds, zodat daaruit opnieuw geld beschikbaar kan komen. Om het project te laten slagen worden extra bedrijven gezocht om mee te doen aan dit unieke samenwerkingsproject.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Zeventien toonaangevende beleggers (waaronder de Nederlandse beleggers Achmea IM, a.s.r. AM, MN en PGGM Investments) met een beheerd vermogen van ruim duizend miljard euro en activistische aandeelhoudersgroep Follow This hebben een klimaatresolutie ingediend voor de AVA van TotalEnergies op 26 mei. De resolutie vraagt de oliemaatschappij om haar Scope 3-emissiereductiedoelstellingen voor 2030 in lijn te brengen met het klimaatakkoord van Parijs. De resolutie is vergelijkbaar met die voor de AVA’s van 2023 van Shell, BP, ExxonMobil en Chevron.

TotalEnergies

“Dit commitment van zeventien van ’s werelds belangrijkste investeerders tilt de strijd tegen de klimaatcrisis naar een nieuw niveau”, zegt Mark van Baal, oprichter van Follow This. “Wij danken deze grote coalitie van investeerders voor hun vastberadenheid om de klimaatcrisis aan te pakken. Om het doel van Parijs te halen moet de wereld de uitstoot in 2030 bijna halveren, maar TotalEnergies heeft geen plan om de uitstoot dit decennium terug te dringen. Daarom verwachten wij dat lange-termijn- en klimaatbewuste beleggers de enige macht zullen uitoefenen die zij als aandeelhouders hebben: hun stem op de aandeelhoudersvergadering.”

“Beleggers die de klimaatcrisis willen aanpakken, zullen bij deze vijf supermajors voor alle vijf de klimaatresoluties stemmen, omdat ze allen vastberaden zijn om zo lang mogelijk en zo veel mogelijk fossiele brandstoffen te winnen.”

“Verantwoordelijke beleggers, ook zij die in het verleden vertrouwden op engagement zonder te stemmen, zijn zich er ten volle van bewust dat als stemmen voor klimaatresoluties niet stijgen, er weer een jaar verloren gaat waarin de bedrijven zich blijven verschuilen achter aandeelhouders die stemmen tegen klimaatresoluties.”

Nederlandse beleggers nemen het voortouw

“Nederlandse beleggers waren de eersten die voor de Follow This klimaatresoluties stemden. In 2022 stemden zelfs tien van de tien grootste Nederlandse beleggers voor. Nu zetten ze de volgende stap door een klimaatresolutie in te dienen samen met Follow This. We zien er naar uit om samen met deze coalitie stemmen te winnen bij andere beleggers.

* De zeventien institutionele beleggers uit Frankrijk, België, Nederland, het VK en de VS hebben 1,1 biljoen euro aan vermogen onder beheer. Het consortium bestaat uit Achmea IM, a.s.r. AM, Degroof Petercam AM, Edmond de Rothschild AM, La Banque Postale AM & Tocqueville Finance, La Financière de l’Echiquier, Mandarine Gestion, Man Group, Messieurs Hottinguer & Cie Gestion Privée, MN, Ofi Invest AM, PGGM Investments, Sycomore AM en vijf andere investeerders die hun deelname later bekend zullen maken.

Statement institutional investors

In a statement, the group of investors writes: “As institutional investors, we want to safeguard long-term returns for our beneficiaries. Therefore, we encourage portfolio companies to decarbonize and contribute to the goals of the Paris Climate Agreement. Oil majors like TotalEnergies have the scale, capital, and knowledge to help the world transition from fossil fuels to low-carbon energy sources. Unfortunately, we believe that TotalEnergies has not made sufficient progress in supporting this transition.”

“Based on its plans to ramp up gas production, we expect TotalEnergies to become the largest European hydrocarbon producer by 2030. This is not reconcilable with a Paris-aligned emission reduction pathway,” says Bertille Knuckey, Fund Manager at Sycomore AM, “Investors need to vote to voice their opinion on this strategy.”

“Although the world has to almost halve emissions by 2030 to achieve the goals of the Paris Agreement, TotalEnergies refuses to significantly drive down scope 3 emissions this decade,” says Colin Tissen, Advisor Responsible Investment at PGGM Investments, “We encourage the company to fully embrace its transition towards a low-carbon energy provider, helping its customers reduce their carbon footprint.”

Consultative resolution

In 2022 weigerde de raad van bestuur van TotalEnergies een soortgelijke maar bindende aandeelhoudersresolutie in stemming te brengen. Gezien deze weigering hebben wij besloten om dit jaar een consultatieve resolutie in te dienen; een consultatieve resolutie legt de onderneming of haar raad van bestuur niets op, maar stelt beleggers in staat om hun wens uit te spreken dat de onderneming haar Scope 3-doelstellingen voor 2030 afstemt op het doel van het Akkoord van Parijs.

“Het beeld is duidelijk: geen enkele oliemaatschappij heeft plannen om zijn emissies dit decennium terug te dringen. Nu is het aan de aandeelhouders om te stemmen. Samen met grote beleggers blijven we deze vijf supermajors steunen om hun volle gewicht achter de energietransitie te zetten.”

[ad_2]

Source link

Berichten paginering