[ad_1]

Het Hydro Home Energy systeem helpt mensen fors te besparen op de energierekening. Al met het basispakket besparen gemiddelde huishoudens zo’n vijftig procent op het gasverbruik. Het pakket, dat geïnstalleerd kan worden in vrijwel elke woning, is modulair uit te breiden. Met het complete pakket zijn woningen volledig gasvrij en wordt ook nog eens gemiddeld de helft bespaard op de stroomrekening van de warmtepomp.

Het basispakket bestaat uit een Hydrobag (warmtebatterij) van ongeveer duizend liter, twee rekken heatpipes die op het dak geplaatst worden, en een besturingskast. “Hiermee is een besparing van zo’n gemiddeld vijftig procent op de gasrekening te realiseren”, vertelt Yorick Wessels van Hydrobag. “Het systeem is modulair en is dus in de loop der tijd uit te breiden. Het complete pakket laten installeren kan natuurlijk ook.” Met dit complete pakket is vrijwel elke woning volledig gasvrij te maken. Om van het gas af te kunnen, wordt het basispakket uitgebreid met een warmtepomp die in de koude wintermaanden ondersteuning biedt.

“Dankzij het Hydro Home Energy systeem verbruikt de warmtepomp gemiddeld zo’n vijftig procent minder stroom en resulteert dat in een langere levensduur”, weet Wessels.

Salderingsregeling

Verdere uitbreiding van het systeem is mogelijk met een power-to-heat-module. Hierbij wordt in de Hydrobag een elektrisch verwarmingselement geplaatst. “Voor mensen met zonnepanelen kan dit erg interessant zijn als het afbouwen van de salderingsregeling begint”, licht Wessels toe. “Wek je meer elektriciteit op dan je verbruikt, dan kun je die gebruiken om het water in de Hydrobag om te zetten naar thermische energie. Dan hoef je de overtollige elektriciteit niet voor een laag tarief aan het net terug te leveren.”

Hoge isolatiewaarde

Basis van het Hydro Home Energy systeem is een unieke waterzak van ongeveer duizend liter, de Hydrobag. De gepatenteerde Hydrobag met een isolatieschil heeft een zeer hoge isolatiewaarde (RD = 6,0), waardoor het water in de zak zo’n 0,4 tot 0,5 graden warmte verliest ten opzichte van een traditioneel buffervat die 4 tot 5 graden verliest.

Elke gewenste afmeting

De Hydrobag is leverbaar in elke gewenste afmeting, dus helemaal op maat. Dit maakt de Hydrobag geschikt voor gebruik in alle woningen. De Hydrobag is te installeren in onrendabele ruimtes waar geen ruimte is voor een buffervat, bijvoorbeeld op zolder, in de kruipruimte of in de kelder. Plaatsen kan zelfs buiten. “Wij leveren de Hydrobag standaard met een afdekfolie die beschermt tegen weer, wind, water en knaagdieren. Zowel het materiaal van de Hydrobag als die van de afdekfolie is bestand tegen meer dan 90 soorten chemicaliën, logen en zuren”, vertelt Wessels. De verwachte minimale levensduur van een Hydrobag is dan ook maar liefst veertig jaar.

Subsidie

Wie een Hydro Home Energy systeem wil installeren, kan rekenen op zo’n zevenduizend euro energiesubsidie. “Wij informeren mensen graag over de mogelijkheden om deze aan te
vragen”, zegt Wessels. “Tweederde deel van het energieverbruik van huishoudens zit in verwarming en warm tapwater. Daarom zijn de bespaarmogelijkheden met dit systeem verrassend groot.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

The number of global public companies making climate commitments has steadily grown this year, but these targets vary significantly in their comprehensiveness and ambition, according to the latest MSCI Net-Zero Tracker, a gauge of climate change progress of the public companies within the MSCI All Country World Investable Market Index (ACWI IMI). The Net-Zero Tracker reveals a clear trend among listed companies: more climate commitments, improved disclosures, but ever-growing carbon emissions.

Nearly half (44%) of listed companies have now set decarbonization targets, – which is 8 percentage points more than was reported in the October 2022 MSCI Net-Zero Tracker, – but this does not necessarily mean that they are all adequately addressing their carbon intensity. Only 17% of companies’ climate targets would align carbon emissions across their total value chain with the ambitious 1.5°C goal of the Paris Agreement.

Further showing the range of commitments being made, fewer than a third (30%) of all published targets are aiming to reach net-zero emissions, despite the likelihood of voluntary and mandatory corporate climate disclosure standards coming into effect in the near future.

The Net-Zero Tracker, released today by MSCI, a leading provider of critical decision support tools and services for the global investment community, shows that public companies are projected to deplete their share of the global emissions budget for limiting temperature rise to 1.5°C by October 2026, two months sooner than MSCI previously estimated in October 2022.

Public companies are on track to emit 11.2 gigatons of direct Scope 1 greenhouse gas emissions into the atmosphere this year, unchanged from 2022, despite making more carbon reduction commitments2 . This puts them on a path to warm the planet by 2.7°C this century, according to MSCI’s “Implied Temperature Rise” metric, based upon an analysis of their future emissions pathways and current climate commitments.

For investors trying to assess these companies to make climate-conscious portfolio decisions, there has been an upturn in the level of disclosures, as over a third (35%) of public companies now report Scope 3 emissions that arise from their suppliers or use of their products by customers, up five percentage points from October last year.

Private assets exhibit lower carbon intensity

Though it is often considered that carbon intensities may be higher in private markets than in their public counterparts, MSCI’s estimates suggest otherwise. Private companies in four of the five most emissions-intensive industry groups are estimated to produce less carbon than their publicly listed equivalents, according to data from MSCI ESG Research and Burgiss.

Within the top five industry groups (utilities, materials, energy, transportation, and food, beverage & tobacco), the average estimated carbon intensity for listed companies is 76% higher that of unlisted companies.

This contributes to institutional investors financing almost 150 million tons of CO2 emissions from the private companies in their private equity, debt and real asset portfolios.

Emissions attributes of private investments are driven by sectoral trends – with privately held companies being more likely to be in sub-industries that are less emissions intensive. For example, the information technology and health care sectors together account for 47% of the aggregate market value of institutional private holdings, but constitute just 6% of emissions. In contrast, the energy, materials, and utilities sectors represent only 6% of the total private market value and produce nearly half of estimated financed emissions.

Sylvain Vanston, Executive Director, Climate Change Investment Research, MSCI, comments: “The recent IPCC AR6 Synthesis report is clear. Climate change is here, measurably, as predicted, and the risk of complete ruin is now very real. We are seeing greater progress from public companies towards achieving essential climate goals, but the MSCI Net-Zero Tracker reveals that a significant gap remains between their climate commitments and their carbon emissions.

“The equation for investors is that they must address transition risks today or face severe and irreversible physical risks tomorrow, and that they have a role to play in driving the existential change required. Investors can use their strategic levers, including asset allocation, green investments, and engagement with boards and policymakers, to help not just put companies on a net-zero path, but also encourage the regulatory changes needed to level the business playing field between.

“Public and private companies and investors must act urgently, as this report clearly shows that time is running out and we are not on track to limit global warming to 1.5°C.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

BAM Energie & Water start in opdracht van de gemeente Hoogeveen deze maand met de aanleg van de eerste buis van een waterstof distributiesysteem. Dit systeem voorziet in de toekomst honderd nieuwbouwwoningen in Nijstad-Oost en zes tot achttien bestaande woningen in Erflanden van waterstof voor verwarming.

De gemeente Hoogeveen, RENDO, Gasunie, Essent en Remeha hebben woensdag 10 mei een overeenkomst getekend voor de realisatie van Waterstofwijk Hoogeveen, waarvan BAM de uitvoering in handen heeft. In de eerste fase start BAM met de aanleg van een waterstof distributiesysteem en de aansluiting daarop van honderd nieuwbouwwoningen in Nijstad-Oost. Onderdeel van deze eerste fase is ook de realisatie van een praktijkvoorbeeld: de ombouw naar waterstof van zes tot achttien bestaande woningen in Erflanden.

Financiering

Met het project willen betrokken partijen aantonen dat waterstof een goede groene vervanger is voor aardgas. En dat het bestaande aardgasnetwerk omgebouwd kan worden naar een waterstofnetwerk, zodat ook bestaande woningen kunnen worden verduurzaamd. De financiering van de aanleg, aansluiting en ombouw naar waterstof is afkomstig van subsidies van het Rijk, provincie Drenthe en EU.

BAM geeft met dit project uitvoering aan haar strategie ‘Building a sustainable tomorrow’, met duurzaamheid als belangrijk speerpunt.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Altena bruist van de bedrijvigheid. In december vorig jaar hebben vier boeren in die streek besloten ‘koolstofboer’ te worden door maatregelen te nemen waarmee ze jaarlijks 200 ton CO2 extra vastleggen in de bodem voor de komende 5 jaar. De Altenase bedrijven Hakkers en IVECO Schouten hebben een flinke klimaatstap gezet door hiervan de komende vijf jaar 320 ton CO2 af te nemen. Dat is 64 ton CO2 per jaar. Om deze unieke samenwerking te bezegelen hebben ze samen op woensdag 10 mei 2023 een informatiebord bij elke koolstofboer geplant. Er is nog 136 ton CO2 per jaar beschikbaar, dus extra bedrijven uit het Land van Altena kunnen nog meedoen door ook hun CO2-emissies te compenseren in de buurt op boerenland.

Deze eigentijdse vorm van boeren heet Carbon Farming. Met Carbon Farming kan de landbouw CO2 uit de atmosfeer halen en langdurig vastleggen in de bodem. Hierdoor kunnen boeren bedrijven helpen bij hun klimaatambities. Koolstof vastleggen in de bodem heeft vele voordelen: de bodem houdt beter water vast, is beter bestand tegen weersextremen, er ontstaat een rijker bodemleven en de biodiversiteit wordt gestimuleerd. Boerenclub ZLTO ontzorgt bedrijven en koolstofboeren met de monitoring. Gemeente Altena ondersteunt het project.

Vier koolstofboeren in het Land van Altena zijn aan de slag om CO2 vast te leggen in de bodem. Bij Landbouwbedrijf Straver, Landbouwbedrijf de Graaf VOF, Landbouwbedrijf Vermue & Kivits en Landbouwbedrijf van der Schans prijkt nu een informatiebord op boerenland langs de weg. Zo wordt deze unieke samenwerking zichtbaar in de directe omgeving voor bewoners, bezoekers en bedrijven.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Zenith Energy Terminals, één van de grootste opslagterminals in de haven, heeft een Memorandum of Understanding getekend met het Duitse INERATEC om een Power-to-Liquid fabriek te bouwen in de haven van Amsterdam. Een Power-to-Liquid fabriek zet hernieuwbare energie (power) om naar een duurzame brandstof (liquid). De fabriek heeft een geplande jaarlijkse productiecapaciteit van 35.000 ton en komt op het terrein van Zenith Energy Terminals te staan. In 2027 moet de fabriek operationeel zijn.

Voor de productie van de e-fuels zijn groene waterstof en CO2 nodig. De groene waterstof zal lokaal worden geproduceerd en geïmporteerd worden. De CO2 wordt afgevangen bij Nederlandse industrieën. Het doel is om duurzame kerosine, CO2-neutrale benzine en schone diesel te produceren en daarmee de luchtvaart-, scheepvaart- en wegtransportsectoren te bedienen.

Keuze voor de haven van Amsterdam

De samenwerking tussen Zenith Energy Terminals en INERATEC gaat gebruikmaken van de bestaande infrastructuur in de Amsterdamse haven en de toegang tot groene waterstof en CO2. Ook wordt de strategie van Port of Amsterdam op het gebied van de energietransitie en de circulaire economie gezien als een belangrijke katalysator. Met deze nieuwe fabriek wordt de positie van de Amsterdamse haven als duurzame energie-hub verder versterkt.

“Wij zijn verheugd om met INERATEC samen te werken en hen een springplank te bieden voor hun productie van e-fuels. De Amsterdamse terminal van Zenith Energy is een perfecte partner en we zijn blij dat we INERATEC toegang kunnen bieden tot ervaren energiebehandelingsactiviteiten, sterke toeleveringsketens en belangrijke logistiek.” – Jeff Armstrong, CEO van Zenith Energy Terminals

“Port of Amsterdam is erg blij met de plannen van Zenith Energy Terminals en INERATEC”, aldus Koen Overtoom, CEO. “Deze ontwikkeling sluit nauw aan bij onze strategische ambities en onderstreept de sterke concurrentiepositie van de Amsterdamse haven als duurzame brandstoffen-hub. Zenith en INERATEC lopen voorop in de ontwikkeling en wij ondersteunen dergelijke initiatieven graag.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

DGB Group N.V. , een toonaangevende ontwikkelaar van CO2-projecten gericht op natuurbescherming en ecosysteemherstel, heeft de volgende belangrijke mijlpaal bereikt in de ontwikkeling van haar Hongera Energy Efficient Cookstove Project in Kenia (het “Project”). Het Project omvat de productie en distributie van 150.000 energiezuinige kooktoestellen en is ontworpen als een geverifieerd CO2-reductieproject.DGB is een projectontwikkelaar van natuurlijke projecten om hoogwaardige CO2-credits (“CO2-credits”) te genereren, ook bekend als CO2-compensatie. Elke CO2-credit staat gelijk aan één ton geverifieerde emissiereductie.

Op 31 augustus 2022 heeft een gerenommeerde koper (de “Koper”) een overeenkomst gesloten om 507.720 CO2-credits van het Project te kopen en DGB te voorzien van contante betalingen van €1,7 miljoen bij het bereiken van bepaalde mijlpalen. Het Project ging over naar de volgende fase toen het Project Design Document werd ingediend bij een externe auditor voor controle en validatie. DGB ontving €450.000 voor het bereiken van deze mijlpaal op 5 mei.

De Koper is van plan om haar aandeel in de CO2-credits van het Project na verificatie te verrekenen met de CO2-voetafdruk van de eigen organisatie. DGB verwacht de resterende verwachte 1,3 miljoen CO2-credits (ongeveer 70,25% van het totaal van het Project) te verkopen op de open, vrijwillige CO2-creditmarkt nadat de eerste uitgifte van de CO2-credits is gestart.

CEO Duijvestijn stated, “As a prominent carbon project developer and ecosystem restoration company, DGB Group is dedicated to positively impacting the planet and achieving robust financial growth. These payments showcase DGB’s capacity to generate significant cash flow. Our projects not only reduce CO2 emissions but also greatly benefits local communities. I am enthusiastic about the potential of our entire project pipeline to generate considerable revenue through selling verified emission reduction credits while contributing to a sustainable future. This order highlights our ability to generate cash flow and emphasizes the credibility and effectiveness of our projects.”

Het Project is een van de zeven grootschalige projecten van DGB in ontwikkeling en onder beheer zijn. Het operationele team voert haalbaarheidsstudies uit voor tien extra projecten. In het laatste jaarverslag van DGB, gepubliceerd op 30 april 2023, werd de huidige projectpijplijn gewaardeerd op €21,45 miljoen. Dit toont de aanzienlijke vooruitgang van DGB binnen de snelgroeiende CO2-markt.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Duurzame energie opslaan voor later gebruik, om piekbelasting te voorkomen of om zelfs autonoom te ondernemen zonder een aansluiting op het stroomnet. Duurzame energieopslagsystemen maken het mogelijk. In Nederland is er een nieuwkomer op de markt: Voltbanq. Het bedrijf is de exclusieve dealer van de Duitse startup Voltfang, dat energieopslagsystemen produceert van second-life batterijen.

Accu’s van elektrische auto’s moeten regelmatig al na vijf jaar vervangen worden. Vaak hebben ze dan nog een restcapaciteit van ruim 70 à 80%. Voltfang vindt het onacceptabel dat deze batterijen worden afgedankt en geeft ze dan ook een tweede leven in haar duurzame energieopslagsystemen. De batterijen worden in deze stationaire systemen veel minder belast dan in elektrische auto’s. En dankzij het intelligente laad- en ontlaadproces leveren de batterijen nog vele jaren het gewenste vermogen. Niet voor niets bieden Voltfang en de Nederlandse dealer Voltbanq een garantie van 10 jaar op de opslagcapaciteit.

Uniek en maatwerk systeem

Wat de producten van Voltfang en Voltbanq uniek maakt, is het maatwerk energiebeheersysteem (EBS). Dit EBS wordt klant-specifiek geschreven. Op basis van bijvoorbeeld de weersvoorspellingen, de waarde van energie op de beurs of de piekvraag naar energie, wordt een specifieke laad-/ ontlaadprocedure geschreven en geïmplementeerd. Wat de strategie van de klant ook is, Voltfang past het EBS aan op de specifieke eisen en wensen.

Slim omgaan met schaarse grondstoffen

De aanleiding om second-life batterijen te gebruiken in de duurzame energieopslagsystemen, is vooral het gebrek aan goede recyclingsmogelijkheden voor deze batterijen. In Duitsland rijden er naar verwachting in 2030 al ongeveer 15 miljoen elektrische voertuigen. Het recyclen van de accu’s van al deze auto’s is een duur en inefficiënt proces waarbij veel waardevolle grondstoffen verloren gaan. Grondstoffen die toch al schaars zijn, zoals lithium. De wereldwijde reserves van deze grondstof nemen in hoog tempo af. In de toekomst zal dit zelfs leiden tot knelpunten in de elektromobiliteit. Hoog tijd dus om zorgvuldiger gebruik te maken van deze accu’s, vindt Voltfang.

Alternatief voor vol elektriciteitsnet

Of je nu opzoek bent naar een manier om bij uitval je bedrijf van noodstroom te garanderen, piekbelasting te voorkomen of om energie van de zonnepanelen op je bedrijfspand op te slaan: de Voltfang energieopslagsystemen zijn veelzijdig inzetbaar. De systemen zijn beschikbaar in batterijmodules van 32 tot 300 kWh voor commerciële toepassingen, maar ook in pakketten van 1 MWh tot praktisch elke gewenste capaciteit voor industriële applicaties. Door het overvolle elektriciteitsnet is terugleveren van energie vaak niet mogelijk. Veel ondernemers zien daarom af van het plaatsen van zonnepanelen op hun bedrijfspand. Maar met een opslagsysteem zoals van Voltfang, wordt dat commercieel toch aantrekkelijk.

Vriendelijk voor milieu en gebruiker

In Duitsland draait nu al een pilotproject bij Aldi supermarkten. Daar worden de oplaadsystemen niet alleen ingezet ter optimalisatie van hun eigen energieopwekking, maar in de toekomst ook voor het opladen van de elektrische auto’s van supermarktbezoekers. Niet alleen vriendelijk voor het milieu, maar ook vriendelijk voor de gebruiker.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Er is steeds meer weerstand tegen zonneparken op landbouwgrond. Dat zou ten koste gaan van de voedselproductie. Het concept Agri-PV combineert beide: energieopwekking én gewasopbrengst. Het project Sunbiose doet hier onderzoek naar met subsidie uit de MOOI-regeling.

Het consortium ontwikkelt en test proefopstellingen met zonnepanelen voor verschillende sectoren, waaronder fruitteelt en biologische akkerbouw. In één van de projecten experimenteert Sunbiose momenteel met een verrijdbare boogconstructie boven grasland, vertelt Wilma Eerenstein, projectcoördinator van Sunbiose. “Het voordeel van de boogconstructie is dat je deze makkelijk aan de kant kunt schuiven, waardoor bewerking van het perceel mogelijk is. We hebben daar nu een grasklavermengsel ingezaaid, om te kijken hoe het reageert op vocht en licht. De eerste resultaten laten een verband zien tussen de hoeveelheid licht en de hoeveelheid gras. We verwachten deze zomer de eerste conclusies te kunnen trekken.”

Verticale tweezijdige panelen

Op de boerderij van Gijs de Raad in Culemborg test Sunbiose een andere zonne-installatie, met verticale tweezijdige zonnepanelen voor op akkerbouwgrond. Eerenstein: “Deze staan op een grotere afstand van elkaar in de noord-zuid richting. Daardoor is de opbrengst vergelijkbaar met een normale zonneweide, maar valt er onder andere meer licht op de grond. Dit is beter voor de bodemkwaliteit en biodiversiteit. De panelen vangen ’s ochtends aan de oostkant zon en ’s middags aan de westkant. Zo wordt de stroomopbrengst gespreid over de dag. En komen er ook minder pieken op het elektriciteitsnet. Dat vinden de netbeheerders dan weer fijn.”

Hectarevergoeding

Ook kijkt het Sunbiose-project goed naar de financiële aspecten van Agri-PV, vertelt Eerenstein. “Het dubbelgebruik van de landbouwgrond maakt het interessant, omdat er energie geproduceerd wordt én er gewassen geteeld worden. Maar door de afstand tussen de panelen moet de akkerbouwer bij een verticale zonneconstructie bijvoorbeeld met een kleinere spuit vaker heen en weer rijden. In het Sunbiose-project kijken we wat dan de minimale hectarevergoeding zou moeten zijn die de akkerbouwer krijgt bij zo’n constructie.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Bezorgde studenten en betrokkenen van onder meer End Fossil Occupy Utrecht (EFO Utrecht) protesteren vandaag op de Universiteit Utrecht. Zij bezetten een ruimte in het Minnaertgebouw en hebben een manifest opgesteld waarin ze een toegankelijke universiteit eisen die alle banden met de fossiele industrie verbreekt. Ze geven aan dat de bezetting drie dagen kan duren, van 8 tot en met 10 mei.

Het College van Bestuur begrijpt en deelt de zorgen van de aanwezigen en heeft hen uitgenodigd tot een gesprek. “Dit protest toont de betrokkenheid van onze gemeenschap bij de klimaatcrisis en onze duurzaamheidsagenda”, aldus Anton Pijpers, voorzitter van het College van Bestuur. “Daarnaast maakt het zichtbaar dat studenten en medewerkers bezorgd zijn over de toekomst. Die zorgen voel ik ook. We zijn het erover eens dat er een klimaatcrisis is en dat actie nodig is. Hierover spreek ik ook regelmatig met onze wetenschappers en studenten.

“Als universiteit hebben we een belangrijke rol, omdat we helpen nieuwe kennis en mogelijke oplossingen te ontwikkelen. Dat levert soms ook dilemma’s op. We gaan graag in gesprek met de aanwezigen in het Minnaertgebouw. De afgelopen weken ging End Fossil Occupy Utrecht niet in op eerdere uitnodigingen tot een gesprek van onze kant. We hopen dat dit nu wel gebeurt.”

Duurzaamheid en discussie over samenwerking met fossiel

“We vinden het bij de Universiteit Utrecht belangrijk om bij te blijven dragen aan een duurzame wereld. Om die reden is duurzaamheid één van de vier onderzoeksthema’s waar wij ons op richten en is het een belangrijk thema in ons onderwijs. Onze wetenschappers maken niet alleen inzichtelijk hoe groot de klimaatcrisis is en kan worden, maar dragen ook bij aan oplossingen om de klimaatverandering tegen te gaan. Daarnaast zijn we constant bezig onze eigen bedrijfsvoering verder te verduurzamen. Omdat we het thema zo belangrijk vinden, was duurzaamheid ook het thema van onze Dies Natalis in maart.

Momenteel is er veel discussie over de vraag of universiteiten zouden moeten samenwerken met de fossiele industrie, en zo ja, onder welke voorwaarden. Daarom organiseren we een serie bijeenkomsten over die vragen. De eerste bijeenkomst vond eind maart plaats en de volgende is op 15 mei. Naast studenten, medewerkers en vertegenwoordigers van groepen als EFO Utrecht en Scientists4Future nemen leden van de medezeggenschap en het College van Bestuur deel. Zij gaan de opbrengsten gebruiken in toekomstige beleidskeuzes, bijvoorbeeld afwegingskaders voor samenwerkingen. Het doel is dat er voor de zomer van 2023 een concept-besluit is.”

Transparantie

“Lopende onderzoeksprojecten in samenwerking met fossiele bedrijven richten zich op het ontwikkelen van kennis om de energietransitie te versnellen, fossiel zo snel mogelijk uit te faseren, en verdere CO2-emissies te vermijden. We willen transparant zijn over welke samenwerkingen er zijn, en over de inhoud en financiering van deze samenwerkingen. We werken eraan om deze informatie in de loop van mei 2023 beschikbaar te maken.”

Foto: Anton Pijpers (voorzitter College van Bestuur Universiteit Utrecht) in gesprek met bezorgde studenten van de bezetting van het Minnaertgebouw.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De Europese Commissie heeft onlangs een plan gepresenteerd om de beschikbaarheid van belangrijke grondstoffen voor onder meer windmolens, batterijen en zonnepanelen veilig te stellen. Wat zijn de belangrijkste voorstellen in deze Critical Raw Materials Act (CRM Act)? En wat betekent dit voor Nederlandse bedrijven? In dit artikel geven we antwoord op een aantal veelgestelde vragen.

Wat is de aanleiding?

Voor de productie van windmolens, batterijen en zonnepanelen zijn zeldzame metalen en mineralen nodig. Door de energietransitie zal de vraag naar deze grondstoffen sterk toenemen. Zo verwacht de commissie bijvoorbeeld dat de vraag naar lithium tot 2050 zal vertwintigvoudigen. Het overgrote deel van de grondstoffen komt op dit moment uit China. Met de CRM Act wil de Europese Commissie de afhankelijkheid van andere landen verkleinen.

Wat staat er in de CRM Act?

De CRM Act stimuleert bedrijven op een duurzame en verantwoorde manier om te gaan met grondstoffen. Aan de bestaande lijst van kritieke grondstoffen worden strategische grondstoffen toegevoegd die nodig zijn voor groene, digitale, defensie- en ruimtetoepassingen. Deze lijst zal regelmatig worden geüpdatet.

Daarnaast staat in het voorstel dat ten minste 10 procent van de groeiende vraag naar grondstoffen in de nabije toekomst uit eigen bodem moet komen. Voor lithium wordt gekeken naar mijnbouwprojecten in Zweden, Frankrijk en Portugal. Kobalt komt in de toekomst uit Zweden en Finland. Ook stelt de commissie dat 15 procent van de grondstoffen in de toekomst gerecycled moet zijn en dat de Europese Unie 40 procent van de grondstoffen zelf moet kunnen verwerken in fabrieken. Verder wil de Europese Commissie de samenwerking met andere landen versterken. Zo staan samenwerkingen met Chili, Brazilië, Canada en Kazachstan op de planning.

Wat betekent dit voor bedrijven en voor internationale investeringen en handel?

Deze wet zal gunstige gevolgen hebben voor bedrijven die actief zijn in de productie en verwerking van kritieke grondstoffen in de EU. Er worden strengere eisen gesteld aan Europese vergunningen, maar tegelijkertijd worden de vergunningsprocedures efficiënter en zal de toegang tot financiering verbeteren. Hierdoor kunnen bedrijven meer kapitaal aantrekken om te innoveren. Ook worden audits uitgevoerd op waardeketens om duurzame en verantwoorde praktijken te bevorderen. Dit kan bijdragen aan de reputatie en concurrentiepositie van bedrijven.

Voor internationale investeringen en handel kan deze wetgeving ook van belang zijn, aangezien de EU een belangrijke speler is op het gebied van de productie en verwerking van kritieke grondstoffen. De wetgeving kan bijdragen aan een gelijk speelveld voor bedrijven uit verschillende landen en de duurzaamheid en verantwoordelijkheid van waardeketens bevorderen. Het kan ook leiden tot nieuwe kansen voor investeerders die zich willen richten op de ontwikkeling van strategische projecten in de EU.

Waarom is internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO) relevant bij de voorbereiding op de CRM Act?

In de CRM Act worden de ‘OESO-richtlijnen voor Due Diligence’ en de ‘VN-richtlijnen voor het Bedrijfsleven en Mensenrechten’ genoemd als specifieke voorwaarden waaraan strategische projecten moeten voldoen. Het voorstel sluit ook aan bij andere wetgeving met betrekking tot kritieke grondstoffen. Een voorbeeld is de Conflictmineralenverordening, die importeurs van tin, tantaal, wolfraam en goud (3TG) verplicht om due diligence-beleid op te zetten en uit te voeren om mensenrechtenschendingen te voorkomen.

Hoe kunnen de IMVO-convenanten voor de Metaalsector en Hernieuwbare Energiesector bedrijven helpen om zich voor te bereiden?

De IMVO-convenanten voor de Metaalsector en Hernieuwbare Energiesector zijn gebaseerd op dezelfde OESO- en VN-richtlijnen als de Critical Raw Materials Act. De convenanten hebben als doel om respectievelijk de metaal- en energiebranche te verduurzamen en om maatschappelijk verantwoord ondernemen te bevorderen. Ze bieden bedrijven belangrijke tools en templates om aan deze vereisten te voldoen. Zo worden bedrijven geholpen bij het in kaart brengen van hun waardeketen en bij het identificeren van risico’s op het gebied van mensenrechten, arbeidsomstandigheden en milieu. Daarnaast biedt het convenant tools om deze risico’s aan te pakken en om duurzaamheid in de keten te bevorderen. Hierdoor kunnen bedrijven beter inspelen op de veranderende wet- en regelgeving op het gebied van strategische grondstoffen en zijn zij beter voorbereid op toekomstige ontwikkelingen.

[ad_2]

Source link

Berichten paginering