[ad_1]

Ingenieurs- en adviesbureau Antea Group gaat duurzame energie winnen uit de mest van melkkoeien. De energie wordt ter plekke opgeslagen en is beschikbaar voor later gebruik op de boerderij of een andere plek. Ammoniak afkomstig uit mest vormt hierbij de sleutel. Samen met milieutechnisch bedrijf HMVT heeft Antea Group de Ammonia-Q voor veestallen ontwikkeld. Er wordt nu een geschikt boerenbedrijf gezocht voor een proef in de praktijk.

Groene brandstof

Voor de veehouderij is het beperken van de ammoniakuitstoot een belangrijke maatregel tegen stikstofdepositie. Het idee van Antea Group baseert zich op installaties waarbij de lucht uit de stal wordt afgezogen en gewassen. “Daar voegen wij iets nieuws aan toe, waardoor we met ammoniak van emissievraagstuk naar energievoorziening gaan,” vertelt Coert Ruseler, businesslijndirecteur Milieu, Veiligheid & Gezondheid van Antea Group. Bij de Ammonia-Q wordt de luchtwasser een installatie die ammoniak uit de afgezogen lucht haalt. De gewonnen ammoniak wordt vervolgens samengeperst en in een vat opgeslagen. Daarna kan het als groene brandstof worden gebruikt. De energie die nodig is voor het proces kan worden opgewekt door zonnepanelen of een kleine windturbine.

Oplossing overbelast elektriciteitsnet

Boeren die met zonnepanelen of een windmolen meer elektriciteit opwekken dan zij op dat moment zelf gebruiken, kunnen dit steeds vaker niet terug leveren omdat het elektriciteitsnet overbelast is. Door deze elektriciteit te gebruiken voor de productie van groene ammoniak, slaat de boer de energie op en kan hij die op een later moment gebruiken. Eventueel ook op een andere plaats. Ruseler: “We richten ons voor nu op ammoniak als energiebron voor de boer zelf. Maar er is meer mogelijk. Want als veel boeren dit doen, dan kun je de ammoniak bijvoorbeeld ook gebruiken om de omgeving van energie te voorzien. Dan heb je groene energie van de boer, die bijdraagt aan de energietransitie.”

Ammoniak in de energietransitie

Een stal met honderd koeien is goed voor ongeveer vier ton ammoniak per jaar. Dat levert een energiewaarde op van 25.000 kWh, het gemiddelde jaarverbruik van zeven huishoudens bij elkaar. Bij andere veesoorten kan de energiepotentie per stal hoger zijn. Door de totale omvang van de melkveehouderij in ons land richt Antea Group zich in eerste instantie op deze bedrijfstak. Behalve als brandstof kan ammoniak ook worden gebruikt voor het opslaan en vervoeren van groene waterstof. “Ook daar hebben wij ervaring mee, met name in de industriesector. Ammoniak biedt volop kansen voor de energietransitie. Maar het brengt wel nieuwe vragen en uitdagingen met zich mee. Met ons Ammoniak Expertisecentrum brengen wij plannen en ideeën verder,” aldus Ruseler.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Vandaag legt MSC Euribia, het nieuwste en duurzaamste vlaggenschip van MSC Cruises, aan bij de Passenger Terminal in Amsterdam. Het schip wordt door vloeibaar aardgas (LNG) aangedreven en vaart momenteel ’s werelds eerste klimaatneutrale cruise. MSC Euribia is gebouwd met behulp van de nieuwste technologische innovaties op het gebied van emissiereductie, afvalbeheer en energiebesparing. Het schip legt voor één dag aan in Amsterdam op weg van Saint-Nazaire in Frankrijk – waar het gebouwd is – naar de doopceremonie op 8 juni in Kopenhagen. Dit 22ste schip in de vloot van MSC Cruises laat daarmee zien dat net zero cruise-vaarten vandaag de dag onder bepaalde omstandigheden mogelijk zijn.

MSC Euribia legt aan in Amsterdam omdat de duurzaamheidsambities van MSC Cruises nauw aansluiten bij die van Port of Amsterdam als het gaat om emissiereductie en energiebesparing in de maritieme sector. Zo kan MSC Euribia gebruikmaken van walstroom. Port of Amsterdam ontwikkelt de techniek hiervoor momenteel en verwacht dat zij in 2025 gereed zal zijn.

Met de ingebruikname van dit ultramoderne schip en het bezoek aan Amsterdam wil de Cruise-divisie van MSC Group laten zien dat de sector duurzaamheidsverbeteringen moet blijven realiseren in samenwerking met alle belanghebbenden. Als belangrijke speler in de cruise-industrie heeft de Cruise-divisie van MSC Group zichzelf ambitieuze doelen opgelegd. Het bedrijf wil dat haar activiteiten uiterlijk in 2050 klimaatneutraal zijn. De uitstootintensiteit van het bedrijf is vergeleken met 2008 al met 33,5% gedaald. MSC Group zal naar verwachting al eerder dan 2030 – de streefdatum van IMO – een vermindering van 40% bereiken.

Pierfrancesco Vago, Executive Chairman van de Cruise-divisie van MSC Group: “Met deze baanbrekende klimaatneutrale reis van ons nieuwste vlaggenschip, MSC Euribia, zetten wij opnieuw een belangrijke stap richting decarbonisatie en laten wij bovenal onze grote betrokkenheid zien.”

MSC Cruises heeft 400 ton bio-LNG aangeschaft als brandstof voor deze baanbrekende broeikasvrije reis. Hiermee demonstreert het bedrijf zijn inzet voor het gebruik van hernieuwbare brandstoffen en de energietransitie. MSC Cruises is de eerste cruisemaatschappij die bio-LNG gebruikt voor diepzeecruises en realiseert hierdoor een aanzienlijke vermindering van de emissies gedurende de levenscyclus.

Meneer Vago vervolgt: “We kunnen het echter niet alleen. Alternatieve brandstoffen zijn voor onze sector en andere bedrijfstakken cruciaal om koolstofneutraliteit te bereiken. Daarom moeten we samenwerken om biobrandstoffen op grotere schaal beschikbaar te maken. Onze inkoop van bio-LNG geeft een duidelijk signaal aan de markt, namelijk dat er vraag naar schonere brandstoffen is vanuit de cruisemaatschappijen en de bredere maritieme sector. Om de beschikbaarheid van deze broodnodige nieuwe energiebronnen mogelijk te maken, is samenwerking nodig tussen overheden, producenten en eindgebruikers.”

De klimaatneutrale reis van MSC Euribia maakt gebruik van bio-LNG via een massabalanssysteem. Dit is de milieuvriendelijkste methode om hernieuwbaar biogas te gebruiken. De volledige toeleveringsketen voldoet aan de Richtlijn voor Hernieuwbare Energie van de Europese Unie (RED II). Bovendien is iedere batch bio-LNG gecertificeerd door International Sustainability & Carbon Certification.

Michele Francioni, SVP van MSC Cruises: “De eerste reis van MSC Euribia is een ongelooflijke prestatie en is het resultaat van jaren van toewijding en vastberadenheid. Het toont aan dat we met gebruik van reeds bestaande scheepvaarttechnologie in staat zijn klimaatneutraal te varen. Dit is nog maar het begin. We zijn volledig aan deze overgang gecommitteerd en doen er alles aan om hem te versnellen. Dat is alleen mogelijk met alternatieve brandstoffen zoals bio-LNG, e-LNG, groene waterstof of groene methanol, die op grote schaal beschikbaar moeten komen om onze visie voor klimaatneutrale cruise-vaarten volledig te realiseren.”

MSC Cruises werkt voor deze reis zonder broeikasgasemissies samen met het Scandinavische energiebedrijf Gasum, een toonaangevende producent van biogas en verwerker van biologisch afbreekbaar afval.

De snelheid en vaarroute van de eerste reis van MSC Euribia zijn specifiek gepland om de configuratie en belasting van de motoren te optimaliseren en het brandstofverbruik te minimaliseren. Het schip heeft energie-efficiëntiespecialisten van zowel MSC Cruises als de scheepsbouwer Chantiers de L’Atlantique aan boord. Zij monitoren en optimaliseren ieder detail van de reis en werken hierop  samen met de kapitein van het schip, Stefano Battinelli, en de hoofdingenieur van MSC Euribia, Pasquale Mastellone.

De energie-efficiëntie-experts van MSC Cruises in Londen monitoren en optimaliseren bovendien continu alle systemen aan boord. Hiermee wordt het energieverbruik geminimaliseerd, kunnen in real-time kansen worden geïdentificeerd om energie-efficiënter te varen, maar wordt tegelijkertijd het comfort van alle gasten aan boord geborgd. Hier worden diverse maatregelen voor ingezet, van de configuratie van de motoren en de snelheid van individuele airconditioningventilatoren in gasthutten tot optimalisatie van de route en snelheid. Hiermee wordt energie bespaard en het brandstofverbruik verminderd.

De nieuwe schepen van MSC Cruises zijn flexibel wat betreft brandstof en kunnen verschillende soorten (reeds beschikbare en toekomstige) hernieuwbare brandstoffen verbranden. Het gebruik van fossiele LNG leidt al tot een vermindering van de broeikasgasemissies tot wel 20% in vergelijking met conventionele scheepsbrandstoffen en elimineert vrijwel alle zwaveloxide- en deeltjesemissies, terwijl het ook de uitstoot van stikstofoxiden met 85% terugdringt.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Kan je in 2023 nog wel op de proppen komen met relatiegeschenken die een groot deel van mensen niet eens gebruikt, en soms zelfs linea recta in de vuilnisbak belanden? ‘Nee’, besloten DJ van Styrum en Ton  Löbker. De twee ondernemers die hun sporen in de relatiegeschenken branche hebben verdiend, staan aan de basis van een nieuw bedrijf met een grote belofte. Samen met haar partner Justdiggit en duizenden bedrijven wil startup treebytree relatiegeschenken verduurzamen en voor 2050 één miljard bomen terugbrengen in Afrika, waar vergroening bijzonder hard nodig is. 

Treebytree is ontstaan vanuit de visie dat de wereld razendsnel verandert en de relatiegeschenken industrie daarin mee moet. Van managementlaag tot werkvloer: iedereen wordt zich bewust van hun individuele verantwoordelijkheid in het gevecht tegen klimaatverandering en de reductie van CO2 uitstoot. En dus wil Treebytree het schenken van een cadeau transformeren naar iets teruggeven aan de wereld, door op grote schaal omgekapte bomen in Tanzania terug te brengen.

“Wij geloven in de gebundelde kracht van duizenden bedrijven in Europa en de rest van de wereld. Treebytree stelt bedrijven in staat bomen te schenken via een unieke digitale ervaring voor de ontvanger. Zo maak je als organisatie op grote schaal positieve impact op CO2-reductie, water retentie en gemeenschappen in Afrika. En je smeedt een duurzame band tussen jouw merk, de ontvanger en de geschonken boom,” aldus DJ van Styrum. ‘Een duurzame koers die iedereen blij maakt is dé manier om de relatiegeschenken branche van binnenuit positief te veranderen.”

Ambitieus partnership met Justdiggit

Alle bomen op het Treebytree platform worden teruggebracht door Justdiggit. Justdiggit is in 2009 opgericht door Peter Westerveld en Dennis Karpes met als doel: het vergroenen van aangetast en ontbost land om biodiversiteit te stimuleren en een positieve impact te maken op klimaatverandering.

Justdiggit is een van de meest effectieve en toonaangevende organisaties in het vergroenen van regio’s die het hard nodig hebben. Met wetenschappelijk onderbouwde programma’s, steun van lokale gemeenschappen en een bak aan waardevolle ervaring. Sinds 2009 heeft Justdiggit 400.000 hectare land hersteld, meer dan 14 miljoen bomen teruggebracht en vormt ze een dagelijkse groeiende beweging voor vergroening.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Vrijdag 2 juni werd de zonnecarport bij camping It Wiid officieel geopend. De zonnecarport, die door GroenLeven werd gerealiseerd, bestaat uit ruim 550 zonnepanelen, wat gelijk staat aan stroom voor bijna 50 huishoudens. De groene elektriciteit die de zonnecarport opwekt zal gebruikt worden door de camping zelf en door de laadpalen die de elektrische auto’s van de gasten van de camping opladen. 

Camping It Wiid is met ruim 30 hectare en maar liefst 350 kampeerplaatsen, een kleine 200 jaarplaatsen, 80 verhuuraccommodaties en 500 ligplaatsen een moderne camping in het hart van Friesland. De onderneming is met ruim 2.500 gasten per jaar uitgegroeid tot een gevestigde naam in de recreatiebranche en één van de grootste campings in Noord-Nederland. Het bedrijf heeft duurzaamheid met oog op natuur en maatschappij hoog in het vaandel staan.

Mede-eigenaar van It Wiid, Annelie Bleckman over de zonnecarport: “Als ondernemer wil ik natuurlijk zorgen voor de toekomst van Camping It Wiid. Verduurzaming en het hergebruik van beschikbare ruimte op ons terrein, een echte win-win situatie, zijn cruciale factoren voor ons. Aangezien we geen groot dak hebben, is een zonnecarport de perfecte oplossing voor ons. De carport versterkt ons aanbod en biedt onze gasten de kans om op te laden, terwijl we energie teruggeven. En nu doen we dat ook letterlijk met onze zonnecarport.”

GroenLeven realiseerde de zonnecarport bij It Wiid. Niet alleen de bouw, maar ook het gehele voortraject. Denk hierbij aan het aanvragen van vergunningen en financiering. Annelie: “Het vinden van een deskundige en ervaren partner is essentieel bij realiseren van een zonnecarport,” geeft Bleckman aan. “Werken met een organisatie die aan alle eisen voldoet en de benodigde certificeringen, o.a. SCOPE 12, heeft om het project professioneel en gecertificeerd uit te voeren is dan ook van groot belang. Dat zorgt ervoor dat de zonnecarport 100% verzekerbaar en financierbaar is.”

“Nederland is een klein land”, aldus Peter Paul Weeda, CEO van GroenLeven. “Multifunctioneel ruimtegebruik is dan ook essentieel. Met GroenLeven tonen we wat er allemaal mogelijk is met zonnepanelen: op grote daken, boven fruit, op een luchthaven, drijvend op industriewater zoals zandwinplassen en dus als carport. Ik ben ontzettend trots op de zonnecarport die we hebben gerealiseerd voor camping It Wiid. Geweldig om te zien hoe ambitieus It Wiid is op het gebied van duurzaamheid. Echt een voorbeeld. We zien dat er een grote behoefte is aan zonnecarports. Enerzijds door de behoefte om energie-onafhankelijk te worden en anderzijds doordat zonnepanelen op het dak soms een uitdaging zijn vanwege draagkracht of verzekering. Zonnecarports zijn daarom een essentieel onderdeel van de groene transitie.”

Annelie Bleckman is trots op de zonnecarport en hetgeen de carport betekent voor haar camping: “Het feit dat we met It Wiid grote stappen zet op het gebied van duurzaamheid binnen de recreatiebranche vervult ons met trots.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Sturen op werkelijke energieprestaties in plaats van op theoretische besparingen in de utiliteitsbouw. Dat is de boodschap in het manifest van Gideon dat gisteren is overhandigd aan Rob Jetten, minister voor Klimaat en Energie. DGBC heeft meegeschreven aan het manifest en onderschrijft de boodschap samen met alle 80 marktpartijen die het Paris Proof Commitment hebben ondertekend. In totaal ondertekenden tot nu toe circa 140 partijen het manifest. 

De reden voor de overhandiging is dat het kabinet de (aangescherpte) Europese doelen op het gebied van energiebesparing momenteel uitwerkt. Om deze doelen en uiteindelijk de Parijse klimaatdoelstellingen te halen, zijn extra maatregelen nodig.

Sturen op werkelijk energiegebruik is zo’n manier om de uitstoot van bestaande gebouwen te reduceren. Het theoretische energiegebruik uit het energielabel wijkt vaak veel af van het werkelijke gebruik. Gemiddeld scheelt dit naar schatting tot zo’n 30 procent. Daarom is het sturen op werkelijk energiegebruik een betere manier om besparingen te meten en te monitoren.

Het wordt door inzicht voor bedrijven eenvoudiger om energie te besparen en leidt tot minder administratieve lasten voor het bedrijfsleven. Bovendien is handhaving eenvoudiger en effectiever. En kan het een impuls geven voor de ontwikkeling van smart building technologie, waarmee blijvend wordt ingezet op verbeterde monitoring

Paris Proof-normen

In andere landen geldt al een dergelijk systeem. Voor Nederland heeft DGBC de Paris Proof-normen vastgesteld. Een kantoor dat voldoet aan de doelstellingen van Parijs mag maximaal 150 kWh/m2 in 2025 gebruiken en in 2030 100 kWh/m2. Met als einddoel 70 kWh/m2 in 2040, oftewel: Paris Proof. Voor winkels of industrie gelden andere normen.

Werkelijke Energie intensiteit indicator

De Paris Proof normen zijn daarnaast opgenomen in een niet-commerciële standaard, namelijk de WEii (Werkelijke Energie intensiteit indicator), opgezet door DGBC en TVVL. Deze tool maakt op een uniforme wijze inzichtelijk wat een gebouw per vierkante meter per jaar aan energie gebruikt. Gebouweigenaren en -gebruikers krijgen daardoor direct inzicht in de werkelijke energieprestaties van hun pand in relatie tot gelijkwaardige panden in hun sector, in plaats van een theoretisch inzicht. Daarnaast ontstaat direct een beeld van hoe ver ze verwijderd zijn van de Parijse klimaatdoelstellingen of zelfs een energieneutraal gebouw.

Speerpunt

Werkelijk energiegebruik is al langere tijd een van de speerpunten van DGBC. Met het programma Paris Proof wordt hier handen en voeten aan gegeven door te sturen op inzicht en vermindering van het werkelijk gebruik. Hieruit is ook het Paris Proof Commitment ontstaan. Met het ondertekenen van dit document verbinden partijen zich aan de ambitieuze doelstelling om tegen 2040 het energiegebruik in de gebouwde omgeving met twee derde te verlagen en de daarbij horende CO₂-emissies terug te brengen. 

Extra op het vizier

Martin Mooij, programmamanager bij DGBC: “Mooi dat steeds meer partijen het enorme besparingspotentieel inzien door te sturen op het werkelijk energiegebruik. DGBC heeft samen met TVVL hier het voortouw in genomen met het opstellen van de WEii-methode en handelingsperspectief geboden met het EnergieKompas. Al meer dan 80 verschillende marktpartijen tekenden het Paris Proof Commitment en zijn vanuit hun rol zelf aan de slag gegaan.” 

Tijdens de overhandiging gaf de minister aan hiermee aan de slag te willen. Het sturen op werkelijke energieprestaties in utiliteitsgebouwen staat nu extra op het vizier van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Economische Zaken.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Tijdens de internationale Dutch Water Week, die met de volledige stroomvoorziening op groene waterstof een wereldprimeur kent, introduceert Missie H2 de interactieve, nationale waterstofkaart. De waterstofkaart, die Missie H2 samen met TKI Nieuw Gas heeft ontwikkeld, bevat de meest uitgebreide en actuele kaart van Nederland met de vele initiatieven die er al zijn. Bovendien biedt de interactieve kaart de unieke mogelijkheid door de tijd te reizen om de ontwikkeling van Nederland als hét Waterstofland 2030 te zien. Met de oproep aan bedrijven en organisaties ‘Zet jezelf op de kaart’ trapt Missie H2 de olympische waterstofcampagne af richting en tijdens de Zomerspelen in Parijs. Het doel van de campagne is om samen met TeamNL positieve energie toe te voegen aan de al ingezette nationale waterstofbeweging ten behoeve van de energietransitie. Bovendien helpt Missie H2 sportkoepel NOC*NSF de sport verder te verduurzamen en de olympische sporters van TeamNL zo duurzaam mogelijk te laten deelnemen aan de Spelen in Parijs.

Actuele verduurzamingsprojecten in sport

De Dutch Water Week heeft een wereldprimeur te pakken: de dieselaggregaten zijn ingewisseld voor waterstofaggregaten die draaien op groene waterstof. Dat betekent geen fijnstof en CO2-uitstoot, maar ook dat alle elektra vanuit deze aggregaten volledig duurzaam is. Een belangrijke stap om te laten zien dat dit werkt en een voorbeeld van hoe evenementen in de toekomst duurzamer georganiseerd kunnen worden. Daarnaast zetten de partners van Missie H2 de collectief beschikbare duurzaamheidskennis en ervaring in voor verdere verduurzaming van de Nederlandse sport. Dat gebeurt onder meer door de sporters van TeamNL te helpen zo duurzaam mogelijk deel te nemen aan de Olympische Spelen in Parijs en bij het verder verduurzamen van sportaccommodaties in Nederland.

Nationale waterstofbeweging

Met Missie H2, partner van TeamNL, slaan acht partijen uit de waterstofketen (Eneco, Gasunie, Groningen Seaports, Port of Amsterdam, Remeha, Shell Nederland, Toyota en Vopak) de handen ineen om samen met een groot aantal Nederlandse bedrijven en de overheid de inmiddels ingezette nationale waterstofbeweging te vergroten en versnellen. Want in Nederland hebben we de unieke kans om samen ‘Nederland Waterstofland’ te realiseren. Alle ingrediënten hiervoor zijn aanwezig: we hebben de Noordzee voor grootschalige productie van windenergie, de zeehavens als logistieke importhubs, enorm veel kennis over waterstof in de mobiliteit en huishoudens, grote industrieclusters die de overstap naar waterstof willen maken én een van de betere energietransportnetwerken van de wereld. En als we nu gezamenlijk een tandje bijschakelen, kan Nederland Waterstofland tijdens de zomerspelen in Parijs op koers liggen om onze waterstofmarkt vanaf 2030 volledig te laten functioneren. Als voorhoedespeler in de wereld.

Onder de campagnevlag ‘Nederland hét Waterstofland 2030’ wil Missie H2 verbinden en inspireren met positieve energie. Dit doen we samen met TeamNL, het Watersportverbond, De Koninklijke Nederlandse Roeibond en waterstofambassadeurs Ranomi Kromowidjojo, Kiran Badloe, Marit Bouwmeester, Corné de Koning en Chantal Haenen. Topsporters weten als geen ander dat nu koers kiezen noodzakelijk is om straks de belofte te kunnen inlossen en maximaal te kunnen presteren.

Fotobijschrift: v.l.n.r. – Hans Coenen, Gasunie – Cas König, Groningen Seaports – Dick Richelle, Vopak – Frans Everts, Shell – Mark van den Tweel, NOC*NSF – Dorine Bosman, Port of Amsterdam – Jan Christiaan Koenders, Toyota – Ranomi Kromowidjojo, waterstofambassadeur Missie H2 – Ulco Vermeulen, Gasunie – Kees-Jan Rameau, Eneco – Diederik Samson

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Het personeelstekort in de technische branche blijft een groot struikelblok voor de energietransitie, en daarmee komt de haalbaarheid ervan in het geding. 53 procent van de organisaties in de technische sector beaamt dit. Bovendien zorgt de energietransitie volgens vier op de tien (42%) dat er nog meer vacatures bijkomen. Dit is een flinke uitdaging voor de sector, omdat de branche al jaren kampt met enorme tekorten. Dit blijkt uit de zevende editie van de TechBarometer van technisch opleider ROVC onder ruim 1.000 HR-beslissers in technische bedrijven, 2.700 technici en 1.000 potentiële zij-instromers.

Klimaatdoelstellingen onhaalbaar

Het vertrouwen van de sector in de duurzaamheidsambities van de overheid is laag. Nederland heeft zich ten doel gesteld dat in 2030 alle energie uit duurzame bronnen moet komen. Bijna de helft (45%) van alle HR-beslissers acht deze doelstelling onhaalbaar. Daarnaast moet in 2050 de energievoorziening bijna helemaal duurzaam zijn. Dit vindt 46 procent van de HR-beslissers een onhaalbare doelstelling. Uit eerdere edities van de TechBarometer bleek ook al een dergelijk laag vertrouwen. Toch bestempelt een vijfde (19%) van de technische organisaties de energietransitie als de belangrijkste ontwikkeling binnen de techniek.

Afschaffen STAP-budget draagt niet bij aan oplossing

John Huizing, directeur van ROVC: “Om de klimaatdoelen van de overheid te bereiken, zijn volgens berekeningen van de NVDE 23.000 tot 28.000 extra technici nodig. En dat terwijl er nu al een gigantisch tekort is aan technische vakmensen. Wie een zonnepaneel, laadpaal of warmtepomp wil, moet maanden wachten. Zonder nieuwe maatregelen zet de arbeidskrapte niet alleen een streep door de energietransitie, ook worden we als land minder innovatief met alle gevolgen voor de welvaart van dien. Zij-instromers vormen een belangrijk onderdeel van de oplossing, maar zij moeten wel geënthousiasmeerd worden om zich te laten omscholen voor de techniek. Met het afschaffen van het STAP-budget, één van de belangrijkste middelen binnen het overheidsinitiatief Leven Lang Ontwikkelen, gaat een laagdrempelige manier om kennis te maken met ons vak verloren. Zonde, want het was in potentie een effectief instrument om het personeelstekort terug te dringen en duurzaamheidsambities waar te maken. Ik hoop dat we met de overheid, organisaties en brancheverenigingen kunnen kijken naar een goed alternatief.”

Krimp fossiele industrie biedt kansen

De helft (51%) van de HR-beslissers vindt dat het stoppen met fossiele projecten, waardoor personeel uit steenkool-, olie- en gasprojecten beschikbaar komt, kansen biedt voor het omscholen van deze groep naar de techniek. Daarnaast maakt het groeiende belang van duurzaamheid de techniek een aantrekkelijker vak. 55 procent van de potentiële zij-instromers onderschrijft dit.

Huizing vervolgt: “Veel zij-instromers hebben interesse in de techniek en de verduurzaming van de branche lijkt hier een positief effect op te hebben. Daar moeten technische bedrijven op inspelen. In de praktijk zien we echter dat veel bedrijven moeite hebben met het aantrekken en inwerken van zij-instromers. Vaak wordt gedacht dat ze meer kosten dan ze opleveren. Het tegendeel is waar, maar daarvoor is het wel noodzakelijk om de focus te verleggen van functies naar taken. Een zij-instromer kan door middel van een korte training al heel snel zelfstandig routinematig werk uitvoeren. Dit verlicht de werkdruk van ervaren technici al enorm. Eenmaal geproefd aan de techniek, kunnen zij zich verder ontwikkelen door middel van begeleid leren op de werkplek onder de vleugels van ervaren vakmannen.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Duurzaam energiebedrijf Groendus publiceert vandaag de Energietransitie Benchmark 2023. De Benchmark schetst een helder beeld van de impact van de energiecrisis op zakelijk Nederland. Met prijsverhogingen en verduurzamingsmaatregelen houden de meeste organisaties hun bedrijfsvoering buiten de gevarenzone. Het rapport is bovendien een hoopgevende weergave van hoe ver ondernemers zijn in de energietransitie en wat ervoor nodig is om dit proces verder te versnellen.

Aanjagers van de energietransitie

De inzichten in de Energietransitie Benchmark komen voort uit uitgebreide gesprekken met bijna 200 aanjagers en beslissers van bedrijven die hun eerste stappen in de energietransitie hebben gezet. Het rapport brengt de impact van de energiecrisis en van netcongestie in kaart. Ook lees je exclusieve gesprekken met duurzame koplopers zoals HAK, Arvato Bertelsmann en Deloitte.

Energieprofessionals en organisaties kunnen de Benchmark gebruiken als meetlat om te zien waar zij staan in de energietransitie. Het rapport geeft inzicht in de uitdagingen en ontwikkeling van de energietransitie. Bovendien krijgen lezers concrete handvatten om aan de slag te gaan met het verduurzamen van hun energiehuishouding. Zo helpt dit rapport bij het versnellen van de energietransitie in Nederland.

Eerste exemplaar voor TKI Urban Energy

Het eerste fysieke exemplaar van de Energietransitie Benchmark 2023 is overhandigd aan de TKI Urban Energy. Maarten de Vries, programmamanager bij de TKI, onderstreept de waarde van het rapport:
“Dit biedt organisaties in Nederland veel inzicht in de mogelijkheden voor het verduurzamen van hun bedrijfsvoering. Natuurlijk werken de energiecrisis en netcongestie enerzijds remmend. Maar de verhalen van de bedrijven in deze benchmark tonen precies wat wij ook zien: het zorgt ervoor dat er aandacht komt voor de slimme technische mogelijkheden. Innovaties die er al jaren waren, worden nu versneld ingevoerd.”

René Raaijmakers, CEO van Groendus, is enthousiast over de trends die de Benchmark schetst: “Het is fantastisch om te zien dat steeds meer bedrijven bezig zijn met duurzaamheid. En dat is nodig ook, want de energietransitie krijgen we alleen voor elkaar door samen aan de slag te gaan. Bovendien is verduurzamen ook nog eens heel rendabel, dat bewijzen de verhalen van de voorlopers uit dit rapport. Ik hoop van harte dat deze Benchmark andere organisaties inspireert en motiveert om ook in actie te komen. Laten we samen werken aan duurzame en betaalbare energie voor ons allemaal!”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Veel Nederlanders zijn druk bezig met het elektrificeren en verduurzamen van hun huis. Om in te spelen op het groeiende aanbod van duurzame energie en een deeloplossing te bieden voor congestie op het elektriciteitsnet kondigen Tibber en Polarium vandaag de eerste AI-gestuurde thuisbatterij aan: Homevolt. De thuisbatterij brengt Tibber’s app samen met de circulaire batterijtechnologie van het Zweedse Polarium. Het AI-algoritme helpt consumenten met het besparen van energie en de thuisbatterij voegt tegelijkertijd meer flexibiliteit toe aan het net. De Homevolt is begin 2024 beschikbaar in Nederland.

Energiesysteem van de toekomst

Homevolt is een batterij met een brein. De innovatieve thuisbatterij helpt consumenten bij het verlagen van hun energiekosten en het stabiliseren van het elektriciteitsnet. Door geavanceerde technologie slaat de Homevolt stroom op wanneer er veel stroom beschikbaar is en levert het terug aan het net wanneer de vraag piekt. Hiermee kunnen consumenten flink besparen op hun energiekosten, vergroten huishoudens hun zelfvoorzienendheid en creëert het een duurzaam en betrouwbaar energiesysteem voor de toekomst.

“De combinatie van hardware en software is wat Homevolt uniek maakt” zegt Edgeir Aksnes, CEO en medeoprichter van Tibber. “Dit product maakt energieopslag toegankelijker dan ooit. Wij willen dat iedereen de controle kan nemen over zijn energieverbruik en -kosten. De Homevolt combineert de  batterijtechnologie van Polarium met onze slimme Tibber-app. Zo kan de consument de flexibiliteit van het elektriciteitsnet optimaal benutten, met het oog op congestie op het Nederlandse elektriciteitsnetwerk helpt dat uiteindelijk iedereen.”

“Energieopslag is de ontbrekende schakel in het duurzame energiesysteem van de toekomst. We zijn daarom verheugd om Homevolt te lanceren, waardoor energieopslag voor huishoudens toegankelijker wordt. De Homevolt is revolutionair in de energiewereld omdat het de flexibiliteit van het net optimaal benut”, zegt Stefan Jansson, CEO en medeoprichter van Polarium.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De Johan Cruijff ArenA zet de volgende stap op haar reis naar verduurzaming en zet zich volledig in voor een netto positieve exploitatie in 2030, wat betekent dat zij meer geeft aan de wereld dan dat zij ervan afneemt. Samen met partners als Ajax en de gemeente Amsterdam werkt de ArenA aan een netto positieve exploitatie van voetbalwedstrijden, concerten en andere evenementen in de ArenA. Bovendien wil de ArenA een nog grotere bijdrage leveren aan bijvoorbeeld de duurzaamheidsdoelstellingen van bands, clubs, organisatoren en de Gemeente Amsterdam. Daarmee helpt zij een standaard te zetten voor andere organisaties. De Johan Cruijff ArenA en partner GSES (Global Sustainable Enterprise System) lanceren daarvoor de Global Sustainable Venue Benchmark (GVSB) voor het meten van de duurzaamheid van organisaties, evenementen en leveranciers. Deze standaard biedt een leidraad voor het bevorderen van duurzaamheid. 

Dankzij de solide samenwerking met haar aandeelhouders, oprichters en partners heeft de Johan Cruijff ArenA sinds haar oprichting, ruim 25 jaar geleden, bewezen een maatschappelijk betrokken, duurzaam stadion te zijn dat wordt aangestuurd door voortdurende innovatie. Zo ontwikkelde de Johan Cruijff ArenA samen met diverse partners Europa’s grootste energieopslagsysteem in een commercieel gebouw voor de opslag van duurzaam opgewekte elektriciteit.

Daarnaast voorzien ruim 4.200 zonnepanelen op het dak en de inkoop van windenergie de ArenA van groene stroom en heeft de ArenA zich aangesloten bij het initiatief ‘1.000 banen voor stadsdeel Zuidoost’, waarmee kansarmen aan werk worden geholpen. Dit geeft de Johan Cruijff ArenA een solide uitgangspunt om de volgende stap naar netto positief te maken.

De Johan Cruijff ArenA en partner GSES (Global Sustainable Enterprise System) lanceren daarnaast de Global Sustainable Venue Benchmark (GVSB) voor het meten van de duurzaamheid van organisaties, evenementen en leveranciers. Deze standaard biedt een leidraad voor het bevorderen van duurzaamheid.

“Met onze ambitie om netto positief te worden dragen wij ons steentje bij aan een duurzame, leefbare wereld voor toekomstige generaties en natuurlijk voor de omgeving, Amsterdam. Het wordt een reis met successen en mogelijkheden om te leren. Het doel is duidelijk en we hebben sterke partners met wie we deze ambitie haalbaar kunnen maken.” — Tanja Dik, CEO Johan Cruijff ArenA

Aanpak

Er is geen standaard stappenplan om een organisatie netto positief te maken. Het proces hangt volledig af van de bedrijfsvoering en de keten. Daarom heeft de Johan Cruijff ArenA samen met partner KPMG een grondige analyse uitgevoerd om na te gaan wat netto positief betekent voor de ArenA. Bovendien werd vastgesteld welke onderwerpen moeten worden aangepakt om netto positief te worden. Deze onderwerpen hebben betrekking op klimaatimpact, mens en maatschappij of Environment, Social en Governance (ESG).

Daarnaast lanceren de Johan Cruijff ArenA en partner GSES (Global Sustainable Enterprise System) de Global Sustainable Venue Benchmark (GVSB) om de duurzaamheid van organisaties, evenementen en locaties te meten. Deze standaard biedt houvast bij het bevorderen van duurzaamheid. De ArenA is gestart met het meet- en verificatieproces voor haar eigen organisatie, waarbij haar belangrijkste leveranciers zullen worden betrokken. Op het online GSES-platform hebben de ArenA en GSES een Net Positive dashboard en evenementenmodule ingericht waarin de ArenA met de gehele keten meet en rapporteert. De ArenA zal de voortgang en eventuele uitdagingen open en transparant communiceren, zodat andere organisaties zoals partners met vergelijkbare duurzaamheidsdoelstellingen hiervan kunnen leren en stappen kunnen zetten om ook Net Positief te worden.

Femke Halsema, burgemeester van Amsterdam: ‘Ik ben ontzettend trots op de manier waarop de ArenA zich al jaren inzet voor verduurzaming van het gebied door innovatie. En nu op haar nieuwe ambitie om netto positief te worden. Het is een ambitie die we graag samen met de ArenA invullen. De ArenA heeft immers een voorbeeldfunctie voor de stad Amsterdam en voor de samenleving als geheel.

“Het GSES platform is een internationaal platform waarmee de ArenA zowel de eigen duurzaamheid prestaties meet alsook CSRD en de supply chain (inclusief scope 1, 2 en 3 ). Alle data op het dashboard is via GSES en Audit Independer onafhankelijk geverifieerd door een certificerende instelling, Control Union Certifications.” – Kelly Ruigrok, founder GSES.

Partners

Netto positief worden kan alleen als de hele keten meedoet. Daarom werkt de ArenA samen met haar aandeelhouders Ajax en de gemeente Amsterdam, oprichters, partners, leveranciers, branchegenoten, medewerkers en andere stakeholders. Het doel is om met deze groep na te gaan op welke onderwerpen we kunnen samenwerken om niet alleen de ambities waar te maken, maar ook een golf van positieve impact te creëren.

“De ArenA wil met ons samenwerken om de wedstrijden zo duurzaam mogelijk te maken. Dat is echt een fantastische uitdaging. Voor Ajax, voor onze supporters en voor de ArenA” –  AFC Ajax Bestuur

[ad_2]

Source link

Berichten paginering