[ad_1]

De Nederlandse infrasector heeft het de afgelopen jaren moeilijk gehad door minder opdrachten, de stikstofproblematiek en daardoor aanhoudende lage winstmarges en hoge concurrentie. Het aantal faillissementen bleef wel laag. Toch zijn er groeikansen voor infrabedrijven door klimaatadaptatie, drinkwaterproblematiek en de energietransitie. Die vragen het komende decennium om een forse verbouwing van de Nederlandse infrastructuur. Dit blijkt uit het vandaag gepubliceerde rapport over de infrasector van ING Research.

Infrasector heeft sleutelrol bij grote uitdagingen van Nederland

De komende jaren zijn er veel kansen voor bedrijven in de infrasector, zo geven ook ondernemers uit de sector aan. Door de klimaatverandering worden we geconfronteerd met extremere weersomstandigheden, zoals hevige regenval en langdurige droogte. Hierdoor is er in Nederland behoefte aan nieuwe infrastructuur voor waterberging en -afvoer, en aan groene zones in steden. Er zal meer geïnvesteerd moeten worden in de infrastructuur voor drinkwater, om de kwaliteit en de beschikbaarheid te garanderen. Ook de energietransitie biedt mogelijkheden. Hernieuwbare energie, zoals zon en wind, die wordt opgewekt moet worden getransporteerd naar de plaatsen waar het wordt gebruikt. Hiervoor moeten nieuwe infrastructuurvoorzieningen worden gebouwd voor het transport en distributie zoals elektriciteitsnetwerken, (waterstof)leidingen, laadstations voor elektrische auto’s en warmtenetten.

Jan van der Doelen ING sector Banker Building & Construction: ”De noodzakelijke aanpassingen van onze infrastructuur om zowel de gevolgen van klimaatverandering én de energietransitie te kunnen beheersen zijn grootschalig te noemen. Zoals een bestuurder van een infrabouwbedrijf in Oost-Nederland het treffend schetste: de hele vloerbedekking van Nederland moet er nog een keer uit.”

Stikstof en hoge prijzen spelbreker

Veel infrastructurele projecten ondervinden momenteel echter hinder door de stikstofproblematiek. Grote projecten die hier mee te maken hebben zijn onder andere de ViA15 in Arnhem en A27/A12 bij Utrecht. Ook de gestegen materiaalprijzen hebben ervoor gezorgd dat projecten vaker worden doorgeschoven, omdat deze momenteel niet binnen de gestelde (overheids)budgetten passen. Hierdoor is de productie van infrabedrijven de afgelopen jaren gedaald. Maar ondanks deze vertraging en afname in productie zijn de maatschappelijke opgaven enorm.

Lage winstcijfers

De winstcijfers van de infrasector zijn de afgelopen tien jaar laag gebleven, dit in tegenstelling tot de winstcijfers van andere bouwbedrijven die onder andere gericht zijn op woningbouw, die namelijk wel zijn gestegen. Mogelijke redenen hiervoor zijn de verliezen op risicovolle projecten bij met name grote infrabedrijven en daarnaast het effect van marktmacht bij (vooral overheidsgerelateerde) opdrachtgevers. Ook de genoemde productiekrimp heeft gezorgd voor hogere prijsconcurrentie en daardoor lagere winsten.

Relatief weinig faillissementen

Opvallend genoeg hebben de lagere volumes en aanhoudend lage winsten niet tot meer faillissementen geleid. Per 10.000 bedrijven gingen er in de infrasector in 2022 minder dan 20 bedrijven failliet ten opzichte van meer dan 120 in 2012, dus 10 jaar terugkijkend. De daling loopt ongeveer gelijk met de afname van het aantal faillissementen in de andere deelsectoren van de bouw.

Prijsindexatie en stabielere markt

Dat faillissementen in de infrasector toch niet hoger zijn dan in de rest van de bouw ondanks de lagere winstmarges, daar zijn verschillende redenen voor aan te wijzen. Zo is het productieniveau in de infrasector minder volatiel. Overheden investeren juist vaak in infrastructuur bij economische tegenslag, wat de vraag stabiliseert. Daarbij worden prijzen vaker geïndexeerd dan in andere deelsectoren in de bouw waardoor onverwacht hogere inkoopprijzen vaker doorberekend kunnen worden. Hierdoor neemt de kans op faillissement van bedrijven af.

Ook minder risico’s door nieuwe contractvormen

De trend van nieuwe contractvormen zorgt ervoor dat bedrijven risico’s beter kunnen inschatten en verdelen. Zo wordt vooral door waterschappen steeds vaker gebruik gemaakt van een zo genoemd twee-fasencontract. In de eerste fase wordt er een ontwerp gemaakt en in de tweede fase vindt de uitvoering van de bouw van dat ontwerp plaats. Hierdoor heeft de opdrachtgever meer controle over het project, terwijl de aannemer het ontwerp op maat kan maken. Dit soort contracten is een goede oplossing voor complexe infrastructuurprojecten, waarbij risicobeheersing en kostenbeheersing essentieel zijn. Voor infrabedrijven vraagt het wel een andere manier van werken waarbij vooral veel meer kennis van ontwerpen en plannen nodig is. Dat is dan ook niet voor ieder bedrijf mogelijk.

“Infrabedrijven zullen duidelijke keuzes moeten maken voor hun bedrijfsmodel.” Aldus Jan van der Doelen, ING sector Banker Building & Construction, “Tweefasencontracten brengen minder risico’s met zich mee, maar vragen wel een andere aanpak waarbij vooral voor de planning en de eerste fase van de engineering veel nieuwe specifieke kennis nodig is. Een andere strategie is om prijsvechter voor de aanbestedingsmarkt te willen zijn. Hier hoort een zo efficiënt mogelijk opererend bedrijf bij.”

[ad_2]

Source link

Ben jij nou aan het twijfelen of je nou wel of niet zonnepanelen moet laten installeren door een bedrijf en energie besparen? Dan ben je op deze pagina aan het juiste adres. Je leest hier alles over de levensduur van zonnepanelen, hoe duurzaam ze nou precies zijn en hoe het gehele proces werkt!

Levensduur

Het eerste dat we zullen bespreken, is de levensduur van zonnepanelen. Gemiddeld hebben zonnepanelen een levensduur van ongeveer 25 jaar. Vaak houden ze het echter nog langer dan dat vol en het is dus zonde om ze al direct of zelfs eerder te vervangen. Zonnepanelen zijn een duurzame en voordelige investering, die erg lang meegaat.

De gemiddelde prijs van zonnepanelen bedraagt €7.500 voor een set van 10 zonnepanelen. Jaarlijks verdien je hier zo’n €1.000 aan energie aan terug en dit betekent dat je na 7,5 jaar je investering terugverdiend hebt. Vervolgens kun je dus nog ruim 17 jaar genieten van ‘gratis’ energie! Zo zie je maar dat zonnepanelen een goede investering zijn die zich relatief snel terugbetalen. Mede daarom zijn de Brabanthallen in ’s Hertogenbosch voorzien van 5.000 zonnepanelen.

Zonnepanelen

Schoonmaken

Om de levensduur en werking van de zonnepanelen te blijven garanderen, is het van belang dat de zonnepanelen af en toe schoongemaakt worden. Als de zonnepanelen namelijk vuil zijn, zullen ze minder zonlicht op kunnen vangen. Probeer dus je zonnepanelen eens per 5 jaar schoon te maken, maar zorg er wel voor dat je dit doet of laat doen wanneer het weer geschikt is. Als het namelijk slecht weer is, kan het erg gevaarlijk zijn om je op het dak te bevinden. Je wilt immers niet naar beneden vallen door de wind of regen.

Waardevermeerdering

Zonnepanelen zorgen niet alleen voor een groot voordeel op het gebied van duurzaamheid in Nederland, ze zorgen er ook nog eens voor dat je woning meer waard wordt. Mocht je er ooit voor kiezen om je huis te gaan verkopen, zul je zien dat je huis in waarde gestegen is. Dit komt door het feit dat zonnepanelen een investering zijn waar je iedere maand profijt uit haalt. Een toekomstige koper hoeft deze investering niet meer te doen en hoeft hierdoor iedere maand minder geld uit te geven aan zijn of haar energierekening. Het zal hierdoor een stuk makkelijker zijn om je huis te verkopen en je zal er ook nog eens meer geld voor krijgen. Zonnepanelen zijn dus zeker niet alleen een goede investering wanneer je een huis net gekocht hebt, maar ook als je van plan bent om over een paar jaar te gaan verhuizen! Het is niet voor niks zo dat zes op de 10 Nederlandse huiseigenaren dit jaar zonnepanelen wil installeren.

[ad_1]

Distro Energy, een scale-up van Havenbedrijf Rotterdam, gaat samenwerken met Platform Zero, dat zich toelegt op het versnellen van de groei van bedrijven die actief zijn in de klimaattechnologie. Beide bedrijven willen hiermee het potentieel verkennen voor een gezamenlijk energiesysteem dat gebruik maakt van nieuwe energieoplossingen en toepassingsgebieden, zoals scheepvaart, mobiliteit en waterstof.  

Het doel is om in 2026 een emissie- en kostenneutraal energienetwerk te bouwen. Dit netwerk zal duurzame energieproductie en flexibiliteitsinstrumenten omvatten. Er zullen ook mogelijkheden voor energiebeheersystemen worden ingebouwd om ervoor te zorgen dat gebruikers hun productie-, verbruiks- en opslagmiddelen optimaal kunnen gebruiken. Het slim delen en verhandelen van energie zal de energiekosten drukken, de volatiliteit onder controle houden en de netcongestie verminderen.

De samenwerking omvat het analyseren van vraag- en aanbodmogelijkheden en opslagopties, het zoeken van samenwerking met energieleveranciers en aanbieders van oplossingen en het actief communiceren van inzichten.

De gemeente Rotterdam en het Havenbedrijf van Rotterdam, de belangrijkste partners van Platform Zero en Distro Energy, zetten zich in om de energietransitie te versnellen door een geïntegreerde elektrificatiestrategie te implementeren die gericht is op de groei van lokale hernieuwbare productie, verbruik en opslag. Deze strategie wordt uitgevoerd in het Rotterdam Makers District.

Dit gebied ontwikkelt zich snel tot een centrum voor innovatie op het gebied van klimaat, energie, maritiem, mobiliteit en circulariteitstechnologie. Naast het dienen als productielocatie voor hardware die de transitie aandrijft, zal het ook dienen als een showcasegebied voor energie en klimaattech-innovaties die inspirerend en educatief zijn voor zakelijke vernieuwers, burgers, onderzoekers en studenten.

“Met de ambitie om de energietransitie te versnellen door groene energie te stimuleren, past Distro volledig in de missie van Platform Zero”, zegt Mare Straetmans, medeoprichter van Platform Zero.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

GroenLeven is gestart met de bouw van het grootste agri-PV project boven zachtfruit van Europa. Bij teler Maarten van Hoof uit Olland, gelegen in de gemeente Meierijstad, worden binnenkort maar liefst 24.206 zonnepanelen geïnstalleerd. Deze indrukwekkende installatie bevindt zich boven zijn frambozenvelden, waar ook bramen, bessen en asperges worden geteeld. Met dit unieke project zal de teler in staat zijn om voldoende groene stroom op te wekken voor zo’n 2.810 huishoudens.

Agri-PV is een prachtig voorbeeld van multifunctioneel ruimtegebruik. Op dezelfde grond wordt fruit geteeld en zonne-energie opgewekt. De robuuste zonnepaneleninstallatie beschermt het de gewassen tegen alle weersomstandigheden. Dat is ook nog eens duurzaam, want normaal wordt gebruikt gemaakt van plastic folie. Tevens zorgt de installatie voor een stabiel klimaat, wat goed is voor de groei van de vruchten. GroenLeven heeft meerdere agri-PV projecten in Nederland gerealiseerd die samen goed zijn voor bijna 15 megawatt.

Aan de bouw van het grootste agri-PV project van Europa is een pilot vooraf gegaan. In 2020 werd er al boven een deel van de frambozen en bramen van Maarten van Hoof zonnepanelen geplaatst. Na succesvolle resultaten heeft Van Hoof ervoor gekozen om zijn volledige frambozenteelt te voorzien van zonnepanelen.

“Normaal plaatsen we folie over het fruit, om het te beschermen tegen heftige weersomstandigheden”, legt Maarten van Hoof uit. “Frambozen kunnen niet tegen te veel regen, dan gaan ze schimmelen. Daarnaast zijn panelen steviger, ik hoef niet bang te zijn als het eens flink stormt. Ze maken ook geen klapperend geluid als er veel wind staat, je hebt geen last van de reflectie van de zon én ze zijn arbeidsvriendelijker: folie moet je vaak vervangen.”

“Het is een investering die mijn bedrijf toekomstbestendig maakt.”- Martijn van Hoof, teler

GroenLeven heeft meerdere agri-PV projecten gerealiseerd, onder andere boven frambozen, bessen en aardbeien. Bram Wasser, projectmanager agri-PV van GroenLeven: “Agri-PV biedt veel voordelen voor de telers. Ieder fruitsoort vereist een ander gebruik van agri-PV. Daarom hebben we samen met de Wageningen University & Research (WUR), de beste toepassing van agri-PV onderzocht voor elke bekende Nederlandse fruitsoort. Bij de onderzoeken is gekeken naar onder andere de lichtdoorlatendheid (PAR) van de panelen, het klimaat onder de panelen, temperatuur, reductie gewassenbestrijdingsmiddelen, fruitproductie en de Brix-waarde.”

CEO Peter Paul Weeda: “Nederland is een klein land dat te maken heeft met verschillende ruimtelijke uitdagingen. Denk aan de energietransitie en het woningtekort. GroenLeven heeft zich vanaf de start van het bedrijf dan ook gespecialiseerd in multifunctioneel ruimtegebruik met zonnepanelen. Grote zonnedaken, zonnecarports, zonnepanelen op een luchthaven en inmiddels drijven er ook meer dan een half miljoen zonnepanelen van GroenLeven op zandwinplassen. Daarmee zijn we als Nederland koploper in Europa en buiten China. Agri-PV is een geweldig voorbeeld van multifunctioneel ruimtegebruik. Zonder extra steun vanuit de overheid, is het helaas niet mogelijk om agri-PV verder in Nederland uit te rollen. Dit komt omdat de kosten van het realiseren van agri-PV hoger zijn, ten opzichte van een standaard zonnepark. We zijn dan ook met overheden in gesprek om te kijken naar een passende oplossing hiervoor. Deze kans voor de energietransitie moet niet verloren gaan.”

Maarten van Hoof is blij met zijn agri-PV installatie: “Inmiddels word ik regelmatig gebeld door collega’s, die ook nadenken over dit soort panelen.’’ Duurzaamheid is diepgeworteld in Maarten en zijn onderneming, en daar is hij trots op. “Ik kan met dit project zeggen dat ik de duurzaamste frambozen en bramen van Nederland teel!”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Het Nederlandse bedrijf Oceandiva, de marktleider in varende evenementenlocaties, heeft bekendgemaakt dat het voor zijn nieuwe schip, de Oceandiva London, het prestigieuze Gouden certificaat met Platinum label van Green Award heeft ontvangen. Het is de eerste keer dat een CO2-neutraal evenementenschip deze onderscheiding in ontvangst mag nemen. Het Platinum label is de hoogste certificering van Green Award voor rederijen die zich inzetten voor milieubescherming, veiligheid en kwaliteit.

“Wij zijn ontzettend blij dat wij het Gouden certificaat met Platinum label van Green Award hebben gekregen. Oceandiva London is de nieuwe standaard voor toekomstige schepen. Deze erkenning benadrukt onze inzet voor duurzaamheid en onze leidende positie in deze sector. Wij streven ernaar om de evenementenbranche vooruit te bewegen op elke mogelijke manier. Door te experimenteren en nieuwe mogelijkheden te ontdekken proberen wij de toekomst van evenementen te verbeteren, te inspireren en onze branche alle mogelijkheden te laten zien waarop wij ons kunnen (en moeten!) ontwikkelen, aldus Edwin Petersen, CEO Oceandiva.

“Ik ben erg blij dat de groep bedrijven van UNITED RIVERS met de Oceandiva London een eerste voorbeeld biedt voor de toekomst van duurzame scheepvaart”, zegt Jelle van der Steeg, bestuurslid van UNITED RIVERS en algemeen directeur van Oceandiva International.

Duurzaam watertransport

Green Award is een keurmerk voor schepen die voldoen aan hoge eisen op het gebied van veiligheid en het milieu. Het programma stimuleert schonere en veiligere scheepvaart en bestaat uit een 3-traps certificatiesysteem: Brons, Zilver en Goud en een Platinum label om innovaties te stimuleren.

“Ik ben trots dat het Green Award-programma voor de binnenvaart nu ook het Verenigd Koninkrijk heeft bereikt met het eerste door Green Award gecertificeerde schip op de Thames. Ik bewonder de eigenaren van de Oceandiva London enorm; zij praten niet alleen over duurzaamheid, maar voegen ook de daad bij het woord, waarmee ze een voorbeeld zijn voor anderen. Zij geven letterlijk het goede voorbeeld. Onze hoop is dat de Oceandiva London anderen inspireert om zich nog meer in te spannen voor duurzaamheid, waarmee niet alleen wordt bijgedragen aan de vermindering van CO2-uitstoot, maar ook aan de verbetering van de luchtkwaliteit in Londen. Wij willen alle betrokkenen dan ook feliciteren met hun inzet voor duurzaamheid en innovatie in de maritieme sector. Wij wensen het schip, de crew en de passagiers een veilige vaart!”, aldus J.A.A.J. Fransen (directeur Green Award).

Het eerste CO2-neutrale varende evenementenschip

Het moderne nieuwe evenementenschip is door Veka Shipyard in Nederland gebouwd en zal worden geëxploiteerd en beheerd door Smart Group, de vooraanstaande evenementencateraar uit Londen. De Oceandiva London, die innovatief architecturaal design combineert met de nieuwste technologie, is een CO2-neutraal evenementenschip met een batterij met een vermogen van 2,2 MW. Het wordt het eerste CO2-neutrale schip op de rivier de Thames en is daarmee een belangrijke stap in het doel om de rivier in Londen CO2-neutraal te maken. De geavanceerde hernieuwbare technologie op het schip omvat een rioolwaterzuiveringsinstallatie van PureBlue INNOPACK++ om afvalwater te recyclen en een nieuw HVAC-systeem dat voor zowel luchtstroom als energiebesparing zorgt. De Oceandiva London kan dankzij het voortstuwingssysteem en de energiestrategie 100% duurzaam varen en gebruikt snelladende hernieuwbare energie aan wal en een reservegenerator voor biobrandstof.

De Oceandiva London is een indrukwekkend schip met drie dekken, een lengte van 86 meter en een breedte van 17 meter. Dankzij de flexibele ruimtes kunnen er allerlei evenementen op het schip worden georganiseerd zodra het volledig in bedrijf is, waaronder congressen, tentoonstellingen, recepties, galadiners, prijsuitreikingen, productlanceringen en merkactivaties. Het schip maakt binnenkort zijn overtocht naar het Verenigd Koninkrijk om uitgerust, getest en in gebruik genomen te worden.

De toonaangevende Britse evenementen- en hospitality-leverancier Smart Group wordt de eigenaar, beheerder en uitbuiter van het handelsbedrijf van Oceandiva London. Smart Group organiseert elk jaar ruim 600 evenementen, die variëren van internationale sport- en culturele evenementen, waaronder Royal Ascot Village en Lord’s, tot zakelijke en liefdadigheidsevenementen voor de NSPCC, Google en Adobe.

Greg Lawson, CEO, Smart Group zegt: “Wij kijken ernaar uit om een spectaculaire en stijlvolle nieuwe evenementenlocatie naar Londen te brengen, die de lat hoger legt voor luxe locaties op de Thames als het gaat om kwaliteit en duurzaamheid. Deze nieuwe onderscheiding is een erkenning van onze visie om de meest duurzame, geavanceerde evenementenlocatie op het water te bieden.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Dutch based Smart Freight Centre (SFC) and the Science Based Targets initiative (SBTi) have formed a technical collaboration to further build on the platform they have developed to accelerate the decarbonization of the transport sector. The entities will collaborate to standardize greenhouse gas accounting, conventions and high-level principles to set global 1.5°C-aligned pathways for the transport industry.

The transport sector is responsible for over 37% of global CO2 emissions among all end-use sectors. It is also being seriously affected by climate change. As the fastest-growing source of emissions worldwide, it is critical for this sector to scale up climate action and help keep the 1.5°C global temperature goal within reach.

SFC and the SBTi have a long track record of collaboration. SFC supports the SBTi with the development of transport sector guidance and associated tools that define and support 1.5°C compliant corporate decarbonization in the sector – such as the 2022 SBTi Maritime Guidance. SFC also includes science-based target setting as a core step on its sustainable logistics roadmap that companies are encouraged to follow, while the SBTi recognizes the GLEC Framework, SFC’s first and primary industry guidance document, as a foundational element of its Transport Guidance.

With the formalization of this technical collaboration, SFC and the SBTi will bring together an integrated, multimodal approach to transport sector target setting. The collaboration will provide transport companies with improved guidance to scale climate action and accelerate decarbonization in line with 1.5°C. This extends to all relevant transport modes (i.e. road, rail, aviation, inland waterways and maritime) and activities (e.g. passenger, freight).

Dr. Luiz Fernando do Amaral, CEO of the SBTi, said: “The impacts of global warming are increasingly devastating. We are drawing on the power of collaboration, sharing knowledge and resources to support businesses in making significant and measurable progress in the fight against climate change. We also need the transport sector’s leadership and commitment to make it happen. And, setting science-based targets is the crucial first step.”

The overall objective of the collaboration is to update the SBTi Transport Sector Guidance, address gaps and bring additional clarity to support faster transport sector decarbonization.

Dr. Christoph Wolff, CEO of Smart Freight Centre, said: “Smart Freight Centre is happy to announce joining forces with the SBTi in order to help companies accelerate their decarbonization efforts to reach net-zero before 2050. Through this collaboration, SFC and the SBTi will develop new technical guidance, deliver comprehensive updates of existing resources and define best practices for accounting, monitoring and reporting of transport emissions. We look forward to working together to scale our impact.”

To cut emissions, strengthen investor confidence and achieve a net-zero economy, the solution is clear: companies in the transport sector must show leadership by setting ambitious near- and long-term emissions reduction targets, and having them validated.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Bij PLUS zijn de aubergines in het seizoen van Nederlandse bodem en nu ook klimaatneutraal. Vanaf vandaag liggen bij alle PLUS supermarkten klimaatneutrale aubergines in de schappen. Het klimaatneutrale assortiment bij de supermarkt wordt hiermee steeds groter. Koffie, thee, bananen, ananassen en de sinaasappels voor in de juicer-apparaten zijn al klimaatneutraal.

Met de toevoeging van de klimaatneutrale aubergines zet PLUS in op het verder verduurzamen van haar assortiment. Dat doet de supermarkt samen met haar leveranciers. PLUS bracht samen met aubergineteler De Linge Aubergine uit Bemmel de totale CO₂-uitstoot van aubergineteelt in kaart. Van teelt tot aan de winkel.

“Samen met onze ketenpartners willen we de CO₂-uitstoot die vrijkomt bij het telen, vervoeren en opslaan van aubergines minimaliseren”, zegt Cas Cornet, category manager AGF bij PLUS. “Daarom maken we dit proces inzichtelijk en zet PLUS vervolgens ieder jaar stappen om de milieu-impact verder te verlagen. De restuitstoot compenseren we door te investeren in duurzame klimaatprojecten.”

Steeds klimaatneutraler assortiment

Vanaf vandaag kopen consumenten bij PLUS de Hollandse klimaatneutraal gecertificeerde aubergines. Met een meer klimaatvriendelijker assortiment werkt PLUS aan een steeds kleinere CO₂-voetafdruk met daarmee minder impact op het klimaat. Deze klimaatneutrale producten voldoen allemaal aan de eisen van het topkeurmerk Climate Neutral Certified  van de Climate Neutral Group.

[ad_2]

Source link

Bekijk verder ook zeker onze pagina over De levensduur en duurzaamheid van zonnepanelen.

[ad_1]

Een snel groeiende groep creatieve bureaus lanceert vandaag een verdrag met de belofte geen fossiele industrie en fossiel personenvervoer meer te promoten. Het Verdrag Verantwoord Verleiden: Fossiel? No Deal! is al door 21 bureaus ondertekend. Met het verdrag wil de creatieve industrie – in afwachting van een wet die fossiele reclame verbiedt – zelf verantwoordelijkheid nemen.

Zelf verantwoordelijkheid nemen

Het IPCC-rapport over alarmerende klimaatverandering roept iedereen op: we moeten nu in actie komen om op de lange termijn onder de 1,5 graden opwarming te blijven. Ook de communicatiewereld moet zijn verantwoordelijkheid nemen en stoppen met de promotie van fossiele producten, meent onder meer een recent rapport van TNO. Reden genoeg – vinden 21 creatieve bureaus – om niet te wachten op politieke besluitvorming, maar als creatieve industrie zelf verantwoordelijkheid te nemen en geen fossiele industrie en fossiel personenvervoer te promoten of groen te wassen. Vandaag introduceren zij het Verdrag Verantwoord Verleiden: Fossiel? No Deal!

Een uitnodiging

Het initiatief nodigt alle reclame-, PR-, media-, design-, en andere communicatiebureaus van Nederland uit om ook te ondertekenen en hun expertise in gedragsbeïnvloeding enkel te gebruiken voor producten en diensten die positieve impact hebben. In elk geval niet voor producten en diensten die aantoonbaar schadelijk of misleidend zijn. “Uitstellen of wachten heeft geen zin. Er zijn altijd haken en ogen, nuances en complicaties te bedenken om niet te ondertekenen. Maar als we nooit ergens beginnen, verandert er niks. Dus laten we met deze belofte ons creatieve talent en het talent van morgen inzetten voor alle dingen die de wereld mooier en leefbaarder maken,” aldus de initiatiefnemers.

Welke promotie is uitgesloten

De ondertekenaars van het verdrag ‘Fossiel? No Deal!’ maken geen promotie meer voor fossiel personenvervoer en de fossiele industrie. Dat betekent bijvoorbeeld wél promotie van de Thalys naar Parijs, elektrische mobiliteit en deelvervoer, maar geen communicatie over een vliegretourtje Barcelona voor 60 euro of een gratis kopje koffie bij een volle tank. Onder ‘fossiel personenvervoer’ verstaat het verdrag auto’s (met uitzondering van deelauto’s), vliegreizen, bussen, boten en cruiseschepen op fossiele brandstof. Onder de ‘fossiele industrie’ vallen bedrijven met als primaire activiteit het delven, transporteren, verkopen, leveren of promoten van olie, gas, bruinkool en steenkool. Voor energieleveranciers hanteert het verdrag een cijfer van 9 of hoger in de groene stroom ranglijst van De Consumentenbond, Natuur & Milieu en WISE.

Bureaus kunnen zich aanmelden of verdere info vinden op www.fossielnodeal.nl.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Bijna de helft (47 procent) van de Nederlandse huiseigenaren zonder zonnepanelen heeft geen idee wat de terugverdientijd is van zonnepanelen of hoeveel energie zonnepanelen mogelijk opleveren. Dat blijkt uit onderzoek van Otovo, de Europese marktplaats voor zonnepanelen. Hoewel bijna de helft van de niet-zonnepaneelbezitters onbekend is met de voordelen, overwegen zes op de tien (59 procent) van hen toch om dit jaar nog zonnepanelen te installeren.

Onder de huiseigenaren die al wel zonnepanelen hebben geïnstalleerd blijkt meer kennis aanwezig, twee derde (67 procent) van hen weet hoeveel energie zonnepanelen mogelijk opleveren, een iets hoger aantal (69 procent) weet wat de terugverdientijd is van zonnepanelen. Een derde van hen zegt dit echter niet uitgesproken te weten. Meer dan een op de drie (37 procent) van de huiseigenaren met zonnepanelen overweegt om dit jaar nog extra zonnepanelen te plaatsen.

Hardnekkige fabels

Behalve onwetendheid blijkt dat onder Nederlanders sprake is van een aantal hardnekkige fabels omtrent zonnepanelen. Zo stelt een kwart (25 procent) van alle huizenbezitters dat de installatie van zonnepanelen pas kan worden terugverdiend wanneer sprake is van zonnige zomermaanden. Opvallend is dat hier het percentage van huizenbezitters met en zonder zonnepanelen ongeveer gelijk is. “Vaak wordt gedacht dat zonnepanelen alleen stroom opwekken bij fel zonlicht. Maar ook op een bewolkte dag wekt een zonnepaneel stroom op“, zegt Jort Statema, algemeen directeur bij Otovo.

Verder blijkt uit het onderzoek dat 61 procent van de Nederlandse huizenbezitters zonnepanelen nog altijd een luxeproduct vindt. “Vandaag de dag is het ook voor huishoudens die minder vrij te besteden hebben een mogelijkheid om zonnepanelen te installeren, bijvoorbeeld via laagdrempelige abonnementsmodellen op zonnepanelen. Zo kan iedereen gebruik maken van de zon”, zegt Statema.

Ingewikkelde wet- en regelgeving

Veel huiseigenaren blijken daarnaast slecht op de hoogte te zijn van de huidige regelgeving rondom zonnepanelen. Zo blijkt dat een op de vijf Nederlandse huizenbezitters onbekend is met de geldende salderingsregeling. Ook blijkt dat slechts de helft (47 procent) van de Nederlandse huizenbezitters bekend is met de huidige subsidies en aftrekposten voor woningen met zonnepanelen.

Ruim een kwart van de Nederlandse huizenbezitters stelt dat de wet- en regelgeving het in Nederland ingewikkeld maakt om zonnepanelen te nemen. “Dat is zonde”, zegt Statema. “Nederland is juist een van de Europese voorlopers op het gebied van gunstige wet- en regelgeving voor het plaatsen van zonnepanelen. Die regelingen zijn bedacht om zonnepanelen voor zoveel mogelijk Nederlandse huishoudens financieel aantrekkelijk te maken, niet om het ingewikkeld te maken.”

Belangrijkste resultaten

  • 59% van de huiseigenaren zonder zonnepanelen overweegt voor het einde van het jaar nog zonnepanelen te installeren. Van de huiseigenaren die al wel zonnepanelen hebben, overweegt 37 procent om zonnepanelen bij te plaatsen.
  • 20% van de huiseigenaren is onbekend met de salderingsregeling, de helft (47%) van de huiseigenaren is bekend met geldende subsidies en aftrekposten.
  • 47% van de huiseigenaren zonder zonnepanelen weet niet hoeveel energie zonnepanelen opleveren en wat de terugverdientijd is. 

Onderzoeksverantwoording

Dit onderzoek is uitgevoerd onder 1070 Nederlandse huiseigenaren van 18 jaar en ouder. De onderzoekspopulatie is verdeeld onder Nederlandse huiseigenaren met zonnepanelen en Nederlandse huiseigenaren zonder zonnepanelen. De respondenten zijn representatief naar leeftijd, geslacht, arbeidsparticipatie. Het onderzoek is uitgevoerd door Panelwizard.

[ad_2]

Source link

 

Meer blogs lezen? Lees dan trends op het gebied van duurzame woningen 

[ad_1]

Een studie laat zien dat het technisch en economisch haalbaar is om met een grootschalige kraker ammoniak op veilige wijze om te zetten in 1 miljoen ton waterstof per jaar. De studie is uitgevoerd door adviesbureau Fluor in opdracht van het Havenbedrijf Rotterdam en 17 bedrijven uit de regio.

Waterstof en waterstofverbindingen zoals ammoniak spelen een sleutelrol in de energietransitie ter vervanging van aardgas, voor duurzaam transport en als grondstof voor de industrie en groene chemie. Een groot deel van de waterstof voor Noordwest-Europa zal worden geïmporteerd, onder andere in de vorm van ammoniak, dat makkelijker verscheept kan worden dan waterstof. In de regel kan een miljoen ton groene waterstof ongeveer 10 miljoen ton CO2-reductie opleveren.

In de studie is een inventarisatie gemaakt van beschikbare, bewezen technologieën voor het omzetten van (geïmporteerde) ammoniak naar waterstof en een analyse gemaakt van de veiligheid, benodigde ruimte, kosten, logistieke implicaties en verwachte emissies van een grootschalige ammoniak-kraker. Daarbij is gebruik van één centrale kraker en opslaglocatie vergeleken met het opzetten van meerdere, gedecentraliseerde krakers of opslagpunten.

[ad_2]

Source link

Bekijk verder ook zeker onze pagina over De levensduur en duurzaamheid van zonnepanelen.

Berichten paginering