[ad_1]

Ambitieuzere doelstellingen zijn nodig op het gebied van klimaat, circulaire economie en woningbouw. Nederland heeft een groeiende bouwopgave en de ambitie om klimaatverandering en grondstofverbruik te verminderen. Circulair bouwen is een onmisbaar element hierbij. Momenteel werkt de Rijksoverheid aan verdere normering van circulair bouwen. DGBC en Gideon geven alvast wat overdenkingen mee. 

In een nieuwe, gezamenlijke position paper pleiten DGBC en Gideon, een beweging die daadwerkelijke verandering in de bouw op gang wil helpen, voor een aantal bewuste keuzes bij de aanscherping van de MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) en de introductie van een CO2-eis voor de bouw. Die keuzes zijn nodig om het stelsel toekomstbestendig te maken. Wat Nederland nodig heeft is: 

  1. Een MPG die stuurt op de integrale milieu-impact over de hele levenscyclus. Dat betekent dat zowel naar de aanscherping op korte termijn als naar een langetermijnpad moet worden gekeken. Hiervoor doen de opstellers concrete aanbevelingen,
  2. Een GWPA-indicator (werktitel: MPG-2) die stuurt op de CO2-uitstoot in de productie- en bouwfase. Het advies is het gebruik van de Paris Proof materiaalgebonden (PPm)-indicator. Voor Nederland zijn er in 2020 grenswaarden opgesteld, waar 58 partijen in de sector zich aan hebben gecommitteerd.

Hoe kunnen DGBC en Gideon helpen?

De periode 2020 – 2030 is bepalend voor hoe de wereld zich op lange termijn zal ontwikkelen. Om ernstige opwarming van de aarde te voorkomen, biodiversiteit te herstellen en sociale ongelijkheid te verkleinen, is een gezonde, leefbare maatschappij nodig binnen de draagkracht van de aarde. Dat vraagt echter om systeemveranderingen, het ter discussie stellen van uitgangspunten en lef. 

De tijd om lang en verdiepend onderzoek te doen naar precieze methoden en rekeninstrumenten mag niet ten koste gaan van een voorgenomen aanscherping. Zeker niet wanneer er een nadruk ligt op meer en sneller bouwen. Het is tijd om parallel de grenswaarden aan te scherpen én de methode te verbeteren. Met deze position paper willen de koplopers uit de sector een constructieve bijdrage leveren aan de huidige discussie rondom het normeren van circulair bouwen. Allereerst door een langetermijnperspectief te schetsen om naartoe te werken. Daarnaast door aan te geven wat vanuit het maatschappelijk belang nodig is. Het is goed om dat centraal te stellen in discussies over de aanscherping MPG en introductie van de GWPA-indicator. 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De duurzame verbouwing van Nederland is in volle gang. Daarbij is innovatie essentieel, want voor veel problemen van morgen hebben we vandaag nog geen oplossing. In de gebouwde omgeving (stad, dorp, snelweg etc.) ligt een veelheid aan opgaven; van zon op daken tot warmtenetten, ventilatiesystemen en renovatieplannen. TKI Urban Energy heeft tien innovatieve thema’s in de gebouwde omgeving onder de loep genomen. Waar staan we, is de ontwikkeling op weg om het verschil te maken, versnellen we genoeg en wat zijn de uitdagingen waar we nog voor staan? Het onderzoek is uitgevoerd door TNO samen met diverse experts per thema. 

Het onderzoek is beschikbaar als interactieve pdf en ook te beluisteren via de speciale podcast ‘De duurzame verbouwing’. In de podcast gaan experts van TKI Urban Energy en van TNO of uit het veld in gesprek over het trendrapport en de uitkomsten daarvan.

Thema’s onderzoek

De volgende thema’s zijn onder de loep genomen:

  • Zonnepanelen op daken (van huizen, fabriekshallen) en op land
  • Renoveren via de lopende band (industrialisatie van renovatieconcepten)
  • Gedrag van woningeigenaren (drijfveren en barrières)
  • Warmtepompen (de vervanger van de cv-ketel)
  • Warmte-afgiftesystemen (van ketel tot kachel – het geheel van verwarming en koeling)
  • Tapwater (over de stijging van de vraag en energiebehoefte van warm water)
  • Ventilatiesystemen (over hoe isolatie ook de noodzaak tot ventilatie vergroot)
  • Warmteopslag (hoe gebruik je de hitte van de zomer als verwarming in de winter of hoe benut je een overschot aan elektriciteit)
  • Warmtenetten (verwarming op wijkniveau)
  • De arbeidsmarkt (de beschikbaarheid van voldoende personeel)
  • Energiecollectieven – van energyhubs tot energiecoöperaties

Op alle thema’s gaan de ontwikkelingen in sneltreinvaart en er kan nog veel potentieel worden ontsloten. Michiel Kirch, directeur TKI Urban Energy: “Investeren in innovatie loont. Tegelijkertijd liggen er uitdagingen voor iedereen om nieuwsgierig te blijven naar de innovaties die er zijn; van bewoners, warmtebedrijven, woningbouwcorporaties tot aannemers en gemeenten. Techneuten en gedragsdeskundigen moeten hiervoor de handen permanent ineenslaan. Om de versnelling te helpen is daarnaast meer standaardisatie nodig (plug & play van installaties, industrialisatie van de bouw) en kan de overheid een duidelijker regierol innemen”.

Het onderzoek van TNO in opdracht van TKI Urban Energy heeft niet tot doel één oplossing te geven, de trends worden volgens drie ’potentiële marktontwikkelingen’ uitgewerkt die kunnen dienen als handvatten bij het uitrollen en bedenken van nieuw beleid, nieuwe doelen en innovaties.

De mens als beperkende factor

Wat opvalt aan de interviews is dat de opschaling in sommige gevallen gebaat is bij (technologische) innovaties, maar vaak ontbreekt het eerder aan: 1) het vertrouwen in en de bekendheid met de technologie en de voordelen ervan; 2) een goede business case waardoor er een prikkel is om te investeren; en 3) een gunstige context voor de implementatie. Zo denken bijvoorbeeld warmtebedrijven en woningcorporaties bij warmtenetten nog niet altijd aan lage temperatuurnetten en kijken projectontwikkelaars bij renovatie nog te weinig naar fabrieksoplossingen. En dat terwijl de doorontwikkeling van de innovatie vaak sneller gaat dan de kennisvergaring. Het trendrapport wil daar verandering in brengen.

Plug & Play

Er is een tekort aan (specialistische) arbeidskrachten om de energietransitie uit te voeren en op te schalen. Behalve investeren in meer personeel, zijn er ook allerlei innovaties die arbeidsbesparend zijn. Om de installatie van warmtepompen en ventilatiesystemen te versnellen kunnen plug & play methoden een grote bijdrage leveren aan het verminderen van de benodigde arbeidsuren, van kosten en van expertise.

De lopende band

Daarnaast zijn ‘lopende banden’ voor renovatie zeer kansrijk. Steeds meer consortia van bedrijven ontwikkelen totaalconcepten waarbij in een paar dagen een hele woning volledig verduurzaamd kan worden. Dat kan alleen maar dankzij gestandaardiseerde voorbereiding van de verbouwing in een industriële setting (de lopende band). Het bestaan van een industriële aanpak van renovatie van bestaande woningen is nog onbekend bij velen, waardoor de vraag ernaar erg beperkt is.

De regierol van de overheid

Een duidelijke visie en beleid vanuit de overheid kan de opschaling in de gebouwde omgeving ondersteunen door een gunstige context te creëren. Dat is gedaan met de cv-ketelvervanging door een (hybride) warmtepomp en er is meer laaghangend fruit. Bijvoorbeeld met subsidies voor ventilatiesystemen en warmteopslag.

[ad_2]

Source link

Je wilt natuurlijk zo min mogelijk geld uitgeven aan de energiekosten. Maar sommige apparaten gebruiken heel veel energie terwijl je dit misschien helemaal niet weet. In deze blog willen we je hier bewust van maken zodat jij weer wat kan besparen op je energierekening. We vertellen je welke apparaten vele energie kosten, en we geven je wat tip som je huis energiezuinig te maken.

De energieslurpers in huis

Als je een hoge energierekening hebt, is het slim om eens te gaan kijken naar welke apparaten een hoog energieverbruik hebben. Deze apparaten zijn misschien te vervangen. Hoe ouder het apparaat is, hoe meer energie deze gaat verbruiken. Apparaten met een hoog energieverbruik zijn bijvoorbeeld:

  • Een elektrische boiler

Deze verbruikt ongeveer 1.800 kWh per jaar. Gerekend met de stroomprijzen kan het bedrag hiervan oplopen van €450 tot €1260.

  • Een aquarium

Een aquarium van 60 liter verbruikt ongeveer 300 kWh per jaar. Maar een groot tropisch aquarium kan wel tot 1000 kWh per jaar verbruiken. Gerekend met de stroomprijs kan het bedrag oplopen van €250 tot €700.

  • Waterbed

Deze verbruikt ook ongeveer 300 kWh per jaar. Maar een ouder model ka wel tot 1200 kWh per jaar verbruiken. Gerekend met de stroomprijs kan het bedrag oplopen van €300 tot €840.

  • Een elektrische kachel

Een elektrische kachel zonder thermostaat kan veel energie verbruiken. Afhankelijk van de aantal uren per jaar dat je hem gebruikt, kan het bedrag oplopen van €30 tot €350.

Oude apparaten

Zoals eerder genoemd gaan apparaten meer energie verbruiken naarmate ze ouder worden. Ook gaat het apparaat vaak minder goed werken, waardoor er reparatie- en onderhoudskosten bij komen kijken. Het vervangen van het betreffende apparaat kan een hele investering zijn, maar bespaart je kosten op de lange termijn. Het vervangen van het oude apparaat is ook een duurzame keuze. Dus vervang je oude apparaat door een nieuw en energiezuinig model, en bespaar op je energierekening.

Energiezuinige apparaten

Nu weet je dus wat apparaten zijn die veel energie kosten. Om je energierekening laag te houden zijn er heel veel verschillende soorten energiezuinige apparaten op de markt. Deze apparaten zijn efficiënter in het gebruiken van energie en kunnen een groot verschil maken voor je energierekening. Een airco is bijvoorbeeld een apparaat wat veel energie kan verbruiken. Als je graag een airco wil in Limburg, dan vraag je een airco installateur in Voerendaal voor een energiezuinige airco. Deze kan je advies geven over welke airco het beste is voor bij jou in huis.

Er zijn ook andere energiezuinige apparaten op de markt. Alle producten die energie verbruiken zijn voor zien van een energielabel. Als je een nieuw apparaat gaat kopen is het belangrijk dat je hier op let. Alle beetjes helpen namelijk op je energierekening. Het energielabel bestaat uit klassen van A tot en met G. A is het meest zuinig, en G is het minst zuinig. Bij sommige apparaten kunnen er ook + achter de A staan, deze zijn dan nog zuiniger.

Ga je een woning kopen? Dan is duurzaamheid heel belangrijk. In deze blog kun je lezen waar je op moet letten als je een huis gaat kopen.

[ad_1]

Vandaag verbinden 10 CEO’s van vooraanstaande Nederlandse bedrijven zich aan op wetenschap gebaseerde klimaatdoelstellingen, de Net-Zero Science Based Targets van het Science Based Targets-initiatief (SBTi). Hiermee werken de bedrijven toe naar opereren in hun hele waardeketen in lijn met het Klimaatakkoord van Parijs en dragen ze bij aan het beperken van de wereldwijde temperatuurstijging tot 1,5°C.

De ondertekening werd gedaan tijdens een CEO-ontbijtsessie voorafgaand aan de Purpose Day XL-conferentie, onder begeleiding van vice-voorzitter van United Nations Global Compact, Paul Polman. De bedrijven die zich verbinden zijn: Intergamma, Trivium Packaging, Dura Vermeer, Koninklijke Ahrend, TBI, Verstegen Spices & Sauces, EVBox, Media.Monks, CSU, Tzorg, Zizo, en TAUW.

De zich committerende bedrijven zijn vastbesloten om emissiereductiedoelstellingen voor de korte en lange termijn vast te stellen om uiterlijk tegen 2050 een netto-nul uitstoot van broeikasgasemissies in hun hele waardeketen te bereiken, onafhankelijk gevalideerd door de technische experts van SBTi. Dit betekent dat de uitstoot snel moet verminderen en tegen 2030 halveren. Tegen 2050 mogen deze organisaties bijna geen uitstoot meer hebben en alle resterende uitstoot die niet kan worden geëlimineerd, moet geneutraliseerd worden. De SBTi Net-Zero standaard is de meest ambitieuze doelstelling die bedrijven kunnen zetten vandaag de dag en dekt de emissies van een bedrijf in de gehele waardeketen. De meeste bedrijven zullen een grondige decarbonisatie van ten minste 90% nodig hebben om uiterlijk 2050 netto-nul te bereiken.

Paul Polman: “Het meest recente IPCC-rapport is de krachtigste waarschuwing tot nu toe dat alleen onmiddellijke, grootschalige actie een volledige ineenstorting van het klimaat kan voorkomen. Het is enorm hoopvol dat deze bedrijven zich vandaag verbinden aan geloofwaardige, meetbare en op wetenschap gebaseerde doelstellingen om klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken. Hun oproep aan alle bedrijven die nog geen geloofwaardige, op wetenschap gebaseerde doelen hebben, om zich aan te sluiten, evenals hun oproep aan regeringen om ambitieuze klimaatactie voor bedrijven business as usual te helpen maken, ondersteun ik ten zeerste.

Ondernemersorganisatie VNO-NCW steunt de oproep en was aanwezig bij de ondertekening. “Heel goed dat deze nieuwe groep van bedrijven zich verbindt aan een netto-zero doelstelling in 2050 én dit ook via deze wetenschappelijke standaard gaat bewaken en realiseren. Het bedrijfsleven heeft zich gecommitteerd aan de Parijs-afspraken en het gebruik van SBTi vergroot het vertrouwen van het publiek in dat commitment. Het is wat dat betreft de gouden standaard aan het worden,’ aldus Focco Vijselaar, algemeen-directeur van VNO-NCW.

Eneco was het eerste Nederlandse bedrijf die door SBTi gevalideerde net-zero doelstellingen heeft, en CEO As Tempelman lichtte tijdens het ontbijt toe: “We hebben de verantwoordelijkheid om onze aarde leefbaar te houden voor volgende generaties, er is geen ‘Planeet B’. De laatste wetenschappelijke inzichten tonen aan dat we ons in een race tegen de klok bevinden en rigoureuze maatregelen nu nodig zijn. Ik roep alle bedrijven op om transparant te maken welk koolstofbudget ze nog mogen uitstoten dat past bij het 1,5 graden emissiepad voor hun sector. En op basis hiervan een extern gevalideerde roadmap van klimaatacties uit te voeren die daar bij past. Ieder bedrijf dient zijn verantwoordelijkheid te nemen en gezamenlijk maken we het verschil”

Over SBTi

Het Science Based Targets-initiative (SBTi) is een samenwerking tussen het CDP (Climate Disclosure Project), de United Nations Global Compact, World Resources Institute en het World Wide Fund for Nature. Science Based Targets (SBT) zijn op de wetenschap gebaseerde doelen die voor een grondige analyse van uitstoot en reductieplannen zorgen. Het SBTi beoordeelt en valideert onafhankelijk de doelstellingen voor CO₂-uitstoot van bedrijven in overeenstemming met de meest actuele klimaatwetenschap en op basis van wetenschappelijke criteria.

Over het CEO-ontbijt

Het CEO-ontbijt en de commitment van de aanwezige bedrijven werd georganiseerd door UN Global Compact Netwerk Nederland, IMPACTING.today duurzaamheidsadvies,  Purpose Day XL mede-organisator Folkert van der Molen (Van der Molen E.I.S.) en Charlotte de Voogd van H+K Strategies. Het plantaardige ontbijt werd gesponsord door Vermaat Groep.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Ondernemers lijken hun bedrijfsvoering aan te passen op klimaatbeleid, in plaats van hun bedrijf te verplaatsen naar landen zonder of met minder streng klimaatbeleid. Er is weinig tot geen bewijs dat klimaatbeleid de winst, productiviteit of omzet van een gemiddeld industrieel bedrijf heeft gedrukt. Dat blijkt uit een CPB-studie naar het effect van koolstofkosten voor circa 3 miljoen bedrijven in 32 landen tussen 2000 en 2019.

De studie vindt wel een beperkte vermindering van de werkgelegenheid. Daarentegen voerden een groot aantal bedrijven hun investeringen juist op in reactie op hogere koolstofkosten. Op de kans dat een bedrijf de activiteiten staakt hebben koolstofkosten nauwelijks invloed gehad.

De effecten verschillen sterk tussen bedrijven en branches. De daling van werkgelegenheid doet zich met name voor in kapitaalintensieve bedrijven en kleine bedrijven in de mijnbouw, de cementindustrie en bedrijven die basismetalen produceren. Opmerkelijk genoeg blijkt in dergelijke sectoren dat bedrijven hun investeringen juist opschroeven en dat de productiviteit voor een grote groep bedrijven verbeterde.

De studie bekijkt de koolstofkosten waar bedrijven via verschillende beleidsinstrumenten mee te maken hebben. Te denken valt aan expliciete koolstofkosten van een CO2-belasting of emissiehandelssysteem, maar ook aan impliciete manieren waardoor de uitstoot van CO2 financieel minder aantrekkelijk gemaakt wordt, zoals brandstofaccijnzen, subsidies, normen en restricties. In reactie op die hogere kosten om CO2 uit te stoten, is een veelgehoord argument dat bedrijven hun heil anders zoeken. Die visie trekt deze studie in twijfel.

Deze studie maakt gebruik van productiegegevens en gegevens over de productieactiviteit en prestaties van circa 3 miljoen industriële bedrijven uit 15 verschillende sectoren in 32 landen gedurende de periode 2000–2019.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De verduurzaming in het Nederlandse bedrijfsleven versnelt: tweederde van de bedrijven verwacht dat de eigen verduurzaming dit jaar accelereert in vergelijking met 2022. Dit wordt vooral gedreven door de eigen duurzaamheidsstrategie en door eisen van de overheid en grote afnemers. Bedrijven hebben steeds vaker te maken met uitgebreide duurzaamheids-eisen vanuit de productieketen waarin zij opereren. Als gevolg hiervan past de helft van de bedrijven ingrijpend de bedrijfsvoering aan. Ook de energiecrisis heeft gezorgd voor een uitbreiding en versnelling van de verduurzaming. Daarbij blijkt dat al 70% van de bedrijven in Nederland van het gas af wil, bijna de helft daarvan wil dit voor eind 2024 bereiken. Ook stelt 49% van de ondernemingen voor het einde van 2024 elektrisch rijden verplicht. Dit blijkt uit het jaarlijkse verduurzamingsonderzoek van ING onder honderden bedrijven.

“Verduurzamen is cruciaal voor bedrijven. De druk van de overheid en andere bedrijven in de keten wordt steeds groter. Maar ook vanuit de bank. Daardoor ontstaat er een vliegwieleffect waardoor iedereen meer gaat verduurzamen”, zegt Laurens de Vos, Directeur Business Banking bij ING in Nederland. “Bovendien verwacht het personeel het en is het een steeds grotere factor voor het kunnen aantrekken van personeel, cruciaal in de huidige krappe arbeidsmarkt.”

Tweederde bedrijven verwacht te versnellen

Uit het onderzoek blijkt dat 68% van de Nederlandse ondernemingen dit jaar sneller verwacht te verduurzamen dan vorig jaar. Verduurzaming staat dan ook op de tweede plek in de ranglijst met belangrijkste strategische prioriteiten van Nederlandse bedrijven. Voor 36% van de ondernemingen is verduurzamen de komende twaalf maanden het meest relevant. Alleen het aantrekken en vasthouden van talent staat hoger, met 38%. Maar ook hierbij speelt verduurzaming een rol: maar liefst 80% van de ondervraagden stelt dat de duurzame strategie belangrijk tot cruciaal is voor het aantrekken van personeel. Als derde prioriteit worden kostenbesparingen genoemd.

De grootste aandrijver van de versnelling op verduurzaming zijn vooral de eigen duurzaamheidsstrategie, de eisen van grote afnemers zoals overheid en multinationals en de verwachtingen van het eigen personeel. Die versnelling heeft al een aanloop: 64% van de bedrijven geeft aan dat duurzaamheidsinvesteringen het afgelopen jaar zijn vervroegd, versneld of vergroot. Ook de energiecrisis had impact. Laurens de Vos: “De energiecrisis heeft ondernemers eens te meer duidelijk gemaakt dat verduurzaming ook vanuit kostenperspectief de enige weg vooruit is.”

Van het gas af, elektrisch rijden verplicht

Als bedrijven duurzame acties ondernemen, zijn dat voornamelijk de meer traditionele onderdelen als afvalscheiding en afvalreductie (beiden 48%) en energiebesparing (54%). Recycling, plasticbesparing en CO2-reductie wordt door ruim 30% van de ondervraagden genoemd. Het elektrificeren van het wagenpark staat nu in de middenmoot met 19%, maar het is een grote focus voor de komende jaren: 49% zegt voor eind 2024 het elektrisch rijden verplicht te gaan stellen. Het zoeken naar meer duurzame energiebronnen wordt ook duidelijk uit het feit dat 70% van de bedrijven zegt van het gas af te willen gaan en 45% al voor eind 2024.

Opkomende drijfveer: kansen in de markt

Bedrijven hebben veel verschillende redenen om met verduurzaming bezig te zijn.  Dat het beter is voor het milieu wordt door 45% van de respondenten genoemd. Het milieu is volgens de respondenten al drie jaar de belangrijkste drijfveer voor duurzaam ondernemen. Kostenbesparingen (39%) en het tegengaan van verspilling (31%) worden ook vaak genoemd. Een opvallende stijger is de drijfveer dat duurzaamheid kansen in de markt biedt. Dat zegt nu 31%, drie jaar geleden was dat maar 19%. Verduurzaming heeft voor bijna twee derde van de bevraagde bedrijven een positieve impact op het bedrijfsresultaat.

Meer dan helft bedrijfsactiviteiten moet worden aangepast voor verduurzaming

Driekwart van de bedrijven zegt dat verduurzamingseisen vanuit de toeleveringsketen leidend zijn in het doorvoeren van veranderingen wat betreft duurzaam ondernemen. Voor circa 70% leidt dit ertoe dat ruim de helft van de bestaande bedrijfsactiviteiten wordt aangepast. Overigens stelt 43% van de bedrijven zelf ook al duurzaamheidseisen aan bedrijven met wie zijn zaken doen. Zo selecteert ruim de helft al leveranciers in (Noordwest) Europa op basis van de duurzame transporteisen van grote afnemers.

Terugverdientijd

“Het grootste dilemma bij verduurzaming, zo geven bedrijven aan, is dat het tijd kost om duurzame investeringen terug te verdienen met ook de hoge kosten van investeringen in nieuwe technologie, aldus Laurens de Vos. “Ruim de helft van de bedrijven geeft aan dat de terugverdientijd van hun verduurzamingsinvesteringen minder dan 3 jaar is. Voor twee op de vijf bedrijven is de terugverdientijd van verduurzamingsinvesteringen nu korter dan een jaar geleden.”

Financieringsadvies en rentekorting belangrijk

Financiële instellingen kunnen volgens 9 op de 10 bedrijven in meer of mindere mate helpen bij het verduurzamen van het bedrijf. De grootste behoefte ligt vooral op het gebied van inzicht en advies gevolgd door financiering. Zo geeft vier op de vijf bedrijven aan hulp of begeleiding bij de financiering op het gebied van duurzaamheid nodig te hebben. Een derde van de bedrijven maakt gebruik van rentekorting van hun bank voor verduurzaming en 4 op de 5 bedrijven vindt deze rentekorting belangrijk, of zelfs essentieel voor de verduurzaming.

Overheid wel invloed, maar niet heel effectief

De overheid wordt momenteel niet als heel effectief gezien als het om verduurzamingsbeleid gaat: minder dan een derde (32%) van de bedrijven vindt de overheid gematigd tot zeer effectief. Desondanks hebben de overheidsregels wel degelijk een effect op de bedrijfsvoering en 45% stelt dat meer dan de helft van de bestaande bedrijfsactiviteiten hiervoor beïnvloed worden.

Meerderheid: duurzame impact belangrijker dan winst

Ondanks dat er naar de overheid wordt gekeken, vindt ook een steeds groter aantal van de ondernemingen dat het bedrijfsleven moet voorlopen op particulieren als het gaat om verduurzaming: drie jaar geleden vond 62% dit en nu maar liefst 75%. “Opvallend is dat verduurzaming belangrijker wordt gevonden dan het zoveel mogelijk winst behalen,” stelt Laurens de Vos. “Op de stelling: Het creëren van duurzame impact is belangrijker van winstmaximalisatie zegt 62% van de ondervraagden het hiermee eens te zijn, drie jaar geleden was dat nog 47%.”

Over het onderzoek

ING heeft dit onderzoek laten uitvoeren door onafhankelijk onderzoeksbureau DVJ Insights onder een representatieve steekproef over alle sectoren van ca. 200 Nederlandse bedrijven van 50 tot 1.000 medewerkers. De resultaten zijn gewogen naar omvang van de bedrijven (gemeten in aantal werknemers). Het onderzoek vond in februari-maart 2023 plaats.

Download de infographic

[ad_2]

Source link

[ad_1]

In Nederland is in 2022 de CO2-uitstoot van de bedrijven onder het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) gedaald met 7,6% t.o.v. 2021. Vooral de industrie noteert met een daling van 8,3% de grootste uitstootverlaging in 15 jaar. Dat blijkt uit cijfers van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa).

De CO2 emissies in 2022 zijn met 68,5 miljoen ton (Mton) fors lager dan de 74,1 Mton in 2021. Vergeleken met het jaar 2019, voordat de coronacrisis begon, is het zelfs een daling van bijna 20%. De 330 bedrijven die onder het ETS vallen, zijn samen verantwoordelijk voor ongeveer de helft van de totale CO2-uitstoot in Nederland.

Mark Bressers, directeur-bestuurder NEa: “We zien in deze cijfers weerspiegeld dat het een bewogen jaar is geweest voor de Nederlandse industrie. Het is zeer waarschijnlijk dat de daling voornamelijk veroorzaakt is door lagere productie in plaats van door verduurzaming. Wat dit betekent voor het behalen van de klimaatdoelen in 2030 is daardoor nog niet met zekerheid te zeggen.”

Vooral chemische bedrijven hard omlaag

Vooral chemische fabrieken zoals DOW Chemical, Chemelot en kunstmestfabrikant Yara zagen hun uitstoot in 2022 flink afnemen.

Bressers: “De grote uitstoot reducties in de chemie zijn uiteraard positief, maar het gaat hier wel om bedrijven die veel aardgas gebruiken bij hun productie. De prijs voor aardgas was vorig jaar natuurlijk hoog en dit heeft in veel gevallen geleid tot een lagere productie. Het is dus nog te bezien wat dit betekent op de langere termijn. Gaat de CO2-uitstoot van dit soort bedrijven verder omlaag door verduurzaming of verschuift er onder druk van hoge energieprijzen productie, en dus ook CO2-uitstoot, naar het buitenland?”

CO2-uitstoot kolencentrales blijft hoog

De CO2-uitstoot van de 4 kolencentrales is in 2022 vrijwel op hetzelfde niveau gebleven als in 2021. In totaal stootten de kolencentrales 11,7 Mton CO2 uit in 2022 en waren daarmee verantwoordelijk voor 8% van de totale Nederlandse CO2-uitstoot.

Vanaf 1 januari 2022 zou er eigenlijk een plafond voor de CO2-uitstoot van kolencentrales in werking treden, dit is geschrapt door het kabinet vanwege de hoge gasprijzen.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Google en Eneco hebben een corporate Power Purchase Agreement (cPPA) gesloten voor de levering van circa 0,5 TWh duurzame stroom met een vermogen van 153 MW per jaar voor de duur van 10 jaar. De stroom komt van Windpark Fryslân en Windpark Kroningswind.

Google streeft ernaar om in 2030 haar diensten te kunnen aanbieden met gebruik van alleen CO2-vrije energie, 24-uur per dag. Belangrijk onderdeel daarin is dat de datacentra en kantoren op duurzame energie functioneren. Het datacenter in Eemshaven maakte voor een deel al gebruik van duurzame energie, maar werkt dankzij deze cPPA voor 80% op duurzaam opgewekte energie in 2024. Van Windpark Fryslân ontvangt zij 288 GWh per jaar met een vermogen van 73,5 MW. Van Windpark Kroningswind – een realisatie van de beursgenoteerde infrastructuurinvesteerder TINC – komt jaarlijks 227 GWh met een vermogen van 79,8 MW.  

Martijn Bertisen, VP Google Nederland: “Duurzaamheid is sinds de oprichting een van de kernwaarden van Google. Sindsdien lopen we al meer dan tien jaar voorop in het behalen van een koolstofvrije toekomst. De digitale én groene transformatie gaan hand in hand. Digitale oplossingen, zoals thuiswerken of slimme thermostaten, spelen een belangrijke faciliterende rol voor ten minste 20-25% van de reducties die nodig zijn om een net-zero economie in Europa te bereiken. Onze ambitie om tegen 2030 volledig op koolstofvrije energie te draaien, waar en wanneer dan ook ter wereld, zal een intensieve samenwerking vereisen met belangrijke energiebedrijven zoals Eneco, die zich gezamenlijk inzetten voor duurzame energiedoelstellingen op de lange termijn.” 

Kees-Jan Rameau, COO Integrated Energy van Eneco: “Google zet zich in om al haar diensten energieneutraal aan te bieden. Dat is een waardevol streven waar Eneco graag aan bijdraagt door duurzame energie te leveren, samen met de Windparken Fryslân en Kroningswind. Met grote impactvolle bedrijven als Google, die actief bijdragen aan verduurzaming van de energiesystemen, versnellen we de energietransitie.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Met Target Grid introduceert TenneT een nieuwe aanpak om de enorme uitdagingen van de energietransitie het hoofd te bieden. Het doel is om in 2045 een elektriciteitsnet gereed te hebben voor een florerende, duurzame economie met altijd genoeg groene elektriciteit voor ieders behoeften, van consument tot industrie. De eerste versie van Target Grid, inclusief de bijbehorende netkaart van 2045, is vandaag aangeboden aan minister voor Klimaat en Energie, Rob Jetten.

Aftrap voor dialoog

Met Target Grid stelt TenneT een netwerk van gelijkstroomsupersnelwegen en energiehubs voor, het DC-net (elektriciteitssupersnelwegen), en een sterk verbeterd bestaand AC-net (wisselstroom). Deze combinatie van energiehubs, verbonden door supersnelwegen zorgen ervoor dat de duurzame elektriciteit over grote afstanden van de Noordzee naar consumenten en industrie kan worden getransporteerd en dat het elektriciteitsnetwerk betrouwbaar blijft. De overhandiging aan Minister Rob Jetten betekent de aftrap van een dialoog met alle betrokkenen om het Target Grid samen verder vorm te geven.

Ongekende groei offshore windenergie en vraag naar elektriciteit

Zowel Duitsland als Nederland staan voor enorme en vergelijkbare uitdagingen: meer dan een verdubbeling van het elektriciteitsverbruik, een vijf tot tienmaal zo grote opwekcapaciteit, aanzienlijke niveaus van vereiste flexibiliteit en per land ongeveer 70 GW aan geïnstalleerde offshore-windenergie die zo efficiënt mogelijk bij Nederlandse, Duitse en Europese industrieën en huishoudens terecht moet komen. Om deze grote volumes aan elektriciteit in de toekomst op de juiste plek te krijgen, is een nieuwe aanpak nodig om het hoogspanningsnet van de toekomst tijdig te realiseren.

Werken vanuit eindpunt in plaats van aanpak knelpunt voor knelpunt

Manon van Beek, CEO van TenneT: ‘Door ambitieuzere klimaatdoelstellingen en een toenemende wens om oude afhankelijkheden als gevolg van een veranderde geopolitieke situatie te verminderen verandert ook de wereld waarin wij als landelijk netbeheerder opereren in een rap tempo. Voor het eerst hebben wij op basis van de politieke doelstellingen voor klimaatneutraliteit van het energiesysteem in 2045 een beeld gevormd van het elektriciteitsnet dat daarbij hoort, het Target Grid. Onze infrastructuur is zo cruciaal dat we die als het ware op de bestuurdersstoel zetten zodat TenneT op tijd kan beginnen met wat nodig is en niet pas over tien of vijftien jaar, wanneer het te laat is. We kunnen het ons niet meer veroorloven om in een tempo van ‘knelpunt voor knelpunt’  te werken. Voor netontwikkeling (onshore en offshore) op deze schaal en in de Europese context is 2030 al morgen, 2040 is volgende week en 2050 is volgende maand.’

Target Grid scenario’s

Target Grid is gebaseerd op het hoogste elektrificatiescenario van de Nederlandse II3050 (Integrale Infrastructuurverkenning 2030-2050) en het Duitse NEP2023 (Netzentwicklungplan). Hierdoor krijgen Nederland en grote delen van Duitsland een elektriciteitsnetwerk dat is ingericht voor een volledig duurzaam energiesysteem en voldoende robuust om leveringszekerheid te borgen. Met het Target Grid kan de Noordzee een échte duurzame groene hub voor elektronen worden in het hart van de Europese energietransitie.

Groene elektronen van de Noordzee

Target Grid is gericht op het zo efficiënt en effectief mogelijke ontsluiten van de Noordzee als belangrijkste bron van duurzame elektriciteit voor Nederland, Duitsland en de Noordwest-Europese regio. Duitsland zal zijn offshore capaciteit (70 GW) nodig hebben voor binnenlandse elektrificatie. Omdat Nederland bij 52 GW offshore windvermogen aan de binnenlandse vraag naar elektriciteit en waterstof kan voldoen, heeft Nederland bij de voorziene 72 GW offshore wind en de goede verbondenheid met andere landen aanvullende mogelijkheden en voordelen. Bij mindere windcondities blijft de leveringszekerheid voor Nederlandse huishoudens, bedrijfsleven en andere industrie op hoog niveau en als het hard waait valt er economisch voordeel te behalen op de elektriciteits- en waterstofmarkt. Op sommige momenten zal Nederland exporteren, op andere momenten importeren, zoals ook nu het geval is.

Gezamenlijk komen tot verdere ontwikkeling Target Grid

Met de presentatie van Target Grid doet TenneT de aftrap voor een dialoog met alle betrokken partijen. Dit moet ertoe leiden dat Target Grid gezamenlijk verder kan worden ontwikkeld. Vijf uitgangspunten zijn hierbij van elementair belang. Allereerst het overeenkomen van een eenduidige Noordzeestrategie 2050 met heldere afspraken tussen de Noordzeelanden. Ook is aanvullend locatiebeleid wenselijk om vraagcentra voor energie op de juiste locaties te ontwikkelen. Verder is tijdige vergunningverlening essentieel om de energiecorridors die TenneT heeft opgenomen in Target Grid te ontwikkelen. Daarnaast is een aanpassing van het marktmodel voor elektriciteit nodig, zodat de grensoverschrijdende uitwisseling van elektriciteit van wind op zee wordt gefaciliteerd en ook de kosten hiervoor op een goede manier worden verdeeld. Tot slot ziet TenneT dat de leveringsketen voor kritieke infrastructuurcomponenten onder druk komt te staan gezien de hoge offshore windambities in de wereld en het beperkte aanbod van kritische componenten, beschikbaarheid van werven, installatieschepen en menskracht. TenneT adviseert een (Europese) gecoördineerde strategie om voldoende en door de jaren stabiele capaciteit voor de toeleveringsketen te waarborgen.

klik hier voor een animatie van Target Grid of kijk op www.tennet.eu/targetgrid.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Shell wil snel een forse vermindering van de CO2-uitstoot van de fabrieken in Rotterdam en Moerdijk. Het bedrijf wil in 2030 3,9 megaton minder CO2 uitstoten. Dat is 20% van wat de Nederlandse industrie in totaal aan CO2 moet reduceren in 2030. Shell wil daarnaast de stikstofuitstoot met minstens 10% verminderen. Deze en andere plannen zijn opgenomen in de intentieverklaring (Expression of Principles) die vandaag is ondertekend door minister Micky Adriaansens (Economische Zaken en Klimaat), staatssecretaris Vivianne Heijnen (Infrastructuur en Waterstaat), Frans Everts (President-Directeur Shell Nederland), Pauline Buitink (directeur Shell Energy and Chemicals Park Rotterdam), gedeputeerde Jeannette Baljeu (Zuid-Holland) en Commissaris van de Koning Ina Adema (Noord-Brabant). Het document is een belangrijke stap om tot concrete en bindende maatwerkafspraken te komen tussen het Rijk en Shell om sneller minder CO2 uit te stoten en daarnaast bij te dragen aan een gezonde en veilige leefomgeving.

Plannen om minder CO2 uit te stoten

Shell maakt grondstoffen voor onze noodzakelijke dagelijkse producten, zoals wasmiddelen, latexverven, isolatiemateriaal en verpakkingsmaterialen. Shell maakt ook smeermiddelen voor machines. Het bedrijf zorgt, direct en indirect, voor tienduizenden banen. Nederland is een belangrijke vestigingsplaats voor Shell: de raffinaderij in Rotterdam (Pernis) is de grootste van Europa. Hier produceert het bedrijf benzine, diesel en kerosine, belangrijk voor het weg-, water- en vliegverkeer. Shell hoort bij de 20 grootste uitstoters van CO2 in Nederland en heeft ambitieuze plannen om die uitstoot fors te verminderen. In 2030 wil Shell 3,9 megaton minder CO2 uitstoten, dat is 0,5 megaton bovenop het coalitieakkoord. Om dat te bereiken gaat het bedrijf onder andere CO2 opvangen en opslaan in lege gasvelden onder de Noordzee. Deze techniek heet Carbon Capture Storage (CCS). Shell heeft de intentie om in haar fabrieken steeds meer fossiele brandstoffen te vervangen voor groene elektriciteit en waterstof. Daarnaast heeft Shell de intentie om op termijn steeds meer biobrandstoffen te gaan produceren.

Minister Adriaansens: “De meeste mensen kennen Shell van het pompstation. Maar Shell doet veel meer. Het bedrijf maakt grondstoffen voor producten die we dagelijks nodig hebben, denk aan medicijnen, wasmiddel, isolatiemateriaal, latexverf. Bovendien speelt het bedrijf als toekomstig producent en leverancier van groene waterstof een belangrijke rol in de verduurzaming van de industrie. Shell is daarmee belangrijk voor de Nederlandse economie, onder meer voor werkgelegenheid. Ik ben blij dat wij met elkaar ambitieuze afspraken hebben gemaakt en dat Shell hier zelf in investeert. Ik help graag bij de randvoorwaarden.”

Verbeteren van de leefomgeving

Shell wil de stikstofuitstoot in Pernis en Moerdijk met tenminste 10% verminderen, bijvoorbeeld door minder fossiele brandstoffen te gebruiken en te investeren in schone technieken die bij de productieprocessen minder stikstof uitstoten. Op het eigen industrieterrein kijkt Shell naar gebruik van duurzame werk- en voertuigen zoals vrachtwagens, heftrucks en graafmachines. Er wordt onderzocht welke investeringen nog meer nodig zijn om de uitstoot van stikstof en andere stoffen zoals fijnstof extra te verminderen en daarmee de leefomgeving te verbeteren. Shell heeft ook de ambitie om 300 kiloton plastic afval te verwerken tot nieuwe grondstoffen voor de plasticindustrie. Dit afval wordt nu nog verbrand. Hiermee wordt een belangrijke stap gezet naar meer gebruik van circulaire plastics. Voor dit recycleproces bouwt Shell in Moerdijk een fabriek die tussen 2024 en 2027 in fases in gebruik wordt genomen.

Staatssecretaris Heijnen: “Ik ben blij met de concrete afspraken met Shell, een van onze grootste industriële spelers, die dus ook grote impact kan maken. Niet alleen gaat Shell de CO2-uitstoot en de negatieve effecten op de leefomgeving verminderen, ze leveren ook een bijdrage aan de circulaire economie. Dat doen ze door plastic afval te verwerken tot grondstof voor plastic industrie: van oud plastic wordt dus nieuw plastic gemaakt. Die kant willen en moeten we op. Elke kilogram plastic die wordt gerecycled, betekent minder winning van fossiele grondstoffen.”

Steun van de overheid

De overheid gaat samen met Shell onderzoeken welke mogelijke knelpunten er zijn om de afgesproken doelen te behalen en op welke manier de overheid kan ondersteunen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het versnellen van de vergunningverlening voor verduurzamingsprojecten, het op tijd aanleggen van CO2– en waterstofpijpleidingen, en verzwaring en uitbreiding van het elektriciteitsnet. Als dit voor Shell is gerealiseerd, kunnen ook andere bedrijven in het industriegebied Rotterdam-Moerdijk gebruik maken van de nieuwe infrastructuur.

[ad_2]

Source link

Berichten paginering