[ad_1]

Naar aanleiding van een Woo-verzoek van NU.nl heeft de NEa de CO2-efficiëntiecijfers van individuele installaties openbaar gemaakt. De CO2-efficiëntie geeft een indicatie van hoeveel ton CO2 een installatie uitstoot per ton geproduceerd product afgezet tegen een Europese maatstaf (benchmark). Nu.nl heeft de cijfers geanalyseerd en concludeerde daaruit dat industriële giganten als Shell, BP en chemiebedrijf Dow een veel grotere klimaatimpact hebben dan hun concurrenten. De bedrijven produceren minder efficiënt, waardoor ze jaarlijks vele honderdduizenden extra tonnen CO2 uitstoten.

Het EU ETS

De installaties in Nederland die onder het Europees emissiehandelssysteem (EU ETS) vallen, stoten broeikasgassen uit. Deze uitstoot wordt gemonitord en jaarlijks gerapporteerd aan de NEa. Voor elke ton CO2 (equivalent) die een installatie jaarlijks uitstoot moet één emissierecht worden ingeleverd. Deze emissierechten kunnen worden gekocht op veilingen van de overheid maar ook direct van andere installaties en bedrijven.

Een deel van de installaties onder het EU ETS krijgt gratis emissierechten. Hoeveel gratis emissierechten een installatie krijgt is afhankelijk van de activiteiten en van zogeheten benchmarks.

Benchmarks

Een EU ETS benchmark is een maatstaf voor de hoeveelheid CO2 die vrijkomt bij het productieproces van een vaste hoeveelheid van een specifiek product (meestal ton CO2 per ton geproduceerd product). De huidige benchmarks zijn op 12 maart 2021 vastgesteld door de Europese Commissie. Deze benchmarks gelden voor de periode 2021-2025.

In totaal zijn er 55 verschillende benchmarks. Waarvan er 52 specifiek betrekking hebben op een product, zoals bijvoorbeeld aluminium of cementklinker. Naast de 52 productbenchmarks is er ook nog een benchmark voor brandstof, een benchmark voor warmte en een benchmark voor procesemissies.

De benchmarks zijn vastgesteld op basis van gegevens die zijn aangeleverd over de periode 2016-2017. Deze gegevens heeft de Commissie gebruikt om de 10% meest CO2-efficiënt presterende installaties in een bedrijfstak te identificeren. De best presterende installaties zijn hier dus de installaties met de laagste CO2-uitstoot per ton product. De benchmark van een bepaald product is gebaseerd op de gemiddelde prestatie van de beste 10% van installaties die dat product maken.

Gratis emissierechten

Installaties die op benchmarkniveau produceren krijgen al hun emissierechten gratis. Installaties die beter presteren dan de benchmark krijgen méér emissierechten dan ze nodig hebben. Als een installatie ver onder benchmarkniveau produceert zal het juist veel emissierechten moeten aankopen. Op deze manier krijgt CO2-uitstoot een prijs en stimuleert het EU ETS innovatie en schonere productieprocessen.

De NEa publiceerde eerder al over de CO2-efficïentie van verschillende sectoren en de industrie als geheel.

Lees het artikel van Nu.nl met de analyse

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Er liggen grote kansen voor de industrie om in Nederland schoon te produceren en de negatieve impact op de leefomgeving te verminderen. Om dat te bereiken gaat de overheid meer regie nemen en zorgen voor meer samenhang tussen de verschillende initiatieven. Het kabinet introduceert daarom een Nationaal Programma Verduurzaming Industrie. Minister Adriaansens (Economische Zaken en Klimaat) informeert mede namens Minister Jetten (Klimaat en Energie) en Staatssecretaris Heijnen (Infrastructuur en Waterstaat) de Tweede Kamer over dit programma.

Werken naar schone industrie en voorkomen dat bedrijven vertrekken

De industrie is belangrijk voor Nederland. Zij zorgt voor zo’n 1 miljoen banen en de producten die zij maakt hebben wij nodig voor ons dagelijks leven. De productie moet wel schoner en minder belastend zijn voor de leefomgeving en grondstoffen moeten uiteindelijk opnieuw gebruikt worden. Het kabinet vindt het belangrijk dat bedrijven die omslag hier in Nederland maken. Dat is goed voor het klimaat, maar ook voor het concurrentievermogen van Nederland.

Minister Adriaansens: “Ik zie dat de wil en noodzaak om te verduurzamen er is. Dat zien we terug in de investeringen van bedrijven; er wordt steeds meer geïnvesteerd in duurzame technologie. Naast het belang voor het klimaat, brengt het verduurzamen van de industrie ook andere kansen met zich mee. We hebben alles in huis om daar internationaal koploper in te worden, bijvoorbeeld door het produceren van groene kunststoffen. We, overheid en bedrijven, moeten dan wel hard aan de bak om die kansen te verzilveren. Alle inzet moet beter op elkaar aansluiten en we moeten onzekerheden wegnemen. Als je als bedrijf bijvoorbeeld wil investeren in een grote elektrische oven, dan wil je weten of er netcapaciteit is en er voldoende groene energie beschikbaar is. Andersom willen netbeheerders eerst weten hoeveel nodig is voor ze de infrastructuur aan kunnen leggen. Zo wachten we op elkaar en kunnen we niet vooruit. Dit is precies de reden waarom ik met het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie alle partijen bij elkaar breng. We nemen sneller, betere besluiten en zorgen dat ze op de juiste manier en in de juiste volgorde worden uitgevoerd.”

Industrie gaat ook helpen met de energietransitie

De industrie verbruikt veel energie en speelt daarom een belangrijke rol in de omschakeling naar schone energie, zoals elektriciteit en waterstof. Andere sectoren in Nederland willen daar ook gebruik van maken, bijvoorbeeld voor transport. Dat kan alleen als daar de nodige infrastructuur voor komt. Dankzij de industrie loont dat en wordt die infrastructuur, de elektriciteitskabels en leidingen, aangelegd. Zo profiteert de rest van Nederland hier ook van. Het is belangrijk dat die energie-infrastructuur in hoog tempo wordt aangelegd. Met het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) blijft de overheid zich hiervoor inzetten, zowel voor de verduurzaming van de industrie als voor mobiliteit, landbouw en de woningbouw.

Minister Jetten: “We werken hard om de energietransitie te versnellen. Hoe eerder de industrie toegang tot schone energie heeft, hoe beter. Want wanneer we dit voor elkaar krijgen, profiteren andere sectoren mee. We werken bijvoorbeeld aan het netwerk voor groene waterstof, opslagcapaciteit en netversterking van elektriciteit, en productie van veel wind- en zonne-energie.”
Het vervangen van olie en gas voor schone elektriciteit en waterstof is echter niet van vandaag op morgen klaar en kan niet overal tegelijk. Zo is het bijvoorbeeld nodig dat groene energie wordt opgeslagen als er meer wordt opgewekt dan op dat moment wordt verbruikt. Ook moet waterstof worden gemaakt en vervoerd naar bedrijven. Nederland kent vijf regio’s waar veel industriële bedrijven bij elkaar staan: Noord-Nederland, het Noordzeekanaalgebied, Rotterdam-Moerdijk, Zeeland-West-Brabant en Chemelot in Limburg. Bij de aanpassingen van netwerken richt de overheid zich eerst op deze gebieden. Daar is snel veel winst te behalen. Ook zullen dan veel nieuwe, groene bedrijven zich daar willen vestigen omdat de omstandigheden voor ondernemers goed zijn. Voor de industrie die buiten deze vijf geografische clusters ligt, zal in het programma een aanpak meer op maat worden uitgewerkt, in samenwerking met de provincies.

Staatssecretaris Heijnen: “Door in te zetten op verduurzaming van de industrie slaan we meerdere vliegen in een klap. Duurzamer produceren leidt tot minder belasting van de leefomgeving en het milieu. Dat komt de gezondheid van de omwonenden ten goede. Daarnaast is het beter om te voorkomen dat het milieu schade oploopt dan schade achteraf te moeten herstellen. De verduurzaming van de industrie draagt ook bij aan het doel om in 2050 in Nederland een circulaire economie te hebben. Een economie waarin producten zolang mogelijk in gebruik blijven en aan het eind van hun levensfase weer als hernieuwde grondstoffen terug in de economie worden gebracht. De industrie speelt hierin een belangrijke rol, bijvoorbeeld door allereerst minder grondstoffen te gebruiken en vervolgens een zo groot mogelijk aandeel gerecyclede grondstoffen te gebruiken.”

Routekaart

Met de introductie van het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie neemt het kabinet een sterkere regie op het verduurzamen van de industrie. Er is een stuurgroep opgericht waarin het kabinet, medeoverheden, bedrijfsleven en netbeheerders vertegenwoordigd zijn. Het doel is versnellen door met overheid en bedrijven vraag en aanbod beter op elkaar aan te laten sluiten en besluiten te nemen binnen de hele keten. Het programma richt zich vooral op het op de juiste manier en in de juiste volgorde daadwerkelijk uitvoeren van plannen. Er wordt gewerkt aan een routekaart die hier invulling aan gaat geven.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Zaadverbeteringsbedrijf Incotec en natuurhersteller Land Life hebben een intentieverklaring getekend voor een project waar slimme zaadcoating technologie wordt toegepast op boomzaden. Hierdoor kan Land Life grotere stukken land inzaaien en haar projecten wereldwijd opschalen. Het op grote schaal toepassen van natuurherstel is hard nodig in verband met de huidige ecologische teloorgang in de wereld. 

De samenwerking is gebaseerd op een gedeelde focus op innovatie om de effecten van klimaatverandering tegen te gaan. Incotec is specialist in zaadverbetering, en heeft daarvoor meerdere innovatieve producten en oplossingen, zoals primen (voorkiemen), selecteren, coaten en pilleren. Het verbeteren en coaten van zaden is al gangbaar in de land- en tuinbouw, maar nog niet zozeer in herbebossing. Met deze samenwerking komt daar verandering in. Technologische innovaties zijn voor Land Life cruciaal om haar herbebossingsprojecten op te schalen en succesvoller te maken.

Slimme boomzaden

Incotec selecteert en behandelt de beste boomzaden en brengt daarna een coating om het zaad aan, die verder helpt om het planten en de kieming van de zaden in het veld te beteren. Hierdoor stijgen de overlevingskansen van deze zaden en wordt het plantseizoen verlengd. Conventionele aanplant wordt beperkt door de lengte van het regenseizoen, waardoor slechts een beperkt areaal ingeplant kan worden. “Slimme boomzaden” bieden een significant logistiek voordeel, waarmee herbebossing kan worden versneld. De eerste slimme boomzaden worden ingezet op diverse plekken in Colorado (VS), Victoria (Australië) en Noord Spanje.

Arnout Asjes, CTO bij Land Life: “Incotec en Land Life delen de overtuiging dat de toepassing van slimme boomzaden de manier is om op te schalen en veerkracht van herbebossing te verhogen als antwoord op een snel veranderend klimaat. Korte logistieke lijnen, grip op het kiemproces en vergroten van de soortenrijkdom zal de biodiversiteit ten goede komen.”

Erik Jan Bartels, MD of Incotec: “Incotec wil haar portfolio uitbreiden van land- en tuinbouw naar boomzaden, en het is geweldig dat we daarmee bijdragen aan een belangrijke duurzame ontwikkeling zoals herbebossing. Dit voegt echt iets toe aan onze missie Contributing to feeding the world in a sustainable way. We zijn enthousiast over de samenwerking met Land Life Company en hebben hoge verwachtingen van de resultaten, die zowel ons als de toekomstige generaties ten goede komen.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Provincie Noord-Brabant, Waterschap De Dommel, Ondernemersvereniging Ekkersrijt en enkele bedrijven maakten samen een plan van aanpak. Zo zorgen we samen voor de duurzaamheidsdoelen. We richten ons op het onderwerp en op het gebied zelf. De vier hoofdonderwerpen zijn energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie en stikstofreductie. We kiezen ervoor om deze te verbinden met de bredere ontwikkelingen op Ekkersrijt. Zoals bijvoorbeeld mobiliteit en beleving van het gebied. Daarbij zoeken we ook aansluiting bij de gebiedsontwikkelingen die er zijn op bijvoorbeeld het Sciencepark en de Meubelboulevard. We gaan onder andere aan de slag met:

  • Elektriciteitsaanpak als de motor van de verduurzaming, en ook de aanpak voor netcongestie;
  • Verbrede aanpak van het groen op Ekkersrijt;
  • Meer kennis over het watersysteem op Ekkersrijt-West;
  • Verbreden en verbeteren van de inrichting van de Ecologische Verbindingszone op Ekkersrijt-West;
  • Klimaatbestendige inrichting van de Meubelboulevard.

Samen werken aan de toekomst van Ekkersrijt

De bedrijven op Ekkersrijt zorgen samen voor veel banen. Dit willen we zo houden en zelfs laten groeien. Samen met ondernemers werken we aan een aantrekkelijk bedrijventerrein. Voor bedrijven en  voor werknemers. Voor de toekomstbestendigheid van Ekkersrijt is verduurzaming van het bedrijventerrein als geheel en van de bedrijfslocaties nodig. We gaan er vanuit dat in de komende periode meer bedrijven zich willen aansluiten bij de (deel)projecten.

Project Grote Oogst

Met het project Grote Oogst wil provincie Noord-Brabant 13 grote bedrijventerreinen sneller verduurzamen. We werken integraal en in het gebied zelf met elkaar samen. Zo kunnen we slimme oplossingen bedenken, die gevolgen hebben voor verschillende onderwerpen. Zo vangen groene daken niet alleen water op. Ze koelen ook de omgeving. Daardoor werken zonnepanelen beter. En door lokaal (rest)materiaal opnieuw te gebruiken besparen we energie. We voorkomen CO2- en stikstofuitstoot, bijvoorbeeld doordat er minder vervoersbewegingen nodig zijn.

Kijk voor meer informatie op Project Grote Oogst – Grote Oogst (brabant.nl

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Verduurzaming van de scheepvaart staat hoog op de agenda bij rederijen, verladers en beleidsmakers. De IMO ontwikkelt daarvoor internationale regelgeving en normen met als speerpunt een CO2-reductie van 40% in 2030. eConowind draagt hieraan bij met zijn VentoFoil-concept: een flexibele, verticale ‘vleugel’ die wind in extra stuwkracht omzet. Hiermee kunnen schepen op jaarbasis al tot 15 procent besparen op hun brandstofverbruik. De eerste gebruikers gaan nu officieel als ambassadeurs hun ervaringen met de markt delen.

Met de start van de CO2-taks in 2024 wordt het voor scheepseigenaren belangrijk om versneld te vergroenen. Zeker nu industrie en scheepvaart onder het vergrootglas liggen. De internationale scheepvaart is verantwoordelijk voor 3 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Desalniettemin is deze wijze van vervoer nog steeds het meest efficiënt per tonkilometer.

Frank Nieuwenhuis van eConowind vertelt: “Het is geweldig om te werken in de energietransitie en ik ben dankbaar voor de inspanningen van deze vier innovators. Met alle gebundelde kennis en ervaring kunnen we de vleugels breder beschikbaar maken. Er is momentum en de pijplijn is goed gevuld. Meerdere rederijen hebben de innovators op de voet gevolgd en de VentoFoils besteld. Met de toegenomen productiecapaciteit kunnen we de markt nog beter bedienen. We ontwikkelen door als scale-up en er lopen vergevorderde gesprekken met diverse investeerders.”

‘Wind assisted propulsion’ (WASP) op bestaande schepen leidt niet alleen tot een reductie van CO2-uitstoot, het brengt ook een significante brandstof- en kostenbesparing met zich mee. Met de VentoFoils van eConowind kunnen reders nu al op winstgevende wijze CO2 reduceren. Gebruikers zien een positieve bijdrage direct na installatie. Het onderhoudsarme systeem kan binnen twee dagen worden geïnstalleerd.

Windpioniers worden ambassadeurs

Vier Nederlandse reders hebben nauw samengewerkt met eConowind en ervaring opgedaan met de eerste 2 generaties VentiFoils. Zij gaan nu pionieren met de 3e generatie ‘VentoFoils’ en worden actief Ambassadeur van eConowind. Deze generatie vleugels levert aantoonbare besparingen op waarmee schepen tegemoet kunnen komen aan aangescherpte milieu-eisen.

Johan Boomsma van Boomsma Shipping zegt: “Bij ons staat energie-efficiëntie centraal, daarom staan we altijd open voor nieuwe ontwikkelingen. Ik denk dat de drie belangrijke factoren – kosten per eenheid, brandstofprijzen en Europese ETS-wetgeving – zich zodanig samenvoegen dat windondersteunde voortstuwing snel een van de standaardoplossingen zal gaan worden. eConowind zal erin slagen een aanzienlijke bijdrage te leveren aan de vermindering van scheepvaartemissies.

Waarom eConowind-ambassadeur worden?

Naast het bovenstaande,” vervolgt Boomsma, “willen we klanten en concurrenten laten zien dat reders hun brandstofverbruik kunnen verminderen met een bewezen, betaalbaar systeem. Voor de bemanning is het gemakkelijk te gebruiken; met een druk op de knop kun je de zeilen inzetten en weer laten zakken. Tot slot, en dat was voor ons heel belangrijk, eConowind spreekt onze taal. Als exponent van de Nederlandse maritieme maakindustrie levert zij hoogwaardige apparatuur aan reders. Wij nemen de VentoFoils mee in al onze nieuwbouwplannen.

Volgens Jan van Dam, van Van Dam Shipping is de installatie een ‘no-brainer’ geworden: “Als eerste gebruiker van het VentiFoil-systeem zien we hoe het zich positief ontwikkelt. We zullen als sector moeten vergroenen en windvoortstuwing is een ‘quick win’. Met ons 4.000 ton schip verbruiken we ongeveer 1.250 ton brandstof per jaar. Met de huidige brandstofprijzen verdien je de VentoFoils binnen 4 jaar terug. Wanneer de CO2-taks in werking treedt is dit nog sneller. Samen met Tata Steel kijken we naar de ontwikkeling van een waterstofaangedreven schip. Met dit soort dure brandstoffen verdien je de VentoFoils nog sneller terug.

Leaseconstructie voor positieve cashflow

Door moderne leaseconstructies in te zetten, zijn VentoFoils goed bereikbaar voor scheepseigenaren. Met deze financieringsoptie leveren de windondersteunde aandrijvingsunits vanaf dag 1 een positieve cashflow. Ook Thomas van Meerkerk van Vertom Group ziet het VentoFoil-systeem als onderdeel van de sustainability roadmap: “Met deze oplossing kan je de bestaande vloot verduurzamen. Als Vertom gaan we het systeem op 3 schepen inzetten. Wij onderzoeken of we nog meer schepen kunnen uitrusten met deze windvleugels. Ook onderzoeken we de inzetbaarheid van VentoFoils op duurzame nieuwbouw ontwerpen in combinatie met bijvoorbeeld waterstof of methanol. Middels de leaseconstructie kunnen we de VentoFoils cashflow neutraal inzetten. Zo kunnen we leren, onderzoeken en onze ervaringen delen met collega reders.”

Brandstof-onafhankelijk

Wind is een onuitputtelijke en gratis bron van energie. VentoFoil-systemen kunnen worden ingezet ongeacht of een schip op traditionele of groene brandstoffen vaart. Het kan duurzame brandstoffen, zoals waterstof, ammonia, methanol en/of elektriciteit een zetje in de rug geven. Dit zijn immers vaak relatief dure brandstoffen, waardoor de ROI van eConowind’s systemen korter wordt. Kapitein Gerrit Schram van Vertom ziet het toekomstbestendig maken van de scheepvaart als een belangrijke opgave: “Dit soort systemen heb je in de nabije toekomst nodig om je business te kunnen blijven runnen.

De conclusie van de ‘early adaptors’ is dan ook dat windondersteunde voortstuwing kosteneffectief, duurzaam en toekomstbestendig is. Daarom zijn ze nu actieve ambassadeurs geworden.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Amega Groep – Ames – AA Lease, TopGrass, Mourik, YasBouw en de supportersvereniging van FC Dordrecht hebben ervoor gezorgd dat binnen twee weken na de lancering van de eerste klimaatneutrale wedstrijd in het Nederlands Betaald Voetbal het Matchoholic Stadion op 19 mei al volledig is uitverkocht.

De Energiek Dordt partners willen met de kaartjes voor deze bijzondere wedstrijd iedereen uitnodigen in Dordrecht en de Drechtsteden om samen de uitdaging aan te gaan de klimaatneutrale wedstrijd te realiseren. Een collectieve challenge gedurende het hele seizoen om ervoor te zorgen dat activiteiten voor, tijdens en na deze wedstrijd geen negatieve effecten hebben op het klimaat. Wat betekent dat voor de mobiliteit, catering en energie rondom deze wedstrijd? Welke lessen, nieuwe ideeën en initiatieven creëert dat voor de stad en de regio? Met deze gezamenlijke uitdaging in Dordrecht en de Drechtsteden willen wij duurzaamheidsdoelen versneld realiseren. Voor de club, de stad en de regio.

Reinier de Koning (Commercieel Directeur Ames Autobedrijf) en Marijn Bakker (Commercieel Directeur AA Lease) namens de initiatiefnemers: “De eerste klimaatneutrale wedstrijd in het Nederlands Betaald Voetbal vinden wij een prachtig initiatief dat alleen door samenwerking succesvol gaat worden. Door deze duurzaamheid challenge zal Energiek Dordt als samenwerking tussen het betaald voetbal, bedrijven, overheid, onderwijs en maatschappelijke organisaties in Dordrecht en de Drechtsteden verder worden geïntensiveerd. Hierdoor kunnen we het onmogelijke mogelijk maken. Voor onze toekomst én de volgende generaties.

Inmiddels zijn er al veel partijen betrokken zoals de supportersvereniging van FC Dordrecht, verschillende sponsoren/bedrijven, Duurzaamheidsfabriek, gemeente Dordrecht, Smart Delta Drechtsteden, Big Rivers, Bureau 2030, Energiek Dordt Foundation, Economic Development Board, HBO Drechtsteden, KNVB en de Keuken Kampioen Divisie om samen op zoek te gaan naar oplossingen, nieuwe ideeën en initiatieven

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Meer dan twee derde van jonge Nederlanders vindt klimaatimpact van werkgevers een belangrijke factor bij het zoeken naar een baan. Dit is een van de opmerkelijkste resultaten van de meest recente jaarlijkse Klimaatenquête van de Europese Investeringsbank (EIB), uitgevoerd in augustus 2022 en vandaag gepubliceerd. De EIB is de kredietverlenende instelling van de Europese Unie en wereldwijd een van de grootste multilaterale kredietverleners voor klimaatactieprojecten. In het tweede deel van de EIB Klimaatenquête 2022-2023 is onderzocht wat mensen vinden van klimaatverandering in een snel veranderende wereld. De resultaten hebben betrekking op het individuele gedrag van burgers en wat ze doen om klimaatverandering tegen te gaan.

Uit het onderzoek blijkt dat:

  • 69% van de Nederlanders tussen 20 en 29 jaar zegt dat de klimaatimpact van een toekomstige werkgever een belangrijk criterium is bij de keuze van een baan, en 13% zegt zelfs dat het een topprioriteit is
  • 69% van alle Nederlandse respondenten zegt ervan overtuigd te zijn dat hun eigen gedrag een verschil kan maken in de aanpak van de klimaatnoodtoestand
  • 67% is voorstander van etikettering van alle voedselproducten om de impact op het klimaat en het milieu te helpen beperken.
  • 55% van de mensen onder 30 jaar is voorstander van een beperking van de hoeveelheid vlees- en zuivelproducten die mensen kunnen kopen

Individueel gedrag en strengere overheidsmaatregelen

De oorlog in Oekraïne en de gevolgen daarvan, zoals de stijging van de energieprijzen en de inflatie, hebben de bezorgdheid over de dalende koopkracht drastisch doen toenemen. Klimaatverandering blijft echter de op een na grootste uitdaging – na de financiële crisis maar vóór de gestegen kosten van levensonderhoud – volgens de Nederlanders (51% van de bevolking zegt dat klimaatverandering of aantasting van het milieu de grootste uitdagingen zijn waarmee mensen in het land worden geconfronteerd). De hiërarchie van uitdagingen is dezelfde als in België, terwijl klimaatverandering in Duitsland op de eerste plaats komt (voor 57% van de respondenten), vóór de financiële crisis en de gestegen kosten van levensonderhoud.

Meer dan twee derde van de Nederlandse respondenten (69%, 7 procentpunten meer dan de 62% in België maar 6 procentpunten minder dan de 75% in Duitsland) zegt ervan overtuigd te zijn dat hun eigen gedrag een verschil kan maken in de aanpak van de klimaatnoodtoestand.

Meer vrouwen (73%) dan mannen (64%) zijn ervan overtuigd dat hun individuele gedrag een impact kan hebben.

Met name jonge mensen zeggen dat het een taak is van de overheid om individuele gedragsverandering aan te moedigen. 55% van de mensen onder 30 jaar (14 procentpunten onder de 69% in Duitsland en 10 procentpunten onder de 65% in België) zou voorstander zijn van strengere overheidsmaatregelen om het gedrag van mensen te veranderen en ze ertoe te bewegen klimaatverandering aan te pakken, terwijl slechts 46% van de mensen boven 30 jaar dergelijke maatregelen zou toejuichen.

Een nieuwe baan kiezen

Aangezien er elk jaar nieuwe mensen op de arbeidsmarkt komen, worden klimaatoverwegingen steeds belangrijker bij het kiezen van een werkgever. Het merendeel van de bevolking (55%, 7 procentpunten onder het EU-gemiddelde van 62%, maar dicht bij de 52% in België en 56% in Duitsland) zegt inmiddels dat het belangrijk is dat een toekomstige werkgever prioriteit geeft aan duurzaamheid. Voor 11% van de respondenten is het zelfs een prioriteit. Deze meerderheid geldt voor het gehele politieke spectrum en voor alle inkomensniveaus.

Van de mensen tussen 20 en 29 jaar — doorgaans degenen die op zoek zijn naar hun eerste baan — zegt meer dan twee derde (69%, 7 procentpunten onder het EU-gemiddelde van 76% en 12 procentpunten onder de 81% in Duitsland, maar dicht bij de 73% in België) dat duurzaamheid een belangrijke factor is bij hun keuze, en 13% (9 procentpunten onder het EU-gemiddelde van 22%, 11 procentpunten onder de 23% in Nederland en 5 procentpunten onder de 18% in Duitsland) zegt zelfs dat het een topprioriteit is.

Voedseletikettering en -prijsstelling

De voedselproductie neemt een aanzienlijk deel van de uitstoot van broeikasgassen voor haar rekening. Om mensen te helpen duurzamere keuzes te maken bij het boodschappen doen, is 67% van de Nederlanders voorstander van etikettering van alle voedselproducten om de klimaatvoetafdruk ervan vast te stellen. Dit ligt dicht bij het percentage in België (72%) maar 13 procentpunten onder het percentage in Duitsland (80%).

Daarnaast zegt een kleine meerderheid (52%) van de Nederlanders bereid te zijn iets meer te betalen voor voedsel dat lokaal en duurzamer is geproduceerd (9 procentpunten minder dan de Duitsers).

Vermindering van de consumptie van vlees- en zuivelproducten zou een andere efficiënte manier zijn om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Terwijl 55% van de mensen onder 30 jaar voorstander zou zijn van een beperking van de hoeveelheid vlees- en zuivelproducten die mensen kunnen kopen om klimaatverandering tegen te gaan, zou slechts 43% van de mensen boven 30 jaar daartoe bereid zijn (23 procentpunten minder dan de Italianen en 6 procentpunten minder dan de Duitsers, maar vergelijkbaar met de Belgen, 44%).

In de woorden van Kris Peeters, vice-president van de EIB: “De uitkomst van de EIB Klimaatenquête toont aan dat de Nederlanders bereid zijn om op individueel niveau mee te werken aan de strijd tegen klimaatverandering en aandacht hebben voor de klimaatimpact van hun baan en hun toekomstige werkgever. Als klimaatbank van de EU juichen we deze betrokkenheid toe. Het is onze taak om mensen in staat te stellen de klimaatcrisis te bestrijden. Dat doen we door groene diensten te financieren, zoals duurzaam vervoer, hernieuwbare energie en energie-efficiënte gebouwen. In 2022 hebben we in Nederland voor € 731 miljoen bijgedragen aan groene projecten. Deze groene projecten scheppen talrijke en zinvolle banen voor jongeren. We zullen steun blijven geven aan bedrijven en initiatieven die de groene transitie versnellen, en zoeken naar innovatieve manieren om bij te dragen aan een welvarende toekomst waarin niemand wordt uitgesloten.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Door een goede mix van zon en wind verbruikt Hedin Automotive ongeveer 65% van hun energie op het moment dat het wordt opgewekt. Gelijktijdigheid noemen we dat. Het gelijktijdig gebruiken van groen opgewekte energie is het meest duurzaam, het is financieel aantrekkelijk en het zorgt er bovendien voor dat het elektriciteitsnet zo min mogelijk wordt belast. Een win-win-win situatie dus. Groendus helpt Hedin Automotive (voorheen Stern) via haar Energiemarktplaats met deze vernieuwende vorm van duurzaam energieverbruik. De puzzelstukken van het verduurzamingsvraagstuk, waar de partijen samen al ruim 16 jaar aan werken, vallen daarmee steeds meer op hun plek.

Hoe het begon: inzicht en besparen

Zestien jaar geleden was verduurzamen nog niet zo’n belangrijk thema als nu. Dit was dan ook niet de directe aanleiding voor het toenmalige Stern om bij het toenmalige CT Energy (voorloper Groendus) aan te kloppen. De vraag was wel: kunnen jullie onze onoverzichtelijke stromen van energie, bijkomende kosten en facturen op orde brengen? Dat kon!

Het begon met het plaatsen van slimme meters en het creëren van goed, real-time inzicht. Door een accurate factuurcontrole en een geavanceerd verspilalarm werden de eerste serieuze besparingen gerealiseerd. En daarmee geleidelijk ook de eerste verduurzamingsstappen. Dit bleek de start van een complete en verregaande verduurzamingsroute.

Weten waar je energie vandaan komt

Toen Hedin Automotive eenmaal grip op haar energiestromen had, kwam er steeds meer focus op duurzaamheid. Zij wilden daarom weten waar hun energie vandaan kwam. Het zelf opwekken van energie met zonnepanelen bleek een perfecte oplossing voor het autobedrijf. Om deze stroom optimaal te benutten, zet Hedin Automotive de Groendus Energiemarktplaats in. Dit handelsplatform stelt hen in staat om de zelfopgewekte zonnestroom te verdelen over verschillende vestigingen. Daarmee is Hedin Automotive haar eigen, groene energieleverancier.

Bastiaan Geurts – Chief Marketing Officer bij Hedin Automotive: “Wij staan achter het idee om stroom te gebruiken op het moment dat het wordt opgewekt. Het opwekken en gelijktijdig verbruiken van onze eigen zonne-energie was daarin al een mooie duurzame stap. Maar op het moment dat de zon niet scheen, hadden we geen toegang tot lokale, duurzame stroom. Daar wilden we verandering in brengen! Groendus heeft hier met haar Energiemarktplaats een innovatieve en bedrijfseconomisch interessante oplossing voor. Zo bewegen we steeds meer naar een volledig groen en gelijktijdig energieverbruik.”

Een goede mix van zon en wind

Door windenergie toe te voegen aan de energiemix zou Hedin Automotive een veel evenwichtiger aanbod van duurzame energie krijgen. Zon en wind zijn namelijk complementaire duurzame bronnen. In de zomer en overdag is er meer zon. In de winter en ’s nachts is er meer wind. De gelijktijdigheidsscore van Hedin zou hiermee flink stijgen (van 25% naar 65%). Via de Energiemarktplaats werd de zoektocht gestart naar een producent die met goede prijsafspraken het energieprofiel van Hedin Automotive kon verrijken.

Hedin Automotive vond een perfecte match in de windenergie van twee boeren die in 2003 besloten om in een eigen windmolen te investeren. Die twee windmolens, in een uitgestrekte wei in Lelystad, leveren jaarlijks 2.600 Megawattuur aan duurzame stroom extra aan Hedin. Dit staat gelijk aan het energieverbruik van zo’n 900 huishoudens per jaar.

Wind van de boer

Op een uitgestrekt landgoed verbouwt Jan van Bavel onder andere aardappels, uien, bieten, tarwe en witlof. Duurzaamheid is belangrijk voor Van Bavel. Hij teelt de helft van zijn gewassen daarom al biologisch. Zijn processen draaien bovendien nagenoeg op 100% zelfopgewekte energie. Dat kan doordat er 1.300 zonnepanelen op zijn daken liggen. En er staat dus ook een windmolen op zijn erf.

Jan wekt met deze windmolen zoveel energie op, dat hij groene stroom overhoudt. Energie die hij zelf niet kan gebruiken verhandelt hij via de Energiemarktplaats aan onder andere Hedin Automotive.

Op naar 100% gelijktijdigheid

Dat het akkerbouwbedrijf van Jan van Bavel bijna helemaal op schone, zelfopgewekte stroom kan draaien, is behoorlijk uniek. Ook Hedin Automotive streeft hiernaar. Zij willen de laatste 35% van hun energieverbruik die nog niet gelijktijdig gebruikt wordt dan ook graag vergroenen. Samen met Groendus worden daarom op dit moment verschillende subsidieaanvragen voorbereid om op nog eens 21 vestigingen zonnepanelen te kunnen plaatsen. Daarbij worden de mogelijkheden van batterijopslag en energiesturing onderzocht om de zelfopgewekte schone energie flexibel in te kunnen zetten.

You Jong Chow – Key Accountmanager bij Groendus: “Het is goed om te zien dat Hedin Automotive en Jan van Bavel elkaar gevonden hebben via de Energiemarktplaats. Een perfect voorbeeld van de duurzame matches die ons platform maakt. Jan kan zijn groene stroom goed verkopen. En Hedin Automotive maakt hiermee een grote verduurzamingsslag. Ik zie ernaar uit om de volgende duurzame stappen samen te realiseren. Op naar de 100% gelijktijdigheid!”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

TIBO Energy kondigt het eerste Smart Grid management platform aan voor toepassing bij veelomvattende bedrijventerreinen en onderwijs- en zorgcampussen. De basis van de vierdelige totaaloplossing is de Digital Twin technologie, waarbij een digitale replica van het netwerk wordt gemaakt.

Voor steeds meer bedrijventerreinen en onderwijs- en zorgcampussen vormt de netcongestie, te midden van de energietransitie, een grote uitdaging. Met een groot scala aan gebouwen, voorzieningen en vaak duizenden gebruikers hebben zij te maken met een complex energiesysteem. Doel van het intelligente TIBO platform is dat deze organisaties zelf inzicht krijgen in het energiehuishouden en deze centraal kunnen aansturen om de netcongestie, energiekosten en emissie onafhankelijk te beheersen.

Digital Twin technologie

Uniek aan het platform is dat er eerst een Digital Twin van het elektriciteitsnetwerk wordt gemaakt. Deze digitale replica (stap 1) is een virtueel energienetwerk dat de middelen, het verbruik en de behoefte in kaart brengt. Door zowel historische als real-time data te importeren in de Digitale Twin krijgt de gebruiker allereerst helder real-time inzicht in het verbruik en de behoefte (stap 2) in verhouding tot de beschikbaarheid.

De toekomst voorspellen en aansturen

Aan de Digital Twin worden energie opwekkers, -opslag en -verbruikers gekoppeld. Op basis van de doelstellingen worden het opwekken, opslaan en verbruiken van energie, automatisch beheerd (stap 3). Om resultaten te optimaliseren of om beslissingen over nieuwe energievoorzieningen te nemen, is het mogelijk om scenario’s (stap 4) met behulp van de Digital Twin te maken. Zo koppelt de gebruiker bijvoorbeeld een nieuwe energieleverancier, warmtepomp of laadpaal aan het netwerk en krijgt men de mogelijke consequenties op netcongestie, kosten, uitstoot en verbruik te zien.

Technische Universiteit Eindhoven

TIBO werkt samen met de Technische Universiteit Eindhoven aan innovatieve oplossingen om haar elektriciteitsnetwerk slimmer en zelfstandiger te maken, waardoor zij efficiënter gebruik maakt van de beschikbare energie, kosten bespaart en de emissie verlaagt. Een groot deel van de benodigde energie wordt opgewekt door zonne-energie maar onder andere de piekbelasting vormt een grote uitdaging voor Technische Universiteit.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

In het windenergiegebied ten Noorden van de Waddeneilanden plant Nederland de eerste grootschalige waterstofproductie op zee. Het windpark is goed voor circa 500 Megawatt elektrolysecapaciteit en moet rond 2031 operationeel zijn. Het gebied is gekozen omdat hier al een windpark gepland stond voor de productie van elektriciteit, mogelijk een bestaande aardgasleiding hergebruikt kan worden voor het transport naar land én het goed aangesloten kan worden op het waterstofnetwerk op land.

In de regio Groningen is veel draakvlak voor de komst van dit project. Dit project zal de eerste zijn waarbij waterstofproductie op zee op grote schaal wordt toegepast. Hiermee doet het Rijk, betrokken bedrijven en netbeheerders waardevolle ervaring op met deze nieuwe techniek die een grote rol gaat spelen in het energiesysteem van de toekomst.

Minister Rob Jetten: “Met dit plan lopen we wereldwijd voorop. Het is bovendien een flinke stap bovenop de doelstelling uit het Klimaatakkoord van 4GW elektrolyse in 2030. Het gebied hebben we nu al als voorkeurslocatie aangewezen zodat de voorbereidingen snel kunnen beginnen en we de sector duidelijkheid geven zodat zij hun investeringsplannen kunnen gaan maken. Ik ben ook erg blij met de steun die we van de lokale overheden krijgen. De provincie en de gemeentes zetten vol in op een groene economie waarbij de productie van duurzame energie centraal staat.“

Voordat de tenders uitgeschreven worden, werkt het ministerie samen met de regio Groningen, partijen rondom het waddengebied en betrokken partijen een aantal belangrijke zaken zorgvuldig uit. Zoals de aanlanding van de leiding om de waterstof van het windpark aan land te brengen en hoe de waterstofproductie veilig en ecologisch verantwoord kan gebeuren.

Het project wordt het eerste project dat aansluit op het waterstoftransportnetwerk op zee van Gasunie. Dit netwerk gaat grote hoeveelheden waterstof aan land brengen en wordt aangesloten op het waterstofnetwerk op land. Dit jaar wordt uitgewerkt hoe het waterstofnetwerk op zee eruit moet komen te zien. Hierbij wordt ook gekeken in welke mate hergebruik van bestaande gasinfrastructuur op de Noordzee haalbaar is.

Als opstap naar dit project, wordt ook gewerkt aan een kleinere pilot met een elektrolysecapaciteit van circa 50-100MW. Hiermee moeten de eerste mankementen uit de techniek gehaald worden zodat het project van 500MW efficiënt gerealiseerd kan worden. Later dit jaar wil de minister ook voor dit kleinere project een voorkeurslocatie kiezen.

Foto: Orsted

[ad_2]

Source link

Berichten paginering