[ad_1]

Warmtenetten vormen een belangrijk onderdeel van de verduurzaming van Nederland. Met het regeringsbesluit om de energietransitie te versnellen en voor 2030 nog ten minste 500.000 woningen aan te sluiten op warmtenetten, zijn de warmte transitievisies van Nederlandse gemeenten hier vol op gericht. Ook voor Energie voor Elkaar is het essentieel om te kijken naar de inzet van duurzaam materiaal bij het aanleggen van een warmtenet. Op 31 maart 2023 ondertekenden Valentijn Kleijnen, CEO van Energie voor Elkaar en Patrick van der Stigchel, Vice President Benelux & SouthWest Europe van Kingspan LOGSTOR daarom een samenwerkingsovereenkomst om het toegepaste materiaal in een warmtenet te verduurzamen: warmte- en koude leidingen waarbij gerecycled kunststof wordt toegepast in de behuizing. Deze leidingen zijn een primeur in Nederland en worden toegepast voor het ondergronds transport van warm en koud water.

Patrick van der Stigchel van Kingspan LOGSTOR, is enthousiast over de samenwerking: “Na de introductie van deze voorgeïsoleerde leidingsystemen, zijn we er trots op dat Energie voor Elkaar deze leidingen als eerste gaat toepassen in Nederland. Wij ontwikkelden dit product met de ambitie om de CO2 voetprint en uitstoot structureel te verminderen. Door te kiezen voor deze nieuwe leidingen, kan een sterke CO2 reductie gerealiseerd worden. Dat is een hele mooie ontwikkeling waarin Energie voor Elkaar samen met ons nu de eerste stap zet.”

Valentijn Kleijnen van Energie voor Elkaar: “Warmtenetten zijn essentieel om de klimaatdoelstellingen te halen, en de komende jaren gaan we honderden kilometers aan warmte en koude leidingen in de grond leggen om ons Slim Groen Warmtenet te realiseren. Dat doen we in een groot aantal gemeentes. Het materiaal dat je daarbij toepast is belangrijk. Het moet kwalitatief hoogwaardig zijn, want het moet tientallen jaren probleemloos functioneren. Het materiaal dat normaliter wordt gebruikt om de buis en isolatie te beschermen is van kunststof en dat is een aardolieproduct. Door het gebruik van de producten van Kingspan LOGSTOR maken we een duurzame keuze: we beperkten het gebruik van een fossiele grondstof en helpen zo mee om minder plastic te gebruiken.” Met deze samenwerking nemen we verantwoordelijkheid voor de toepassing van materiaal in de hele warmteketen.

Met de nieuwe transportleidingen zetten Kingspan LOGSTOR en Energie voor Elkaar belangrijke stappen in het verduurzamen van warmtenetten in Nederland en daarbuiten. De warmte en koude leidingen worden in verschillende landen al succesvol toegepast. Niet alleen de stalen leiding is recyclebaar maar ook de kunststof buitenzijde. De behuizing is gemaakt van gerecycled HDPE kunststof materiaal waardoor er geen nieuw materiaal gebruikt hoeft te worden. Daarmee is de CO2 footprint aanzienlijk verminderd ten opzichte van niet gerecycled materiaal.

Patrick van der Stigchel licht de CO2 reductie toe: “Per meter warmteleiding wordt er 6,5 kg CO2 bespaard doordat we bij deze leidingen gebruik maken van gerecycled HDPE voor de behuizing, per 100 meter komt dat overeen met 650 kg aan CO2 besparing. Als je inzoomt op 1.000 kg CO2, dan is dat vergelijkbaar met bijvoorbeeld de uitstoot van 2,6 keer economy vliegen van Amsterdam naar Rome, 72 keer met de Thalys van Amsterdam naar Parijs of 10.000 km rijden met een dieselauto. Onze voorgeïsoleerde leidingen zijn daarom met recht een hele mooie duurzame innovatie.”

Fotobijschrift: “Op 31 maart 2023 ondertekenden Valentijn Kleijnen, CEO van Energie voor Elkaar en Patrick van der Stigchel, Vice President Benelux & SouthWest Europe van Kingspan LOGSTOR een samenwerkingsovereenkomst om het toegepaste materiaal in een warmtenet te verduurzamen: warmte en koude leidingen waarbij gerecycled kunststof wordt toegepast voor de buitenkant. Deze zijn een primeur in Nederland en worden gebruikt voor het ondergronds transport van warm en koud water.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Netbeheer Nederland publiceerde deze week het onderzoek ‘II3050’. Dit geeft netbeheerders inzicht in hoe de maatschappij naar een klimaatneutraal energiesysteem in 2050 kunnen groeien. Uit het onderzoek komen vier scenario’s, deze spelen in op de nodige verandering waarbij we van een ‘vraag gericht’ naar een ‘aanbodgericht’ energiesysteem gaan. Er is werk aan de winkel. We moeten begrijpen dat de politieke keuzes van vandaag direct impact hebben op hoe we het energiesysteem met elkaar voorbereiden op een energieneutraal Nederland.

De overgang van fossiele naar alleen duurzaam opgewekte energie maakt dat we in Nederland de energievraag- en aanbod nog beter op elkaar moeten afstemmen. En dat de maatschappij flexibel moet zijn in het gebruik van energie. Door een sterk toenemende vraag naar netcapaciteit, moeten netbeheerders hun tijd, mensen en materialen naar 2050 toe zo efficiënt mogelijk inzetten om de leveringszekerheid op niveau te kunnen houden en de klimaatdoelstellingen te kunnen halen.    

Het rapport van vandaag geeft richting voor iedereen die in de energietransitie werkzaam is. Daan Schut, CTO Alliander, zegt hierover: “Deze studie laat weer zien hoe essentieel het is om de energietransitie planmatig en integraal aan te pakken. 2030 komt razendsnel dichterbij en 2040 is al overmorgen. We moeten op de korte termijn belangrijke keuzes maken over de inrichting van het energiesysteem. Dit zijn inrichtingskeuzes zoals: welke energiedrager komt op welke locatie, op welk moment, en voor wie? Waar maken we een zwaar elektriciteitsnet? Waar komt warmte, waar waterstof? Deze keuzes zijn hard nodig om de ombouw van het energiesysteem gerichter en sneller te kunnen doen.” 

De uitdagingen zijn in alle scenario’s enorm. De volgende drie conclusies vallen het meest op: 

1. Als energiesector in de hoogste versnelling om de CO₂-ambities 2050 te realiseren

Alle scenario’s gaan uit van een succes op het behalen van de doelstelling om in 2050 klimaatneutraal te zijn. De uitdagingen blijven enorm. In de scenario’s vallen de volgende drie uitdagingen op: 

Het wordt belangrijk om direct energie te gebruiken als deze ruim beschikbaar is (bijvoorbeeld bij veel zon of wind) of juist te verminderen wanneer er weinig energie beschikbaar is. Alle gebruikers zullen hier in de toekomst mee te maken krijgen. En zij hebben een actieve rol in het succesvol laten slagen van deze uitdaging. Ook waterstof- en warmtesystemen hebben deze flexibiliteit nodig. Denk hierbij aan elektrolysers om voldoende waterstof te maken en de ondergrondse opslag van waterstof. Dit is geen verre toekomstmuziek voor 2050. Het is al realiteit in het energiesysteem van 2030.   

2. Tijdens transitie niet alles direct mogelijk

Netbeheerders investeren maximaal om de netten uit te breiden. Maar de vraag groeit sneller dan het aanbod. Onze bestaande netten lopen nu al tegen hun grenzen aan. Na grote bedrijven krijgen ook consumenten en het midden en kleinbedrijf (met een kleinverbruikaansluiting), vaker te maken met een elektriciteitsnet dat voller raakt. Dat betekent dat er prioriteiten moeten worden gesteld. We moeten bovendien accepteren dat niet álles op korte termijn mogelijk is. Dus energiebesparen blijft heel belangrijk. Én hoe dichter de opweklocatie is bij de plek waar de energie wordt gebruikt, hoe beter.

3. Er zijn keuzes nodig welke of op welke manier de energie-intensieve basisindustrie in klimaatneutraal Nederland van 2050 past

Het vestigingsklimaat, industriebeleid en maatwerkafspraken zijn van belang voor wat de energie-intensieve industrie doet: investeren en nieuwe processen implementeren óf (gedeeltelijk) uit Nederland vertrekken. Ruim 40% van de energievraag in Nederland komt van de energie-intensieve industrie. Daardoor is de keuze van de industrie zeer bepalend voor de ontwikkeling van het energiesysteem en de infrastructuur in het bijzonder. De netbeheerders zetten zich maximaal in om de infrastructuur die nodig is om CO2-reductie-doelstelling in 2030 te behalen te realiseren.  

Om een duurzaam energiesysteem te bereiken moeten we keuzes maken over de wie, de waar en de hoe(veel). Ook is spreiding van het gebruik van energie in tijd nodig. Door de schaarste op het net en de benodigde middelen om de energie-infrastructuur te ontwikkelen (tijd, ruimte, personeel, materiaal en financiering), is het belangrijk om een scherp inzicht te krijgen. 

Over II3050

“Deze scenario’s komen uit de meest uitgebreide studie die door netbeheerders wordt gedaan. Voor het rapport is met meer dan 100 partijen gesproken. Ik nodig daarom alle betrokkenen uit om de scenariostudie te gebruiken voor de eigen toekomststudies.” stelt Hans-Peter Oskam, directeur Beleid en Energietransitie van Netbeheer Nederland. “II3050 vormt de basis van onze investeringen in de komende jaren. Het schetst het ontwikkelpad van 2030 naar een klimaatneutraal 2050. Er is veel extra capaciteit nodig om met duurzame energie aan de toekomstige energievraag te voldoen.” 

“Wanneer we in Nederland in 2050 klimaatneutraal willen zijn, is daarnaast een belangrijke rol weggelegd voor alle sectoren die CO₂ uitstoten. Zoals landbouw, industrie, vlieg- en vrachtverkeer en de gebouwde omgeving. Zij moeten hun steentje bijdragen en eigen sectordoelstellingen op tijd behalen.” 

Dit tussenrapport biedt nog geen schets van de impact die de scenario’s hebben op de energie-infrastructuur. Eind 203 volgt de definitieve uitwerking van het rapport. In deze eindrapportage worden ook de impact op kosten, ruimte, menskracht en materiaal meegenomen.  

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Om klimaatverandering tegen te gaan moeten bedrijven verantwoordelijkheid nemen en hun CO2-uitstoot verminderen. Tegelijkertijd worden huidige labels voor klimaatbescherming opnieuw bekeken. ClimatePartner heeft zodoende met “ClimatePartner gecertificeerd” een nieuwe oplossing ontwikkeld die rekening houdt met deze eisen en met name de reductie van broeikasgassen.

Bedrijven die het nieuwe label van ClimatePartner willen gebruiken, moeten hun CO2-voetafdruk berekenen en deze regelmatig actualiseren. Op basis daarvan, ook als ze het label alleen voor een afzonderlijk product willen gebruiken, stellen ze reductiedoelen en implementeren ze reeds aantoonbaar reductiemaatregelen. Daarnaast moeten bedrijven een bijdrage leveren om mondiale klimaatmaatregelen te financieren. Het nieuwe label “ClimatePartner gecertificeerd ” staat voor bevestiging van en als symbool voor deze klimaatactie.  Het verwijst tevens via een QR-code naar een speciale klimaat-ID-website waar consumenten de klimaatinzet van het betreffende bedrijf volledig kunnen volgen. Met één klik worden reducties weergegeven en daarnaast worden doelstellingen die het bedrijf heeft gedefinieerd om een langdurige bijdrage aan klimaatbescherming te leveren getoond.

Moritz Lehmkuhl, oprichter en CEO van ClimatePartner legt uit: “Ons nieuwe label “ClimatePartner gecertificeerd ” stelt niet alleen hogere eisen aan de inzet voor klimaatbescherming, maar bevestigt ook dat deze voor de lange termijn geldt en onderdeel is van de bedrijfsstrategie. Dat is een belangrijke doorontwikkeling, omdat het niet meer gaat om een status quo als resultaat, maar om permanente reductie in combinatie met transparantie binnen de stappen op het gebied van klimaatactie van het bedrijf.”

Klimaatbeschermingsbijdrage voor afzonderlijke diensten, evenementen etc. blijft mogelijk

Omdat effectieve klimaatprojecten een onmisbare bijdrage aan mondiale klimaatmaatregelen blijven vormen, biedt ClimatePartner bedrijven die nog geen grote stappen hebben gezet binnen hun duurzaamheidsstrategie, of die niet kunnen voldoen aan de hogere eisen in de toekomst, de mogelijkheid deze te ondersteunen. Dit zijn doorgaans bedrijven die nog aan het begin van hun duurzaamheidstransitie staan, afzonderlijke projecten of eenmalige diensten zoals evenementen waarvoor geen reductiedoelen voor de lange termijn kunnen worden gedefinieerd. In deze gevallen kunnen gecertificeerde klimaatbeschermingsprojecten worden ondersteund die een bijdrage leveren aan de dringend benodigde investeringen voor de realisering van de 1,5 graden doelstelling. Deze vrijwillige inzet wordt aangeduid met het label “Financiële klimaatbijdrage”.

Centraal staat ook in dit geval maximale transparantie: “Wij hebben in het verleden gemerkt hoe belangrijk het is dat klimaatbescherming zichtbaar is en dat zowel bedrijven als consumenten zich hiermee bezighouden”, aldus Lehmkuhl. “Onze strategie om bedrijven te helpen hun inzet voor klimaatbescherming op een geloofwaardige manier te communiceren, zetten wij met onze huidige en reeds beproefde ID-tracking voort. Consumenten komen ook in dit geval via een website te weten welke klimaatbeschermingsprojecten worden ondersteund”.

Het huidige ClimatePartner-label “Klimaatneutraal” zal na een overgangsperiode worden uitgefaseerd en daarna niet meer gebruikt worden.

ClimatePartner biedt het antwoord op de behoefte aan overzichtelijke en transparante inzet voor klimaatbescherming door bedrijven

“ClimatePartner gecertificeerd” is een nieuw kwaliteitskeurmerk en een nieuwe mijlpaal binnen de inzet van bedrijven voor klimaatbescherming. Voor het nieuwe label heeft ClimatePartner daarom een garantiemerk gedeponeerd waarmee de inhoudelijke kwaliteit wordt bevestigd.

Meer informatie over het nieuwe label “ClimatePartner gecertificeerd ” vind je hier.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Royal A-ware maakt een ambitieuze nieuwe duurzaamheidsstrategie bekend. Het familiebedrijf committeert zich als eerste zuivelonderneming in de Benelux aan een FLAG doelstelling onder SBTi. Hiermee laat Royal A-ware zien aan de slag te gaan met het reduceren van de emissies van broeikasgassen in haar ketens. Het SBTi commitment is onderdeel van de vernieuwde duurzaamheidsstrategie van het familiebedrijf.

Efficiëntere en duurzamere ketens

Jan Anker, CEO Royal A-ware: ‘Als familiebedrijf denken wij niet in jaren, maar in generaties. Dat is ook het vertrekpunt van onze duurzaamheidsstrategie. Duurzaamheid is voor Royal A-ware duurzaam ondernemen in de keten, waarbij alle schakels blijvend voordeel hebben: melkveehouders kunnen blijven boeren, klanten blijven voor ons kiezen en medewerkers blijven zich thuis voelen en kunnen zich ontwikkelen. We organiseren onze ketens zodanig dat we én een
gezond familiebedrijf blijven én ons inzetten voor het verminderen van de impact op onze omgeving. Ons commitment aan de FLAG-doelstelling onder SBTi onderstreept onze serieuze ambities’.

Net zero ketens

Als onderdeel van het SBTi commitment streeft Royal A-ware naar net zero ketens. Net zero betekent voor Royal A-ware dat zij in 2050 de emissies van broeikasgassen in haar zuivelketen van koe tot verpakt product met minimaal 90% wil terugbrengen ten opzichte van 2021. De eventuele resterende emissies worden waar mogelijk gecompenseerd via vastlegging van koolstof in de bodem door de melkveehouders van Royal A-ware. Voor het overige deel verwacht het bedrijf dat de komende tijd innovaties en inzichten beschikbaar komen die ingezet kunnen worden.

Voedingswaarde zuivelproducten

Een doelstelling van Royal A-ware bij de verdere verduurzaming van de keten, is de productie van zuivelproducten met een zo hoog mogelijke voedingswaarde en tegelijkertijd een zo laag mogelijke impact van de productie op mens, dier en milieu. Royal A-ware zal hier in haar communicatie nadrukkelijk aandacht voor vragen. Zuivelproducten bevatten immers belangrijke bouwstenen voor de mens

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Wie op zoek is naar een veilig en duurzaam montagesysteem voor grote zonnepanelen, hoeft vanaf deze maand niet verder te zoeken. Met Sunbeam Supra installeer je in een handomdraai nu zelfs de grootste formaten zonnepanelen op het platte dak. Net als de andere montagesystemen van Sunbeam is Supra volledig CO2-neutraal. Sunbeam is daarin nog altijd uniek en won deze maand op de vakbeurs Solar Solutions International  de ‘Best Innovation Award’.

Sunbeam heeft onlangs Supra op de vakbeurs Solar Solutions International geïntroduceerd. Daar waren installateurs, EPC’ers, dealers, groothandels, projectontwikkelaars en gebruikers van
zonne-energie van harte welkom om zelf kennis te maken met Supra. Sunbeam vult met Supra een belangrijke behoefte in, want voor de nieuwe generatie grote zonnepanelen op het platte dak is nog altijd sprake van een minimaal aanbod aan montagesystemen. Sunbeam viel op Solar Solutions International meteen in de prijzen, want Supra werd bekroond met de Best Innovation Award van de beurs. Vooral het duurzame karakter van het ontwerp gaf daarin de doorslag.

Makkelijke en veilige montage

Met Sunbeam Supra zijn zelfs formaten tot 2500 mm lengte en 1310 mm breedte veilig, eenvoudig en volgens arbo-richtlijnen te installeren. De slimme constructie draagt de zware panelen al tijdens de installatie. Tijdens het vastschroeven draait het paneel via het gepatenteerde klemsysteem exact naar de juiste eindpositie. Alle klemmen zijn daarbij bereikbaar zonder over de panelen heen te hoeven hangen. Ook de kabels zijn dan veilig aan te sluiten. Daarnaast zorgt Supra voor het haaks leggen van het veld en een maatstok is niet meer nodig. De montage voldoet vanzelfsprekend aan de voorgeschreven installatiemethode van elke paneelfabrikant. Ook aan de logistiek van de installateur draagt Supra een steentje bij, dankzij compacte verpakkingen met weinig verpakkingsmateriaal.

Eerste CO2-neutrale montagesysteem voor grote zonnepanelen

Sunbeam Supra is meteen het eerste volledig CO2-neutrale montagesysteem voor grote zonnepanelen. Het systeem is ontworpen met slimme doorkoppelingen en kent een geoptimaliseerd materiaalgebruik. De gebruikte materialen zijn zo veel mogelijk van gerecyclede grondstoffen. Het resterende deel aan CO2-emissie is gecompenseerd. Sunbeam maakt dit mogelijk door maatregelen bij Sunbeam zelf, maar ook in de keten van toeleveranciers.

Over Sunbeam

Sunbeam is in 2011 opgericht en produceert innovatieve en duurzame montagesystemen voor zonnepanelen op platte en schuine daken. Gebruiksvriendelijkheid en veiligheid staan daarbij voorop. Sunbeam is overtuigd van maatschappelijk verantwoord ondernemen op elk gebied, bijvoorbeeld via assemblage door medewerkers in de sociale werkvoorziening en door diverse goede doelen te steunen. Bovendien zijn alle producten van Sunbeam al sinds 2020 volledig CO2-neutraal. Sunbeam is daarvoor gecertificeerd met de toonaangevende Climate Neutral Certification Standard. Sunbeam is in de markt nog steeds de enige aanbieder die volledig CO2-neutrale montagesystemen levert.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Het Climate Governance Initiative van het World Economic Forum (WEF) lanceert per direct Chapter Zero in Nederland, in navolging van vijftig andere landen. Alle Nederlandse commissarissen van bedrijven zijn uitgenodigd om zich hierbij aan te sluiten, met als doel hen te ondersteunen hun bedrijven te stimuleren ‘Paris proof’ te worden. De initiatiefnemers en oprichters van Chapter Zero Nederland zijn Deloitte, Baker McKenzie en de Rijksuniversiteit Groningen.

Chapter Zero is een community voor en door commissarissen en gaat uit van de acht principes voor Effective Climate Governance; just transition. Hieronder vallen onder meer strategische integratie,  accountability, diversiteit en contact met stakeholders. “Ons doel is om een grote gemeenschap van commissarissen op te bouwen die elkaar stimuleren en van elkaar leren”, zegt Gisella van Vollenhoven, President Chapter Zero Nederland. “We zien dat de urgentie rondom het klimaat groeit in de boardroom, maar dat de invulling als RvC-lid hier nog niet altijd goed op aansluit. Daarvoor kunnen we kennis van klimaatverandering en sector specifieke transities opbouwen en de geschikte instrumenten, zoals beloningssystemen, directieprofielen en -rapportages inzetten. Maar bovenal is het delen van succesvolle én onsuccesvolle praktische ervaringen essentieel.”

Veel aandacht voor lanceringsevenement

De officiële lancering van Chapter Zero Nederland ging gisteren gepaard met een evenement in het Koninkrijk Instituut van de Tropen (KIT) in Amsterdam. Hierbij waren dertig commissarissen, zes externe leiders uit de wetenschap, het bedrijfsleven en het maatschappelijk veld aanwezig. Ook prominente Nederlandse bestuurders woonden het evenement bij. Van Vollenhoven: “Ik waardeer het dat de Nederlandse politiek en samenleving aandacht schenken aan dit initiatief. Voor mij onderstreept dit de noodzaak van de oprichting en belang van commissarissen; ik kijk enorm uit naar de positieve verandering die we samen gaan bewerkstelligen.”

Klimaat op de agenda

Chapter Zero wil effectief climate on board krijgen. Hiervoor organiseert zij onder meer evenementen, webinars, ronde tafelsessies, workshops en trainingen. Hierbij bepalen commissarissen wat op de agenda staat. Van Vollenhoven: “We delen niet alleen relevante kennis en ervaringen, maar reiken ook de juiste tools aan zodat commissarissen de discussie op de juiste manier kunnen voeren. Zo stellen we hen in staat klimaatverantwoordelijkheid volwaardig in te vullen. Hierdoor kunnen ze maatregelen laten nemen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen die direct en indirect voortvloeien uit hun bedrijfsactiviteiten. Dit terwijl ze hun gezonde bedrijfsvoering continueren.”

Over Chapter Zero

Chapter Zero is een internationale organisatie opgericht vanuit het Climate Governance Initiative van het WEF en is een community van en voor commissarissen. In 2019 is het eerste chapter opgericht in het Verenigd Koninkrijk in samenwerking met de universiteit van Cambridge. Er zijn inmiddels meer dan twintig chapters actief in ruim vijftig landen en bijna 2.500 commissarissen hebben zich aangesloten bij Chapter Zero. De initiatiefnemers en oprichters van Chapter Zero Nederland zijn Deloitte, Baker McKenzie en de Rijksuniversiteit Groningen.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Een hoogtepunt van het grote event over zonne-energie de Sunday is de uitreiking van de award voor de Beste Bijdrage PV Nederland. De kanshebbers zijn Exasun, Woningstichting Nijkerk (WSN), Solarge en een consortium van TNO, TU/e, imec en TU Delft.

‘Innovation First. Zo kan de meerwaarde van de Sunday het beste worden samengevat’, aldus Robin Quax van TKI Urban Energy. ‘Er is geen ander evenement waar de belangrijkste Nederlandse innovators in zonne-energie elkaar ontmoeten, informeren en inspireren. Daarbij kiezen we bovendien voor een brede insteek. Het gaat niet alleen over “hardcore”-technologie, maar ook over toepassingen en marktontwikkelingen.’ Wijnand van Hooff, algemeen directeur van Holland Solar, sluit zich hierbij aan. ‘Op de Sunday krijg je een inkijkje in waar het in de sector naartoe gaat. Waaraan wordt op dit moment in laboratoria gewerkt en welke innovatieve producten en diensten kunnen we binnenkort verwachten? De Sunday staat altijd in het teken van een perspectief op de toekomst, en dat maakt het evenement uniek.’

Verrijking

De dertiende editie van de Sunday, het grootste eendaagse congres voor de zonne-energiesector in Nederland, vindt plaats op maandag 17 april 2023. Het congres in de ReeHorst te Ede wordt georganiseerd door Holland Solar, TKI Urban Energy, TNO, Solliance en NWO. Dit jaar kent het organiserend comité een nieuwe deelnemer: Rijkswaterstaat.

Quax: ‘Met het OER-programma onderzoekt Rijkswaterstaat de mogelijkheden om grootschalig energie op te kunnen wekken op Rijksgronden, en zo bij te dragen aan de Regionale Energiestrategieën (RES’en). Hierbij is het van belang om technische innovaties en marktinnovaties bij elkaar te brengen, zeker waar de locaties uitdagend zijn. De betrokkenheid van Rijkswaterstaat bij de Sunday is dus absoluut een verrijking.’

Kers op de taart

Op de Sunday 2023 wordt een award uitgereikt aan de partij die volgens de jury het afgelopen jaar de beste bijdrage aan de zonnestroomsector in Nederland heeft geleverd. Waar het congres draait om het delen van inhoudelijke kennis, vindt het organiserend comité het tevens van belang om een aantal partijen die zich onderscheiden – waaronder de winnaar – extra in het zonnetje te zetten. Van Hooff ziet dit als een kers op de taart; een award met grote toegevoegde waarde. Inmiddels zijn de genomineerden bepaald: Exasun, WSN, Solarge en een consortium van kennisinstituten TNO, TU/e, imec en TU/Delft.

Maatschappelijke betrokkenheid

Van Hooff: ‘In 2022 maakte WSN het mogelijk dat huishoudens die in energiearmoede leven toch gebruik kunnen maken van een zonne-energiesysteem. Daarmee reageert de woningstichting op een mooie en urgente wijze op problemen die ontstaan door de extreem hoge energieprijzen, maakt die een groot verschil voor deze huurders en laat ook heel duidelijk de meerwaarde van zonne-energie zien. Exasun onderscheidt zich als Nederlandse zonnepaneelfabrikant heel duidelijk door Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen een expliciet onderdeel van haar bedrijfsstrategie te laten zijn. Een voorbeeld hiervan is dat het bedrijf bewust ruimte in het personeelsbestand reserveert voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Ook hier gaan de energietransitie en maatschappelijke betrokkenheid dus hand in hand.’

Koploper

Een andere Nederlandse producent van zonnepanelen is Solarge. ‘Dat bedrijf laat zien dat er ook in Nederland een bloeiende toekomst is voor een zonne-energie-industrie’, aldus Quax. ‘Solarge schaalt momenteel flink op, met als unieke verkoopargumenten een lage milieu-impact van het productieproces en echt circulaire zonnepanelen. De vierde kanshebber op de Beste Bijdrage PV Nederland award is een samenwerkingsverband van TNO, TU/e, imec en TU Delft dat onder de vlag van Solliance een wereldrecordrendement realiseerde met een 4-terminal perovskiet-silicium-tandemzonnecel. Ze doorbraken de grens van 30 procent, en laten hiermee zien dat Nederland (en België) nog steeds een belangrijke rol speelt in het ontwikkelen van de zonnepanelen van de toekomst. Om te kunnen bepalen wie er uiteindelijk met de award naar huis gaat moet de jury natuurlijk appels met peren vergelijken, maar het is fantastisch dat we zoveel te kiezen hebben.’

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Verreweg de meeste Nederlanders vinden dat activisten een bedrijf of de directeur van een bedrijf mogen aanklagen. Goede redenen zijn: klimaatvervuiling, slecht werkgeverschap of het overtreden van de wet. Dat blijkt uit een nieuwe opiniepeiling van I&O Research.

Van de ondervraagden vindt 88% het (onder voorwaarden) acceptabel dat activisten een bedrijf aanklagen. 83% vindt dat activisten ook de directeur zelf mogen aanklagen.

Grote bedrijven hebben geen goede klimaatplannen

Deze opiniepeiling is gehouden aan de vooravond van een stormachtig aandeelhoudersseizoen. Vrijwilligers van Milieudefensie gaan juridisch onderzoek doen tijdens de aandeelhoudersvergaderingen van 20 bedrijven. Deze bedrijven zijn (met nog 9 andere bedrijven) doorgelicht in de KlimaatCrisis-Index. Daaruit bleek dat geen van geen van deze bedrijven een goed klimaatplan heeft.

Ook draagvlak voor klimaatactivisten flink gegroeid

Wat verder opvalt, is dat het draagvlak voor klimaatactivisten het afgelopen half jaar flink is gegroeid. Het aandeel Nederlanders dat stelt dat activisten doorgaans op hun steun kunnen rekenen, is sinds de zomer van 2022 gestegen van 14 tot 22%.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Om een beeld te krijgen van wat de 6 grootste Nederlandse industrieclusters doen om de klimaatdoelen te halen werd er begin dit jaar een enquête gehouden onder industriebedrijven. Doel was om in beeld te brengen hoe ver bedrijven zijn met hun klimaatbeleid richting 2030 en 2050 en welke belemmeringen zij zien voor hun transitie. De doelgroep bestond uit ETS-bedrijven en leden van industriebranches.

Klimaatplannen zijn er

Uit de quickscan wordt duidelijk dat de klimaatplannen er zijn. Op weg naar 2030 heeft 84% van de industriebedrijven inmiddels een helder en meetbaar reductiedoel voor het naar beneden brengen van de CO2-uitstoot (gemiddeld 55% CO2-reductie). Op weg naar 2050 heeft 62% ook al een reductiedoel (gemiddeld 96%). Meer dan tweederde (68%) van de deelnemers werkt de klimaatdoelen die ze zichzelf hebben opgelegd nu uit naar concrete investeringsplanen en 19% heeft de noodzakelijke investeringsplannen zelfs al afgerond. De bulk van de bedrijven (66%) verwacht de eerste resultaten van de investeringen komende jaren t/m 2025. 33% verwacht de eerste resultaten in ieder geval richting 2030.

De grootste barrières voor bedrijven

De grootste barrières voor de verduurzaming die de bedrijven in het onderzoek noemen zijn: vertraagde aanleg van nieuwe energie-infrastructuur (67%), trage vergunningverlening (59%), de afhankelijkheid van buitenlandse moederbedrijven voor de investeringsbeslissing (48%), technologie die (nog) niet beschikbaar is (41%), de hoge energieprijzen (34%) en de afhankelijkheid van derden (33%). Ook valt op dat andere landen (zoals de VS met de IRA, maar ook Duitsland) een been bijtrekken ten aanzien van het creëren van zeer aantrekkelijke omstandigheden om juist daar te investeren in verduurzaming. 21% van de ondervraagde bedrijven heeft tot slot moeite om de financiering van duurzame projecten rond te krijgen.

Voortgang verduurzaming

Met het onderzoek ontstaat een eerste beeld van waar de industrie staat met de verduurzaming. Doel is om het onderzoek komende jaren te blijven herhalen om de voortgang te laten zien en monitoren.

Quickscan geeft weer waar industrie staat met verduurzamen

Groene ladder

Om in beeld te brengen wat de zes grootste Nederlandse industrieclusters doen om de klimaatdoelen te halen reist VNO-NWC met een groene ladder langs de bedrijven ter plaatse en gaan ze in gesprek met bedrijven en lokale bestuurders over de voortgang.

In de nieuwe serie videoreportages leggen Cas König (Groningen Seaports), Tom van Aken (Avantum) en Maarten van Dijk (Skynrg) uit waar het Noord-Nederlandse industriecluster staat als het gaat om de verduurzaming. In de tweede reportage zijn we bij Chemelot in Zuid-Limburg waar we spreken met Loek Radix (Chemelot), Frank Kuijpers (Sabic) en Yvonne Salvino (gemeente Sittard-Geleen). In deel drie spreken we met ondernemingen en bestuurders uit de Rotterdamse regio van o.a. Neste (Michiel Veldhuizen), Shell (Roel Aretz) en de Provincie (Jeannette Baljeu). Komende weken volgen reportages uit Zeeland, het Noordzeekanaal gebied en uit het zogeheten zesde cluster met onder meer de papier-, voedingsmiddelen- en glasfabrikanten.

Noord-Nederlandse industriecluster 

Chemelot

Rotterdamse regio

Voortgang verduurzaming

Met het onderzoek ontstaat een eerste beeld van waar de industrie staat met de verduurzaming. VNO-NCW is van plan om dit onderzoek komende jaren te blijven herhalen om de voortgang te laten zien en monitoren. Op www.industrieaanbodaannederland.nl vindt u verder wekelijks voorbeelden van wat de industrie doet om te verduurzamen. Daar volgen ook de drie nieuwe reportages in de komende weken.

Deze week presenteerde het Kabinet ook het Nationaal Programma verduurzaming Industrie. Zie hier meer informatie daarover.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Ebusco, pionier en koploper in de ontwikkeling van elektrische bussen, laadsystemen en Energy Storage Solutions, kondigt vandaag aan dat het een contract heeft ontvangen van Zero Emission Services (ZES) voor de levering van 20 mobiele energiecontainers. De eerste 9 containers worden eind 2023 geleverd, terwijl de overige 11 containers uiterlijk in 2024 worden geleverd. De levering van de 11 containers kan worden versneld afhankelijk van de uitrol van ZES. 

Na een commerciële aanbesteding heeft ZES aan Ebusco een contract gegund voor zogenaamde ZESpacks. ZESpacks zijn specifiek ontwikkeld voor gebruik in (hybride) elektrische binnenschepen en dragen zo bij aan het recent genomen besluit van de Europese Commissie om de CO2-uitstoot in de maritieme sector tegen 2050 met 80% te verminderen. ZESpacks zijn een speciaal gebouwde oplossing die Ebusco aanbiedt op basis van zijn jarenlange ervaring met batterijen voor zwaar gebruik en batterij management systemen. Elke ZESpack kan in totaal 2,9 MWh energie opslaan, wat de totale capaciteit van deze bestelling op 58 MWh brengt.

Na levering van de ZESpacks zal ZES deze nieuwe units inzetten bij zowel bestaande als nieuw op te richten docking stations in heel Nederland. Wanneer de containers niet op een schip worden ingezet, kunnen ze worden gebruikt om het elektriciteitsnet in balans te houden. Het balanceren van vraag en aanbod van elektriciteit is essentieel om de veerkracht van het elektriciteitsnet te vergroten naarmate het aandeel van hernieuwbare energiebronnen, met een meer variabele output, toeneemt.

Bart Hoevenaars, CEO van Zero Emission Services licht toe: “In de afgelopen jaren hebben we veel ervaring opgedaan met onze eerste ZESpacks en docking station, met de aankoop van deze 20 ZESpacks gaan we nu voor een versnelde opschaling van onze innovatieve systeemoplossing voor de binnenvaart. Met Ebusco kiezen we voor een ervaren, slimme en Europese partner met duurzame en veilige LFP-batterijsystemen en samen zorgen we voor een positief effect op het klimaat en dragen we bij aan oplossingen voor de huidige uitdagingen op energiegebied.”

Peter Bijvelds, CEO van Ebusco licht toe: “We zijn verheugd om dit contract met ZES te tekenen na de uitgevoerde aanbesteding. We zien dit als een belangrijke stap voorwaarts in onze Energy Storage Systems business die we de afgelopen jaren gestaag hebben uitgebouwd. We zijn er trots op om samen met het ZES-team de binnenvaartsector te helpen zijn CO2-uitstoot te verminderen. Samen kunnen we een nog grotere impact maken op onze weg naar zero emissie transport!”

[ad_2]

Source link

Berichten paginering