[ad_1]

Cognizant kondigt vandaag een nieuwe bedrijfstak aan genaamd: Cognizant® Ocean. Deze nieuwe bedrijfstak helpt bedrijven in de maritieme industrie bij het toepassen van digitale technologieën, zoals AI en data-analyse. Het doel van Cognizant® Ocean is het verbeteren van de bedrijfsresultaten van bedrijven binnen deze sector, hun CO2-uitstoot te verminderen én uiteindelijk de oceanen koolstofvrij te maken.

Cognizant® Ocean stimuleert de duurzaamheid, efficiëntie en groei in de maritieme industrie. Deze brede industrie bevat een groot aantal sectoren die actief zijn in en rondom wateren wereldwijd, waaronder scheepvaart, zeetransport, offshore olie en gas, hernieuwbare energie, aquacultuur en de bescherming van de oceanen. Deze sectoren spelen een cruciale rol in de wereldeconomie en leveren diverse goederen en diensten, maar staan ook voor grote uitdagingen op het gebied van duurzaamheid, milieu-impact en klimaatverandering.

“Bedrijven die voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van een gezonde oceaan staan voor ongekende uitdagingen in deze industrie, zoals klimaatverandering en overexploitatie. We hebben Cognizant® Ocean opgericht om onze expertise in digitale transformatie te combineren met de dynamiek van de oceaanindustrie om oplossingen te leveren die tegelijkertijd de bedrijfsresultaten verbeteren en de CO2-uitstoot verminderen,” zegt Rob Walker, President van Global Growth Markets, Cognizant. “Samen met Cognizant® Ocean worden onze klanten veerkrachtiger en toekomstbestendiger, terwijl ze ook deel uitmaken van de oplossing voor een van de grootste problemen van de mensheid – de oceanen gezonder maken.”

Cognizant® Ocean richt zich op vier belangrijke sectoren: Blue Carbon, Blue Energy, Blue Transport en Blue Food:

  • Blue Carbon richt zich op het koolstofvrij maken van de oceanen. Het omvat de vermindering van uitstoot van broeikasgassen, het beperken van de gevolgen van klimaatverandering. Daarnaast bevordert het ook duurzaamheidsactiviteiten in de oceaanindustrieën.
  • Blue Energy verwijst naar het benutten van hernieuwbare oceaanenergie, zoals offshore wind, getijdenenergie en golfenergie.
  • Blue Transport richt zich op het ontwikkelen van efficiënte en duurzame transportoplossingen voor maritieme en kustactiviteiten en oceaanschepen.
  • Blue Food richt zich op het stimuleren van duurzame en verantwoorde activiteiten in aquacultuur en mariene voedselproductie.

Als onderdeel van de introductie van Cognizant® Ocean kondigt het bedrijf ook een nieuwe samenwerking aan. Deze samenwerking heeft als doel de CO2-uitstoot sneller te verminderen, om te beginnen in de Blue Food Industrie. Meer informatie over deze samenwerking is hier te vinden

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De helft van de Nederlandse consumenten (52%) maakt zich zorgen over de effecten van klimaatverandering in Nederland en vindt dat we in Nederland meer actie moeten ondernemen om klimaatverandering tegen te gaan (51%). De consument legt de bal daarvoor vooral bij bedrijven en overheid, en in mindere mate bij zichzelf. Net als vorig jaar laat de helft van de consumenten (53%) duurzaamheid meewegen bij de aanschaf van producten en diensten. Men verwacht dat bedrijven communiceren over hun duurzaamheidsinspanningen (54%) en hen informeren over het maken van duurzame keuzes (48%). Dat blijkt uit de tussentijdse rapportage van het langstlopende, jaarlijkse marktonderzoek over duurzaamheid in Nederland, de Monitor Merk & Maatschappij van b-open en MarketResponse.

Drastische maatregelen

De consument legt de bal vooral bij bedrijven en overheid, als het om acties gaat. Maar ervaart ook zelf een verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld voor het al dan niet aanschaffen van producten die maatschappelijke schade veroorzaken (69%).

Men staat open voor wat meer drastische maatregelen. Zo redeneert 49% dat de overheid producten moet verbieden die maatschappelijke schade veroorzaken; vindt men het belangrijk dat de CO2-uitstoot van producten of diensten wordt gecommuniceerd, bijvoorbeeld via de website of kassabon (45%); en is 38% voor een verbod op reclame voor fossiele producten. Ook activisme schuwt men niet: vier van de tien vinden dit nodig om bedrijven en overheid in beweging te krijgen.

Volgens Bart Brüggenwirth van b-open blijkt uit de tussenrapportage van de Monitor Merk & Maatschappij dat de consument vindt dat we alle zeilen moeten bijzetten. “Het is opvallend dat de urgentie wordt gevoeld door een vrij breed publiek en dat daar draagvlak is voor meer drastische maatregelen. De wil is er, maar eigen gedrag aanpassen blijft een uitdaging. Behalve een product dat inspeelt op een relevante behoefte verwacht de mainstream consument van bedrijven transparantie en concrete proposities die hen helpen duurzamer te leven. ”

Economische onzekerheid belemmert duurzamer gedrag

Het belang dat consumenten hechten aan de duurzaamheid van bedrijven neemt jaar na jaar langzaam toe. In 2013 gaf nog 68% aan dat ze de duurzaamheid en maatschappelijke rol van bedrijven belangrijk of zeer belangrijk vonden, dat is in tien jaar met 5 procentpunt gestegen. In diezelfde periode is het aantal mensen dat bij hun aankoop die aspecten laat meespelen, sneller gestegen. Van 30% in 2013 naar 53% nu, hoewel dat aandeel de laatste vier jaar op een vergelijkbaar niveau bleef. Gerrit Piksen van MarketResponse: “De aandacht voor duurzaamheid bij aankopen blijft de laatste paar jaren gelijk, terwijl men dus wel de noodzaak en het nut ziet van maatregelen om klimaatverandering te voorkomen. De consument laat zich kennelijk door financiële motieven en economische onzekerheid nog weerhouden om zijn eigen gedrag verder aan te passen. Ook in ander onderzoek, zoals het Klantvriendelijkste Bedrijf van Nederland, zien we dat de aandacht voor mens en maatschappij door de economische onzekerheid onder druk staat.”

Over de Monitor Merk & Maatschappij

De Monitor Merk & Maatschappij is een langstlopend, multiclient onderzoek van b-open en MarketResponse naar de maatschappelijke rol en duurzaamheid van merken in Nederland. Het onderzoek meet in het algemeen en voor diverse sectoren en merken de houding en perceptie van consumenten op dit gebied. Voor deze tussentijdse voorjaarsmeting van 2023 hebben we 1.000 Nederland representatief consumenten via een online vragenlijst gesproken.

Deze tussenrapportage is op te vragen bij MarketResponse. Geïnteresseerde bedrijven kunnen zich aanmelden om met hun merk deel te nemen aan de najaarsmeting of aan de sectorspecifieke onderzoeken (deep dives).

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Het Spaanse energiebedrijf Iberdrola wil groene ammoniak exporteren naar Nederland en als waterstof via het landelijke waterstofnetwerk van Gasunie aan haar Europese klanten leveren. Om deze groene waterstofketen van Spanje naar Nederland tot stand te brengen tekende het Spaanse energiebedrijf intentieverklaringen met Gasunie en ACE Terminal. Iberdrola zal daarbij groene ammoniak naar Nederland exporteren via de geplande ACE importterminal in de haven van Rotterdam en als groene waterstof transporteren via het Nederlandse landelijke waterstofnetwerk van Gasunie-dochter Hynetwork Services naar Europese klanten.

Iberdrola is naast Cepsa de tweede Spaanse energiekoploper waarmee de krachten worden gebundeld om de waterstofcorridor tussen het noorden en zuiden van Europa te realiseren via de importfaciliteiten van ACE Terminal in de Rotterdamse haven en het Nederlandse landelijke waterstofnetwerk. Bij ACE terminal zal groene ammoniak worden opgeslagen en geconverteerd naar waterstof, zodat het kan worden ingevoed in het landelijke netwerk van Hynetwork Services. Het landelijke waterstofnetwerk van Hynetwork Services verbindt de grote industriële regio’s in Nederland en omliggende landen, zoals Duitsland en België, met elkaar. Onderdeel van dit landelijk transportnet zijn ook verbindingen met grootschalige opslagfaciliteiten voor waterstof, binnenlandse productie en importterminals in de zeehavens.

De gezamenlijke verklaringen werden in het Spaanse Puertollano op de waterstofinstallatie van Iberdrola getekend in bijzijn van koning Willem-Alexander, de Spaanse koning Felipe en minister Rob Jetten voor Energie en Klimaat. Namens Hynetwork Services zette Helmie Botter, manager Business Development Hydrogen Gasunie, haar handtekening, De intentieverklaring werd door ACE Terminal getekend door de drie aandeelhouders: Gasunie Raad van Bestuurslid Ulco Vermeulen, CEO HES International Cees van Gent en namens Vopak Walter Moone, divisiedirecteur New Energies & LNG.

Minister Rob Jetten voor Energie en Klimaat: ‘Om te komen tot een klimaatneutraal energiesysteem en een duurzame industrie hebben Nederland en Europa grote waterstofambities. Internationale samenwerking is essentieel om de waterstofmarkt en de infrastructuur die daarbij nodig is te ontwikkelen. Binnen de EU heeft Spanje enorm veel kansen en is dan ook één van onze belangrijkste waterstofpartners. Uiteindelijk zijn het de bedrijven die het echt moeten gaan doen. Belangrijk dat dat nu al gebeurt en dat Nederlandse en Spaanse bedrijven afspraken met elkaar maken over de levering van groene waterstof.’

Ulco Vermeulen, Raad van Bestuur Gasunie: ‘Nederland is uniek gepositioneerd om met waterstof de toegangspoort voor Noordwest Europa te worden. Met de Noordzee, de zeehavens als logistieke importhubs, grote industrieclusters én het beschikbare verfijnde landelijke waterstoftransportnetwerk, zijn alle ingrediënten aanwezig. Gasunie draagt op het gebied van grootschalige import, transport en opslag graag bij aan de realisatie van deze internationale waterstofketen.’

Egbert Vrijen, projectdirecteur ACE Terminal: ‘We zijn verheugd dat Iberdrola onze open access terminal heeft gekozen voor de ontvangst, opslag en distributie van ammoniak als drager van groene waterstof. Na de eerder gesloten intentieverklaring met het Spaanse Cepsa voor de aanlevering van groene ammoniak, zetten we samen met Iberdrola een nieuwe stap in het tot stand brengen van de waterstofketen tussen Spanje en Nederland’.

Foto: Ulco Vermeulen (Gasunie), Cees van Gent (HES International), Jorge Palomar Herrero (Iberdrola), Helmie Botter (Hynetwork Services) & Walter Moone (Vopak).  Achtergrond: Minister Energie & Klimaat Rob Jetten, Ignacia Galán (CEO Iberdrola) & Koning Willem-Alexander

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Bedrijven die klimaatvriendelijk ondernemen hebben meer kans op een opdracht van Waterschap Noorderzijlvest. Het waterschap gebruikt bij aanbestedingen de CO2-prestatieladder. Wie voor minder CO2 in de lucht zorgt, ontvangt meer punten. Dit helpt bij het krijgen van de opdracht. Zelf is Noorderzijlvest ook gecertificeerd voor de CO2-prestatieladder.

CO2-prestatieladder

De CO2-prestatieladder is een hulpmiddel dat bedrijven en overheden helpt bij het verminderen van CO2-uitstoot. Noorderzijlvest heeft niveau 3 op de prestatieladder. Het waterschap zorgt dat er minder CO2 vrijkomt bij werkzaamheden binnen de eigen organisatie. Er is bijvoorbeeld inzicht in het energiebeleid en besparende maatregelen. Voorbeelden hiervan zijn gebruik van zonnepanelen en elektrische machines, het duurzaam maken van gebouwen en het gebruiken van zuinige pompen.

Duurzaam werken in hele keten

Bas Tammes, secretaris-directeur van Waterschap Noorderzijlvest: “We streven ernaar om in 2035 klimaatneutraal te zijn. Dit betekent dat we dan geen CO2 meer uitstoten bij ons werk. We willen ook dat bedrijven met wie we samenwerken hun uitstoot verminderen. Dat is goed voor ons en voor de hele sector, die zich hiermee kan verbeteren.”
Waterschap Noorderzijlvest zet de ladder in als gunningscriterium bij aanbestedingen van werken boven de 150.000 euro. Daarnaast onderzoekt het waterschap ook voor aanbestedingen van leveringen en diensten boven de 50.000 euro of de CO2-prestatieladder een geschikte voorwaarde voor gunning is.

Gunningsvoordeel

Alle overheden gaan zich certificeren voor de prestatieladder, ook gemeenten en provincies. Dit biedt de mogelijkheid om er bij aanbestedingen voor te zorgen dat aanbieders duurzamer werken. Bedrijven kunnen op vijf niveaus op de ladder hun uitstoot verminderen. Aanbieders die zorgen voor minder CO2-uitstoot bij hun taken en activiteiten (niveau 3) krijgen een gunningsvoordeel. Het waterschap geeft extra punten aan aanbieders op niveau 4 of 5. Deze bedrijven dragen ook bij aan duurzaamheid binnen de keten.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Het aardgasverbruik in de voedingsindustrie daalt niet. Daar zal verandering in moeten komen omdat de overheid nadrukkelijk aanstuurt op elektrificatie als belangrijk middel om de CO2 uitstoot te verlagen. Voedingsproducenten die daar niet op anticiperen zien hun energierekening de komende jaren oplopen door hogere marktprijzen en stijgende belastingen op gas. Verslechtering van hun concurrentiepositie ligt dan op de loer. In de praktijk wringt de energietransitie voor de voedingssector: lange terugverdientijden en netcongestie beperken de speelruimte voor ingrijpende verduurzamingsstappen. Daardoor bestaat het gevaar dat bedrijven zich vooral richten op besparen en minder op duurzame transitie. Aangezien de voedingsindustrie tot aan 2030 jaarlijks naar verwachting 2 miljard euro in machines & installaties en gebouwen investeert, liggen er wel veel kansen om verduurzamingsslagen te maken. Dit stelt ING Research in twee artikelen over verduurzaming van productieprocessen en het wegtransport in de voedingssector.

Hogere energieprijzen maar nog geen daling van het gasverbruik

Aardgas levert bijna 75% van de benodigde energie in de voedingsindustrie. Er is continue warmte nodig, bijvoorbeeld om brood te bakken, vleeswaren te koken of zuivel te pasteuriseren. Ondanks de sterke stijging van de energieprijzen is het gasverbruik in de sector niet afgenomen. Uit cijfers van het CBS blijkt dat het aardgasverbruik in 2023 in lijn ligt met eerdere jaren, terwijl de productie nagenoeg gelijk is. De mogelijkheden om op korte termijn minder gas te gebruiken blijken beperkt. De vraag naar voeding is constant, het kost tijd voordat investeringen in besparende maatregelen zijn doorgevoerd en bedrijven hebben moeite om productieprocessen te elektrificeren. Daarnaast zorgden verhogingen van afzetprijzen tot minder noodzaak om te reduceren. Ondertussen gaat de vergroening van de stroomvraag wel stap voor stap door, al betreft dat een veel kleiner deel van het energieverbruik. Het aantal bedrijven met zonnepanelen groeit en op momenten dat de zon schijnt kan de sector in een groter deel van de eigen stroomvraag voorzien.

Ceel Elemans, ING Sectorbanker Food & Agri: “Zonneprojecten bij grotere voedingsbedrijven bestaan vaak uit zo’n 2.000 tot 3.000 panelen. Maar zelfs als ieder groter bedrijf zonnepanelen heeft, is dat niet toereikend om in de huidige stroombehoefte van de sector te voorzien.”

Speelruimte voor ingrijpende verduurzamingsstappen begrensd.

De techniek om productieprocessen in de voedingsindustrie te verduurzamen is vaak voorhanden, maar bedrijven lopen nog tegen een reeks van obstakels aan. De omvang van de benodigde investeringen en netcongestie zijn de twee belangrijkste. Op veel plekken in Nederland zijn de mogelijkheden voor een zwaardere stroomaansluiting beperkt waardoor elektrificatie van productieprocessen stokt. Aanpassingen in die processen luisteren ook nauw omdat veel voedingsproducenten 24/7 produceren. Daarnaast prefereren bedrijven investeringen die zich in een aantal jaar terugverdienen terwijl de terugverdientijd bij grote verduurzamingsinvesteringen vaak langer is.

Ceel Elemans, ING Sectorbanker Food & Agri: “Netcongestie en hogere energiekosten betekenen dat bedrijven op de korte termijn meer zullen kijken naar waar ze nog kunnen besparen en naar wat er binnen hun bestaande aansluiting mogelijk is.”

Hogere kosten voor energie geen tijdelijk fenomeen

De piek in de energieprijzen medio 2022 leidde tot hogere kosten voor voedingsproducenten die dat doorberekenden aan supermarkten. Daarmee lag het mede ten grondslag aan de sterke stijging van de prijzen voor boodschappen. Daarnaast spelen er in de komende jaren echter meer veranderingen. Berekeningen van ING Research laten zien dat voedingsbedrijven door hogere energieprijzen en geplande stijging van de belastingen op gas richting 2030 meer kwijt zijn aan energie dan voor 2022. Bij bedrijven die daar niet op anticiperen blijft energie een groter deel van hun kosten uitmaken wat uiteindelijk nadelig uitpakt voor hun concurrentiepositie.

Investeringspotentieel optimaal benutten

De voedingsindustrie investeert naar verwachting tussen nu en 2030 jaarlijks 2 miljard euro in vervanging van machines en installaties, uitbreiding van productieprocessen en nieuwbouw en renovatie van gebouwen. In principe zal iedere nieuwe machine en installatie zuiniger en efficiënter zijn dan zijn voorganger. Voor de snelheid van de energietransitie maakt het echter veel uit of een nieuwe industriële stoomketel of oven op gas werkt of elektrisch is. Die beslissing zal ook sterk samenhangen met toekomstige wettelijke verplichtingen en beschikbaarheid van subsidies. In de huidige praktijk zijn er nauwelijks projecten met zonnepanelen, warmtepompen of elektrische boilers in de voedingsindustrie die zonder subsidie tot stand komen.

Ceel Elemans, ING Sectorbanker Food & Agri: “Voor voedingsbedrijven is het zaak om te anticiperen op veranderingen in het energiesysteem en op toekomstige beleid. Bedrijven met koel- en vriescellen kunnen bijvoorbeeld meer stroom afnemen voor hun koelingen op momenten dat er veel aanbod is om zo het net te ontlasten. Terwijl een bakkerij kan investeren in gasovens die om te bouwen zijn naar elektriciteit.”

Foto: Eriks

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Op Chemelot wil Uniper een fabriek ontwikkelen voor de productie van syngas. Dit  duurzame gas kan aardgas vervangen in chemische productieprocessen. Via een  schaalbaar proces wordt biomassa getorrificeerd en vervolgens omgezet in syngas. Dit  proces produceert biogeen CO2, dat wordt gebruikt om duurzame chemicaliën te  produceren. Hierdoor wordt syngas een belangrijk element in de groene productie van  onder andere kunststoffen, meststoffen en farmaceutische producten. 

Het project bevindt zich nu in de vroege ontwikkelingsfase met als mogelijk doel een  eerste operationele fase in 2027/2028. De fabriek zou dan in de daaropvolgende jaren  kunnen worden opgeschaald.  

Het doel van Uniper is om een belangrijke bijdrage te leveren aan de verduurzaming  van de industrie en tegelijkertijd de leveringszekerheid van groene energie te  waarborgen. Groen gas en elektrificatie zijn mogelijke routes om chemische  productieprocessen te verduurzamen. De aanleg van de waterstof backbone voor  Chemelot staat echter gepland voor na 2028 en de uitbreiding van het elektriciteitsnet  op Chemelot voor na 2030. In de tussentijd overweegt Uniper om syngas uit  getorrificeerde biomassa te gebruiken om de chemische productie duurzamer te  maken.  

In 2035 wil Uniper dat zijn Europese portfolio CO2-neutraal is. Uniper wil helpen om  hetzelfde tempo mogelijk te maken voor zijn klanten. Naast de syngasfabriek op  Chemelot ontwikkelt Uniper ook een 200-500 MW elektrolyser voor groene waterstof op  de Maasvlakte in Nederland.  

Uniper SE Chief Operating Officer (COO) Holger Kreetz: “Dit project is een uitstekend  voorbeeld van de betrokkenheid van Uniper bij haar activiteiten in Nederland en bij de  decarbonisatie van moeilijk te reduceren industrieën zoals de chemische industrie hier op Chemelot. Dit maakt deel uit van onze bredere decarbonisatie-activiteiten in heel  Europa en op de Maasvlakte, waar we momenteel een FEED-studie uitvoeren voor 100  – 500 MW aan groene waterstofproductie.” 

Chemelot Executive Director Loek Radix is zeer blij met het voornemen van Uniper.  “Chemelot heeft de ambitie om de meest duurzame chemiesite van Europa te zijn  gebruik makend van de sterke integratie van de site. Zo snel als mogelijk willen we  onze fossiele grondstofstromen bestaande uit aardgas en nafta vervangen door  hernieuwbare grondstoffen en volledig circulair gaan produceren. In dat opzicht past de  syngas centrale van Uniper perfect in de strategie van Chemelot.

Foto: Chemelot

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Vanaf vandaag krijgen hotelgasten in diverse hotels de optie om de dagelijkse kamerschoonmaak over te slaan dankzij de WhatsApp-service van Lacoly. In ruil hiervoor plant het hotel een boom via het in 2021 opgerichte Hotels for Trees.

Oprichter en Chief Tree Planting Officers Floris Licht: “Ik ben enorm trots op de verdere professionaliseringsslag van ons impactvolle initiatief. Voorheen gaven gasten tijdens hun verblijf onder andere door middel van een deurhanger aan de dagelijkse kamerschoonmaak over te willen slaan. Door de inzet van Lacoly kunnen gasten dit nu voorafgaand aan of tijdens hun meerdaagse verblijf doorgeven via WhatsApp. Dit is een win-win, zowel voor hotels als voor gasten. Zo werken hotels met een efficiëntere schoonmaakplanning en wordt het voor hotelgasten eenvoudiger om duurzame keuzes te maken.” De WhatsApp-service is per direct beschikbaar voor de reeds aangesloten en nieuwe partnerhotels van Hotels for Trees.

Via WhatsApp bomen planten in plaats van kamerschoonmaak

De hotelbranche kan nog laagdrempeliger impact maken met de nieuwe WhatsApp-service van Lacoly. Hotels for Trees heeft vorig jaar 75.000 bomen kunnen planten door de gast de keuze voor te leggen om de kamerschoonmaak over te slaan. Floris Licht: “We hebben als doel om vanaf 2025 meer dan 1 miljoen bomen per jaar te planten. We kijken daarbij continu naar hoe we meer gasten op een betere manier kunnen bereiken. WhatsApp is daar een ideaal communicatieplatform voor.”

Duurzame stappen via digitale keuzeknoppen

Sinds de introductie van Lacoly afgelopen jaar ontvangen duizenden gasten dagelijks informatie over hun verblijf via WhatsApp. Dit gebeurt in de meeste gevallen voorafgaand aan hun verblijf waardoor de gast zich rustig kan inlezen en de mogelijkheid heeft het verblijf nog aangenamer te maken. Dirk Taselaar, oprichter Lacoly: “Met WhatsApp delen we informatie over het verblijf, kunnen we interessante aanbiedingen doen en bieden we hotelgasten vanaf nu dus ook aan om duurzame keuzes te laten maken. Ik ben erg blij met de nieuwe samenwerking die we aangaan met Hotels for Trees. Ik merk dat er nog veel stappen te zetten zijn om de hotelbranche verder te verduurzamen. Het is mooi dat we hier vanuit Lacoly een waardevolle bijdrage aan kunnen leveren.”

Over Hotels for Trees

Hotels for Trees is met hulp van Founding Partner Blycolin in juli 2021 gestart. Het is een stichting met ANBI status, hetgeen betekent dat donaties aan de stichting belasting aftrekbaar zijn. De stichting wordt aangestuurd door een bestuur, overzien door een Raad van Toezicht en heeft geen winstoogmerk. Alle donaties worden uitgegeven aan bebossingsprojecten van samenwerkingspartner Trees for All of aangewend voor het runnen en verder laten groeien van de stichting. De lange termijn ambitie van de stichting is om vanaf 2015 minstens 1 miljoen bomen per jaar te planten.

Over Lacoly

Sinds begin 2022 verzorgt Lacoly met hun WhatsApp-service gepersonaliseerde communicatie tussen hotels en hotelgasten. Hotels sturen met Lacoly proactief WhatsApp-berichten naar de gasten waaraan keuzeknoppen zijn toegevoegd. De gast kan met gebruik van deze keuzeknoppen doorklikken naar de voor hem/haar relevante informatie. Lacoly won dit jaar twee awards (Horecava Innovation Award & Independent Hotel Show Partnership Award) en is inmiddels internationaal actief.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De technologische mogelijkheden zijn beperkt. Dat concludeert milieuorganisatie Natuur & Milieu op basis van nieuw onderzoek van Ecorys. Het onderzoeksbureau vergeleek en beoordeelde zes verschillende methodes om CO2 uit de lucht te halen. CO2-verwijdering is nodig om binnen de anderhalve graad opwarming van de aarde te blijven. De methodes zijn deels van natuurlijke aard, zoals het planten van bos of andere landbouwtechnieken, en er zijn technische opties.

‘Politieke partijen en bedrijven zien CO2-verwijdering met behulp van technologie vaak als kans om het klimaatprobleem op te lossen. Dit onderzoek laat zien hoe belangrijk het is om deze technologische oplossingen niet te overschatten en juist in te zetten op natuurlijke methodes’, stelt Natuur & Milieu. ‘De beperkte ruimte en grondstoffen in ons land vereisen slimme keuzes en stevige regie vanuit de overheid.’

Om gevaarlijke klimaatverandering te stoppen moeten we de CO2-concentratie in de atmosfeer verminderen. De belangrijkste manier om dit te doen is afscheid nemen van fossiele brandstoffen. Omdat ook in een volledig duurzame samenleving bepaalde activiteiten nog steeds broeikasgassen uitstoten, denk aan de methaanuitstoot van koeien, is het ook nodig om CO2 uit te lucht te halen. Omdat er nog weinig bekend is over de effecten van de methodes die hiervoor beschikbaar zijn, specifiek in de Nederlandse context, heeft Natuur & Milieu onderzoek laten doen.

Onderzoek

Ecorys heeft de zes best toepasbare methodes onderzocht. De onderzoekers keken naar technologische oplossingen en natuurlijke methodes. Technische opties zijn onder andere het verbranden van biomassa in energiecentrales en afvalverbrandingsinstallaties, waarna de CO2 onder de grond wordt gestopt (BECCS). Maar ook het verkolen van biomassa of het kunstmatig laten verweren van mineralen. Natuurlijke methodes zijn het vastleggen van CO2 in bossen, bodem, diepzee en in kustgebieden. Ecorys keek onder andere naar kosten, benodigde ruimte, verbruik van grondstoffen en de geschiktheid van de techniek in een duurzame economie.

“Het grotere plaatje van grondstoffengebruik, landgebruik en de effecten op natuur en op de leefomgeving zijn ook van belang. Niet alleen de CO2-tonnenjacht. Al deze factoren moeten een rol spelen bij de toekomstige keuzes voor bepaalde methodes.” – Michèlle Prins, Programmaleider Industrie

Inzetten op bewezen technieken

Aan alle methodes kleven voor- en nadelen. Groot nadeel van de technologische oplossingen is dat de benodigde techniek in de kinderschoenen staat. Voor een methode als BECCS is daarnaast een grote hoeveelheid biomassa nodig, die Nederland niet tot zijn beschikking heeft. De natuurlijke oplossingen zijn daarentegen juist wel bewezen effectief. De CO2-opslag is onderdeel van het natuurlijke systeem. Daarnaast bieden ze voordelen voor biodiversiteit en de leefomgeving. Uitdaging bij deze methodes is dat er een nijpend tekort is aan ruimte in Nederland. Toch zijn er wel degelijk mogelijkheden, zegt Michèlle Prins van Natuur & Milieu. ‘Een kustgebied beplanten met zeegras kost geen extra ruimte. Landbouwgrond kan veel meer CO2 opslaan als de bodem minder intensief wordt bewerkt. Gewassen als haver en klaver staan bekend om het vastleggen van grote hoeveelheden CO2. Op die manier kun je al veel bereiken’, aldus Prins. Ook de Europese Commissie en een VN expert-commissie adviseren om vooral in te zetten op natuurlijke methodes, vanwege alle positieve bijeffecten zoals biodiversiteit.

Toepassing BECCS risicovol

De milieuorganisatie is uiterst kritisch op de techniek BECCS, het verbranden van biomassa in energiecentrales in combinatie met CO2-opslag. ‘Op papier veelbelovend, maar in de praktijk discutabel’, concludeert Prins. ‘Er draait nergens ter wereld een centrale die de BECCS-technologie effectief toepast, dus hoe zou Nederland dit op korte termijn wél voor elkaar kunnen krijgen? Bovendien is er een wedloop gaande op biomassa door verschillende sectoren. Nog een kaper op de kust wordt problematisch. We moeten er juist voor zorgen dat bestaande bossen intact blijven en niet degraderen door de oogst van biomassa.’

Oproep aan minister Jetten

Natuur & Milieu verzoekt minister Jetten om met een aparte doelstelling voor CO2-verwijdering te komen, die losstaat van de doelstelling voor CO2-reductie. Dit is belangrijk om te voorkomen dat CO2-verwijdering de inzet op CO2-reductie vertraagt. Met CO 2 -reductie pak je het probleem immers bij de bron aan. Het potentieel van CO2-verwijdering is bovendien nog heel onzeker. Natuur & Milieu roept Jetten op om beleid te ontwikkelen dat heldere principes stelt over de inzet van de verschillende methodes voor CO2-verwijdering. ‘Het grotere plaatje van grondstoffengebruik, landgebruik en de effecten op natuur en op de leefomgeving zijn ook van belang. Niet alleen de CO2-tonnenjacht. Al deze factoren moeten een rol spelen bij de toekomstige keuzes voor bepaalde methodes’, aldus de milieuorganisatie.

Aanbevelingen Natuur & Milieu, op basis van rapport Ecorys
Factsheet BECCS, Natuur & Milieu

[ad_2]

Source link

[ad_1]

GroenLeven heeft het drijvende zonnepark bij Oudehaske vergroot en gisteren, 6 juni, officieel geopend. Naast het bestaande drijvende park, ruim 17.000 zonnepanelen, is een zonnepark geïnstalleerd dat bestaat uit 39.000 drijvende zonnepanelen. Gezamenlijk leveren deze drijvende parken voldoende stroom voor zo’n 9.000 huishoudens.

“De locatie hier vlakbij Oudehaske en Heerenveen leent zich uitstekend voor een drijvend zonnepark”, aldus Joash Wijbenga, bij GroenLeven verantwoordelijk voor de realisatie van dit unieke project. “Het zonnepark is gelegen op een oude zandwinput tussen de vuilnisbelt en de snelweg A7. Met deze ruimte gebeurt al jaren niets. Een goed voorbeeld van multifunctioneel ruimtegebruik.”

De gemeente Heerenveen zet met de uitbreiding van het zonnepark een belangrijke stap in haar duurzame ambities. Jelle Zoetendal, wethouder gemeente Heerenveen: “Met een drijvend zonnepark als dit, wat energie levert voor zo’n 9.000 huishoudens, zetten we als gemeente mooie stappen in het realiseren van onze duurzaamheidsambities.”

Ecologie

GroenLeven maakt gebruik van een uniek eigen drijvend zonne-energiesysteem. De zonnepanelen worden niet op het water geplaatst, maar erboven op speciale zonnebootjes. Dit creëert licht- en luchtstraten, zodat licht en lucht het water kunnen blijven raken. Ook de transformatorhuizen drijven. Hierdoor gaat er maar één elektriciteitskabel naar het land, waardoor er minimale belasting is in de vaak ecologisch rijke oevers van zandwinplassen. Daar kunnen vogels nestelen, otters jagen en vleermuizensoorten worden aangetroffen. Ook de verankering is daarop ingericht, doordat dit gebeurt in de bodem van de plas en niet in de oevers. In deze zandwinningsplas gaat de verankering tot wel 25 meter diepte.

Elektriciteitsnet

Joash Wijbenga: “Een voordeel is dat het zonnepark praktisch naast het hoogspanningsstation van Tennet ligt, waardoor we geen lange kabels hoeven te graven om het park aan te sluiten op het stroomnet. Het drijvende park is verder aangelegd in een zogenaamde oost-west-opstelling, met panelen gericht naar het oosten en naar het westen. Hierdoor realiseren we een gelijkmatige opwek van zonne-energie en minder hoge pieken rond het middaguur. Dat is beter voor de belasting van het elektriciteitsnetwerk.”

Multifunctioneel ruimtegebruik

“Nederland is een klein land”, aldus Peter Paul Weeda, CEO GroenLeven. “Multifunctioneel ruimtegebruik is dan ook essentieel. Met GroenLeven tonen we wat er allemaal mogelijk is met zonnepanelen: op grote daken, als carport, boven fruit, op een luchthaven en dus ook drijvende zonneparken. Nederland is door GroenLeven met drijvende zonne-energie koploper in Europa. Zo drijven er meer dan een half miljoen GroenLeven-zonnepanelen in Nederlandse zandwinplassen. Daar ben ik ontzettend trots op. Ook op dit geweldige zonnepark in Oudehaske. Het laat zien dat opwek van duurzame energie hand in hand kan gaan met natuur en ecologie.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Eneco investeert in een groot batterijproject in Wallonië. Met de installatie van een batterij met 50 MW/200 MWh aan opslagcapaciteit kan duurzaam opgewekte elektriciteit efficiënter worden ingezet om het elektriciteitsnet van België te balanceren. De vergunning is verkregen, de batterij besteld en de voorbereidende werkzaamheden worden nu uitgevoerd om het project eind 2024 operationeel te hebben. De batterijcentrale in Ville-sur-Haine in Wallonië zal volledig in eigen beheer zijn.

Het Battery Energy Storage System (BESS) bestaat uit 53 Megapack opslagunits van Tesla, met 50 MW/200 MWh aan opslag. De batterijcentrale kan gedurende 4 uur stroom leveren aan het elektriciteitsnet. Een groeiend aantal windmolens en zonnepanelen neemt een groot deel van de stroomproductie van bestaande fossiele energiecentrales over. Er is echter niet altijd elektriciteit vanuit wind en zon, de vraag is maar deels stuurbaar en daarom is het belangrijk om flexibele opslag te hebben. Zo wordt het mogelijk om (reserve)capaciteit aan te bieden wanneer het nodig is om het stroomnet in balans houden. In samenwerking met de Belgische hoogspanningsnetbeheerder Elia zorgt de batterij ervoor dat de steeds toenemende volumes aan variabele zon- en windenergie op een efficiënte manier kunnen worden ingezet en net elektriciteitsnet in balans blijft.

“We versterken onze activiteiten op het gebied van duurzame energie om zo bij te dragen aan minder CO2-uitstoot. Daarbij is energieopslag van groot belang om de fluctuaties van duurzame energie op te vangen. Dit project is voor ons een belangrijke stap op weg naar een CO2-neutraal energiesysteem in 2035.”, aldus Tine Deheegher, manager Renewable Energy Solutions bij Eneco.

Het batterijproject is een nieuwe stap in de investeringen van Eneco in de transitie in België naar een volledig duurzaam energiesysteem. Met 128 windturbines op land, deelnemingen in de 2 grootste offshore windparken van België en bijna 400.000 zonnepanelen is het de grootste groene en de groenste grote energiebedrijf van het land. Door volop in te zetten op batterijopslag levert Eneco een bijdrage aan een toekomstbestendig, betrouwbaar en betaalbaar energiesysteem in België.

Met dit project zet Eneco een nieuwe stap naar een volledig duurzaam energiesysteem in België en wordt er invulling gegeven aan het One Planet Plan met als ambitie om in 2035 volledig klimaatneutraal te zijn. Batterijen spelen een belangrijke rol in het realiseren van deze ambitie en het doel is om er nog meer te ontwikkelen. Op dit moment blijven de investeringen in batterijprojecten in Nederland nog wel achter ten opzichte van de omringende landen. Uit het jaarlijkse rapport over leveringszekerheid van TenneT blijkt dat er tenminste 10 GW aan batterijen nodig is in 2030 en op dit moment is er in Nederland maar 0,3 GW opgesteld vermogen gerealiseerd. We roepen de Nederlandse overheid op om te leren van het beleid in België en Duitsland zodat Nederland in 2035 daadwerkelijk een klimaatneutrale elektriciteitsvoorziening kan bereiken.

[ad_2]

Source link

Berichten paginering