[ad_1]

80 grote merken in Nederland voldoen niet aan de belangrijkste verwachtingen van consumenten. Om relevant te blijven moeten merken meer laten zien wat ze daadwerkelijk doen voor onze samenleving en het klimaat. Dit blijkt uit het vandaag gepresenteerde Authenticity Gap-onderzoek van Omnicom PR Group onder 1000 Nederlandse geïnformeerde consumenten*.

Ook komt uit dit onderzoek naar voren dat:

  • negentig procent van de 80 onderzochte organisaties in Nederland niet voldoet aan de verwachtingen van consumenten als het gaat om duurzaamheid. De verwachtingen van de Nederlandse consument over duurzaamheid zijn ook fors hoger dan in het Verenigd Koninkrijk (75%) of Duitsland (68%);
  • 65% van de Nederlandse consumenten vindt dat organisaties moeten laten zien wat ze doen voor de samenleving en het klimaat;
  • Nederlandse consumenten het vooral belangrijk vinden dat organisaties zorgen voor de beveiliging van (hun) data en dataprivacy.

Zorgvuldiger omgaan met data door bedrijven

Consumenten maken zich serieus zorgen over de toenemende digitalisering van de samenleving en de kwetsbaarheden die dat met zich meebrengt. 93% van de Nederlanders is (zeer) bezorgd over hoe bedrijven en andere organisaties omgaan met de veiligheid van data en dataprivacy:

  • 86% van de consumenten verwacht dat organisaties beschikken over goede databeveiliging en andere manieren om consumenten te beschermen die verder gaan dan de geldende regelgeving;
  • 84 procent van de consumenten zegt dat de onzekerheid over hun privacy zorgt dat ze minder vaak gebruikmaken van diensten van bedrijven die data van klanten inzetten;
  • meer dan driekwart (77%) van de consumenten vindt dat bedrijven niet genoeg opkomen voor hun belangen bij datasecuritybedreigingen.

Actuelere zorgen dan over fake news of LGBTQ-rechten

De belangrijkste onderwerpen waar Nederland zich op dit moment zorgen over maakt, zijn de gezondheidszorg, toegang tot onderwijs, armoede en geweld tegen vrouwen. Deze thema’s zijn nu belangrijker voor de Nederlandse consument dan bijvoorbeeld de verspreiding van fake news of LGBTQ-rechten.

Ook bestaat er een verschil in de onderwerpen waar consumenten zich zorgen over maken en de concrete acties die ze van bedrijven en organisaties verwachten op belangrijke thema’s. Naast de zorg om databeveiliging en dataprivacy verwachten consumenten namelijk dat organisaties zich ook inzetten voor het klimaat, minimumloon, inkomens- en loonverschillen, het tegengaan van discriminatie en het bieden van gelijke kansen.

Concrete acties in plaats van productcommunicatie

Maar liefst 65% van de Nederlandse consumenten vindt het (zeer) belangrijk dat je als organisatie laat zien wat je impact is op de samenleving en het klimaat en dus niet alleen moet communiceren over eventuele productvoordelen. Het gaat er hierbij niet alleen om je als organisatie uit te spreken over maatschappelijke thema’s, maar vooral om het bieden van oplossingen en het nemen van concrete acties.

Meest gewenste acties op klimaat en diversiteit

Dit is volgens de Nederlandse consument de top drie aan meest betekenisvolle acties waarmee organisaties nu het verschil kunnen maken op het gebied van klimaat én het bevorderen van diversiteit op de werkvloer:

Top-3 klimaat:

  • Compenseer alle CO₂-uitstoot van je organisatie.
  • Verbind niet alleen je eigen organisatie aan CO₂- en milieunormen, maar houd ook klanten en partners daaraan.
  • Schakel over naar een leverancier van hernieuwbare energie voor alle kantoor-, fabrieks- of opslaglocaties.

Top-3 diversiteit:

  • Trainen en bijscholen van medewerkers over onbewuste vooroordelen en het bevorderen van diversiteit in de dagelijkse praktijk.
  • Stel duidelijke doelen voor diversiteit, gelijkheid en inclusie en hanteer een begrijpelijke organisatiestrategie.
  • Zorg voor betrouwbare en toegankelijke systemen die vertrouwelijke interne feedback geven.

Nederland let ongekend scherp op CEO

Driekwart van de consumenten verwacht dat CEO’s altijd het goede voorbeeld geven met hun gedrag. Een nog grotere groep (78%) verwacht dat leidinggevenden zich ook uitspreken over zaken die niet direct met de organisatie te maken hebben, maar wel grote impact hebben op de samenleving:

  • maar liefst 86% van de consumenten verwacht dat leidinggevenden zich uitspreken over de klimaatdoelstellingen en hier actief aan bijdragen;
  • ruim tachtig procent van Nederland vindt dat CEO’s duidelijk moeten maken hoe zij bijdragen aan het bevorderen van diversiteit en inclusie, zowel binnen de eigen organisatie als daarbuiten;
  • 84% vindt dat CEO’s moeten bijdragen aan het verbeteren van de volksgezondheid.

“Nederlandse consumenten hebben hoge verwachtingen van organisaties, nog meer dan in onze buurlanden,” zegt Marjolein Rigter, Business Director Reputatie Management & Partner bij Omnicom PR Group. “Het klimaat is een belangrijk onderwerp, maar er zijn meer gebieden waar consumenten om actie vragen, zoals dataprivacy en gezondheidszorg. Zo wordt het steeds belangrijker als organisatie om te laten zien wat je doet voor de samenleving als geheel. Maar je moet als merk zorgvuldig kiezen waar je je op toelegt, want consumenten vinden niet alles geloofwaardig. Dit benadrukt het belang van (voortdurend) onderzoek binnen je organisatie om er zo achter te komen met welke onderwerpen en acties je daadwerkelijk geloofwaardig en relevant bent en blijft voor consumenten.”

* Geïnformeerde consumenten: individuen die bovengemiddeld geïnteresseerd zijn in of betrokken zijn bij een van de tien sectoren die zijn onderzocht.

Over het Authenticity Gap-onderzoek

De Authenticity Gap-meting is een onderzoek van FleishmanHillard, een van de advieslabels van de Omnicom PR Group. FleishmanHillard lanceerde het Authenticity Gap-onderzoek voor het eerst in 2012 om te bepalen in hoeverre de verwachtingen van consumenten ten aanzien van bedrijven overeenkomen met hun ervaringen. Periodiek ondervragen we geïnformeerde consumenten uit meerdere landen over meer dan tweehonderd bedrijven in twintig sectoren. De uitkomsten laten zien hoe authentiek merken en organisaties zijn, waar ze tekortschieten en hoe ze zich verhouden tot hun concurrenten in de sector als het gaat om wat ze de klant bieden, maatschappelijke resultaten en managementgedrag.

Het Authenticity Gap-onderzoek is voor de derde keer uitgevoerd in Nederland. De eerste meting in Nederland vond plaats in 2014 en de tweede in 2018. De meting van oktober 2021 in Nederland is uitgevoerd via een online vragenlijst van 25 minuten onder circa 1000 Nederlandse geïnformeerde consumenten. Dat zijn individuen die bovengemiddeld geïnteresseerd zijn in of betrokken zijn bij een van de tien onderzochte sectoren: agribusiness, airlines, biotech, chemicals, consumer electronics, food & beverage, insurance, medical devices, pharma en smart home devices.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Partner

Wereldwijd worstelen CEO’s met de reductie van broeikasgassen. Dat geldt ook voor bedrijfsbestuurders in Nederland, zo blijkt uit PwC’s 25e CEO Survey. Een kwart van de Nederlandse respondenten streeft naar ‘net zero’. Ruim een derde zegt daarvoor voorbereidingen te treffen en nog een derde is niet bezig met een net-zero-doelstelling. In de uitkomsten van PwC’s CEO Survey zijn wereldwijd de antwoorden van 4.446 CEO’s betrokken, onder wie 84 Nederlandse CEO’s. De respondenten zijn zeer optimistisch over de economische vooruitzichten voor de komende twaalf maanden.

Een kwart van de CEO’s streeft naar ‘net zero’

25 procent van de Nederlandse CEO’s geeft in de survey aan te streven naar ‘net zero’ en 36 procent is daarmee bezig. Een net-zero-doelstelling betekent dat organisaties streven naar het terugdringen van al hun emissies, zowel die direct door het eigen bedrijf worden veroorzaakt als in hun keten.

Van deze beide groepen respondenten geeft bijna de helft aan dat ze deze net-zero-doelstelling heeft verbonden of wil verbinden aan ‘science-based targets’. Dat betekent dat een organisatie haar emissiereductiedoelstellingen heeft afgestemd op het klimaatakkoord van Parijs. De wereldwijde actie die nodig is om die doelstelling te halen, wordt hiermee als het ware vertaald naar bedrijfsniveau.

Reductiedoelstellingen in strategie

Om de doelstellingen van Parijs te halen, moet de wereldwijde CO2-uitstoot uiterlijk 2030 met de helft gehalveerd zijn en ‘net zero’ bereikt worden in 2050. Die doelstellingen komen alleen binnen bereik als vrijwel elke sector transformeert.

Overigens is het niet zo dat bedrijven die geen net-zero-doelstelling hebben, niks doen: uit een andere uitkomst van de CEO Survey blijkt namelijk dat 56 procent van de Nederlandse CEO’s CO2-reductiedoelstellingen heeft opgenomen in de bedrijfsstrategie. Afgezet tegen het totale, wereldwijde aantal respondenten is dat percentage hoog.

‘Bedrijven op zoek naar kennis over meten impact’

Toch is het percentage Nederlandse CEO’s dat niet naar ‘net zero’ streeft en de reductie van broeikasgassen niet in de bedrijfsstrategie heeft opgenomen, nog behoorlijk groot. De CEO van PwC Nederland, Ad van Gils, noemt dit opvallend.

‘Zeker omdat iedereen het heeft over het klimaat. Voor het kerstreces was de COP26-top in Glasgow. Je ziet echter dat de concrete vertaling van de ambitie om het probleem op te lossen bij bedrijven beperkt is. Dat is niet zozeer onwil. Bedrijven zijn op zoek naar kennis over het meten van impact en over het maken van plannen die bijdragen aan die energietransitie. Ze zijn op zoek naar hulp om hun mogelijke bijdrage te vertalen naar een concrete ambitie. Daar is nog veel werk aan de winkel.’

CEO’s die zich hebben verbonden aan ‘net zero’

Bedrijven met een (toekomstige) net-zero-doelstelling die (willen) aansluiten bij een ‘science-based target’

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Partner

In het voorjaar van 2022 wordt Zonneveld de Punt in Barendrecht gebouwd. In totaal gaat het zonnepark met ruim 5500 zonnepanelen jaarlijks 2.900 MWh groene stroom opwekken. Dat staat gelijk aan stroom voor ongeveer 1000 huishoudens per jaar. Groendus ontwikkelt het zonneveld met veel aandacht voor het in stand houden van de biodiversiteit. Ook kunnen omwonenden zelf participeren in dit project via lokale coöperatie De Groene Stroom. Zo is het zonneveld een mooie aanwinst voor de omgeving. 

Het zonneveld

Het terrein aan de 1e Barendrechtseweg waarop Zonneveld de Punt wordt gevestigd, is eigendom van de gemeente Barendrecht. De grond werd voorheen gebruikt als gronddepot van ProRail en is niet (meer) geschikt als bouwgrond voor woningen of  industrie. Een zonneveld bleek een ideale oplossing om het terrein goed te benutten en de regio te verduurzamen. Via een aanbesteding kreeg Groendus met de beste prijs-kwaliteitverhouding de gunning. Daarmee mogen zij de grond de komende 25 jaar van de gemeente huren voor de exploitatie van het zonnepark.

Aandacht voor biodiversiteit

Een zorg rondom zonneparken is de impact die het heeft op de onderliggende natuur. Bij de ontwikkeling van het zonnepark zaait Groendus het terrein in met een mix van inheemse bloemen en kruiden die speciaal is afgestemd op de grond en de hoeveelheid zon. De mix vormt een ideale leefomgeving voor vlinders, bijen en andere insecten. Daarnaast worden er bijen- en insectenhotels geplaatst en blijven een aantal bomen behouden zodat een buizerd zich hier kan blijven nestelen. Dit zorgt ervoor dat het ene duurzame doel het andere niet in de weg staat. Er is aandacht voor duurzaamheid én voor biodiversiteit.

Meeprofiteren?

Inwoners en kleine bedrijven uit Barendrecht en Lombardijen kunnen participeren in dit duurzame energieproject via lokale energiecoöperatie De Groene Stroom. Zij bieden ruim 500 panelen te koop aan waarmee kleine bedrijven en inwoners uit de omgeving kunnen profiteren van het jaarlijkse zonnerendement. Zonnepanelen op het veld zijn een goed alternatief als je geen zonnepanelen op je eigen dak wilt of kunt plaatsen. Deze worden voordeliger geïnstalleerd, beter onderhouden en hebben een gunstige zonligging wat zorgt voor een optimaal rendement. Het is bovendien financieel extra aantrekkelijk door de verworven (SCE) subsidie.

Regionale grootverbruikers kunnen terecht op de Groendus Energiemarktplaats om rechtstreeks gebruik te maken van groene stroom van de Punt.

Ga bij interesse naar: www.degroenestroom.org/zonnevelddepunt
Kijk als grootverbruiker op: www.groendus.nl/energiemarktplaats

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Op 1 januari 2023 moeten kantoren in Nederland energielabel C of hoger hebben. Met nog minder dan een jaar te gaan, voldoet 43% van de 60 miljoen vierkante meter kantoorruimte hier nog niet aan. Deze verplichting voerde de overheid in 2016 in. De eigenaren van deze kantoren riskeren nu een boete of zelfs een sluiting. Om dit vergroeningsdoel te halen, moeten vastgoedeigenaren snel in actie komen. Dit blijkt uit onderzoek van vastgoedadviseur Colliers.

“Het simpelweg aanvragen van een label is voor een derde van de achterblijvers al voldoende,” vertelt Jeroen Bloemers, Chief Growth Officer bij Colliers. “Kantoren gebouwd na 1989 komen bijna altijd door de C-kwalificatie, omdat ze zuinig genoeg zijn. Voor twee derde is dus wel verduurzaming nodig om een labelsprong te maken. Dit komt neer op zo’n 16 miljoen vierkante meter.”

Grote steden kartrekkers

De grote steden zijn koplopers in de verduurzamingsslag. Utrecht voert de ranglijst van duurzaamste kantoorsteden aan. Hier voldoet inmiddels 82% van het kantooroppervlak aan de eis. Op plek twee staan Nieuwegein en Haarlemmermeer waar ruim driekwart van het oppervlak groen genoeg is. Grote achterblijvers zijn kleine en middelgrote plaatsen zoals Sittard-Geleen en Rijswijk. In deze slechtst presterende gemeenten zijn vaak weinig moderne kantoren bijgebouwd in de laatste decennia.

In Hengelo is de afgelopen maanden de meeste vooruitgang geboekt. Hier had 29% een goed label in mei en dat is opgelopen naar 45%. Dat komt onder andere door het kantoorgebouw Lansinkveste dat in december een A-label kreeg. Het gaat om 15.000 vierkante meter dat in één klap voldoet. Heerlen staat op de tweede plek van stijgers. Hier ging het kantoor van pensioenbeheerder APG van 58.000 vierkante meter van label E naar A+.

Verduurzamingstempo moet omhoog

In de tweede helft van vorig jaar nam het percentage groene kantoorruimte toe van 51% naar 57%. Dit kwam vooral door vastgoedeigenaren die een nieuw label aanvroegen. Ondanks de naderende deadline is de vooruitgang beperkt. “Veel gemeenten hebben de handhaving uitbesteed aan de omgevingsdiensten. Duidelijke communicatie en begeleiding tot 1 januari is nu nodig om het tempo te versnellen,” zegt Bloemers.

Tussen gemeenten zijn grote verschillen. Zo verbeterde in Den Haag het aandeel van 60% naar 68%. In buurgemeenten Rijswijk en Zoetermeer was de stijging veel kleiner met 1% en 3%-punt. “De label C-eis is de eerste die geldt in de vastgoedsector. Strikte handhaving geeft een signaal af aan eigenaren van andere typen vastgoed zoals winkels die nog aan de beurt komen,” sluit Bloemers af. “Dat is belangrijk met de nieuwe, ambitieuzere klimaatdoelen voor 2030 en daarna.“

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Partner

In het voorjaar van 2022 wordt Zonneveld de Punt in Barendrecht gebouwd. In totaal gaat het zonnepark met ruim 5500 zonnepanelen jaarlijks 2.900 MWh groene stroom opwekken. Dat staat gelijk aan stroom voor ongeveer 1000 huishoudens per jaar. Groendus ontwikkelt het zonneveld met veel aandacht voor het in stand houden van de biodiversiteit. Ook kunnen omwonenden zelf participeren in dit project via lokale coöperatie De Groene Stroom. Zo is het zonneveld een mooie aanwinst voor de omgeving. 

Het zonneveld

Het terrein aan de 1e Barendrechtseweg waarop Zonneveld de Punt wordt gevestigd, is eigendom van de gemeente Barendrecht. De grond werd voorheen gebruikt als gronddepot van ProRail en is niet (meer) geschikt als bouwgrond voor woningen of  industrie. Een zonneveld bleek een ideale oplossing om het terrein goed te benutten en de regio te verduurzamen. Via een aanbesteding kreeg Groendus met de beste prijs-kwaliteitverhouding de gunning. Daarmee mogen zij de grond de komende 25 jaar van de gemeente huren voor de exploitatie van het zonnepark.

Aandacht voor biodiversiteit

Een zorg rondom zonneparken is de impact die het heeft op de onderliggende natuur. Bij de ontwikkeling van het zonnepark zaait Groendus het terrein in met een mix van inheemse bloemen en kruiden die speciaal is afgestemd op de grond en de hoeveelheid zon. De mix vormt een ideale leefomgeving voor vlinders, bijen en andere insecten. Daarnaast worden er bijen- en insectenhotels geplaatst en blijven een aantal bomen behouden zodat een buizerd zich hier kan blijven nestelen. Dit zorgt ervoor dat het ene duurzame doel het andere niet in de weg staat. Er is aandacht voor duurzaamheid én voor biodiversiteit.

Meeprofiteren?

Inwoners en kleine bedrijven uit Barendrecht en Lombardijen kunnen participeren in dit duurzame energieproject via lokale energiecoöperatie De Groene Stroom. Zij bieden ruim 500 panelen te koop aan waarmee kleine bedrijven en inwoners uit de omgeving kunnen profiteren van het jaarlijkse zonnerendement. Zonnepanelen op het veld zijn een goed alternatief als je geen zonnepanelen op je eigen dak wilt of kunt plaatsen. Deze worden voordeliger geïnstalleerd, beter onderhouden en hebben een gunstige zonligging wat zorgt voor een optimaal rendement. Het is bovendien financieel extra aantrekkelijk door de verworven (SCE) subsidie.

Regionale grootverbruikers kunnen terecht op de Groendus Energiemarktplaats om rechtstreeks gebruik te maken van groene stroom van de Punt.

Ga bij interesse naar: www.degroenestroom.org/zonnevelddepunt
Kijk als grootverbruiker op: www.groendus.nl/energiemarktplaats

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De energietransitie wordt het meest tastbaar in woonwijken, waar de uitdagingen groot zijn. Bewoners moeten “van het gas af” en de toename van warmtepompen en duurzame, decentrale energieproductie zorgt voor problemen op het elektriciteitsnet. Op The Green Village – het fieldlab voor duurzame innovatie op TU Delft Campus – start vandaag, vrijdag 14 januari, een uniek project dat de energietransitie in de gebouwde omgeving moet gaan versnellen: het 24/7 Energy Lab.

Het idee erachter is simpel, vertelt Marjan Kreijns, directeur van The Green Village. ‘Het 24/7 Energy Lab is een lokaal, CO2-vrij energiesysteem. En dat is hoognodig. De gebouwde omgeving is op dit moment immers goed voor 35 procent van de Nederlandse energievraag. Wanneer we erin slagen om die gedeeltelijk CO2-vrij te maken, zetten we een reuzenstap in het versnellen van de energietransitie.’

Bouwen aan de toekomst

Een buurt met een lokaal energiesysteem, zonder uitstoot van CO2 en zonder belasting van het landelijke energienetwerk. Het klinkt als verre toekomstmuziek, maar de voorbereidingen zijn al in volle gang op het terrein van de TU Delft. Projectleider John Schmitz vertelt: ‘Aan de TU Delft werken ongelooflijk veel wetenschappers aan de energietransitie. In het 24/7 Energy Lab komen eigenlijk al die verschillende lijnen samen. Een prachtige stap die we zetten, is dat we vrijdag 14 januari het 24/7-systeem lanceren. Niet veel later verwachten we de elektriciteitsvoorziening voor één huishouden CO2-vrij te hebben gemaakt op basis van zonne-energie. Goed om te weten: het gaat hier om een eenpersoonshuishouden zonder aardgasaansluiting en dat ongeveer 2200 kWh per jaar verbruikt. In een latere fase gaan we de restwarmte die vrijkomt gebruiken om de andere huizen op het terrein te verwarmen. Over drie jaar willen we heel The Green Village voorzien hebben van lokaal opgewekte energie uit hernieuwbare bronnen. Als dat lukt, willen we het graag opschalen naar buurt-/wijkniveau.’

Behoefte aan speelruimte en personeel

Voor een grootschalige overgang naar energie-autonome wijken is het noodzaak dat ook de politiek in beweging komt. Er zijn nog veel juridische beperkingen, vooral rond het gebruik van waterstof. ‘Zowel de warmte-, elektriciteits-, als gaswet lopen achter op de technologie,’ zegt Kreijns. ‘Er is een sterke behoefte aan meer speelruimte van politiek Den Haag om de innovaties te kunnen doorontwikkelen.’

Daarnaast dreigt een groot gebrek aan geschoold personeel. Ook is het belangrijk dat het nieuwe energiesysteem economisch haalbaar is én geaccepteerd wordt door bewoners. Kreijns: ‘Hier neemt The Green Village een unieke positie in als living lab. Er wonen momenteel twaalf mensen, en hun gebruikservaring is erg waardevol bij de ontwikkeling van een gebruiksvriendelijk systeem.’

Een centrale rol in het project is weggelegd voor het Electronic Management System (EMS). Het EMS gaat de verschillende technische onderdelen aansturen. Zo’n geïntegreerd systeem bestaat nu nog niet.

Technische uitdaging

De grote technische uitdaging ligt in het aan elkaar knopen van allerlei componenten, en de aansturing daarvan. Elektriciteit, gas en warmte stromen nu nog apart van elkaar door de straat, maar dat gaat veranderen. Een stabiel, duurzaam energiesysteem vraagt om conversies tussen elektriciteit, waterstof en warmte, met elk zijn eigen buffermogelijkheden. Ook heb je bijvoorbeeld omvormers nodig om zonnepanelen, die gelijkstroom leveren, te kunnen aansluiten op een netwerk van wisselstroom.

Een centrale rol in het project is weggelegd voor het Electronic Management System (EMS). Het EMS gaat de verschillende technische onderdelen aansturen. Daarbij rekening houdend met zoveel mogelijk variabelen, zoals het weer op dat moment, de weersvoorspelling en de te verwachten vraag en aanbod. Schmitz: ‘Het EMS moet met intelligente algoritmes vragen als Ga ik de nu opgewekte energie omzetten in waterstof of moet ik eerst de elektrische auto opladen? beantwoorden. Zo’n geïntegreerd systeem bestaat nu nog niet, maar is cruciaal om er zeker van te zijn dat de leverbetrouwbaarheid van dit nieuwe, lokale, CO2-vrije systeem straks net zo groot is als de leverbetrouwbaarheid van het conventionele systeem. Nederland is gewend aan meer dan 99,9 procent leverbetrouwbaarheid, dat moeten we wel evenaren.’

Tech for Energy

We staan in Nederland aan het begin van een enorme energietransitie. Om onze CO2-uitstoot te verminderen, de opwarming van de aarde te beperken en hiermee een leefbare planeet achter te laten voor toekomstige generaties. Dag in dag uit werken wetenschappers aan de TU Delft aan projecten die dit proces versnellen. Met de campagne ‘Tech for Energy’ draagt het Universiteitsfonds Delft bij aan deze onderzoeken en aan de ambitie van de universiteit om hierin in Nederland een voortrekkersrol te nemen. Het eerste project dat het Universiteitsfonds ondersteunt is het 24/7 Energy Lab. Lees via de link hieronder meer over de Tech for Energy-campagne van het Universiteitsfonds.

Verjaardag

Vanaf vandaag, 14 januari 2022 viert de TU Delft haar 180-jarig bestaan. Ter gelegenheid daarvan staat de universiteit stil bij haar actieve rol in de energietransitie, en vooral bij de versnelling daarvan.

Het 24/7 Energy Lab is het tweede laboratorium dat de TU Delft in korte tijd opent. Om het elektriciteitsnet klaar te stomen voor de toekomst werd op 1 oktober 2021 het Electrical Sustainable Power Lab (ESP Lab) in gebruik genomen. De grote ambities en uitdagingen op het gebied van de energietransitie in de stedelijke omgeving komen allemaal samen in het 24/7 Energy Lab. Mocht het slagen, dan profiteert iedere wijk in Nederland er straks van.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De installatie, die staat op het terrein van de waterkrachtcentrale van RWE aan een stuwmeer bij Herdecke in Duitsland, kan in totaal zo’n 4,5 megawattuur aan elektriciteit opslaan. De ‘second life’ accu’s van de installatie zijn afkomstig van e-tron ontwikkelingsauto’s. Na hun eerste leven tijdens de testfases in de auto hebben ze nog een restcapaciteit van meer dan 80 procent. Dit maakt deze gebruikte accu’s perfect voor toepassing in stationaire energieopslagsystemen. Afhankelijk van het gebruik hebben ze nog een levensduur van maximaal tien jaar. Bovendien zijn ze beduidend goedkoper dan compleet nieuwe accu’s.

Introductie van meer dan 20 volledig elektrische modellen

CO2-neutrale mobiliteit is het ultieme doel van Audi. Het plan om in de periode van nu tot en met 2025 meer dan 20 volledig elektrische modellen te lanceren, is een belangrijke stap in deze richting. De ambities van Audi gaan echter verder dan alleen het aanbieden van emissievrij rijdende auto’s. Zo wil Audi met RWE de mogelijkheden demonstreren die er zijn voor het milieuvriendelijke gebruik van second life hoogspanningsaccu’s en hun intelligente integratie in het elektriciteitsnet van de toekomst. Audi werkt ook aan plannen om accu’s na dit tweede leven zo efficiënt mogelijk te recyclen.

Batterijopslagsystemen

Accu-opslag speelt een essentiële rol in de energierevolutie. Hierbij zijn flexibele opslagtechnologieën nodig om schommelingen in het opwekken van hernieuwbare energie op te vangen en het net te stabiliseren. Batterijopslagsystemen zijn hiervoor bij uitstek geschikt. Een second life accu is hierbij een duurzaam alternatief voor een gloednieuwe accu.

RWE gaat de learnings van het pilot project in Herdecke toepassen bij het bouwen en exploiteren van grotere opslagfaciliteiten op basis van gebruikte EV-accu’s. Hier zal men een innovatieve technologie implementeren waarbij twee modules in serie worden geschakeld.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Partner

Deloitte en Groendus gaan samenwerken op het gebied van energie-inkoop en -verbruik. Deloitte koopt voortaan voor drie van haar Nederlandse vestigingen rechtstreeks stroom in bij verschillende duurzame energieproducenten. Groendus koppelt deze producenten aan Deloitte op basis van het verbruik van de vestigingen om zoveel mogelijk uurlijkse gelijktijdigheid te realiseren.

Gelijktijdigheid is de toekomst

Zowel Deloitte als Groendus hebben een sterke visie op de transitie van fossiele naar hernieuwbare energie. Hierin staan ideeën over peer-to-peer energielevering en het bevorderen van gelijktijdigheid van opwek en verbruik centraal. Met de samenwerking brengen zij deze ideeën in praktijk.

Groendus ontwikkelde de innovatieve Energiemarktplaats: hier worden vraag en aanbod van groene stroom op basis van uurlijkse gelijktijdigheid gekoppeld, zonder tussenkomst van traditionele energieleveranciers. Deloitte treedt nu toe tot de Energiemarktplaats met de vestigingen in Eindhoven en Utrecht en met hun datacentrum in Amsterdam.

Via de marktplaats bereikt Deloitte naar verwachting 70% gelijktijdigheid door een mix in aanbod van zonne- en windenergie. Dit betekent dat dit aandeel van de stroom wordt verbruikt op de momenten dat deze ook daadwerkelijk wordt opgewekt. De Energiemarktplaats biedt Deloitte een duidelijk beeld van deze verhouding tussen verbruik en opwek. Met dit inzicht kijken de partijen samen welke aanpassingen in energieverbruik de uurlijkse matching verder verhogen.

Transformatie van het energiesysteem

Met een integrale aanpak bouwt Groendus aan een toekomstbestendig energiesysteem. De overgang naar het gebruik van hernieuwbare energiebronnen is hierin cruciaal. Omdat het aanbod van groene stroom veranderlijk is, is het belangrijk dat we de energiemarkt transformeren van vraaggestuurd naar aanbodgestuurd.

René Raaijmakers, CEO Groendus: “We zijn trots dat we Deloitte mogen verwelkomen als deelnemer op onze Energiemarktplaats. Een mooie stap waarmee Deloitte zich onderscheidt als koploper in het versnellen van de energietransitie. Dit gaat veel verder dan het inkopen op basis van garanties van oorsprong om tot een CO2 neutrale bedrijfsvoering te komen. Met de focus op gelijktijdigheid bouwt Deloitte mee aan een écht duurzaam energiesysteem.”

Faciliteren van de energietransitie

Deloitte adviseert veel bedrijven over verduurzaming en het verkleinen van de CO2 voetafdruk. Door toetreding tot de Energiemarktplaats brengen zij hun eigen adviezen over peer-to-peer energielevering in de praktijk. Bovendien verkennen Deloitte en Groendus hoe ze bedrijven samen kunnen inspireren en faciliteren in de energietransitie. Eric Vennix, Partner Deloitte: Wij zijn erg blij met de samenwerking met Groendus. In toenemende mate adviseren we onze klanten over hun verduurzamingsstrategie en het verkleinen van hun CO2 footprint. Graag nemen we hierin dan ook zélf het voortouw. Daarom treden we nu toe tot de Energiemarktplaats waar we peer-to-peer stroom afnemen bij duurzame producenten in Nederland.”

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Milieudefensie eist van 30 bedrijven* een klimaatplan, waarin bedrijven laten zien hoe ze voor 2030 toekomstbestendig worden. Donald Pols, de directeur van Milieudefensie: “Nu dat de rechter Shell dwingt om eigen verantwoordelijkheid te nemen in het oplossen van de klimaatcrisis, is duidelijk dat ook andere grote vervuilers in Nederland snel moeten vergroenen.” Milieudefensie heeft de zaak tegen Shell al gewonnen. De andere grote vervuilers ontvangen vandaag een brief, waarin de vereniging oproept om binnen drie maanden met een concreet en haalbaar klimaatplan te komen. In het plan moeten de vervuilers aangeven hoe ze hun CO2-uitstoot voor 2030 met minimaal 45% verminderen.

Vakkenvullers

De brief is ondertekend door Donald Pols en Neele Boelens, voorzitter van Jongeren Milieu Actief (JMA). Zij gaan vandaag samen naar Ahold om de brief te overhandigen. “Veel mensen van mijn leeftijd hebben een bijbaan als vakkenvuller of bezorger bij Albert Heijn, maar hebben geen invloed op het beleid van hun werkgever. Maar het bedrijf vergroent niet snel genoeg, alsof het de huidige klimaatcrisis wereldwijd niet ziet. Wij jongeren voeren samen met omwonenden actie tot alle CEO´s ons horen, want wij willen dat de klimaatcrisis stopt.” Leden van JMA gaan vandaag bij verschillende bedrijven langs om de brief af te leveren.

Klimaatzaak schept nieuwe realiteit

Pols: “30 meetbare vergroeningsplannen zijn nodig om gevaarlijke klimaatverandering te stoppen. Het vonnis in de rechtszaak tegen Shell onderstreept de verantwoordelijkheid van bedrijven in het oplossen van de klimaatcrisis, nationaal en internationaal. Wij vragen CEO´s ook te denken aan hun morele verantwoordelijkheid. Zorg ervoor dat werknemers én omwonenden weer trots kunnen zijn op deze bedrijven.” Ook het klimaatakkoord van Parijs dat in 2015 is ondertekend, benadrukt de verantwoordelijkheid van vervuilende bedrijven.

Juridische stappen

Als de bedrijven niet binnen de gestelde termijn met een concreet en rechtvaardig klimaatplan komen, beraadt Milieudefensie zich op verdere stappen. Pols: “Wij blijven strijden tegen gevaarlijke klimaatverandering en blijven de druk bij deze 30 grootvervuilers opvoeren, tot zij bijdragen aan de oplossing.”

* Dit zijn de 30 grootvervuilers: ABN AMRO, ABP, Aegon, AholdDelhaize, AkzoNobel, Atradius, BAM Groep, Boskalis Westminster, BP, Dow, DSM, Exxon Mobil, FrieslandCampina, ING Groep, KLM, LyondellBasell, NN Group, PfZW, Rabobank, RWE, Schiphol, Shell, Stellantis, Tata Steel, Unilever, Uniper, Vion, Vitol, Vopak, Yara.

Download de brief inclusief criteria waaraan een klimaatplan moet voldoen (pdf)

 

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Climate risks dominate global concerns as the world enters the third year of the pandemic. According to the Global Risks Report 2022, while the top long-term risks relate to climate, the top shorter-term global concerns include societal divides, livelihood crises and mental health deterioration. Additionally, most experts believe a global economic recovery will be volatile and uneven over the next three years.

Now in its 17th edition, the report encourages leaders to think outside the quarterly reporting cycle and create policies that manage risks and shape the agenda for the coming years. It explores four areas of emerging risk: cybersecurity; competition in space; a disorderly climate transition; and migration pressures, each requiring global coordination for successful management.

“Health and economic disruptions are compounding social cleavages. This is creating tensions at a time when collaboration within societies and among the international community will be fundamental to ensure a more even and rapid global recovery. Global leaders must come together and adopt a coordinated multistakeholder approach to tackle unrelenting global challenges and build resilience ahead of the next crisis,” said Saadia Zahidi, Managing Director, World Economic Forum.

Carolina Klint, Risk Management Leader, Continental Europe, Marsh, said: “As companies recover from the pandemic, they are rightly sharpening their focus on organizational resilience and ESG credentials. With cyber threats now growing faster than our ability to eradicate them permanently, it is clear that neither resilience nor governance are possible without credible and sophisticated cyber risk management plans. Similarly, organizations need to start understanding their space risks, particularly the risk to satellites on which we have become increasingly reliant, given the rise in geopolitical ambitions and tensions.”

Peter Giger, Group Chief Risk Officer, Zurich Insurance Group, said: “The climate crisis remains the biggest long-term threat facing humanity. Failure to act on climate change could shrink global GDP by one-sixth and the commitments taken at COP26 are still not enough to achieve the 1.5 C goal. It is not too late for governments and businesses to act on the risks they face and to drive an innovative, determined and inclusive transition that protects economies and people.”

The report closes with reflections on year two of the COVID-19 pandemic, yielding fresh insights on national-level resilience. The chapter also draws on the World Economic Forum’s communities of risk experts – the Chief Risk Officers Community and Global Future Council on Frontier Risks – to offer practical advice for implementing resilience for organizations.

TheGlobal Risks Report 2022 has been developed with the invaluable support of the World Economic Forum’s Global Risks Advisory Board. It also benefits from ongoing collaboration with its Strategic Partners, Marsh McLennan, SK Group and Zurich Insurance Group, and its academic advisers at the Oxford Martin School (University of Oxford), the National University of Singapore and the Wharton Risk Management and Decision Processes Center (University of Pennsylvania).

Share Button

[ad_2]

Source link

Berichten paginering