[ad_1]

‘Het nieuwe coalitieakkoord legt een goede basis voor de noodzakelijke verduurzaming en modernisering van ons land.’ Dat zeggen VNO-NCW en MKB-Nederland in een eerste reactie op het Coalitieakkoord. Hiermee wordt Nederland klaar gemaakt voor de toekomst met onder meer ambitieus klimaat- en stikstofbeleid, vernieuwd arbeidsmarktbeleid en een stevige bouw- en woonagenda. Ook wordt stevig geïnvesteerd in innovatie en kennis en is er veel aandacht voor ondernemerschap en het mkb. ‘Op al die fronten combineert het nieuwe akkoord goede ambities met een grote investeringsimpuls. De plannen sluiten daarbij goed aan op onze nieuwe koers en de voorstellen van onder meer de SER. ‘Alles moet nu in het teken staan van een succesvolle uitvoering en de belofte van stabiel beleid.’

Extra geïnvesteerd

De ondernemersorganisaties zijn verheugd dat flink extra geïnvesteerd gaat worden in onder meer wonen, klimaat, stikstof, innovatie, infrastructuur en wonen. In totaal wordt zo voor tientallen miljarden extra uitgetrokken. ‘De goede plannen op deze terreinen betekenen dat Nederland in hoog tempo op grote schaal op de schop moet. Dat voor elkaar krijgen binnen de context van zeer langdurige vergunningsprocedures, een schreeuwend tekort aan technici en een gedecentraliseerde overheid vraagt om zeer stevige regie en doorzettingsmacht vanuit het nieuwe kabinet en operationele kracht bij de departementen’, aldus de ondernemingsorganisaties.

Ambitieuze richting is goed

Ingrid Thijssen, voorzitter VNO-NCW: ‘Van stikstof tot klimaat tot de arbeidsmarkt. De ambitieuze richting van het coalitieakkoord is goed. Dit helpt ons land voorbereiden op de grote transities waar we voor staan. De coalitie kon daarbij gelukkig bouwen op tal van plannen met veel maatschappelijk draagvlak. Nu komt het aan op versnelde uitvoering van al die mooie voornemens. Juist dat is de afgelopen jaren de achilleshiel gebleken. Noch de natuur en het klimaat, noch de arbeidsmarkt, noch het vestigingsklimaat is gebaat bij verder uitstel. Nu moeten we met zijn allen de schouders eronder zetten. Wij pakken de handschoen voor verdere uitwerking van de plannen graag samen met maatschappelijke partners en het nieuwe kabinet op, zodat die in de praktijk kunnen werken.’

‘Nu aan de slag voor de toekomst’

Jacco Vonhof, voorzitter MKB-Nederland: ‘Het is goed te zien dat deze coalitie het mkb letterlijk belangrijk noemt want dat ís het ook. Het mkb is nodig om al die grote maatschappelijke opgaven mogelijk te maken. Dat vraagt om helder beleid waarbij uitvoerbaarheid voor het mkb de norm is en dat stimuleert in plaats van ontmoedigt. We zien in dit akkoord veel van onze inzet terug, zoals in de hulp voor het mkb bij verduurzaming en het vereenvoudigen van de regelingen op dat terrein. Blij zijn we onder meer met de aangekondigde aanpak van de regeldruk en het wegnemen van barrières bij financiering, want ondernemers moeten alle nodige investeringen wel kunnen doen. We zijn echter nog niet gerust op de lastenontwikkeling voor zelfstandig ondernemers. Verder moeten we nu vooral aan de slag met de toekomst.’

Stabiel beleid en extra investeringen

VNO-NCW en MKB-Nederland noemen het belangrijk dat het kabinet gaat voor een stabiel en voorspelbaar vestigingsklimaat voor ondernemers en innovatie in Nederland, al moet dit in de praktijk nog wel blijken. ‘Stabiel beleid draagt bij aan investeringszekerheid. Ook zijn we blij dat het kabinet daarbij expliciet het belang van de continuïteit van familiebedrijven in Nederland benoemt.’

Reactie op hoofdlijnen

Hieronder een korte eerste reactie op de belangrijkste plannen op het gebied van Klimaat en duurzaamheid:

  • Ambities; VNO-NCW en MKB-Nederland steunen de verhoogde klimaatambities.
  • Klimaatafspraken industrie; VNO-NCW is positief over de plannen om met de grote industriële ondernemingen tot maatwerkafspraken te komen. ‘Niemand kan de energietransitie alleen voor elkaar krijgen. Infrastructuur en vergunningen zijn bijvoorbeeld een verantwoordelijkheid van de overheid. Alleen door dit soort afspraken met elkaar te maken kan Nederland haar klimaatdoelen halen. Tegelijkertijd wordt Nederland dan dé plek waar de industrie een voorsprong neemt. Wij vinden het verstandig wanneer bedrijven, overheid en maatschappelijke partners hierin samen optrekken. Het regeerakkoord biedt hiervoor goede aanknopingspunten.’
  • Stikstof; ‘De plannen van het kabinet kunnen de uitstoot stevig verminderen, de natuur versterken en boeren toekomst bieden. Wat nog niet duidelijk is maar wel heel belangrijk is, is dat er op korte termijn ook ruimte voor economische ontwikkeling komt. ‘Hier zegt het Regeerakkoord niks over en het land moet uit de stikstofklem.’
  • Betalen naar gebruik; Ondernemers zijn positief over de plannen om bij autobezit te betalen voor gebruik in plaats van bezit. ‘Dit helpt de verduurzaming en is eerlijker.’
  • Kernenergie; Goed is dat voorbereidingen worden getroffen voor een grotere rol voor kernenergie in de energiemix. ‘De leveringszekerheid van onder meer gas staat onder druk en we kunnen geen enkele optie meer uitsluiten in het licht van de Klimaatafspraken en in combinatie met meer wind en zon,’ aldus VNO-NCW en MKB-Nederland.
  • Energie overig; De ondernemersorganisaties zijn verheugd dat de ODE wordt aangepast, omdat deze een perverse prikkel gaf voor de elektrificatie en daarmee verduurzaming van (mkb) ondernemers. De aangekondigde verhoging van de energiebelasting wordt aangepast aan de Europese Plannen (Fit for 55) en dit dient dan ook echt in Europees kader plaats te vinden. Goed is dat er hulp komt voor het mkb en dat een toets op de effecten voor het mkb plaatsvindt.
  • Mobiliteit, infrastructuur en logistiek; Positief is dat jaarlijks 1,25 miljard euro wordt vrijgemaakt voor achterstallig onderhoud aan infrastructuur, 7,5 mld om nieuwe woningen te ontsluiten en 3 mld voor de Lelylijn. Dit laatste is een belangrijke impuls voor duurzame mobiliteit, het Noorden en een betere benutting van het hele land.
Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Rotterdam maakt werk van de lokale klimaataanpak. Niet zonder succes. In de afgelopen vier jaar heeft de stad ruim één miljoen ton CO2 gereduceerd. De tot voor kort jaarlijkse stijging van CO2-uitstoot is voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog omgebogen in een dalende trend. Een daling die zich volgens de prognoses van milieudienst DCMR doorzet naar een reductie van ruim 9 miljoen ton in 2030.

In het coalitieakkoord “nieuwe energie voor Rotterdam” stelde het college in 2018 het doel om de CO2-uitsoot in de huidige collegeperiode om te buigen naar een dalende trend. “Dat is gelukt”, zegt Arno Bonte, wethouder duurzaamheid. “In de stad en de haven stoten we nu ruim een miljoen ton minder CO2 uit dan vier jaar geleden. Dat is een historische daling. Met de maatregelen uit het Rotterdams Klimaatakkoord zal die daling de komende jaren nog verder doorzetten, naar minimaal 9 miljoen ton in 2030. En daar komt de klimaatwinst door de aangekondigde sluiting van de Riverstone-kolencentrale nog bovenop”.

De Rotterdamse aanpak

Rotterdam sloot in 2019 met meer dan honderd bedrijven en maatschappelijke organisaties het Rotterdams Klimaatakkoord, met als onderdeel daarvan 55 klimaatdeals voor de overgang naar een klimaatneutrale stad. Dankzij deze klimaataanpak is de opwek van schone energie in Rotterdam in de afgelopen jaren fors toegenomen. Het aantal zonnepanelen op de Rotterdamse daken is deze collegeperiode verdrievoudigd naar ruim 300.000 stuks, het verkeer is schoner geworden door onder andere verduurzaming van de bouwlogistiek en voor steeds meer schepen is walstroom beschikbaar.

10 miljoen ton extra

Ik ben trots op de resultaten die tot nu toe zijn geboekt, maar daarmee zijn we er nog niet. Het doel van het stadsbestuur is om nog minimaal 10 miljoen ton extra CO2 te besparen”, zegt Bonte. De mogelijkheden daartoe liggen volgens hem voor het oprapen, door bijvoorbeeld te investeren in een infrastructuur voor groene waterstof en een versnelling te maken met het realiseren van windparken op zee. “Om die plannen te kunnen realiseren is wel de medewerking van de landelijke overheid nodig, ook financieel. Onze hoop is daarom gericht op forse groene investeringen van het nieuwe kabinet”.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Heijmans gaat per direct houtskeletbouw-woningen realiseren en versneld opschalen naar grootschalige productie. Dit gebeurt door de overname van de energieneutrale fabriek van IIBO en een samenwerking met een ervaren partner. Vanaf 2022 gaat Heijmans als makers van de gezonde leefomgeving de techniek van houtskeletbouw op grote schaal toepassen. Dat onderstreept de ambitie om CO2-neutraal te bouwen.

“Door de inzet van digitale technieken, duurzame grondstoffen en schone energie, maken we een versnelling in onze strategie”, zegt CEO Ton Hillen. “De eigen fabrieksmatige houtskeletbouw is voor Heijmans een logische en belangrijke keuze. We willen vanaf morgen al forse stappen maken op dit front, niet pas over een paar jaar. Daarom kiezen wij voor deze overname. Het sluit ook aan op de landelijke opgave om de woningvoorraad in Nederland te vergroten en te verduurzamen, waarin Heijmans als makers van de gezonde leefomgeving een belangrijke rol wil spelen.”

“Met deze fabriek zetten we in op gestandaardiseerde woningen in hout met behoud van een ruime variatie in uitstraling. Daarnaast blijven wij met onze bestaande co-makers huizen produceren in beton. Heijmans kiest daarmee bewust voor twee sporen. Enerzijds is dat de versnelling in het prefabriceren van houtskeletbouw-woningen vanaf 2022. Anderzijds gaan we door met het conceptueel bouwen van steeds duurzamere woningen in beton. Dit samen speelt in op veranderende eisen en wensen op de markt.”

Versnelling eigen productie

Heijmans start komende maand al met industriële houtskeletbouw als duurzame en gezonde woonoplossing. Dat gaat in meerdere fases. Met de overname van de fabriek en het personeel van IIBO – waarmee de eigen productie met bestaande expertise en ervaring kan worden vormgegeven – gaat Heijmans in 2022 opstarten in de eigen fabriek. Daarbij wordt Heijmans met kennis en kunde bijgestaan door partner VDM Woningen. Hierdoor is de verwachte leercurve steiler en wordt de tijd tot feitelijke productie verkort. Vanaf de tweede helft van 2022 is de fabriek dan ook operationeel.

800-1000 houtskeletbouw-woningen per jaar

Vanaf januari 2022 worden er – gebruikmakend van de locatie van partner VDM – houtskeletbouw-woningen gerealiseerd, onder meer voor projecten in Zeewolde, Norg en Amersfoort, die door Heijmans zijn ontwikkeld. In totaal zullen er in heel 2022 ongeveer 100 woningen geproduceerd worden. In 2023 wordt dat aantal in de eigen Heijmans-fabriek verdubbeld naar 200 woningen. Daarna neemt de groei toe naar zo’n 800-1000 houtskeletbouw-woningen per jaar.

Op weg naar CO2-neutrale woningen

Met houtskeletbouw zet Heijmans de volgende stap op weg naar circulair en energieneutraal bouwen. Dat correspondeert met de ambitie om in het jaar 2030 emissieloos te zijn. De milieuwinst is direct meetbaar, omdat de fabriek van IIBO voor 100% CO2-neutraal is. Hout zorgt bovendien voor een besparing in gewicht van grofweg 50%. In de gebruiksfase wekt deze nieuwe generatie woningen evenveel duurzame energie op als er wordt gebruikt. Ook is hout circulair, waardoor het bijdraagt aan een kleinere CO2-voetafdruk van deze woningen over de gehele levensfase. Tot slot dragen houtskeletbouw-woningen bij aan een gezond woonklimaat.

Snellere productie, minder faalkosten en veel keuze voor klanten

Om het proces gedegen tot stand te brengen is samenwerking gezocht met ervaren partijen, zowel qua productie als digitale aansturing. Ketenintegratie zorgt voor optimale efficiëntie in het gehele proces, van koperskeuze tot oplevering van de woning. Een seriematig en gedigitaliseerd bouwproces zorgt voor minder belasting op plekken waar gebouwd moet worden en dus minder overlast in de wijk. Ook heeft industrieel bouwen minder faalkosten en is sneller in productie. Door te werken vanuit een zogeheten variatiebibliotheek kan Heijmans specifieke klantwensen eenvoudig en flexibel inpassen, en zijn we in staat om een gevarieerd eindproduct te leveren.

IIBO

Het Friese IIBO (Intelligente Innovatie Bouw Oplossingen) realiseert woningen in korte bouwtijd door een gestandaardiseerd, industrieel bouwsysteem. Heijmans neemt de bestaande fabriek, het personeel en de grond over, waar al vele houten woningen met succes geproduceerd zijn. Met een optie op aanpalende grond wordt voorgesorteerd op mogelijke uitbreiding. Het college van B&W van de gemeente Heerenveen heeft gezegd blij te zijn met de komst van Heijmans en kijkt uit naar een goede en langdurige samenwerking.

VDM Woningen

Het eveneens Friese VDM Woningen bouwt sinds 1880 duurzame, hoogwaardige en energiezuinige woningen. Heijmans kan de kennis en de productielocatie in Drogeham gebruiken als springplank om in januari 2022 houten woningen te produceren. Zo wordt er in alle fasen van het bouwproces – van ontwerp tot oplevering – veel ervaring opgedaan met houtbouw op slimme, industriële wijze.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

The third International Olympic Committee (IOC) Sustainability Report notes that the IOC has achieved 15 of its 18 sustainability objectives for the period 2017-2020, raising its ambition to address climate change and helping to make sustainability mainstream across the Olympic Movement. The report also reveals the organisation’s 17 new objectives for 2021-2024, focusing on climate, biodiversity and the circular economy, and further advancing sustainability across the Olympic Movement.

Highlights of the 2017-2020 objectives achieved include:

IOC as an organisation

  • Completion of the IOC’s new headquarters, Olympic House, as one of the most sustainable buildings in the world
  • Achievement of carbon neutrality for the period 2017-2020, thanks to the IOC-Dow global carbon mitigation programme

IOC as owner of the Olympic Games

  • Ensuring that sustainability is addressed as a strategic topic with cities from the earliest stages of the Future Host process.
  • Reinforcing sustainability commitments in the Host Contract, including for all upcoming Games editions to be carbon neutral, and climate positive from 2030 onwards

IOC as leader of the Olympic Movement

  • Co-launching and leading on the implementation of the UN Sports for Climate Action Framework
  • Ensuring the exchange of information and best practices between Olympic Movement stakeholders

“We can confidently state that sustainability is now firmly embedded as an executive priority within the IOC, and this ethos flows into our corporate ways of working, our focus on ensuring sustainable Olympic Games, and how we engage with the wider Olympic Movement,” writes HSH Prince Albert II of Monaco, Chair of the IOC’s Sustainability and Legacy Commission, in the foreword to the report.

Addressing the climate crisis

While COVID-19 has been the most disruptive factor affecting the IOC, most notably through the postponement of Tokyo 2020, the fast-accelerating climate crisis is likely to represent one of the future’s greatest challenges, the report says.

Having achieved carbon neutrality for the period 2017-2020, the IOC has committed to reducing its carbon emissions by 50 per cent by 2030, and to becoming climate positive by the end of 2024. This means that it will be removing more carbon from the air than it emits.

From 2030, all Olympic Games are required to be climate positive, too.

The creation of an Olympic Forest as part of Africa’s Great Green Wall is an integral part of the IOC’s climate positive commitment, while the 2019 opening of the IOC’s new headquarters in Lausanne, Switzerland – which has been certified as one of the most sustainable buildings in the world – has been another highlight.

The UN Sports for Climate Action Framework, co-launched in 2018 by the IOC and UN Climate Change, has so far garnered almost 300 signatories. They are now required by UN Climate Change to reduce their carbon emissions by 50 per cent by 2030, and aim to achieve net zero by 2040. The IOC continues to lead on the implementation of the Framework.

Mainstreaming sustainability

To facilitate its sustainability work, the IOC has recently integrated the themes of sustainability, legacy, gender equality and inclusivity, and human rights into one Corporate and Sustainable Development Department.

Sustainability has also become further integrated into the process for selecting future hosts of the Olympic Games and Paralympic Games. Both the Olympic Games Paris 2024 and Los Angeles 2028 have sustainability at the centre of their Games concepts.

To advance the sharing of information across the sports world, the IOC has produced a series of guidance documents on topics such as carbon footprintingsustainable sourcing and biodiversity. Aimed at Organising Committees for the Olympic Games (OCOGs), National Olympic Committees (NOCs) and International Federations (IFs), these resources represent a valuable open-source information tool for the broader sports sector. The IOC has also supported the Global Association of International Sports Federations (GAISF) in the launch of the Sustainability.Sport platform, which is intended to be used as a library by sports organisations.

An increasing number of IFs now have a publicised strategic commitment to sustainability, and more are working with the IOC to develop a strategy. Going forward, the IOC will continue its work guiding and supporting the IFs in the development of their sustainability strategies.

Looking ahead: IOC’s Sustainability Objectives 2021-2024

IOC: carbon reduction and Olympic Forest

Of the 17 new objectives, four relate to the IOC as an organisation, and cover carbon emissions, the Olympic Forest, sustainable sourcing and training for IOC staff. They include work on reducing the IOC’s CO2 emissions in line with the Paris Agreement, with a 30 per cent reduction by 2024; and creating an Olympic Forest to support the IOC’s climate positive commitment, while delivering long-term social and biodiversity benefits to communities in Mali and Senegal.

Olympic Games: climate-positive Games and “no-go” in protected areas

There are five objectives for the Olympic Games, which focus on climate, biodiversity, human rights and sustainable tourism. These include assisting and accelerating the transition to climate-positive Olympic Games, and a requirement that no permanent Olympic construction occurs in statutory nature and cultural protected areas or UNESCO World Heritage Sites.

Olympic Movement: sustainability strategies and empowering athletes

The eight objectives in the IOC’s role as leader of the Olympic Movement include working with the IFs to have a sustainability strategy in place by 2024; assisting the IFs and NOCs in joining the UN Sports for Climate Action Framework; and working with athletes and other role models within the sports world to raise awareness about sustainability.

Download the IOC Sustainability Report 2021

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De politiek moet leveranciers gaan verplichten om transparant te zijn over hun stroominkoop, want ook met de nieuwe transparantieregels is het voor energieleveranciers nog steeds te makkelijk om grijze stroom als groen te verkopen.  Dat stellen de Consumentenbond, Natuur & Milieu en WISE bij de publicatie van de jaarlijkse stroomranking.  ‘Dit probleem woekert al jaren voort, en ondermijnt het vertrouwen van gebruikers in groene stroom’, aldus de organisaties.

De organisaties beoordeelden 41 stroomleveranciers op de duurzaamheid van investeringen, inkoop en de levering van de stroom. De resultaten leiden tot een rapportcijfer voor duurzaamheid. Gemiddeld scoren consumentenleveranciers een 6,6 en zakelijke leveranciers een 4,9.

Inkoop hoofdzakelijk grijs

Tussen de geleverde stroom en de ingekochte stroom zit een groot verschil ten aanzien van de duurzaamheid. Leveranciers op de consumentenmarkt scoren een 8,1 voor levering, maar slechts een 5,8 voor inkoop. Zakelijke leveranciers scoren een 5,9 voor de levering, en een 4,3 voor de inkoop. Dit komt doordat het merendeel van de leveranciers nog steeds vervuilende grijze stroom inkoopt, en het voor levering administratief ‘vergroent’ met certificaten. Deze certificaten, Garanties van Oorsprong, zijn tegen een lage prijs te koop op de Europese stroommarkt, maar dragen nauwelijks bij aan het verduurzamen van de Nederlandse stroommarkt. ‘Groene stroom inkopen bij een windmolenpark of zonneveld heeft veel meer invloed op verduurzaming’, schrijven de onderzoekers.

Transparantie over inkoop

Sinds januari 2020 moeten energieleveranciers een stroometiket publiceren met informatie over zowel de groene als grijze geleverde stroom (full disclosure). Maar daar staat níet op wat voor stroom zij inkopen. Veel consumenten krijgen dus op papier groene stroom geleverd, terwijl de ingekochte stroom niet duurzaam is opgewekt. De organisaties roepen de minister van Economische Zaken daarom op om leveranciers te verplichten transparant te zijn over de inkoop. ‘Consumenten willen een duurzame keuze maken in deze tijd van klimaatcrisis, maar door een tekortkoming in wetgeving is dat nu heel lastig. Dat moet dus anders. Bovendien kunnen de écht groene leveranciers zich nu onvoldoende onderscheiden van de groenwassende massa’, stellen de organisaties.

Consumenten

De meest duurzame energieleveranciers op de consumentenmarkt zijn: Energie VanOns, om | nieuwe energie, Powerpeers, Pure Energie en Vrijopnaam.  Zij krijgen een 10. Deze leveranciers kopen namelijk ook duurzaam in. Van de grote drie, is Eneco het duurzaamst, en krijgt een 9,0. Vattenfall wordt beloond wegens zijn duurzame investeringen met een 7,4, Essent behoort tot de grijze achterblijvers met een 4,0.

Bedrijven

Ruim twee derde van de leveranciers scoort een onvoldoende. Ook energiereuzen Eneco (5,5), Vattenfall (6,5), Essent (2,6) scoren op de zakelijke markt aanzienlijk slechter dan op de consumentmarkt. De onderzoekers vinden dit ‘in schril contrast met de groene veren waarmee zij pronken bij consumenten’. De meest duurzame zakelijke energieleveranciers zijn Energie vanOns, om | nieuwe energie en Pure Energie.

Over het onderzoek

Het jaarlijkse Onderzoek Duurzaamheid Nederlandse stroomleveranciers is opgesteld door de Consumentenbond, Natuur & Milieu en WISE. De organisaties willen met het onderzoek de transparantie van de energiemarkt vergroten, consumenten goed informeren en Nederlandse stroomleveranciers aanzetten om duurzame keuzes te maken.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Nobian en de Green Investment Group (GIG) van het Australische Macquarie bundelen hun krachten in een nieuw ​​toonaangevend groen waterstofbedrijf: de Hydrogen Chemistry Company (HyCC). HyCC zal veilige, betrouwbare, en betaalbare groene waterstof gaan leveren voor de verduurzaming van grote industrieën, zoals de luchtvaart, staalproductie, chemie en raffinaderijen.

Met de oprichting van een bedrijf dat gespecialiseerd is in waterelektrolyse voor de productie van groene waterstof uit hernieuwbare energie en op industriële schaal wordt een unieke stap gezet. Dankzij de combinatie van Nobian’s expertise in grootschalige elektrolyse en GIG’s wereldwijde ervaring met duurzame projectontwikkeling kan HyCC haar investeringen versnellen en meer grootschalige projecten realiseren.

HyCC gaat van start met een team van specialisten op het gebied van waterstoftechnologie en projectmanagement. Het bedrijf beschikt over een projectportfolio van meer dan 400 megawatt aan elektrolyseprojecten. Dit omvat onder meer een geplande installatie van 60 megawatt in Delfzijl, die waterstof zal leveren voor de productie van hernieuwbare methanol en vliegtuigbrandstoffen, een project van 100 megawatt in IJmuiden om duurzame staalproductie mogelijk te maken, en een fabriek van 250 megawatt in Rotterdam om waterstof uit fossiele bronnen te vervangen. Door de samenwerking kan HyCC deze portfolio verder vergroten en uitbreiden naar de Europese markt.

Nobian, GIG en HyCC

Kate Vidgen, Hoofd Industrietransitie en Clean Fuels bij GIG: “Groene waterstof is cruciaal om de uitstoot te verminderen in industrieën die traditioneel moeilijk te verduurzamen zijn. Denk daarbij aan staal en de chemische industrie maar bijvoorbeeld ook aan scheepvaart en luchtvaart. We verwachten een versnelling in de energietransitie en zien er daarom naar uit om samen met een ervaren bedrijf op dit gebied te investeren en industrieën te helpen hun emissies te verminderen.”

Michael Koenig, CEO van Nobian: “We zijn erg enthousiast over deze unieke stap voor zowel Nobian als GIG. Met onze toonaangevende en langdurige expertise in grootschalige elektrochemie zijn we in staat om te investeren in de snel groeiende waterstofmarkt. Hiermee creëren we niet allee meer waarde maar dragen we ook bij aan een lagere CO2-uitstoot en duurzame economische groei.”

Marcel Galjee, Managing Director van HyCC: “We hebben een sterk team en een gezonde portfolio van grootschalige groene waterstofprojecten. De steun van deze twee toonaangevende bedrijven stelt ons in staat om verder op te schalen en een ​​leider te worden in de veilige en betrouwbare levering van groene waterstof. Zo kunnen we een essentiële bijdrage te leveren aan de EU-doelstelling om 40 gigawatt aan waterelektrolyse te realiseren in 2030”.

Sluiten van de deal

GIG en Nobian hebben elk een aandeel van 50% in HyCC en de deal zal naar verwachting in maart 2022 worden afgerond (onder voorbehoud van de daarvoor benodigde goedkeuring door de instanties).

Groene waterstof

Groene waterstof wordt gemaakt door water te splitsen in zuurstof en waterstof met elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, in een proces dat waterelektrolyse wordt genoemd. Het produceren of verbranden van groene waterstof levert geen CO2-uitstoot op en de waterstof kan worden ingezet ter vervanging van fossiele brandstoffen of voor nieuwe circulaire vormen van productie. De waterstof kan bijvoorbeeld worden gecombineerd met CO en CO2 uit industriële processen om nieuwe brandstoffen en grondstoffen te maken voor de chemische industrie.

GIG heeft al meerdere deals in waterstof aangekondigd in verschillende regio’s met een focus op het ondersteunen van de industriële transitie en de overstap naar schonere brandstoffen. Nobian beheert meerdere grootschalige elektrolyse-installaties in Nederland en Duitsland voor de productie van chloor en natronloog, waarbij gebruik wordt gemaakt van een technologie die vergelijkbaar is met die van waterelektrolyse.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Partner

Thuiswinkel.org en softwareleverancier BigMile slaan de handen ineen voor de CO2-berekeningen van bezorging van pakketten aan consumenten. “Dankzij de samenwerking kan nu op een eenvoudige manier worden gewerkt met recentere en accuratere data. Zo kan de gehele retailsector zijn uitstoot op dezelfde manier rapporteren, reduceren en compenseren”, zegt Marlene ten Ham, directeur van Thuiswinkel.org.

Sinds 2019 kunnen online retailers al gebruik maken van de rekentool Bewust Bezorgd om consumenten inzicht te geven in de emissies die gepaard gaan met het afleveren van hun bestellingen. Daarnaast kunnen webwinkels, door het gebruik van Bewust Bezorgd, de consument in staat stellen te kiezen voor de meest duurzame bezorgoptie. Thuiswinkel.org ontwikkelde dit rekenmodel in samenwerking met webwinkels, vervoerders, Topsector Logistiek en TNO.

Actuele data

Bewust Bezorgd geeft informatie over de CO₂-uitstoot van het versturen van pakketten in de last-mile: vanaf het warehouse van de webwinkel tot aan het thuisadres van de klant of het gekozen afhaalpunt. Tot voor kort moesten de onderliggende emissiedata van vervoerders steeds manueel geüpdatet worden om een actueel en correct beeld te hebben van de CO₂-impact. Dankzij de koppeling van Bewust Bezorgd met BigMile is dit proces nu geautomatiseerd.

“Het geven van inzicht op basis van actuele data van vervoerders, is waar Bewust Bezorgd en BigMile elkaar perfect aanvullen”, licht Jack Pool, directeur van BigMile, toe. “Wij kunnen de werkelijke uitstoot van retailers en transporteurs berekenen conform diverse goedgekeurde methoden en Bewust Bezorgd voeden met deze informatie in het juiste formaat, zodat retailers op uniforme en onafhankelijke manier rapporteren.” Ten Ham vult aan: “Dit betekent dat de consument altijd in staat gesteld kan worden om de meest duurzame afleveroptie te kiezen, ongeacht de vervoerder waar de retailer mee werkt.”

Aflevermethode

Omdat de uitstoot per aflevermethode (volgende dag levering, avondlevering of levering bij een afhaalpunt) kan verschillen, biedt Bewust Bezorgd dankzij deze samenwerking retailers de mogelijkheid om de benodigde CO2-uitstoot per aflevermethode te berekenen. Op dit moment voeren BigMile en Thuiswinkel.org enkele pilots uit met omnichannel retailers, om ook levering vanuit winkels mee te kunnen nemen in het model.

Het uiteindelijke doel van Bewust Bezorgd is om transparant te zijn over de uitstoot, op een eerlijke en uniforme manier te meten én de consument in staat te stellen om te kiezen voor duurzame(re) bezorging. “Dankzij deze mooie samenwerking met BigMile is een cruciale stap gezet in de verduurzaming van de e-commercelogistiek”, aldus Marlene ten Ham.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Partner

De Consumentenbond, Natuur & Milieu en WISE hebben Pure Energie wederom benoemd tot de allergroenste energieleverancier van Nederland. Dat blijkt uit het onderzoeksrapport dat vandaag is gepubliceerd. Het is de 9e keer op rij dat dit gebeurt, een unieke prestatie waar Pure Energie super trots op is. Pure Energie is daarmee de enige leverancier van deze omvang die zowel op de particuliere als op de zakelijke markt de maximale score behaalt (10,0).

Hoe groen is onze stroom nu echt

De jaarlijkse verkiezing is een initiatief van de Consumentenbond, Natuur & Milieu en WISE. De autoriteiten beoordelen alle energieleveranciers, groot en klein, en bepalen de duurzaamheid van de bedrijven met straf- en duurzaamheidspunten. Alle leveranciers worden getoetst op drie bedrijfsonderdelen: investering, inkoop en levering.

Het doel van de verkiezing is om consumenten en bedrijven inzicht te geven in hoe groen de stroom in de energiemarkt nu echt is. Voor veel consumenten en bedrijven is het namelijk niet transparant waar leveranciers hun stroom vandaan halen en wat er precies door de kabels richting het stopcontact komt.

Geen sjoemelstroom

Het rapport legt onder andere bloot dat een “groen etiket” niet altijd wil zeggen dat een leverancier ook 100% groen is. Veel leveranciers kopen grijze stroom in kopen daar losse GvO’s bij (Garantie van Oorsprong). Met deze certificaten mag de claim gemaakt worden groene stroom te verkopen, terwijl dat in werkelijkheid niet zo is. Ook wordt inzichtelijk dat in sommige gevallen weliswaar groene stroom wordt geleverd aan de particuliere markt, maar grijze stroom naar de zakelijke markt wordt verplaatst. Wat verklaart dat er bij veel leveranciers voor de zakelijke markt een lagere score uitkomt.

“Van sjoemelstroom is bij ons geen sprake”, zegt Marcel Bovenmars, directeur bij Pure Energie. “De enige reden dat wij zowel particulier als zakelijk een 100% score halen, is dat wij alles zelf lokaal opwekken met wind- en zonneparken. En we verkopen nooit meer dan we opwekken. Wij zijn er trots op voor de 9e keer beloond te worden met ons duurzame beleid. Het stimuleert ons door te gaan met onze missie: schone energie voor iedereen.”

 

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De uitstoot van Europa’s 20 grootste vlees- en zuivelbedrijven – waaronder Danish Crown, Nestlé, Danone, Tönnies, FrieslandCampina en Coren – overtreft landen als Nederland en Denemarken, maar slechts drie bedrijven hebben toegezegd hun totale uitstoot van vee te verminderen, onthult nieuw onderzoek van The Institute for Agriculture and Trade Policy (IATP) vandaag. Het rapport wordt gelanceerd voorafgaand aan de mededeling van de Europese Commissie over “duurzame koolstofcycli”, die in de week van 13 december zal verschijnen. publieke middelen om onverklaarbare vrijwillige koolstofmarkten te ondersteunen. De Commissie is ook van plan de productie van biogas uit mest uit te breiden via de richtlijn hernieuwbare energie.

Emissies onmogelijk Europa: hoe Europa’s grote vlees en zuivel de planeet opwarmen, berekent dat de uitstoot van de 35 grootste vlees- en zuivelbedrijven gelijk is aan bijna 7% van de totale uitstoot van de EU in 2018. Het onthult:

  • De 20 grootste vlees- en zuivelbedrijven produceren bijna een derde (131%) meer uitstoot van broeikasgassen dan Nederland, de 6e economie van Europa en bijna vijf keer zoveel als Denemarken (492%).
  • De gecombineerde uitstoot van de 20 grootste bedrijven is gelijk aan bijna alle uitstoot van de Italiaanse oliegigant Eni, en is gelijk aan 60% van de uitstoot van het Franse fossiele brandstofbedrijf Total.
  • Zeven van de tien bedrijven die in de loop van de tijd werden gevolgd, zagen hun klimaatvoetafdruk tussen 2016 en 2018 groeien. De uitstoot van de Ierse rundvleesproducent ABP steeg met 45% en het Duitse Tönnies, dat aan Aldi levert, met 30%.

Shefali Sharma, Europees directeur van IATP, zei: “De klimaatvoetafdruk van de grote vlees- en zuivelbedrijven in Europa wedijvert met de fossiele brandstofreuzen, maar ze blijven ongestraft opereren. Het handjevol bedrijven dat klimaatplannen heeft, vertrouwt op boekhoudtrucs, greenwash en dubieuze compensaties om af te leiden van de fundamentele veranderingen die nodig zijn om de uitstoot te verminderen, terwijl ze veel van de kosten en risico’s afwentelen op boeren in hun toeleveringsketens.”

Analyse van de klimaatdoelstellingen en plannen van de 20 grootste bedrijven bracht zes belangrijke benaderingen aan het licht – geen ervan omvat een verschuiving naar agro-ecologische landbouw of de productie van minder en beter vlees en zuivel, die het grootste potentieel bieden om de uitstoot te verminderen.

  • Compensatie van emissies: Bedrijven zoals Danone en Arla, die Castello-kaas produceren, zijn van plan hun emissies te compenseren door praktijken die koolstof voor altijd vastzetten in de bodem. Koolstof komt snel vrij bij verstoring van de bodem of door overstromingen, droogte en brand. Veel bedrijven, waaronder Nestlé, Danish Crown en de Nederlandse vleesverwerker Vion, zijn van plan om een ​​deel van hun uitstoot te compenseren door dierlijke mest om te zetten in zogenaamd ‘biogas’.
  • Greenwash: Veel bedrijven beweren de uitstoot te verminderen door slecht gedefinieerde “regeneratieve landbouwpraktijken”, die beweren gezondere bodems te creëren. Bedrijven investeren relatief weinig in deze praktijken en leggen het grootste deel van de kosten en risico’s af op de boeren. De financiering van Danone voor regeneratieve landbouw bedraagt ​​slechts één dag van zijn jaarlijkse omzet, terwijl die van Nestlé gelijk was aan 1,8% van zijn omzet in 2018.
  • Onderrapportage: Slechts vier bedrijven rapporteren emissies van hun hele toeleveringsketen, hoewel de veeteelt verantwoordelijk is voor 90% van hun emissies. De helft van de bedrijven verstrekt geen emissiegegevens, waaronder de Franse Groupe Bigard, die Charal-vlees produceert, en alle zes Duitse bedrijven zoals Tönnies, Westfleisch en Müller.
  • De doelstellingen ondermijnen: alleen Nestlé, FrieslandCampina en ABP verbinden zich tot een algehele vermindering van de uitstoot van vee, maar zelfs koploper Nestlé streeft naar een reductie van 4% in 2030. Zes bedrijven, waaronder Groupe Sodiaal, dat Entremont-kaas en Yoplait-yoghurt maakt, hebben tot doel de uitstoot per kilo vlees of liter melk te verminderen — waardoor ze de productie en hun algehele klimaatvoetafdruk kunnen vergroten. Tien bedrijven hebben geen doelen, waaronder de Spaanse Coren Group en de Italiaanse rundvleesproducent Inalca.
  • Onbewezen technische oplossingen: Vrijwel alle bedrijven die klimaatplannen hebben, waaronder Danish Crown en het Ierse Dawn Meats, dat aan McDonald’s levert, zijn van plan om diervoedersupplementen te gebruiken om de methaanemissies van koeienboeren te verminderen, ondanks onzekerheid over de effectiviteit ervan. Een Brits/Zwitsers bedrijf, Mootral, biedt al “koeienkredieten” aan om de uitstoot van luchtvaartmaatschappijen te compenseren.

De veehouderij is verantwoordelijk voor 17% van de uitstoot in Europa en is tussen 2007 en 2018 met 6% gestegen. Tien landen – Duitsland, Frankrijk, Spanje, Polen, Italië, Nederland, Denemarken, Ierland, België en het VK – produceren het grootste deel van het vlees van Europa en zuivel. De uitvoer van rundvlees en varkensvlees is tussen 2005 en 2018 met meer dan 10% gestegen en pluimvee met 38%, wat heeft geleid tot een gestage toename van de vlees- en zuivelproductie en -uitstoot.

Uit het rapport bleek ook dat de vijf grootste pluimveebedrijven van Europa, waaronder de 2 Sisters Food Group met het hoofdkantoor in het VK, die eigenaar is van Bernard Matthews, er niet in zijn geslaagd klimaatdoelen te stellen, ondanks het feit dat ze grote consumenten van diervoeder zijn. Voer is een belangrijke bron van emissies door de veehouderij, deels omdat de productie ervan verband houdt met ontbossing.

“De Europese Commissie zal grote vlees- en zuivelbedrijven een vroeg kerstcadeau geven als ze haar gewicht — en het geld van de belastingbetaler — achter twijfelachtige koolstofcompensaties in de bodem gooit en biogas uit industriële veehouderijen blijft promoten als een duurzame brandstof. De Commissie moet stoppen met het financieren van industriële landbouw en de overgang naar duurzame agro-ecologische landbouwpraktijken op basis van minder en beter vlees ondersteunen. Het moet ook regels invoeren om de plattelandseconomieën nieuw leven in te blazen en fatsoenlijk werk te bieden in de voedselsector”, voegde Sharma eraan toe.

Andoni Garcia Arriola, een boer in Baskenland en Europees coördinator van Via Campesina: “Om de landbouwsector te laten deelnemen aan de matiging van de klimaatverandering, hebben we concrete steun nodig voor de activiteiten van kleine en middelgrote boerderijen, actie om meer mensen aan te moedigen — vooral jonge mensen — om te gaan boeren en meer steun voor een agro-ecologische benadering van landbouw. ​​De stimulansen die aan de landbouwindustrie worden gegeven, zijn contraproductief voor de klimaatnoodsituatie waarin we ons bevinden.”

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

AB InBev kondigt de CO2-ambitie aan om haar vijf grootste brouwerijen in Europa al in 2028 naar ‘Net Zero’ te brengen. Dit zou een jaarlijkse reductie betekenen van 110.740 ton CO2, wat gelijk staat aan de uitstoot van bija 35.000 personenauto’s. Deze Europese aankondiging is onderdeel van de ambitie om wereldwijd in 2040 in de gehele waardeketen ‘Net Zero’ te realiseren. De ambities passen in de nieuwe purpose van de brouwer, die afgelopen vrijdag werd aangekondigd: “We dream big to create a future with more cheers”. Als onderdeel van deze ambitie blijven de Nederlandse brouwerijen, waaronder de Dommelsche Bierbrouwerij, verder versnellen als het gaat om CO2-reductie. De brouwerij in Dommelen brouwt al 100% met hernieuwbare electricteit en is deels zelfvoorzienend door eigen bio-gas op te wekken uit afvalwater.

Wereldwijd

Wereldwijd heeft AB InBev aanzienlijke vooruitgang geboekt om haar duurzaamheidsdoelstellingen voor 2025 te bereiken. Tussen 2017 en 2020 is de absolute uitstoot van broeikasgassen in haar activiteiten (Scopes 1 en 2) met bijna 25% gedaald en zijn de emissies in de waardeketen (Scopes 1, 2, 3) met meer dan 10% per hectoliter gedaald. Eerder dit jaar kondigde AB InBev haar eerste CO2-neutrale brouwerijen aan in Ponta Grossa, Brazilië en Wuhan, China en haar eerste CO2-neutrale mouterij in Brazilië.

Europa

In Europa realiseerde de brouwer tussen 2017 en 2020 een geschatte CO2 reductie van 16% in haar 16 West-Europese brouwerijen, goed voor een jaarlijkse reductie van 300.000 ton CO2. De brouwer werkt er nu naar toe om in 2028 in vijf grote Europese brouwerijen Net Zero operaties te hebben: eerst de brouwerijen van Magor en Samlesbury in het VK in 2026, gevolgd door de brouwerijen van Leuven, Jupille in België en Bremen in Duitsland in 2028. Deze ambitie zou de jaarlijkse CO2-uitstoot met 110.740 ton verminderen, wat overeenkomt met de uitstoot van bijna 35.000 auto’s. Als onderdeel van de ambitie blijven de Nederlandse brouwerijen, waaronder de Dommelsche Bierbrouwerij, versnellen als het gaat om CO2-reductie.

Hernieuwbare elektriciteit en innovatie

De strategie om Net Zero te bereiken is voornamelijk gebaseerd op de omschakeling naar andere energiebronnen en de verhoging van de energie-efficiëntie. De brouwer heeft daartoe 29 veelbelovende technologieën geïdentificeerd, waarvan verschillende al zijn geïmplementeerd.

Zo zet AB InBev in op hernieuwbare elektriciteit in Europa. De brouwer kondigde in 2020 Europa’s grootste zakelijke zonne-energieovereenkomst ooit aan met BayWa r.e., waardoor tegen maart 2022 alle bieren in heel West-Europa met hernieuwbare elektriciteit worden gebrouwen, als onderdeel van een virtuele stroomafnameovereenkomst (VPPA). Dit omvat de ontwikkeling van twee nieuwe zonne-energieparken in Spanje, die vanaf 2022 250 gigawattuur hernieuwbare elektriciteit per jaar moeten leveren aan de brouwerijen van AB InBev in heel Europa. De brouwerijen in Nederland werken al met 100% op hernieuwbare elektriciteit.

Naast de overschakeling op groene energiebronnen blijft de brouwer onderzoek doen om haar activiteiten nog energie-efficiënter te maken. Een voorbeeld daarvan is de “Simmer & Strip”-technologie, die werd ontwikkeld in het wereldwijde R&D-centrum van AB InBev (Global Innovation and Technology Centre “GITEC”) in Leuven. De procesinnovatie zorgt voor 80% energiebesparing in de kookfase van het brouwproces en vermindert de brouwemissies met 5%. Het octrooi is gratis gedeeld met kleinere brouwers.

Ook richting consumenten Europa onderneemt de brouwer klimaatactie. Het biermerk ‘Bud’ wordt met 100% hernieuwbare elektriciteit gebrouwen. Het merk vermeldt dit duidelijk op de labels en verpakkingen, om consumenten aan te moedigen de keuze te maken voor hernieuwbare elektriciteit.

Share Button

[ad_2]

Source link

Berichten paginering