[ad_1]

Nederland is dit jaar 10 plaatsen gestegen op de Climate Change Performance Index, en komt uit op de 19de plaats. Toch scoort Nederland daarmee nog steeds als een medium performer. België is met de 49ste plaats juist 9 plaatsen gezakt.  De jaarlijkse index beoordeelt de klimaatinspanningen van zestig landen over de hele wereld. De index is opgesteld het NewClimate Institute, de ngo Germanwatch en milieukoepel Climate Action Network Europe.

Nederland verbetert dit jaar zijn beoordeling in Hernieuwbare Energie van laag naar gemiddeld. Het markeert geen verandering in de andere categorieën: laag in broeikasgasemissies, gemiddeld in energieverbruik en hoog in klimaatbeleid.

In de indicator Nationaal Klimaatbeleid scoort het land als gemiddeld. Voor de EU ETS-sectoren (energie-intensieve industrie, raffinaderijen en afvalverbrandingsinstallaties) geldt sinds 2021 een minimumprijs voor CO2-uitstoot, die stijgt tot 2030. De CCPI-experts juichen dit instrument toe omdat het een sterk prijssignaal afgeeft voor 2030, wanneer het minimum € 125 per ton CO2 zal bedragen. De experts merken echter op dat het tempo van de algehele emissiereductie meer dan moet verdubbelen, vergeleken met recente reducties, om de nationale doelstellingen te halen. Bovendien wordt het gebruik van steenkool voor elektriciteitsproductie tegen 2030 verboden, volgens een wet uit 2019. Tegen die tijd wil de regering 75% hernieuwbare energie bereiken.

De experts merken op dat er een krachtig beleid is gevoerd om zonne- en offshore wind te stimuleren, maar beperkingen van het elektriciteitsnet belemmeren de ontwikkeling van grootschalige fotovoltaïsche zonnevelden. Verder erkennen de experts dat nieuwe gebouwen geen aardgas meer mogen gebruiken voor verwarming. Bovendien moeten gemeenschappen plannen opstellen over hoe de toekomst van koolstofarme verwarmingssystemen eruit zal zien. Nederland is van plan om in 2030 1,5 miljoen (van de 7 miljoen) woningen te verwarmen met aardgas. De experts betwijfelen echter of dit doel kan worden bereikt met het huidige beleid.

Na een baanbrekende uitspraak van het Hooggerechtshof in 2019 die emissiereducties tegen 2020 verplicht stelde, vonden er verdere klimaatgeschillen plaats. Dit keer klaagde een milieu-ngo de Royal Dutch Shell Corporation aan wegens het schenden van onder meer haar zorgplicht volgens de Nederlandse wet. In mei 2021 heeft de Rechtbank Den Haag een broeikasgasemissiereductie opgelegd van 45% (ten opzichte van 2019) in 2030, inclusief eigen emissies en eindgebruikemissies (inspanningsverplichting).

Volgens het Wereldnatuurfonds (WWF) weerspiegelt de score de vertraging die gedurende meerdere jaren is opgelopen. Ons land slaagde er tussen 2014 en 2019 niet in om de uitstoot te verlagen, en de dalingen die in 2020 werden waargenomen, zijn vooral te danken aan de pandemie en de lockdownmaatregelen.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Roompot investeert twee miljoen euro in meer dan 4.500 zonnepanelen die op het dak van het hoofdkantoor in Goes en op 8 vakantieparken komen. Hiermee verwacht het ruim 1,65 miljoen kWh groene stroom per jaar te produceren en zijn CO2-voetafdruk jaarlijks met bijna 800.000 kg te verminderen.

Duidelijke doelstellingen: 50% minder CO2 en restafval

Roompot heeft duidelijke en ambitieuze duurzame doelstellingen. Tegen 2030 wil het zijn restafval, inclusief plastic voor eenmalig gebruik, halveren. Om die afvalberg aanzienlijk te verminderen, nam de organisatie de laatste jaren al heel wat initiatieven, ook in de ruime omgeving buiten de parken van Roompot. Nieuwe impactvolle maatregelen blijft men ook invoeren om het ambitieuze doel op internationaal niveau te realiseren.

Daarnaast legde Roompot zichzelf ook op dat het zijn CO2-voetafdruk met 50% wil verminderen tegen 2030. Die halvering wil Roompot echt vervullen, zonder de uitstoot met CO2-certificaten te compenseren.

4.500 zonnepanelen goed voor 800.000 kg minder CO2

In november start men bij Roompot met de installatie van zo’n 4.500 hoogrenderende zonnepanelen. Eerst komt het hoofdkantoor van Roompot in Goes aan de beurt, waar het volledige dak van het hoofdkantoor en het aangrenzende magazijn bijna 1.000 zonnepanelen krijgen.

Daarna volgt de installatie van 3.600 zonnepanelen van hetzelfde type op 8 parken: Roompot Noordzee Résidence Cadzand-Bad, Roompot Kustpark Egmond aan Zee, Roompot Vakantiepark Aquadelta in Bruinisse, Roompot Vakantiepark De Katjeskelder in Oosterhout, Roompot Vakantiepark Kijkduin in ’s-Gravenhage, Roompot Vakantiepark Klein Vink in Arcen, Roompot Vakantiepark Weerterbergen in Weert en Roompot Kustpark Zeebad in Breskens.

Specialisten verwachten dat de meer dan 4.500 hoogrenderende zonnepanelen elk jaar zo’n 1.600.000 kWh groene elektriciteit zullen opwekken. In vergelijking met grijze stroom zal Roompot dankzij deze investering jaarlijks bijna 800.000 kg minder CO2 uitstoten en zo zijn voetafdruk opnieuw positief bijsturen in de richting van zijn 2030-doelstelling.

Natuur gaat niet verloren om CO2-doelstelling te behalen

Voor de installatie van de 4.500 zonnepanelen doet Roompot beroep op specialisten die de mogelijke locaties uitvoerig bestudeerden. Roompot wil namelijk niet dat er kostbare groene vrije ruimte aan zonneweides verloren gaat om zo zijn CO2-doelstelling te behalen. De zonnepanelen komen allemaal op daken van centrumgebouwen en eventuele zwembaden van de parken. Met de installatie van de 4.500 zonnepanelen gaat een investering van 2 miljoen euro gepaard.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Het Nederlandse waterstofproject DREAMH2AUL is officieel gestart. Het project omvat de ontwikkeling en het testen van twee 44-tons waterstof-elektrische vrachtwagens en het toevoegen van een waterstof-vulpunt aan een tankstation op het A1 bedrijvenpark Deventer. De waterstof die geleverd wordt bij dit tankstation zal uitsluitend groen zijn. Medio 2023 zullen zowel het vulpunt als de vrachtwagens operationeel zijn.

Binnen het project is TotalEnergies Marketing Nederland N.V. verantwoordelijk voor het toevoegen van een waterstof vulpunt aan het tankstation. Zepp.solutions neemt de ontwikkeling van de vrachtwagens op zich. Transportbedrijven Vos Transport Group en BCTN Group hebben de intentie om ieder een waterstof trekker in te zetten in hun dagelijkse operaties. TNO zal de prestaties van de trucks vergelijken met alternatieven. De partijen hopen met het project de uitrol van duurzaam wegvervoer te bevorderen.

Langeafstandstransport op waterstof

Binnen het consortium is zepp.solutions verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de twee waterstof-elektrische vrachtwagens. Dit zullen ’s werelds eerste waterstof aangedreven emissievrije trekkers voor opleggers zijn die elke trailer mogen trekken binnen de huidige Europese regelgeving. De trucks zullen een actieradius van meer dan 600 km hebben. Om dit bereik te bewerkstelligen en tegelijk ook bestuurderscomfort en een aantrekkelijke TCO te bieden, zal zepp brandstofcelsystemen met hoog rendement en een extreem hoge vermogensdichtheid ontwikkelen en inzetten.

De waterstof-aandrijflijn zal worden ingebouwd in twee N3 trekkers, die zullen worden ingezet door Vos Transport Group en BCTN Group voor stadsdistributie, regionaal containertransport en (internationaal) lange afstandstransport. Beide bedrijven zijn al jaren actieve koplopers in het Europese Lean & Green CO2-reductieprogramma en zijn hard op weg om als één van de eerste logistieke bedrijven binnen Europa de 4e Lean & Green Star te behalen. Dit door de diverse CO2 reducerende maatregelen en grote besparingen die ze al hebben gerealiseerd.

Groen tanken in Deventer

De twee vrachtwagens worden de eerste vrachtwagens op waterstof bij dit TotalEnergies-tankstation waar voor dit project waterstof aan wordt toegevoegd door TotalEnergies Marketing Nederland. Bij dit tankstation wordt uitsluitend groene waterstof geleverd. Op deze locatie is ook LNG beschikbaar. TotalEnergies in Nederland werkt hard aan de uitbouw van een netwerk van tankstations met schone brandstoffen als groen gas, waterstof, LNG en elektriciteit. Dit innovatieve multifuel tankstation in Deventer draagt bij aan de missie van TotalEnergies in Nederland om verduurzaming te bewerkstelligen.

Zowel de vrachtwagens als het tankstation zullen naar verwachting halverwege 2023 operationeel zijn. Het DREAMH2AUL project wordt ondersteund door de Demonstratieregeling Klimaattechnologieën en Innovaties in transport (DKTI) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Vandaag lanceren Mediaplus/Mediaxplain en ClimatePartner de Green GRP, de Nederlandse tool die de CO2-voetafdruk van een mediacampagne berekent en compenseert. In veel branches en voor veel processen wordt al actie ondernomen om deze klimaatneutraal te maken. Voor advertentiecampagnes was het tot nu toe nog niet mogelijk om de CO2-uitstoot inzichtelijk te maken. Om adverteerders de mogelijkheid te geven dit proces ook te vergroenen, is de Green GRP geboren. Het biedt de mediawereld de mogelijkheid haar steentje bij te dragen aan het oplossen van het klimaatprobleem. Er ligt hier een enorm potentieel, aangezien de uitstoot veroorzaakt door de 4,5 miljard euro netto mediabestedingen aanzienlijk is. De tool wordt op greengrp.nl gratis aangeboden en is toegankelijk voor de hele markt.

Dat duurzaamheid in de boardroom en voor marketeers een belangrijk thema is, staat inmiddels wel vast. Zo is uit onderzoek gebleken dat twee derde van de Nederlanders* zich zorgen maakt over het klimaat en 72% vindt het belangrijk om opwarming van de aarde te voorkomen. Deze zorgen uiten zich ook in het gedrag van de consument. Zo heeft de consument een positiever beeld van merken die zich richten op duurzaamheid. De helft kiest eerder voor een merk dat bewust omgaat met duurzaamheid. De mogelijkheid om nu campagnes zo te plannen dat het uitstoot reduceert en het restant compenseert helpt marketeers hun merken zichtbaar verder te verduurzamen.

CO2-voetafdruk mediacampagnes compenseren

Bij het plannen van een campagne biedt Mediaplus/Mediaxplain adverteerders de mogelijkheid om de CO2-uitstoot die voortkomt uit de campagne te berekenen en compenseren via gecertificeerde klimaatbeschermingsprojecten. Ook kunnen meerdere campagnescenario’s vergeleken worden en de meest ideale op basis van de minste CO2-uitstoot gekozen worden. Indien gekozen wordt om het restant te compenseren, liggen de kosten daarvoor gemiddeld tussen de 0,4 en 0,8% van het mediabudget.

“Met Green GRP kunnen adverteerders een bijdrage leveren aan de wereldwijde klimaatbescherming en ondersteunen zij geverifieerde klimaatbeschermingsprojecten”, zegt Robert Viertelhauzen, Managing Director bij ClimatePartner. “Ook bevorderen zij het bereiken van de Global Sustainable Development Goals (SDG’s), bijvoorbeeld het bestrijden van armoede of het verbeteren van de leefomstandigheden in opkomende economieën en ontwikkelingslanden. In het bijzonder voor bedrijven waar klimaatbescherming in de basis al dicht bij hun hart ligt, is het initiatief van Mediaplus/Mediaxplain een logisch verlengstuk van hun verduurzamingstreven, dat wij natuurlijk graag ondersteunen.”

Sander Bots, Managing Director bij Mediaplus/Mediaxplain voegt hier aan toe: “Als mediabureau willen we natuurlijk in de eerste plaats het meeste effect uit het mediabudget van onze adverteerders halen. Wij vinden echter ook dat elke branche zijn bijdrage moet leveren aan misschien wel de grootste uitdaging van de huidige tijd, namelijk klimaatbescherming. Middels de Green GRP kan nu ook de communicatiebranche een bijdrage hieraan leveren. Om de impact hiervan zo groot mogelijk te maken, vinden we het belangrijk om gezamenlijk op te trekken met adverteerders, mediaexploitanten en andere bureaus. De Green GRP is daarom voor iedereen toegankelijk en inzetbaar.”

 

* Bron: DPG Media, mei 2021. n=500 (18-80 jr) 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Partner

GroenLeven zal zich vanaf 2022 steeds meer gaan richten op brede hernieuwbare energieoplossingen en energielandschappen. Waar het accent in het verleden op zonne-energie lag, wil het bedrijf de mix uitbreiden met windenergie, waterstof en energieopslag. Hiermee kan GroenLeven als duurzame energiepartner van nog grotere betekenis zijn voor het behalen van de gestelde doelen in het Klimaatakkoord. Om de uitbreiding van hernieuwbare energiediensten kracht bij te zetten heeft GroenLeven besloten om de strategische samenwerking met het Duitse moederbedrijf BayWa r.e. te intensiveren.

CEO Roland Pechtold: “Ik ben zeer blij dat we naast zon, waar we onze sporen hebben verdiend, nu ook wind, waterstof en energieopslag voortvarend bij de kop pakken. Het is simpel. We moeten met elkaar de Rubicon over naar hernieuwbaar om volgende generaties niet met enorme klimaatproblemen op te zadelen. De toekomst is zon, wind en waterstof. Het fossiele tijdperk is voorbij. Het is fijn dat we kunnen putten uit de kennis en kunde van BayWa r.e., die wereldwijd al langer winden zonprojecten combineert.”

Een veranderende energiemarkt klaar voor de toekomst GroenLeven ziet de afgelopen jaren een grote verandering in de energiemarkt plaatsvinden. Waar het bedrijf zo’n tien jaar geleden als lokale start up in Friesland startte met zonnepanelen op boerendaken, is het nu de marktleider in Nederland als het gaat om zonne-energie en heeft zij unieke dubbelfuncties ontwikkeld, zoals op zandwinningsputten, carports en boven fruit. De markt vraagt echter terecht steeds meer om bredere integrale energie-oplossingen. Een vraag die past bij de huidige tijdsgeest en maatschappelijke noodzaak verder te verduurzamen. GroenLeven wil eveneens inspelen op de wens minder afhankelijk te worden van energievoorziening in landen buiten Nederland, door in te zetten op de opwek van groene waterstof. Zon en wind zijn voor deze opwek van groot belang.

Breed energieaanbod oplossing voor overbelasting netwerk

Een overbelast energienetwerk – ook wel netcongestie – is een grote bedreiging in de strijd om meer hernieuwbare energie waar veel bedrijven tegenaan lopen. GroenLeven gaat zich daarom met name richten op grote projecten waar op één centrale plek meerdere energieoplossingen mogelijk zijn en omwonenden hiervan ook kunnen profiteren. Energielandschappen met daarbij aandacht voor de maatschappelijke en landschappelijke inpassing. Het voordeel van grootschaligheid is dat je overbelasting van het energienetwerk tegengaat; aansluitingen concentreren zich op één punt in plaats van een elektriciteitsnet met vertakkingen naar kleine projecten. Bovendien zijn zon en wind complementair (als de zon schijnt, waait het vaak minder hard en andersom) en vormen batterijen en waterstof een oplossing voor het drukke netwerk vanwege de bufferfunctie.

Pechtold: “Netcongestie is de bottleneck voor duurzaam doorpakken. De kosten voor netuitbreiding zijn enorm en netverzwaring neemt ook vele jaren in beslag. Die tijd hebben we niet, dus moeten we zorgen dat we met elkaar zo efficiënt en goed mogelijk het elektriciteitsnet benutten. Dat kan heel mooi met dit soort oplossingen.”

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

BayWa r.e. en Goodman versterken hun partnerschap met de plaatsing van een nieuwe 7 MWp PV-installatie op het dak van het Alblasserdam Logistics Centre. De installatie is met 33.300 m2 zo’n vijf voetbalvelden groot en is met een capaciteit van 7MWp voor beide bedrijven de grootste zonnepaneleninstallatie. Het project wordt uitgevoerd door GroenLeven, de Nederlandse dochteronderneming van BayWa r.e.

Het duurzame en in de praktijk beproefde novotegra montagesysteem, ontwikkeld door BayWa r.e., garandeert optimale benutting van het dakoppervlak. Het platdakmodel van de PV-installatie zorgt voor de best mogelijke belastingverdeling en voor hoge montagesnelheid dankzij de click-fit functie. Voor optimalisatie van de energie-output wordt innovatieve 1500V-spanningsklasse toegepast.

Kerstin Schmidt, Managing Director van BayWa r.e. Power Solutions GmbH, zegt over de samenwerking: “Goodman en BayWa r.e. delen dezelfde visie waar het gaat om duurzaam bijdragen aan de wereldwijde energietransitie. We zijn er trots op partner van Goodman te zijn voor grootschalige zonnecentrales op een groot aantal dc’s in meerdere Europese landen.”

Lien Standaert, Country Manager Goodman van België en Nederland: “Ons doel is om tegen 2025 wereldwijd 400 MW aan zonnepaneleninstallaties te installeren op onze daken, waarvan bijna een kwart op het Europese vasteland. Op die manier zorgen we ervoor dat onze gebouwen volledig kunnen voorzien in de operationele energiebehoeften van onze klanten en ondersteunen we hen bij het realiseren van hun duurzaamheidsdoelstellingen. Het zonnedak op het Alblasserdam Logistics Centre is een van de vele duurzaamheidskenmerken van dit dc. Deze installatie zal veel meer energie opleveren dan nodig voor onze klanten in het dc. De overtollige groene energie wordt direct teruggeleverd via het net en lokaal beschikbaar gemaakt voor particuliere verbruikers. Naar schatting wordt met deze installatie ongeveer 3.770 ton CO2-uitstoot voorkomen, het equivalent van de uitstoot die jaarlijks door ongeveer 1.900 huishoudens wordt geproduceerd. BayWa r.e. is een van onze belangrijkste partners die ons steeds weer een stap dichter brengt bij onze duurzaamheidsdoelstellingen.”

Multinationals zoals Goodman spelen een steeds belangrijkere rol in de energietransitie. BayWa r.e. ondersteunt commerciële en industriële bedrijven wereldwijd met op maat gemaakte, holistische energieoplossingen om hun duurzaamheidsdoelstellingen te helpen bereiken en energieonafhankelijkheid te ondersteunen. Beide bedrijven werken nauw samen voor toekomstige projecten.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Steeds meer ondernemers willen niet alleen zelf groeien met hun bedrijf, maar ook actief bijdragen aan een betere wereld. Meewerken aan de oplossing voor een maatschappelijk vraagstuk dat er echt toe doet. Met de Rabo Duurzame Innovatieprijs biedt Rabobank pioniers een podium voor een vliegende start. De inschrijving voor de 2022-editie is geopend!

Rabo Duurzame Innovatieprijs

Rabobank is op zoek naar ondernemers die met hun innovatie durven op te staan om de maatschappij beter te maken. Die de maatschappij kennis laten maken met haalbare en rendabele innovaties, in de laatste ontwikkelingsfase, en met maatschappelijke impact. Met de Rabo Duurzame Innovatieprijs stimuleren we ondernemers om van hun innovatie een succes te maken.

Het winnen van de prijs opent deuren: de winnaar krijgt toegang tot relevante sectorkennis, wordt geïntroduceerd bij interessante marktpartijen en krijgt advies over de benodigde financiering. Daarnaast ontvangt de winnaar een geldbedrag van € 20.000,=. Ze krijgen ook een speciaal accelerator programma aangeboden bij partner Yes!Delft.

Tevens wordt na publieksstemming één van de finalisten uitgeroepen tot winnaar van de publieksprijs: een masterclass van de MalieAcademy, aangeboden door de Koninklijke Vereniging MKB-Nederland. 

De Rabo Duurzame Innovatieprijs wordt uitgereikt in vier categorieën:

Voedseltransitie

Hoe kunnen we van boer tot bord de impact van voedsel op klimaat, milieu en leefomgeving terugbrengen? En minder verspillen? Kringlooplandbouw, precisieland- en tuinbouw en een gebiedsgerichte aanpak zijn nodig om de transitie naar een duurzame land- en tuinbouw te realiseren. Innovatie door de hele keten heen is essentieel, net als het bouwen aan vraag gestuurde ketens. Heb jij de innovatieve businesscase die antwoord geeft op deze transities? Meld je dan nu aan!

Vitale gemeenschappen & zorg

Hoe zorgen we nu én in de toekomst voor goede, toegankelijke en betaalbare zorg? Met welke businesscase stimuleer jij preventie en een gezonde leefstijl? Wij zijn op zoek naar innovaties die mensen helpen om samen te werken aan een algemeen belang, zodat iedereen in ons land voor zichzelf en voor elkaar kan zorgen. Wat is jouw bijdrage aan een vitale gemeenschap en zorg?

Circulair ondernemen

Denk jij ook na over een circulaire economie waarin kringlopen van grondstoffen en nutriënten gesloten worden? Deel je idee! Jouw businesscase kan bijdragen aan de ambitie van innovaties voor een duurzame economie. Een ambitie die vraagt om initiatieven om samen innovatieve ketens te vormen. We zijn benieuwd hoe jij dit doet.

Energietransitie

Heb jij een innovatieve oplossing om vastgoed energiezuinig te maken? Of werk je aan een techniek om fossiele brandstoffen te vervangen door duurzame energiebronnen? In deze categorie zijn wij op zoek naar concepten om energie te besparen, op te slaan, én naar manieren om de energievoorziening decentraal te organiseren. Daarnaast zijn wij op zoek naar innovaties voor duurzaam wonen. Wat is jouw businesscase?  

Inschrijving geopend

Tussen 8 november en 27 januari kunnen klanten en niet-klanten van Rabobank zich inschrijven voor de prijs via rabobank.nl/rdi. De prijsuitreiking vindt plaats tijdens Floriade op 19 mei 2022.

Corjan van den Berg van FUMI Ingredients won de prijs in 2019 en vertelt wat dit betekende voor zijn onderneming: 

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De CO2-voetafdruk van de rijkste 1 procent van de wereldbevolking is in 2030 naar schatting 30 keer te groot. Dat wil zeggen: hun CO2-uitstoot overschrijdt dan 30 keer de grens om onder de 1,5 graad opwarming te blijven, zoals in het Parijse klimaatakkoord is afgesproken. Ondertussen blijft de CO2-uitstoot van de armste helft van de bevolking naar verwachting nog altijd ver onder dat niveau.

Dat blijkt uit nieuw onderzoek in opdracht van Oxfam Novib. Terwijl wereldleiders tijdens de VN-klimaattop worstelen met de vraag hoe zij de afspraken van Parijs moeten halen, laten deze schokkende cijfers zien dat we daar nog lang niet zijn.

Uitstoot blijft toenemen, ondanks afspraken

In 2015 spraken regeringen in Parijs af dat de opwarming van de aarde beperkt moet blijven tot 1,5 graden. Alleen dan kunnen we de gevolgen van klimaatverandering samen dragen. Om onder die grens te blijven, moet ieder mens op aarde onder een uitstoot van 2,3 ton CO2 per jaar blijven. Maar ons nieuwe onderzoek laat zien dat tegen 2030:

  • De CO2-uitstoot van de armste helft van de bevolking nog ver onder het niveau van de 1,5 graad ligt;
  • De rijkste 10 procent van de bevolking dit niveau 9 keer overschrijdt;
  • De rijkste 1 procent van de bevolking dit niveau 30 keer overschrijdt.

Meer cijfers, onder meer over wat die rijksten dan verdienen, vind je hier.

Rijksten vervuilen, armsten lijden

Hilde Stroot, klimaatexpert bij Oxfam Novib: ‘De buitensporige uitstoot van de rijkste 1% van de wereldbevolking zal naar schatting alleen maar verder groeien de komende jaren. Als er geen verdere stappen worden genomen, zou alleen al de uitstoot van de rijkste 10 procent van de wereldbevolking ons de komende 9 jaar boven de afgesproken limiet van 1,5 graad kunnen brengen. Dit zou catastrofale gevolgen hebben voor de meest kwetsbare mensen in armere landen die nu al te maken hebben met dodelijke stormen, honger en armoede, veroorzaakt door klimaatverandering.’

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Prijs CO2-uitstoot nog te laag

Het is goed dat steeds meer CO2-uitstoot wordt beprijsd, maar dat gebeurt nu meestal nog tegen een (veel) te lage prijs. Volgens de Wereldbank zouden prijzen voor een ton CO2 nu tussen de 40 en 80 dollar moeten liggen om op koers te blijven voor het behalen van de doelen uit het Klimaatakkoord van Parijs. Onder de meeste beprijzingssystemen wordt de 40 dollar bij lange na niet gehaald. Slechts 4% van de wereldwijde uitstoot wordt op meer dan 40 dollar beprijsd. Het Europese emissiehandelssysteem vormt hierin een belangrijke uitzondering: de prijs ligt nu rond de 60 euro per ton CO2. Onder het Europese emissiehandelssysteem krijgen nu nog veel industriële sectoren, zoals staal en raffinage, gratis rechten, maar deze verdwijnen op termijn als de voorstellen uit Fit-for-55 worden aangenomen.

Drie mogelijkheden om mondiale CO2-uitstoot beter te beprijzen

Omdat klimaatverandering een wereldwijd probleem is, betalen alle bedrijven idealiter in elk land evenveel voor hun CO2–uitstoot. Zo lang een volledige mondiale beprijzing van CO2 niet haalbaar is, ziet DNB drie tussenstappen om te komen tot een betere mondiale beprijzing.

1) Afspraken over een minimumprijs tussen de grootste economieën

De grootste economieën kunnen een gezamenlijke minimumprijs afspreken voor CO2-uitstoot. Met een klein aantal partijen zijn onderhandelingen beter mogelijk dan bijvoorbeeld in het verband van de Conference of the Parties (COP), want de COP heeft maar liefst 197 deelnemers. Een afspraak tussen alleen China, de VS, India en de EU zou volgens het IMF al 63% van de verwachte globale uitstoot in 2030 dekken. Onder andere de OESO en het IMF pleiten al langer voor zo’n afspraak.

2) Afspraken tussen landen met bestaande emissiehandelssystemen

De bestaande emissiehandelssystemen van verschillende landen kunnen verder worden geïntegreerd. Dat kan leiden tot het gelijktrekken van CO2-prijzen en meer efficiëntie bij het behalen van de klimaatdoelen. Onder andere de Europese Unie, China, Canada en Zuid-Korea hebben een emissiehandelssysteem. Er wordt tussen deze landen nu al overlegd over manieren om de systemen beter op elkaar te laten aansluiten op technische aspecten, zoals de wijze van het meten van de uitstoot.

3) Sectorspecifieke afspraken

Voor een of enkele sectoren met een hoge uitstoot en een relatief beperkt aantal bedrijven kan een afspraak gemaakt worden over een minimumprijs voor CO2. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de luchtvaart- (1,9% van de mondiale uitstoot) en/of zeevaartsector (1,7%). Die sectoren stoten voor hun omvang relatief veel CO2 uit. Omdat bij luchtvaart en zeevaart meestal meerdere landen betrokken zijn, ligt coördinatie van belastingen hier ook meer voor de hand. Bovendien zijn beide sectoren relatief eenvoudig te belasten, mede omdat het overgrote deel van de CO2-uitstoot door een beperkt aantal bedrijven wordt uitgestoten. Een meer ambitieuze afspraak zou kunnen gaan over de elektriciteitssector of industriële sectoren. Die afspraken zouden wel veel ingrijpender en complexer zijn, en zijn daarom op korte termijn minder realistisch.

Geen makkelijke, wel noodzakelijke keuzes

Geen van bovenstaande opties is eenvoudig. Voor alle opties gelden belangrijke uitdagingen. Ten eerste moeten landen elkaar vertrouwen dat de CO2-prijs volledig wordt ingevoerd en dat de uitvoering goed geregeld wordt. Ten tweede is er nu nog een groot verschil tussen de kosten om CO2-uitstoot terug te dringen in verschillende landen. Landen die al veel CO2 gereduceerd hebben, zullen minder goedkope opties hebben, en dezelfde prijs heeft daar dan ook minder effect. Ten derde zijn er ook grote verschillen in klimaatambitie tussen landen: sommige landen willen de uitstoot veel sneller terugbrengen dan andere.

Betere mondiale beprijzing van CO2 zou echter wel een grote stap in de richting van de klimaatdoelen betekenen. DNB pleit er daarom voor dat Nederland zich hard maakt voor het maximaal haalbare op het gebied van CO2-beprijzing. Daarbij zou een afspraak tussen de grootste economieën het meeste impact hebben, maar is een sectorale afspraak mogelijk eenvoudiger en dus beter haalbaar. Teruggave van de middelen via algemene belastingkortingen kunnen helpen om draagvlak te creëren voor deze afspraken. Voor elk van deze oplossingen is verbeterde internationale samenwerking en coördinatie gewenst. De G20 zou hier een belangrijke rol in kunnen spelen, maar mogelijk ook de OESO als coördinatie in G20 verband nog niet haalbaar blijkt. Nederland zou een voortrekkersrol moeten pakken, zoals ons land dat eerder voor Europese beprijzing heeft gedaan.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Een certificaat op de CO2-Prestatieladder. Voor drie ministeries (IenW, EZK, LNV) is dat een feit, maar ook de overige negen gaan aan de slag om er een te behalen. Het moet de ministeries helpen om de rijksbrede doelstelling te behalen: een klimaatneutrale bedrijfsvoering in 2030.

18% van nationale uitstoot door inkoop overheid

Uit een rapport van het RIVM kwam deze zomer naar voren dat de Nederlandse overheid middels inkoop verantwoordelijk is voor 18% van de nationale uitstoot. Dat betreft concreet 22 megaton CO2-equivalenten. De Rijksoverheid, waar de ministeries en uitvoeringsorganen onder vallen, heeft daar een aanzienlijk aandeel in. Hoeveel CO2 er precies wordt uitgestoten gaan de ministeries nu met de CO2-Prestatieladder in kaart brengen. Vanuit dit inzicht kunnen jaarlijkse doelen worden opgesteld en concrete maatregelen worden geformuleerd. Hierover moet intern en extern worden gerapporteerd en een (onafhankelijke) Certificerende Instelling voert de audit uit.

Serieus aan de slag

Ivo Bonajo, programmamanager duurzame bedrijfsvoering Rijksoverheid, ziet het besluit om de CO2-Prestatieladder in te voeren als een belangrijke stap en opmaat naar meer actie. “Via de campagne ‘Iedereen doet wat’ vragen we heel Nederland om kleine of grote stappen te nemen voor een duurzamer leven. Met het besluit om de CO2-Prestatieladder in te voeren laat de Rijksoverheid zien zelf serieus aan de slag te zijn met deze boodschap. Ik vind dit een mooie stap en goed signaal.”

CO2-Prestatieladder als katalysator

“Tegelijk besef ik dat we er hiermee nog niet zijn en ons succes zal afhangen van de concrete maatregelen en stappen die we nog moeten zetten. Gelukkig hebben we inmiddels een reeks aan mooie praktijkvoorbeelden. De systematiek van de Ladder moet helpen om nog veel meer duurzame actie binnen ons eigen organisatie van de grond te krijgen. Ik heb dit positieve effect van de CO2-Prestatieladder al gezien bij de Waterschappen en de collega’s van de ministeries van IenW en EZK. Het is dus belangrijk dat we nu Rijksbreed dit voorbeeld volgen en ik zie graag dat steeds meer overheden aan de slag gaan met deze of vergelijkbare systematieken. Want het potentieel van 18% minder klimaatimpact mogen we niet onbenut laten.”

Andere gecertificeerde overheden

De ministeries zijn niet de enigen die de CO2-Prestatieladder gebruiken om klimaatdoelen te behalen. Ook 18 gemeenten, 3 waterschappen en 2 provincies zijn gecertificeerd. Aan de waterschappen is zelfs door de Unie van Waterschappen het dringende advies afgegeven om uiterlijk in 2025 gecertificeerd te zijn. Daar komt dit besluit van de ministeries bij. De verwachting is dat de meeste ministeries die nog niet gecertificeerd zijn eerst toewerken naar een certificaat op niveau 3 van de Co2-Prestatieladder.

[ad_2]

Source link

Berichten paginering