[ad_1]

De definitieve CO2-voetafdruk van ProRail voor 2020 komt uit op een uitstoot van 5,5 kton CO2. Dit is een nog forsere daling van de CO2-emissie dan aanvankelijk was aangenomen. Daarmee heeft ProRail haar doelen voor 2020 ruimschoots gehaald. Tegelijkertijd zien we in de prognose voor 2021 een sterke stijging van de CO2-voetafdruk naar 8,3 kton.

Drie categorieën

ProRail rapporteert jaarlijks over drie categorieën CO2-uitstoot. Scope 1 gaat over de directe uitstoot van broeikasgassen door ProRail, zoals aardgas voor de wisselverwarming, verwarming van kantoren en diesel en benzine voor onze bedrijfs- en leasewagens. Scope 2 gaat over de indirecte CO2-uitstoot van ProRail. Door inkoop van elektriciteit en stadswarmte voor onze kantoren, infra, en stations dragen we indirect bij aan de productie van elektriciteit in centrales. De rapportage over scope 1 en 2 vormt samen onze “CO2-voetafdruk”.

De derde categorie, Scope 3, gaat over CO2-emissies uit bronnen die geen eigendom van ProRail zijn, noch door ProRail worden beheerd, maar die door de zogenoemde keten in opdracht van ProRail worden bewerkt of ingekocht; bijvoorbeeld de inkoop van materialen door onze aannemers.

93 procent reductie

De daling in 2020 is een gevolg van een lager verbruik van de wisselverwarming, door inzet maatregelen en de zachte winter, en de stijging van het aandeel groen gas naar 100 procent. Ook de vergroening van de externe computerservers draagt bij aan de daling. Daarnaast is het aantal zakelijke dienstreizen gedaald als gevolg van de coronacrisis in 2020. Kijkend naar het basisjaar 2010 is er, ondanks de groei van het aantal stations en kilometers spoor, een reductie behaald van 93 procent.

De verwachte stijging voor 2021 komt vooral door het koude voorjaar en het extra verbruik van de wisselverwarming hierdoor. De grootste post in de voetafdruk is de wisselverwarming. Door maatregelen als het saneren van wissels en de ombouw van gasgestookte naar elektrische wisselverwarming zetten we, ondanks de weersinvloeden, in op een dalende lijn.

Reductie in de keten

Eens in de vier jaar doet ProRail onderzoek naar de systemen die het meeste CO2-emissie veroorzaken in de keten, scope 3. Dit heet de Dominantie Analyse. Dit jaar is de Dominantie Analyse geactualiseerd. Op basis van de uitkomst stelt ProRail een top 20 op. Deze wordt nu aangevoerd door dwarsliggers en daarna door het voertuig- en materieelgebruik van onze aannemers. Het verbruik van dieseltreinen en de bouw van kunstwerken (spoorbruggen en -viaducten) volgen hierna.

De totale scope 3-emissies van ProRail worden in de Dominantie Analyse geschat op 302 kton CO2 per jaar. Dit is fors hoger dan de 137 kton per jaar uit de vorige analyse (2017). Deze toename komt door het opnieuw opnemen van de treinketen en door een andere berekeningswijze van het ‘voertuig- en materieelgebruik aannemers’. Samen zijn deze emissies goed voor 172 kton per jaar. Daarnaast zijn ook de emissies in de materialenketen toegenomen door grotere aantallen en wijzigingen in emissiefactoren. De jaarlijkse emissie is hiervan is gestegen van 111 kton CO2 per jaar naar 130 kton CO2 per jaar.

Routekaart Verduurzaamt

In 2020 heeft ProRail haar nieuwe strategie voor duurzaamheid vastgelegd in de ‘Routekaart Verduurzaamt’. Hierin zijn onze duurzame ambities en doelstellingen bepaald. Voor CO2 heeft ProRail de ambitie om in 2030 55 procent CO2-reductie (scope 1 t/m 3) te realiseren t.o.v. 2015 (exclusief scope 3 emissies van elektrische treinen, aangezien de uitstoot hiervan al is vergroend).

De uitwerking van deze ambitie gebeurt door het uitvoering van ons CO2- en Energiebesparingsplan. In dit plan, dat een looptijd heeft van 2021-2025, zijn streefwaarden voor CO2- en energiereductie uitgewerkt en geconcretiseerd naar maatregelen per jaar. De streefwaarden zijn:

  • Scope 1 en 2, maximale uitstoot van 5 kton CO2 per jaar;
  • Scope 3:
    • Een reductie van 39 kton per jaar in de materialenketen;
    • Een maximale uitstoot van 114 kton in de treinketen.
Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

The World Business Council for Sustainable Development (WBCSD) and PwC UK have today unveiled a new report for business outlining incentives for supply chain decarbonization. The new report – entitled “Reaching net zero: incentives for supply chain decarbonization” – introduces a new framework to support businesses to motivate action amongst their suppliers and was developed in consultation with 11 multinational corporations.

The framework outlines four significant incentivization approaches, that include levers ranging from penalty- to reward-based, as well as financial and non-financial. The report is supported by case study examples of how companies, including Microsoft and Phillips, are already using these levers to drive climate action within their supply chains and limit their Scope 3 emissions.

A significant number of multinational businesses have set net zero targets to address the interlinked climate, nature and inequality crises. To achieve these net zero targets, businesses must reduce their Scope 3 emissions – indirect emissions that occur in a company’s value chain.

Emissions from supply chains comprise the vast majority of total corporate sector greenhouse gas emissions, roughly the equivalent to 11 times the emissions that result from the direct operations of businesses. It is therefore essential that companies address these.

However, the combination of competing business priorities and supply chain complexity has led to many organizations stalling or delaying action to address their Scope 3 emissions. Incentivization plays a vital role in abating emissions from corporate supply chains and multinationals are uniquely positioned to support and influence the decarbonization journey of their suppliers through the use of incentives.

“The business imperative to decarbonize supply chains is crucial if we are to achieve a net zero, nature positive and equitable future for 9+ billion people to live, within planetary boundaries, by 2050,” commented John Revess, Director of Net Zero Transformation at WBCSD. “Competing organizational priorities have meant that action to abate Scope 3 emissions has been limited, but our new report, developed with PwC, is a timely guide to help corporates take climate action through incentivization to decarbonize their supply chains.”

Dan Dowling, Sustainability and Climate Change Partner at PwC UK, added: “Companies’ net zero commitments require a much more ambitious value chain response. To successfully decarbonize, organizations not only need to define the incentivization strategy, tools and investments within their own supply chains, but also collaborate cross-industry and harmonize approaches to accelerate action.

“Fueled by the insights and experiences of WBCSD members, the launch of this report offers a pathway towards much-needed clarity and consistency for those on the front line of taking action on supply chain decarbonization and reducing Scope 3 emissions.”

Download the report (pdf)

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Partner

Ondanks de belofte om te verduurzamen zijn er nauwelijks bedrijven die daadwerkelijk haast maken met dit streven. Dat blijkt uit onderzoek van South Pole, projectontwikkelaar en leverancier van klimaatoplossingen. Ambities worden zo ver doorgeschoven dat de haalbaarheid nog maar zeer de vraag is. En ondanks dat aanpassing aan klimaatveranderingen als een absolute prioriteit wordt gezien ontbreekt in veel gevallen een duidelijke strategie hiervoor en wordt er nog maar nauwelijks budget voor vrijgemaakt. Ook in Nederland zijn de groene ambities van bedrijven nog lang niet altijd terug te zien.

Voor het onderzoek vroeg South Pole 200 bedrijven wereldwijd naar de plannen om te verduurzamen. Daaruit blijkt dat het bedrijfsleven steeds vaker beloftes doet om groener te worden. Bijna de helft van de ondernemingen geeft aan dat zij net zero emissiedoelstellingen hebben vastgesteld, wat neerkomt op het streven om CO2-neutraal te worden. In veel gevallen zijn deze beloftes niet wetenschappelijk onderbouwd en nauwelijks realistisch te noemen. In zestig procent van de gevallen moet dit streven pas na 2040 zijn gerealiseerd, of is er niet eens een jaartal op de ambities geplakt.

In Nederland heeft nog geen tien procent van de Nederlandse ondernemingen de net zero emissiedoelstellingen vastgesteld, concludeert René Groot Bruinderink, Head Climate Solutions Nederland van South Pole. “De situatie in Nederland en de conclusies uit het onderzoek maken duidelijk dat bedrijven zich niet realiseren dat er haast gemaakt moet worden met verduurzamen. Ook voor de bedrijven zelf, die zich al op zeer korte termijn moeten gaan houden aan afspraken hierover. Het niet hebben van een plan en doelstelling kan voor hen grote problemen opleveren.”

Worsteling

Het onderzoek toont verder de worsteling van het bedrijfsleven met klimaatverandering aan. In totaal noemt 58 procent van de ondervraagde bedrijven aanpassingen op dit gebied een belangrijke prioriteit. Een op de vijf vindt echter dat het over een duidelijke strategie beschikt om klimaatveranderingen het hoofd te bieden. Slechts zeven procent van de bedrijven heeft daadwerkelijk extra budget vrijgemaakt om deze plannen ook uit te voeren. Opvallend is dat de bedrijven de druk om te verduurzamen voornamelijk voelen vanuit consumenten. Ondanks toenemende inmenging van de overheid wordt dit nauwelijks als drukmiddel ervaren.

René Groot Bruinderink sprak op 11 november jl. tijdens het Nationaal Sustainability Congres in Hilversum over de uitkomsten van het onderzoek. In een paneldiscussie sprak hij daarnaast over de rol die de financiële sector idealiter zou moeten spelen op de duurzaamheidsbeslissingen in het bedrijfsleven.

Lees meer over het onderzoek

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De zes industriële clusters die Nederland telt hebben elk een strategie opgesteld voor het verminderen van de broeikasgasuitstoot. De strategieën beschrijven ook welke energie-infrastructuur dit vergt. Als alle plannen van bedrijven zouden worden uitgevoerd, kan daardoor de totale uitstoot van broeikasgassen in Nederland in 2030 dalen met circa 31 megaton. De plannen van bedrijven zijn zelden al definitief; realisatie is mede afhankelijk van de tijdige beschikbaarheid van energie-infrastructuur en van financiering. Als Nederland de huidige industrie wil behouden en wil ondersteunen in de transitie naar een uitstootvrije toekomst, dan is de gevraagde infrastructuur daarvoor onmisbaar. Dat zijn enkele conclusies uit het rapport ‘Reflectie op Cluster Energiestrategieën (CES 1.0)’ dat het PBL, TNO en RVO.nl gezamenlijk hebben opgesteld, op verzoek van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Het behalen van de doelen uit het Klimaatakkoord en de verdere transitie naar een uitstootvrije economie in 2050 vragen om een forse uitbreiding van de energie-infrastructuur. Het gaat om infrastructuur voor transport van elektriciteit, waterstof, CO2, warmte en grondstoffen. Het tijdig realiseren hiervan is ingewikkeld. Om knelpunten die tot vertraging kunnen leiden op te lossen heeft de rijksoverheid het Nationaal Programma Infrastructuur Duurzame Industrie (PIDI) opgericht. Hierin werken alle betrokken partijen samen aan het versneld realiseren van de benodigde infrastructuur. Als eerste stap hebben industriële bedrijven, netbeheerders, energieproducenten en regionale overheden in 2021 gezamenlijk Cluster Energiestrategieën (CES’en) opgesteld. Het uitgebrachte rapport is een reflectie op deze strategieën.

Plannen kunnen zorgen voor aanzienlijke uitstootreductie in 2030

Van het genoemde potentieel van 31 megaton CO2-equivalenten uitstootvermindering wordt 21 megaton in de industrie zelf gerealiseerd, en de overige 10 megaton geheel of gedeeltelijk buiten de industrie. Ter vergelijking: in 2020 bedroeg de uitstoot van de industrie 53,5 megaton. Afvang en opslag van CO2 en het produceren van groene waterstof leveren het leeuwendeel van de uitstootvermindering in de plannen. De mogelijke uitstootvermindering in de industrie zoals beschreven in de CES’en is aanzienlijk meer dan de doelstelling voor 2030 uit het Klimaatakkoord van 2019.

Groeiende elektriciteitsvraag en lange realisatietijd maken verzwaring elektriciteitsnetten urgent

De elektriciteitsvraag van de industrie neemt bij uitvoering van alle plannen toe van 43 terawattuur (TWh) nu naar 128 TWh in 2030. Circa 40 procent van die groei komt door productie van waterstof via elektrolyse. Het elektrolyservermogen in de CES’en telt op tot zo’n 9 gigawatt in 2030. De extra elektriciteitsvraag vraagt om een evenredige toename van CO2 -vrije stroom, om een groeiende uitstoot in de elektriciteitssector te voorkomen. Bij de aanleg van elektriciteitsinfrastructuur zullen prioriteiten gesteld moeten worden, want niet alles wat wordt gevraagd, kan gelijktijdig gerealiseerd worden.

Knelpunten oplossen om tijdige realisatie plannen in CES’en mogelijk te maken

Voor versnelde realisatie van de infrastructuur is het wenselijk dat het PIDI de clusters ondersteunt bij vergunningsprocedures en planologische procedures, en voorstellen doet voor het wegnemen van financiële en organisatorische knelpunten. Daarnaast zal wet- en regelgeving aangepast moeten worden om proactief en planmatig investeren in infrastructuur door netbeheerders mogelijk te maken.

Achtergrondinformatie

Er zijn CES’en opgesteld voor de vijf grote industriële clusters (Noord-Nederland, Noordzeekanaalgebied, Rotterdam-Moerdijk, Zeeland-West Brabant en Chemelot in Limburg) en voor de overige industrie (aangeduid als cluster 6). In deze CES’en is de vraag naar energie-infrastructuur
aangegeven die ontstaat bij uitvoering van plannen van bedrijven om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, en als gevolg van de verwachte groei en vestiging van nieuwe bedrijven. De reflectie van PBL, TNO en RVO.nl is uitgevoerd op basis van de gegevens in de strategieën zoals die zijn aangeleverd op 15 september 2021. De CES Noordzeekanaalgebied werd ten tijde van schrijven van het rapport nog aangepast om rekening te houden met de in september 2021 aangekondigde koerswijziging van Tata Steel ten aanzien van de verduurzaming van de  taalproductie. Deze verandering kon in het rapport daarom nog niet worden meegenomen. Van het zesde cluster is het eerste concept ontvangen dat de opmaat is naar de definitieve CES.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

‘Wat een ongelooflijk bijzondere avond’. Met dit verhaal komt ‘de 1,5 graad van COP26’ binnen handbereik’. Deze en meer positieve uitspraken volgden op donderdagavond 11 november de Nederlandse Film première van de veelbesproken documentaire ‘Beyond Zero‘. Het verhaal over UN Climate Action Award winner Interface werd gedeeld in zaal met ruim 700 personen in Theater Gooiland in Hilversum. Een grote groep CEO’s, overheidsleiders en jongeren waren aanwezig op uitnodiging van klimaatpionier Maurits Groen en het programma 100 Months to Change NL in samenwerking met het 20ste Nationaal Sustainability Congres. Dankzij een data tool werd direct invulling gegeven aan de oproep van de klimaattop in Glasgow (COP26) aan leiders om meer bij te dragen aan de klimaatdoelen. ‘Wat een hoopvolle avond! Deze ervaring geeft iedereen die in zijn werk meer wil bijdragen aan de klimaatdoelen, direct concrete handvatten’. De komende tijden gaan op grote schaal professionals de Beyond Zero Experience ervaren.

Het programma bestond uit een première filmvertoning van de film Beyond Zero en de introductie van de Nederlandse tak van het wereldwijde programma 100 Months to Change. Ook Nederlandse voorbeelden van klimaatpioniers stonden op het podium, zoals Kipster, Niebla en Dutch Climate Systems. De avond werd begeleid door klimaatpionier Maurits Groen en Harm Edens, presentator van onder meer de Nationale Klimaatquiz en BNR Duurzaam. De avond sluit af met een Call for Action die ter plekke door aanwezigen in een realtime data tool wordt ingevuld. Daarmee wordt duidelijk op welke manier leiders en andere aanwezigen een stap extra zullen bijdragen om de klimaatdoelen te halen. Aanwezig waren onder meer KPMG, ABN AMRO, Dutch Flower Group, Compass Group Nederland, PLUS, Coca-Cola, EY, Nederlandse Waterschapsbank, Enexis, Achmea, Patagonia, Waterbedrijf Groningen, Evides en tompambtenaren van meerdere ministeries.

Zie hier de foto’s over deze bijzondere, energieke avond in een vol theater Gooiland in Hilversum en de video:

“Beyond Zero” is een inspirerende en bekroonde documentairefilm over het Amerikaanse multinational Interface. Het biedt een ongekend ‘fly on the wall; inzicht in de onwaarschijnlijke en visionaire, moedige beslissing van oprichter en CEO Ray Anderson van de succesvolle (maar destijds nog vervuilende) beursgenoteerde vloerenfabrikant Interface om zijn bedrijf compleet te transformeren naar een bedrijf zonder negatieve impact. De film volgt zeer realistisch het avontuur dat hij en mensen om hem heen aandurfden en dat inmiddels heeft geleid tot een ‘beyond zero emission’ bedrijf. Beyond Zero heeft meerdere prijzen gewonnen, onder andere die van “Best Story” op het Boston Film Festival en van “Best Documentary Feature” op het Denver Film Festival. Deze film is onafhankelijk van het bedrijf Interface geproduceerd.

Maurits Groen initieerde in 2006 de première van de film ‘An Inconvenient Truth’ in aanwezigheid van Al Gore en zette daarmee destijds veel leiders aan tot duurzamer handelen in hun organisatie. ‘Er ligt een enorme opgave. Deze film Beyond Zero moet nu de wereld in; het geeft leiders en professionals inspiratie en concrete handvatten hoe om te gaan met het urgente klimaatvraagstuk. Er zijn nu nog 98 maanden om de klimaatdoelen van 2030 te halen’, aldus Groen ‘deze film is beter dan die van Gore, omdat het hele concrete handvatten geeft voor iedereen’.

Mede-initiatiefnemer van 100MTC Charlotte Extercatte stelt: ‘Er is veel aandacht voor wat je thuis kan doen om bij te dragen aan de strijd tegen klimaatverandering. We vergeten soms dat impact van hetgeen je beslist op je werk vaak vele malen groter is. Dat geldt voor CEOs maar ook voor marketeers, inkopers en ambtenaren. Echt iedereen kan een flink tandje bijzetten en bijdragen aan de klimaatdoelen van 2030. Als iedereen dat doet met de lessen uit de film, dan zijn de doelen haalbaar. Een beter klimaat begint -wat ons betreft- op je werk! Daarmee wordt concreet handen en voeten gegeven aan de grote ‘we gaan net zero’ uitspraken die we rond Glasgow veel horen. We streven naar om zo snel mogelijk 1 miljoen professionals en toekomstig professionals te bereiken met dit platform. Uit de premiere komen ongelooflijk veel verzoeken tot samenwerking. Dat is een ontzettend mooi resultaat!

Het organisatieteam bestond verder uit: Wietse Walinga, Yvette Watson en Folkert van der Molen.

De komende weken zijn er verscheidende Beyond Zero Experiences voor grote groepen professionals, waaronder bij ABN AMRO, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Ministerie van Buitenlandse Zaken en Justitie en Veiligheid, Schuco en Ernst&Young. Direct na de première stroomden nieuwe verzoeken binnen. De ambitie gaat verder dan bedrijfsleven en overheid: ‘We zoeken nog partners om de Beyond Zero Experience ook beschikbaar te maken voor het onderwijs’, aldus Extercatte, ‘dit is een gave les voor docenten om te geven’.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Meteoroloog en ambassadeur voor klimaat, duurzaamheid en gedrag Helga van Leur heeft vandaag het eerste exemplaar van De Bosatlas van weer en klimaat uitgereikt gekregen. “Een prachtig boek waar je doorheen blijft bladeren. Het geeft inzicht hoe het weer werkt, wat er allemaal bij komt kijken en hoe dat zich vertaalt naar het veranderende klimaat: lokaal en mondiaal, in het verleden, heden én toekomst!”, aldus Helga van Leur. Een reis door de wereld van weer en klimaat in kaarten, infographics en foto’s

De Bosatlas van weer en klimaat laat zien hoe ons weer de afgelopen decennia is veranderd en hoe het weer invloed heeft op de samenleving en alledaagse bezigheden, op feestdagen en op sportevenementen. Zo is de kans op een Elfstedentocht en de kans op een kerst met temperaturen boven de 10 graden groter dan een witte kerst.

Maar ook gaat de atlas in op de basis: hoe wordt het dagelijkse weer verwacht, hoe was het weer een paar eeuwen terug, wat is een hogedrukgebied en welke wolken betekenen wat? Daarnaast is er ruime aandacht voor klimaatverandering en de rol van mens en natuur hierbij. Inclusief de actuele effecten ervan en de gevolgen op de langere termijn als het tij niet keert. Of juist wel. Dit alles is weergegeven in de kenmerkende Bosatlaskaarten, aangevuld met infographics, spreads en foto’s.

foto: Helga van Leur ontvangt het eerste exemplaar van De Bosatlas van weer en klimaat uit handen van hoofddirecteur KNMI Gerard van der Steenhoven (foto: Sander Koning)

Bestel de atlas hier online!

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Eén van de aangenomen moties benoemt dat veel mkb’ers graag willen verduurzamen, maar dat zij soms door ‘alle duurzame bomen het bos niet meer zien’. En dus moeilijk kunnen uitvissen welke investeringen het beste rendement opleveren. Wat een meerderheid van de Kamer betreft moet de overheid ondernemers daarbij gaan steunen. Het kabinet moet daarom onderzoek doen naar welke instrumenten de ondernemer ondersteunen bij de zoektocht naar de beste verduurzamingsmaatregelen. Lees de motie hier.

Daarnaast wil de Kamer dat er gekeken wordt naar de zogeheten CO2-footprint van ondernemers. Om te gaan verduurzamen is het meten van deze voetafdruk namelijk een goed startpunt. Maar volgens een aangenomen motie is er nu een ‘warboel’ aan meetmethodes, en is het de vraag of mkb’ers daar wel wijs uit kunnen worden. De regering moet daarom onderzoeken of mkb’ers nu ‘voldoende in staat worden gesteld’ om hun CO2-footprint te meten. Lees de motie hier.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Vijftien landen en tal van bedrijven in de transportsector verspreid over de wereld stappen over op schoon zwaar wegvervoer. Op initiatief van Nederland zetten zij vandaag op de klimaattop in Glasgow hun handtekening onder de ambitie dat vanaf 2040 alle nieuwe vrachtwagens en bussen in hun land rijden zonder uitlaatgassen. Omdat vrachtwagens gemiddeld zo’n tien jaar rondrijden, is de overeenkomst een mooie stap om de uitstoot van broeikasgassen door vrachtwagens en bussen wereldwijd naar nul te krijgen in 2050.

Schoon scheelt veel uitstoot

Nederland is echt een transportland. Dat zorgt voor banen en brengt geld in het laatje. En steeds vaker groen: Nederlandse bedrijven zijn goed in de bouw van uitstootvrije bussen en vrachtwagens.
Het zwaar vervoer blijft echter ook een belangrijke bron van luchtvervuiling. De uitstoot van de transportsector wereldwijd is niet in lijn met de Parijsdoelen. Zwaar verkeer zorgt voor ruim een derde van de CO2-uitstoot en zo’n 70% van de stikstofuitstoot van al het wegverkeer wereldwijd, en produceert veel schadelijke gassen die mensen direct inademen.

Oplossingen van belang voor Nederland

Met de vrachtwagen en bus die rijdt op een batterij of waterstof is daar een oplossing voor. Ze zijn stil en rijden zonder uitlaatgassen. Maar ze zijn nog wel duur. Veel transportondernemers hikken tegen de prijs aan, en veel producenten aarzelen nog om massaal schone vrachtwagens te gaan maken.

Nederland wil tempo maken. Ondernemers kunnen in ons land met subsidie een uitstootvrije bestelbus kopen, en ook voor vrachtwagens is zo’n regeling aanstaande. Maar die vrachtauto’s moeten er dan wel in ruime keuze zijn. Bouwers van bussen en vrachtwagens zijn wereldwijd verspreid. Internationale samenwerking is daarom van belang.

Staatssecretaris Van Weyenberg (Infrastructuur en Waterstaat): “Deze overeenkomst is een mooi begin. Nederland is ambitieus. Wij hebben in het klimaatakkoord al afgesproken al het wegverkeer in 2050 schoon te willen hebben. Het is belangrijk om daar samen met andere landen voor te gaan, zodat de markt zich sneller gaat ontwikkelen. Ik roep andere landen dan ook op zich aan te sluiten.”

Naast Nederland doen Oostenrijk, Canada, Chili, Denemarken, Finland, Luxemburg, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Schotland, Turkije, Uruguay, het Verenigd Koninkrijk, Wales en Zwitserland mee.

Samenwerken

De vijftien landen gaan beleid maken om de afgesproken doelstellingen te halen. Zij gaan intensief samenwerken en kennis uitwisselen om de ambities waar te maken. Jaarlijks rapporteren ze over de voortgang. Naast landen doen ook tal van staten, bedrijven die transporteren en vrachtwagenbouwers mee, zoals California, DHL, Heineken, Scania en BYD.

De logica achter de afgesproken ambitie is eenvoudig. Als je in 2050 helemaal schoon wil zijn, moeten alle nieuwe vrachtwagens en bussen in 2040 schoon zijn. Die hebben immers een levensduur van ongeveer tien jaar. En om aan te sluiten bij de logische momenten van vervanging voor ondernemers, is het doel in 2030 30% van de nieuwe zware voortuigen uitstootvrij te hebben.

Machiel van der Kuijl van ondernemersvereniging evofenedex: “Het is goed dat Nederland hierin het voortouw neemt. Als landen om ons heen ook mee gaan doen, komt er meer keuze en worden de prijzen lager. Dat is belangrijk voor onze ondernemers. Wel moet er zowel in Nederland als in de rest van de wereld nog veel gebeuren zodat de elektrische vrachtauto’s efficiënt opgeladen kunnen worden en de logistieke planning niet in de knel komt.

Laadpalen

Om het belang van goede laadpalen te onderstrepen organiseert Nederland samen met Californië vandaag op de klimaattop ook een aparte sessie over laadpalen. Zonder goede laadinfrastructuur kunnen schone auto’s, bussen en vrachtwagens immers niet rijden.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Partner

Meer dan honderd landen komen op dit moment tijdens de COP26 klimaattop in Glasgow bijeen om te onderhandelen over het beperken van de opwarming van de aarde. Verschillende ngo’s zijn aanwezig om aan te dringen op ambitieuze en eerlijke klimaatdoelen. FairClimateFund, dochterorganisatie van Cordaid, strijdt samen met onder andere Fairtrade Nederland voor een eerlijke en inclusieve CO2-markt.

De vrijwillige CO2-markt geeft bedrijven en particulieren de mogelijkheid om rechten of ‘CO2-credits’ te kopen voor de compensatie van de uitstoot die zij nog niet kunnen reduceren. Door het betalen van iemand anders om ergens anders de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, kan de koper zijn eigen uitstoot compenseren. CO2-markten spelen een belangrijke rol bij het verkrijgen van de benodigde CO2-financiering van de particuliere sector ter ondersteuning van de klimaatadaptatie en energietransitie in ontwikkelingslanden.

Die CO2-financiering bereikt kleinschalige boeren en huishoudens met een laag inkomen nauwelijks. De druk van grote bedrijven om laaggeprijsde CO2-credits te leveren, resulteert in een beperkt aandeel voor degenen met de minste onderhandelingsmacht. In de CO2-markt zien we de dezelfde oneerlijke principes als bijvoorbeeld in de koffie- of cacaosector.

“Westerse landen zijn verantwoordelijk voor het grootste deel van de CO2-uitstoot, maar de impact van klimaatverandering zie je vooral in ontwikkelingslanden. Daarom moet de CO2-markt op een eerlijke en effectieve manier ten goede komen aan mensen die het meest kwetsbaar zijn voor de gevolgen van klimaatverandering”, zegt Linda Lap, marketing- en communicatiemanager bij FairClimateFund.

Fairtrade Climate Standard

FairClimateFund wil aantonen dat in een eerlijke en inclusieve CO2-markt:

– een eerlijke minimumprijs wordt betaald voor CO2-credits die alle kosten vergoeden die gemaakt worden om deze emissies te verminderen;

– CO2-financiering echt de mensen bereikt die het minst bijdragen aan klimaatverandering, maar wel het meest kwetsbaar zijn voor de gevolgen van klimaatverandering;

– er een adaptatiepremie wordt betaald ter ondersteuning van activiteiten die lokale gemeenschappen en ecosystemen versterken tegen de gevolgen van klimaatverandering;

– kopers van CO2-credits een ambitieus en bij voorkeur wetenschappelijk onderbouwd emissiereductieplan hebben.

De Fairtrade Climate Standard is een relatief nieuwe standaard voor CO2-credits die ontwikkeld is door Fairtrade International en Gold Standard, in samenwerking met FairClimateFund, gebaseerd op deze principes.

Share Button

[ad_2]

Source link

Berichten paginering