[ad_1]

Albert Heijn en Eneco gaan samenwerken in de aanleg van snelladers bij Albert Heijn-winkels in Nederland en België. Nog dit jaar worden er 120 snelladers geplaatst die 240 laadpunten opleveren waar klanten van de supermarktketen hun auto kunnen opladen. Daar stopt het natuurlijk niet. In 2025 beschikt Albert Heijn over minimaal 2.000 laadpunten. Zo geven zowel Albert Heijn en Eneco invulling aan hun duurzaamheidsambities.

Tijdens het boodschappen doen de batterij volladen

Met de aanleg van de laadpunten maakt Albert Heijn het voor klanten makkelijker een bewuste keuze te maken om met duurzaam vervoer naar de winkel te komen, naast uiteraard fietsen of lopen. De supermarktketen speelt hiermee in op het groeiende aantal elektrische auto’s dat zij op de parkeerterreinen ziet. Door gebruik te maken van de snelladers tijdens het boodschappen doen bij Albert Heijn, laadt je efficiënt de batterij van je auto op; een gewenste oplossing voor klanten. Daarbij laden klanten op 100% groene stroom met Eneco HollandseWind.

Groenere toekomst

Joris Laponder, CCO Eneco eMobility: “We zijn ontzettend trots op deze samenwerking en kijken ernaar uit om samen met Albert Heijn bij te dragen aan een groenere toekomst voor Nederland en België. Deze samenwerking is een belangrijke stap om de transitie naar schonere mobiliteit verder vorm te geven.”

“Ook wij zijn ontzettend trots op deze samenwerking waarbij we snelladen bereikbaar maken voor onze klanten. Zo helpen we onze klanten verder te verduurzamen,” aldus Rob Heesen, directeur Foodservice&Concepten van Albert Heijn.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Ruim vier jaar na Shells aankondiging om mee te doen aan de energietransitie rapporteert Shell nog steeds niet hoeveel het bedrijf investeert in duurzame energie, blijkt uit de vandaag gepubliceerde kwartaalcijfers. “Blijkbaar vindt ook Shell zijn investeringen in de energietransitie niet vermeldenswaardig. Beleggers kunnen zo nog steeds niet beoordelen hoe serieus Shell de energietransitie neemt. Duidelijk is wel dat ongeveer 90% van de investeringen nog steeds naar fossiel gaat en blijft gaan in 2022,” reageert Mark van Baal, oprichter van Follow This. 

In de begeleidende presentatie (pagina 18, afbeelding hieronder) zijn de investeringen in 2021 in ‘renewables and energy solutions’ samengevoegd met ‘marketing’. “Hoogstwaarschijnlijk zijn de investeringen in marketing hoger dan in duurzame energie, anders had Shell ze wel apart gerapporteerd.”

De geplande investeringen in 2022 in hernieuwbare energie en energie oplossingen worden $3 miljard (12% van het totaal van ongeveer $25 miljard). De investeringen in het zoeken en oppompen van olie (upstream) zullen omhoog gaan van $6 in 2021 naar $8 miljard in 2022.

”Je kunt niet beweren in transitie te zijn als slechts 12% van je investeringen naar nieuwe, duurzame energie gaat en de investeringen in fossiele brandstoffen omhoog gaan,” zegt Mark van Baal.

Shells doelen zijn dan ook nog steeds niet in lijn met Parijs, in tegenstelling tot wat Shell schrijft op pagina 21 (“Strategy aligns with goal to limit the increase in the global average temperature to 1.5 degrees Celsius above pre-industrial levels”). Het Parijsakkoord vraagt om een wereldwijde emissiereductie van ongeveer 40% in 2030; Shell wil alleen zijn gemiddelde emissies (CO2 per energie-eenheid) met 20% verlagen terwijl zijn totale emissies omhoog gaan (bleek uit een analyse van Global Climate Insights).

”Beleggers verliezen hun geduld. Dat bleek in mei 2021 toen 30% van de beleggers voor de Follow This klimaatresolutie stemde”. Een week later legde de rechter Shell een emissiereductie van 45% in 2030 op. In mei kunnen investeerders opnieuw stemmen voor deze klimaatresolutie om Shell te steunen om doelen te stellen die daadwerkelijk in lijn zijn met het Parijsakkoord.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De haven van Rotterdam is verantwoordelijk voor bijna 14 miljoen ton CO2 per jaar en staat daarmee op gelijke voet met de vijfde grootste industriële vervuiler van Europa – de kolencentrale van Weisweiler in Duitsland – zo blijkt uit een nieuwe studie waarin de koolstofemissies van havens worden gerangschikt. Antwerpen en Hamburg komen op de tweede en derde plaats, terwijl drie van de top 10 vervuilende havens in Spanje liggen. In een jaar waarin de sector recordwinsten boekt, roept Transport & Environment (T&E) de havens op om zich achter de EU-inspanningen te scharen om de impact van de scheepvaart op het klimaat te beperken.

In de studie, die is uitgevoerd door T&E, wordt gekeken naar de koolstofemissies van schepen die vertrekken uit en binnenkomen in havens in de hele toeleveringsketen, en naar de emissies van activiteiten in de haven zoals laden, lossen en tanken. De scheepvaartsector is een snelgroeiende uitstoter en de Europese havens hebben zich terughoudend opgesteld ten aanzien van mandaten voor schone brandstoffen.

Door de opleving van de handel na de vogelgriep zijn de prijzen van de containervaart de hoogte in geschoten, maar zelfs vóór de pandemie, voor zover er gegevens beschikbaar zijn, verwerkten de havens steeds meer goederen. Tussen 2012 en 2019 zijn de vrachtvolumes in Rotterdam bijvoorbeeld met 13% gestegen. Nu de containerwinsten vorig jaar een recordhoogte bereikten en de winsten van de rederijen zelfs die van Apple en Facebook evenaren, wordt verwacht dat de havens ook in 2021 een lucratief jaar zullen hebben gehad.

Jacob Armstrong, sustainable shipping officer bij T&E, zegt: “De scheepvaartsector doet momenteel een gooi naar winst. Havens vormen daarvan de kern en hun impact op het klimaat is enorm. Maar in plaats van zich achter voorstellen te scharen om de scheepvaart schoner te maken, zoals uitgebreide elektrificatie van havens en mandaten voor groene brandstoffen, doen havens gewoon niet genoeg om de sector schoon te maken.”

Ook de gegevens over scheepsemissies in havens zijn vernietigend. Rotterdam scoort opnieuw het slechtst, terwijl belangrijke havenmetropolen zoals Antwerpen, Piraeus (Athene), Barcelona en Hamburg ook slecht scoren op het gebied van emissies door havenactiviteiten zoals laden, lossen en tanken.

Desondanks hebben havenlobbyisten gepleit tegen strengere doelstellingen voor elektrificatie aan de wal, waardoor de vervuiling in havens zou verdwijnen, en hebben zij gelobbyd tegen dergelijke doelstellingen voor scheepvaartsegmenten zoals olietankers en bulkcarriers. Dit punt is bijzonder wrang voor de havengemeenschappen van Amsterdam en Rotterdam, wijst T&E erop, waar olietankers verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van de emissies in de haven.

Naast CO2 pompen traditionele schepen aanzienlijke hoeveelheden schadelijke gassen zoals stikstofoxide (NOx) en zwaveldioxide (SOx).

Jacob Armstrong concludeerde: “Havens kunnen een rechtstreekse impact hebben op het groener maken van onze planeet door te zorgen voor schone scheepvaartinfrastructuur. Dit betekent de installatie van infrastructuur voor het bijtanken van waterstof en elektrificatie aan wal, waardoor schepen hun motoren kunnen uitschakelen en in de haven kunnen inpluggen. Dit zou ook het leven aanzienlijk verbeteren van de mensen die in de buurt wonen van wat momenteel enkele van de meest vervuilde plaatsen op aarde zijn.

De Europese Commissie kan havens helpen door de inkomsten uit de komende koolstofmarkt te bestemmen voor schone brandstofinfrastructuur in havens, adviseert T&E.

De EU-wet op de groene infrastructuur (AFIR) wordt momenteel besproken in het Europees Parlement en de Raad; een definitieve tekst wordt in de tweede helft van 2022 verwacht. T&E roept havens op om het voorstel te steunen.

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Groenvoorziener Vermeulen Groep, ontwikkelaar NettEnergy en adviesbureau Delphy hebben deze maand groen licht gekregen om waterstof (H2) te gaan maken van bermgras uit de regio. Het project draagt de naam Groene Hart Waterstof. De Vermeulen Groep in Hazerswoude voert in opdracht van overheden het onderhoud uit van bermkanten en groenbeheer. Het verzamelde restmateriaal wordt momenteel tegen kosten afgevoerd naar een composteerder; een laagwaardige bestemming voor een waardevolle grondstof.

De pilot is erop gericht de energie die is opgeslagen in dit materiaal om te zetten naar waterstof en biochar middels een innovatieve vergassing technologie (techniek van NettEnergy). Verder wordt onderzocht hoe we de biochar kunnen verwaarden. Een goede toepassing van de biochar voor de boomkwekerij is in de substraatteelt om het geïmporteerde veen te vervangen. Op de onderzoekslocatie van Delphy in Hazerswoude zullen testen worden uitgevoerd met dit veelbelovende materiaal.

Niet alleen in de industrie is de belangstelling voor waterstof erg groot, maar ook in het landelijkgebied zouden kleinschalige H2-installaties, naast zonneparken en windturbines, een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan een fossiel-vrije energievoorziening. Zo wil de Vermeulen Groep in de toekomst materieel op zelfopgewekte waterstof laten draaien. Het initiatief is tot stand gekomen i.s.m. de gemeente Alphen aan den Rijn, waar veel energie zit om te komen tot minder CO2 uitstoot van bedrijven in de regio. Regio Rijnland ondersteunt het project financieel.

Vanaf medio mei-juni 2022 is de verwachting dat belangstellenden de pilot-installatie in een rondleiding kunnen bezoeken op het terrein van de Vermeulen Groep te Hazerswoude.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

In de aanloop naar COP26 – de klimaatconferentie van de Verenigde Naties in november – deden business school INSEAD en executive search en consultancy firma Heidrick & Struggles wereldwijd onderzoek onder zo’n 300 leden van Raden van Commissarissen (RvC’s). Het doel was inzicht te krijgen in de kennis van commissarissen over de impact van klimaatverandering op hun onderneming en de mate waarin het thema onderdeel is van hun rolinvulling. Er blijkt een duidelijke discrepantie te zijn tussen wat commissarissen zeggen over de impact van klimaatverandering en wat ze daar feitelijk aan doen. Een gebrek aan kennis en inzicht is een belangrijke oorzaak.

De voornaamste conclusies van het ‘Changing the Climate in the Boardroom’ onderzoek:

  • 75% van de commissarissen vindt klimaatverandering erg belangrijk tot cruciaal voor het strategisch succes van de onderneming;
  • 63% van de commissarissen stelt dat hun RvC duidelijk de risico’s en kansen identificeert die klimaatverandering voor de onderneming meebrengt;
  • 85% van de commissarissen vindt dat de RvC zijn kennis over de implicaties van de klimaatcrisis moet vergroten;
  • 72% van de commissarissen heeft vertrouwen in het vermogen van hun onderneming om klimaatdoelstellingen te halen, maar 60% benadrukt dat er binnen de RvC niemand is die specifiek verantwoordelijk is voor het onderwerp;
  • 69% van de commissarissen geeft aan dat kennis van het klimaatvraagstuk tot nu toe geen randvoorwaarde is om toe te treden tot de RvC;
  • 41% van de commissarissen stelt dat de onderneming geen duidelijke doelstellingen heeft waar het gaat om op het terugdringen van CO2-uitstoot;
  • 46% van de commissarissen geeft aan dat de RvC geen of onvoldoende kennis heeft over de implicaties van klimaatverandering op de financiële prestaties van de onderneming;
  • 49% van de commissarissen meldt dat klimaatverandering geen of slechts een beperkt onderdeel is van investeringsbeslissingen binnen de onderneming.

Raden van Commissarissen staan ​​onder toenemende druk van stakeholders en worden afgerekend op de impact die hun onderneming heeft op de planeet. Toch hebben veel commissarissen niet de kennis, vaardigheden en het inzicht om risico’s en kansen met betrekking tot klimaatverandering te beoordelen. Ondanks initiatieven zoals de jaarlijkse klimaatconferentie van de UN COP26, en toenemende druk van overheden (zoals het Sustainable Corporate Governance Initiative) laat het onderzoek van INSEAD en Heidrick & Struggles zien dat veel commissarissen onvoldoende actie ondernemen op het onderwerp klimaatverandering, al zien zij daar wel het belang van in.

Top niet afgerekend op klimaatprestaties

Maar liefst 43% van de commissarissen meldt dat hun onderneming geen duidelijke doelstellingen heeft voor het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. In het verlengde daarvan geeft 74% aan dat klimaatverandering helemaal niet of slechts in geringe mate onderdeel is van de prestatie-indicatoren van de top van hun onderneming. Bijna de helft van de commissarissen zegt dat klimaatverandering helemaal geen of slechts een zeer beperkte rol speelt bij investeringsbeslissingen.

Gebrek aan kennis en visie

Het onderzoek van INSEAD en Heidrick & Struggles legt één van de grote problemen van het omgaan met klimaatvraagstukken door RvC’s bloot: een algemeen gebrek aan kennis over het klimaat. 85% van de respondenten vindt dat de RvC zijn algemene kennis over en inzicht in het thema klimaat moet vergroten. Bijna de helft geeft toe geen visie te hebben op de wereldwijde implicaties van klimaatverandering. In dit kader stellen veel commissarissen dat zij zich met name laten informeren door bestuurders van de onderneming, de media en investeerders en niet door wetenschappers. Minder dan de helft van de toezichthouders vindt het overigens belangrijk een ​​expert op het gebied van klimaatverandering in de RvC te hebben.

Sonia Tatar, Executive Director van het INSEAD Corporate Governance Centre, dat het onderzoek van de business school leidde: “Opvattingen over effectief toezicht op klimaatverandering evolueren naarmate de mondiale dynamiek verandert en druk van belanghebbenden en activisten toeneemt. Het thema is steeds meer een topprioriteit. Voor investeerders voor wie klimaat een prioriteit is in de financiële ondersteuning van organisaties, maat ook voor Raden van Bestuur die onder de loep worden genomen om klimaattransitie te integreren in hun strategie. Ook is er steeds meer maatschappelijk onderzoek naar greenwashing en zijn er duidelijkere statistieken over impact en resultaten.”

Fundamentele paradox

Raden van Commissarissen lijken structureel te weinig tijd aan klimaatverandering te besteden. Zo bevestigt 10% van de respondenten dat de RvC geen enkele discussie wijdt aan het beoordelen van risico’s die verband houden met de opwarming van de aarde. Een kwart stelt dat er geen scenario’s worden ontworpen met betrekking tot klimaatverandering en 24% heeft het binnen de RvC nooit over de educatie van teams op het gebied van klimaat-gerelateerde onderwerpen.

Imke Lampe, Partner in Charge van Heidrick & Struggles Nederland: “Het zijn alarmerende inzichten, zeker gezien de enorme complexiteit en implicaties van het proces van klimaatverandering. Er lijkt sprake van een fundamentele paradox. Professionals met de vaardigheden en ervaring om de klimaatcrisis aan te pakken hebben zelden de ervaring die nodig is om een goede commissaris te zijn en vice versa. Daardoor zijn experts op het gebied van klimaatverandering fundamenteel ondervertegenwoordigd in Raden van Commissarissen. Die realiteit heeft uiteraard gevolgen voor de samenstelling van de top van ondernemingen. Maar liefst 65% van de respondenten bevestigt dat aandacht voor het klimaat geen criterium is bij de keuze voor een CEO. Dat moet veranderen.”

Over het rapport

De enquête werd in september en oktober 2021 uitgevoerd via de wereldwijde INSEAD en Heidrick & Struggles corporate governance netwerken. 301 respondenten uit 43 landen vulden enquêtes in, en 74% van de respondenten was werkzaam bij bedrijven met een hoofdkantoor in Noord-Amerika en West-Europa. De leden van de raden van bestuur waren afkomstig uit zeer uiteenlopende bedrijfstakken en van zeer uiteenlopende omvang. 227 respondenten waren niet bij het dagelijks bestuur betrokken bestuurders uit verschillende comités van de raad van bestuur, waarbij audit, benoeming en beloning de meest voorkomende functies waren. Opmerkelijk was dat 77 leden lid waren van een duurzaamheidscomité.

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De campus in Apeldoorn wordt de eerste locatie van Achmea die binnen 4 jaar energieneutraal is. Vandaag is hiervoor het startschot gegeven door bestuursvoorzitter Bianca Tetteroo van Achmea en burgemeester Ton Heerts van Apeldoorn.

Achmea wil duurzame waarde creëren voor klanten, medewerkers, het bedrijf én de samenleving. Bianca Tetteroo: “Achmea staat voor duurzaam samen leven. Daarom investeren we in duurzame oplossingen. Naast de stappen die we zetten om onze diensten, verzekeringen en beleggingen te verduurzamen, streven we naar een klimaatneutrale bedrijfsvoering in 2030. Daarmee laten we zien dat Achmea verantwoordelijkheid neemt voor de wereld van morgen. Wij investeren in een inclusieve samenleving waarin gezondheid, schone energie en natuur bereikbaar zijn voor iedereen. Vandaag markeren we met trots een grote concrete stap met de start van dit project. We willen onze locatie in Apeldoorn (ruim 60.000 m2) al in 2025 energieneutraal hebben.”

Ton Heerts, burgemeester van Apeldoorn is enthousiast over het verduurzamingsproject van het grootste bedrijf van Apeldoorn: “Dit sluit helemaal aan bij onze ambities voor de hele gemeente. Ons doel is dat Apeldoorn in 2050 energieneutraal is. We zijn dus erg blij met zo’n koploper in ons midden.”
Ton Heerts markeerde de start van het project door een dashboard te onthullen waarop de te realiseren reductie in energie- en gasverbruik en de benodigde hoeveelheid op te wekken duurzame energie te zien zijn.

Terugdringen energieverbruik en investeren in duurzame energie

Maatregelen om het kantoor in Apeldoorn energieneutraal te maken, zijn gericht op het terugdringen van het energieverbruik. Denk daarbij betere isolatie, het vervangen van gasketels en -boilers door elektrische ketels en zonneboilers, en nog meer LED-verlichting. Daarnaast investeren we in het opwekken en gebruiken van schone en duurzame energie, zoals het plaatsen van nog meer zonnepanelen.

Apeldoorn, waar onder andere Centraal Beheer gehuisvest is, is een van de zes kantoorlocaties van Achmea in Nederland. Ook voor de andere locaties zijn er plannen om de verduurzaming te versnellen. De afgelopen jaren heeft Achmea al diverse maatregelen genomen om de kantoren te verduurzamen. Zo werden er in Apeldoorn 3.200 zonnepanelen in gebruik genomen, is voor kantoor Leeuwarden gekozen voor aardwarmte (nog in onderzoeksfase) en op het kantoor in Tilburg is een groen dak aangelegd. Daarnaast bevordert Achmea ook de biodiversiteit op de locaties door bijvoorbeeld natuurlijke tuinen met natuurvijvers aan te leggen.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Met de titel ‘Honorary Fellow’ erkent de faculteit FNWI personen die in de praktijk uitblinken op een bepaald thema dat relevant is voor het facultaire onderzoek. De fellows bieden FNWI medewerkers de mogelijkheid hun banden met de maatschappij te versterken en gezamenlijk onderzoeksprojecten uit te voeren. Koornstra is aangesteld voor een dag in de week en een periode van drie jaar, waarin hij verbonden is aan het Van ’t Hoff Institute for Molecular Sciences. Daar werkt hij samen met dr. Chris Slootweg, pleitbezorger en ondernemer op het vlak van circulaire chemie, en prof.dr. Bob van der Zwaan, bijzonder hoogleraar Sustainable Energy Technology en coordinator van het recent ingestelde UvA onderzoekzwaartepunt ‘Energy transition through the lens of Sustainable Developments Goals’ (ENLENS).

Koornstra zal het instituut en de faculteit strategisch adviseren over onderzoek, onderwijs, en valorisatie in relatie tot de energietransitie. Zijn rol ligt tevens in het aanjagen van valorisatieactiviteiten bij de FNWI, in het bijzonder de nieuwe, disruptieve technologieën die ontwikkeld worden binnen de faculteit, het Demonstrator Lab Science Park, en ENLENS. Daarnaast gaat hij bijdragen aan het realiseren van publiek-private projecten in onderzoek en onderwijs op het gebied van de energietransitie. Een belangrijke focus ligt daarbij op innovatie en valorisatie bij de productie en opslag van waterstof. Dat is essentieel voor de transitie naar een duurzame energiehuishouding en het realiseren van de Europese ambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn.

Ruud Koornstra noemt zichzelf ‘ondernemend activist’ en huldigt de stelling dat in 2030 het paradijs op aarde voor iedereen haalbaar is. Hij maakte carrière in de TV wereld met een productiebedrijf van programma’s als Wie is de mol en Villa Felderhof. Na de verkoop van dat bedrijf werd hij een van de mede-oprichters van Tendris, dat successen boekte in duurzame ontwikkeling van producten en diensten zoals groene stroom, ledlampen, een groene creditcard en duurzame mobiliteit. Koornstra schreef boeken over duurzaam ondernemen, coacht ondernemers en is actief in de media, het onderwijs, en de overheid. Zo’n vier jaar geleden bracht hij een deel van zijn activiteiten onder in de Stichting Smart Climate Opportunities (SCO). Koornstra is onder andere de coordinator van Sustainable Development Goal SDG7 (Betaalbare en Duurzame Energie) bij SDG Nederland, en voorzitter van de Raad van Partners bij MVO Nederland. Hij is als spreker te boeken via het duurzame sprekersbureau SpeakOut.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

HyCC en bp zullen samen verder werken aan de ontwikkeling van H2-Fifty, een 250-megawatt installatie voor de productie van groene waterstof in het havengebied van Rotterdam. De twee bedrijven hebben hiertoe een joint development agreement gesloten nadat de haalbaarheidsstudie liet zien dat het project een forse bijdrage zal leveren aan vergroening van de industrie in de regio.

De groene waterstof van H2-Fifty zal worden ingezet om de raffinaderij van bp en andere industrieën in het havengebied verder te verduurzamen door de vervanging van fossiele grondstoffen. Hiermee kan jaarlijks tot 350.000 ton CO2 aan emissies worden bespaard – gelijk aan de gemiddelde uitstoot van circa 40.000 Nederlanders. H2-Fifty levert daarmee een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse en Europese doelstelling voor verduurzaming van de industrie en de ontwikkeling van groene waterstoftechnologie.

De afgelopen maanden werd de haalbaarheidsstudie afgerond waarin onder andere de techniek verder is uitgewerkt en de locatie van de nieuwe fabriek is bepaald, op de Maasvlakte. Dankzij de samenwerking van de twee ervaren industriële spelers kan het grootschalige project nu succesvol verder worden ontwikkeld.

James Patterson, Vice President Green Hydrogen Solutions van bp: “Het samenbrengen van HyCC en bp, in samenwerking met het Havenbedrijf Rotterdam, biedt het H2-Fifty project de mogelijkheid om zowel de significante emissiereductie bij onze raffinaderij en onze klanten te versnellen, als om ervaring op te bouwen met geïntegreerde grootschalige groene waterstofproductie en inzet. H2-Fifty is een van de pijlerprojecten die de waterstofambitie van bp ondersteunen.”

Marcel Galjee, Managing Director van HyCC: “Rotterdam beschikt over een industrie van wereldformaat. Met voldoende groene waterstof kunnen we die niet alleen verduurzamen, maar heeft Nederland ook een kans om koploper te worden in de waterstofeconomie. H2-Fifty is met 250 megawatt een serieuze stap in die richting en dankzij de samenwerking met bp kunnen we zo succesvol groeien én verduurzamen.”

De partijen zullen het komende jaar een technologieleverancier selecteren, het ontwerp van de installatie verder uitwerken en starten met de milieustudies voor het vergunningstraject. Hiermee kan in 2023 een finale investeringsbeslissing genomen worden.

Het project wordt vanwege de belangrijke bijdrage aan technologieontwikkeling en CO2-reductie ondersteund door de Topsector Energie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en is door Nederland aangedragen voor deelname in IPCEI Waterstof, een programma voor belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang.

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

DGB Group heeft verslag gedaan over 2021. Het jaar 2021 was cruciaal voor de wereldwijde emissiehandel en CO2-markten. Bestaande markten, zoals in de EU en Nieuw-Zeeland, zijn begonnen met het doorvoeren van veranderingen om nog ambitieuzer te zijn: nieuwe markten zijn gestart, zoals China’s nationale ETS, en andere worden ontwikkeld of uitgebreid, zoals in Colombia en Chili.

De sterke interesse in vrijwillige CO2-markten komt tot uiting doordat steeds meer bedrijven inzetten op netto nul emissies. Deze trend blaast de markten leven in.

Na een sterk 2021 vertonen de CO2-markten geen tekenen van vertraging en de Europese CO2-compensatiemarkt blijft leidend. Aan het begin van het jaar lag de CO2-prijs onder de 30 euro. om richting 2022 boven de 90 euro te komen, een stijging van 200%!

Sommige belanghebbenden zien de investeringsmogelijkheid na COP26, anderen hebben de CO2-markten nodig om te overleven, zoals de olie- en gasindustrie.

Meerdere hedgefondsen zijn ook begonnen met het opnemen van CO2-compensatie aan de portefeuille. Er is een eindige bron van CO2-compensatie en een sterke stijging van de vraag is zichtbaar nu landen wereldwijd van plan zijn hun netto nultoezeggingen te realiseren.

Momenteel bevinden de vrijwillige koolstofmarkten zich nog in de beginfase en hebben ze de transactiewaarde van $1 miljard in 2021 nog maar net overschreden, er is nog steeds enorm veel ruimte voor groei – evenals tal van katalysatoren.

De Taskforce on Scaling Voluntary Carbon Markets voorspelt dat om de klimaatveranderingsdoelstellingen zoals uiteengezet in de Overeenkomst van Parijs te halen, de vrijwillige CO2-markten tegen 2030 met een factor 15x – en tegen 2050 met een factor 100x – moeten groeien vanaf het niveau van 2020. Spannende tijden in het verschiet.

Wie aandacht heeft besteed aan de prijs van CO2-compensatie, weet dat ze snel zijn gestegen. In het kielzog van COP26 schoot de prijs van C2 verder omhoog, waarmee een einde kwam aan wat al een recordjaar was gebleken, met prijzen die sinds januari 2021 meer dan verdubbeld zijn. De CO2-markten vertonen geen tekenen van vertraging.

Er is al een fundamentele, bewezen vraag naar CO2-compensatie, aangedreven door wetgeving die door bijna elk land ter wereld wordt ondersteund. Er is een bijna universele consensus van regeringen en particuliere bedrijven die het erover eens zijn dat de markt moet uitbreiden om te voldoen aan de wereldwijde netto-nulbehoeften. DGB-beleggers waarderen deze marktdynamiek en de grote kans die het biedt.

DGB Group

Bij DGB zijn we enorm trots op wat we het afgelopen jaar hebben bereikt. Na het toegenomen bewustzijn van de COP26 van de netto nul-agenda, hebben we een ongekende vraag gezien naar CO2-compensatie die net zo snel door bedrijven worden gekocht als ze worden gegenereerd.

DGB Group verkocht in 2021 haar gehele portefeuille van meer dan 128.000 ton CO2-compensatie tegen een gemiddelde prijs van ongeveer EUR 10,00. De pijplijn van projecten betreft op dit moment 13 miljoen ton CO2. Hiermee lijkt DGB goed gepositioneerd om dit jaar aan vraag te voldoen. DGB blijft inzetten op vergroting van haar portefeuille natuurprojecten.

De vooruitgang die we hebben geboekt met onze projecten in Sierra Leone, Paraguay, Kenia en Kameroen draagt ​​bij aan herbebossing op grote schaal. DGB gaat door met het leveren van groene initiatieven en impactvolle projecten We kijken er naar uit om in 2022 voort te bouwen bouwen op de reeds geboekte vooruitgang. lijnen

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Yokogawa Electric Corporation onthult vandaag de resultaten van haar laatste onderzoek* om meer inzicht te krijgen in de huidige en toekomstige staat van industriële autonomie in procesproductie. Uit het onderzoek blijkt dat het aantal fabrikanten dat vooruitgang boekt op het gebied van industriële autonomie duidelijk toeneemt, en dat er een groot bewustzijn is van de verwachte voordelen op het gebied van ecologische duurzaamheid.

Het wereldwijde onderzoek werd uitgevoerd in zeven markten (China, Duitsland, India, Japan, Saoedi-Arabië, Zuidoost-Azië en de VS) onder 534 respondenten van 390 bedrijven in de chemie en petrochemie, biowetenschappen, olie en gas, energieopwekking en hernieuwbare energiebronnen. sectoren van de energiesector.

Belangrijkste inzichten

Wat betreft ecologische duurzaamheid, verwacht 45% van de respondenten dat industriële autonomie een aanzienlijke impact zal hebben en nog eens 36% verwacht een matige impact op het gebied van dynamische energieoptimalisatie, waterbeheer en emissiereductie. Daarentegen verwacht slechts 6% dat industriële autonomie helemaal geen impact zal hebben op ecologische duurzaamheid.

De implementatie van projecten voor industriële autonomie begint steeds sneller te gaan: 51% van de ondervraagde respondenten schaalt nu de implementatie op over meerdere faciliteiten en zakelijke functies en nog eens 19% meldt dat ze zijn geïmplementeerd in ten minste één faciliteit of zakelijke functie.

Hoewel productiviteitsverbeteringen in productie- en productieprocessen naar verwachting de komende drie jaar het hoogste rendement op investering (ROI) in digitale transformatie zullen opleveren – met 31% als eerste en nog eens 20% als tweede – gezondheid, veiligheid en milieu komt naar voren als een belangrijk ROI-gebied, waarbij 26% het als eerste (13%) of als tweede (13%).

Met de aanhoudende COVID-19-pandemie vormt het vergroten van de mogelijkheden voor externe operaties een sleutelfactor in industriële autonomie. Uit het onderzoek blijkt dat een derde (33%) van de fabrikanten externe operaties heeft geïmplementeerd op afzonderlijke locaties en 31% heeft geïmplementeerd op meerdere locaties in verband met industriële autonomie.

Leidinggevenden op C-niveau spelen een sleutelrol bij autonome planning op fabrieksniveau, waarbij de respondenten van de enquête zeggen dat de Chief Executive Officer (38%), Chief Technical Officer (34%) en Chief Information Officer (31%) de belangrijkste finalisten zijn. besluitvormers. Deze besluitvormers worden ondersteund door technische professionals op hoog niveau, waarbij 43% zegt dat de Chief Digital Officer significante invloed heeft op beslissingen over autonomie op fabrieksniveau.

“Het is verheugend om uit ons laatste onderzoek te zien dat ecologische duurzaamheid een gebied aan het worden is waarop de verschuiving van industriële automatisering naar industriële autonomie, die we IA2IA noemen, naar verwachting een aanzienlijk positief effect zal hebben”, legt Tsuyoshi Abe, senior vice-directeur uit. president en hoofd van het Marketing Headquarters bij Yokogawa Electric. “Over het algemeen geeft ons onderzoek echter ook aan dat een van de grootste uitdagingen bij het implementeren van industriële autonomie het ontbreken van een duidelijke routekaart is, waarvan bijna de helft dit als hun belangrijkste uitdaging beschouwt. Dit onderstreept het belang van een gedefinieerde routekaart naar industriële autonomie en het vinden van de juiste partner om deze te ontwikkelen.”

* De “Global End-user Survey on the Implementation of Industrial Autonomy” werd namens Yokogawa uitgevoerd door onderzoeksbureau Omdia in september 2021 onder 534 respondenten van 390 bedrijven in zeven wereldwijde markten: China, Duitsland, India, Japan, Saoedi-Arabië, Zuidoost-Azië en de VS. De respondenten waren fabrikanten/eindgebruikers, OEM’s en systeemintegrators in de sectoren chemie en petrochemie, life sciences, upstream en midstream olie en gas, raffinage, energieopwekking en energieopwekking met hernieuwbare energie. De respondenten van het onderzoek waren in IT-beheer, operations/project/plant management en corporate management.

[ad_2]

Source link

Berichten paginering